Caladium Seguinum
van Constantine Hering — De leidende symptomen van onze Materia Medica
Caladium seguinum. Araceeën.
Beproefd in Suriname, waar het een veelgebruikt gif is, in 1830, en gepubliceerd in Stapf's Archives in 1832. Een andere proving door Schreter, een van onze besten, volgde in 1842. De laatste en beste proving van allemaal is die van E. W. Berridge.
GEEST [1]
Bewusteloosheid of coma. θ Tyfus.
Bedwelmende druk in de rechter slaap, in de ogen en in het voorhoofd.
Opent de ogen en vraagt: Waar ben ik? Wat willen jullie allemaal om mij heen? Enige ogenblikken na Calad. [30] θ Tyfus.
Zeer vergeetachtig ; hij kan zich niet herinneren of wat hij overdag had moeten doen en schrijven werkelijk volbracht is, totdat hij zich daarvan overtuigd heeft.
Afwezig van geest.
Delireus, onverstaanbaar gemompel. θ Tyfus.
Luid geroep over een ziekte, als een kind, met zinneloos gebabbel.
Zo afkerig van het geneesmiddel, dat er een wanhopige inspanning nodig was om dit te overwinnen.
In de voormiddag onrustig en afkerig van werken, daarna zeer bedrijvig, maar vergeetachtig.
Gemoed neerslachtig. θ Impotentie.
Angstige gespannenheid vóór het inslapen.
Zeer bezorgd om zijn gezondheid ; angstig.
Vrees om roodvonk op te lopen bij het verzorgen van een geval ; een vrees die hij tevoren nooit had gehad.
Vrees zich te snijden tijdens het scheren.
Lustopwekkende gedachten. θ Chronische urethrale afscheiding. θ Impotentie.
Onverschrokkenheid.
Humeurig en slaperig in de ochtend.
Wordt gemakkelijk boos over alles.
Zenuwachtigheid.
Onrustig, kan zich na het roken niet beheersen.
Uiterste opgewondenheid.
Flauwte bij opstaan, of na geestelijke inspanning.
SENSORIUM [2]
Dofheid in het hoofd, slaperigheid na het ontbijt.
Het hoofd voelt verward aan alsof er een zware last op ligt. Zie 18.
Verdoofd gevoel.
Verwarring en draaierigheid in het hoofd, met misselijkheid.
Enigszins duizelig na het lopen.
Een schommelend, duizelig gevoel na gaan liggen en bij het sluiten van de ogen, waardoor de slaap wordt verhinderd.
Duizeligheid en misselijkheid, 's morgens, met steken in de maagkuil.
Krampachtig gevoel tussen de schouders en in de hersenen tijdens het lopen, alsof hij zou vallen.
HOOFD, INWENDIG [3]
Hoofdpijn links, het meest in voorhoofd en achterhoofd.
Voorhoofd : druk na roken ; barstende pijn ; borend.
Steken in de rechter slaap, vooral in het rechteroog.
Borend en stekend in de linker slaap, verlicht door druk.
Prikkelende steken in de rechter slaap en het rechteroog.
Drukkend in de linkerzijde waarop hij had gelegen ; verdwijnt bij zitten.
Spannende pijn in de slapen, met slaperigheid.
Trekken in het achterhoofd ; trekkend scheurend omhoog het hoofd in.
Hoofdpijn alsof van een zware last. Zie 2 en 18.
Hoofdpijn, met pijn in de schouder.
Zwaar drukkende hoofdpijn na de siësta.
Bij het ontwaken bedwelmende druk in de rechter slaap.
Warmte stijgt van beneden op naar het hoofd en wordt tot een inwendige gloeihitte.
Incidentele hitte in het hoofd.
HOOFD, UITWENDIG [4]
De linker helft van het hoofd voelt als ingeslapen.
Steken alsof met spelden in de huid van het voorste deel van het hoofd.
Puistjes op de hoofdhuid achter het oor, gevoelig bij aanraking.
ZICHT EN OGEN [5]
Branden in de ogen.
Steken in de ogen.
Steken in het rechteroog en kloppen in de linkerknie.
Steken in het linkeroog en in een likdoorn.
Gevoelige, bedwelmende druk in de ogen en het voorhoofd, met hitte in het gezicht en onrust die hij nauwelijks kan beheersen tijdens het roken ; gevolgd door veel kuchen van slijm en slijmig braken, met aandrang tot ontlasting.
Druk in de oogbollen, met pijnlijke gevoeligheid bij aanraking.
De ogen voelen te groot aan en zijn ontstoken.
De ogen vallen dicht, zelfs tijdens het lopen in de buitenlucht, met slaperigheid vóór het middagmaal en spanning in de slapen.
Bij het sluiten van de ogen : duizeligheid.
GEHOOR EN OREN [6]
Gevoelig voor lawaai.
Uiterst gevoelig voor lawaai, vooral als hij wil slapen.
Bij het inslapen wordt hij wakker van het vouwen van papier ; hij is daar gevoelig voor.
Het geringste geluid doet haar uit de slaap opschrikken. θ Tyfus.
Tjilpend geluid in de oren.
Ruisen in de oren, vaak overdag.
Het lijkt alsof er iets voor de oren, zelfs voor het dove oor, wordt gehouden, zodat hij een tijdlang niet kan horen.
Hevige oorpijn tijdens koorts.
Steken in het linkeroor, met borende tandpijn.
Kloppen in het rechteroor, en een gevoel eromheen alsof warm water er in een kring omheen stroomt.
Kloppen met een gevoel om het rechteroor alsof het ingeslapen is.
Kloppen en mierenlopen rondom het rechteroor.
Branderig gevoel aan de uitwendige bovenrand van de oren, zonder roodheid of hitte.
Kriebelen en jeuk in het rechteroor, 's avonds.
Puistjes op en achter het linkeroor.
REUK EN NEUS [7]
Afscheiding van bloed en slijm bij het snuiten.
Plotseling branden in het bovenste deel van de neus, dan een lang aanhoudende prikkeling tot niezen als door peper ; en tenslotte hevig, kort niezen, gevolgd door vloeiende neusverkoudheid.
Bijtend branden in de neus.
Pijnlijke puistjes aan de rechterzijde van het septum.
BOVENSTE GEZICHT [8]
Steken in de huid van het voorhoofd alsof met naalden.
