Carbo Animalis
van Constantine Hering — De leidende symptomen van onze Materia Medica
Dierlijke kool.
Verbrande dierlijke stoffen, stekelvarken, zwaluwen, mollen, menselijke beenderen enz., zijn in de geneeskunde gebruikt, vóór en sinds de tijd van Dioscorides, bij klieraandoeningen, scirrhus, epilepsie enz.
-
Quesnot, Plusieurs secrets rare et curieux, p. 124. Paris.
-
Ingevoerd door Hahnemann in zijn Chronische Ziekten, bedroeg het aantal symptomen 190; in 1831 191, en in 1837 waren zij toegenomen tot 728. De symptomen die aan Hartlaub en Trinks worden toegeschreven, zijn van Nenning.
De bereiding die door Hahnemann in zijn proving werd gebruikt, en daarom boven alle andere de voorkeur verdient, werd gemaakt door een dik stuk runderhuid tussen roodgloeiende kolen te leggen, waar het zo lang mocht blijven als het met een vlam brandde. Zodra de vlam ophield, werd de roodgloeiende massa gedoofd door haar tussen twee platte stenen samen te drukken.
Bevat verschillende stoffen naast koolstof, waarvan calciumfosfaat de voornaamste is.
-
Fueter, Schweizer Zeitschrift, maakt melding van verbrande mol, nuttig bij struma, klierverhardingen en scirrhus.
-
Dürr gebruikte met succes houtskool van menselijke beenderen bij mesenteriale atrofie.
Klinische gevallen worden gerapporteerd door Payr, H. Kl., 1870, p. 158; A. E. Small, N. S. M. and S. J., april 1871; J. Romig, Allentown Correspondenz Blatt; E. W. Berridge, H. M., 1884, p. 111, en anderen.
GEMOED [1]
Onbeneveld bewustzijn en grote angst met wegzinken van de levenskrachten.
Gevoel van bedwelming in het hoofd met dofheid in het achterhoofd, < door beweging in koude, vochtige lucht, > in rust in een warme kamer.
Verward, wist niet of hij had geslapen of wakker was geweest; 's morgens.
Geheugenverlies, vergeet het zojuist uitgesproken woord.
Verlangen om alleen te zijn; zij is bedroefd, peinzend; vermijdt gesprek.
Wisselend humeur; afwisselend opgeruimdheid en melancholie.
Neerslachtig.
Schrikt gemakkelijk.
Angstig in het donker.
Angst en bloedaandrang 's nachts, zo hevig dat zij rechtop moest gaan zitten.
Angst; bezorgd, na een zaadlozing.
Heimwee.
Hoofd vroeg in de ochtend zwaar en dof, met prikkelbaar humeur.
SENSORIUM [2]
Duizeligheid en verwardheid bij overeind zitten; > bij achterover liggen.
Duizeligheid: met trillen van alle voorwerpen, wankelen; met achterover vallen; met epistaxis; vroeg in de ochtend; na het scheren; met misselijkheid, bij opstaan in de ochtend.
BINNENHOOFD [3]
De hersenen voelen alsof zij los liggen, tijdens beweging; < na het eten en in koude; > bij het liggen in bed en in warmte.
Schietende pijnen door het hoofd, als bliksem.
Zij heeft het gevoel alsof er een tornado in het hoofd is.
Gedruis in het hoofd.
Gevoel in het voorhoofd alsof er iets boven de ogen lag, waardoor zij niet omhoog kon kijken.
Zwaarte in het voorhoofd bij bukken, met het gevoel alsof de hersenen naar voren zouden vallen; duizeligheid bij opstaan, zodat zij spoedig neerviel.
Pijn boven op het hoofd, alsof de schedel gespleten of uiteengereten was; < bij nat weer en 's nachts; moet het hoofd met beide handen drukken.
Scheurende pijn in de rechterzijde van het hoofd.
Pijn in de linkerzijde van het hoofd.
Bedwelmende hoofdpijn in het achterhoofd, vroeg in de ochtend en in de voormiddag.
Zwaarte van het hoofd, vooral in het achterhoofd, en van de linker slaap, met verwardheid.
Bedwelming in het hoofd, met duizeligheid; zij moest haar ogen sluiten bij het opstaan na de stoelgang.
(Bij zieken :) Hoofdpijn, met rode ogen en verstopte neus.
Druk in de gehele hersenen; in het hoofd na het eten.
Bonzende hoofdpijn na de menses; < in de open lucht.
's Morgens is het hoofd verward, zodat hij niet weet of hij geslapen heeft of wakker is; gevoel van geplas in de linker hemisfeer van de hersenen bij snel lopen; pijn in de kruin, alsof de hersenen in stukken waren gescheurd of open lagen.
's Morgens was zijn hoofd zeer verward; wist niet of hij had geslapen of wakker was geweest.
Zwaarte in het hoofd, 's morgens, met wazig zien en tranende ogen.
Zwaarte: in het hoofd, 's nachts; vermoeide voeten; in het voorhoofd; bij bukken; vooral in het cerebellum; < voormiddag, in koude lucht; > na het middagmaal.
