Camphora
van Constantine Hering — De leidende symptomen van onze Materia Medica
Bewusteloosheid.
Werd duizelig tijdens het studeren op school. 12.30 u. 's middags leek het boek rond te draaien, hij kon nauwelijks op zijn plaats blijven zitten ; had het gevoel alsof hij naar de rechterzijde viel en alsof hij in een toestand van slaap of bewusteloosheid raakte ; > in open lucht ; een jongen, æt. 13 ; t.
Braken en convulsies, met verlies van bewustzijn en frequente aandrang tot urineren.
Verlies van bewustzijn, waarbij hij werd aangevallen door hevige stuiptrekkende aanvallen en maniakale razernij.
Valt neer, buiten bewustzijn, met huilende kreten.
Verdoving van de zintuigen, als bij flauwte.
Half versuft en wezenloos, kreunend en steunend.
Geheugenzwakte.
Volledig geheugenverlies, na een aanval van katalepsie, met verlies van bewustzijn, gevolgd door braken.
Geheugenverlies, na mentale of zintuiglijke stoornissen.
Hoewel hij van alles de naam kon herinneren wanneer hij het zag, kon hij het gebruik ervan toch niet vaststellen zonder eerst de aard ervan te onderzoeken.
Onhandigheid.
Ongewoon helder van geest ; ook verstandelijke traagheid.
Onrust van het lichaam en verwardheid van geest, onmogelijk te beschrijven.
Gedachten waren verward, delier.
Monomanie, met afschuwelijke visioenen en kwellende gedachten over religie, die hij niet van zich af kan zetten, hoewel hij zich ervan bewust is dat zij ziekelijk zijn ; < 's nachts.
Een warreling van ruwe gedachten trok door zijn geest, met een geluid in de oren, gevolgd door bewusteloosheid.
Hij lag met gesloten ogen, ogenschijnlijk slapend, en beantwoordde geen vragen ; wanneer de verre stadsklok sloeg, hief hij bij iedere slag zijn arm op ; op een avond ging hij met gesloten ogen naar de piano en speelde met grote nauwkeurigheid wat hij op andere tijden niet zonder zijn notenblad had kunnen doen ; verscheidene malen schreef hij brieven in een aangeleerde taal correcter dan in wakende toestand ; eens hield hij zich verscheidene uren bezig met het getal 6 ; soms had hij hevige spasmen en priapisme.
Het was hem alsof hij zich bewoog in zijn eigen kleine wereld, waarin alle dingen helder en duidelijk omlijnd waren ; daarbuiten onzeker en onbepaald ; t.
Dacht dat hij zou sterven. θ Gastralgie.
Zeer nerveus ; beeldde zich verschillende dingen in ; dat hij gele koorts zou krijgen, enz. ; jongen, æt. 13 ; t.
Verwarde voorstellingen en delier.
Delirerend, slaperig, met slepende koorts, 's nachts.
Versuftheid, coma en delier.
Delier met hitte in de keel en dorst.
Delier, met pijn in de maag.
Uiterst woest delier, slechts met moeite door twee mannen in bed te houden.
Razernij, met schuim op de mond.
Hevige razernij ; krabt, spuwt en bijt ; scheurt haar kleren en schuimt op de mond. θ Puerperale manie.
Manie, met melancholie.
Neiging om vaak uit te roepen, hij wist niet waarom, maar merkte vaak dat hij uitriep tijdens het werk of tijdens het rondlopen.
Verlangen om afgeleid te worden van gedachten aan zichzelf ; t.
Neiging tot tegenspreken ; eigenzinnig.
Wil uit bed komen.
Had vaak het gevoel dat hij mensen moest doden wanneer hij op straat was ; voelde nooit neiging om iemand uit zijn eigen familie te doden, maar dacht dat hij iemand moest doden.
Aandrang om uit het raam te springen.
Hij praat onsamenhangend en stelt absurde dingen voor.
Sprak wild, voortdurend dezelfde zin herhalend.
Gebaren en gesprek zeer wild en vreemd.
Zeer opgewonden, spreekt onophoudelijk. θ Puerperale manie.
(Bij zieken :) IJlen ; afwisselend praten, schreeuwen, huilen en lachen ; t. θ Spasmen.
Werd zeer opgewonden aangetroffen, luid schreeuwend: "Ik zal niet flauwvallen! Ik zal niet flauwvallen, want als ik dat doe, krijg ik toevallen en kom ik er nooit meer uit!" Liet een vreemde schreeuw horen, een soort gehuil, sprong uit bed, blijkbaar in grote kwelling, en was op iets wanhopigs uit.
Schreeuwde, raasde en schold in de meest onzedelijke taal ; 4e dag. θ Puerperale manie.
Roept om hulp, grijpt anderen vast, wil niet alleen gelaten worden.
Huilt of weent, weet niet waarom.
Zuchten en mompelen in de slaap.
Woelt angstig in bed, huilt onophoudelijk ; volle, prikkelbare pols, hevige hoofdpijn. θ Hysterie.
Onrustig woelen ; hartkloppingen.
Kinderen gooien dingen in de lucht met waanzinnig gelach.
Trekt zijn kleren uit en probeert uit het raam te springen.
Hij slaat zichzelf op de borst en valt flauw.
Het kind kruipt in een hoek, huilt en schreit ; alles wat gezegd wordt vat het op alsof men het bevelen geeft, en alsof men het stout vindt en zou straffen.
Hevige uitbarstingen van razernij en scheldpartijen ; mishandelt haar kind. θ Puerperale manie.
Overhaast in handelen en spreken. θ Puerperale manie.
Spreekt niet tenzij hij ondervraagd wordt.
Afkeer van alle soorten werk.
Zeer opgetogen, levendige stemming.
Neerslachtig, droevig en prikkelbaar, moedeloos.
Onbeschrijfelijke ellende.
Had een vaag gevoel van dreigend levensgevaar, > door rond te lopen, snelde het huis uit en liep gejaagd door totdat hij zweette, wat verlichting gaf ; t.
Vrees om alleen in het donker te zijn.
Bang voor spiegels in de kamer, uit vrees zichzelf daarin te zien ; zo overmatig was deze vrees soms 's nachts, dat hij zou zijn opgestaan en de spiegels zou hebben stukgeslagen, ware hij er niet nog meer bang voor geweest alleen in het donker op te staan.
Onbeschrijfelijke vrees om omhooggetrokken te worden.
Zeer grote angst.
Precordiale angst, met huilen.
(Bij zieken :) Angst, onrustig woelen in bed. θ Cancer labii.
Angst, verliest bijna het bewustzijn. θ Puerperale manie.
Onverschilligheid ervoor of de wereld iemand goed of slecht behandelt, alles is afstotend.
Zeer prikkelbaar en knorrig ; ieder woord irriteert en windt hem op.
Nukkig, angstig, 's nachts, met vreselijke visioenen.
Hartkloppingen ; gekweld door gebrek aan medeleven, bang om ook maar een ogenblik alleen te zijn, vreest de dood ; jongen, æt. 13 ; t.
Dogmatisch, gemakkelijk beledigd.
Wellustige gedachten.
Grote opwinding, bijna tot razernij stijgend.
Opwinding, als door dronkenschap.
Schrikachtig.
Gebrek aan prikkelbaarheid ; algemene apathie.
Lethargie ; kan niet gewekt worden. θ Tyfus.
Beter wanneer hij aan de bestaande klacht denkt.
Denkt dat hij zal sterven ; < wanneer hij eraan denkt ; jongen, æt. 13 ; t.
Manie na mentale overinspanning, bij een jongen, æt. 14 ; spreekt onsamenhangend, weigert te antwoorden ; wil op de blote vloer liggen en wentelt zich in zijn eigen vuil.
Sensorium [2]
(Bij zieken :) Ernstige duizeligheid, roodheid van het gezicht, gevolgd door extreme bleekheid ; t. θ Krampen.
Gevoel alsof alle voorwerpen te helder en glinsterend zijn.
Wanneer hij door het raam kijkt, lijkt alles op straat in de grootste beroering en verwarring.
Duizeligheid : in veelvuldige korte aanvallen ; na misselijkheid en kokhalzen, duizelig, vonken voor de ogen, wazig zien, suizen in de oren, warmte en beven ; braakneiging ; met neiging om voorover te vallen, 10 uur 's morgens, tijdens het lopen ; zo ernstig dat de knieën tegen elkaar slaan en hij bijna valt ; bij bukken ; bij zitten.
Wankelt of zwalkt tijdens het lopen ; voelt zich dronken.
Voelt alsof hij lichter is, de grond niet raakt ; alsof hij zou kunnen vliegen.
Onzeker ter been ; bij het omlaag kijken lijkt het alsof alle voorwerpen door elkaar lopen ; t.
Licht gevoel of duizelige zwaarte in het hoofd.
Bewustzijnsverlies, flauwte, teergebouwde mensen zakken plotseling ineen, worden bleek, sluiten de ogen ; ademhaling en pols zeer zwak ; na het bijkomen, eenzijdige mankheid of blindheid.
Alle zintuigen vallen weg, zelfs de tastzin ; kan koud en warm niet onderscheiden.
Stupor ; flauwte ; apoplexie.
Duizeligheid zonder misselijkheid, bewegingsonzekerheid en een flauwteaanval, waarbij hij vier of vijf minuten bewusteloos bleef ; t.
HOOFD, INWENDIG [3]
Hoofd verward, bedwelmd, brandend heet, met congestie, bewustzijn doorgaans helder, soms bewusteloos.