Hitte in het gezicht ; blozend gezicht.
Gevoel alsof spinnenwebben hier en daar vastkleven, of alsof een vlieg over het gezicht kruipt.
Vliegen gaan vaker op zijn gezicht en hoofd zitten. Zie 40.
ONDERSTE GEZICHT [9]
Ligt met de mond half open in coma. θ Tyfus.
Droge lippen, met dorst, wekken hem 's nachts.
Mond, lippen en tong gezwollen.
Klieren aan de onderkaak gezwollen na koorts.
TANDEN EN TANDVLEES [10]
Na bijtend, zuur braken voelen de tanden te lang aan.
Trekkend in de linker kiezen van boven naar beneden ; van het rechteroor naar de tanden.
Borende tandpijn, met steken in het oor.
Tandpijn, 's morgens en 's avonds.
Tandpijn 's avonds, die hem opnieuw uit de slaap wekt in de ochtend.
SMAAK, SPRAAK, TONG [11]
Flauwe, kruidachtige smaak op de tong, met een schrappend gevoel in de keel, alsof er iets scherps zit.
Melk smaakte zuur en stond hem tegen.
Tong gezwollen, vult de hele mondholte ; kan niet spreken ; grote hoeveelheden eiwitachtig speeksel.
MONDHOLTE [12]
Verminderde speekselafscheiding.
Speeksel als eiwit, loopt in grote hoeveelheden uit de mond ; t.
De mond is kleverig en kruidachtig.
Gevoel in de mond alsof die met kreosoot verbrand is.
Branden in mond en keel.
Slijmvlies van de mond overal zeer rood ; gehemeltebogen uiterst rood, maar niet gezwollen ; huig licht gezwollen.
GEHEMELTE EN KEEL [13]
Gehemeltebogen uiterst rood, niet gezwollen.
Huig licht gezwollen.
Keel en keelholte droog, niet de mond.
Schrapend gevoel in de keel alsof er iets scherps zit, of met een droog gevoel en veel kuchen.
Kuchen van slijm en braken na het roken.
Droogheid van keel en keelholte, niet van de mond, zonder dorst en met afkeer van koud water.
Klaagde over droogheid en branden in de keel. θ Tyfoïd.
Kriebelen in de keel, met hoest (na één uur), vaak hernieuwd gedurende de dag.
EETLUST, DORST. VERLANGEN, AFKEER [14]
Gevoel van honger kort na innemen.
's Avonds, na het theater, heeft hij honger, tegen zijn gewoonte in, maar eet niets ; misselijkheid, 's morgens, half slapend, met een gevoel van flauwte, alsof hij te veel gegeten had en moest braken ; volledig wakker geworden hield dit gevoel op.
Na het braken door roken eet hij brood met boter met smaak.
Eet alleen omdat de maag hol aanvoelt, maar zeer gehaast, en is spoedig verzadigd.
Eet, maar zonder honger. θ Impotentie.
Dorst met droge lippen wekt hem 's nachts.
Wordt wakker, wil drinken en slikt het met de grootste haast door. θ Tyfus.
Verlangen om te drinken zonder dorst.
Dorst en gebrek aan eetlust vóór coma. θ Tyfus.
Na het eten drinkt hij, maar alleen omdat er iets heel droogs in de maag lijkt te liggen.
Dorstvoos bij koorts.
Drinkt vele dagen helemaal niet ; hij wil bier, maar heeft geen dorst ; hij had geen druppel kunnen innemen.
Drinkt de hele dag niet.
Droge keel en keelholte zonder dorst en met afkeer van koud water.
Geen dorst, zelfs afkeer van koud water ; hij drinkt alleen warme dranken. θ Impotentie.
Melk smaakte zuur en stond hem tegen.
Verlangen naar bier, zonder uitgesproken dorst ; hij kon gedurende de hele proving geen water drinken.
Verlangen om te roken, wat hem slecht bekomt.
ETEN EN DRINKEN [15]
Vóór het middagmaal : slaperig.
Gehaast eten.
Neemt zijn ontbijt met honger en smaak, maar nauwelijks is hij verzadigd of hij wordt humeurig en onaangenaam ; het hoofd raakt buitengewoon verward en hij wordt slaperig.
Na het eten : beklemming van de borst ; gevoel alsof het voedsel droog in de maag ligt ; wil drinken.
Na ingelegde vis, 's avonds, onbehagelijk ; buik opgezet ; > bij lopen ; < bij rijden.
Van roken : hoofdpijn ; druk in de ogen ; misselijkheid ; braken van slijm ; aandrang tot ontlasting ; kramp in de voetzolen bij het liggen ; jeuk van de vingers.
Azijn en alle zuren bekomen slecht.
HIK, OPRISPINGEN, MISSELIJKHEID EN BRAKEN [16]
Lang aanhoudende hik.
Onvolledige oprispingen, omdat zij door brandende druk in de buik worden belemmerd.
Veelvuldige oprispingen van zeer weinig wind, alsof de maag vol droog voedsel was. θ Astma.
Misselijkheid : met verwarring in het hoofd ; met duizeligheid ; met steken in de maagkuil ; met holtegevoel in de maag ; met flauw gevoel tijdens de ochtendsluimer.
Tijdens en na het roken van zijn gewone tabak misselijkheid en neiging tot braken.
Tijdens het roken van een sigaar : plotselinge neiging tot braken, hij moet ophouden met roken ; tegelijk aandrang tot ontlasting, zodat hij denkt deze nauwelijks te kunnen ophouden, en toch moet hij hard persen om papperige, gele ontlasting kwijt te raken.
Bijtend zuur braken met slijm, na het roken.
Scherp zuur braken, waardoor de tanden te lang aanvoelen.
MAAGKUIL EN MAAG [17]
Druk in de maagkuil belemmert de ademhaling en veroorzaakt hoest.
Steken in de maagkuil, die bij elke steek naar binnen wordt getrokken ; < bij zitten ; het maakt hem zwak en misselijk.
Steken, als met naalden, diep in de maagkuil.
Snijdende pijn door het epigastrium en de linkerflank, alsof door glas, na middernacht, waardoor de slaap wordt verhinderd.
Snijden in de navelstreek.
Kloppen in de maagkuil, na het lopen ; het maakt hem zeer moe.