Bloedaandrang naar het hoofd; verwardheid in het hoofd.
Zenuwachtige en congestieve hoofdpijn en druk in het achterhoofd spoedig na het eten; gevoeligheid van de hoofdhuid; pijnen met rommelen van wind in de buik.
BUITENHOOFD [4]
Spanning van de hoofdhuid op voorhoofd en kruin, met grote gevoeligheid van deze delen voor droge, koude lucht; < door druk en aanraking; > in warmte.
Koude trekt over het hoofd, vóór de stoelgang.
Uitslag op het hoofd.
Verhardingen van de hoofdhuid bij scrofuleuze kinderen.
Scirrheuze kanker op het voorhoofd.
ZICHT EN OGEN [5]
Verziendheid met verwijde pupillen.
Wazig zien, ogen voelen zwak.
(Bij zieken :) Begint te scheelzien.
Het lijkt alsof er een net voor de ogen zweeft.
(Bij zieken :) Het linkeroog wordt rood en branderig; kan de oogleden nauwelijks openen; etter welt eruit op; hevige steken beletten de slaap 's nachts; 's morgens is het oog gesloten.
Gevoel alsof de ogen los in de oogkassen liggen.
Seniele cataract.
Uiteengevallen cataract werd geresorbeerd.
Scirrhus van de traanklieren.
GEHOOR EN OREN [6]
Gehoor zwak en verward; tonen lopen door elkaar; hij kan niet onderscheiden van welke kant zij komen, en het lijkt alsof zij uit een andere wereld komen.
Gerinkel in de oren bij het snuiten van de neus.
Steken in en achter de oren.
Ichoreuze oorloop.
Oorspeekselklier gezwollen en verhard; lancinerende pijnen.
Periost achter het oor gezwollen.
REUK EN NEUS [7]
Neusbloeding: elke ochtend, voorafgegaan door een dof gevoel in het hoofd; voorafgegaan door duizeligheid. θ Epistaxis.
Coryza: schrapen in de keel, < 's avonds, 's nachts en bij slikken; met tranenvloed; waterig, met verlies van reuk, geeuwen en niezen.
(Bij zieken :) Waterige neusloop, zodat zij nauwelijks kan spreken, met pijnlijk niezen; moet vaak de neus snuiten; neusgat rood.
Droge coryza; kan 's morgens bij het ontwaken en nog enige tijd daarna niet door de neus ademen.
Verstopping van de neus.
Taai slijm hangt in draden omlaag in de keelholte.
Zwelling van de neus, met puistjes van binnen en van buiten, die korsten vormen welke lang blijven bestaan.
Neuspunt: rood, pijnlijk bij aanraking; huid voelt strak aan, is gebarsten; kleine steenpuistjes binnen in de neus; gebarsten, gespannen, branderig gevoel, < tijdens de menses; blaasjes aan het rechter neusgat met kwaadaardige ulceratie.
Harde, blauwachtige tumor op het uiteinde van de neus.
Droge huid rond de neusgaten, afschilferend.
(Bij zieken :) Pijn in de neusbeenderen en verstopping van de neus; bij niezen blijven de neusvleugels aan het septum kleven.
Pijn in de neusbeenderen.
Scrofuleuze ozena.
Carcinoom van de neus.
BOVENGEZICHT [8]
Aangezicht heeft een cachectisch voorkomen; aardkleurig. θ Verharding van baarmoeder en pancreas.
Warmte in gezicht en hoofd, in de namiddag.
Steken in de jukbeenderen, onderkaak en tanden.
Schietende pijnen en steken in het jukbeen, vooral links, uitstralend naar het oor.
Erysipelas van het gezicht.
Uitslag van rode vlekken op de wangen.
Bruine of roze vlekken in het gezicht.
Zadelneus.
Koperkleurige uitslag.
Acne; jonge, scrofuleuze personen.
Een groot aantal puistjes in het gezicht, zonder gewaarwording.
Aangezichtspijn.
Carcinoom van het gezicht.
Haar van de baard valt uit, met jeuk van de kin.
ONDERGEZICHT [9]
Lippen gezwollen, branderig.
Blaasjes, of kloven op de lippen.
Zwelling van de submaxillaire klier.
Scirrhus van de lippen.
TANDEN EN TANDVLEES [10]
Tanden los, gevoelig bij kauwen, en voor de minste koude.
Grommend gevoel en rukken in de hoektand; kan geen enkele koude aanraking verdragen; > bij zweten.
Trekkende pijnen in de tanden, > na het eten van zoute dingen; gemakkelijk bloeden van het tandvlees, met loszitten van de tanden, gevoelig voor koude.
Kiespijn in carieuze tanden, bij het ontwaken uit de slaap.
Kiespijn bij het naar bed gaan, overdag en tijdens de slaap, bij nachtwerkers.
Blaasjes in de mond, die zweren vormen.
Tandvlees: rood, gezwollen, pijnlijk, bloedend. θ Scheurbuik.
Puistels op het tandvlees, en tandvleesabcessen.
SMAAK, SPRAAK, TONG [11]
Smaak: bitter, vooral 's morgens; zuur.
