Cyclamen Europæum
van Constantine Hering — De leidende symptomen van onze Materia Medica
Varkensbrood. Primulaceæ.
Een plant die inheems is in het zuiden van Europa. De tinctuur wordt bereid uit de verse wortel, in de herfst verzameld.
"Het Cyclamen Europæum, of varkensbrood, werd door de ouden veelvuldig in de geneeskunde gebruikt. Hun beschrijvingen van zijn eigenschappen zijn vaag genoeg, maar het is opmerkelijk dat zij eraan de kracht toeschreven de baarmoeder en haar aanhangsels te beïnvloeden, welke toeschrijving fysiologisch pas door de meest recente proeven is bevestigd.
Men placht te menen dat de wortel van Cyclamen, uitwendig toegepast, moeilijke baringen versnelde en de pijnen verzachtte. Ook dat het aanraken van Cyclamen, of het inwendig innemen ervan, abortus zou veroorzaken of een vroegtijdige baring zou opwekken."
Het middel werd door Hahnemann in onze Materia Medica ingevoerd en beproefd door leden van de Oostenrijkse Vereniging van Homoeopathische Artsen te Wenen.
KLINISCHE BRONNEN.
- Geestesstoornis in het climacterium, Merryman, Med. Inv., vol. 4 (n. s), p. 576 ; Hoofdpijn, Marenzeller, Rück. Kl. Erf., v. 5, p. 84 ; Diplopie (2 gevallen), Eidherr, Hom. Rev., vol. 2, p. 26, Wurmb, Rück. Kl. Erf., vol. 5, p. 150 ; Strabismus, Eidherr, Hom. Rev., vol. 2, p. 224 ; Hirsch, Rück. Kl. Erf., vol. 5, p. 141 ; Coryza, Malaise, Rück. Kl. Erf., vol. 1, p. 387 ; Kiespijn, Hartmann, Rück. Kl. Erf., vol. 1, p. 460 ; Branden in de oesofagus en pijn in de maag, Gerstel, B. J. H., vol. 36, p. 101 ; Pijn in scrobiculum cordis met braken, Strupp, B. J. H., vol. 36, p. 369 ; Enteralgie (3 gevallen), Strupp, B. J. H., vol. 24, p. 172 ; (2 gevallen), Times Retrospect, 1876, p. 9 ; Dysmenorroe, Eidherr, Rück. Kl. Erf., vol. 5, p. 600 ; Menorragie, H. King, Raue's Rec., 1874, p. 233 ; Onderdrukking van de menstruatie, Eidherr, Rück. Kl. Erf., vol. 5, p. 600 ; Onderdrukking van de menstruatie na dansen, Walter, Rück. Kl. Erf., vol. 5, p. 589 ; Anemie, Eidherr, Rück. Kl. Erf., vol. 5, p. 589 ; Gestoorde menstruatie met chlorotische toestand (6 gevallen), Eidherr, Rück. Kl. Erf., vol. 5, p. 599 ; Chlorose, Eidherr, B. J. H., vol. 19, 144 ; Rück. Kl. Erf., vol. 5, p. 601.
GEEST [1]
Bewustzijn bijna uitgedoofd.
Zeer actief geheugen, dat afwisselt met zwak geheugen.
Geestelijke arbeid onmogelijk door dofheid of verdoving.
Verzonken in diepe gedachten, zoekt eenzaamheid, denkt aan zijn toekomst.
Verwarring van het hoofd ; vragen worden onsamenhangend beantwoord.
Verlies van vroegere opgewektheid ; liefde voor eenzaamheid ; afkeer van werk en van open lucht ; gevoel alsof de kamer te klein was, met tegenzin om naar buiten te gaan ; eenzaamheid en huilen geven verlichting. θ Onderdrukking van de menstruatie.
Niet geneigd te werken, met zwakte.
Zwijgzaam, terneergedrukt, slecht gehumeurd.
Vrolijk gevoel met beven ; uitbundige stemming.
Vrolijke stemming, afwisselend met prikkelbaarheid.
Opgeruimde stemming verandert plotseling in ernst of nukkigheid.
Grote droefheid, alsof hij een slechte daad had begaan of zijn plicht niet had gedaan.
Grote droefheid en nukkigheid ; menstruatie onderdrukt, of schaars en pijnlijk.
Melancholie ; geneigd tot tranen en stil verdriet.
Duizeligheid, met pijn in het hoofd en misselijkheid ; braakt bijna iedere dag, en vaak al het ingenomen voedsel, met slijm en gal ; sterk vermagerd, kan nauwelijks de vloer oversteken ; pijnen in het hoofd voortdurend aanwezig, maar soms veel erger ; < in de rechter slaap ; maar breiden zich over het hele hoofd uit ; het verstand zodanig aangedaan dat zij onverschillig werd voor wat om haar heen gebeurde en niet in staat was haar eigen toestand te beschrijven ; tenslotte was het bewustzijn bijna uitgedoofd ; vragen werden onsamenhangend beantwoord ; ontlasting en urine gingen onwillekeurig en onbewust af. θ Geestesstoornis in het climacterium.
Bij het ontwaken vermoeidheid, kleverige mond en prikkelbare stemming.
Slecht humeur ; neiging tot huilen ; doodsangst, of de waan door iedereen verlaten of vervolgd te worden.
Angst, met misselijkheid, 's nachts.
Slecht humeur na het braken.
Humeurig, nors gestemd ; kon zich gemakkelijk door elk kleinigheidje beledigd voelen.
Koppige, prikkelbare, muggenziftende geaardheid.
Eenzaamheid en huilen geven verlichting.
Klachten door innerlijk verdriet en gewetensangst.