Pijn diep vanbinnen bij drukken op de maagkuil.
Voortdurend gevoel alsof een vogel in de maag fladdert en probeert te ontsnappen, wat misselijkheid in de maag veroorzaakt, maar zonder kokhalzen, van de ochtend tot de namiddag.
Druk die omhoog trekt ; ten slotte als een knagend gevoel in de maagmond, waardoor diep inademen en oprispingen worden verhinderd.
Branden in de maag, dat niet door drinken wordt verlicht ; het houdt de hele avond aan, na het drinken van thee en chocolade.
Dof inwendig branden in de maag en het bovenste deel van de buik ; ten slotte wordt het een zeer hevige druk, die omhoog trekt onder de borst, en dan een knagend gevoel in de maagmond, dat diep ademen en oprispingen verhindert.
Leeg hol gevoel in de maag.
HYPOCHONDRIEËN [18]
Steken, schokken en druk in de miltstreek.
BUIK EN LENDENEN [19]
Voelde drie- of viermaal een gewaarwording alsof een lange worm zich kronkelde in de streek van het colon transversum of duodenum.
Krampachtig snijden in de buik, bij de navel ; moet dubbel buigen.
Plotselinge wringende pijn in de buik, 's avonds.
Hevig kloppen, vooral boven en rechts van de navel ; kloppen met inwendige hitte, en sterk uitputtende zwaarte in het epigastrium.
Hevig pulseren of branden in het bovenste deel van de buik.
Sterke pulsatie in het epigastrium ; elke slag doet hem opschokken.
Brandende druk in de buik.
Het branden in de buik laat een doffe pijn achter.
Koude van de buik tot de voeten.
Warmte in de buik ; hitte 's nachts.
Branden. θ Tyflitis.
Branden in de onderbuikstreek. θ Cystitis.
Pijn diep in de buik bij het uitoefenen van druk op het epigastrium.
De buik is pijnlijk bij aanraking, vooral de blaasstreek.
Buik gevoelig bij aanraking, alsof beurs geslagen, na hoest.
Buik zeer hard, opgezet, pijnlijk bij druk.
Als pijn zich tot in de buik uitstrekt, laat zij een doffe druk achter.
Sprakeloos ; hij raakt zijn buik aan als zetel van de pijn ; t.
STOELGANG EN RECTUM [20]
Ontsnappen van kleine hoeveelheden flatus.
Ontlastingen van papachtige consistentie en in kleine hoeveelheid.
De ontlasting blijft de eerste dag uit, met een gevoel van diarree, 's avonds.
Aandrang tot ontlasting ; aanvankelijk passage van luidruchtige flatus ; moet hard persen om zachte, papperige ontlasting uit te drijven.
Luidruchtige flatus vóór zachte ontlasting, met veel inspanning.
Na het ontbijt een tweede stoelgang, na veel aandrang gaat een klein klompje slijm, bedekt met bloed, af.
Veelvuldige aandrang op zachte, pasteuze, gele ontlasting.
Ontlasting eerst waterig, later dikker.
Zeer schaarse, pasteuze ontlasting.
Zachte ontlasting, geel, pasteus ; hij was zich nauwelijks na de stoelgang aan het aankleden of hij moest alweer gaan.
Zachte ontlasting, daarna passage van dun, rood bloed ; zachte ontlasting, na een uur gevolgd door bloedverlies ; later beweging en gewroet in de buik ; hemorrhoïdale verschijnselen, een uur na een tweede stoelgang, met bloedverlies na de ontlasting.
Na de ontlasting gaat dun, rood bloed in aanzienlijke hoeveelheid af.
Na de ontlasting gaat slijm af, en later vloeit een dunne vloeistof uit de anus.
Verstopping van de darmen, met koortshitte.
Stoelgang bleef uit vóór en tijdens coma. θ Tyfus.
De ontlasting is sinds het begin van de ziekte opgehouden, die met koude rilling begon. θ Tyfoïd.
Steken als van messen in het rectum.
Steken in het rectum kort na de ontlasting.
Borend, gravend gevoel in anus en heiligbeen.
URINEWEGEN [21]
Gevoel van volheid in de blaas ; de blaasstreek gevoelig bij druk. θ Cystitis.
Krampachtig trekken zijwaarts, van de blaas naar de penis, of diep erachter en nabij de blaas.
Prikkelende steek diep in de onderbuik, achter en boven de blaas.
Pijn in de blaasstreek ; gevoel van volheid zonder aandrang tot urineren, gevolgd door een matige urinelozing.
Hevige pijn tijdens het urineren.
Prikkelend steken en trekken in de linker ureter.
Steken in de urethra, 's avonds.
Branden in de urethra ; bij persen om de straal te versterken brandt het alsof het geen water was.
Branden in de urethra, met en zonder urineren.
Urine branderig of kwalijk riekend.
Urine kwalijk riekend, met bezinksel. θ Impotentie. θ Chronische urethrale afscheiding.
Schaarse urine met rottige geur, 's avonds. θ Impotentie.
MANNELIJKE GESLACHTSORGANEN [22]
Seksuele begeerte met slappe penis, of pijnlijke erecties zonder begeerte.
Impotentie met neerslachtigheid.
Impotentie ; de penis blijft slap bij opwinding en seksuele begeerte.
Erecties 's morgens half slapend, die ophielden zodra hij volledig wakker was.
Heeft 's morgens een erectie en heeft gemeenschap, maar plotseling houdt zijn begeerte op, en hij weet niet of er een zaadlozing was of niet.
Geen erectie, zelfs niet na verliefde liefkozingen.
Pijnlijke erecties, zonder seksuele begeerte ; dit wisselt op een ochtend af met begeerte ; met slappe penis.
Onvolledige erectie ; het lijkt alsof hij gebroken is ; het zaad komt te vroeg.
Erectie 's morgens, zonder enige begeerte.
Tijdens een omhelzing geen zaadlozing en geen orgasme.
Na coïtus : de voorhuid blijft teruggetrokken, met pijn en zwelling ; rauwe, bijtende pijn ; dit keert na coïtus maandenlang terug.
Puistjes op de venusheuvel.
Trekken van de blaas naar de penis.
Steken in de penis.
Dof gewroet in de penis.
Gonorroe van de eikel.
