Cuprum Metallicum
van Constantine Hering — De leidende symptomen van onze Materia Medica
Uitgesproken vermindering van het geheugen. θ Scarlatina.
Zwakte van het geheugen, evenals van de cerebrale functies in het algemeen ; bij het spreken moet hij vaak naar het juiste woord zoeken.
Delier, zelfs verlamming van de hersenen, met verschijnselen van collaps.
Onsamenhangend ijlend spreken.
Delier : angstig voor iedereen die hem nadert, voor hen terugdeinzend ; tracht te ontsnappen ; 's avonds en in het donker.
Krankzinnigheid ; aanvallen met woeste kwaadaardigheid, met trotse houding, nu en dan onderbroken door clonische spasmen.
Aanvallen van razernij, wil de omstanders bijten.
Manie, gekenmerkt door een wilde blik en vrees ; tracht te ontsnappen.
Plotseling aangegrepen door convulsies, met bijten ; na de aanval kwaadaardig tegenover de verpleegster, bijt en slaat en doet alles om haar te ergeren, deed haar ontlasting op de vloer.
Manie met bijten, slaan en dingen aan stukken scheuren ; krankzinnige dwaze gebaren van imitatie en nabootsing ; vol krankzinnige hatelijke streken, waanbeelden van de verbeelding, herkent zijn eigen familie niet ; ongelukkig, bevreesd, angstig en wanhopig ; precordiale angst, bleek, ellendige gelaatsuitdrukking, algemene rillerigheid, niet > door warmte ; aanvallen eindigen in zweet.
Loeit als een kalf tijdens delier ; periodiek uitstoten van schelle kreten.
Jammerende, trillende stem en wijze van doen.
Krampachtig lachen.
Lachen ; grimassen ; exaltatie en extasen ; melancholie en vrees voor gezelschap. θ Periodieke chorea.
Heftig huilen, angst, potsierlijke gesticulaties en verlangen zich te verbergen. θ Chorea.
Mijdt iedereen ; kan er 's avonds niet toe worden gebracht onder de mensen te gaan ; 's nachts zeer onrustig. θ Astma.
Afwisseling van vrolijkheid en neerslachtigheid, vóór de aanval. θ Kinkhoest.
Onoverwinnelijke droefheid, voortdurende onrust, alsof een of ander ongeluk naderde ; vreest zijn verstand te verliezen.
Droefheid tijdens het lopen in de open lucht, moet stil blijven staan of gaan zitten.
Het kind is bang voor vreemden tijdens de tanddoorbraak.
Angstig voor en terugdeinzend voor iedereen die hem nadert ; bang om te vallen ; klampt zich stevig vast aan de verpleegster ; wil niet in bed blijven, maar op schoot ; bij bewustzijn, herkent mensen ; tong schiet met grote snelheid naar voren en terug, als die van een slang. θ Catarrale of exanthematische koortsen ; roodvonk zonder uitslag ; tijdens de dentitie.
Ongewone snelheid en levendigheid van onjuiste denkbeelden, het ene snel op het andere volgend, alle van angstige aard ; starende blik, op voorwerpen gefixeerd ; pols snel, ongelijk ; overvloedig verzwakkend zweet ; schuchtere, verlegen vrouw, achtste dag na de bevalling.
Aanvallen van angst ; vol vrees.
Aanvallen voorafgegaan door grote angst. θ Kinkhoest.
Aanvallen van doodsangst zonder hitte.
Neerslachtigheid ; angst ; aanvallen van zielsangst en doodsvrees.
Onrustig heen en weer werpen en voortdurende onrust.
Prikkelbaar en wisselvallig, nu eens zacht en gevoelig, dan weer zeer tegendraads. θ Chorea.
Wisselende stemming ; kinderen humeurig en prikkelbaar, of onverschillig en suf, bij hersenaandoeningen.
Mentale en lichamelijke uitputting, door overmatige inspanning van de geest of slaapgebrek ; pols zwak, enigszins frequent, ongelijk ; huid vochtig, voeten gewoonlijk koud ; aanvallen van onoverwinnelijke angst ; hoofd duizelig en inwendig pijnlijk, gevoel alsof hij zijn zinnen zou verliezen ; slaap vol dromen, onrustig, niet verkwikkend.
Onrustig heen en weer werpen.
SENSORIUM [2]
Diepe sopor, met trekkingen en schokken van de ledematen.
Volledig verlies van bewustzijn. θ Spasmen.
Duizeligheid : bij omhoogkijken, met wazig zien, alsof er een sluier voor de ogen was ; hevig en aanhoudend, > na een stoelgang ; met stupor ; wankelend ; duizeligheid in het hoofd, kan niet rechtop in bed zitten ; met vermoeidheid.
Duizeligheid bij oude mensen en lichte apoplectische aanvallen.
Tijdens het zitten legt hij plotseling het hoofd op het kussen van de sofa, schudt het hoofd zachtjes van de ene naar de andere kant, ongeveer zestigmaal per minuut ; ogen gesloten ; uitdrukking van het gezicht aangenaam ; trekkingen van de oogleden met krampachtig rollen van de oogbollen. θ Epilepsie.
Braken van een waterachtige vloeistof uit de maag, koliek en spasmen ; warmte in het voorhoofd ; hevige dorst ; koud water voorkomt het braken tijdelijk, maar niet een kwellende hik die zeker scheen uit te lopen op een convulsie, waarna het kind vierentwintig uur in een comateuze toestand lag ; de warmte van het hoofd is zeer groot, en terwijl het kind in een diepe sopor lag, waren er trekkingen en schokken van de ledematen, koude handen en blauwheid van de vingers. θ Cerebrale meningitis.
HOOFD, INWENDIG [3]
Pijn in het hoofd, dat hol aanvoelt.
Hevige pijn in het voorhoofd, < boven het linkeroog ; gevoel van druk boven het linkeroog en aan de neuswortel ; de neus lijkt verstopt, toch is er coryza-afscheiding ; verlies van reuk, smaak onvolkomen ; zwaar gevoel in het hoofd alsof de hersenen uit het voorhoofd zouden worden gedrukt, met hevige, bijna ondraaglijke hoofdpijn, < aan de linkerzijde en door beweging, > bij liggen ; zij denkt dat zich een abces in de hersenen vormt en dat de pijn haar krankzinnig zal maken. θ Catarre van de voorhoofdsholte.
Hevige, folterende hoofdpijn, met duidelijke tussenpozen, in aanvallen, lancinerende pijnen, nu eens in het voorhoofd, dan weer in de slaap of het achterhoofd, < door de geringste druk.
Hoofdpijn onder het os frontis, alsof het hoofd uiteen zou scheuren.
(Bij zieken :) Pijnlijk scheurend gevoel in het voorste deel van het hoofd, met een gevoel van naar buiten drukken ; grote sufheid en stompzinnigheid ; < bij aanraking.
Stekende pijnen in de slapen, met roodheid van de ogen.
Beurse pijn in de hersenen en in de orbita bij het draaien van het oog.
Kruipend gevoel in de kruin.
Vreemde tintelende pijn in de kruin ; menstruatie blijft uit.
Hevige doffe hoofdpijn boven de glabella.
Hevige continue hoofdpijn, periodiek vermeerderd, met een gevoel alsof koud water over het hoofd werd gegoten ; koude handen en voeten wanneer de hoofdpijn afneemt.
Chronische hoofdpijn die in de namiddag begint en tot in de nacht aanhoudt ; pijn in de streek van het linker wandbeen, zich uitbreidend naar nek en armen en over de borst, met krampachtige trekkingen, bijna tot convulsies oplopend ; duizeligheid ; misselijkheid ; rillerigheid, en veelvuldige aandrang om te urineren.
Sufheid en zwaar gevoel van het hoofd, met toenemende angst.
Congestie naar de hersenen, met krampachtige bewegingen van de extremiteiten en van de spieren van het gezicht ; ogen omhooggedraaid, star ; halfgesloten oogleden ; pupillen onveranderd, gevoelloos ; huid slap en koel ; pols klein en niet te tellen ; trage, zware inspiratie ; snelle, kreunende expiratie.
Hersenaandoeningen van kinderen, met catarrele koorts, moeilijke dentitie of exanthematische ziekten ; zij kunnen het hoofd niet ophouden.
Na meningitis, extreme zwakte, gebrek aan appetijt, koorts in de avond, zweet in de ochtend, pols draadvormig, huid slap, koud en vochtig.
Apoplexia nervosa ; verlies van bewustzijn ; vertrekking van mond en gezicht, tong gedeeltelijk verlamd en naar één zijde gekromd ; niet in staat te spreken ; verlamming van een of ander lidmaat.
Verergering bij hersenaandoeningen, 's avonds.
Hoofdpijn na epileptische aanvallen.
Verlamming van de hersenen met symptomen van collaps.
Metastase naar de hersenen vanuit andere organen.
HOOFD, UITWENDIG [4]
Kruipend gevoel boven op het hoofd, alsof daar iets bewoog.
