Carbolicum Acid
van Constantine Hering — De leidende symptomen van onze Materia Medica
C 6 H 5 OH.
Deze verzameling bevat, behalve alle klinische symptomen die in de tijdschriften konden worden gevonden, de voornaamste symptomen uit de provings van Lilienthal, Bacmeister, Hoyne, Duncan, Hedges, Boyce, Williamson, Price en Hæseler; ook enige toxicologische symptomen, waarvan de voornaamste teruggaan op een verslag van chirurgische gevallen door Billroth, gepubliceerd in de Chirurgische Klinik en herdrukt in deel 99, 1879, van de Allg. Hom. Zeitung; zij zijn aangeduid met t. De symptomen gemerkt '(Bij zieken :)' werden bijgedragen door Von Tagen.
GEMOED [1]
Bewusteloosheid.
Geheugenverlies.
(Bij zieken :) Vergeetachtigheid, zij kan zich niets herinneren, raakt gemakkelijk in de war.
(Bij zieken :) Zij begint iets te doen en vergeet het.
(Bij zieken :) Zij heeft moeite zich gebeurtenissen te herinneren die voorbij zijn.
(Bij zieken :) Zij heeft perioden van geestelijke afwezigheid.
Afwezig van geest, schrikt op wanneer men hem aanspreekt, nerveus trillen.
Onvermogen de aandacht op iets te vestigen of te onthouden wat gelezen wordt.
Verward en in de war.
(Bij zieken :) Zij had een gevoel van onthutsing.
Geest ongewoon helder, verlangen naar intellectueel werk.
Volledige afkeer van studie; wat hij tot stand had gebracht leek hem heel onbeduidend.
Afkeer van geestelijke inspanning, zelfs van lezen.
Afkeer van geestelijke of lichamelijke arbeid.
Voortdurend geagiteerd, voortdurend kreunend en af en toe een schelle kreet uitend; herkent niemand. θ Acute hydrocefalus.
Neerslachtig; nors; prikkelbaar.
Vrees voor naderende ziekte, 's avonds in bed.
Zeer prikkelbaar.
(Bij zieken :) Zij werd humeurig en ongeduldig, hoewel van nature goed, rustig en zacht.
Geestelijke en lichamelijke opgetogenheid.
Onrustig: roept in de slaap; t. θ Meningitis.
SENSORIUM [2]
Gevoel alsof hij wankelde, als een dronken man.
Duizeligheid, niet > door de ogen te sluiten.
Vertigo: bij op- en afgaan van trappen; > door snel te lopen in de open lucht, < door te gaan zitten, angst om te vallen; met beven.
HOOFD, INWENDIG [3]
Zeurende en brandende pijn in het voorhoofd, > door druk van een koude hand.
Doffe hoofdpijn in het voorhoofd, in het midden van het voorhoofd.
Doffe hoofdpijn in het voorhoofd: met rillerigheid; met algemene lusteloosheid; > in de open lucht.
Gevoel van strakheid over het voorhoofd, direct boven de voorhoofdsholten.
Doffe hoofdpijn in het voorhoofd, alsof een elastieken band strak over het voorhoofd gespannen was, van slaap tot slaap.
Hoofdpijn in het voorhoofd en beklemming op de borst, van links naar rechts trekkend.
(Bij zieken :) Hevige drukkende pijnen door de slapen en in het hoogste deel van het hoofd; zelfs tot in de nek, waar stijfheid en gevoeligheid werden gevoeld.
(Bij zieken :) Zij had hevige eenzijdige hoofdpijn, zich uitstrekkend over de kruin; dit gehele oppervlak was gevoelig bij aanraking.
Brandende pijn in de rechter slaap en kruin.
Doffe, zware pijn door de slapen, met een strakke band over het voorhoofd en strakheid in de neus tussen de ogen.
Druk in de linker slaap, schijnbaar op het oppervlak van de hersenen.
Schokkende pijn door de slapen, links neuralgische pijnen.
Hakkende pijn in het hoofd, < door licht en geluid.
Scherpe, uitschietende neuralgische pijn in het hoofd, die van de ene zijde naar de andere verspringt.
Doffe pijn die van het voorhoofd naar het achterhoofd loopt.
Brandende pijn in de kruin.
Gevoel alsof er fijne elektrische vonken in de kruin waren, overgaand in een prikkelend, jeukend gevoel, > door wrijven.
Gevoel in de kruin alsof de hersenen heen en weer klotsten.
Hoofdpijn in de bovenste helft van het hoofd, 's morgens.
Doffe druk en pijn in het achterhoofd en de spieren van de nek, vooral juist achter de oren.
Uitzettende pijnen in het hoofd, met zwemmen voor de ogen.
Het hoofd voelde alsof het in een band opgesloten zat, die het hoofd soms scheen samen te drukken en te verpletteren, < in de slapen.
Vol gevoel in het hoofd, door de hele hersenen, met doffe pijnen.
Het hoofd voelt zeer zwaar.
Gevoelloosheid in het hoofd na lezen, met druk in de slapen.
Druk of een strakke zwachtel > de hoofdpijn tijdelijk, ook > tijdens roken na thee; < door het hoofd voorover te buigen.
Lezen < druk in het achterhoofd.
Hevig branden in de hersenen, boven de wenkbrauwen, 's avonds.
(Bij zieken :) Haar hersenen bonsden en het gehele hoofd deed pijn.
Bloedaandrang naar het hoofd, gelaat blozend.
Congestieve hoofdpijn.
Basilaire meningitis; acute hydrocefalus.