De eikel is zeer rood, bedekt met fijne rode puntjes, zeer droog, waardoor de behoefte ontstaat eraan te wrijven ; de voorhuid is langs haar rand sterk gezwollen, rauw en zeer pijnlijk.
Eikel droog en rood. θ Impotentie.
Rauwe, bijtende pijn aan de voorhuid.
Voorhuid langs de rand sterk gezwollen, rauw en zeer pijnlijk, bijtend bij het urineren.
Na coïtus pijnlijke erectie.
De geslachtsdelen lijken groter, alsof ze opgezet zijn, slap en bezweet ; de huid van het scrotum lijkt dikker dan gewoonlijk.
Overmatige transpiratie op het scrotum.
Hevige jeukende uitslag op het scrotum ; < 's nachts, droog en schilferig.
VROUWELIJKE GESLACHTSORGANEN [23]
Pijn in de buik, met druk op de uterus.
Jeuk, drie maanden later gevolgd door een slijmerige afscheiding en een zeer lastige eruptie van puistjes rond de genitaliën.
Vaak terugkerende jeuk over de genitaliën, tenslotte met wellustige gewaarwording.
Hevige jeuk aan de uitwendige genitaliën dwong haar te krabben ondanks straf ; maakte haar lichamelijk en geestelijk uitgeput.
Pruritus vaginæ : zet aan tot onanie ; tijdens de zwangerschap.
Onanie, met slijmerige afscheiding en puistjes rond de delen.
ZWANGERSCHAP. BEVALLING. LACTATIE [24]
Pruritus vaginæ.
STEM EN STROTTENHOOFD. LUCHTPIJP EN BRONCHIËN [25]
Heesheid ; gebrek aan timbre in de stem.
Strottenhoofd en luchtpijp lijken vernauwd ; diep ademhalen wordt belemmerd.
Niet in staat een woord te spreken doordat de stembanden gezwollen zijn, en door voortdurende hoest.
Epiglottis en aangrenzende delen duidelijk gezwollen, en bij druk uiterst pijnlijk.
Als men hem vraagt waar hij lijdt, wijst hij naar zijn strottenhoofd, dan naar zijn mond, en ten slotte naar zijn maag.
Hoest bij poging te spreken.
Piepende ademhaling bij diep inademen, en hoestprikkel boven het strottenhoofd.
Kriebelen in de keel met hoest, vaak gedurende de dag herhaald ; < 's nachts.
ADEMHALING [26]
Dyspneu veroorzaakt door druk op de maagkuil.
Beklemming van de borst, met branden in de maag ; de beklemming houdt daarna nog aan.
Strottenhoofd voelt vernauwd aan met piepende ademhaling.
Hijgende ademhaling 's nachts, met koorts. Zie 40.
Koorts met rillerigheid en dorst ; piepen in de borst ; neusverkoudheid ; kloppen in de borst.
Ademt in zuchtende schokken, tijdens bewusteloosheid en grote hitte. θ Tyfus.
De ademhaling is zeer onvolledig, de inademing hapert ; het intrekken van de maagkuil was zeer opvallend. Vergelijk 17.
Diep inademen verhinderd door branden in de maag.
Ademhaling moeilijk en beklemd ; hij greep telkens met de hand naar zijn keel.
Astma : grote beklemming, kon nauwelijks adem krijgen ; gevoel alsof slijm verstikking zou veroorzaken, maar zonder angst ; aanvallen na het eten, of na de siësta ; wanneer de uitslag op de onderarm verdwijnt ; afwisselend met uitslag op de borst.
Astmatische klachten.
HOEST [27]
Plotselinge en onwillekeurige hoest, veroorzaakt door een prikkeling hoog in de keel ; het is half hoest, half gekreun.
Druk in de maagkuil veroorzaakt hoest ; later verhindert zwaarte daar het hoesten.
Hoest niet krampachtig, zonder opgeven ; < bij poging één woord te spreken.
Onophoudelijke hoest met hees geluid.
Hoest, geen sputum, maar piepen.
Hij wil hoesten, maar zwaarte in de maagkuil laat het niet toe.
Zwakke, klankloze hoest verhindert de slaap 's nachts, zet zich de volgende ochtend voort.
Zwakke maar aanhoudende hoest ; hoest kleine harde klompjes op ; daarna voelt de borst hol of leeg aan.
Hoest in lichte, zwakke, gevoelige aanvallen, met opgeven van kleine klompjes slijm.
Hoest, aanhoudend van 10 uur 's avonds tot 1 uur 's nachts.
Hoest verhindert eerst 's nachts de slaap, later ook 's morgens ; weken later zeldzaam, maar heviger ; kloppen in de borst en neusverkoudheid na koorts.
BORST, INWENDIG, EN LONGEN [28]
Steken in de borst, 's avonds.
Doffe stekende pijn in de rechter borsthelft, met beklemming ; < op de linkerzijde, > bij liggen op de rechterzijde, 's avonds, in bed.
Steken als met naalden op een kleine plek tussen de linker tepel en oksel, zeer diep vanbinnen, niet beïnvloed door ademhalen of bewegen.
Drukkend stekende pijn in de linker borsthelft, nabij het borstbeen.
Kloppen in de borst, met nachtelijke koorts.
Hol en leeg gevoel in de borst na het opgeven.
HART, POLS EN CIRCULATIE [29]
Pols : hard en vol springend bij intermitterende koorts ; zeer frequent, nauwelijks voelbaar bij tyfus.
Eigenaardig kloppen onder het hart, geen hartklopping, alleen merkbaar bij het opleggen van de hand. Zie 31.
Pols klein en frequent ; t.
Pols hard en vol springend. θ Intermitterende koorts.
Harde, volle, schokkende pols.
Kleine pols met koud zweet.
Pols snel, maar nauwelijks waarneembaar. θ Tyfoïd.
BORSTWAND [30]
Fladderend gevoel onder de hartstreek.
Bij het zich oprichten knappen onder de laatste ribben, alsof een rib ontwricht was en weer terugsprong.
Ribben en lendenen voelen bij het opstaan 's morgens alsof zij beurs geslagen zijn.
Jeukende, brandende uitslag op onderarm en borst, afwisselend met astma.
HALS EN RUG [31]
Tussen de schouders reumatische pijn ; kan zich in bed nauwelijks omdraaien ; voelt bij liggen het kloppen van een pols.