Heen en weer werpen van het hoofd.
Stuipen van het hoofd; het hoofd beweegt van de ene zijde naar de andere, wordt naar één zijde getrokken, of valt voorover; < of opnieuw opgewekt door aanraking. θ Hydrocefalus.
Kinderen kunnen het hoofd niet omhoog houden. θ Hersenaandoeningen. θ Kinkhoest.
Purperrode zwelling van het hoofd; gezicht purperrood en lippen blauw; stuipen en trekkingen in de ledematen; < bij aanraken, waardoor de zwelling pijnlijk wordt.
GEZICHT EN OGEN [5]
Ogen: dof; star en starend; uitpuilend, glinsterend; omhooggedraaid; glansloos; ingevallen, met blauwe ringen; voelen zich zo zwak aan dat zij zich sluiten.
Onbeweeglijkheid van de pupillen.
Drukkende pijn in de ogen.
Beurse pijn in de oogkassen bij het bewegen van de ogen.
Hevige jeuk in de ogen tegen de avond.
Ogen rood, ontstoken. θ Epilepsie.
Oogbollen rood, bewegen als een slinger van links naar rechts.
Snelle draaiing van de oogbollen, met gesloten oogleden; hevige pijn in de oogbollen tijdens de aanvallen.
Veelvuldig trillen van de oogleden van het linkeroog, blefarospasme en fotofobie. θ Astma.
Ontsteking: van het periost en het celweefsel in de orbita; van de traanklieren; vlekken op het hoornvlies.
GEHOOR EN OREN [6]
Veraf klinkend getrommel in het oor waarop hij ligt, 's morgens; verdwijnt bij het opstaan.
Slechthorendheid.
Borende pijn in en achter de oren, drukkende pijn vóór de oren.
Jeuk in het oor.
Zwelling van de uitwendige gehoorgang.
REUK EN NEUS [7]
Verlies van reuk.
Gevoel van sterke bloedstuwing naar de neus.
Aandoening van de voorhoofdsholten, met pijn in het voorhoofd, < boven het l. oog en aan de neuswortel, < door beweging, > bij liggen ; de neus voelt verstopt aan ; toch komt er soms gele en dan weer waterachtige afscheiding ; reuk verdwenen ; smaak onvolkomen.
Neusbloeding ; soms alleen rechts. θ Longontsteking.
Overvloedige, vloeiende coryza.
Verstopping van de neus.
Bovenste gelaatshelft [8]
Expressie: droevig, neerslachtig; lijdend; van uitputting; vol angst.
Krampachtige vertrekking van het gezicht; rollende ogen. θ Epilepsie.
Gezicht: zeer rood, oogleden gesloten en de oogbollen voortdurend draaiend; bleek; grauw, vuil; ingevallen, spits; ijzig koud.
Gezicht rood, gezwollen, bedekt met heet zweet. θ Astma.
Gezicht en lippen blauw.
Wondroos van het gezicht verdwijnt plotseling.
ONDERSTE GEZICHTSHELFT [9]
Vertrekking van mond en ogen; soms risus sardonicus. θ Periodieke chorea.
Mond stevig gesloten; krampachtige samentrekking van de kaak.
Lippen blauw.
Schuim uit de mond.
TANDEN EN TANDVLEES [10]
Scheurende pijn van de tanden naar de slapen.
Moeizame tanddoorbraak, met convulsies.
Tandvlees verzweerd.
Trismus. θ Cholera asiatica.
Smaak, spraak, tong [11]
Smaak: zoet, of zoetig-metaalachtig, koperachtig; bitter.
Plotselinge metaalachtig-zure smaak in de mond, met speekselvloed, vóór de aanval. θ Spasmen.
Al het voedsel smaakt als helder water.
De tong schiet met grote snelheid naar buiten en terug.
Verlamming van de tong, stotteren, gebrekkige spraak.
Tong: rood; droog en ruw, papillen vergroot; wit, gelig of bruin beslagen; trillend. θ Chorea.
Punt van de tong koud.
Chronische glossitis.
MONDHOLTE [12]
Droge mond. θ Hersenaandoeningen.
Verharding van de speekselklier, met of zonder fistel.
Overvloedige speekselvloed ; mercurieel.
Speeksel : zoet, draderig ; schuimig, bij hoest.
GEHEMELTE EN KEEL [13]
Gehemelte rood, fauces en amandelen ontstoken.
Doffe, stekende pijn in de linker amandel, < bij uitwendige aanraking.
Gevoel van vernauwing en acute pijn in de keel.
Gevoel alsof de keel bij het slikken vernauwd is.
Spasmen van de keel, waardoor spreken verhinderd wordt.
Branden in de keel en droogheid, met dorst.
Singultus en spasme van de slokdarm.
Gorgelend geluid van drank die door de slokdarm naar beneden gaat.
APPETIJT, DORST. VERLANGEN, AFKEER [14]
Verlies van eetlust.
Grote dorst naar verkoelende dranken; een slok koud water > hoest en braken.
Verlangen naar warm voedsel en warme dranken; eet haastig.
ETEN EN DRINKEN [15]
Borrelend geluid wanneer drank door de slokdarm naar beneden gaat.
Een slok koud water > hoest, of braken.
Melk veroorzaakt waterbranden.
HIK, OPRISPINGEN, MISSELIJKHEID EN BRAKEN [16]
Hik: gaat vooraf aan braken en spasmen; luidt een astma-aanval in.
Voortdurende oprispingen; gerommel in de buik.
Misselijkheid: opstijgend vanuit de maag naar de keel; overmatig; herhaalde maar vergeefse pogingen tot braken; kokhalzen en het opgeven van slijm.
Misselijkheid en braken na kou te hebben gevat.
Misselijkheid, braken en krampen tijdens de menstruatie, of bij het uitblijven van de menstruatie.
Misselijkheid, braken en trage stoelgang, met hersenaandoeningen.
Hevig kokhalzen bij de stoelgang. θ Dysenterie.
Braken van water met vlokken, met hevige koliek en krampen.
Braken: in stoten van wei-achtige vloeistof; schuimig slijm; gallig; groen; heftig; > door koud water te drinken.
Braken van bloed. θ Gele koorts.
Braken bij de hoest; met convulsies.
Spasmen, voorafgegaan door hevig braken van slijm.
Periodieke aanvallen van braken.
MAAGKUIL EN MAAG [17]
Branden in de epigastrische streek.
Gevoeligheid van het epigastrium; het is pijnlijk bij aanraking; kleding voelt onaangenaam aan.
Doods gevoel van beklemming onder het borstbeen; met pijn achter het zwaardvormig kraakbeen. θ Cholera.
Druk in de maagkuil, < door aanraking of druk;
Misselijkheid, druk in de maag, benauwdheid in de borst, beven van het hart, de armen en de benen, met gevoel van uitputting. θ Cardialgie.
Gevoel alsof een ronde bal onder de ribben heen en weer gaat, met verschillende geluiden, < van vloeibaar voedsel; > van strakke kleding of een windsel om het abdomen, en van rustig liggen.
Gevoel alsof er iets bitters in de maag was.
Knagend en invretend gevoel in de maag.
Hevige druk op de maag, met samentrekkende pijnen met tussenpozen.
Overmatige kwellende pijnen in de maag en de epigastrische streek.
Krampen in maag en borst, krampen die zich omhoog uitstrekken, met hevige diarree.
Spasmen van de maag.
Blauwachtige verkleuring van de maagkuil en de borst tijdens de aanval. θ Epilepsie.
HYPOCHONDRIËN [18]
Trekkende pijn van het linker hypochondrium naar de heup.
Levercirrose ; hepatitis syphilitica.
ABDOMEN EN LENDENEN [19]
Druk in het abdomen als van een steen ; < door aanraking.
Druk op de maag, misselijkheid, oprispingen, gerommel in het abdomen, gevoel alsof een ronde bal onder de ribben heen en weer gaat, met verschillende geluiden ; < van vloeibare voeding, > door strakke kleding of een strak verband rond het abdomen ; slapeloosheid ; > van rustig liggen.
Abdomen gespannen, of samengetrokken, heet en gevoelig bij aanraking.
Dikke buik bij kinderen.
Snijdende pijnen in de navelstreek, alsof een mes tot in de rug werd gestoken, met doordringende kreten.
Snijdende pijnen onder de navel, abdomen pijnlijk bij aanraking, met diarree.
Hevige koliekachtige, snijdende, trekkende pijnen in het abdomen ; de buik ingetrokken ; koliek niet verergerd door druk ; grote angst.
Hevige intermitterende koliek.
Krampen in het abdomen. θ Epilepsie.
Hevige spasmen in het abdomen en de bovenste en onderste ledematen, met doordringende, smartelijke kreten.
Darminvaginatie, met singultus, hevige koliek, fecaloïd braken en hevige smart.
Zweren in de darmen, met knagende, stekende pijn.
Krampachtige bewegingen van de buikspieren.
Liesklier gezwollen.