Bittere smaak in de mond, met verlies van eetlust. θ Verharding van de baarmoeder.
Bittere smaak, bij leveraandoeningen.
Smaak van mest in de mond, 's morgens; zachte ontlasting met slijm als gestold albumine; een kleverige, reukloze vloeistof sijpelt uit rectum en perineum.
Branden op de punt van de tong, en rauwheid in de mond.
Brandende blaren op de punt en randen van de tong.
Mond en tong voelen onbeweeglijk aan, zodat de spraak traag en slepend wordt.
Gladde tong.
Tong rood met gele aanslag over het midden, of slijmerige tong. θ Verharding van de baarmoeder.
Droogheid van gehemelte en tong.
MONDHOLTE [12]
Blaren in de mond, die branden veroorzaken. θ Aften.
Branden op de punt van de tong, en rauwheid van de mond.
Mond en tong droog.
Overvloedig smakeloos, dun speeksel met zoetige, bedorven geur. θ Verharde pancreas.
Zoutachtig water stijgt uit de maag op en loopt uit de mond. θ Maagkanker.
Gevoel van koude dat schijnbaar uit de buik opstijgt naar keel en mond. θ Verharding pancreas.
GEHEMELTE EN KEEL [13]
(Bij zieken :) Rauwe, brandende plekken op het gehemelte.
Zwelling van het gehemelte.
Branderig gevoel in de keel.
Rauw gevoel in de keel en slokdarm, tot in de maagkuil; niet verergerd door slikken.
Rauw gevoel, als van zuurbranden, > na het eten.
Druk in de keel, alleen bij slikken.
Slijm in de keel, schrapen.
Scirrhus van de keelholte.
EETLUST, DORST. VERLANGEN, AFKEER [14]
Ravenous hunger.
Geen eetlust, afkeer van voedsel, vooral vet voedsel.
Verlies van eetlust, met bittere smaak. θ Verharding van de baarmoeder.
ETEN EN DRINKEN [15]
Eten veroorzaakt: vermoeidheid; benauwdheid en branden in de maag; opgeblazenheid; langdurige misselijkheid, na vlees; braken (verharde pancreas).
Eten verlicht de rauwheid in de keel.
Kwade gevolgen van bedorven vis en verrotte groenten.
Zo zwak dat zij niet kan eten.
HIK, OPRISPINGEN, MISSELIJKHEID EN BRAKEN [16]
Hik na de maaltijden.
Oprispingen: plotseling; pijnlijk, leeg; zuur; smakend naar voedsel dat lang tevoren gegeten was.
Langdurige misselijkheid, na het eten van vlees, met weeïg gevoel en veel lege oprispingen.
Misselijkheid 's nachts.
Misselijkheid en afkeer van tabaksroken.
Braken na het eten.
Zoutachtig water loopt uit de mond, kokhalzen, braken, hik, koude voeten. θ Maagkanker.
MAAGKUIL EN MAAG [17]
Zwak, leeg gevoel in de maagkuil, niet > door eten.
Pijnlijk rauw gevoel in de maagkuil.
Drukkend gevoel in het epigastrium. θ Verharde pancreas.
Scherpe steken rechts van de maagkuil tijdens inademing bij staan, > bij lopen.
Krampachtige krampen.
Drukkend, knagend, nijpend, brandend gevoel in de maag. θ Maagkanker.
Druk in de maag, met misselijkheid.
Als een last of gewicht in de maag bij het ontwaken, 's morgens.
Flauw, weggezonken gevoel; ook door het zogen van het kind; eten verlicht niet.
Vol gevoel, koud gevoel in de maag na een lichte maaltijd, > door de hand op de maag te leggen.
Weeïg gevoel met flauw gevoel.
Zuurbranden.
Zoutachtig water stijgt uit de maag op; kokhalzen en braken; koude voeten; hik; druk, knagen, nijpen en branden in de maag. θ Kanker.
Spijsverteringsstoornissen met oprisping en diarree.
HYPOCHONDRIEËN [18]
Zeurende, bijna snijdende pijn in de leverstreek, zelfs tijdens het liggen.
Drukkende en snijdende pijn in de leverstreek.
Pijnen in de lever, alsof er winden opgesloten zaten.
Branden en steken in de milt.
Verharding van de pancreas.
BUIK EN LENDEN [19]
Stekende en lancinerende pijnen in de buik, > door urineren.
Weeënachtige pijnen rond de navel, uitstralend naar lendenen en dijen. θ Verharding van de baarmoeder.
Knijpende pijn rond de navel, met het gevoel alsof diarree zou beginnen.
Hevige pijn onder de navel, rondtrekkend naar de rug.
Gastralgie en pijnlijke buikaandoeningen.
Pijnlijke gewaarwording in de rechter onderbuik, alsof er iets doorheen geperst zou worden.
Pijnlijk rauw gevoel in de buik tijdens hoesten.
Gevoel van koude opstijgend uit de buik naar keel en mond. θ Verharde pancreas.
Buik sterk opgezet; veel last van winden.
Uitzetting van afzonderlijke gedeelten van de buik.
Opgesloten winden.