Hoofdpijn in het voorhoofd ; drukkend naar buiten ; ook linkszijdig.
Klopkende hoofdpijn in het voorhoofd, boven de neuswortel, met hitte.
Fijn scheurende pijn in het hoofd, vooral links in het voorhoofd en het achterhoofd.
Klopkend stekende pijn in het voorhoofd, de hele nacht, met een droge hitte zonder dorst.
Scheurend stekende pijn in het voorhoofd, en druk op het bovenste deel van het voorhoofdsbeen.
Druk : in het voorhoofd, in het midden, rechts, links ; boven het l. oog, 's avonds.
Zwaar gevoel en hitte in het voorhoofd, < bij lopen.
Lichte hoofdpijn in het voorhoofd, die geleidelijk heviger werd en gepaard ging met steken, ogenschijnlijk uitgaande van de slaapbeenderen en elke vijf minuten terugkerend.
Doffe hoofdpijn boven het voorhoofdsbeen, met misselijkheid.
Drukkende hoofdpijn, afwisselend in het voorhoofd en aan de zijkanten.
Hoofdpijn, beginnend in de voorhoofdstreek en zich uitstrekkend tot het achterhoofd.
Borende pijn in de slapen, in korte aanvallen schietend naar ogen of tanden, vroeg in de ochtend.
Afzonderlijke hevige steken in de rechterhelft van de hersenen.
Fijn scheurende pijn in de rechter slaap en het voorhoofd.
Scheurende druk in de rechter slaap ; kloppende druk in de slapen.
Hoofdpijn met trekkende gewaarwordingen aan de rechterzijde.
Schoksgewijze druk in het hoofd, boven het linkeroor.
Kloppen van de slaapslagaders, en uitgezette halsaderen.
Zeurende pijn midden in het hoofd, van het voorhoofd naar achteren, hield aan gedurende de avond en de volgende dag.
Snijdende rukken of schokken vanuit voorhoofd en slapen naar het midden van de hersenen, met korte tussenpozen, spoedig na het gaan liggen.
Hitte en zwaar gevoel in het hoofd, vooral op de kruin.
Ernstige druk aan de rechterzijde van de kruin.
Doffe druk in de streek van de kruin.
Kloppen, als hamerslagen, in de kleine hersenen, isochroon met de pols ; hoofd heet, gezicht rood, ledematen koel, > bij staan ; meestal bij personen die van geslachtsgemeenschap verstoken waren.
Druk in het achterhoofd.
Snijdende druk van de linkerzijde van het achterhoofd naar het voorhoofd.
Een samentrekkende pijn aan de basis van de hersenen, vooral in het achterhoofd en boven de neuswortel, die onophoudelijk aanhoudt, waardoor het hoofd naar de ene of de andere zijde helt ; een pijn die sterk < is bij diep bukken, liggen of door uitwendige druk ; met koude handen en voeten, heet voorhoofd en coma vigil.
Onrustig gevoel in het achterhoofd.
Gevoel van koude in de kleine hersenen.
Samentrekking alsof de kleine hersenen en de glabella samen waren ingesnoerd, met koude over het gehele lichaam. θ Cerebrospinale meningitis.
Hitte in het hoofd en scheurende hoofdpijn, spoedig overgaand en verdwijnend door druk.
Voorbijgaande hoofdpijn, alsof de hersenen van alle kanten werden samengedrukt, alleen gevoeld in halfbewuste toestand, wanneer hij geen aandacht aan zijn lichaam schonk ; zodra hij zich van zijn pijn bewust werd en eraan dacht, verdween zij onmiddellijk.
Trekkend gevoel rondom het hele hoofd, alsof alle zenuwen van het hoofd samengetrokken werden ; enkele minuten trekkingen, dan remissies, dan opnieuw trekkingen.
Hoofdpijn, alsof het hoofd beurs was, of alsof de hersenen pijnlijk gevoelig waren.
Hoofd zwaar, met angst, schitterende ogen, rood gezicht en grote onrust.
Duizelig zwaar gevoel in het hoofd ; het hoofd zonk achterover.
Bloedaandrang naar het hoofd, met zwaar gevoel in het hoofd ; > door uitwendige druk ; hitte in het hoofd, alsof er zweet zou volgen, terwijl kruipingen over ledematen en buik lopen.
Klopkende hoofdpijn ; afwisselend bleekheid en blosaanvallen.
Hevige hoofdpijn en duizeligheid.
(Bij zieken :) Hoofdpijn, met branden in de maag en angst in de hartstreek. θ Cancer labii.
Hoofdpijn, met brandende pijn in de maag, oprispingen, grote dorst en een gevoel van mierenlopen in de extremiteiten.
Pijnen trekken van het hoofd tot in de vingertoppen, met beven en onrust.
Hoofdpijn, 's morgens, na het opstaan, gedurende verscheidene dagen achtereen.
Drukkende hoofdpijn van binnen naar buiten, onmiddellijk.
Hydrocefalus : sterke koudheid van de huid, toch kan het kind niet verdragen bedekt te worden.
Ontsteking van de hersenen na zonnesteek.
Hoofd, uitwendig [4]
Koud zweet op het voorhoofd. θ Cholera infantum.
Heet zweet op het voorhoofd en in de handpalmen.
Hoofdhuid zeer heet.
Hitte van het hoofd, de handen en de voeten, maar zonder dorst.
Trekkend gevoel rond het hoofd, alsof het omhooggetrokken werd, in korte aanvallen, met kruipende gewaarwordingen.
Krampachtige bewegingen van het hoofd.
Het hoofd wordt achterovergeworpen.
Hoofd naar de rechterschouder getrokken; rest van het lichaam ontspannen; bewusteloos.
Krampachtig trekken van het hoofd, zijwaarts of achterover, met doodskoude.
Voortijdig grijze haren.
De anterieure fontanel is sterk ingevallen. θ Cholera infantum.
Zien en ogen [5]
Gevoel van vermeerderd en verblindend licht.
Voorwerpen lijken te helder of glinsterend, terwijl tegelijk zwarte vlekken worden gezien.
Flikkeren voor de ogen.
Voorwerpen trilden voor zijn ogen.
Kan niet lezen, letters lopen ineen; wazig en donker.
Vreemde visioenen voor zijn ogen; hallucinaties; wonderlijke vormen zweven voor de ogen.
Ziet heldere kleuren, vonken en vurige wielen, afwisselend met mistigheid.
Na het oog een tijdlang gebruikt te hebben worden voorwerpen onduidelijk, alsof zij door een nevel gezien worden, vaak lijken zij dubbel; het bovenste gedeelte van grote voorwerpen is niet zichtbaar.
Voorwerpen waarop zij haar blik richt, lijken met een ruk naar opzij te bewegen.
Ziet voorwerpen duidelijk op armlengte, verder verwijderde dingen lijken wazig en onbepaald; t.
Ogen gevoelig voor licht; fotofobie.
Donkerheid voor de ogen, alsof de voorwerpen door een wolk omgeven waren; het zien verduisterd of wazig.
Wazigheid van het zien neemt af naarmate de aanvallen van duizeligheid toenemen.
Ziet beter na het ontbijt, 's avonds helemaal niet.
Pupillen vernauwd en onbeweeglijk of verwijd.
Ogen erger in zonlicht.
Bindvlies geïnjecteerd, pupillen verwijd.
Chronische ontsteking van de ogen.
Rode vlekken op het wit van het oog.
(Bij zieken:) Hitte, roodheid en branden in het oog, met tranenvloed.
Ogen glanzend en schitterend.
Hij kijkt iemand starend en verwonderd aan, zonder bewustzijn.
Verstoorde, wilde en dwalende blikken, verward haar. θ Kraamvrouwenmanie.
Ogen starend, fonkelend, een weinig convergent; 3e dag. θ Kraamvrouwenmanie.
Ogen gefixeerd, starend, naar boven of naar buiten gedraaid.
Ogen puilen uit, met monomanie, wanhoop aan de zaligheid, wil huilen, maar zijn ogen zijn droog.
(Bij zieken:) Ogen naar rechts, omhoog en achterwaarts gedraaid; het hoofd hetzelfde; t. θ Spasmen.
Ogen diep ingevallen; blauwe kringen; bleek gelaat.
Gevoeligheid of een gespannen, stijf gevoel in de ogen en oogleden de hele dag.
Gevoel in de oogbollen alsof er van achteren druk op werd uitgeoefend en zij naar voren werden geduwd.
Tranenvloed in de open lucht; oogleden voelen stijf, gevoelig of gespannen aan.
Trekkingen of bijten in de buitenooghoek.
Schrijnen, bijtende jeuk, stekende of brandende pijn in de oogleden.
Branden of bijten aan de randen van de oogleden.
Trekkingen van de oogleden; trillen van het bovenooglid; voortdurende onrustige beweging.
De oogleden zijn bedekt met vele rode vlekken.
Bij het sluiten van de ogen in de sluimer lijken de dingen dikker of dunner te worden, naarmate de pols slaat.
Druk boven het rechteroog.
GEHOOR EN OREN [6]
Zingen, oorsuizen, gezoem of gebulder in de oren.
Steken door tocht.
Scheurende pijn achter en boven de oren.
Branden, steken of scheurende pijn in de oren.
Pijn in het linkeroor door een donkerrood puistje, dat binnen zesendertig uur etterde.
Gele blaasjes rond het oor, met erysipelas van het gelaat.
Oorlel heet en rood.
Congestie naar de oren.
REUK EN NEUS [7]
Plotselinge, kortdurende borende pijn in de rechterzijde van de neus.
Trekkende pijn in de linkerzijde van de neus.