ONTLASTING EN RECTUM [20]
Ontlasting : waterachtig, met vlokken ; bloederig ; zwart ; waterachtig ; groen ; grijs, bij cholera met vlokkerige bestanddelen, ook massa's van wei-achtige vloeistof ; frequent ; niet zeer overvloedig ; bij pernicieuze wisselkoortsen ; onderdrukt bij algemene hitte.
Pijnlijke groene ontlasting, met hevige snijdende pijnen en tenesmus.
Onwillekeurige dunne ontlasting. θ Eclampsie tijdens de tanddoorbraak.
Diarree : hevig ; overvloedig eruit spuitend ; met veel windafgang ; met krampen.
Zomerklacht bij kinderen, met hersenverschijnselen.
Cholera morbus ; koud zweet, pols 120, frequent kokhalzen, incidenteel braken van een stof lijkend op koffiedik, en frequente ontlasting.
Chronische diarree, vooral bij cachectische personen.
Cholera asiatica, krampachtig stadium ; hevige spasmen, eigenaardige samentrekkingen van vingers en tenen ; pijnlijke druk in de maagkuil, < door aanraking ; hoorbaar gorgelend geluid bij het naar beneden gaan van drank ; samentrekking van de borst vóór het braken.
Veel spierkrampen, of krampen die optreden nadat het braken is opgehouden, in plaats daarvan ; ijzige koudheid, polsloosheid. θ Cholera asiatica.
Van het begin af trekken en spanning in de spieren, lichte krampachtige schokken, of later meer aanhoudende krampen, vooral in de kuiten. θ Cholera asiatica.
Spasmodische kramp met koudheid, angst, dorst, kokhalzen en diarree. θ Cholera asiatica.
Frequent braken en ontlasting van overvloedige massa's wei-achtige vloeistof, met voortdurende pijn in maag en abdomen ; aanhoudende krampen met krampachtige bewegingen van de onderste ledematen ; ogen ingevallen, gezicht klein, neus spits, donkerblauwe kleur van het gezicht, over het hele lichaam blauw, tong koud, aphonie ; hartslag zwak, pols nauwelijks waarneembaar. θ Cholera asiatica.
Pijnlijke spiertrekkingen en lichte spelende bewegingen van de spieren ; trismus ; pijnlijke samentrekking van de borst ; pijnlijke krampen van de kuiten ; pijnlijke stuipen van vingers en tenen ; moeilijk, pijnlijk braken ; druk in de maagkuil, < door aanraking ; voortdurende onrust ; doodsangst ; licht delier. θ Cholera asiatica.
Doodsangst zonder hitte, onrustig woelen ; starende, ingevallen ogen ; bleek blauwachtig gezicht, gelaatstrekken veranderd en angstig ; handen koud, koud zweet ; hevige dorst, hik, misselijkheid in het hele abdomen, maar het meest in de maagkuil en opstijgend tot in de keel ; voortdurend, hevig braken > door het drinken van koud water ; aphonie, moeilijke ademhaling ; trekkende, krampachtige of gravende pijn in de kuiten. θ Cholera asiatica.
In het tweede stadium ; krampen, koud zweet, heesheid, blauwe lippen en nagels, dorst, geen urine, koude ledematen, zwakke pols, gezicht en tong koud, huid deegachtig, in plooien. θ Cholera.
In het derde stadium : afscheiding van witachtige vloeistof, dorst hevig : plotselinge kreten met hevige clonische spasmen van de onderste ledematen bij het liggen ; vingers stijf en krom getrokken, ogen ingevallen, met donkere of livide kringen ; huid blauw, leikleurig en onelastisch ; pols onmerkbaar. θ Cholera.
Constipatie, afwisselend met diarree.
Aarsmaden ; spoelwormen ; lintwormen.
URINEWEGEN [21]
Vergeefse aandrang om te urineren, met diarree. θ Zwangerschap.
Frequente aandrang om te urineren. θ Neuralgie in het hoofd.
Moet 's nachts urineren.
Overvloedige lozing van heldere, waterachtige urine tijdens of na een aanval. θ Epilepsie.
Urine : zuur ; strogeel, troebel na staan ; een roodachtig, dun bezinksel kleeft aan het vat ; donkerrood, troebel, met gelig bezinksel ; viskeus, onaangenaam riekend ; bloederig ; schaars of onderdrukt.
Zeer sterke en langzaam voortschrijdende vermagering ; etterende tuberculose van de longen, en duidelijke tekenen van depressie van de hersenen ; zeer grote dorst ; vermeerderde honger ; zoetige smaak in de mond ; vermeerderd urineren, vooral 's nachts ; droge, zeer zeldzame stoelgang ; afname van het seksueel verlangen. θ Diabetes.
Schaarse urine bij hersenaandoeningen.
Uremische convulsies.
Mannelijke geslachtsorganen [22]
Grote nervositeit bij jonge mannen, die voortijdig verouderd zijn en bij een poging tot coïtus krampen in kuiten en voeten krijgen.
Secundaire gonorroe; afscheiding wisselend in hoeveelheid, opening van de urinebuis kleeft dicht.
VROUWELIJKE GESLACHTSORGANEN [23]
Vóór de menstruatie: krampachtige dyspneu; convulsies; hevige hartkloppingen.
Menstruatie te laat; langdurig.
Vóór of tijdens de menstruatie, of na onderdrukking ervan, hevige ondraaglijke krampen in het abdomen, opstijgend tot in de borst, veroorzakend misselijkheid en braken; soms convulsies van de ledematen en doordringende gilkreten.
Frequente epileptische spasmen tijdens de menstruatie.
Menstruatie blijft uit na onderdrukking van voetenzweet.
Torpide chlorose.
ZWANGERSCHAP. BEVALLING. LACTATIE [24]
Hevige en kwellende krampen in de baarmoederstreek, in de maagkuil, vingers en tenen, of hevige algemene spasmen tijdens de zwangerschap.
Spasmen tijdens de bevalling, met hevig braken; opisthotonus, of spreiden van de ledematen en openen van de mond.
Clonische spasmen tijdens de zwangerschap of bevalling, wanneer de aanval in één deel begint, zoals in de vingers of tenen, of in een ledemaat, en zich geleidelijk over het hele lichaam uitbreidt; grote onrust tussen de aanvallen.
Tijdens het kraambed: zuur riekend zweet; gierstuitslag; angst; gemakkelijk verschrikt; zwaar gevoel in het hoofd; gevoeligheid van het abdomen bij druk; brandend gevoel in de onderrug; gevoelloosheid van de armen. De spasmen beginnen met krampen in vingers en tenen; handen en voeten naar buiten gedraaid.
Hevige krampachtige weeën, die met onregelmatige tussenpozen optreden, vaak met hevige krampen in de onderste ledematen, of de krampen kunnen beperkt blijven tot vingers en tenen; grote onrust tussen de pijnen.
Zeer kwellende naweeën, vooral bij vrouwen die veel kinderen hebben gebaard.
Krampende naweeën veroorzaken vaak kramp in de ledematen.
Zwelling en verharding van de mammae.
STEM EN STROTTENHOOFD. LUCHTPIJP EN BRONCHIËN [25]
Spraakloosheid blijft bestaan nadat het bewustzijn is teruggekeerd, na hysterische, epileptische of andere convulsies ; reflexafonie door cerebrale of andere sympathische oorzaken ; krampachtige hoest, of dyspneu, ten gevolge van spasme van het strottenhoofd, het middenrif of de tussenribspieren, met cyanotische verkleuring van lippen, nagels, enz.
Spasme van de glottis, waardoor spreken verhinderd wordt.
Intermitterende afonie bij een beroepszanger.
Aanhoudende heesheid, zodat hij geen woord kan spreken, met verlangen om te gaan liggen.
Heesheid zodra hij droge koude lucht inademt.
Hees huilen, als van een kind.
Samentrekking van het strottenhoofd met hoest.
Hoofd ver achterover op het kussen geworpen ; mond wijd open ; wangen donkerrood, bijna purper ; ogen gedeeltelijk gesloten ; luchtpijp hard als been en bijna op gelijke hoogte met de kin ; ademhaling kraaiend en zeer moeilijk ; handen en voeten verkrampt en stijf, maar niet koud ; iedere poging om te slikken doet de spasmen van de glottis toenemen. θ Spasme van het strottenhoofd.
Kroep, talrijke gevallen.
ADEMHALING [26]
Zuchten; van de ene zijde op de andere rollen; met tussenpozen proberen diep in te ademen.
Ademhaling diep en snurkend, twaalf per minuut.
Ademhaling gehaast en luidruchtig. θ Krampen.
Zeer snelle ademhaling, met reutelen in de bronchiën, alsof die vol slijm zaten.
Fluitende ademhaling, met kinkhoest.
Snelle, reutelende ademhaling, met hoest.
Tussen de aanvallen van kinkhoest, reutelen op de borst.