Bewegingen in de opgezette buik, met afgang van stinkende winden.
Gerommel in de buik.
Scheurende pijn dwars over het schaambeen, en dan door de pudenda heen tot aan de anus.
Stekend in de lies, ook 's nachts, stoort de slaap en maakt haar wakker.
Gevoel in de linker lies, ook 's nachts, stoort de slaap en maakt haar wakker.
Gevoel in de linker lies, bij het gaan zitten, alsof daar een hard lichaam lag; > door druk en door het laten van winden.
Liesbreuk.
(Bij zieken :) Kleine, pijnlijke steenpuisten in de liesstreek.
Mishandelde bubonen, met verheven randen en stinkende ichoreuze afscheiding.
Bubonen vóór het doorbreken, zo groot als duiveneieren, zeer hard, rood, pijnlijk; steken beletten beweging; gevoelig voor aanraking; pijn uitstralend naar het dijbeen, met onaangename rillerigheid; dorst met eetlust; slapeloos; branden tijdens het urineren.
Harde bubonen, beginnen te etteren; of mishandelde gevallen met eeltige randen, ichoreuze, stinkende afscheiding.
STOELGANG EN RECTUM [20]
Winden kunnen niet ontsnappen, anus lijkt gesloten.
Mislukte aandrang tot stoelgang; laat alleen stinkende winden; pijn in de rug, en gevoel dwars door de buik alsof er geen uitdrijvende kracht was.
Stoelgang hard, klonterig, schaars, onregelmatig. θ Constipatie.
Ontlasting ruikt als verbrand vlees.
Bloedverlies tijdens de stoelgang.
Steken in rectum en anus.
Hevig branden in rectum en anus.
Lintworm.
Kleverig, reukloos vocht sijpelt uit anus en perineum; anus rauw.
Aambeien, branden en steken, < tijdens lopen.
Rauwheid en schuren rond het perineum.
Zweet op het perineum.
URINEWEGEN [21]
Nierkoliek.
Veelvuldige aandrang om te urineren; urine vermeerderd, stinkend; soms onderbroken straal; vaker 's nachts.
Vruchteloze aandrang, met pijnlijke druk in lendenen, liezen en dijen.
Tijdens het urineren: branderig rauw gevoel in de urethra.
Urine rood. θ Verharding van de baarmoeder.
Stinkende urine; wordt soms onwillekeurig geloosd.
Urine zet na staan een overvloedig witgeel bezinksel af. θ Verharde pancreas.
Verlamming van de blaas.
MANNELIJKE GESLACHTSORGANEN [22]
Zaadlozingen; delen voelen zwak aan; geestelijk en lichamelijk uitgeput.
Testikels lijken geleidelijk kleiner te worden, met volledige verslapping van de genitaliën en een gevoel van zwakte daarin.
Syfilis; bubonen, meestal linkszijdig; oude mishandelde bubonen, opengesneden of gecauteriseerd, met grote, afschuwelijke zweren, met eeltige randen en afscheiding van stinkende ichor.
Scirrhus van het scrotum.
VROUWELIJKE GESLACHTSORGANEN [23]
Scheurende pijn dwars over het schaambeen, en dan door de pudenda heen tot aan de anus.
Neerdrukkende pijnen, met overvloedige afscheiding van slijmerig, verkleurd bloed. θ Verharding van de baarmoeder.
Menses: te vroeg; te lang; niet overvloedig.
Menses onderdrukt. θ Verharde pancreas.
Menorragie door chronische verharding van de baarmoeder; ook bij cachectische vrouwen, met klieraandoeningen; bloed zwart, gestold, bedorven.
Tijdens de menses: mankheid in de dijen; drukkend gevoel in de lendenen, liezen en dijen, met vergeefse aandrang tot oprispen; koud, geeuwen; de vloed verzwakt haar, zij kan nauwelijks spreken ; bloed donker.
Na de menses: bonzende hoofdpijn, < in de open lucht.
Leucorrhoe: maakt het linnen geel; stinkend; brandend, bijtend, invretend; meer bij lopen of staan; veroorzaakt een zwak gevoel in de maag.
Afscheiding van bloed uit de vagina, met weeënachtige pijnen. θ Verharding van de baarmoeder.
Erectiele tumoren met branderig gevoel.
Stinkende baarmoederafscheidingen. θ Gangreen. θ Carcinoom.
Chronische of subacute metritis.
Kwaadaardige zweren van de baarmoedermond met vieze afscheiding.
Verharding van de baarmoederhals; branden.
Verharde, gezwollen baarmoeder, na neerdrukkende gemoedsaandoeningen bij tere, zwakke, bleke vrouwen.
Branden uitstralend in de dijen; weeënachtige pijnen in bekken en sacrum; slijmerige, bloederige afscheiding, zeer zwak. θ Baarmoederkanker.
Hypertrofie van eierstokken en baarmoeder.
Prolapsus en verharding van de baarmoeder.
ZWANGERSCHAP. BEVALLING. LACTATIE [24]
Misselijkheid, < 's nachts.
Lochia langdurig, dun, stinkend, excorierend, met gevoelloze ledematen.