Periodieke aanvallen van migraine, omstreeks de tijd van de menstruatie.
HOOFD, UITWENDIG [4]
Tinea capitis; ongedierte op het hoofd; jeuk van de hoofdhuid.
Hoofdhuid gevoelig bij aanraking, kon het haar niet kammen of borstelen.
Zweet op het hoofd bij de geringste inspanning.
Gevoel van koude, als het koude gevoel dat men ervaart wanneer de tandzenuw wordt aangeraakt, op één plek van het hoofd, bij bukken, gevolgd door klam zweet.
Koude klamme vochtigheid op het hoofd.
Neiging om over hoofd en ogen te wrijven.
Retractie van het hoofd. θ Hydrocefalus
Klein pustuleus blaasje iets links van de kruin.
ZICHT EN OGEN [5]
Kan de andere kant van de kamer niet zien.
Gevoelig voor licht; hoofdpijn.
Zwemmen voor de ogen.
Voortdurende donkere vlek voor het linker oog.
Letters lijken in elkaar te lopen tijdens het schrijven.
Dingen lijken alsof zij heen en weer bewegen.
Pupillen vernauwd en ongevoelig voor licht; t.
Afwisselende contractie en verwijding van de pupillen. θ Hydrocefalus.
Neuralgisch schokken in de oogbollen.
Oogleden open, bewegen voortdurend op en neer; t.
Zeer hevige orbitale neuralgie boven het rechter oog.
Neuralgie van het rechter oog en de rechter slaap.
Lichte pijn boven de rechter wenkbrauw; dezelfde soort pijn, maar in geringere mate, onder de rechter patella; beide van korte duur.
Scherpe doorborende pijn op een kleine plek van de linker supraorbitale rand vóór het opstaan; de plek blijft gevoelig bij aanraking.
Tranen van het linker oog en waterige uitvloeiing uit de neus, 's avonds.
Pijnen in het hoofd tasten het oog van de pijnlijke zijde zo aan dat het moeilijk open te houden is.
GEHOOR EN OREN [6]
Drukkende pijn in het linker oor, voorbijgaand.
(Bij zieken :) Zij had een tintelend, doof gevoel in het oor, gevolgd door gezoem en gebrom.
(Bij zieken :) Kloppende pijn met een zoemend geluid in beide oren.
(Bij zieken :) Meatus auditorius externum geëxcorieerd en bedekt met een kleine pustuleuze eruptie, zich naar binnen uitbreidend.
Pijn vanuit de keel strekt zich uit naar het oor.
Jeuk van het rechter oor.
REUK EN NEUS [7]
Reuk scherper.
Waterige uitvloeiing uit beide neusgaten, in de open lucht, > binnenshuis, terugkerend bij het binnengaan van een koude kamer. θ Coryza.
Stinkende uitvloeiing uit de neus. θ Difterie.
(Bij zieken :) Dezelfde afscheiding werd uit de neus gesnoten als uit de keel opgehaald.
Steken in het linker neusgat, met waterige uitvloeiing uit neus en oog.
Beide neusgaten verstopt.
Bij het snuiten van de neus is het slijm bloederig, of helder rood bloed.
Neusslijmvlies zo gezwollen dat men door de mond moet ademen. θ Roodvonk.
Gevoel van verwijding in de neusgang bij lopen buitenshuis.
Strakheid in de neus tussen de ogen.
Gevoel aan de linkerneusvleugel alsof er fijne elektrische vonken waren, wil de plek herhaaldelijk wrijven.
Jeuk van de neus.
Neuscatarrh, ozæna, uitvloeiing zeer stinkend.
Epithelioma op de neus.
Een klein blaasje vormde zich midden op de neus.
BOVENGEZICHT [8]
Gezicht gevoelig voor aanraking van een handdoek.
Gezicht rood en brandend. θ Hoofdpijn.
Gezicht bleek; en angstig.
Witte kring rond de mond, rest van het gezicht dof rood. θ Roodvonk.
Vale, zeepachtige en bloedeloze gelaatskleur.
Schokken in wangen en slapen.
Trekkende pijn in de kaak, rechterzijde.
Scherpe pijn midden in de wang, alsof men door een mug gebeten was.
Jeuk van het gezicht; van de rechter wang.
Een kortdurende rilling loopt van het gezicht naar beneden, in een warme kamer.
Lichte pustuleuze eruptie aan de rechterzijde van het gezicht.
Lupus van het gelaat.
Koud zweet op het gezicht; t.
ONDERGEZICHT [9]
Lichte livide verkleuring van de lippen; t.
Lippen droog, gebarsten, pijnlijk of zwart. θ Roodvonk.
Branden op de lippen.
TANDEN EN TANDVLEES [10]
Zeurende pijn in de tanden van de rechter bovenkaak. θ Kiespijn.
Tandenknarsen. θ Hydrocephaloïde toestand.
Sordes.
SMAAK, SPRAAK, TONG [11]
Koperachtige metaalachtige smaak op de tong en het bovenste gehemelte.
Branden en tintelen van de tong, alsof duizend spelden erin prikten.
Branden van de tong, vooral aan de punt.
Bijtend gevoel op de tong.
Kan de tong niet uitsteken.
Tong trillend en als rauw rundvlees.
Tong droog en schilferig; dor en gebarsten.
Tong: wit; donkerbruin; dik, geelwit beslag over het midden (roodvonk); rode papillen steken hier en daar uit; glanzend, blinkend, droog beslag; bedekt met dik geel beslag.