SENSORIUM [2]
Ongevoeligheid ; bloedaandrang met angst ; verminderd gezichtsvermogen en afgenomen intellectuele vermogens.
Aanvallen van flauwte, wazigheid of verduistering van het gezichtsvermogen.
Gevoel alsof de hersenen zich binnen de schedel bewogen, of zoals bij rijden in een wagen met gesloten ogen.
Gevoel alsof de hersenen in beweging zijn wanneer hij ergens tegenaan leunt.
Duizeligheid met dyspepsie bij liggen, > door beweging, bij nerveuze personen.
Duizeligheid : voorwerpen draaien in een kring, of om haar heen, of maken een wipbeweging ; bij lopen in de open lucht ; > in een kamer en bij zitten ; met schemering voor de ogen.
Verwarring van het hoofd, met verduistering van het zien.
Duizelig, volheid en hitte van het hoofd ; bloedstuwing.
Dofheid van alle zintuigen.
HOOFD, INWENDIG [3]
Drukkende pijn in het voorhoofd, duizeligheid en dikwijls bewusteloosheid, met rillerigheid over het hele lichaam. θ Dysmenorroe.
Pijnen hevig, drukkend, schietend, stekend, borend, voornamelijk in voorhoofd, slapen en schedelkruin, gepaard gaand met droefheid en melancholie ; rillerigheid en misselijkheid ; koppige, prikkelbare, muggenziftende geaardheid.
Pijn in het voorhoofd tegen de avond, met duizeligheid.
Hevige frontale hoofdpijn.
Stekende pijnen in voorhoofd en slapen.
Steken in de slapen ; in het voorhoofd bij bukken.
Stekende, schietende of borende pijnen in de slapen.
Steken in het hoofd verdwijnen door aanraken ; sommige klachten < bij op de rug liggen of op de pijnlijke zijde.
Pijnen eenzijdig, meestal in de linker slaap.
Hoofdpijn bij het opstaan en opnieuw tegen de avond ; < linkerzijde, toenemend totdat de patiënt braakt, daarna > ; < door beweging en open lucht. θ Climacterium.
Duizeligheid, met pijn in het hoofd en misselijkheid ; pijnen voortdurend aanwezig, maar soms veel erger ; < in de rechter slaap, maar breiden zich over het hele hoofd uit. θ Geestesstoornis.
Lichte druk op de schedelkruin, alsof de hersenen in een doek gewikkeld waren die hem van zijn zinnen zou beroven.
Benauwing, verdoving van het hele hoofd, met verduistering van het zien ; het is alsof er een mist voor het zicht hangt en alsof de ogen zich willen sluiten.
Hoofdpijn met verduistering van het zien ; bleke gelaatskleur, kringen rond de ogen, bedorven eetlust, verzwakte spijsvertering en menstruatiestoornissen. θ Anemie.
Hoofdpijn met flikkeren voor de ogen bij het opstaan in de ochtend.
Gevoel alsof de hersenen wankelden tijdens het lopen ; menstruatie onderdrukt of schaars ; patiënte chlorotisch.
Aanvallen van hitte en kloppen in het hoofd.
Bloedaandrang naar het hoofd met angst en verwardheid ; verduistering van het zien ; duizeligheid ; algemene koude, na het middagmaal.
Periodieke congestie naar het hoofd, met bleekheid van het gelaat.
Hoofdpijn < 's avonds of 's morgens bij het opstaan ; > door aanwending van koud water.
Maaghoofdpijn.
HOOFD, UITWENDIG [4]
Scheurende, drukkende pijn, uitwendig aan het hoofd.
Fijn, scherp, kriebelend, formicerend steken op de hoofdhuid, van plaats veranderend bij krabben ; < 's avonds, in rust ; > door rond te lopen.
Papuleuze uitslag op de hoofdhuid.
Het hoofd voelt als ombonden.
GEZICHT EN OGEN [5]
Ogen ingevallen en dof, hebben een vermoeide uitdrukking en zijn omgeven door blauwe kringen.
Wazig zien en vlekken voor de ogen, vooral bij het ontwaken ; wazig zien met hoofdpijn.
Mist voor de ogen, moest 's middags ophouden met breien.
Gezicht : alsof men door donkerblauw glas kijkt ; als mist voor de ogen ; figuren kunnen niet duidelijk onderscheiden worden.
Verduistering van het zien, met vurige vonken voor de ogen.
Flikkeren voor de ogen, als van verschillende kleuren, glinsterende naalden, verschijnselen van rook of nevel.
Branden in de ogen en lichtflikkeren bij poging tot lezen 's avonds in bed.
Kleurverschijnselen voor de ogen, nu geel en dan weer groen, of vurige stipjes en vonken ; halo om het licht.
Muscæ volitantes.
Diplopie ; vooral wanneer afhankelijk van convergerend scheelzien, ontstaan door wormziekte, convulsies, vallen, enz.
Pupillen verwijd ; of afwisselend vernauwd en verwijd.
Amblyopie na onderdrukking van een uitslag ; heeft nooit gemenstrueerd, hoewel zij veel hoofdpijn en duizeligheid heeft op het tijdstip waarop de menstruatie zou moeten verschijnen.
Hemianopsie, slechts de linker helft van het voorwerp is zichtbaar.
Hitte in de ogen.
Strabismus ; na convulsies of mazelen.
Convergent strabismus.
Linkeroog naar de binnenooghoek getrokken.
Oogleden licht oedemateus. θ Dysmenorroe.
Zwelling van de bovenste oogleden.
Droogheid en druk in de oogleden, alsof zij gezwollen waren, met hevige formicerende steken daarin en in de oogbol.