Melk is dun, heeft een zoute smaak.
Afscheiding van melk na het spenen.
Mamma: gevoel van uitzetting in de mamma; schietende pijnen van zogende vrouwen belemmeren de ademhaling, < door druk; harde, pijnlijke knopen; gezwollen, ontstoken (erysipelateus) tijdens het kraambed.
Mammairtumor hard, ongelijk, huid los; brandende pijnen; vuil blauwrode vlekken; pijnen trekkend naar de oksel; nachtelijk zweet; neerslachtig. θ Scirrhus mammae.
Pijnloze tumor in de rechter mamma, hard, zo groot als een kippenei.
Harde, pijnlijke knobbels en verhardingen in de mamma.
Pijnlijke verharding onder de tepel, zo groot als een hazelnoot.
Pijnlijke verhardingen in de linker mamma, van steenachtige hardheid, ongelijke knobbels, onbeweeglijk, vuil blauwrood; scheurende, stekende pijnen uitstralend naar de zijkant van de schouders en door de arm heen.
Scirrheuze verhardingen in de mamma.
Carcinoom van de mamma; vuilblauwe en losse huid, of rode vlekken op de huid; branden en trekken naar de oksels; okselklieren verhard.
STEM EN STROTTENHOOFD. LUCHTPIJP EN BRONCHIËN [25]
Rauwheid en heesheid 's morgens na het opstaan, met droge hoest.
Heesheid, < 's avonds; stemverlies gedurende de nacht.
Hoest, heesheid en nachtelijk zweet zeer stinkend en uitputtend.
Phthisis trachealis.
Zwelling van de schildklier.
ADEMHALING [26]
Dyspneu met angst en neerslachtigheid.
Benauwdheid 's morgens en na het eten.
Hijgende en reutelende ademhaling.
HOEST [27]
Hoest opgewekt door kieteling in de rechterzijde van de borst, of door op de rechterzijde te liggen; sputum groen.
Prikkelhoest, met samentrekking van strottenhoofd en borst.
Hevige droge hoest, schudt de buik alsof alles eruit zou vallen, moet de ingewanden ondersteunen; losse reutels totdat er iets wordt opgehoest; 's morgens bij het opstaan en bijna de hele dag.
Droge hoest alleen 's nachts, wanneer men op de rechterzijde ligt, gedurende verscheidene nachten.
Droge hoest. θ Verharding van de baarmoeder.
Hoest met schokken of pijn in de buik.
Pijnlijk rauw gevoel in de buik tijdens hoesten.
(Bij zieken :) Hoest met expectoratie, dag en nacht; pijn in de keel.
Hoest met groenachtig sputum. θ Pneumonie van de rechter long. θ Ettering van de rechter long.
Sputum donkerbruin, taai, stroopachtig, van uiterst onaangename smaak. θ Gangraena pulmonum.
BORST, INWENDIG, EN LONGEN [28]
Scherpe brandende steken in de borst.
Branden in de borst, met drukkende pijn.
Gevoel van koude in de borst; dwars van voren naar achteren.
Pneumonie van de rechter long, ettering beginnend; groen sputum.
Phthisis pulmonalis.
Pleuritis, slepend; huid loodkleurig, vermagering, hectische of tyfusachtige symptomen.
Gevoel alsof harde verhardingen in de borst hoger opstegen en hij er geen druk op kan verdragen; dit wisselt af met pijn in schouders en bovenarm.
HART, POLS EN CIRCULATIE [29]
Gevoel van koude in de precordiale streek, met huiveringen. θ Verharde pancreas.
Hartkloppingen: na het eten; bij het zingen in de kerk; 's morgens bij het ontwaken, moet stil liggen met gesloten ogen; 's avonds.
Pols versneld, vooral 's avonds; kloppen in de bloedvaten.
Snelle pols. θ Verharding van de baarmoeder.
Cyanose.
BUITENBORST [30]
Hevige pijn in het borstbeen.
Gevoelige knobbels op de uitwendige borst.
Verharde okselklieren.
NEK EN RUG [31]
Tintelende steken in de nek.
Pijnlijke scrofuleuze verharding van de klieren van de hals.
Bloedzweren op de hals.
Scrofuleuze struma.
Drukkend, trekkend gevoel en stijfheid in de lendenstreek, alsof gebroken.
Scherp trekkend dwars over de lendenen, gevoelig bij iedere stap.
Trekkende pijn in de lendenen, en een gevoel alsof zij gebroken waren, bij lopen, staan en liggen.
Drukkende pijn in de lendenen.
(Bij zieken :) Pijnen in de rug, bij hoesten, traplopen, hard stappen en springen, verhinderen diep ademen en veroorzaken koorts.
Koude en zeurende pijn in de lendenstreek en benen. θ Hoest.
Tumor aan de binnenzijde van het rechter schouderblad, uitwendig rood, in het midden zacht. θ Scirrhus mammae.
Stuitbeen voelt gekneusd; brandt bij aanraking; pijn als van onderhuidse ulceratie, < zittend of liggend.
BOVENSTE LEDEMATEN [32]
Scheurende pijn in de omgeving van de linkerschouder.