In de voorste hoek van de neusgaten, stekend alsof het rauw was en zou ulcereren.
Jeuk in de neus en het linker neusgat.
De kamerlucht, door de neus ingeademd, lijkt koeler bij het lopen.
Hevig steken, of een kruipend gevoel, van de neuswortel bijna tot aan de punt.
Neus koud en spits. θ Zomerklacht. θ Cholera.
Niezen, beginnende coryza.
Coryza, lopend of droog.
Neus rechts verstopt, daarna loopneus.
Catarrale aandoeningen met hoofdpijn, door een plotselinge weersverandering.
Neusbloeding.
Bovenste gelaatshelft [8]
Gelaatstrekken veranderd, verwrongen, verslapt en uitdrukkingsloos.
Gezicht: scharlakenrood en opgezet ; rood aangelopen met wilde uitdrukking ; blauwachtig en ingevallen ; bleek, angstig en afgetobd ; verwrongen en ingevallen ; loodkleurig, koud en doods.
Krampachtige vervorming van de gelaatsspieren, met schuim uit de mond.
Rood en gloeiend gezicht. θ Kraambedwaanzin.
Roodheid van de wangen en oorlellen.
Rood gezicht, met warmte van het lichaam.
Bleek gezicht, met kruipend gevoel.
Ziet er ingevallen en blauw uit. θ Cholera Asiatica.
Erysipelateus rode wangen en oorlellen.
Het gezicht nu eens bleek, dan weer livide, met een uitdrukking van wanhoop ; onophoudelijke krampachtige bewegingen, grimassen.
Zeer bleek gezicht, aanvankelijk met gesloten, later met open starende ogen, met de oogbollen naar buiten gedraaid.
Overmatige bleekheid van het gezicht, met een starre, stupide blik.
Rood aangelopen en opgeblazen gezicht, schitterende ogen, volle snelle pols en hete huid ; kan warmte niet verdragen. θ Kanker van de lip.
Bleek gezicht, droge huid, niet heet, koel voorhoofd ; derde dag. θ Kraambedwaanzin.
Zwart in het gezicht.
Facies hippocratica. θ Roodvonk. θ Cholera.
Verwrongen gelaatstrekken. θ Kraambedwaanzin.
Koud zweet, met braken. θ Cholera.
Koud zweet stond hem in druppels op het gezicht, de neus ijzig koud en ingevallen, de bovenlip naar buiten gekeerd ; hij kon niet zien. θ Gastralgie.
Krijgt afwisselend opwellingen en wordt dan weer bleek. θ Kraambedwaanzin.
's Morgens, verstoord gelaat, blauwe kringen rond de ogen.
Warmte in het gezicht en koude handen.
Stekende pijn in de linkerwang.
Trekkende pijn in het linker jukbeen ; borende pijn in het rechter.
Branden in het gezicht.
Lichte trekkingen in het gezicht.
Begraaft het gezicht diep in het kussen om afschuwelijke aanblikken buiten te sluiten. θ Delirium.
ONDERSTE GEZICHTSDEEL [9]
Schuim of schuimvorming aan de mond.
Bovenlip opgetrokken, zodat de tanden blootliggen.
Lippen naar buiten gekeerd als bij het blaten, hoofd heet, voeten koud ; t.
Blauwe lippen. θ Cholera infantum.
(In sick :) Kanker van de onderlip.
Kaakklem, met koude (en bruinachtige aanblik van de uitslag, tijdens gedeeltelijke terugdringing, bij scarlatina).
Trekkende pijn in de hoek van de rechter onderkaak.
Spannende pijn in de kauwspieren.
Stekende pijn in de kin.
De klieren nabij de onderkaak zijn gezwollen ; schijnen tandpijn te veroorzaken.
TANDEN EN TANDVLEES [10]
Een weinig schuim rond de tanden, die stevig opeengeklemd waren.
Verspringende tandpijn, knagend-borend in de kiezen, meestal in holle ; veel < wanneer zelfs een zacht korstje brood de pijnlijke tand aanraakt ; < door het drinken van koffie of alcoholische dranken ; > na het drinken van bier of koud water, maar < van water dat in de mond gehouden wordt ; verlicht door cohabitatie.
Trekkende pijn in de bovenste snijtanden en in holle onderste kiezen.
Voorbijgaande, snijdende schietende pijnen door het tandvlees naar de wortels van de snij- en hoektanden.
Voorbijgaande tandpijn, nu eens in de ene, dan weer in de andere tand.
Snijdende tandpijn, die schijnt uit te gaan van zwelling van een submaxillaire klier.
Pijnlijke losheid van de tanden ; de tanden lijken te lang.
Tijdens cohabitatie houdt de tandpijn op, onmiddellijk daarna slaapt hij voor het eerst rustig.
Bij het lopen trekkende pijn in rotte bovenste snijtanden.
Bij het in koude of winderige lucht gaan met tandpijn, schiet een steek vanuit de tand naar het oog.
Tandvlees los, van een loodkleurige kleur.
Aanhoudende druk, maakt hem waanzinnig, met hevige jeuk van het gezwollen tandvlees, tanden te lang.
SMAAK, SPRAAK, TONG [11]
Smaak: scherp; runderbouillon smaakt te sterk; voedsel smaakt bitter, vlees meer dan brood; tabak heeft een walgelijke, bittere smaak.
Slechte smaak, met misselijkheid en braken, 's morgens.
Grote moeilijkheid met spreken en denken.
Spraak onzeker, belemmerd; wanneer hij gewekt werd, had hij nauwelijks het vermogen woorden uit te brengen.
Spraak zwak, gebroken, hees.
Kon niet spreken, doordat de woorden hem als het ware in het strottenhoofd bleven steken.
Rode tong. θ Polydipsie.
Tong: voelde gezwollen en verdoofd aan; droog, of bedekt met aften.
Gevoel van droogheid achter op de tong, als een schrapend gevoel, met veel speeksel.
Tong dik, sponsachtig, gekloven, bedekt met veel gelig slijm.
Branden aan de tongrand en in het harde gehemelte.
Branderig gevoel aan de punt van de tong, alsof van peper.
Tong koud, slap, trillend.
Tong en tanden vuil en droog. θ Vlektyfus. θ Onderdrukking van de urine.
MONDHOLTE [12]
Mond open.
Schuim op de mond.
Speeksel : loopt samen, waterachtig ; soms slijmerig en taai ; kinderen "kwijlen."
Mond droog en dor, rode tong, geen dorst ; t.
De gehele mondholte van binnen, met tong, tandvlees en gehemelte, voelt alsof alles gezwollen is.
Gevoel in de mond alsof na het eten van pepermuntpastilles, en hetzelfde in de maag.
Droogheid, daarna aftige sponsachtigheid van het slijmvlies.
Aanhoudende droogheid van de mond, met vermeerderde dorst.
Onaangename hitte in mond en maag.
Koude in de mond.
Een koud gevoel stijgt op in de mond en naar het gehemelte.
Het gevoel van koude verandert in een gevoel van scherpte en branderigheid.
Foetide geur uit de mond, 's morgens, die hij zelf opmerkte.
Kokendhete thee lijkt hem koud.
GEHEMELTE EN KEEL [13]
Hitte: op het harde gehemelte; in de keel; in de slokdarm.
Een droog, schrapend gevoel aan het gehemelte.
Enkele grove steken in het gehemelte.
Branden van het gehemelte tot in de slokdarm; het doet hem drinken, maar dit vermindert het niet.
Herhaalde korte steken achterin en naar de linkerzijde van de keelholte.
Keelpijn bij het slikken, en nog meer wanneer zij niet slikt, alsof de keel rauw en opengereten was, met een gevoel alsof zij ranzige stoffen had genuttigd.
Schrapend gevoel in de keel.
Een hete damp schijnt door de keel omhoog en uit de mond op te stijgen. θ Roodvonk.
Lichte warmte in slokdarm en maag, die zich over het hele lichaam uitbreidt.
Een verkoelend gevoel dat door de keel opstijgt tot aan het gehemelte.
Gereutel in de keel. θ Roodvonk.
Slikken is onmogelijk. θ Tyfus.
APPETIJT, DORST. VERLANGEN, AFKEER [14]
Noch appetijt noch dorst.
Afkeer van het gewoonlijke tabaksroken, zonder dat het slecht smaakt; hij krijgt er spoedig zodanig afkeer van, dat hij moet braken.
Verlangen om te drinken zonder dorst te voelen.
Aanhoudende dorst, met veelvuldig drinken.
Onlesbare brandende dorst, niet gelest door ongelooflijke hoeveelheden koud water. θ Polydipsie.
Verlangen naar bier, dat > de kiespijn.
ETEN EN DRINKEN [15]
Kon wegens misselijkheid brood noch vlees proeven.
Eet gulzig en heeft vaak dorst. θ Kraambedmanie.
Na de maaltijden : voelt hij het hart tegen de ribben kloppen ; een trekkend gevoel door het hele lichaam, met een gevoel van koude, koude armen, handen en voeten ; voortdurend oprispen.
Drinken gaat moeilijk.
Beter van het drinken van koud water.
HIK, OPRISPINGEN, MISSELIJKHEID EN BRAKEN [16]
Oprispingen en het opgeven van maaginhoud.
Lege oprispingen, vaak na het eten, en bijna onophoudelijk.
Misselijkheid : met duizeligheid, trekkingen in het gezicht, speekselvloed, kokhalzen en braken ; met ophoping van speeksel ; en grote uitputting, van 10 tot 11 uur v.m.