Jeuk van de oogleden.
GEHOOR EN OREN [6]
Brullen, zoemen of suizen in de oren,
Dofheid van het gehoor, alsof er watten in het oor zaten of iets voor het (rechter) oor lag.
Trekkende pijn in het rechter binnenoor ; gehoor verminderd.
Jeuk van de oren, met toename van cerumen.
REUK EN NEUS [7]
Reukzin verminderd. θ Chronische coryza.
Droogheid van de neus, of waterige neusloop ('s morgens).
Frequent niezen, met overvloedige afscheiding uit de neus en verlies van reuk en smaak ; verschillende zenuwverschijnselen van hoofd en oren aanwezig ; jeuk in de oren. θ Coryza.
Catarrh met overmatig niezen en reumatische pijnen in hoofd en oren.
Drukkende pijn boven de neusbeenderen. θ Coryza.
BOVENGEZIHT [8]
Bleek gelaat, ogen ingevallen, met blauwe kringen ; grote zwakte ; anemische vrouwen.
Rood gelaat met hoofdpijn.
Samentrekking van het voorhoofd.
Pukkeltjes die zich spoedig met witgeel lymfevocht vullen en daarna verschrompelen.
Uitslag in het gezicht van kinderen.
ONDERGEZICHT [9]
Jeuk aan de onderkaak.
Gevoel van gevoelloosheid van de bovenlip of alsof er een verharding was.
Droge lippen, zonder dorst.
TANDEN EN TANDVLEES [10]
Tandvlees en lippen bleek. θ Dysmenorroe.
Scheurende, stekende, borende pijn in de tanden (meer rechts).
Dof rukken, vooral 's nachts, bij artritische patiënten.
SMAAK, SPRAAK, TONG [11]
Smaak : vlak ; onaangenaam ; bedorven ; vet ; bitter.
Voedsel smaakt vlak, of is bijna smaakloos.
Zoute smaak van alle spijzen.
Tong geelwit beslagen ; wit.
Fijne steken op de tong.
Punt van de tong rood, met daarop een klein brandend blaasje, dat spreken en kauwen belemmert ; speeksel vermeerderd.
Branden op de punt van de tong ('s avonds).
MONDHOLTE [12]
Ophoping van waterig speeksel in de mond, pasteuze smaak.
Speeksel heeft een zoute smaak, die op al het gegeten voedsel wordt overgebracht.
Taai slijm in de mond.
Toegenomen roodheid van de mond.
GEHEMELTE EN KEEL [13]
Droogheid van het gehemelte 's avonds, met dorst en honger.
Tonsillen en gehemelte zijn verschrompeld en wit.
Schrapen en droogheid in de keelholte, verstikkende hoest.
Droogheid in de keel.
Gevoel van pijnlijke insnoering in de keel.
Branden en schrapen in de keel.
Misselijkheid in de keel.
EETLUST, DORST. VERLANGEN EN AFKEER [14]
Volledig verlies van eetlust.
Na weinig gegeten te hebben, afkeer van voedsel, met misselijkheid in de keel.
De hele dag geen dorst, maar die treedt 's avonds op wanneer gezicht en handen warm worden.
Dorst gedurende de nacht. θ Intermitterend.
Dorsteloosheid.
Verlangen naar limonade.
Afkeer : van brood en boter ; van bier ; van vette spijzen ; van gewoon voedsel, en verlangen naar oneetbare dingen.
Aanhoudende afkeer van vlees ; trek in sardines ; vaak braken in de ochtend. θ Dysmenorroe.
ETEN EN DRINKEN [15]
Gevoel van verzadiging na enkele happen voedsel, de rest wordt weerzinwekkend en veroorzaakt misselijkheid ; misselijkheid gevoeld in keel en gehemelte.
Volledig verlies van eetlust ; na het nemen van een weinig runderbouillon of een kop thee een onbeschrijfelijke pijn in scrobiculum cordis, die zelden wegging voordat zij het ingenomene had uitgebraakt ; melancholie, kon zich met geen enkele bezigheid bezighouden.
Na het eten : misselijkheid ; slaperigheid ; hik, gerommel in de darmen.
Varkensvlees verdraagt niet.
Verergering na koffie.
HIK, OPRISPINGEN, MISSelijkheid EN BRAKEN [16]
Hevige hik.
Tijdens het eten en nog enige tijd daarna hik of hikachtige oprispingen, vooral bij zwangere vrouwen.
Oprispingen : met drukkend gevoel in de maag ; frequent, soms zuur smakend ; van voedsel ; met vette smaak.
Misselijk gevoel na middag- en avondmaal, en een onbehaaglijk, wee gevoel in de bovenbuik, als na het eten van te veel vet.
Misselijkheid : na eten of drinken, behalve van limonade.
Misselijkheid en volheid in de borst, met ongewone honger.
Misselijkheid en ophoping van water in de mond.
Braken : van waterig slijm ; van voedsel ; van groenachtige vloeistof ; van bloed.
Braken in de ochtend. θ Dysmenorroe.
Elke dag braken van voedsel met slijm en gal. θ Geestesstoornis.
Braken van slijm gevolgd door slaap.
MAAGKUIL EN MAAG [17]
Ongemak in de maag, met oprispingen, misselijkheid en hik.
Branden in de oesofagus en zeurende pijn in de maag, uitstralend naar de rug, optredend in rust, > door beweging.
Volheid en druk in de maagkuil, alsof hij te veel had gegeten.
Steken in de maag.
HYPOCHONDRIEËN [18]
Steken in de leverstreek.
Balachtige uitzetting in de darmen, rechts onder de lever.