Zwelling van de okselklieren, met uitslag op de rug. θ Blepharitis.
Okselklieren verhard.
Herpes in de oksel.
(Bij zieken :) Harde zwelling met hevige jeuk aan de rechter onderarm, binnenzijde, langs de rand van het spaakbeen.
Polsen doen pijn alsof verstuikt.
Handen worden stijver, waarbij de vingertoppen pijnlijk worden alsof zij opengewreven waren.
Handen gevoelloos; vingers slapen gemakkelijk in; vaak met borstaandoeningen.
Hevig beven van de handen 's morgens bij het ontbijt; handen lijken als verlamd; bij het vastgrijpen van iets worden de vingers stijf alsof zij niet genoeg kracht hadden.
Scherpe steken in de bal van de rechterduim en in de vingers.
Gevoelloosheid van de vingers aan de binnenzijde en aan de toppen, met stijfheid van de vingergewrichten; zij knakken bij het buigen.
Jichtige stijfheid van de vingergewrichten.
Zwelling van de beenderen en verharding van de pezen van de vingers.
Armen pijnlijk bij aanraking.
ONDERSTE LEDEMATEN [33]
Steken in de linkerheup, bij zitten.
Hevige trekkende pijnen in de heup, naar voren en omlaag uitstralend.
Pijn in de heup veroorzaakt mank lopen.
Uitputtend zweet, vooral op de dijen.
's Nachts alleen zweet op de dijen.
Knagende pijnen in de scheenbeenderen, zoals gewoonlijk op koude voeten volgen.
Kramp in het voorste deel van het onderbeen nabij de tibia, bij lopen.
Pijnlijke spanning in de kuiten, bij lopen.
Benen slapen overdag tot aan de kuiten toe.
Trekkende pijnen en steken in de benen.
Pijnlijke samentrekking van de achillespees.
Pijn in de hielen; voeten pijnlijk rauw.
Zwakte en pijn in de enkel.
Zwakte van de enkels bij kinderen die proberen te lopen.
Voet klapt om bij het lopen, alsof door een zwakke enkel.
Zeer koude voeten van 9 uur 's morgens tot 3 uur 's middags; ook 's avonds in bed.
Likdoorns, pijnlijk bij aanraking.
Bevroren voeten en tenen.
LEDEMATEN IN HET ALGEMEEN [34]
Gekneusd gevoel in de ledematen, vooral tijdens beweging.
Gevoelloosheid van de ledematen.
RUST. HOUDING. BEWEGING [35]
Rust: < bedwelming in het hoofd, met dofheid in het achterhoofd.
Liggen: zeurende pijn in de leverstreek; trekkende pijn in de lendenen; stuitbeen voelt gekneusd.
Zitten: overeind, duizeligheid en verwardheid, > bij achterover liggen; stuitbeen voelt gekneusd.
Opstaan: duizeligheid.
Staan: leucorrhoe.
Bukken: misselijkheid bij het weer oprichten; zwaarte in het voorhoofd.
Beweging: de hersenen voelen alsof zij los liggen.
Lopen: geplas in de linker hemisfeer van de hersenen; aambeien branden en steken; leucorrhoe; trekkende pijn in de lendenen; pijnlijke spanning in de kuiten.
Eten: veroorzaakt vermoeidheid.
ZENUWSTELSEL [36]
Zwak, gebrek aan energie; hoofd verward; prostratie. θ Kanker.
Grote prostratie. θ Verharding van de baarmoeder.
Na het verschijnen van de menses zulk een grote zwakte dat zij nauwelijks kon spreken, met geeuwen en uitrekken.
Zich forceren en te zwaar tillen veroorzaken gemakkelijk grote zwakte.
SLAAP [37]
Slaperig de hele voormiddag; geeuwen.
Angstige, schrikwekkende visioenen en onrust houden hem wakker.
Slaap vol levendige fantasieën; praat, kreunt, stort tranen.
TIJD [38]
Nacht: zwaarte in het hoofd; linkeroog rood en branderig, verhindert slaap; coryza; schrapen in de keel; misselijkheid; stekend in de lies; veelvuldige aandrang tot urineren; hoest met expectoratie; zweet; koortsige koude; koorts 's nachts, koude zonder dorst; rugpijn; hitte met grote dorst.
Ochtend: verward; hoofd zwaar, prikkelbaar humeur; duizeligheid; epistaxis; bedwelmende hoofdpijn; droge coryza; bittere smaak; smaak van mest in de mond; gewicht in de maag; rauwheid en heesheid in de keel; benauwdheid; hevige droge hoest; hartkloppingen na het eten; hevig beven van de handen; zweet, tegen de ochtend.
Voormiddag: bedwelmende hoofdpijn; slaperig.
Van 9 uur 's morgens tot 3 uur 's middags: zeer koude voeten.
Namiddag: koude.
Avond: coryza; schrapen in de keel; heesheid; pols versneld; koude.
Om 11 uur 's avonds: koude.
Dag: overdag kiespijn; hoest met expectoratie; benen slapen in; rillerigheid.