Voortdurende krampachtige schokkende beweging van het middenrif, waardoor de ademhaling kort wordt; spieren van borst en abdomen voortdurend in beweging, als na snel hardlopen; spreekt als iemand die buiten adem is, < door beweging; > bij liggen.
Moeilijke, moeizame ademhaling; veel slijmreutelen.
Dyspneu; korte, oppervlakkige, snelle ademhalingen, < door hoesten, lachen, het bovenlichaam achterover te buigen, snel lopen of het inademen van prikkelende dampen.
Bij poging diep adem te halen, hoest met fluitende ademhaling; dyspneu in krampachtige aanvallen, bijna verstikkend. θ Astma.
Dyspneu zo hevig dat hij geen zakdoek voor het gezicht kan verdragen.
Krampachtige dyspneu na schrik of ergernis.
Asthma Millari; hevige aanvallen, zonder enige hoest, bij kinderen.
Hevige astmatische aanvallen komen plotseling op en houden plotseling op; tijdens de aanvallen grote dyspneu, patiënt zit in gebogen houding; luid piepende ademhaling; kan niet luider dan fluisterend spreken; donkerrood gezicht; ogen rood en uitpuilend; beven van de ledematen; overvloedig zweet; aanvallen vooral < door lang aanhoudend tegen de wind in lopen.
Snelle, angstige ademhaling; samentrekking van de spieren in de hypochondrische streek tijdens de inademing; diep in de borst slijmreutelen; grote onrust, werpt zich in bed heen en weer; gezicht blauw; ogen wijd open; strottenhoofd omhooggetrokken; drukt de handen heftig tegen het bed; zichtbare krampen van de ademhalingsspieren; overwegend abdominale ademhaling; moeilijke, holle, hese hoest, soms met een fluitend of metaalachtig klinkend geluid; handen koud; koud zweet op het voorhoofd; krampachtige, kleine en zeer frequente pols; aanvallen gevolgd door grote uitputting. θ Asthma Millari.
Beginnende verlamming van de longen; te herkennen aan plotselinge ademhalingsmoeilijkheid, gevolgd door grote uitputting.
HOEST [27]
Hoest met onderbroken, bijna onderdrukte ademhaling.
Door de hoest neemt de dyspneu toe.
Droge, verstikkende hoest, met kokhalzen, < 's nachts, laat geen slaap toe.
Hoest bij kinderen; dreigt te verstikken.
Bij elke hoestbui hoest het kind zich in een aanval; het ziet eruit alsof het dood is.
Hoest, met regelmatige inademing, maar zuchtende uitademing.
Hoest, < 's nachts, met gevoel van grote droogheid in de maagstreek.
Klank bij het hoesten alsof de hoest in de maag weergalmt.
Vermoeiende hoest met uitblazen van bloed uit de neus.
Beven na het hoesten.
Metastatische hoest, met het kenmerkende geluid van kroep.
Nerveuze en krampachtige hoest.
Droge hoest bij mazelen.
Moeilijke expectoratie, met hoest.
Bloed bij het hoesten, donker, met slijm vermengd.
Hoest droog in de avond, lichte expectoratie in de ochtend; slijm vermengd met donker bloed, van rottige smaak en geur.
Hoest na zeewind.
Hoest: < door het inademen van koude lucht; diep ademhalen; lachen; na het eten van vast voedsel; bij achteroverbuigen; bij het uit koude lucht in een warme kamer komen.
Hoest > door het drinken van koud water.
Vóór de aanvallen grote angst; aanvallen worden uitgelokt door het eten van vast voedsel; zij braken vooral vast voedsel. θ Kinkhoest.
Drie aanvallen in snelle opeenvolging, meest 's nachts, met verlies van adem. θ Kinkhoest.
Aanval uitgelokt door slijm in het strottenhoofd, of een gevoel van kramp in de keelholte. θ Kinkhoest.
Kinkhoest, in lange aanvallen, ononderbroken totdat de adem weg is.
Hevige aanvallen, met geheel verlies van adem, lichte trekkingen, starheid; herstellen enige tijd niet; tussen de aanvallen hoorbaar reutelen van slijm in de borst. θ Kinkhoest.
Kinkhoest in de meest kwaadaardige vorm, > door het doorslikken van koud water.
Kinderen worden stijf, de ademhaling houdt op, krampachtige trekkingen; na enige tijd keert het bewustzijn terug, zij braken en herstellen slechts langzaam. θ Kinkhoest.
Het kind heeft bij elke kinkhoestbui een volledig cataleptisch spasme.
Stadium nervosum van pertussis, elke aanval eindigt in convulsies.
Rottig slijm. θ Kinkhoest.
Pertussis, wanneer op elke hoestbui braken volgt.
Krampachtig opwerpen van taai, gelatineus slijm tijdens de aanvallen; daarna voortdurend reutelen op de borst; convulsies van de buigspieren. θ Pertussis.
INWENDIGE BORST EN LONGEN [28]
Krampachtige insnoering van de borst, waardoor de ademhaling wordt belemmerd en spreken onmogelijk wordt; na schrik of boosheid.
Krampachtige samentrekking van de borst; na drinken; vóór het braken, bij cholera Asiatica; met aandrang om te urineren; met hoest.
Misselijkheid, druk op de maag en angstige samentrekking van de borst; hartbeven; beven van armen en voeten; kan niet lopen; grote zwakte; veranderde gelaatsuitdrukking en bleekheid van het gezicht.
Pijn achter het zwaardvormig kraakbeen, met een doods gevoel; aanvallen van dyspneu tot verstikking, koud gezicht, blauwe lippen, kou over het hele lichaam.
Schietende pijn in de zijden van de borst, moet het uitschreeuwen.
Gevoel van bloedaandrang naar de borst.
Hevige hartkloppingen en langzame, kleine, zwakke pols. θ Verlamming na cholera, beroerte, enz.
Slijmreutelen, diep in de borst. θ Asthma Millari.
Lobulaire pneumonie, wanneer abcesvorming dreigt; beginnende verlamming van de longen, blijkend uit een plotselinge ademhalingsmoeilijkheid, gevolgd door grote prostratie; complicatie met kinkhoest; gezicht aardkleurig, smoezelig, blauwachtig; gehemelte rood; zuur riekend zweet; diarree.
Epidemische pneumonie; na een paar dagen droge hoest of diarree, óf steken, meestal in de linkerzijde van de borst, óf een druk achter het borstbeen, óf geen van beide, maar bij auscultatie bronchitische verschijnselen, met hoofdpijn, koorts of grote prostratie; kan niet diep inademen, de schietende pijn verhindert dit; in sommige gevallen dyspneu, plotseling verstikkingsgevoel, moet rechtop zitten, met een bleek, ingevallen gezicht.
HART, POLS EN BLOEDSOMLOOP [29]
Angstig gevoel om het hart.
Borende pijn in de hartstreek ; steken eronder.
Hartkloppingen en spasmen van het hart.
Gestoorde innervatie van het hart ; nerveuze hartkloppingen met blauwheid van het gezicht, dyspneu ; plotselinge dood dreigt.
Aanvallen bij opwinding of wanneer zij zich opwindt ; doods gevoel met pijn achter het zwaardvormig kraakbeen ; koud gezicht, blauwe lippen, koude over het gehele lichaam ; plotselinge aanval van dyspneu tot verstikking toe. θ Angina pectoris.
Misselijkheid, druk in de maag, angstige beklemming van de borst, beven van het hart ; ook beven in handen en voeten, zodat zij niet kan lopen ; grote matheid ; bleekheid van het gezicht met veranderde uitdrukking ; constipatie ; geest en slaap verstoord ; grote nervositeit. θ Hartaandoening.
Angina pectoris, aanvallen die optreden door opwinding en inspanning ; trage pols.
Pols over het algemeen klein, bijna niet waarneembaar, zwak en zeer langzaam ; minder vaak vol, hard en versneld.
Pols zeer veranderlijk ; draadvormig, gespannen ; klein, hard en matig frequent ; prikkelbaar bij aandoeningen van de hersenen.
Pols draadvormig, gespannen, 100 per minuut. θ Mazelen, met pneumonische symptomen.
Pols snel, klein. θ Roodvonk.
Een sterke pols en een wilde blik.
BORSTWAND [30]
Borst en epigastrische streek worden blauw. θ Epilepsie.
NEK EN RUG [31]
Kloppen van de halsslagaders. θ Spasmen.
Klieren van de nek verhard.
Verlamming van de spieren van de rug tot aan de nek; ook van de ledematen; de onderste ledematen oedemateus, maar met behoud van gevoeligheid.
Hyperesthesie en grote gevoeligheid van de wervelkolom vanaf de zesde halswervel tot aan de lendenen; de geringste aanraking ondraaglijk; scheurende, rukkende pijnen in de ledematen.
Brede steken alsof met een mes, onder het linker schouderblad, nabij de wervelkolom, onafhankelijk van de ademhaling.
Lancinerende pijn in de lendenen in dwarse richting.
Brandende, scheurende pijn in de lendenen.
Stijf, mank gevoel in rug en lumbale streek.