Misselijkheid en neiging tot braken, die telkens na een oprisping verdween.
Kokhalzen.
Misselijkheid en braken, vooral 's morgens.
Zij dronk wat koffie, die het braken opwekte.
Voortdurend braken. θ Adderbeet.
Braaksel : gallig ; met wat bloed ; meestal zuur.
Waterachtig, slijmerig braaksel. θ Zomerdiarree.
Braakte een vloeistof uit, zwart gestreept en naar kamfer riekend.
Chronisch braken, 's morgens, van zuur slijm.
Braken, met koud zweet in het gezicht.
Koudegevoel na het braken.
Soms misselijkheid en braken, met koud zweet. θ Cholera.
Geen misselijkheid of braken, ijzig koud. θ Cholera.
MAAGKUIL EN MAAG [17]
Pijn in de epigastrische streek.
Vreselijke zielsangst en branden in de maagkuil, tot wanhoop drijvend. θ Cholera Asiatica.
Pijn, alsof geslagen of uitgezet, in de maagkuil, met volheid van het abdomen; gevoelig bij aanraking.
Gevoel in de streek van de maagkuil alsof deze op dat punt uitgezet was en daardoor het middenrif omhooggedrukt werd; benauwdheid van de ademhaling.
Pijn, aanvankelijk matig, maar later zeer heftig, in het epigastrium, uitstralend over de hele buik en naar de ledematen, gepaard gaand met uteriene tenesmen.
Geleidelijk toenemende pijn in epigastrium, lendenen en darmen, met strangurie en braken.
Drukkende pijn in de maagkuil, of in het anterieure deel van de lever.
Een drukkend gevoel, met een gevoel van warmte, in de maagkuil.
Onaangenaam gevoel in de maagstreek, met voorbijgaande duizeligheid.
Spijsvertering aangetast, < na vatten van kou, met druk of branden boven de navel, grote dorst, precordiale angst, hitte, branden en droogheid van de huid, ledematen zwaar als lood.
Steken en branden in de maag.
Hittegevoel in de maag, met rillerigheid in de lendenen en onderrug.
Kou in de maag.
Gevoel van honger in de maag.
Werd 's nachts wakker met een zo hevige maagkramp dat hij dacht te zullen sterven. θ Gastralgie.
HYPOCHONDRIEËN [18]
Snoerende pijn onder de valse ribben, zich uitstrekkend tot de lumbale wervels.
Zeurende druk in beide hypochondrieën.
Zeurende pijn in het anterieure deel van de lever.
In het rechter hypochondrium een steek van voren naar achteren, < bij hardlopen.
Drukkende pijn in de hypochondrieën.
Onder de valse ribben een pijnlijke samentrekking, doorlopend tot in de lumbale wervels.
Steken in de milt, van voren naar achteren, < na flink doorlopen.
ABDOMEN EN LENDENEN [19]
Snijdende koliek, 's nachts.
Lichte snijdende pijnen in de navelstreek, gevolgd door afgaan van winden, aandrang tot stoelgang en aandrang om te urineren.
Bewegingen in de darmen en 's middags frequent afgaan van stinkende winden; in de daaropvolgende nacht, van 1 tot 2 uur, hevige drukkende pijn, gelokaliseerd in de coeliakale ganglia, zo ernstig dat hij vreesde dat er een ontsteking zou volgen, wat grote angst en zweten veroorzaakte.
In de rechterzijde een stekend trekkend zwaar gevoel, sterker voelbaar bij druk; een trekkende gevoeligheid, meer inwendig dan uitwendig, zich uitstrekkend tot in de leverstreek en de borst, < bij inademen.
Trekkende beurse pijn, meer inwendig dan uitwendig, vooral bij inademing, in de gehele rechterzijde van het abdomen, zich uitstrekkend tot in de leverstreek en in de borst.
Trekken in de linkerzijde van de onderbuik, met een gespannen gevoel als na een kneuzing.
Knijpende pijn in de navelstreek.
Buikpijn, alsof diarree zou volgen.
Aanvankelijk het afgaan van veel winden en na verscheidene uren, 's morgens, druk in het abdomen alsof het door winderigheid opgezet was.
Sterke druk in de linkerzijde van de onderbuik.
Druk en branden rond de navel.
Hevige brandende hitte in boven- en onderbuik.
Branden in de ingewanden. θ Cholera Asiatica.
Hitte in het abdomen.
Gevoel van hardheid en zwaarte in het abdomen, boven de navel.
Koude in boven- en onderbuik, gevolgd door brandende hitte daarin.
Koud gevoel in het abdomen dat zich over de borst uitbreidt.
Een zeurende pijn in het abdomen schijnt een verstikkende samentrekking van de borst te veroorzaken.
Brandend steken op een plek zo groot als een hand, onder de voorste darmbeenkam, uitstralend naar de lies.
Jeukend kruipend gevoel in de rechterlies, > bij wrijven.
Abdomen ingetrokken.
Voorbijgaande ascites, of waterzucht met ischurie na misbruik van Cantharides.
ONTLASTING EN RECTUM [20]
Winderigheid ; wind gaat af zonder verlichting.
Rijstwaterachtige ontlasting ; moeilijke lozing van ontlasting, voorafgegaan door het afgaan van veel wind, maar met dezelfde moeilijkheid. θ Zomerdiarree.
Onwillekeurige ontlasting, dun en zwartachtig.
Cholera infantum : braken en diarree houden plotseling op ; koude van het lichaam, blauwverkleuring van nagels en lippen, koud zweet op het voorhoofd en het bovenste deel van de borst, met ijskoude voeten ; heesheid ; koude aanval die 's nachts opkomt, met verlangen om onbedekt te zijn.
Diarree met koliekpijn, vooral wanneer zij door koude is veroorzaakt.
Angst en onrust, uitblijven van ontlasting, vaak kouwelijk of het gevoel alsof koude lucht over bedekte delen blies ; grote inzinking en collaps. θ Cholera Asiatica.
Diarree : aanval zeer plotseling ; plotselinge en grote inzinking van krachten ; koud zweet op het gezicht ; ogen ingevallen en star ; ijzige koude van het gehele lichaam ; gezicht bleek, livide, paars, ijskoud, vertrokken ; bovenlip opgetrokken, zodat de tanden zichtbaar worden ; schuim op de mond. θ Cholera morbus. θ Cholera Asiatica.
Na het vatten van koude, snijdende pijnen met onwillekeurige dunne lozing van donkerbruine ontlasting, als koffiedik.
Ontlasting ; gewoonlijk pijnloos ; donkerbruin, dun en schaars ; zwartachtig, als koffiedik ; zuur ; onwillekeurig ; traag en onvolledig.
Aandrang tot stoelgang ; ontlasting van gebruikelijke hardheid, maar er komt slechts weinig, gevolgd opnieuw door hevige aandrang, en opnieuw door een schaarse lozing.
Aandrang tot stoelgang en onvoldoende lozing, kramp in de sfincter ani.
Ontlasting wordt met moeite geloosd, niet zonder inspanning van de buikspieren, alsof de peristaltische beweging van de darmen verminderd was en het rectum tegelijk samengetrokken was.
Constipatie door traagheid van de darmen.
Het rectum lijkt samengetrokken, gezwollen en pijnlijk bij het laten van wind.
Gevoel alsof er kloven in het rectum zijn, druppels bloed uit de anus.
Branderigheid in het rectum.
Verergering ; tijdens epidemische cholera ; door hete zon.
URINEWEGEN [21]
Pijn in de urineblaas na scherp prikkelende geneesmiddelen.
Pijnlijk urineren; stekend branden.
Branden tijdens het urineren. θ Zwangerschap.
Strangurie door strictuur na gonorroe.
Een bijtend gevoel in het achterste deel van de urinebuis; tijdens en na het urineren druk in de urineblaas.
Frequent urineren, loost meer dan hij drinkt; verliest kracht; vermagert.
Frequente aandrang om te wateren, met enige pijn in het verloop van de zaadstrengen.
Frequent en moeilijk urineren; samentrekking van de urineblaas minder krachtig, urine komt langzaam en druppelsgewijs.
Verminderde kracht van de urineblaas; urine komt zeer langzaam, zonder enige mechanische belemmering.
De urine komt in een zeer dunne straal, gaat bijna onwillekeurig af, en daarna een pijnlijke samentrekking die van voren naar achteren trekt.
Onwillekeurig verlies van urine; urine nadruppelt.
Moeilijk urineren. θ Impotentia virilis.
Schaarse urine, druppelsgewijs, of onderdrukt.
Urine vermeerderd, van donkerbruine kleur.
Urine bevat suiker, is bleek, reukloos; bevat slijm, zonder bezinksel.
Gelig-groene, troebele urine, met een muffe geur.
Urine rood, bloederig; na irriterende geneesmiddelen, of bij exanthematische koortsen.
Urine met wit of rood bezinksel.
Urine overvloedig, kleurloos, frequent, bijna elke vijf minuten.
Urine geheel helder, maar met, evenals de transpiratie, een zeer sterke kamfergeur.
Urine is branderig, komt druppelsgewijs; pijnlijk urineren, heet branden in de urinebuis als na cantharides.
Urineretentie; druk op de urineblaas; aandrang om te urineren. θ Zwangerschap. θ Ischurie bij zuigelingen. θ Mazelen.
Tenesmus van de blaashals. θ Strangurie.
Bloeding uit de urinewegen na irriterende geneesmiddelen, vooral cantharides, en tijdens exanthematische koortsen.
MANNELIJKE GESLACHTSORGANEN [22]
Vermeerderd seksueel verlangen.