TEMPERATUUR EN WEER [39]
Warmte: > gevoel alsof de hersenen los liggen, tijdens beweging.
Warme kamer: > bedwelming in het hoofd, met dofheid in het achterhoofd.
Koude: kan geen enkele aanraking van de tanden verdragen; tanden gevoelig voor koude.
In koude lucht: < zwaarte in het hoofd, 's nachts.
Droge, koude lucht: < spanning van de hoofdhuid op voorhoofd en kruin.
Koude, vochtige lucht: < bedwelming in het hoofd, met dofheid in het achterhoofd.
In de open lucht: < bonzende hoofdpijn; gevoelig voor lucht.
Nat weer: < pijn boven op het hoofd, alsof de schedel gespleten of uiteengereten was.
KOORTS [40]
Koude, vooral in de namiddag en na het eten; avondkoude, gevolgd door zweet.
Koude om 11 uur 's avonds.
Grote kouwelijkheid overdag.
Een koortsige koude maakte haar 's nachts in bed wakker.
(Bij zieken :) Koorts 's nachts, koude zonder dorst; 's nachts rugpijn; 's morgens zweet; onregelmatige stoelgang.
Hitte altijd na een koude, meestal 's nachts in bed.
Hitte met grote dorst. θ Verharding van de baarmoeder.
Afkeer van ontbloten tijdens de hitte.
Zweten na het eten, vooral tijdens de siësta.
Zweet in het algemeen tegen de ochtend; ook door lichte inspanning, zelfs eten.
Nachtzweet stinkend, uitputtend, geel kleurend.
Zweet bij het lopen in de open lucht.
Zweet kleurt bruinachtig geel.
Tyfus.
PLAATS EN RICHTING [42]
Links: zijde van het hoofd, pijn; slaap, zwaarte; hemisfeer van de hersenen, gevoel van geplas; oog, wordt rood en brandt; schietende steken in de jukbeenderen; gevoel van een hard lichaam in de lies, bij het gaan zitten; bubonen; pijnlijke verharding in de mamma; scheurende pijn nabij de schouder; steken in de heup.
Rechts: hand, scheurende pijn; neusgat, kwaadaardige ulceratie; pijnlijke gewaarwording in de onderbuik; mammairtumor, hard, zo groot als een kippenei; hoest opgewekt door kieteling in de borst; droge hoest bij liggen op de zijde; pneumonie; tumor aan de binnenzijde van het schouderblad; harde zwelling, hevige jeuk op de onderarm; scherpe steken in de duimbal.
GEWAARWORDINGEN [43]
Alsof de hersenen los lagen; alsof er een tornado in het hoofd was; alsof de schedel gespleten of uiteengereten was; alsof de ogen los in de oogkassen lagen; alsof er iets door de buik heen geperst zou worden; alsof er in het rectum geen uitdrijvende kracht was; alsof harde verharding in de borst hoger opsteeg.
Pijn: in de linkerzijde van het hoofd; boven op het hoofd.
Rukken: in de hoektanden.
Snijdend: in de leverstreek.
Schietend: pijnen door het hoofd; pijnen van zogende vrouwen.
Lancinerend: pijnen in de oorspeekselklieren; in de buik.
Steken: in het linkeroog, verhinderen slaap; in en achter de oren; in de jukbeenderen; onderkaak en tanden; in de milt; in de buik; in de borst; in de nek; rechts van de maagkuil; in rectum en anus; in de linkerheup; in het been.
Stekend: in mammaire verhardingen.
Prikkend: in de lies.
Schietend: in de jukbeenderen.
Knijpend: rond de navel.
Scheurend: in de rechterzijde van het hoofd; dwars over het schaambeen; in mammaire verhardingen; in de linkerschouder.
Bedwelmende hoofdpijn.
Branden: in het linkeroog; aan de lippen; blaren op punt en randen van de tong; in de keel; in de maag; in de milt; tijdens het urineren; in rectum en anus; in de baarmoederhals; pijnen in de mammairtumor; steken in de borst.
Tintelend: in de nek.
Zeurende pijn: in de leverstreek; in de lendenstreek en benen.
Knagende pijn: in de scheenbeenderen.
Pijnlijk rauw gevoel: in de buik; aan de voeten.
Pijnlijk rauw gevoel: in de maagkuil.
Rauw: gevoel in keel en slokdarm.
Verstuikte pijn: in de polsen.
Drukkend: in de lendenen; in de maag; in de leverstreek.
Druk: in de gehele hersenen; in de keel; in de maag; in de leverstreek; in de lendenstreek.
Trekkend: pijnen in de tanden; in de lendenstreek; in de heup; in de benen.
Nijpend: in de maag.
Krampen: in het onderbeen.
Knagend: in de maag.
Samentrekking: van het strottenhoofd of de borst.
Geplas: in de linker hemisfeer van de hersenen.
Gekneusd: gevoel in het stuitbeen; gevoel in de ledematen.
Pijnen: in de lever; weeënachtig rond de navel; gastralgie; in de rug; in de neusbeenderen; in het borstbeen; in de heup; in de hielen; in de enkel.
Gewicht: in de maag.