BUIK EN LENDENEN [19]
Spijsvertering vertraagd.
Scheurende, doorborende, dwars doorheen gaande steken in de bovenbuik onder de maag, bij rondbewegen.
Onderbuik gevoelig voor druk.
Vol gevoel en uitzetting van de buik.
Darmen pijnlijk bij aanraking.
Buik gevoelig voor druk en beweging.
Pijn en ongemak in de darmen 's avonds, met misselijkheid ; > door beweging.
Ongemak en misselijkheid in de onderbuik.
Aanhoudende knagende pijn in de darmen ; al het voedsel veroorzaakte groot ongemak en zwelling, met frequente oprispingen ; zwakte ten gevolge van gebrek aan voeding ; ontlasting zelden en hard, met grote inspanning uitgedreven. θ Enteralgie.
Pijnlijke onrust in bed ; moet opstaan en rondlopen voor verlichting ; borrelen in de darmen gecombineerd met malaise ; steeds > door rond te bewegen. θ Enteralgie.
Pijnlijk borrelen in de darmen elke nacht, met algemene malaise, > door zich na de middag van voedsel te onthouden en door rond te lopen ; knagende pijnen in de buik om 7 uur 's avonds, van daaruit over het hele lichaam uitbreidend, > door lopen tot men moe is ; bleek, herpetisch gelaat en rode neus.
Rommeling van winden.
Steken in de navelstreek.
Steken, of knijpende pijn in de buik ; krampachtige pijnen.
Rennen en kruipen in de darmen, alsof er iets levends was.
Aanvallen van koliek die 's nachts opkomen, vooral na een laat avondmaal ; > door op te staan en rond te lopen.
In het linker lieskanaal : steken ; jeuk.
ONTLASTING EN ENDeldARM [20]
Aandrang tot ontlasting ; waterige diarree ; ontlasting met kracht uitgedreven.
Ontlasting : reukloos, bruingeel, gemengd met wat slijm.
Waterige, brijige ontlasting, met braken 's nachts.
Diarree hernieuwd na elke kop koffie.
Diarree van chlorotische vrouwen die lijden aan migraine en menstruatiestoornissen.
Slijmerige diarree ; 's avonds.
Constipatie. θ Menstruatiestoornissen.
Frequent lozen van harde ontlasting (harde klonten).
Vóór de ontlasting : misselijkheid ; knijpende koliek ; aandrang.
Tijdens de ontlasting : persen en branden in de anus ; koliek ; hartkloppingen ; tenesmus.
Na de ontlasting : vergeefs persen ; knijpen in de buik, dofheid en vergeetachtigheid.
Hitte in het rectum, met zwelling van de hemorrhoïdale venen.
Druk in rectum of anus ; tenesmus.
Trekkende, drukkende pijn in en rondom anus en perineum, alsof een plek aan het etteren was ; bij lopen of zitten.
Hemorrhoïdale bloeding.
URINEWEGEN [21]
Frequente mictie, met druk op de blaas en het rectum.
Urine overvloedig, waterig en frequent.
Frequent urineren of vergeefse aandrang om te urineren.
Frequent overvloedige afscheiding van witachtige urine.
Frequente aandrang, met schaarse lozing ; ook zelden en schaars.
Urine donkerrood, met veel vlokkige bestanddelen ; zuur ; iriserend vlies.
Steken in de urethra met drang om te urineren, gevolgd door een plotselinge lozing van donker roodgele urine.
Prikkeling aan het uiteinde van de urethra tijdens het urineren.
MANNELIJKE GESLACHTSORGANEN [22]
Geslachtsdrift verminderd.
Erecties 's nachts, zonder opwindende dromen.
Steken in de urethra.
Phimosis.
Voorhuid en corona glandis voelen rauw aan door lichte wrijving.
Prostaatklachten, met steken en druk, aandrang tot stoelgang en mictie.
VROUWELIJKE GESLACHTSORGANEN [23]
Menstruatie : te overvloedig en te frequent ; te vroeg, zwart en gestold ; membraneus.
Buik opgeblazen en gezwollen vóór de menstruatie, met weeachtige pijnen ; vloed wanneer deze eenmaal begonnen is, zwart en gestold.
Menstruatie te vroeg, met enige verlichting van de melancholieke stemming en zwaarte van de voeten.
Weeachtige, insnoerende pijnen die beginnen in de lendenen en langs beide zijden van de buik naar de schaambeenderen trekken ; aanvallen om de paar minuten, waarbij er geen uitvloeien optreedt ; na de aanvallen wordt het bloed wateriger ; duizeligheid ; hoofdpijn ; na het ophouden van de menstruatie grote gevoeligheid van de buik. θ Dysmenorroe.
Menstruatie lastig gedurende twee maanden ; de vloed was gedurende elke maand de hele tijd blijven bestaan ; afscheiding bleek en waterig, aanvankelijk donker en gestold ; algemene aanblik enigszins uitgebloed ; mond, tong en lippen bleek ; zij voelde zich altijd het best wanneer zij in beweging was ; de vloed hield bijna op zolang zij tijdens het werk in beweging bleef, maar zodra zij 's avonds rustig ging zitten, verscheen de vloed opnieuw en duurde voort nadat zij naar bed was gegaan.
Menorragie, met verdoving van het hoofd en verduisterd zien, als door een mist.
Menstruatie onderdrukt of schaars, en pijnlijk ; afkeer van frisse lucht ; duizeligheid ; hoofdpijn ; gezwollen oogleden ; bleek gelaat, lippen en tandvlees ; verlies van eetlust ; geen dorst ; constipatie ; hartkloppingen ; voortdurende rillerigheid ; onwil om te bewegen en te werken ; voortdurende slaperigheid ; wil alleen zijn, en huilen doet haar geen goed.