Nerveus erethisme van de geslachtsorganen na veelvuldige opwinding, zonder bevrediging van het verlangen.
Vermeerderd seksueel verlangen; ongewone seksuele hartstocht, met aanhoudende wanen betreffende de persoon die omhelsd wordt.
Aanvallen van hevig priapisme, tijdens dromen.
Gebrek aan seksueel verlangen, met zwakte van de geslachtsdelen en gebrek aan erecties; testikels verslapt. θ Impotentie.
Verstompt door plotselinge verslapping van de penis; 's nachts raakt de verbeelding in dromen opgewonden en het gevolg is een zaadlozing.
Nachtelijke zaadlozingen; soms optredend zonder droom.
Onwillekeurige masturbatie.
Samentrekkend gevoel in de testikels.
Stekende jeuk aan de binnenzijde van de voorhuid.
Aan de linkerzijde van de wortel van de penis, bij het staan een naar buiten drukkend gevoel, alsof een breuk naar buiten zou treden.
Gonorroe, met voortdurende verkleving van de meatus.
Chordee.
Na gonorroe: urineretentie, met onrust, pijn in de hypogastrische streek, zwakke maar snelle pols en delier; strangurie door strictuur.
VROUWELIJKE GESLACHTSORGANEN [23]
Eretisme van het geslachtsstelsel. θ Kraamvrouwenmanie.
Os uteri vergroot en warm.
Waterzucht van de uterus; rode, soms groenachtige urine, die een dik bezinksel afgeeft; urine wordt langzaam geloosd, doordat de urineblaas bijna verlamd is; lichaam koud.
Hevige weeënachtige pijnen, als bij de baring.
Geringe bloeding uit de vagina.
Menstruatie te overvloedig, of uitblijven van de maandstonden.
ZWANGERSCHAP. BARING. LACTATIE [24]
Miskraam, vooral tijdens epidemische influenza.
Weeën: zwak of ophoudend; wil niet toegedekt worden, onrustig, huid koud.
Krampen tijdens de zwangerschap; kan niet toegedekt blijven.
Kraambedmanie: starende ogen, fonkelend, enigszins convergerend; bleek gezicht, droge huid, niet heet; koel voorhoofd; zit rechtop in bed, vastgehouden door drie vrouwen die zij in de meest onzedelijke en beledigende bewoordingen uitscheldt; ontbloot voortdurend haar borst.
Lochiën onderdrukt. θ kraambedmanie.
Fijn stekend gevoel in de tepels.
Ettervorming van de mamma.
Pasgeboren kinderen; asfyxie; harde plekken in de huid op abdomen en dijen, snel toenemend en harder wordend, soms met een diepe roodheid die zich uitbreidt over bijna het gehele abdomen en de dijen; hevige koorts, met opschrikken en tetanische spasmen, met achteroverbuigen; lozen geen urine.
STEM EN STROTTENHOOFD. LUCHTPIJP EN BRONCHIËN [25]
Stem hees en diep. θ Aziatische cholera.
Sprak met hese stem. θ gastralgie.
Stem: zwak; onzeker; blatend; fluisterend; mompelend; hol.
Influenza.
Slijm in de luchtwegen; het maakt de stem hees en wordt niet verwijderd door kuchen of door de keel te schrapen.
Pijn in de luchtwegen en de bronchiale buizen, vooral bij hoesten, en zelfs bij kuchen en het schrapen van de keel.
Samentrekkend gevoel in het strottenhoofd, alsof door zwaveldampen veroorzaakt.
Beklemming van het strottenhoofd, of gevoel alsof de keel was dichtgebonden.
Snijdend koud gevoel diep in de luchtpijp; veroorzaakt een lichte hoest.
Droog gevoel ter hoogte van de splitsing van de luchtpijp.
ADEMHALING [26]
Ademhaling ; angstig ; benauwd ; zuchtend ; rustig ; diep en langzaam ; zwaar, moeilijk en langzaam ; kort en snurkend ; onregelmatig en gehaast ; gehaast en moeizaam ; bijna volledig stilgevallen, noch hoorbaar noch zichtbaar.
Verstikkende benauwdheid.
Verstikkend gevoel ; het dreigt hem te verstikken en het strottenhoofd samen te snoeren.
(Bij zieken :) Naar adem happend, de borst voelt droog aan, kon nauwelijks spreken.
Astma, erger door lichamelijke inspanning.
Inademing korter dan uitademing, in de slaap.
Snurken in de slaap, bij inademing en uitademing.
Asfyxie, of schijndood van pasgeboren kinderen.
Opgeschorte ademhaling ; het hart houdt op te kloppen, het leven lijkt geweken. Volgt goed op Tart. emet.
Warme adem, bij acute eruptieve ziekten.
Koele adem, als uit het graf, strijkend over de hand die voor de mond wordt gehouden. θ Cholera Asiatica.
Een koud gevoel in de borst, gevolgd door koude adem. θ Emfyseem.
Spasmen van de borst.
HOEST [27]
Prikkelhoest, droge hoest.
Korte hoest, door schrapen in de keel.
Zeer vermoeiende hoest zonder iets op te geven.
Hevige droge hoest, met heesheid. θ Nasleep van mazelen.
Hoest, met pijn in keel, borst, maag en buik.
Gedurende twee weken elke voormiddag droge hoest.
Elke inademing zet de hoest in gang.
Stekende pijnen in de borst en prikkelhoest, alsof veroorzaakt door een snijdend koud gevoel diep in de luchtwegen.
Stekende pijnen door tot in de wervelkolom, meestal door de linkerlong.
Stekende pijnen: vanuit de schouders in de borst ; in de linkerzijde van de borst bij het lopen ; door de borst heen tot in de wervelkolom.
Zachte inwendige druk in de borst, onder het borstbeen, met moeilijke inademing en een koud gevoel dat opstijgt naar de mond.
Druk in het bovenste deel van het borstbeen, als van een last.
Beven in de linkerzijde van de borst en de arm, bij het liggen op de l. zijde ; het houdt op bij het draaien naar de rechterzijde.
Samentrekking van de borst en benauwdheid.
Slijm in de luchtwegen.
Congestie naar de borst.
Pneumonia notha van oude mensen, met wegzinken van de krachten, droge brandende hitte en dyspnoe ; lichte vochtigheid op het gezicht ; reutelende ademhaling, wijzend op dreigende verlamming van de longen.
In latere stadia van pneumonie, korte, angstige, benauwde ademhaling, met afwisseling van koude rilling en hitte.
Hepatisatie van de rechterlong ; van de onderste kwab van de linker.
Hepatisatie van de linkerlong en enig pleuritisch exsudaat. θ Pleuro-pneumonie.
Emphysema pulmonum.
Gevoel van koude, dat zich uitstrekt van de maagkuil over het gehele borstbeen en als een koude adem wordt uitgeademd. θ Asthma empysematicum.
HART, POLS EN CIRCULATIE [29]
Grote angst in de precordiale streek.
Precordiale benauwdheid, wanneer men hem aanspreekt, met gevoel van hevige koude en onweerstaanbare slaperigheid.
Krampachtige steken in de hartstreek, met beklemming van de borst, bij liggen op de linkerzijde; bij omdraaien naar de rechterzijde houdt het op.
Hij voelde en hoorde het bonzen van het hart tegen de ribben, na het eten.
Hartslag: zeer langzaam en intermitterend; impuls hard, maar regelmatig.
Hartkloppingen, alsof het hart naar voren en omkantelt; ademstilstand en snakken naar adem; moet door de kamer lopen; jongen; 13 jaar; t.
Hartkloppingen: na het eten; trillen van angst; met regelmatige langzame slagen; na het ontwaken, met spiertrekkingen; met koud gezicht, koude ledematen en koud lichaam; met bleek gezicht en koude van het lichaamsoppervlak; met plotselinge benauwdheid van de ademhaling.
Vaak schrikt hij, wanneer hij wakker is, gemakkelijk op, en voelt dan bonzen of hartkloppingen.
Pols: vol; zwak; niet waarneembaar; frequent en nauwelijks waarneembaar; versneld zonder koorts; zeer sterk versneld, maar golvend en zonder kracht; zeer snel; vol en snel; vol en prikkelbaar; 's avonds prikkelbaar; hard of zacht; frequent en klein (gehepatiseerde linkerlong); uiterst klein; klein en langzaam, zestig slagen per minuut; klein en hard, steeds langzamer wordend; klein, zwak en tamelijk frequent; niet te tellen; uiterst snel en zwak (typhus); hoorbaar en vol; zwak en draadvormig.
Verminderde bloedtoevoer naar die delen die ver van het hart verwijderd zijn.
BORSTWAND [30]
Op het bovenste deel van het borstbeen, druk als van een zware last, bij het staan.
Scheurende pijn van de rechter tepel tot in de borst.
Fijne scheurende pijn nabij de rechter tepel, zich naar beneden uitstrekkend tot in het bekken.
Fijne steken in de tepels.
Kleine uitslag op de buitenzijde van hals en borst.
Koud zweet op het bovenste deel van de borst. θ Cholera infantum.
NEK EN RUG [31]
Pijnlijk trekkend of scheurend gevoel langs het ruggenmerg.
Pijnlijk trekkend gevoel en stijfheid aan de zijkant van de nek, bij lopen in de open lucht.
Stijfheid in de nek.
Trekkend gevoel aan de linkerzijde van de nek, naar de schouder toe.
Steken in de nek, nabij de rechterschouder, bij beweging.
Spannende pijn in de spieren van de nek en het onderste deel van de nek ; < bij elke beweging en bij het draaien van de nek.