Tussen de schouders tijdens het lopen een krampachtige gewaarwording alsof hij voorover zou vallen.
Steken in de rug, alsof van opgesloten winden.
Rugpijn. Zie chronische urethrale afscheiding, 22.
Borend en wroetend in heiligbeen en anus.
Heiligbeenstreek en rug voelen beurs aan ; 's morgens, bij het opstaan.
Pijnen in het heiligbeen, 's morgens, een soort zwakte, alsof hij niet voldoende kracht in het heiligbeen had ; steken bij bepaalde bewegingen, vooral bij het lopen.
BOVENSTE LEDEMATEN [32]
Pijn in de schouder, met hoofdpijn.
Trekkend samendrukkende pijnen in de armen.
Armen bij het ontwaken 's morgens ingeslapen ; kan ze nauwelijks bewegen.
Pijn tussen de botten van de onderarm. Zie 34.
Uitslag op de onderarm ; in de elleboogsplooi en op de pols.
Eruptie op de binnenzijde van de onderarm van zeer rode puistjes ; jeuk en branden verdwijnen en worden gevolgd door astma.
Na schrijven : flauwte.
Gevoel in de handpalmen als spelden en naalden, gelijk aan wat men voelt wanneer de nervus ulnaris gestoten wordt, of, bij sommige mensen, wanneer men van grote hoogte naar beneden kijkt ; trad tegen de avond op en duurde tot de slaap, waardoor zij er hard over moest wrijven.
Linker duim gevoelloos als ingeslapen ; ook de pink, met kriebelingen.
Alle vingers voelden zeer groot aan, als worstjes ; zij kon ze niet goed gebruiken ; zij voelden alsof zij verlamd gingen raken ; dit duurde tot midden van de volgende dag.
Jeuk van de vingers, vooral 's avonds, bij het liggen.
ONDERSTE LEDEMATEN [33]
Steenpuist op de bil, pijnlijk bij het zitten.
Bij staan voelen de knieën zwak en beven ; moet gaan zitten.
Linker knie : kloppende pijn bij liggen, 's avonds ; alsof zij uit elkaar gedwongen wordt ; kraakt bij het stappen en belemmert het lopen.
Voeten ijskoud, met koortsige hitte en hete handen.
Voeten heet, met koud lichaam.
Pijnen achter de achillespees.
Kramp in de voetzolen, 's nachts.
Bijtend branden aan de tenen.
Stekend gevoel in een likdoorn.
Steken in een likdoorn van de linker kleine teen.
LEDEMATEN IN HET ALGEMEEN [34]
Trekkend knijpende pijnen tussen de botten van de onderarm en achter de achillespees.
Alsof alle gewrichten beurs geslagen zijn ; zwaarte in de ledematen, 's morgens,
Ledematen zwak ; kan niet uit bed komen ; de hele voormiddag moe, afgemat en humeurig.
RUST. HOUDING. BEWEGING [35]
Liggen : verlangen om te gaan liggen ; schommelende duizeligheid ; drukkend gevoel in de zijde ; steken in de rechter borst, > op de rechterzijde, < op de linkerzijde ; kloppen in de linkerknie ; zenuwverschijnselen > ; zwakte > ; flauwte.
Ligt in bed met de mond half open ; 4e dag. θ Tyfus.
Zitten : hoofdpijn verdwijnt ; drukkend gevoel in de zijde > ; steken in de maagkuil < ; steenpuist op de billen pijnlijk.
Opstaan : flauwte.
Staan : knieën zwak, trillend en pijnlijk.
Omdraaien : reumatische pijn tussen de schouders <.
Buigen : snijden in de buik >.
Zich oprichten : knappen onder de laatste rib.
Lopen : duizeligheid ; krampachtig gevoel tussen de schouders en in de hersenen ; onbehagen na ingelegde vis 's avonds > ; kloppen in de navelstreek ; kramp tussen de schouders ; steken in het heiligbeen ; kraken in de knieën en pijn ; vermoeit ; moet zich ergens aan vasthouden om niet te vallen.
Beweging : flauwte na schrijven.
Afkeer van beweging ; ziet ertegen op ; wil voortdurend liggen, maar als hij zich inspant, is hij sterk genoeg.
ZENUWEN [36]
Vaak schrikopwakingen tijdens de slaap.
Ligt geheel bewusteloos ; afzonderlijke schokken deden haar lichaam van tijd tot tijd convulsief samentrekken ; 9 uur 's avonds, 7e dag. θ Tyfus.
Bevingen en angst om een aanval te krijgen. θ Epileptische patiënt.
Zwaarte in de ochtend en de hele voormiddag.
Verzwakkende steken.
Door kloppen in de buik uitgeput.
Moet gaan liggen en de ogen sluiten, wanneer het lijkt alsof hij gewiegd wordt.
Zwakte die hem dwingt te gaan liggen.
Flauwte na schrijven, bij nadenken, bij liggen en bij opstaan, of met misselijkheid.
SLAAP [37]
Wordt om 7 uur 's morgens opnieuw slaperig en humeurig, en zou graag weer naar bed gaan.
Slaperig in de ochtend, na het opstaan ; zijn ogen vallen dicht tijdens het lopen in de buitenlucht, met misselijkheid en onpasselijkheid in de maag, waar een gevoel van leegte wordt gevoeld, met zwakte en uitputting in de knieën.
Slaperig vóór het middagmaal, moet de ogen sluiten ; slaperig vroeg in de avond, kan niet wakker blijven.
Zonk weer terug op haar kussen (na het drinken) en viel onmiddellijk in slaap, met zuchtende ademhaling. θ Tyfoïd.
Vóór het inslapen, angstig.
Hij moet overdag gaan liggen, maar kan niet slapen ; huivert en is duizelig.
Alles stoort hem in de slaap, de meeste geluiden, zelfs het geritsel van papier ; hoest ; kan niet in slaap komen vóór 1 uur 's nachts.
Opschrikken in de slaap, kreunen en zuchten.
Een soort sluimer (lichte slaap) ; misselijkheid ; flauwte ; hitte, 's morgens ; erecties.
Tijdens een verwarde sluimer komt hem alles weer voor de geest wat hij in wakende toestand vergeten was.
Coma na de kriebelingen. θ Tyfus.
Bewusteloosheid en coma. θ Tyfus.