Geen verschijning van de menstruatie gedurende 2 1/2 maand, verlies van vroegere opgewektheid ; liefde voor eenzaamheid ; door elk kleinigheidje beledigd ; afkeer van werk ; slaapt 's morgens lang ; gelaat, lippen en tandvlees bleek ; oogleden gezwollen ; stormachtige hartwerking ; grote matheid ; grote angst ; gevoel alsof de kamer te klein was, met tegenzin om in de open lucht te gaan ; eenzaamheid en huilen verlichten ; 's morgens frequente drukkende pijn in het voorhoofd, met duizeligheid ; eetlust slecht ; ontlasting traag.
Bij een jonge vrouw van dertig die nooit gemenstrueerd heeft, elke 3 tot 4 weken bloedaandrang naar het hoofd, hoofdpijn, drukkende duizeligheid ; zwaarte, frequent beven van de onderste ledematen, en druk naar de vulva.
Schaarse of onderdrukte menstruatie met hoofdpijn en duizeligheid. θ Chlorose.
Onderdrukking van de menstruatie na overmatig dansen of oververhit raken.
Menstruatiestoornissen, gepaard gaand met migraine en blindheid.
Leucorroe bij blonde, leucophlegmatische subjecten, met vertraagde of schaarse menstruatie ; chlorose en anemie, aanvallen van flauwte en voortdurende rillerigheid van het hele lichaam.
Vóór de menstruatie : melancholie ; persen en warmte in de buik met slapeloosheid.
Tijdens de menstruatie : verbetering van het humeur en van de zwaarte van de voeten ; weeachtige pijnen in rug en buik ; hoofdpijn ; duizeligheid ; duisternis voor de ogen.
Na de menstruatie : zwelling van de mammae, met afscheiding als melk.
ZWANGERSCHAP. BARING. LACTATIE [24]
Hik tijdens de zwangerschap.
Walging en misselijkheid in mond en keel.
Klachten na het spenen.
STEM EN STROTTENHOOFD. LUCHTPIJP EN BRONCHIËN [25]
Stem zwak bij hardop lezen.
Kriebel in het strottenhoofd 's nachts, met hevige hoest.
Veel schrapen in het strottenhoofd, pijn in de fauces met hevige en dikke expectoratie 's nachts.
ADEMHALING [26]
Benauwing van de borst, met belemmerde ademhaling.
Ademhaling versneld.
HOEST [27]
Hevige hoest, met kriebel in het strottenhoofd 's nachts.
Hevige hoest 's nachts, met veel schrapen in het strottenhoofd, pijn in de fauces en dik slijm.
Verstikkende hoest, veroorzaakt door schrapen en droogheid in de luchtpijp.
Hoest die gewoonlijk het hevigst was tijdens de slaap, werd nooit veroorzaakt door spreken of lopen, zelfs niet tegen een koude wind in.
BORST, INWENDIG, EN LONGEN [28]
Druk in het midden van het borstbeen.
Gevoel van grote zwakte in de borst, alsof er niet genoeg kracht was om te ademen.
Steken in de linkerzijde van de borst, later in de rechterzijde.
Steek bij de hartpunt.
Scheurende steken, met benauwing en kortademigheid, tijdens beweging en rust.
HART, POLS EN CIRCULATIE [29]
Gegons in de hartstreek. θ Chlorose.
Hartkloppingen, met een geruis ; hevige hoofdpijn en duizeligheid, grote loomheid. θ Chlorose.
Stormachtige hartwerking ; grote matheid ; frequente hartkloppingen. θ Onderdrukking van de menstruatie.
Gevoel alsof er iets levends in het hart rondliep.
Steken bij de hartpunt.
Pols : dubbele slag, zeer snel ; nauwelijks waarneembaar.
Chlorose, met bleekheid van huid en slijmvliezen ; klamheid van de huid, slappe spieren, grote matheid, hevige hoofdpijn en duizeligheid ; hartkloppingen en veneuze geruisen.
Chlorose door onderdrukte menstruatie, met hoofdpijn, duizeligheid en verduistering van het zien.
BORSTWAND [30]
Druk in het midden van het borstbeen.
Samentrekkend gevoel van de borst.
Gevoel alsof er lucht uit de tepels stroomde.
Mamma gezwollen ; spanning en steken daarin ; hard en pijnlijk ; afscheiding van melkachtige vloeistof, die het linnengoed bevlekt.
HALS EN RUG [31]
Stijfheid van de hals, met pijnlijk stram gevoel.
Trekkende reumatische pijn in de linkerzijde van de hals.
Stekende scheuten langs de rug omhoog > door de schouders naar achteren te trekken, < door het omgekeerde.
Diepe, indringende, doffe steken in de streek van de rechter nier, < tijdens de inademing.
Pijn in de lendenen, verdwijnt bij opstaan uit een zittende houding.
BOVENSTE LEDEMATEN [32]
Scheurende pijn die eindigt in een steek, over de schouderbladen, met pijnlijk stram gevoel in de armen.
Jeuk op de schouders en in de oksel.
Stram makende, harde druk in de rechterarm, alsof in periost en diepgelegen spieren ; uitbreidend tot de vingers, belemmert het schrijven.
Beurse pijn boven het elleboogsgewricht, aan de buitenzijde, < door beweging van de arm en aanraking.
Scheurende pijn in elleboog- en polsgewrichten.
Pijnlijke trekkingen aan de binnenzijde van de ulna en in de pols.
Gevoel alsof zij moest laten vallen wat zij in de handen heeft.