Rugpijn ter hoogte van de bovenkant van het sacrum; krampende pijn en spasme in de hartstreek; het hoofd bezorgt hem zeer veel last.
BOVENSTE LEDEMATEN [32]
Ankylose van het schoudergewricht.
Na oververmoeiing en mentale angst, trekkingen in de vingers, zich uitbreidend naar handen, armen en lichaam, tot aan het middenrif ; het bovenste deel van het lichaam en de armen werden aangedaan door een remitterend krampachtig schudden ; rood gelaat, heet hoofd ; afwisselend lachen en huilen, eindigend in overvloedig zweet ; aanvallen uitgelokt door lachen, spreken of enige opwindende emotie ; op geen enkel moment breidden het krampachtige schudden of beven zich uit beneden de taille.
Schoktrekkingen van armen en handen.
De linkerarm schokte krampachtig alsof door een elektrische schok.
Trekkende pijnen in beide armen. θ Hoofdpijn.
Trekkend gevoel in de linkerarm, de arm wordt onwillekeurig dicht tegen het lichaam getrokken ; formicatie en scheurende pijn in de rechterhand. θ Epilepsie.
Gevoel in de rechterarm en voorarm alsof verschillende delen werden samengesnoerd en alsof er een sterke toename in omvang was, zodat deze hem soms groter leek dan zijn hele lichaam en zijn bewegingen niet volledig onder controle van de wil stonden.
Gevoelloosheid en lamheid van armen en handen.
Ontsteking van de lymfevaten van de hand tot aan de schouder, met zwelling van de hand.
Dauwworm in de elleboogsplooi, met gele korsten ; hevige jeuk, vooral 's avonds.
Veelvuldig inslapen van de handen, beklemming op de borst en hartkloppingen. θ Ruggenmergirritatie.
Kan niets in de hand houden, de voorwerpen vallen op de grond.
Grijpt met de handen naar de lucht, niet in staat te spreken of te slikken. θ Astma.
Aanhoudend beven en schudden van de rechterhand.
Koude handen en blauwachtig aanzien van de vingers.
Trekkingen in handen en vingers.
Stekende, scheurende of trekkende pijnen in de bovenste ledematen.
Verstijfde en ontstoken handen en vingers.
Pijn in de middelvinger alsof deze met een naald werd geprikt, de volgende dag gevolgd door schoktrekkingen van de vinger, die zich spoedig uitbreidden naar alle vingers, eerst naar de ene arm en dan naar de andere, en ten slotte, nog vóór acht weken verstreken waren, was er geen spier in het lichaam die niet af en toe onwillekeurig schokte. θ Chorea minor.
Vingers alsof dood. θ Cholera.
Kleine blaasjes op de vingertoppen, waaruit waterachtige vloeistof sijpelt.
Tinea op de punt van de rechterelleboog, en korsten in de plooi van de linker.
ONDERSTE LEDEMATEN [33]
Verlamming van de onderste ledematen. θ Psoasabces.
Hevige krampen in benen en voeten.
Spiertrekkingen in de onderste ledematen, waardoor deze naar achteren worden getrokken.
Mankheid van de onderste ledematen, met samentrekking van de spieren.
Grote zwakte van de benen, de knieën knikken weg.
Zwakte van de knieën, met pijnlijk trekkend gevoel bij lopen en staan, wat zeer moeilijk is; de knieën knikken weg.
Vaak onwillekeurig dubbelknikken van de knieën tijdens het lopen, waardoor hij op de grond valt; met jammerende, bevende stem en houding.
Zwakte in het kniegewricht, pijn alsof het gebroken was.
Spasmen en krampen in de kuiten.
Trekkende en gravende pijn in de kuit.
Spieren van de kuit samengetrokken in knopen; krampachtige spiertrekkingen van vingers en tenen; krampende, koliekachtige pijnen; geen braken of diarree. θ Cholera.
Kramp in het been, van de enkel omhoog naar de kuit.
Pijnlijk zwaar gevoel in de enkel.
Kind trekt de voeten krampachtig omhoog en achterwaarts naar de billen. θ Convulsies.
IJzige koudheid van de voeten, of branden in de voetzolen; onderdrukt voetzweet, of zweet van de voeten.
LEDEMATEN IN HET ALGEMEEN [34]
Ernstige krampen in de spieren van de ledematen, waardoor zij het uitschreeuwt van pijn; de buigspieren sterk samengetrokken, zij verbeeldt zich elk ogenblik dat de gewrichten zullen breken; ledematen heet en zeer gevoelig voor aanraking.
Krampen in ledematen, vingers en tenen.
Zwakte en vermoeidheid van de ledematen.
Koudheid van ledematen en handen, blauwachtige verkleuring van de vingers; lage temperatuur, prostratie.
Samentrekking van gewrichten, vooral van de knieën.
Trekken en schokken van armen en benen. θ Spasmen.
(Bij zieken :) Jeuk en scheurende pijnen in de ledematen en rugspieren, nauwelijks te verdragen.
Tinteling in de extremiteiten; trekken en schokken van de ledematen.
Eigenaardige samentrekkingen van vingers en tenen. θ Cholera.
Stuipen, beginnend met krampen in de onderste extremiteiten en met het intrekken van vingers en tenen, wild heen en weer werpen van de ledematen, schuim voor de mond en verstikking in de keel.
Mankheid, slepen met het linkerbeen; trekken van de linkerarm; onvolkomen spraak, bevende tong; onvermogen iets te grijpen en vast te houden. θ Chorea.
RUST. HOUDING. BEWEGING [35]
Liggen : hoofdpijn > ; gebons in het oor waarop hij ligt ; pijn in het voorhoofd > ; gevoel alsof er onder de ribben een bal heen en weer gaat > ; krampachtige schokken van het middenrif > ; spiertrekkingen >.
Zitten : droefheid tijdens het lopen dwingt tot zitten ; plotselinge aanval van epilepsie.
Staan : droefheid tijdens het lopen dwingt stil te staan ; pijnlijke trekkende pijn in de knieën.
Zitten in gebogen houding : tijdens een astmatische aanval.
Beweging : hoofdpijn < ; pijn in het voorhoofd < ; krampachtige schokken van het middenrif < ; spiertrekkingen in de armen en het bovenste deel van het lichaam worden opgewekt.
Bij het openen van de ogen : de oogbollen bewegen heen en weer.
Bij het bewegen van de ogen : pijn in de oogkas.
Omhoogkijken : duizeligheid, met vertroebeling van het zien.
Bij het gaan liggen : plotselinge kreten, clonische spasmen van de onderste ledematen.
Rechtop gaan zitten : duizeligheid van het hoofd in bed verhindert dit ; plotselinge verstikking dwingt ertoe.
Opstaan : gebons in het oor >.
Achteroverbuigen : dyspneu < ; hoest <.
Lopen : droefheid tijdens het lopen ; dyspneu < bij snel lopen ; astma < ; pijnlijke trekkende pijn in de knieën ; onwillekeurig door de knieën zakken.
Inspanning : angina pectoris treedt op.
ZENUWEN [36]
Zintuigen minder scherp, bij cholera.
Rusteloos heen en weer woelen en voortdurende onrust.
Zenuwachtig beven, met zeer grote scherpte en gevoeligheid van alle zintuigen.
Lang aanhoudende vermoeidheid.
Grote spierzwakte en verslapping van het lichaam.
Grote uitputting, met nerveuze prikkelbaarheid, voortdurende onrust die uit bed drijft.
Spiertrekkingen, rukken of opschrikken tijdens de slaap.
Opschrikken, tandenknarsen, bij hersenaandoeningen.
Trekkingen van de ledematen, gevolgd door bewusteloosheid.
Trekkingen en rukken, die in de vingers beginnen ; spasmen treffen vaak slechts één zijde, zijn pijnlijk, breiden zich over het hele lichaam uit. θ Chorea.
Periodieke chorea, musculaire verdraaiingen, met lachen, grimassen, exaltatie en extasen ; onregelmatige bewegingen die in vingers en tenen beginnen ; trekkingen, vaak tot één zijde beperkt ; > in liggende houding.
Onwillekeurige bewegingen van linkerarm en -been ten gevolge van schrik, die zich uiteindelijk tot chorea ontwikkelen, zodat zij de ledematen in wakende toestand niet stil kan houden ; de beheersing over de tong gaat verloren, en lange tijd blijft de spraak afwezig.
Sint-Vitusdans bij een meisje van 7 jaar, na het zien van een kind in convulsies ; de aanval begint met schietende en brandende pijn in de linkerarm ; de arm is in convulsie, wordt heen en weer geslingerd, zodat het hele lichaam moet volgen ; afschuwelijke vertrekking van ogen en gelaat ; hals naar de rechterschouder getrokken ; gelaat rood, zwetend ; koorts en dorst ; eindigt met spotten, onder de tafel kruipen, prikkelbaarheid, omslaand van een zachte, sentimentele stemming tot de hardnekkigste koppigheid.