Overmatige erecties, om 4 uur 's nachts, zonder begeerte ; diepe slaap tegen 6 uur 's morgens, zodat hij zich nauwelijks kan opwekken, met levendige dromen van personen die hij jaren niet gezien heeft.
Rusteloze nacht, met hitte ; moet zich ontbloten, met lichte sluimer.
Tijdens de slaap : inwendige koorts verdwijnt.
Hij kreunt en zucht angstig in de slaap, zodat hij de buren verscheidene malen in de nacht, en gedurende verscheidene nachten, wakker maakt.
Alles hindert hem in de slaap.
Nachtrust onrustig, met verwarde dromen.
Onrustige, angstige dromen.
Zeer heldere, levendige dromen.
Dromen van dode personen en gebeurtenissen uit voorbije jaren, zo levendig dat hij, wanneer hij wakker wordt, direct weer in slaap valt en er verder over droomt.
Schrok uit haar sluimer op bij het geringste geluid. θ Tyfus.
Het scheen onzeker of zij altijd door een geluid werd gewekt, of dat zij niet vaak door dorst werd gewekt ; telkens wanneer zij gewekt werd, vroeg zij om water. θ Tyfus.
Een dutje overdag vermindert alle symptomen.
Na siësta : hoofdpijn ; beklemming van de borst.
Bij het ontwaken : hoofdpijn, ook na siësta ; nog slaperig, humeurig ; dorst, met droge lippen ; armen ingeslapen.
TIJD [38]
Nacht : gewekt door droge lippen en dorst ; hitte in de buik ; jeuk van het scrotum < ; kriebelhoest < ; hijgende adem ; klankloze zwakke hoest ; hoest van 10 uur 's avonds tot 1 uur 's nachts ; kramp in de voetzolen ; onrustig en heet ; bijtend branden van de huid op wang, neus en tenen.
Middernacht : snijden in de maagkuil.
Na middernacht : steken door het hele epigastrium en de linkerflank ; koude rilling ; buik koud, voeten heet.
Ochtend : duizeligheid, misselijkheid, met steken in de maagkuil ; bij het ontwaken bedwelmende druk in de rechter slaap ; tandpijn ; misselijkheid half slapend ; tijdens de sluimer flauwte ; misselijkmakend gefladder in de maag ; na het ontbijt tweede stoelgang ; erecties half slapend ; heeft erectie en gemeenschap, begeerte houdt plotseling op ; erectie zonder begeerte ; hoest houdt aan ; ribben en lendenen alsof beurs geslagen ; heiligbeenstreek en rug voelen beurs aan ; pijn in het heiligbeen ; armen ingeslapen, kan ze nauwelijks bewegen ; zwaarte van de ledematen ; ledematen zwak, vermoeid ; 7 uur 's morgens, slaperig en humeurig ; leegte in de maag ; zwakte van de knieën ; overmatige erecties, 4 uur 's morgens ; diepe slaap om 6 uur 's morgens ; 9 uur 's morgens, branderig gevoel.
Namiddag : zwaarte.
Gedurende de dag : ruisen in de oren ; kriebelhoest ; drinkt niet ; moet gaan liggen.
Avond : kriebelen en jeuk in het rechteroor ; tandpijn ; branden in de maag ; wringende pijn in de buik ; urine schaars en rottig ; gevoel van diarree ; steken in de urethra ; doffe steken in de rechter borst ; jeuk van de vingers ; kloppen in de linkerknie ; door schokken convulsief bewogen ; slaperig ; koud tot middernacht ; rillerig ; koud van buik tot voeten ; hitte en dorst tot middernacht ; branderig gevoel, 7 uur 's avonds ; handen, gezicht en buik heet, voeten koud tot middernacht ; 9 uur 's avonds, zoete geur van zweet ; zweet met uitputting ; jeuk van de huid.
TEMPERATUUR EN WEER [39]
Erger door warmte, warme lucht, warm bed ; de meeste klachten tijdens de hitte van de dag (tropen).
Moet zich ontbloten tijdens koortshitte.
Beter binnenshuis.
Open lucht : op zweet volgt koude rilling.
Koud water vermindert het branden.
Gevolg van vatten van koude. θ Tyfoïd.
Koude : afkeer van koud water ; koud water > bijtende jeuk van de huid.
KOORTS [40]
Koude van afzonderlijke delen, soms met kruipend gevoel.
Koud, 's avonds tot middernacht, met dorst, hijgen, kloppen in de borst ; neusverkoudheid.
Rillerigheid over rug en hele lichaam, met trekkende pijnen in de linker pink, die aanvoelt alsof hij vol en ingeslapen is, naast een getrokken, uitgerekt gevoel in het hele lichaam.
Rillerig, 's avonds, zonder dorst ; koude strekt zich uit van de buik tot de voeten ; deze zijn ijskoud, evenals de vingers.
Begon met een koude rilling, dorst en verlies van eetlust. θ Tyfoïd.
Hitte vóór middernacht, tijdens de slaap, snel verdwijnend bij het ontwaken.
Koorts na zeven dagen ; hitte met dorst ; hevige pijn in het oor ; gezwollen submandibulaire speekselklieren en verstopping.
Koorts op de negende dag ; hitte met dorst, 's avonds, tot middernacht ; zij wekt hem opnieuw, wanneer zij verdwijnt.
Koorts op de twaalfde en dertiende dag ; 's avonds, tot middernacht, koude met dorst, beklemming in de borst, daarbij voelt hij zich slaperig ; omstreeks middernacht wekt dit hem opnieuw, en dan verdwijnt het, samen met het kloppen in de borst en de neusverkoudheid.
Om 9 uur 's morgens en om 7 uur 's avonds een branderig gevoel, waarbij de patiënt vaak opschrok en onverstaanbare woorden mompelde. θ Tyfoïd.
Hitte alleen inwendig, met kloppen in het lichaam.
Hitte stijgt op naar het hoofd.
Inwendige koortsige hitte, uitputtend zweet, als van drukkende warmte.
Hitte met slaperigheid.
Inwendige koorts verdwijnt tijdens de slaap.
Valt tijdens de avondkoorts in slaap en wordt wakker wanneer zij ophoudt.
Hitte na de middagslaap, dan zweet, dan koude rilling in de open lucht.
Hitte vóór middernacht, daarna koude rilling.