Krampachtige langzame samentrekking van rechterduim en wijsvinger, de toppen naderen elkaar en kunnen alleen met geweld gestrekt worden.
Gevoelloosheid in de rechterhand.
Fijne prikkeling tussen de vingers, verdwijnend na krabben.
Rode blaasjes, voorafgegaan door hevige jeuk, op ring- en pinkvinger van de linkerhand.
Uitzetting van de aderen op de handrug.
Schrijfkramp, kan duim en wijsvinger niet openen.
ONDERSTE LEDEMATEN [33]
Reumatisch trekken in de linker gluteus maximus nabij de wervelkolom, bij zitten ; verdwijnt bij staan.
Krampachtige pijn in het rechterdijbeen boven de knieholte.
Trekkende pijn in de buigers van het been, schijnbaar beginnend vanuit de knieholte en trekkend naar de toppen van de tenen.
Jeuk aan de rechterkuit, met zwelling van de bloedvaten.
Pijn in de voetzool, alsof verstuikt, meer aan de hiel.
Brandende, schrijnende pijn in de hielen, bij lopen in de open lucht ; ook bij staan of zitten.
Na het lopen voelen de tenen dood aan.
Gevoel in de linkervoet alsof verstuikt.
Voeten en tenen met wintertenen, zien rood.
LEDEMATEN IN HET ALGEMEEN [34]
Hyperesthesie van de ledematen, met hysterische duizeligheid.
Lichte beving in alle gewrichten.
Ledematen voelen alsof hun beweeglijkheid belemmerd was.
Spieren voelen deegachtig aan en zijn krachteloos. θ Chlorose.
Trekken en druk in spieren en beenderen.
Drukkend trekken in het periost waar de huid de botten bedekt.
RUST. HOUDING. BEWEGING [35]
Rust : hoofdpijn < ; branden in de oesofagus < ; pijn in de maag < ; scheurende steken in de borst ; verergering van pijnen ; grote behoefte eraan.
Tijdens de inademing : steken in de rechter nier.
Liggen : duizeligheid ; dyspepsie ; op de rug of op de pijnlijke zijde <.
Opstaan : hoofdpijn ; flikkeren voor de ogen ; uit zittende houding, pijn in de lendenen >.
Zitten : in een kamer, duizeligheid > ; trekkende pijn in anus en perineum ; vloed < tijdens menstruatie ; reumatisch trekken in gluteus maximus ; pijn in de hiel.
De schouders naar voren trekken : stekende scheuten langs de rug omhoog <.
De schouders naar achteren trekken : stekende scheuten langs de rug omhoog >.
Bukken : steken in het voorhoofd.
Staan : reumatisch trekken in gluteus maximus verdwijnt ; pijn in de hiel.
Lopen : duizeligheid ; gevoel alsof de hersenen wankelden ; hoofdpijn > ; pijnlijke onrust > ; borrelen in de darmen > ; buikpijn > ; trekkende pijn in anus en perineum ; pijn in de hiel ; na lopen voelen tenen dood aan.
Vermoeidheid : door de geringste oorzaak ; kan nauwelijks de vloer oversteken ; afkeer om één ledemaat te bewegen.
Beweging : duizeligheid < ; hoofdpijn < ; branden in de oesofagus > ; zeurende pijn in de maag > ; steken in de buik ; pijn in de darmen > ; borrelen in de darmen > ; tijdens de menstruatie > ; steken in de borst ; beurse pijn boven het elleboogsgewricht < ; zwakte > ; afkeer om te bewegen.
Dansen : menstruatie onderdrukt.
ZENUWSTELSEL [36]
Hysterische duizeligheid met algemene nerveuze erethisme.
Hyperesthesie van de huidzenuwen van de ledematen.
Uiterst rusteloos en onwel 's nachts.
Zwakte 's avonds, met slecht humeur en slaperigheid ; > bij rondbewegen.
Zwakte, verslapping en uitputting van het hele lichaam.
Zwakte, bleekheid van het gelaat, ogen ingevallen, pols 108.
Grote matheid van het lichaam, vooral van de knieën, hoewel de stemming goed kan zijn.
Vermoeidheid door geringe oorzaak. θ Chlorose.
Ontzenuwing van het hele lichaam, het is bezwaarlijk zelfs maar een ledemaat te bewegen.
SLAAP [37]
Frequent geeuwen.
Grote neiging tot sluimeren, 's morgens.
Slaperigheid en rillerigheid.
Snurken, diepe slaap, of slaap verstoord door angstige dromen.
Grote onrust, slaap niet verkwikkend en verstoord door angstwekkende dromen. θ Dysmenorroe.
Nacht onrustig, door dromen onderbroken.
Valt laat in slaap en ontwaakt vroeg, met gevoel van grote matheid en zwakte.
Onrustige slaap, dromen over geld.
Nachtmerrie kort na het inslapen.
Slaap verstoord, en tegen de ochtend vol dromen ; ook een pollutie.
Dromen : wellustig ; angstaanjagend ; levendig.
Vroeg ontwaken, maar toch zo moe en slaperig dat hij niet kan opstaan.
TIJD [38]
Tegen de ochtend : slaap vol dromen ; pollutie.
Ochtend : hoofdpijn ; flikkeren voor de ogen ; droogheid van de neus ; waterige neusloop ; braken ; slaapt lang ; drukkende pijn in het voorhoofd ; duizeligheid ; koude rilling.
Tegen de avond : pijn in het voorhoofd.
Om 7 uur 's avonds : knagende pijnen in de buik.
Avond : hoofdpijn < ; branden in de ogen ; branden op de punt van de tong ; droogheid van het gehemelte ; dorst ; honger ; pijn en ongemak in de darmen ; diarree ; tijdens menstruatie vloed < ; zwakte ; koude rilling.