Chorea, of andere clonische spasmen, tijdens de zwangerschap, wanneer de aanvallen in één deel beginnen - de vingers of een ledemaat - en zich geleidelijk uitbreiden totdat het hele gestel erbij betrokken is.
Gelaat doodsbleek ; lippen cyanotisch ; ademhaling als het ware alleen door vrijwillige inspanningen ; afwisselend, telkens wanneer de borst zich hief, van de rechterzijde op de rug rollend, van de rug weer op de rechterzijde ; pols draadvormig, gespannen, 120 per minuut.
Spasmodische aandoeningen in het algemeen ; kinkhoest waarbij de aanvallen in catalepsie overgaan ; epilepsie ; spasmen, vooral wanneer zij in vingers en tenen beginnen en zich dan over het hele lichaam uitbreiden ; clonische spasmen.
Spasmen, voorafgegaan door hevig braken van slijm ; na de spasme schreeuwt het kind, draait en kronkelt totdat er weer een optreedt ; alle klachten schijnen geneigd zich naar de hersenen te verplaatsen en dat orgaan met verlamming of waterzucht te bedreigen.
Spasmen met blauw gelaat en de duimen in de handpalmen geklemd.
Spasmen treden in paroxysmen op, gegroepeerd met andere symptomen die altijd samen met deze paroxysmen verschijnen. θ Chorea.
Vóór het uitbreken voelt zij plotseling een metaalachtig-zure smaak in de mond, met speekselvloed ; dofheid en zwaar gevoel van het hoofd, en toenemende angst die haar naar bed drijft ; het gelaat wordt rood ; de carotiden kloppen ; de rood geworden oogbollen raken verwrongen ; keel en borst voelen vernauwd ; zij kan niet spreken ; de ademhaling is gehaast en luidruchtig, armen en benen rukken ; vooral de linkerarm wordt krampachtig gerukt als door een elektrische schok ; totaal verlies van bewustzijn ; de aanval duurt twintig tot vijfentwintig minuten ; het lichaam breekt uit in zweet met een onaangename geur ; de urine loopt onwillekeurig af ; geleidelijk wordt de pols langzamer, en het kreunende kind valt in een comateuze slaap, waaruit het ontwaakt met dofheid van het hoofd, traag herinneringsvermogen en overmatige uitputting ; spasmen om de veertien dagen. θ Spasmen door schrik na een operatie.
Spasmen na ergernis of schrik.
Stijfheid van het hele lichaam ; soms is het lichaam voorovergebogen.
Spasmen door metastase van andere organen naar de hersenen.
Tonische spasmen, die de patiënt met zulk een heftigheid door het bed slingeren dat verscheidene personen haar moeten vasthouden, soms is het lichaam achterover gebogen als een boog ; bewusteloosheid ; voortdurend sijpelen van speeksel uit de mond ; constipatie ; vaak spaarzame, troebele urine.
Bij anemische toestanden ; schelle kreten tijdens de aanval ; slaperige en suffe toestand in de tussenpozen, met misselijkheid en braken van slijm ; opgeblazen abdomen, met onwillekeurige, dunne ontlastingen uit de darmen ; ook wanneer het kind door huilen buiten adem raakt en zijn voeten krampachtig omhoog en achterwaarts naar de billen trekt. θ Convulsies van kinderen.
Algemene convulsies, met aanhoudend braken en hevige koliek, uremische eclampsie met spraakzaam delier, gevolgd door apathie, tong en adem koud ; gelaat vertrokken, vaak rood ; ogen uitpuilend, starend ; lange, schelle kreten ; ten slotte uitputting, zweet, torpor en ophouden van de convulsies.
Eclampsie bij kinderen, tijdens het tanden krijgen ; heftige spasmen, gelijkend op epilepsie ; rood gelaat ; hoofd en gelaat opgezet ; schelle kreten vóór de aanval ; misselijkheid, hevig kokhalzen met braken van slijm ; lethargie ; draaien, woelen, gillen ; buik opgezet en hard ; onwillekeurige dunne stoelgangen ; soms krampachtige trekkingen van de ledematen, gevolgd door bewusteloosheid.
Het kind ligt op de buik en steekt de billen krampachtig omhoog.
Convulsies met bijten.
Epileptische convulsies : beven, wankelen en bewusteloos neervallen, zonder een gil ; voorafgegaan door trekkend gevoel in l. arm ; aura epileptica ; gevolgd door hoofdpijn ; tijdens de nachtrust ; bij elke nieuwe maan.
Zij wordt plotseling bleek ; verliest het bewustzijn ; de spieren van gelaat en ledematen rukken ; ten slotte verstijft het hele lichaam ; valt soms neer ; twee of drie aanvallen per week θ Epilepsie.
Epileptiforme convulsies ; hij beefde, waggelde en viel bewusteloos neer, zonder te huilen.
Vóór de aanval : misselijkheid, kokhalzen en opgeven van slijm, opgeblazen abdomen, trekkend gevoel in de linkerarm, de arm wordt onwillekeurig dicht tegen het lichaam getrokken, mierenkruipen en scheurende pijn in de rechterhand, huivering, kippenvel, hartkloppingen, of een plotselinge gil en neervallen, zonder enige voorafgaande verschijnselen.
Tijdens de aanval : vingers worden gevoelloos ; onwillekeurige urinelozing ; blauwachtige verkleuring van maagkuil en borst ; borst en hoofd met zweet bedekt.
Na de aanval : huilen ; hoofdpijn ; overvloedige lozing van heldere, waterige urine ; lang aanhoudend beven en schudden van de rechterhand ; slaap.
In de tussenpozen : angst ; neiging om te schrikken ; branden in borst en abdomen, met kouwelijkheid van de rest van het lichaam ; brandende en scheurende pijn in de onderrug ; gevoelloosheid van de armen.
Bij duidelijk idiopathische gevallen van epilepsie, zonder organische laesies ; < rond nieuwe maan ; na geestelijke opwinding ; schrik.
Nachtelijke epilepsie, of wanneer de aanvallen met regelmatige tussenpozen terugkeren (menstruatie), beginnend met een plotselinge gil ; bewusteloosheid ; verlies van gevoeligheid, met op- en voorwaarts werpen van het lichaam ; koude van handen en voeten ; lividiteit van het gelaat ; duimen in de handpalmen geklemd ; verstikkende paroxysmen ; vaak urinelozing ; troebele urine ; doordringend, hevig gillen ; moeizaam begrip of stupor ; convulsies van kinderen tijdens het tanden krijgen of door terugtreding van exanthemen.
Epileptische aanvallen ten gevolge van nat worden ; zij trok zich in bed samen als een bal, begon bij de geringste aanraking te schreeuwen, of vertrok het gelaat alsof van pijn, en probeerde op alle manieren te verhinderen dat men haar pols opnam.
Eén of twee dagen na het ophouden van de menstruatie, 's nachts, bewusteloosheid, kreunen, reutelen in de keel, schuim op de mond, duimen in de handpalmen geklemd, met krampen in het abdomen, verlies van eetlust en een gelig-witte aanslag op de tong. θ Epilepsie na een val op het hoofd.
(Bij zieken :) Opisthotonische spasmen, lichaam boogvormig gekromd, rustend op achterhoofd en hielen.
Tetanus, met achteroverbuigen van het hoofd en urineverlies.
Stijfheid van ledematen en romp ; kaken gesloten, met verlies van bewustzijn, roodheid van de ogen, speekselvloed en frequente urinelozing.
Nerveuze apoplexie, met convulsies, vertrekkingen van het gelaat en spraakverlamming. Atrofie van verlamde delen, met verlamming van de motorische zenuwen, terwijl de sensibiliteit normaal is ; verlamming van de tong ; choreatische beweging.
Na apoplexie, wanneer er congestie in de borst is, sterke hartkloppingen, of een trage, zwakke en kleine pols ; oogleden blijven gesloten en trekken ; bij het openen van de ogen bewegen de oogbollen rond ; verlamming na cholera en tyfus ; verlamming beginnend aan de periferie en voortschrijdend naar het centrum.
Verlamming van de tong, stotteren, gebrekkige spraak ; de verlamde ledematen worden dunner, maar behouden de sensibiliteit ; vaak gecompliceerd met hardnekkige samentrekkingen of chorea-achtige samentrekkingen.
Verlamming, kon alleen hoofd en hals draaien ; voeten gevoelloos, blaas en rectum verlamd.
SLAAP [37]
Veelvuldig geeuwen. θ Diarree.
Slaperig, zonder te kunnen slapen.
Slapeloosheid ; woelen.
Zware slaap, zelfs tot in een comateuze toestand.
Comateuze slaap na braken.
Tijdens de slaap : voortdurend gerommel in het abdomen ; schokken.
Slaap vol dromen.
TIJD [38]
's Morgens : zweet ; gebons in het oor ; lichte expectoratie bij hoest.