Tong met donkerbruin beslag, sordes. θ Remitterende herfstkoorts.
MONDHOLTE [12]
Overvloedige afscheiding van blauwachtig-wit schuimend speeksel.
Schuim op de mond; t.
Mond en keel vol dik, taai slijm.
Zwelling en gevoeligheid van de binnenzijde van de linker wang, tegenover de kiezen.
Spruw, aften, stomatitis.
Mond en tong zwart, sordes en ulceratieve plekken aan de binnenzijde van lippen en wangen. θ Roodvonk.
Zeer sterke slechte geur uit de mond. θ Difterie. θ Roodvonk. θ Constipatie.
Witte verharde of gerimpelde plekken op de slijmvliezen; t.
Adem stinkend en weerzinwekkend. θ Roodvonk.
GEHEMELTE EN KEEL [13]
Keel felrood, gezwollen; difteritische plekken; adem bijna ondraaglijk. θ Roodvonk.
Droogheid van de achterste neusholten.
Vol gevoel in de keel, met voortdurende neiging te slikken.
Vloeistoffen komen bij het slikken terug door de neus. θ Roodvonk.
Stikkend gevoel in de keel, met neiging slijm op te halen.
Ophalen van slijm uit de keelholte en de achterste neusholten.
(Bij zieken :) Tintelen, branden, droogheid in de keel; later gevoeligheid, opzetting en zwelling van de omliggende structuren.
Scherpe steken in de keel.
Branden in de keel en slokdarm, met hitte die opstijgt vanuit de maag.
De gehele keelholte, huig en het zachte gehemelte zagen er glazig uit, hadden een roodachtige, parelmoerachtige tint, niet ongelijk aan vroege verschijnselen van difterie; de tonsillen waren gezwollen en op dezelfde wijze aangedaan.
Difterie; exsudaat in het slijmvlies ingebed met foetor ex ore.
Keel bedekt met exsudaat, klieren van de nek gezwollen, afonie, kroepachtige hoest, stinkende uitvloeiing uit de neus, hevige koorts, pols 130. θ Difterie.
Krampachtige samentrekking van de slokdarm.
Slijmvlies van de slokdarm droog, bruinachtig, verschrompeld.
Keelpijn, < aan de rechterzijde.
Pijn in de keel die naar het oor uitstraalt.
Keel > tijdens roken na thee (avondmaal).
EETLUST, DORST. VERLANGEN, AFKEER [14]
Volledig verlies van eetlust.
Buitensporige dorst.
(Bij zieken :) Dorst en droogheid van mond en lippen; > door koele dranken.
Verlangen naar whisky en tabak.
ETEN EN DRINKEN [15]
Gevoel alsof zij te veel gegeten had.
Tijdens het eten van een klein ontbijt voelde hij nu en dan alsof hij moest opstaan en braken.
HIK, OPRISPINGEN, MISSELIJKHEID EN BRAKEN [16]
Hik na het avondeten.
Misselijkheid: van koud water; 's morgens; in de keel.
Voortdurend opboeren van wind uit de maag. θ Constipatie.
Vruchteloze oprispingen.
Zure oprispingen en gasvorming.
(Bij zieken :) Soms wat zoetachtige regurgitatie, dan weer bitter of zuur, of als karnemelk en kool.
Braken van donker olijfgroene of zwarte vloeistof; t.
Braken, met grote onrust; t.
Braken. θ Zwangerschap. θ Zeeziekte. Kanker.
Braken; bij drinkers; braakt alles uit wat in de maag komt. θ Ziekte van Bright.
Chronisch braken, sarcinae in het braaksel.
MAAGKUIL EN MAAG [17]
Zwaarte in het epigastrium, alsof belast met flatulentie; zoekt verlichting in vruchteloos opboeren en door de hand op de maagkuil te drukken.
Branden in de maag.
Benauwd gevoel in de maag, met doodse flauwte en grote gevoeligheid voor geuren.
Leeg, uitgezakt gevoel, ook met een gevoel van zwaarte, of met volheid in de maag, en voortdurende neiging te slikken.
Gevoeligheid in maag en darmen.
Veel pijn die van de maag naar de zijden verplaatst, vooral naar de rechterzijde en de borst.
Dyspepsie; zeurende pijn in de maag; diarree, gevolgd door constipatie; koliekachtige pijnen.
Maagkanker.
HYPOCHONDRIEËN [18]
Onaangenaam gevoel over maag en lever.
Pijn in het rechter hypochondrium; ook in de darmbeensstreek van beide zijden.
Scherpe pijn in het rechter hypochondrium. θ Remitterende herfstkoorts.
Gevoeligheid van de hypochondrieën < bij beweging.
Doffe drukkende pijnen in de hypochondrieën.
BUIK EN LENDENEN [19]
Inzinkend gevoel in de gehele buik.
Rommelen en rollen in de buik, met een gevoel van uitzetting.
Gevoel van uitzetting in de buik, alsof vol wind, maar laat geen wind.
Een brandend of gravend gevoel laag in de buik.
Vaak optredende koliekachtige pijnen.
Koliek bij zuigelingen.
Grote gevoeligheid over het colon transversum.
Darmen voelen pijnlijk aan bij lopen.
Darmen opgeblazen en vol winden drie uur na een maaltijd.
Rommelen in de darmen, gevoel alsof diarree zou opkomen na rondlopen.
Winderigheid van de ouderdom, berustend op onvolmaakte spijsvertering.
Schokken tijdens het rijden werken onaangenaam op de buikorganen, die heet en pijnlijk aanvoelen.