Hitte van handen, gezicht en buik, met koude voeten vóór middernacht ; na middernacht is de buik koud, de voeten heet, zonder dorst.
Zweet trekt vliegen aan, die hem zeer lastig vallen.
Zij transpireerde soms, en haar zweet had een heel zoetige geur. θ Tyfus.
Zoete geur van zweet, vooral toen zij scheen te sterven, om 9 uur 's avonds, 7e dag.
Zweet gemakkelijk.
Schaarse transpiratie.
Lichte transpiratie met inwendige hitte en uitputting.
Koud zweet over het hele lichaam.
Zweet met oorpijn ; met slaperigheid.
Zweet tegen de avond, met uitputting, geeuwen en slaperigheid.
Zweet verlichtte alle symptomen.
Na siësta : hitte, dan zweet, gevolgd door koude rilling in de open lucht.
Catarrale koorts met rillerigheid, dorst en kloppen in de borst.
PLAATS EN RICHTING [42]
Rechts : stekend in slaap en oog ; prikkelend in slaap en oog ; bedwelmende druk in de slaap bij het ontwaken ; steken in het oog ; kloppen in het oor en gevoel van warm water eromheen ; kloppen, mierenlopen en gevoel alsof het oor ingeslapen is ; kriebelen en jeuk in het oor ; puistjes op het neustussenschot ; trekken van oor naar tanden ; rechts naast de navel, kloppen ; doffe steken in de borst.
Links : borend en stekend in de slaap ; drukkend in de zijde van het liggen ; zijde van het hoofd alsof ingeslapen ; kloppen in de knie ; steken in het oog ; steken in het oor ; puistjes op en achter het oor ; trekken in de kiezen ; steken door de flank alsof door glas ; prikkelend steken en trekken in de ureter ; steken tussen tepel en oksel ; stekende pijn nabij het borstbeen ; kloppen in de knie ; steken in een likdoorn van de kleine teen.
Van links naar rechts : hoofdpijn ; druk in de slapen ; borende steken in de slapen.
Van boven naar beneden : trekken in de linker kiezen.
Van beneden naar boven : hitte stijgt op naar het hoofd ; branden vanuit de buik naar de borst.
Van achteren naar voren : trekken van de blaas naar de penis.
GEWAARWORDINGEN [43]
Gewaarwordingen in de linker helft van het hoofd en in de vingers alsof zij ingeslapen zijn ; alsof er iets vóór het oor is dat het horen verhindert ; alsof het rechteroor ingeslapen is ; alsof er iets droogs in de maag ligt ; alsof spinnenwebben hier en daar kleven ; alsof een vlieg over het gezicht kruipt ; alsof een vogel in de maag fladdert ; alsof een lange worm zich kronkelt in de streek van het colon transversum ; alsof diarree opkomt, 's avonds ; in de handpalmen als spelden en naalden.
Gevoeligheid : van puistjes achter het oor ; van de oogbollen ; van de buik voor aanraking en druk ; van de blaas voor aanraking en druk ; voor druk op de epiglottis en aangrenzende delen.
Snijden : door het epigastrium en de linkerflank ; in de navelstreek.
Steken, als met naalden, in verschillende lichaamsdelen.
Stekende pijn : in de maagkuil ; in de huid van het voorste deel van het hoofd ; in de ogen ; in het rechteroog ; in het linkeroog ; in het linkeroor ; in het oor ; op de wang ; in de miltstreek ; als messen, in het rectum ; in de urethra ; in de penis ; in de borst ; tussen de linker tepel en oksel ; in de rug ; in het heiligbeen bij het lopen.
Stekend : in de rechter slaap en het oog ; in de linker slaap ; in de borst nabij het borstbeen ; in de linkerzijde ; in de likdoorn van de linker kleine teen ; in verse wonden.
Prikkelend : in de rechter slaap en het oog ; diep in de onderbuik ; in de linker ureter.
Borend : in het voorhoofd ; in de linker slaap ; in de tanden ; in anus en heiligbeen.
Knagend : aan de maagmond.
Gravend : in anus en heiligbeen.
Wroetend : in de buik ; dof, in de penis ; in heiligbeen en anus.
Barstend : pijn in het voorhoofd.
Wringend : pijn in de buik.
Trekkend : in het achterhoofd ; in de linker kiezen ; van het rechteroor naar de tanden ; van de blaas naar de penis ; in de linker ureter ; in de armen ; in de linker pink.
Krampachtig : tussen de schouders en in de hersenen, tijdens het lopen ; in de voetzolen.
Schrapend : in de keel.
Uitrekkend : door het hele lichaam ; met de kriebelingen.
Kronkelend : als van een lange worm in het colon.
Schokkend : in de miltstreek.
Branden : in de ogen ; aan de bovenrand van de oren ; in het bovenste deel van de neus ; stekend, op de wang ; in mond en keel ; in de keel ; in de buik ; in de maag ; in de onderbuik ; in de urethra ; een jeukende uitslag op onderarm en borst ; bijtend, aan de tenen ; van het oppervlak, 's morgens ; in verse wonden.
Verbrand : alsof met kreosoot, in de mond.
Bijtend : op de wang ; van de voorhuid, bij urineren.
Beurs : ribben en lendenen, alsof geslagen ; in alle gewrichten, alsof geslagen.
Zeurende pijn : van het oor, tijdens koorts ; in de tanden, 's morgens en 's avonds.
Rauwheid : van de buik bij aanraking ; van de voorhuid.
Druk : in het voorhoofd, na roken ; in de linkerzijde, van het liggen ; bedwelmend, in de rechter slaap ; in de ogen ; in de buik ; in de maagkuil ; in de miltstreek ; op de uterus.
Pijn : hoofdpijn in voorhoofd en achterhoofd ; hoofdpijn alsof van een last ; drukkende hoofdpijn ; in puistjes aan de rechterzijde van het neustussenschot ; hoofdpijn van roken ; in de maagkuil ; diep in de buik ; in de blaasstreek tijdens het urineren ; rauwe en bijtende pijn van de voorhuid na coïtus ; reumatisch, tussen de schouders ; rugpijn ; in het heiligbeen ; in de schouders ; tussen de botten van de onderarm.
Onbehagen : 's avonds, na ingelegde vis.