Scheurende pijn in de nek, bij het vooroverbuigen van het hoofd.
Kruipend gevoel aan de linkerzijde van de nek, boven het sleutelbeen.
Pijn in de vijfde, zesde en zevende halswervels ; < door het bewegen van het hoofd ; > door er met de hand op te drukken.
Zwelling van de halsklieren.
Halsaders uitgezet.
Warmte met een inwendige trilling breidt zich vanuit de nek en van tussen de schouders uit naar de ledematen.
Reumatische pijn tussen de schouders.
Trekkende steken door en tussen de schouderbladen, zich bij het bewegen van de armen uitbreidend naar de borst.
Steken nabij de rechterschouder, bij beweging scheurend, van de nek omhoog naar het hoofd, spannende pijn bij beweging en bij draaien.
Gevoel van stekende koude in de sacrale streek, die zich met bliksemsnelle snelheid langs de zijkant van de wervels naar de nek en over het hele lichaam voortplantte, afwisselend met een gevoel van voorbijgaande warmte.
Vermoeid gevoel in de onderrug, bij lopen.
Druk in de onderrug, met loodachtige zwaarte van de onderste ledematen.
Hevige pijn in de rug de hele dag.
Beklemmende pijn van de valse ribben naar de lumbale wervels.
Pijn trekt herhaaldelijk door de rug naar de ledematen.
Koude in de onderrug en de lendenen.
Inwendige koude in de lendenen en de onderrug ; < al na enkele stappen lopen.
Gevoel alsof koele lucht over de rug blies.
Koud gevoel op de rug.
Rillerigheid in de rug, alsof er zweet zou uitbreken.
Bovenste ledematen [32]
Trekkende, pijnlijke steken door de schouderbladen en ertussen, bij het bewegen van de arm uitstralend naar de borst, gedurende twee dagen.
Scheurende druk aan de randen van de schouderbladen, die de beweging van de arm belemmert.
Druk boven op de schouder, vooral rechts; trekkende pijn links.
Beurse pijn in beide schouders.
Scheurende druk in het midden van het achterste gedeelte van de rechterbovenarm.
Trekkend gevoel in de spieren van de linker bovenarm, bij het lopen.
Scheurende pijn aan de binnenzijde van de linker arm, die nu en dan overgaat in duim en wijsvinger.
Moe gevoel in de linker arm, beginnend in de linkerschouder en zich uitstrekkend tot in de pols; > door beweging van de arm.
Rukken, fijn scheurende pijn vanuit het midden van de binnenzijde van de linker bovenarm tot aan het midden van de onderarm.
Pijnlijke druk in het rechter ellebooggewricht, < bij erop leunen, wanneer deze zich tot in de hand uitstrekt.
Beurse pijn in de rechter elleboog, pols en vingers.
Moe gevoel van de linker elleboog tot in de hand.
Gevoel van vermoeidheid en zwaarte in de linker arm.
Druk en trekkende pijn aan de binnenzijde van beide armen, tijdens rust van de delen, verdwijnend bij het bewegen ervan.
(Bij zieken:) Rechter arm boven het hoofd uitgestrekt, alsof hij iets grijpt; t. θ Krampen.
Krampige draaibeweging van de armen.
Draaiende beweging van de rechter arm en in mindere mate van de linker; rechterduim gebald. θ Cholera infantum.
Armen bewegen van tijd tot tijd onwillekeurig; de ogen zijn omhoog gedraaid; meisje, æt. 5.
Arm sterker in kramp dan de onderste ledematen.
Armen: stijf; krachteloos.
Handen: beven; koud; blauwachtig.
Zijn handen voelen niet wat hij aanraakt.
Vingers stijf, open, misvormd; duim teruggetrokken in bijna rechte hoek met zijn middenhandsbeen.
Gevoel in het gewricht van de duimen alsof zij verstuikt zijn.
Huid van de vingers verschrompeld. θ Cholera Asiatica.
Jeuk op de rug van de handen, in de handpalmen en op de knokkels.
ONDERSTE LEDEMATEN [33]
Trekkend gevoel in de billen, alsof daardoor de dij verlamd zou raken.
Gevoeligheid in de dijen alsof ze geslagen zijn, na het lopen.
Trekkende, beurse pijn in de rechterdij, en aan de binnenzijde nabij en onder de patella; hij vreest dat het been plotseling naar voren zal knikken.
Scheurende pijn in de anterieure spieren van de rechterdij.
Kraken en knarsen in de heup-, knie- en enkelgewrichten.
Drukkend gevoel in de linkerknie en het linkerbeen, en boven de rechterknie.
Stekende pijnen in de patella.
De knieën zakken door; beven; waggelende gang.
Zwaar gevoel in de knieën.
Benen zwaar als een gewicht, hangend vanaf de knie naar beneden.
Subsultus tendinum van de rechter onderste ledemaat.
Krampen in de kuiten. θ Cholera asiatica.
Trekkende, knijpende pijn op de rug van de voeten, vooral bij beweging ervan.
Gewrichten van de voeten pijnlijk alsof verstuikt, bij het lopen.
Scheurende, krampachtige pijn op de rug van de voeten, zich uitstrekkend langs de buitenzijde van de kuiten naar de dijen.
Tenen opgetrokken of gespreid.
Scheurende pijn in de toppen van de tenen en onder de nagels, bij het lopen.
Gevoeligheid in de teengewrichten en in likdoorns.
Oedeem van de voeten. θ Polydipsie.
IJskoude voeten. θ Cholera infantum.
Onderste ledematen verlamd. θ Tyfus. θ Urineretentie.
LEDEMATEN IN HET ALGEMEEN [34]
Kraken en knarsen in heup-, knie- en enkelgewrichten.
Trekkend gevoel in de vingers, daarna in de tenen.
Blauwe verkleuring van de nagels. θ Cholera infantum.
Ledematen zo zwaar als lood.
De ledematen zijn moeilijk te bewegen.
Rekken, beven en algemene pijnlijke gevoeligheid van de ledematen.
Handen en voeten beven, als hij probeert ze te bewegen. θ Shock door verwonding.
Krampige onrust in de ledematen, na tetanische stijfheid.
Rheumatisme keert herhaaldelijk terug en tast deel na deel aan, zelfs inwendige organen.
Hevige krampen in de extremiteiten.
Koude ledematen.
(Bij zieken :) Extremiteiten en ledematen koud en verkrampt ; t. θ Spasmen.
Koude extremiteiten, klam zweet, grote uitputting. θ Cholera Asiatica.
(Bij zieken :) Beter in zittende houding op sofa en bed ; t. θ Spasmen.
RUST. HOUDING. BEWEGING [35]
Woelt in doodsangst. θ Aziatische cholera.
Tijdens het zitten : koud gevoel in het rechterbeen.
Liggen : snijdende pijn in het hoofd ; < samentrekkende pijn aan de basis van de hersenen ; krampachtige steken in de hartstreek, met benauwdheid op de borst, bij liggen op de linkerzijde of bij omdraaien naar de rechterzijde.
Staan : > bonzen als hamerslagen in de kleine hersenen.
Bukken : < samentrekkende pijn aan de basis van de hersenen.
Bewegen : trekkende, knijpende pijn op de wreven van de voeten ; pijn in de vijfde, zesde en zevende halswervel bij het bewegen van het hoofd ; armen, trekkende steken door en tussen de schouderbladen ; misselijkheid, chronisch braken.
Lopen : duizeligheid ; < zwaar gevoel en hitte in het voorhoofd ; trekken in bedorven bovenste snijtanden ; < steken in de milt van voren naar achteren ; pijnlijk trekken en stijfheid aan de zijkant van de nek in de open lucht ; na een paar stappen innerlijke koude in de lendenen en onderrug ; trekken in de spieren van de l. arm ; gevoeligheid alsof men geslagen is ; pijn in de gewrichten van de voeten ; zwaar gevoel in de benen.
Rennen : < steek van voren naar achteren in het rechter hypochondrium.
Inspanning : lichamelijk < astma.
ZENUWEN [36]
Toename van spierkracht.
Subsultus tendinum.
Grote nerveuze prikkelbaarheid, rukken, schoktrekkingen en beven.
Inwendig beven.
Schrikt gemakkelijk op wanneer hij wakker is, en voelt dan bonzen of hartkloppingen.
Aanvang met tremor van de ledematen ; t.
Krampachtige cirkelvormige beweging.
Clonische en tonische spasmen en convulsies ; valt bewusteloos neer
Krampen bij kinderen, met sopor, door onderdrukte huiduitslag, door onderdrukte katarrh van hoofd of borst.
Krampen, met achteroverbuigen van het lichaam en verdraaiing van de extremiteiten. θ Cholera.
Trismus, vooral bij pasgeborenen ; tetanus.
Tetane spasmen van armen, handen, voeten en onderkaak ; lichaam stijf, met lichte opisthotonus, door onderdrukte scarlatina.
Eclampsie, met anemie ; koudheid.
Epilepsie ; werpt zich achterover met vreselijke kreten ; tracht alles wat binnen zijn bereik is stuk te scheuren.
Hevige epileptische spasmen na ergernis ; meisje, æt. 17.
Shock door letsel : koude extremiteiten, beven van tong, handen en voeten.
Overmatige zwakte, prostratie en uitputting.
Algeheel lichamelijk onbehagen.
Aanvallen van malaise.
Verliest plotseling zijn krachten. θ Cholera Asiatica.
Flauwteaanvallen volgen elkaar snel achtereen. θ Beet van een adder.