Branden aan de buitenkant van de buik.
Buik ingetrokken, met constipatie. θ Hydrocefalus.
Een krampachtige steek in de linker liesstreek tijdens het zitten.
Buikspieren voelen pijnlijk aan.
Jeuk van het onderste deel van de buik, alsof door iets gebeten.
ONTLASTING EN RECTUM [20]
Lozing van rottig ruikende winden.
Winderigheid van oude mensen. θ Dyspepsie.
Stinkende geur.
Ontlasting als dikke lijm, in dunne stroken als lint geloosd.
Bloedige en slijmerige afscheiding, als afschraapsel van het slijmvlies; tenesmus. θ Dysenterie.
Losheid van de darmen, ontlasting van het uiterlijk als bij galdiarree.
Waterige ontlastingen, met pijn en misselijke maag.
Onwillekeurige dunne, zwarte ontlasting. θ Collaps.
Onwillekeurige ontlasting met ondraaglijke geur. θ Kraamvrouwenkoorts.
Diarree, met braken van alles wat genomen wordt; verlangen te drinken; rijstwaterachtige ontlasting met zeer stinkende geur, als van rotte eieren. θ Zomerdiarree.
Diarree ten gevolge van slechte riolering.
Dysenterie: bloedige, slijmerige ontlasting, als afschraapsel; tenesmus; gevoeligheid over het colon transversum; tong droog en bedekt met dik geel beslag; grote dorst en hoge koorts; pols 110.
Onwillekeurige ontlasting, 's nachts in bed.
Voortdurende vergeefse aandrang tot ontlasting.
Periodieke aanvallen van diarree, gevolgd door constipatie. θ Hydrocefalus.
Constipatie.
Trage darmwerking, gepaard gaand met stinkende adem.
Grote gevoeligheid van het rectum.
Onaangenaam heet branderig gevoel in het rectum.
Anus jeukt en voelt alsof de huid eraf geschuurd is.
Aambeien, met gevoeligheid van het rectum, ook uitwendig, soms bloedend.
URINEWEGEN [21]
Moe gevoel in de nierstreek.
Een donker groenachtig-bruine kleur van de urine.
Groenachtige urine. θ Na roodvonk.
Urine schaars en rood. θ Roodvonk.
Urine: goudgeel; gras- of olijfgroen; zeer donker gekleurd; zwart of zwartachtig olijfgroen.
Frequent urineren.
Persen bij het urineren.
Urine vermeerderd, had een sterke geur.
Loste overvloedig een buitensporige hoeveelheid suikerhoudende urine; moest elke nacht driemaal urineren, en telkens niet minder dan een pint; daardoor sterk verzwakt. θ Diabetes.
Urine bevatte albumine; t. θ Meningitis.
Tijdens het urineren steeds een onwillekeurige slijmafscheiding uit de anus.
MANNELIJKE GESLACHTSORGANEN [22]
Werd wakker door sterke seksuele opwinding.
Seksueel verlangen sterk verminderd; in één geval gedurende dertien dagen verdwenen.
Geslachtsorganen slap en zwak, wellustige dromen, met uitputtende zaadlozingen.
Prikkelende pijn door glans penis en urethra.
Hevige brandende jeuk van de geslachtsdelen.
Jeuk van het scrotum en van de binnenzijde van de dijen > door krabben, maar keert spoedig terug.
VROUWELIJKE GESLACHTSORGANEN [23]
Pijn in de streek van de linker eierstok, bij lopen in de open lucht, spoedig verdwijnend.
Pijnlijke zwelling van de linker eierstok. θ Remitterende herfstkoorts.
Menstruatie onregelmatig.
Menstruatie te overvloedig, donker van kleur, gevolgd door hoofdpijn en grote nerveuze prikkelbaarheid.
Menorragie: inzinkingen, waarbij zij dacht dat zij zou sterven, met koude klamme huid, vale, zeepachtige, bloedeloze gelaatskleur, prikkelbaarheid van de maag, voedsel ligt zwaar, flatulentie, zure oprispingen, vol gevoel in de keel, gezwollen gevoel; voortdurende neiging te slikken, globus hystericus; afwisselend diarree en constipatie.
Induratie van de cervix uteri.
Ulceratie van de cervix uteri; < na caustica, afscheiding van stinkende, groenachtige, bijtende materie uit de vagina; < na de menstruatie, die overvloedig was en zes tot acht dagen duurde.
Slijmknobbeltjes op de labia en de binnenzijde van de dijen, met vaginale afscheiding.
Rijke afscheiding van stinkende, groenachtige, bijtende materie uit de vagina. θ Leucorrhoea.
ZWANGERSCHAP. BARING. LACTATIE [24]
Braken tijdens de zwangerschap; grote prikkelbaarheid; hevige hoofdpijn in het voorhoofd.
Kraamvrouwenkoorts; hoge koorts afwisselend met vaak terugkerende rillingen van korte duur, gevolgd door overvloedig zweet met onrust; gevoeligheid over de uterus en de rechter fossa iliaca; pols 160; diarree, onwillekeurige ontlasting met ondraaglijke geur; lochiën onderdrukt; verlangen naar voedsel; dorst.
STEM EN STROTTENHOOFD. LUCHTPIJP EN BRONCHIËN [25]
Afonie.
Difterie.
Gevoeligheid van de ademhalingsorganen, met heesheid.
Heesheid, met stijve nek.
Ophalen van helder wit slijm.
Linkerzijde van het strottenhoofd zeer gevoelig voor druk.