Groottegevoel : van de ogen ; van de vingers ; van de geslachtsdelen.
Kloppen : in de borst.
Fladderen : in de maag ; onder de hartstreek.
Kloppen : in de linkerknie ; in het rechteroor ; in de maagkuil ; rechts van de navel ; in de borst ; onder het hart ; van het lichaam bij inwendige hitte.
Pulserend : in de bovenbuik ; in het epigastrium.
Spanning : in de slapen.
Samentrekking : van strottenhoofd en luchtpijp.
Tjilpen : in de oren.
Dofheid : in het hoofd.
Beklemming : van de borst.
Zwaarte : in het epigastrium ; in de maagkuil verhindert hoesten ; in het zenuwstelsel.
Volheid : in de blaas ; in de pink.
Holtegevoel : in de maag ; in de borst.
Flauwte : 's morgens ; 's morgens tijdens de sluimer ; na schrijven.
Zwakte : in het heiligbeen ; van de knieën bij staan ; van de ledematen.
Hitte : in het hoofd ; in het gezicht ; in de voeten.
Warmte : als van water rondom het rechteroor ; in de buik.
Koude : van de buik tot de voeten.
Kramp : gewaarwording ervan tussen de schouders.
Gevoelloosheid : in het hoofd ; in de linker duim en pink.
Mierenlopen : rondom het rechteroor.
Jeuk : in het rechteroor ; van de vingers bij het liggen ; eruptie op het scrotum ; van de vrouwelijke genitaliën ; en brandende eruptie op de binnenzijde van de onderarm en op de borst.
Kriebelen : in het rechteroor ; in de keel veroorzaakt hoest.
Kruipen : als van een vlieg over het gezicht, of alsof spinnenwebben hier en daar kleven.
Kraken : onder de laatste ribben bij het strekken van het lichaam ; in de linkerknie bij het stappen.
Droogheid : in de keelholte ; van de lippen.
Verlies van lichaamsvochten.
Droogheid : ontsteking van de slijmvliezen.
Slijmvliezen : droog ; droog gevoel ; ontstoken.
Zachte delen teruggetrokken.
Klieren gezwollen.
Gewrichten kraken ; pijn als bij ontwrichting.
Beurs gevoel in de gewrichten.
Fthisis ; tyfus ; prurigo.
Waterzuchtige zwellingen.
AANRAKING. PASSIEVE BEWEGING. VERWONDINGEN [45]
Aanraking : puistjes achter het oor gevoelig ; gevoeligheid van de oogbollen ; buik pijnlijk, vooral nabij de blaas ; moet de plek aanraken.
Prikkelend gevoel in de handpalmen, als van spelden en naalden, moet er hard over wrijven, tegen de avond, aanhoudend tot de slaap.
Druk : borende en stekende pijn in de slaap > ; buik pijnlijk ; gevoeligheid nabij de blaas.
Rijden : onbehagen 's avonds, na ingelegde vis.
Muggenbeten branden en jeuken hevig.
HUID [46]
Veelvuldige aanvallen van hevig en bijtend branden in kleine plekken van de huid op wang, neus, tenen en andere plaatsen, 's nachts, waardoor hij moet wrijven.
Kruipend gevoel.
Op de huid, vooral in het gezicht, veelvuldige gewaarwording alsof daar een vlieg over kruipt.
Steken als met naalden.
Jeuk, 's avonds, na het naar bed gaan ; moet krabben.
Hevige bijtende jeuk, branden ; moet de plekken aanraken, maar kan daar niet krabben ; gevoel als van glassplinters ; geen zwelling, maar veel hitte ; helderrode vlekken op gezicht, ogen, keel, armen ; > van koud water.
Vliegenbeten jeuken en branden hevig.
Uitslag met witte blaasjes op pols, onderarm en elleboog ; jeukt door warmte 's nachts, brandt inwendig na krabben.
Netelroos aan de binnenzijde van de onderarm, bestaande uit zeer rode puistjes, die zeer jeuken en branden ; na drie tot vier dagen, wanneer dit verdwijnt, onmiddellijk grote beklemming van de borst, zodat hij nauwelijks adem kan krijgen, alsof slijm hem zou verstikken, zonder angst ; vooral na eten en na een middagdutje.
Witte, etterende puistjes met rode hofjes verschijnen hier en daar op het lichaam, met een jeukend gevoel, gevoelig bij aanraking.
Puistjes : hoofdhuid ; oor ; neus ; mons veneris.
Pijnlijke puistjes op het neustussenschot, rechterzijde.
Er had zich een steenpuist op de bil gevormd, die hem bij het zitten hevig pijn deed.
LEVENSFASE, CONSTITUTIE [47]
Slap flegmatisch temperament.
Meisje, aet. 4 ; onweerstaanbare jeuk aan de genitaliën. 6 druppels tinctuur in 3 ons water, om de 3 uur.
Meisje, aet. 20 ; plotseling overvallen door genitale jeuk na 3 maanden. 8 druppels tinctuur in 6 ons water, om de 3 uur een eetlepel.
Een weduwe, ruim 40, moeder van een groot gezin. θ Tyfus.
RELATIES [48]
Familierelaties : Arum dracon., Arum mac., Arum triph.
Antidota : Camphor. (?), Capsic. Het sap van de suikerrietstengel wordt als antidotaal gezegd te werken, en de negers zeggen dat het sap van de wortel de effecten, veroorzaakt door het sap van de bladeren, tenietdoet. Ignat.
verlichtte de steken in de maagkuil en de koorts ; Carb. veg. verwijderde de uitslag, Hyosc. verminderde de nachtelijke hoest, Zingiber de astma. Mercur. verlichtte de prepuciale symptomen.
Caladium antidoteert : Mercur.
Compatibel : Acon. Canthar., Pulsat., Sepia.
Onverenigbaar : Arum triph., en ongetwijfeld de andere Araceeën.
Na falen van Opium, Stramon., Bryon., Acon., Natr. mur. en Ipec. bij tyfoïd, genas Calad. volledig.
Complementair : Nitr. ac.
Vergelijk : de Araceeën in het algemeen ; Acon., Bryon., Caustic., Carb. veg., Canthar., Capsic.,
Hyosc., Ignat., Lycop., Mercur., Nitr. ac., Nux vom., Phosphor., Pulsat.,
Sepia, Sulphur, Zingib.