Bonzend: hoofdpijn.
Zwaarte: van het hoofd; in het achterhoofd.
Zwak, leeg gevoel: in de maagkuil.
Stijfheid: van de vingergewrichten; in de lendenstreek.
Spanning: van de hoofdhuid op het hoofd; van de huid van de neus; in de kuiten.
Samentrekking: van de achillespees.
Warmte: in gezicht en hoofd; met grote dorst.
Lamheid: in de dijen.
Jeuk: van de kin; van de rechter onderarm.
Koude: trekt over het hoofd; in de maag.
Koudheid: opstijgend uit de buik naar keel en mond; in de borst; in de lendenstreek en benen; in de precordiale streek.
Gevoelloosheid: van de vingertoppen; van de ledematen.
Droogheid: van gehemelte en tong.
WEEFSELS [44]
Veneuze plethora; dreigende stagnatie van de circulatie, cyanose, levenswarmte zinkt tot een minimum.
Struma varicosa.
Kwade gevolgen van verlies van vochten.
Gewrichten zwak; gemakkelijk verstuikt.
Artritische stijfheid en knobbels.
Pijnlijke zwelling van klieren in hals, oksel, liezen en mamma.
Klieren verhard, gezwollen, ontstoken, met lancinerend, snijdend of brandend gevoel. θ Scirrhus.
Sycose.
Scrofuleuze aandoeningen van de klieren.
Droge ulceratie van uitwendige delen, na tumoren; ware trage ulceratie.
Goedaardige verandering in ichoreuze etteringen.
Gummata.
Hypertrofische toestanden in het algemeen, en vooral van genitaliën en buikklieren.
Kraakbeenachtige poliepen ondergaan retrograde metamorfose; vlezige poliepen langzaam, maar slijmpoliepen helemaal niet.
Tumoren; colloïde afzettingen in de ingewanden, vooral de maag.
Syfilis, bubonen.
Cyste van de eierstok.
Pijn in scirrheuze verhardingen.
Poliep en carcinoom.
Aanraking, passieve beweging, verwondingen
AANRAKING. PASSIEVE BEWEGING. VERWONDINGEN [45]
Erger door de geringste aanraking: bubonen; armen.
Gemakkelijk verstuikt door het tillen van zelfs kleine gewichten.
HUID [46]
Huid droog en in plooien hangend. θ Verharde pancreas. θ Carcinoom.
Jeuk over het hele lichaam; 's avonds in bed.
Erysipelateuze zwellingen, met brandende pijn, en verhardingen van de aangetaste delen.
Bevriezingen: ontstoken, brandend.
Koperachtige uitslag over het hele lichaam, vooral in het gezicht, op voorhoofd en neus.
Gladde en heldere karmijnrode vlekken die neiging tonen om te verharden. θ Lepra.
Herpes; dunne, rode huid, met schubben op de benen, bij een bakker, na afschilfering in grote stukken.
Onregelmatig oppervlak, hevige brandende pijn.
Knobbels in de huid, met hoest, bij paarden.
Stekend in littekens; pijnlijke cicatrices, zij springen weer open, < bij weersverandering.
Verharding van de huid en rhagaden; haaruitval.
Gemakkelijk bloedende zweren.
Furunkels ter grootte van een erwt, die na openen sterk ruiken als verbrand vlees.
Scrofuleuze huidziekten.
Kale plekken, wanneer paarden voortdurend hun haar verliezen.
LEVENSFASE, CONSTITUTIE [47]
Jonge, scrofuleuze personen.
Oudere personen, vooral met veneuze plethora, blauwe wangen, blauwe lippen, zwakte enz.
Een meisje, æt. 14; verharde mammaire klieren.
Een jong meisje; struma.
Een gevoelige vrouw, æt. 20; scirrhus mammae.
Een getrouwde vrouw, æt. 21, na de bevalling; verharde mammaire klier.
Een dame, æt. 32; phthisis.
Een vrouw, æt. 35; scirrhus mammae.
Een ongehuwde dame, æt. 36, smalle, platte borst; verharde pancreas.
Een vrouw, æt. 46; struma sinds twintig jaar.
Aneurismatica.
Een scrofuleus meisje, æt. 15; verharde halsklieren.
Een jonge, kinderloze, getrouwde vrouw; verharde mammaire klieren.
Een ongehuwde dame, ouder dan 50 jaar; verharde mammairtumor.
RELATIES [48]
Tegengewerkt door: Arsen., Camphor., Nux vom. azijn.
Het werkt tegen: kwade gevolgen van quinine.
Verenigbaar: Arsen., Bellad., Bryon., Phosphor., Pulsat., Sepia, Silica, Sulphur, Veratr. (vooral bij kinkhoest).
Complementair: Calc. phosph.
Vergelijk: Badiag. en Bromium (verhardingen, etteringen enz.), Calc. phosph., Carb. veg. (niet zo'n goed kliermiddel), Cinchon. (kwade gevolgen van verlies van vochten), Graphit., Phosphor. (neusgaten kleven aan het septum), Pulsat., Sepia, Silica, Sulphur (duizeligheid met epistaxis), Veratr.