Prikkeling in de keel die een korte kriebelhoest veroorzaakt.
Catarrale kroep.
Chronische laryngitis en bronchitis.
ADEMHALING [26]
(Bij zieken :) Ademhaling ongelijk en onregelmatig.
Reutelende ademhaling.
Moeilijke ademhaling, met een gevoel van beklemming.
Verlangen diep in te ademen, met geeuwen.
Zuchtende of kreunende uitademingen; t.
(Bij zieken :) Haar adem was heet en koortsig.
Kortademigheid bij het opgaan van een helling of trap.
Dyspnoe 's nachts.
HOEST [27]
Voortdurende neiging te hoesten.
Korte, droge, kriebelhoest, met prikkeling in de keel; kan haast niets in de maag houden.
Lastige hoest, met vies taai sputum.
Kroepachtige hoest. θ Difterie.
Kinkhoest, met roodheid van het gezicht, tranende ogen en hoofdpijn in het voorhoofd.
Ophoesten van een grote hoeveelheid dik, witachtig slijm.
BORST, INWENDIG EN LONGEN [28]
Doffe pijn door de bovenkwabben van de longen, 's middags.
Lichte onaangename pijnen in de rechter long.
Doffe zeurende pijn in de linkerzijde van borst en buik, doorlopend tot aan de scapula.
Borst voelt alsof zij samengedrukt wordt, of alsof er van voren een last op drukt; verlangen de borst uit te zetten.
Strak gevoel in beide longen, vooral in de buitenborst.
Gevoel van engte in de borst, alsof het middenrif de longen neerdrukte.
Beklemming op de borst en hoofdpijn in het voorhoofd, van links naar rechts gaand.
Gevoel van verwijding in longen en neusgangen, bij lopen buitenshuis.
(OBS :) Phthisis pulmonalis.
Gangreen van de long.
HART, POLS EN CIRCULATIE [29]
Steken in de streek van het hart.
Blazend geruis over de mitraliskleppen; dyspnoe en hartkloppingen, < 's nachts; hart < na dieetfouten; moet zeer langzaam lopen wegens het bonzen van het hart, is uitgeput door stijgen. θ Organische hartklepaandoening, gevolg van ontstekingsreuma acht jaar tevoren.
Hevige koorts, pols 130. θ Difterie.
Pols: snel (120), zwak en flakkerend; intermitterend, soms langzaam; zwak en flakkerend; klein en snel.
Pols onregelmatig. θ Hydrocephaloïde toestand.
Pols 160. θ Kraamvrouwenkoorts.
BORST, UITWENDIG [30]
Voorbijgaande doffe pijn onder het linker sleutelbeen.
Gevoel alsof er fijne elektrische vonken waren op het sternale uiteinde van het rechter sleutelbeen.
Doffe druk onder het borstbeen, ter hoogte van de zesde rib.
(Bij zieken :) Licht tintelen langs de linkerzijde van de borst.
Koud zweet op de borst; t.
Scirrheuze kanker van de linker borst. Carb. ac., 2e dec., om de twee uur gedurende twee jaar.
NEK EN RUG [31]
Schokken in de linker arteria carotis communis bij snel lopen na het avondeten.
Trillen in de rechter sterno-cleido-mastoïde spier; t. θ Meningitis.
Stekende pijnen in de rechterzijde van de nek.
Trekken in de nekspieren.
Nek voelt lam en stijf bij bewegen van het hoofd.
Nek zeer stijf en pijnlijk; voelt alsof hij een flinke verkoudheid heeft opgelopen. θ Remitterende koorts.
Zeer zwaar gevoel op de nek, met gevoeligheid zelfs bij aanraking, ter hoogte van de zevende halswervel.
Klieren van de nek gezwollen. θ Difterie.
Jeuk van de achterzijde van de nek en van de rug.
Zeurende pijnen in de lendenen, < bij het rechtop komen, door schokken bij het rijden, > door druk.
Zij heeft een slepend gevoel over de lendenen en door het gehele bekken.
Borende pijnen in de lendenen, bij verkoudheid.
Hevige pijn in de lumbo-sacrale streek, vooral tijdens het laatste deel van de nacht, reeds lang bestaand.
Gevoeligheid van de spieren van rug en ledematen.
BOVENSTE LEDEMATEN [32]
Stinkende transpiratie in de oksels.
Pijnen in de rechter schouder zonder veel last bij bewegen van de arm.
Zeurende pijnen in de linker schouder, als kiespijn, bij liggen op de rechterzijde.
Hevige reumatische pijnen in de rechter schouder; gevoel alsof het onmogelijk zou zijn de arm op te heffen, maar wanneer een poging werd gedaan, verergerde de pijn maar heel weinig. θ Reuma.
Trekkende pijn in de linker arm, van schouder en elleboog.
Gevoeligheid van de spieren van de rechter arm.
(Bij zieken :) Tintelend, branderig en doof gevoel langs de linkerarm tot in de vingertoppen, gevolgd door doffe zeurende pijn en zwaar gevoel.
Zeurende pijn in de linker onderarm.
Kruipend gevoel, rilling of kippenvel in de linker onderarm, opstijgend.
Voortdurend moe, zwaar gevoel in de linker arm.
Trillingen van de armen, vooral de rechter; t. θ Meningitis.
Samentrekkende pijn in de handpalm van de rechter hand.
Gevoel alsof er fijne elektrische vonken waren op de middelvinger van de linker hand.
Beven van de handen; kan niet gelijkmatig schrijven.