Nacht : angst ; misselijkheid ; rukken in de tanden ; dorst ; pijnlijk borrelen in de darmen ; braken ; koliek ; erecties ; kriebel in het strottenhoofd ; hevige hoest ; schrapen in het strottenhoofd ; pijn in de fauces ; expectoratie ; onrustig ; onbehaaglijk ; zweet ; prikken van de huid < ; jeuk <.
Na het inslapen : nachtmerrie.
TEMPERATUUR EN WEER [39]
Open lucht : afkeer van ; duizeligheid ; hoofdpijn < ; pijn in de hiel ; toename van symptomen ; > binnenshuis.
Oververhit : menstruatie onderdrukt.
Koude lucht : gevoeligheid.
Koud water : > hoofdpijn ; > door bevochtigen van zieke delen en door baden.
Kleding : verlicht de rillerigheid niet.
Wintertenen.
KOORTS [40]
Rillerigheid over het hele lichaam, niet verlicht door hoeveel kleding ook.
Rillerigheid met onregelmatigheden in de menstruatiefunctie, bij chlorotische toestanden.
Koude rilling in de voormiddag of in de avond.
Bij avondlijke koude rilling grote gevoeligheid voor koude lucht en ontbloten, de rilling overheerst.
Hitte vooral van het gezicht, maar zonder dorst, volgt op de rilling ; de handen blijven lang koud.
Hitte en rilling afwisselend.
Hittegevoel door het hele lichaam, vooral in het gezicht en aan de handen.
Hitte van verschillende lichaamsdelen met zwelling van de aderen van de handen.
Hitte van verschillende lichaamsdelen, maar niet van het gezicht.
Algemene hitte na het eten.
Zweet 's nachts tijdens de slaap, matig, met onaangename geur.
Zweet soms alleen aan het onderlichaam.
AANVALLEN, PERIODICITEIT [41]
Aanvallen : hitte ; kloppen in het hoofd.
Frequent : bewusteloosheid ; niezen ; braken ; zure smaak van voedsel ; oprispingen ; lozing van harde ontlasting ; mictie ; overvloedige lozing van witachtige urine ; aandrang met schaarse urinelozing ; beven van de onderste ledematen ; hartkloppingen tijdens de menstruatie ; geeuwen.
Om de paar minuten : aanvallen van weeachtige pijnen.
Bijna elke dag : braken.
Om de drie of vier weken : bloedaandrang naar het hoofd ; hoofdpijn ; drukkende duizeligheid.
Erger bij volle maan.
Twee en een halve maand : geen verschijning van de menstruatie.
Tien maanden : onderdrukking van de menstruatie.
LOKALISATIE EN RICHTING [42]
Links : pijn in de slaap ; zijde van het hoofd < ; oog getrokken naar de binnenooghoek ; helft van het voorwerp zichtbaar ; steken en jeuk in het lieskanaal ; steken in de zijde van de borst ; reumatische pijn in de zijde van de hals ; rode blaasjes en jeuk aan de vingers ; reumatisch trekken in gluteus maximus ; voet voelt verstuikt.
Rechts : hoofdpijn < in de slaap ; dofheid van het gehoor ; trekkende pijn in het oor ; pijn in de tanden ; uitzetting onder de lever ; steken in de zijde ; steken in de nier ; stram makende druk in de arm ; krampachtige langzame samentrekking van duim en wijsvinger ; gevoelloosheid in de hand ; schrijfkramp ; krampachtige pijn in het dijbeen ; jeuk aan de kuit ; < zijde van het hoofd.
Onderlichaam : zweet.
Van plaats veranderend : jeuk na krabben.
GEWAARWORDINGEN [43]
Gevoel van volheid in inwendige delen ; rauwe en beurse pijn in uitwendige delen ; alsof de kamer te klein was ; alsof de hersenen zich binnen de schedel bewogen, of zoals bij rijden in een wagen met gesloten ogen ; alsof de hersenen in beweging waren wanneer hij ergens tegenaan leunde ; alsof de hersenen in een doek gewikkeld waren die hem van zijn zinnen zou beroven ; alsof er mist voor het gezicht hing en alsof de ogen zich wilden sluiten ; alsof de hersenen wankelden tijdens het lopen ; alsof men door donkerblauw glas keek, als mist voor de ogen ; oogleden alsof gezwollen ; dofheid van het gehoor alsof er watten in het oor zaten of iets vóór het oor lag ; alsof er een verharding op de bovenlip was ; wee gevoel als na het eten van te veel vet ; alsof hij te veel gegeten had ; gekruip alsof er iets levends in de darmen was ; alsof een plek aan het etteren was ; alsof de kamer te klein was ; alsof er niet genoeg kracht was om te ademen ; alsof er iets levends in het hart rondliep ; alsof er lucht uit de tepels stroomde ; alsof zij moest laten vallen wat zij in de handen had ; alsof verstuikt in de voet ; ledematen voelen alsof hun beweeglijkheid belemmerd was.
Pijn : in het hoofd, met misselijkheid ; in het voorhoofd ; eenzijdig ; in de linker slaap ; in de darmen ; in de fauces ; in de lendenen ; in de voetzool.
Onbeschrijfelijke pijn : in scrobiculum cordis.
Hevige pijn : in voorhoofd, slapen en schedelkruin.
Scheuren : uitwendig aan het hoofd ; in de tanden ; in de buik ; over de schouderbladen ; elleboog ; in het polsgewricht.
Doorborend : in de bovenbuik.