's Avonds : delier ; kan er niet toe gebracht worden onder de mensen te gaan ; koorts ; verergering van hersenaandoeningen ; jeuk in de ogen ; hoest droog ; tetter in de elleboogsplooi met hevige jeuk <.
's Nachts : onrustig ; vermeerderd urineren ; hoest < ; drie aanvallen van kinkhoest snel na elkaar ; epileptische convulsies tijdens de slaap.
TEMPERATUUR EN WEER [39]
Warmte : rillerigheid niet > ; verlangen naar warme dranken en voedsel.
Koude lucht : heesheid ; hoest < bij inademen.
Koud water : voorkomt braken ; grote dorst ernaar ; hoest en braken > door een slok ; hoest > door drinken ; kinkhoest >.
Van koude lucht naar een warme kamer : hoest <.
Wind : astma < door lang aanhoudend tegen de wind in lopen ; hoest na zeewind ; hoest < door noordenwind ; hoest < door landwind.
Nat worden : epileptische aanvallen.
KOORTS [40]
Schuddende koude rilling, met ijzige koude en hevige krampen in de extremiteiten, en koud, klam zweet.
Intense koude en blauwheid van het lichaamsoppervlak, met langdurig, algemeen koud zweet en grote uitputting.
Rillerigheid vóór de hoestaanval. θ Kinkhoest.
Rilling over het hele lichaam, het hevigst in de extremiteiten.
Rilling na elke aanval van onwel worden.
IJzige koude van het hele lichaam.
Huid : vochtig en koel, vooral aan de extremiteiten ; droog, brandend heet ; warm, droog en verschrompeld.
Koortsig gevoel, alsof er een koude wind uit de huid naar buiten blies. θ Diarree.
Koude huivering met opwellingen van hitte. θ Hersenaandoeningen.
Ofwel lichte hitte of branderigheid. θ Hersenaandoeningen.
Opwellingen van hitte.
Koorts, met dorst, frequente pols en hitte.
Huid, in het begin droog, brandend heet ; later matig warm, droog en verschrompeld, of vochtig en koel, vooral aan de extremiteiten. θ Longontsteking.
Tyfus, zonder hoge koorts, maar met overmatige zwakte ; ontbinding van het bloed ; neusbloeding en petechiën ; grote uitputting, met nerveuze prikkelbaarheid ; onrustig woelen ; ogen dof, glansloos ; gehoor moeilijk ; verlamming van het hart.
Gele koorts ; aanval van braken, meestal bloedbraken.
Branden in de voetzolen.
Tijdens de aanval, borst en hoofd bedekt met transpiratie ; tijdens het interval, branden in borst en abdomen, met rillerigheid van de rest van het lichaam. θ Epilepsie.
Verzwakkende, uitputtende inwendige hitte.
Koud zweet 's nachts.
Koud zweet op het voorhoofd. θ Hoest.
Zweet, zuur ruikend. θ Convulsies.
Vele aanvallen eindigen in zweet.
Voetzweet ; ook onderdrukt voetzweet.
AANVALLEN, PERIODICITEIT [41]
Plotseling : convulsies ; geschreeuw met clonische spasmen van de onderste ledematen ; astmatische aanvallen ; gevoel van verstikking ; metaalachtig-zure smaak in de mond ; bleekheid ; wegtrekken van de zwelling bij erysipelas van de behaarde hoofdhuid.
Constant : onrust ; draaien van de oogbollen ; oprispingen ; krampen met krampige bewegingen van de onderste ledematen ; gerochel op de borst ; krampachtige schokken van het middenrif ; beweging van de spieren van borst en abdomen ; wegvloeien van speeksel uit de mond ; rommelen in het abdomen tijdens de slaap.
Continu : pijn in maag en abdomen ; hevig braken ; heesheid.
Intermitterend : koliek ; afonie.
Paroxismaal : hoofdpijn.
Periodiek : het uiten van schrille kreten ; chorea ; hoofdpijn ; aanvallen van braken.
Elke vijftien, dertig of zestig minuten : convulsies na de bevalling.
Elke veertien dagen : spasmen.
Twee- of driemaal per week : epileptische aanvallen.
Van twintig tot vijfentwintig minuten : aanval van spasmen.
Beginnend in de namiddag en voortzettend in de nacht : chronische hoofdpijn.
Gedurende vierentwintig uur : coma.
Nieuwe maan : epileptische convulsies.
Chronisch : hoofdpijn ; glossitis ; diarree.
LOKALISATIE EN RICHTING [42]
Rechts : bloeding uit de zijkant van de neus ; mierenkruipen en scheurende pijn in de hand ; gevoel van insnoering in arm en onderarm en van sterke toename in omvang ; beven en schudden van de hand ; nek naar de schouder getrokken.
Links : pijn boven het oog ; druk boven het oog ; hoofdpijn < aan de linkerzijde ; pijn in de streek van het wandbeen ; zich uitstrekkend langs de nek en armen en over de borst ; trekkingen van de oogleden ; pijn in de amandel ; trekkende pijn van het hypochondrium naar de heup ; steken in de zijkant van de borst ; brede steken onder het schouderblad ; krampachtig rukken van de arm ; trekken in de arm, arm dicht tegen het lichaam getrokken ; mankheid en slepen van het been ; trekkingen van de arm ; onwillekeurige bewegingen van arm en been ; schietende en brandende pijn in de arm ; trekken in de arm vóór een epileptische convulsie ; blaren op de voet.
GEWAARWORDINGEN [43]
Alsof er een of ander onheil naderde ; alsof er een sluier voor de ogen hing ; alsof zich een abces in de hersenen vormde ; alsof hij zijn zinnen zou verliezen ; alsof de neus verstopt was ; alsof de hersenen door het voorhoofd naar buiten zouden drukken ; alsof het hoofd uit elkaar gescheurd zou worden ; alsof er koud water over het hoofd werd gegoten ; alsof er iets bewoog boven op het hoofd ; alsof er bloedstuwing naar de neus was ; alsof de keel zich bij het slikken vernauwde ; alsof er een ronde bal onder de ribben heen en weer ging ; alsof er iets bitters in de maag was ; alsof er een steen in het abdomen lag ; alsof er vanuit de navelstreek een mes tot in de rug werd gestoken ; alsof er grote droogheid in de maagkuil was ; alsof er bloedstuwing naar de borst opkwam ; alsof hij zou stikken ; alsof er een beklemming in de r. arm en onderarm was en alsof deze sterk in omvang toenamen ; alsof de r. arm en onderarm groter waren dan het hele lichaam en niet onder de beheersing van de wil stonden ; alsof de middelvinger met een naald werd geprikt ; alsof het kniegewricht gebroken was ; alsof er een koude wind uit de huid naar buiten blies ; alsof de botten zouden breken.
Pijn : in het hoofd ; in het voorhoofd, < boven het linkeroog ; in de streek van het l. wandbeen, zich uitstrekkend langs nek en armen en over de borst ; in de oogbollen ; acuut, in de keel ; achter het zwaardvormig aanhangsel ; kwellend, in de maag en epigastrische streek ; krampachtig in de kuiten ; achter het zwaardvormig aanhangsel, met doods gevoel ; in de middelvinger ; in de botten.
Martelende : hoofdpijn.
Zielsangst : precordiaal.
Snijdend : in de navelstreek ; onder de navel ; in het abdomen ; bij stoelgang.
Scheurende pijn : van de tanden naar de slapen ; in de bovenste ledematen.
Scheuren : in het voorste deel van het hoofd ; in de ledematen ; in de lendenen ; in de rechterhand ; in de ledematen en rugspieren.
Borende pijn : in en achter de oren ; in de hartstreek.
Doorborende pijn : in de linker tonsil.
Schietende pijn : in de zijden van de borst ; de ademhaling verhinderend ; in de linkerarm.
Lancinerend : in het voorhoofd, de slapen of het achterhoofd ; in de lendenen.
Steken : in de slapen ; < in de linkerzijde van de borst ; onder het hart ; breed, als met een mes, onder het linker schouderblad.
Stekend : in de bovenste ledematen.
Stekende pijnen : bij darmulcera.
Rukkende pijnen : in de ledematen ; in ulcera.
Gravende pijn : in de kuiten.
Trekkende pijn : van het linker hypochondrium naar de heup ; in het abdomen ; in de kuiten ; in de armen ; in de linkerarm ; in de knieën.
Beklemming : in de keel ; doods, onder het borstbeen ; in keel en borst.
Samentrekkende pijn in de maag ; in de borst.
Krampachtig : naweeën ; gevoel in de keelholte dat hoest opwekt.
Knijpend : om de hartstreek.
Koliekpijn : in het abdomen.
Knagend : in de maag.
Invretend : gewaarwording, in de maag ; pijn, bij darmulcera.
Beurse pijn : in de hersenen en in de oogkas bij het draaien van het oog.
Branden : in de keel ; in de epigastrische streek ; in de lendenen ; in de voetzolen ; in de linkerarm ; in borst en abdomen ; in het sacrum.
Schokken : in het sacrum.
Drukkende pijn : in de ogen ; vóór de oren.
