Carbo animalis
van C.M. Boger — Algemene analyse
- GEZELSCHAP, menigten enz. Agg.; verlangt naar afzondering enz.
- ETEN, klachten hierdoor beïnvloed.
- ETEN, na weinig eten, Agg.
- ETEN, lang na het eten, Agg.
- INSPANNING, Agg.
- GEPERST, alsof door een nauwe opening
- KLIEREN
- VERHARDING
- VASTHOUDEN, vastgehouden worden enz., Amel.
- LICHT, Amel.
- LOS, alsof (vgl. Rollen, Klotsen.)
- LIGGEN, OP DE ZIJ, AGG.
- LIGGEN, op de linkerzijde, Agg.
- OUDERDOM, seniliteit
- DROEFHEID, neerslachtige stemming (vgl. Emoties.)
- VERBRIJZELD of alsof het in stukken vliegt, als bij explosies enz. (vgl. Barsten.)
- KLOTSEN, spatten enz., als van water (vgl. Gutsen, Los.)
- KRUIN
- WRATTEN, fungoïde gezwellen, condylomen, wild vlees enz.
- 11 uur 's avonds.