Gebrek aan lichamelijke prikkelbaarheid ; ongevoeligheid voor aanraking.
Zijn hele lichaam is ongevoelig voor aanraking en koud als marmer.
Voelt geen innerlijke warmte.
Een beven greep elk deel van zijn lichaam aan ; bedaarde door zijn handen en gezicht in koud water te baden.
Matheid en neerslachtige stemming, met veelvuldig geeuwen en strekken.
SLAAP [37]
Gapen en slaperigheid overdag ; valt 's avonds in slaap.
Slaap : zwaar ; diep ; niet verkwikkend ; coma.
Slapeloos en rusteloos.
Slapeloosheid, afwisselend met coma.
Angstig om naar bed te gaan ; plotseling is alle slaap verdwenen ; ogen tegen de wil open, en afschuwelijke gewaarwordingen storen hem.
Snurken tijdens inademing en uitademing ; kreunen ; zuchten.
Veel zweet tijdens de slaap.
Praat de hele nacht met zachte stem.
Spiertrekkingen, ook bij het ontwaken, gevolgd door hartkloppingen.
Wordt wakker met een nachtmerrie, of kan niet volledig wakker worden.
Dromen : angstige ; vreesachtige ; visioenen van geesten ; over wat men van plan is, of wat er in de ochtenduren gebeurd was.
TIJD [38]
Alle klachten < zodra het spoedig donker wordt.
Nacht en eenzaamheid boezemen hem angst in.
Nacht : monomanie ; delier ; lichte koorts ; branden in de slokdarm ; zaadlozingen.
De hele nacht : kloppend, stekend in het voorhoofd.
Ochtend : schietende pijnen in de slapen ; slechte smaak ; beledigende geur uit de mond ; hoofdpijn na het opstaan ; vroege aanvallen van borende pijn in de slapen, schietend naar de ogen of tanden ; slechte smaak, met misselijkheid en braken.
Van 10 tot 11 uur 's morgens : misselijkheid, duizeligheid, braken, uitputting.
Voormiddag : hoest.
Van 1 tot 2 uur 's middags : koliek.
Namiddag : bewegingen in de darmen, veelvuldige lozing van stinkende winden.
Avond : koorts.
Om 8 uur 's avonds : trekkende pijn in vingers en tenen.
De hele dag : gevoeligheid of een gespannen, stijf gevoel in ogen en oogleden ; pijn in de rug.
TEMPERATUUR EN WEER [39]
Gevolgen van zonnesteek.
Hij is buitengewoon gevoelig voor koude lucht.
De lichaamsoppervlakte is koud bij aanraking, toch werpt hij alle bedekking van zich af en wil niet bedekt blijven.
Na weersomslag, catarre met hoofdpijn, of diarree met koliek.
Zonnesteek; zonnebrand in het gezicht en aan de handen; onrustig en neerslachtig.
Verbeterd door warm water.
Vat gemakkelijk kou; daarna tandpijn; zwakke spijsvertering, koorts, koude rillingen of diarree.
Zeer gevoelig voor koude lucht.
Beter door koud water te drinken.
Open lucht: trekkende pijn en stijfheid aan de zijkant van de nek bij lopen in de open lucht.
KOORTS [40]
Rilling, rillerigheid en gevoeligheid voor koude lucht; kruipende gewaarwordingen met kippenvel.
Algemene koude; klam zweet; omschreven roodheid van de wangen; stil delier; wegzinkende pols. θ Zenuwkoorts.
Overal ijzige koude, met doodsbleekheid van het gezicht; verminderde circulatie naar de delen die het verst van het hart verwijderd zijn.
Grote koude van de lichaamsoppervlakte, met verlangen zich bloot te leggen.
De huid wordt zeer koud. θ Aziatische cholera.
Hevige rilling, met klappertanden, dorst, gevolgd door slaap.
Rilling: met angst; met bewusteloosheid; met bleek gezicht; met clonische spasmen; congestieve rilling.
Overal kouwelijk, gevolgd door hitte en warm zweet op het voorhoofd, met misselijkheid.
Vermeerderde warmte van het lichaam, met roodheid van het gezicht.
Hitte, met uitzetting van de aderen, verergerd door elke beweging.
Hitte over het hele lichaam, veel < tijdens het lopen.
Hitte of zweet, met afkeer van zich bloot te leggen; hij krijgt het niet warm.
Overvloedig, warm zweet, dat verbetering brengt.
Koud, klam, verzwakkend zweet.
Tyfus: uiterste zwakte; koud zweet over het hele lichaam; snel dalende temperatuur, vooral van de extremiteiten; kleine, zeer frequente, nauwelijks waarneembare pols; grote nerveuze onrust van lichaam en ledematen; collaps van het gelaat; koude, spitse neus; automatische spierbewegingen; delier; syncope; korte slaapjes; grote dorst, met rode, droge tong; frequente onwillekeurige ontlasting, na veel omwoeling en gerommel in de darmen.
Ernstige en langdurige rilling bij het begin van gele koorts, met beven van de inwendige delen en koude van de ledematen.
AANVALLEN, PERIODICITEIT [41]
Reumatische aanvallen remitteren en verplaatsen zich van het ene deel naar het andere.
Aanvallen komen plotseling.
Om de vijf minuten stekende pijnen in de slaapbeenderen.
Remissies: bij trekkend gevoel rondom het hele hoofd.
LOKALISATIE EN RICHTING [42]
Van binnen naar buiten : drukkende hoofdpijn ; druk op de oogbollen.
Naar achteren : steken in de milt.
Links : van de nek, kruipend gevoel ; schouder, vermoeid ; long, doorstekende steken ; borst en arm, beven, het houdt op bij draaien naar de r. zijde ; long, gehepatiseerd ; snijdende pijn aan de linkerzijde van het achterhoofd ; oorpijn ; zijkant van de neus, trekkend ; neusgat, jeuk ; linkszijdige hoofdpijn ; fijne scheurende pijn in het hoofd ; trekken in de onderbuik ; harde druk in de onderbuik ; peniswortel, bij staan druk naar buiten, alsof een breuk zou uitpuilen ; krampachtige steken in de hartstreek bij liggen op de linkerzijde ; trekken in de linkerzijde van de nek naar de schouder toe ; oor, schoksgewijze druk ; steken in de l. wang ; jukbeen, trekkend ; keelholte, steken ; zijde, trekkingen.
Rechts : jeukend, kruipend gevoel in de rechter lies, < bij wrijven ; krampachtige steken in de hartstreek, houdt op bij draaien naar de r. zijde ; dij, trekkende beurse pijn ; hoofd naar de rechter schouder getrokken ; oog, druk ; zijkant van de neus, borend ; neus verstopt ; onderkaak, trekkend ; hypochondrium, een steek ; onderbuik, stekend, trekkend ; jeukend, kruipend gevoel in de lies ; long, gehepatiseerd ; schouder, druk ; arm, roterende beweging ; dij, scheurend ; onderste ledemaat, subsultus tendinum.
GEWAARWORDINGEN [43]
Hoofdpijn alsof beurs ; mond alsof na het eten van pepermuntpastilles ; alsof de keel rauw en gescheurd was ; alsof zij ranzige stoffen had gegeten ; pijn in de maag alsof deze uitgezet was ; alsof koele lucht op de rug blies ; duim alsof verstuikt ; alsof hij kon vliegen ; alsof de hersenen van alle kanten werden samengedrukt ; alsof alle zenuwen van het hoofd samengetrokken waren ; alsof de hersenen gevoelig waren ; mond alsof gezwollen ; alsof koude lucht op bedekte delen blies.
Borend : in de slapen ; aan de rechterzijde van de neus ; in het rechter jukbeen.
Rukkend : fijn scheurende schokken vanuit het midden van de binnenzijde van de linker bovenarm.
Scheurend : fijn, in het hoofd ; stekend in het voorhoofd ; in de rechter slaap en het voorhoofd ; in de oren ; achter en boven ; pijn van de rechter tepel naar de borstkas ; langs het ruggenmerg ; pijn in de nek ; rechterschouder ; r. bovenarm ; rechterdij ; pijn op de voetruggen ; in de toppen van de tenen ; hier en daar in de gewrichten ; aan de binnenzijde van de linkerarm.
Snijdend : rukken of schokken van voorhoofd en slapen naar het midden van de hersenen ; schietend door het tandvlees naar de wortels van snij- en hoektanden ; koliek 's nachts ; navelstreek ; diep in de luchtpijp.
Steken : beginnend in het slaapbeen ; rechter hersenhelft ; in de oren ; door tocht ; hevig in de neuswortel ; linkerwang ; in de kin, schietend van een tand naar het oog ; in het gehemelte ; in de maag ; in het rechter hypochondrium ; in de milt ; in de coeliakale ganglia ; in de borst ; doorschietend tot in de wervelkolom ; in de hartstreek ; in de tepels ; in de nek bij de rechter schouder ; op de knieschijf.
Schietend : naar de ogen of tanden ; hier en daar in de gewrichten ; vanuit de slapen ; door het tandvlees naar de wortels van snij- en hoektanden.
Stekend : trekkende zwaarte onder de crista iliaca ; branderig vóór het urineren ; kou in de sacrale streek.
Prikkelend : in de voorste hoek van de neusgaten ; rechterzijde van de onderbuik ; op de binnenvlakte van de voorhuid ; in de tepels.
Bijtend : in de buitenooghoek ; jeuk in de oogleden ; aan de randen van de oogleden ; in het achterste deel van de urethra.