Druk : boven het linkeroog en aan de neuswortel ; naar buiten toe, in het voorste deel van het hoofd ; in de maagkuil ; in de maag ; in het abdomen ; pijnlijk, in de maagkuil ; op de maag ; achter het borstbeen.
Benauwdheid : van de borst.
Zeurende pijn : boven aan het sacrum.
Doffe pijn : in de linker tonsil.
Dofheid : van het hoofd.
Beklemming : in de borst.
Angstig gevoel : om het hart.
Gevoelloosheid : van de armen ; van de handen.
Tinteling : pijn in de kruin ; in de extremiteiten.
Mierenkruipen : in de rechterhand.
Kruipen : in de kruin ; boven op het hoofd.
Zwaar gevoel : van het hoofd ; pijnlijk, in de enkel.
Lam gevoel : in de rug en de lumbale streek ; in de armen en handen.
Hol gevoel : in het hoofd.
Jeuk : in de ogen ; in het oor ; tetter in de elleboogsplooi ; in de ledematen en rugspieren ; van de huid ; met blaasjesuitslag.
WEEFSELS [44]
Werkt vooral op het spijsverteringskanaal en veroorzaakt symptomen van gastro-intestinale ontsteking, koliek, diarree, braken, enz. Secundair tast het diepgaand de zenuwcentra aan en geeft het aanleiding tot krampachtige aandoeningen, krampen, convulsies en verlamming.
Het voornaamste kenmerk van het middel is dat de symptomen geneigd zijn periodiek en in groepen op te treden.
Bloedbraken. θ Gele koorts.
De spieren zijn als in knopen samengetrokken en blijven zo.
Vermagering.
Pijn in de beenderen, alsof zij zouden breken.
Bevordert ettervorming in zwellingen.
Ontsteking van het losse bindweefsel.
Cariës.
Gangraena senilis van de voet bij een man.
AANRAKING. PASSIEVE BEWEGING. LETSELS [45]
Aanraking : hoofdpijn < door aanraking; stuiptrekkingen van het hoofd < of opnieuw opgewekt door aanraking; zwelling op het hoofd pijnlijk bij aanraking; pijn in de linker tonsil < bij aanraking; epigastrium gevoelig bij aanraking; druk op de maagkuil <; kleding over het epigastrium onaangenaam; druk op het abdomen <; abdomen gevoelig bij aanraking; abdomen pijnlijk bij aanraking; druk op het scrobiculum <; wervelkolom van de zesde halswervel tot aan de onderrug ondraaglijk voor de geringste aanraking; gilt bij de geringste aanraking.
Druk : hoofdpijn < door de geringste druk; druk op de maagkuil <; druk van strakke kleding of een bandage rond het abdomen >; koliek niet < door druk; abdomen gevoelig voor druk.
HUID [46]
Huid overgevoelig, vooral in de streek van de maag en ter hoogte van de vierde en vijfde borstwervels.
Huid: onelastisch; deegachtig; koud.
Ondraaglijke jeuk, zonder eruptie.
Prurigo bij kinderen.
Uitslag op borst en handen.
Uitslag op de derde dag na de bevalling; overvloedig, zuur zweet; angst; opschrikken van alles; hoofd zwaar; druk in de maag; abdomen pijnlijk bij druk; grote dorst; schokken en branden in het sacrum; gevoelloosheid van de armen; convulsies om de 15, 30 of 60 minuten.
Mazelen; brengt de eruptie naar buiten en verlicht de droge hoest snel.
Vlekken op de armen.
Onderdrukking van eruptie, met convulsies, braken of kokhalzen; bleek gezicht en trekkingen van de ledematen.
Waterachtige blaasjes op de toppen van de vingers.
Tetter: zich uitbreidend, vochtend; in de elleboogsplooi, met vorming van gelige korsten.
(Bij zieken:) Vele rode puntjes, met zeer kleine blaasjes; veel jeuk, meestal overdag; op de linkervoet blaren gevuld met etter; bij gevallen van lepra.
Plotseling inzinken van de zwelling, die blauwachtig verkleurt; hevige hersenverschijnselen. θ Erysipelas van behaarde hoofdhuid en gezicht.
Zwartheid van de uitwendige delen; cyanose of morbus ceruleus.
Erupties lijkend op lepra, droge jeuk, mazelen en scarlatina.
Herpes, met gele schilfers.
Harde ontstoken zweren, met schokkende pijn; gevoelige zweren, met roodheid rondom de randen; etter schaars en invretend.
Oude zweren.
Lepra vulgaris.
Ontsteking van de lymfevaten van hand tot schouder, met hevige zwelling van de hand.
LEVENSFASE, CONSTITUTIE [47]
Licht haar.
Komt overeen met de carbo-nitrogenoïde constitutie van Grauvogl.
Meisje, æt. 9 maanden, zwak; asthma Millari.
Een zeer teer kind, ongeveer een jaar oud; asthma Millari.
Kind, æt. 2; cerebrale meningitis.
Jongen, æt. 4, zeer prikkelbaar en gemakkelijk boos te maken, vader gezond en robuust, met neiging tot astma, waaraan de grootvader van de jongen ernstig lijdt; astma.
Jongen, æt 10, klein, zwak, bleek, blond van teint; epilepsie.
Jongen, æt 10, teer, gevoelig, prikkelbaar, ernstig van aard, gemakkelijk tot misselijkheid opgewonden; cholera.
Jongen, æt 10; epilepsie.
Meisje, æt. 10, sedert twee jaar; spasmen door schrik, na operatie voor hazenlip.
Meisje, æt, 10, sedert vijf jaar; epilepsie.
Meisje, æt ; 11, krampen.
Een jonge soldaat; knieën zakken door.
Een jonge soldaat; spasmen na mazelen, met pneumonische verschijnselen.
Meisje, æt ; 13, ileus.
Meisje, æt 15, overigens gezond, nog niet gemenstrueerd, lijdt reeds drie jaar; epilepsie.
Meisje, æt ; 17, epilepsie.
Meisje, æt, 18, teer, met donker haar, bruine ogen en een aangename uitdrukking van het gezicht; spinale irritatie.
Meisje, æt, 19, gezond; menstruatie schaars, maar regelmatig; spasmen.
Juffrouw A., æt. 20; laryngeale spasmen.
Meisje, æt. 20, blond; epilepsie.
Jonge dame, vóór de aanval, menstruatie plotseling onderdrukt doordat zij nat werd; chorea minor.
Meisje, æt. 23, robuust, lijdt sedert vijf jaar; epilepsie.
Dame, op het punt te trouwen, werd zeer nerveus door overwerk en mentale angst; hysterie.
Vrouw, æt. 24, gezet, na de bevalling; convulsies.
Vrouw, 7 jaar getrouwd, kinderloos; neiging tot flauwvallen.
Jonge soldaat aan de Mississippi; mazelen en pneumonische verschijnselen.
Grote, sterke boer; astma.
Vrouw, æt. 33, tamelijk teer en nerveus; dyspnoe.
Dame, æt. 43, lang van gestalte, mager, teer en nerveus, had reeds lange tijd geleden; neuralgie van het hoofd.
Man, æt. 47, klein, levendig van aard; epilepsie.
Vrouw, æt. 48, zwak; krampen.
RELATIES [48]
Tegengegaan door : suiker of eiwit, vermengd met melk en rijkelijk toegediend. Hepar , of kalizeep, kan worden gebruikt na vergiftiging door voedsel dat in koperen kookgerei is bereid. Verergeringen van Cuprum worden verminderd door te ruiken aan een alcoholische oplossing van Kamfer. Dynamische antidota : Bellad ., Chamom., Cinchona, Conium, Cicuta, Dulcam ., Hepar , Ipec, Mercur ., Nux vom .
Het werkt als antidotum voor : Aurum, Mercur, Opium .
Compatibel : na Act. rac., Agaric., Stramon ., bij chronische aandoeningen ; Calc. ostr., Caustic . en Nitrum werken goed na Cuprum bij epilepsie ; Arsen . volgt goed bij cholera en andere aandoeningen ; Veratr . volgt goed bij kinkhoest en cholera.
Complementair : Calc. ostr .
Vergelijk : koperpreparaten in het algemeen ; Calc. ostr., Gelsem . (overwerkte hersenen) ; Cicuta , en Solanaceæ (mentale symptomen) ; Bellad . (ontsteking van de hersenen) ; Silic . (pijn rond het hoofd, beter door zich warm in te wikkelen) ; Nux vom., Phosphor . (braken, diarree) ; Coloc . (koliek) ; Camphor, Secale, Veratr . (cholera, krampen) ; Arnic., Ant. tart., Bryon., Cina, Ipec . (kinkhoest) ; Apis, Zincum (hydrocefalie, of convulsies na onderdrukte exanthemen) ; Plumbum (verlamming) ; Cina (chorea) ; Pulsat . (malarianeuralgie na kinine en ijzer) ; Arsen . (onderdrukking van urine, uremie).