Krampachtige buiging van de handen naar de onderarmen; t.
Lichte livide verkleuring van de vingertoppen.
Gevoelloosheid van de huid van de handen.
Stijfheid en prikken in de hand, gevolgd door een puistje op de middelvinger (waar het zuur had geraakt), dat tot de grootte van een karbonkel toenam.
Vesiculeuze eruptie op de handen en over het hele lichaam, die buitengewoon jeukt; > na wrijven, maar een brandende pijn achterlatend.
Tintelende jeuk in de pink van de rechterhand, kort daarna in de linker.
Pijn in het tweede vingerkootjesgewricht van de middelvinger van de rechterhand.
ONDERSTE LEDEMATEN [33]
Zeurende pijn in beide heupen; in de rechter heup en de linker knie.
Reumatische pijn in het rechter heupgewricht.
Diepliggende spierpijn aan de binnenzijde van het bovenste derde van de linker dij.
Een flauw gevoel dat zich van de dijen over het hele lichaam verspreidt.
Zeurende gevoeligheid onder de linker patella, de hele dag tot ongeveer 4 uur 's middags; voelt alsof het bij bewegen stijf en pijnlijk zou zijn, maar dat wordt in het geheel niet gevoeld.
Pijnlijk, beurs gevoel, of tintelende jeuk in het been, tijdens beweging.
Onderste extremiteiten voelen zwaar als lood.
Verlamming van de onderste extremiteiten; t. θ Meningitis.
Gevoel op de huid juist onder de knie alsof die met een stuk ijs werd aangeraakt.
Scherpe pijn in het linker scheenbeen.
Zeurende pijn links van het midden van het linker scheenbeen.
Doffe pijn in de rechter enkel en de linker knie.
Beurse pijn onder de linker achillespees.
Pijn in de grote tenen.
Voeten voelen zwaar, beurs.
Stinkende transpiratie van de voeten.
Karbonkel op de heup van een dame, æt. 50.
Oedeem van beide benen; t. θ Meningitis.
Chronische zweren aan voeten en enkels.
Chronische zweren aan voeten en enkels, diep, met sterke geur en brandend als vuur.
LEDEMATEN IN HET ALGEMEEN [34]
Doof-zeurende pijn in armen en benen. θ Remitterende koorts.
Stijfheid van de ledematen. θ Hydrocephaloïde toestand.
Koude handen en voeten.
RUST. HOUDING. BEWEGING [35]
Liggen: in bed, moe.
Zitten: gaan zitten < duizeligheid; krampachtige steek in de linker liesstreek.
Buigen: hoofd voorover < hoofdpijn.
Bukken: koudegevoel in het hoofd.
Schrijven: letters lopen in elkaar over.
Lopen: snel > duizeligheid; rommelen in de darmen; pijn in de linker eierstok; trap op, kortademigheid; buitenshuis, gevoel van verwijding in longen en neusgangen; hart bonst.
ZENUWEN [36]
(Bij zieken :) Zij had nerveus beven.
Bevende, onzekere, zwalkende gang.
Tonische krampen van de armen.
Beven en convulsies.
Gedeeltelijke krampachtige bewegingen. θ Hydrocephaloïde toestand.
Gemakkelijk vermoeid door de geringste wandeling.
Klaagt dat zij zich zeer moe voelt, zelfs terwijl zij in bed ligt. θ Remitterende koorts.
Voelt alsof hij een flinke verkoudheid heeft opgelopen. θ Remitterende koorts.
Algemene malaise, grote lusteloosheid en zwakte.
Diepe prostratie; lichamelijke uitputting; oppervlak bleek, badend in koud zweet; collaps.
Volledig ongeschikt voor studie geworden, omdat elke inspanning van lezen alle symptomen deed toenemen, vooral de druk in het achterhoofd.
SLAAP [37]
Geeuwen, met verlangen diep in te ademen.
Voortdurende neiging te geeuwen, slap en slaperig, verlangen zich uit te rekken.
(Bij zieken :) Zij sliep in korte pozen; slaap onbevredigend; schokkerig opschrikken.
Slaapt onrustig, schrikt op; ogen half gesloten. θ Roodvonk.
Wordt vaak wakker gedurende de nacht.
Zwaar en slaperig, verward door dromen, wordt onverkwikt wakker.
Sufheid, sopor, eindigend in coma.
Dromen: niet te herinneren; van vuur; erotisch; van reizen.
TIJD [38]
Nacht: dyspepsie <; angstig bonzen van het hart; hevige pijn in de lumbo-sacrale streek; wordt vaak wakker; zweet.
Morgen: hoofdpijn in de bovenste helft van het hoofd; misselijkheid.
De hele dag tot 4 uur: zeurende pijn onder de patella.
TEMPERATUUR EN WEER [39]
Kamer voelt benauwd en heet.
Koud: hand, druk > zeurende en brandende pijn in het voorhoofd; water, misselijkheid.
Open lucht: kouwelijk; waterige uitvloeiing uit beide neusgaten; lopen daarin, pijn in de streek van de linker eierstok.
KOORTS [40]
Kouwelijk gevoel terwijl men zich in een warme kamer bevindt.
Rilling in de open lucht.
Een kortdurende rilling loopt van het gezicht naar beneden, in een hete kamer.
Rilling, gevolgd door koorts en zeer weinig zweet, met doof-zeurende pijn in armen en benen; pols klein en snel; < tegen zonsondergang en gedurende de nacht; voelde alsof hij een flinke verkoudheid had opgelopen.