Brandend : aan de randen van de oogleden ; in de oren ; in het gezicht ; aan de rand van de tong ; aan de punt van de tong ; van het gehemelte naar beneden in de slokdarm ; zielsangst in de maagkuil ; boven de navel en rondom de navel ; onder de voorste crista iliaca ; vóór en tijdens het urineren ; droogheid van de huid ; in het abdomen ; in de ingewanden.
Schrijnend : in de oogleden ; in het rectum.
Kloofachtig gevoel in het rectum.
Schrapend : op het achterste deel van de tong ; in de keel.
Knaagachtig borend : in de kiezen.
Zeurend : in het midden van het hoofd ; in beide hypochondrieën ; in het voorste deel van de lever ; in het abdomen ; in de gewrichten van de voeten.
Trekkend : pijn in de rechterdij ; pijn op het achterste deel van de voeten ; door de schouderbladen heen ; pijn in de linkerschouder ; linker bovenarm ; binnenzijde van beide armen ; rechterzijde van het hoofd ; rondom het hele hoofd ; linkerzijde van de neus ; linker jukbeen ; in de hoek van de rechter onderkaak ; rechterzijde ; linkerzijde ; langs het ruggenmerg en stijfheid aan de l. zijde van de nek ; steken dwars tussen de schouderbladen door ; in de billen ; in de bovenste snijtanden ; rechterzijde van het abdomen ; in vingers en tenen.
Druk : hoofdpijn ; rechter slaap ; schoksgewijs boven het linkeroor ; op de oogbollen, van achteren uit ; pijn in de maagkuil ; pijn in beide hypochondrieën ; linkerzijde van de onderbuik ; rond de navel ; in de onderrug ; met loodachtige zwaarte van de onderste ledematen.
Drukkend : naar buiten ; hoofdpijn in het voorhoofd ; op het bovenste deel van het voorhoofdsbeen ; rechterzijde van de kruin ; in het achterhoofd ; boven het rechteroog ; boven de navel ; pijn in de coeliakale ganglia ; in de urineblaas ; in de borst ; bovenste deel van het borstbeen ; op de borst als een zware last ; op de top van de rechterschouder ; pijnlijk, in het ellebooggewricht ; aan de binnenzijde van beide armen ; linker knie en been.
Knijpend : navelstreek ; pijn op de voetruggen.
Gevoeligheid : alsof de hersenen gevoelig waren ; ogen en oogleden ; in de dijen ; in de teengewrichten en in de likdoorns.
Beurs : rechterzijde ; linkerzijde ; pijn in beide schouders ; alsof geslagen ; pijn in de rechterelleboog ; pols en vingers ; pijn in de rechterdij.
Reumatische pijn tussen de schouders.
Pijn : in het linkeroor door een donkerrood puistje ; in de epigastrische streek ; alsof uitgezet ; in het periost van de tenen ; in de urineblaas ; in de wervels.
Hevige pijn : in de rug.
Kloppend : hoofdpijn in het voorhoofd ; stekend in het voorhoofd ; in de slapen ; van de slaapslagaders ; als hamerslagen in de kleine hersenen.
Gespannen : gevoel in ogen en oogleden ; pijn in de kauwspieren ; pijn in de spieren van de nek.
Gezwollen : tong ; mond en tandvlees.
Stijf : gevoel in ogen en oogleden.
Verdoofd : tong.
Onrustig : gevoel in het achterhoofd.
Samentrekking : alsof samengebonden, in de kleine hersenen en de glabella ; pijn aan de basis van de hersenen ; pijnlijk onder de valse ribben, doorlopend tot de lumbale wervels ; in de testikels ; in het strottenhoofd ; van de borst.
Insnoering : pijn onder de valse ribben ; in het strottenhoofd ; pijn van de valse ribben tot de lumbale wervels.
Kramp : in de maag ; op de voetruggen ; door het hele lichaam ; in de sphincter ani ; in de extremiteiten.
Zwaar gevoel : in het voorhoofd ; in de kruin ; rechterzijde ; in het abdomen ; in de knieën ; van de ledematen ; in de linkerarm.
Moe : gevoel in de onderrug bij het lopen ; gevoel in de l. arm ; gevoel van de linkerelleboog tot in de hand.
Vermoeidheid : en zwaarte in de linkerarm.
Kruipend gevoel : linkerzijde van de nek.
Mierenkruipen : over ledematen en buik ; rond het hoofd ; rechter lies.
Warmte : in de slokdarm.
Hitte : in het voorhoofd ; in de kruin ; in het gezicht ; in mond en maag ; hevig in boven- en onderbuik.
Verkoelend gevoel opstijgend door de keel tot aan het gehemelte ; in de borst.
Kou : in de kleine hersenen ; handen ; mond ; in de maag ; gevoel diep in de luchtpijp ; in de onderrug en lendenen.
Jeuk : in het linkerneusgat ; in een zwelling op het tandvlees ; op de binnenvlakte van de voorhuid ; in de lies, in de oogleden ; op de handruggen ; in de handpalmen en op de knokkels.
Droogheid ; over het hele lichaam ; op het achterste deel van de tong ; in de splitsing van de luchtpijp.
WEEFSELS [44]
Zachte delen ingetrokken.
Cyanose ; uitwendige delen worden zwart.
Inwendige congesties.
Krampen in inwendige en uitwendige delen.
Kraken van de gewrichten.
Stenose na ontstekingen.
Waterzucht van uitwendige delen ; minder vaak van inwendige delen.
Klieren ontstoken.
Vloeiing van zwart, gestold bloed. θ Adderbeet
Pijnen in het periost van alle beenderen.
Scheurende, schietende pijnen hier en daar in de gewrichten.
Uiterste vermagering.
Reumatische koortsen ; pijnen, wisselend van plaats, keren hardnekkig terug.
Anthrax : Camphor. verlichtte pijn en zwelling ; voorkwam de vorming van nieuwe pustels ; het gangreneuze aspect van de wond veranderde ten goede ; man, æt. 65.
AANRAKING. PASSIEVE BEWEGING. VERWONDINGEN [45]
Huid van het hele lichaam pijnlijk gevoelig, de geringste aanraking doet pijn.
Uitwendige druk : < samentrekkende pijn aan de basis van de hersenen ; > bloedaandrang naar het hoofd.
Verdwijnend bij druk : hitte in het hoofd.
Gevoelig voor aanraking : opgezette maag.
Door de hand erop te drukken : pijn in de bovenste wervels verbeterd.
Pijnlijke druk in het rechterellebooggewricht : < erop leunen.
Gevolgen van schok door verwonding : lichaamsoppervlak koud, gezicht bleek en blauwachtig, lippen livide ; diarree ; pols zwak ; nerveuze angst en versuftheid, zuchtende ademhaling ; grote uitputting.
HUID [46]
Huid : slap ; verslapt ; leerachtig ; los ; gevoelig ; brandend ; jeukend.
Huid droog, zelfs in bed ; geen spoor van zweet ; droog bij hitte.
Huid gespannen, heet, droog, als perkament.
Huid koud en blauwachtig in het gezicht en aan de handen, ziet er verschrompeld uit.
Huid koud als marmer, afschuwelijk koud bij aanraking, toch wil de patiënt niet toegedekt worden ; zeer grote prikkelbaarheid en vrees om alleen gelaten te worden.
Petechiën over het gehele lichaam, dat koud is. θ Adderbeet.
Erysipelateuze ontsteking, met koude, bleekheid en wegzinken, en afkeer van toegedekt worden.
Mazelen : bleek gezicht, koude huid, blauwachtig ; tetanische rigiditeit ; dysurie ; eruptie komt niet tevoorschijn.
Alle nawerkingen van mazelen.
Scarlatina : met koud, blauw, hippocratisch gezicht ; reutelen in de keel ; met hete adem, heet zweet op het voorhoofd ; kind wil niet toegedekt worden.
Plotseling wegzinken van variolapustels.
Doorligwonden.
Bloedblaren ; erysipelas ; gangreen ; harde plekken.
LEEFTIJD, CONSTITUTIE [47]
Prikkelbare, zwakke blonden worden het meest aangedaan. Scrofuleuze kinderen zijn het gevoeligst voor kamfer.
Jongen, æt. 13 ; duizeligheid en hartkloppingen ; t.
Meisje, æt. 17 ; epilepsie.
Een man, æt. 65 ; miltvuur.
RELATIES [48]
Antidota: Opium, Sp. nitr. dulc., Dulcam., Phosphor.
Camphor is een antidotum voor: Canthar., Cuprum, Lycop., Squilla, en voor de gevolgen van zogenoemde wormmiddelen, tabak, bittere amandelen en andere vruchten bevattend blauwzuur; eveneens voor de secundaire aandoeningen die overblijven na vergiftiging met zuren, zouten, metalen, giftige paddenstoelen enz.
In de meeste andere gevallen is het ruiken aan Camphor niet antidotaal, maar palliatief, doordat het het symptoom teweegbrengt: "pijn beter terwijl men eraan denkt."
Vaccinvirus sloeg niet aan wanneer het in de nabijheid van Camphor werd gehouden.
Onverenigbaar: na Nitrum. Thee, koffie en limonade storen in de regel niet, maar in sommige gevallen verergerde koffie de klachten en werd gevolgd door braken.
Vergelijk: Carbo veg. bij koude ten gevolge van niet volledig ontwikkelde exanthemen, bij collaps en bij continue epistaxis; Canthar.; Cuprum; Dulcam.; Lycop.; Nitrum; Opium bij narcotisme, hartaandoeningen; Phosphor. bij zielsangst en branden bij cholera; Sp. nitr. dulc.; Squilla; Verat. alb.