Steken : in de slapen ; in de ogen ; in de oogbollen ; in het lieskanaal ; in de borst ; bij de hartpunt ; in de rechterzijde ; in de mamma ; indringend, diep en dof in de nier.
Stekende pijnen : in het voorhoofd ; in de slapen ; in de schedelkruin ; in de tanden ; op de tong ; in de maag ; in de leverstreek ; in de buik ; in de navelstreek ; in de urethra.
Schietende pijn : in het voorhoofd ; in de slapen ; in de schedelkruin.
Stekende pijn : in voorhoofd en slapen.
Prikkeling : aan het uiteinde van de urethra ; tussen de vingers.
Prikken : op de hoofdhuid.
Knagende pijn : in de darmen ; in de buik, van daaruit over het hele lichaam.
Borende pijnen : in de slapen ; in de tanden.
Knijpen : in de buik.
Krampachtige pijnen : in de buik ; in de duim ; in de wijsvinger ; in het dijbeen.
Stekende scheuten : langs de rug omhoog.
Weeachtige pijnen : in de buik ; beginnend in de lendenen en langs beide zijden van de buik naar de schaambeenderen trekkend.
Trekkende pijn : in het rechter binnenoor ; in en rond anus en perineum ; in de linkerzijde van de hals ; in de ulna ; in de pols ; in de linker gluteus maximus ; in de buigers van de benen ; spieren ; beenderen ; in het periost.
Reumatische pijnen : in hoofd en oren ; in de linkerzijde van de hals ; trekkend in de linker gluteus maximus.
Zeurende pijn : in de maag, uitstralend naar de rug.
Formicerend : op de hoofdhuid.
Kloppen : in het hoofd.
Beurse pijn : boven het elleboogsgewricht.
WEEFSELS [44]
Werkt op het cerebrospinale stelsel en beïnvloedt sensorium, ogen, gastro-intestinaal kanaal, en vooral de vrouwelijke geslachtsorganen.
Drukkende, trekkende of scheurende pijnen op plaatsen waar beenderen dicht onder de oppervlakte liggen.
HUID [46]
Jeuk, die een gevoelloos gevoel achterlaat.
Jeuk, prikken, < 's nachts, in bed ; > door krabben, maar verschijnt dadelijk weer op een andere plaats.
Drukkende, trekkende pijnen, waar de huid de botten bedekt.
Papuleuze, schilferige of prikkelende uitslag.
Helderrode vlekken, als brandplekken, op de dijen.
Pijnloze uitslag.
Littekens van waterpokken, die bijna verdwenen waren, worden donkerrood, en het voorhoofd is bedekt met soortgelijke vlekken.
LEVENSFASE, CONSTITUTIE [47]
Flegmatisch temperament.
Geschikt voor blonde leucoflegmatische personen met chlorotische toestand ; afkeer van elke vorm van arbeid, gemakkelijk vermoeid ; bijzondere zintuigen verzwakt of met opgeheven functies.
Patiënt bleek, chlorotisch, met gestoorde menstruatiefunctie, gepaard gaand met duizeligheid en hoofdpijn.
Meisje, æt. 3, levendig van aard ; strabismus.
Joods meisje, æt. 16, levendige aard ; onderdrukking van de menstruatie.
Jonge dame, æt. 18 ; pijn in scrobiculum cordis en braken.
Meisje, æt. 18, menstruatie nog niet op gang gekomen, slecht ontwikkeld ; hoofdpijn.
Meisje, æt. 20, blond, menstrueert sinds het 16e jaar, kreeg op haar 17e chlorose, sinds die tijd zijn de menstruaties zeer schaars geweest, hoewel regelmatig ; hoofdpijn, hartkloppingen.
Vrouw, æt. 30 ; amblyopie.
Jonge vrouw, æt. 24, blond, bleek, tere huid, menstrueert sinds het 19e jaar ; twee jaar geleden tijdens de menstruatie doorweekt geraakt (door regen), waarna de menstruatie gedurende 10 maanden uitbleef ; in de 11e maand, na gebruik van huismiddelen, trad de menstruatie op ; dysmenorroe.
Meisje, æt. 28, blond, chlorotisch ; uitblijven van de menstruatie gedurende tien maanden.
Man, æt. 35, lijdend sinds jaren ; verschillende mineraalwaters gebruikt, op advies van allopathische artsen, zonder baat ; enteralgie.
Man, æt. 40 ; enteralgie.
Koetsier, æt. 40, sterk en gezond ; diplopie.
Mevrouw ---, æt. 44, tamelijk groot gebouwd, was in vroegere jaren gezond en heeft altijd hard gewerkt ; overmatige menstruatie.
Mevrouw B., æt. 51, sterke, gezonde Ierse vrouw ; geestesstoornis tijdens het climacterium.
Vrouw, æt. 60, na tien jaar vruchteloos gebruik van verschillende middelen ; coryza ; malaise.
Zwakke oude man, met bleek, herpetisch gelaat en rode neus ; enteralgie.
RELATIES [48]
Tegengif door : Camphor, Coffea, Pulsat .
Vergelijk : Pulsat ., dat de naaste analogon is ; Ferrum en Cinchona zijn gelijkend bij chlorose ; Crocus en Thuja hebben evenals dit middel het gevoel alsof er iets levends in de buik is ; Ammon. mur . gelijkt op dit middel bij menstruatie, < 's nachts ; Cocc. cact . heeft leucorroe, < zittend, > lopend ; Cyclamen . menstruatie, < zittend, > lopend ; Rhus tox . gelijkt bij enteralgie ; Gelsem . en Senega bij diplopie ; Arnica bij gevolgen van vallen ; Baryt. carb., Calc., Canthar , bij koude rillingen en koorts.