Hoge koorts, afwisselend met vaak terugkerende rillingen van korte duur, gevolgd door overvloedig zweet, met onrust. θ Kraamvrouwenkoorts.
Was bedekt met transpiratie.
Zweet 's nachts.
Tyfoïde en adynamische miasmatische koortsen.
Koorts van enterisch type.
Remitterende koorts, elke herfst optredend.
Wisselkoorts, met vergroting van de milt.
Roodvonk.
AANVALLEN, PERIODICITEIT [41]
Pijnen scherp, komen plotseling, duren kort, verdwijnen plotseling.
Periodiek: aanvallen van migraine.
LOCALISATIE EN RICHTING [42]
Symptomen gaan van het hoofd naar beneden.
Eerst werd de rechterzijde aangedaan en daarna dezelfde delen van de linkerzijde. θ Remitterende koorts.
Van links naar rechts: hoofdpijn in het voorhoofd.
Links: beurse pijn onder de achillespees; zeurende pijn in de knie; pijn in de dij; scherpe pijn in het scheenbeen; doffe pijn in de knie; hoofdpijn in het voorhoofd van links naar rechts; druk in de slaap; klein pustuleus blaasje op de kruin; voortdurende donkere vlek voor het oog; oog, tranen; drukkende pijn in het oor; neusgat, steken; neusvleugel, gevoel van fijne elektrische vonken; zwelling en gevoeligheid van de binnenzijde van de wang; pijn in de streek van de eierstok; strottenhoofd zeer gevoelig voor druk; doffe zeurende pijn in de borst; beklemming op de borst en hoofdpijn in het voorhoofd, van links naar rechts gaand; voorbijgaande pijn onder het sleutelbeen; licht tintelen langs de zijkant van de borst; schokken, arteria carotis communis; pijn in de schouder als kiespijn; arm, trekkende pijn; tintelend branden in de arm; zeurende pijn in de onderarm, ook kruipend rillen; voortdurend moe zwaar gevoel in de arm.
Rechts: brandende pijn in de slaap; zeer hevige neuralgie boven oog en patella; oor, jeuk; in kaak, trekkende pijn; jeuk van de wang; pustuleuze eruptie; zeurende pijn van de tanden, bovenkaak; keelpijn; borst, pijn; pijn in het hypochondrium; liesstreek, krampachtige steek; fossa iliaca, gevoeligheid; gevoel alsof er fijne elektrische vonken waren op het sternale uiteinde van het sleutelbeen; trillen in de sterno-cleido-mastoïde spier; stekende pijn in de nek; reumatische pijn in de schouder; gevoeligheid van de spieren; trillen van de arm; samentrekkende pijn in de handpalm; tintelende jeuk, pink; pijn in het tweede vingerkootjesgewricht van de middelvinger; zeurende pijn in heup en knie; doffe pijn in de enkel.
GEWAARWORDINGEN [43]
Alsof een elastieken band strak over het voorhoofd gespannen was, van slaap tot slaap; alsof er fijne elektrische vonken in de kruin waren; alsof de hersenen heen en weer klotsten; alsof er fijne elektrische vonken waren aan de linkerneusvleugel; alsof duizend spelden in de tong prikten; alsof een last van voren op de borst drukte; alsof het middenrif de longen neerdrukte; alsof de borst samengedrukt werd; alsof er fijne elektrische vonken waren op het sternale uiteinde van het rechter sleutelbeen; alsof het onmogelijk zou zijn de arm op te heffen; alsof er fijne elektrische vonken waren op de middelvinger van de linker hand; alsof juist onder knie of scheenbeen de huid met een stuk ijs was aangeraakt; alsof hij een flinke verkoudheid had opgelopen.
Pijn: boven de rechter wenkbrauw; onder de rechter patella; vanuit de keel naar het oor; in het rechter hypochondrium; in de streek van de linker eierstok; in de rechter long; hevig in de lumbo-sacrale streek; in de rechter schouder; in het tweede vingerkootjesgewricht van de middelvinger van de rechterhand; in de linker dij; in de grote teen.
Scherpe doorborende pijn: op de linker supraorbitale rand.
Scherp: pijn in het hoofd; pijn midden in de wang; in het rechter hypochondrium; in het linker scheenbeen.
Uitschietend: pijn in het hoofd.
Hakkende pijnen: in het hoofd.
Steken: streek van het hart; krampachtig, in de linker liesstreek; in de rechterzijde van de nek.
Borende pijnen: in de lendenen.
Prikkelend: in de kruin; door glans penis en urethra.
Schokkend: pijnen door de slapen; rechter sterno-cleido-spier.
Kloppende pijn: in beide oren.
Schokken: in de linker arteria carotis communis.
Branden: pijn in de kruin; in de hersenen; van de lippen; van de tong; in de keel; in de buik; in het rectum; langs de linker arm; zweer van de onderste ledematen; in het voorhoofd; in de rechter slaap en kruin; in de maag.
Bijtend: op de tong.
Stekend: in het linker neusgat.
Drukkend: pijn door de slapen, in het hoogste deel van het hoofd; pijn in het linker oor; in de hypochondrieën.
Druk: in de linker slaap; in het achterhoofd; in de spieren van de nek; onder het borstbeen.
Trekkend: pijn in de linker arm; pijn in de kaak; in de spieren van de nek.
Neuralgie: van de ogen; van de slapen.
Slepend: over de lendenen.
Beurs: gevoel in het been; pijn onder de linker achillespees.
Reumatisch: pijnen in de rechter schouder; in het rechter heupgewricht.
Uitzetting: in de buik.
Uitzettend: pijnen in het hoofd.
Gevoelig: buik; gevoel in de benen; binnenzijde van de wangen; in maag en darmen; van de ademhalingsorganen; spieren van rug en ledematen.
Zeurend: lendenen; pijn in de schouders; linker onderarm; in het voorhoofd; in de maag; van de tanden; van de linkerzijde van de borst; in beide heupen en knie; links in het midden van het scheenbeen; onder de linker patella; in het been.
Doffe pijn: van het voorhoofd naar het achterhoofd lopend; onder het linker sleutelbeen; in de rechter enkel.
Bonzend: gehele hoofd.
Samentrekkende pijn: in de handpalmen.
Gravend gevoel: laag in de buik.
Koliekachtige pijnen: in de buik.
Krampachtige steek: in de linker liesstreek.
Onaangenaam gevoel: over maag en lever.
Engte: van de borst.
Strak gevoel: in beide longen; over het voorhoofd; in de neus tussen de ogen.
Stijf: nek; gevoel in de hand.
Moe: in de nierstreek; van de linker arm.
Lam: nek.
Inzinkend gevoel: over de gehele buik.
Flauw gevoel: zich van de dijen over het hele lichaam verspreidend.
Kippenvel: linker onderarm.
Gevoelloosheid: van de huid van de handen; in het hoofd; in het oor.
Tintelen: van de tong; in de keel; langs de linker arm; in het oor; linkerzijde van de borst.
Prikkeling: van de keel.
Vol: gevoel in de keel; in het hoofd; in de maag.
Zwaar: als lood, onderste extremiteiten; gevoel in het hoofd; van de linker arm.
Gewicht: op de nek; in het epigastrium; in de maag.
Rillen: linker onderarm.
Kruipen: linker onderarm.
Koudegevoel: zoals wanneer de tandzenuw wordt aangeraakt.
Kouwelijk: in een warme kamer.
Heet: buik; in het rectum.
Jeuk: onderbuik; van de hoofdhuid; van het rechter oor; van de neus; van het gezicht; van de anus; van de geslachtsdelen; van het scrotum en de binnenzijde van de dijen; van de achterzijde van de nek en van de rug; in de pinken; tintelend in het been; van de huid.
Droogheid: in de keel; van mond en lippen.
WEEFSELS [44]
Rottige uitvloeiingen uit mond, keel, neusgaten, oren, rectum en vagina.
Oedeem van voeten, handen en gezicht, met zeepachtige, kleurloze gelaatskleur; na bloedverlies.
Scarlatina maligna.
Confluente variola; geen secundaire koorts.
Carieuze beenderen; necrose; osteosarcoom; fistels.
AANRAKING. PASSIEVE BEWEGING. VERWONDINGEN [45]
Aanraking: tand, koudegevoel; linker supraorbitale plek gevoelig voor.
Lezen: gevoelloosheid van het hoofd; druk in het achterhoofd.
Uitgebreide verbranding door hete vloeistof (uitwendig met glycerine).
Brandwonden, vooral wanneer zij ulcereren en de afscheiding stinkend is.
Gescheurde wonden door stompe instrumenten; botten bloot of verbrijzeld en versplinterd.
HUID [46]
Stinkende geur van de huid.
Erysipelas.
Jeuk van de huid op verschillende plaatsen van het lichaam; > door krabben, maar keert spoedig terug.
Ontelbare kleine (miliaire) blaasjes over het gehele lichaam.
Eruptie niet gelijkmatig over het gehele oppervlak verspreid, op vele plaatsen onderbroken en van een dofrode kleur. θ Roodvonk.
Kwaadaardige vormen van roodvonk.
Pustuleuze en vesiculeuze erupties.
Confluente variola.
Acne, eczeem, impetigo, scabiës, psoriasis inveterata, lepra; prurigo; pityriasis versicolor; lupus, karbonkels en kankerachtige zweren; afstervende wonden; chronische zweren.
Zweren met stinkende geur.
Uitgebreide brandwonden of verbrandingen door hete vloeistof.
Wintertenen en gesprongen handen.
LEVENSFASE, CONSTITUTIE [47]
Twee kinderen, 9 maanden oud. θ Zomerdiarree.
B., æt. 10; psoriasis.
Dame; æt. 18; variola.
Mejuffrouw, æt. 19; hysterisch braken.
Jonge dame, æt. 21; variola.
Vrouw, æt. 39; dyspepsie.
Vrouw, æt. 46, scrofuleuze diathese; chronische zweren aan voeten en enkels.
Vrouw, æt. 50; karbonkel op de heup.
RELATIES [48]
Antidota: krijt, maar beter Calc. sacch., bereid door zestien delen geraffineerde suiker op te lossen in veertig delen water en vijf delen gebluste kalk toe te voegen; drie dagen laten trekken; af en toe roeren, filtreren en tot droogte verdampen.
Huseman en Wood zeggen dat men zoete olie of ricinusolie als antidotum moet gebruiken, omdat dit volgens Lemaire maakt dat het zuur langzamer wordt opgenomen; braakmiddelen zijn gewoonlijk nutteloos.
Onverenigbaar: glycerine en plantaardige oliën verspreiden als oplosmiddelen de werking en versterken die.
Vergelijk: Gelsem., Mercur. en Sulphur bij bandvormige hoofdpijn; Arsenic., Carb. veg., Cinchon. en Kreosot. bij brandwonden, zweren enz., met ongezonde, stinkende afscheiding.