Cactus Grandiflorus
van Constantine Hering — De leidende symptomen van onze Materia Medica
Algemene stompzinnigheid.
Moeite om bij het opschrijven van de symptomen de juiste bewoordingen te vinden.
Denkt dat zij niet zal herstellen ; huilt veel ; moedeloos. θ Hartrheumatiek.
Heeft het gevoel dat zij stervende is en denkt dat zij de ochtend niet zal halen, maar heeft geen vrees voor de dood. θ Hartrheumatiek.
Liefde voor de eenzaamheid.
Onweerstaanbare neiging om te huilen (een intelligente vrouw).
Huilt, weet niet waarom ; troost verergert.
Schreeuwen van de pijn, of volledig verlies van bewustzijn. θ Hartrheumatiek.
Zwijgzaam, niet bereid een woord te spreken of te antwoorden.
Opgeruimd en levendig. θ Hartziekte.
Droefheid, zwijgzaamheid en onweerstaanbare neiging om te huilen.
Onoverwinnelijke droefheid
Hypochondrisch.
Vrees voor de dood ; hij gelooft zijn ziekte ongeneeslijk.
Onbeschrijfelijke vrees dat hem iets verschrikkelijks zal overkomen.
Tijdens en na de aanval grote angst, met vrees voor een organisch hartletsel dat plotselinge dood zal veroorzaken. θ Angina pectoris.
Angst die 's avonds terugkeert.
Gemakkelijk verschrikt, wordt vaak verschrikt wakker. θ Vergroting van het hart.
Voelde zich bij het ontwaken zeer gealarmeerd, maar kon de oorzaak van de onrust niet aangeven.
Sensorium [2]
Duizeligheid door congestie; gezicht rood, opgeblazen; pulsatie in de hersenen; waanzin, angst.
Duizeligheid; < door lichamelijke inspanning, omdraaien in bed, bukken, overeind komen vanuit liggende houding en diep inademen.
HOOFD, INWENDIG [3]
Zwaar gevoel in het hoofd.
Een doof aanvoelende pijn met een versuft gevoel, zich uitstrekkend van boven de ogen over de basis van de hersenen.
Pijn in voorhoofd en ogen, met oorsuizen.
Stekende pijnen in het voorhoofd boven de ogen.
Pulsatie in de slapen alsof de schedel zou barsten; 's nachts ondraaglijk.
Pijn in de rechter slaap in aanvallen, opgewekt door een glas wijn, door het bijwonen van de opera, of na een te laat gebruikt diner.
Congestie naar de hersenen, bloeddoorlopen ogen, coma, verstikkingsgevoel, opvliegingen in het gezicht; koorts, door blootstelling aan de zonnestralen.
Drukkend zwaar gevoel als van een gewicht op de kruin; > door druk, maar < door geluiden, het horen praten, of fel licht.
Rechtszijdige hoofdpijn en neuralgieën die periodiek, pulserend en bonzend zijn, en van een uiterst hevig type.
Pulserende pijn, met een gevoel van zwaarte aan de rechterzijde van het hoofd, dag en nacht aanhoudend, zo hevig dat hij het uitschreeuwt.
Zware, pulserende pijn in het hoofd.
Hinderlijke druk in het rechter wandbeen; later pijn in het linker wandbeen, vroeg bij het opstaan.
Pijn en druk op de kruin, met hartkloppingen en het gevoel alsof het hart werd vastgegrepen. θ Neusverkoudheid.
Spannende pijn op de kruin.
Gevoel alsof het hoofd in een bankschroef werd samengeklemd en alsof het door de hevigheid van de pijn zou openbarsten; na het vatten van kou.
Het lijkt alsof iets vanuit de borst naar de hersenen omhoog wervelt, en alle arteriën lijken te kloppen; gevoel alsof hij sterft. θ Rheumatisme van het hart.
Hoofdpijn door geluid en licht.
De hoofdpijn begint 's morgens en neemt, naarmate de dag vordert, toe tot een ondraaglijke hevigheid, met braken.
Overmatige pijn in het hoofd, zo angstig dat hij niet in bed kan blijven; uitgeput, zwak.
Hoofdpijn in verschillende delen van het hoofd; < door beweging en diepe inademing.
Hoofdpijn door bloedstuwing of rheumatisme.
Cerebrale congestie.
Apoplexie door bloedstuwing.
HOOFD, UITWENDIG [4]
Pijn in de rechter slaap, in aanvallen optredend ; begint 's morgens, neemt in de loop van de dag toe, met braken ; neus voortdurend droog ; moet volkomen stil liggen ; < door overeind te blijven, geluid, licht of inspanning.
Drukkende pijn in het linker wandbeen, meer uitwendig.
Pijnlijk trekkend gevoel in de aponeurotische bedekking van het achterhoofd ; > bij het achteroverbuigen van het hoofd.
Koud, klam zweet op het voorhoofd, aan de bovenste en onderste ledematen. θ Cardiaal reuma.
GEZICHTSVERMOGEN EN OGEN [5]
Lichtgevoelig. θ Hoofdpijn.
Wazig zien door kringen van rood licht voor de ogen.
Op korte afstand kan hij een vriend niet herkennen.
Donkere vlekken voor de ogen, met pijn in voorhoofd en ogen.
Wazig zien; kan niet in de verte zien; voorwerpen lijken versluierd.
Periodiek terugkerende zwakte van het gezichtsvermogen.
Wazig zien.
Ogen bloeddoorlopen; cerebrale congestie zelfs tot coma, wanneer de transpiratie uitblijft. θ Intermitterend.
Acute reumatische oogontsteking.
Hyperemie van het oog, vooral van de fundus.
Exoftalmische struma. θ Hartziekte.
GEHOOR EN OREN [6]
Erger door geluiden, zelfs door praten; drukkend zwaar gevoel alsof er een gewicht op de kruin ligt.
Zingend geluid of oorsuizen in de oren.
Slechthorendheid door congestie; pulsaties in de oren; een geluid als van stromend water of gezoem.
Het gehoor verminderd door gezoem in de oren.
Pulsaties en gezoem in de oren. θ Otitis.
Reumatische otitis.
Otitis door onderdrukte transpiratie.
REUK EN NEUS [7]
Vloeiende, scherpe coryza; neusgaten pijnlijk.
Droge of vloeiende coryza.
Droge en onaangename coryza; moet 's nachts met open mond liggen.
Voortdurend droge neus. θ Hoofdpijn.
Hevige neusbloeding, spoedig ophoudend.
Bovenste gelaatshelft [8]
Prosopalgie, rechtszijdig, chronisch; < door de geringste inspanning, slechts draaglijk wanneer men stil in bed ligt; opgewekt door wijn, muziek, fel licht, of doordat de maaltijd op het gebruikelijke uur wordt gemist.
Hitteopwellingen in het gezicht, met verstikking. θ Intermitterend.
Gezicht opgeblazen en rood, met pulsatie in het hoofd.
Bleekheid van het gezicht en vermagering.
Bleek, doods gelaat. θ Cardiaal reuma.
Angstige uitdrukking, bleek gezicht, paarsachtige lippen. θ Cardiaal reuma.
Blauw gezicht, met koude rilling. θ Intermitterend.
Gezicht en hoofd gezwollen en verkleurd. θ Hartziekte.
SMAAK, SPRAAK, TONG [11]
Bijtende smaak.
Verlies van de smaak van voedsel, met misselijkheid.
Tong paars, met dikke, bruine sordes op de tanden. θ Lichte koorts.
Tinteling in de punt van de tong.
MONDHOLTE [12]
Foetide adem in de ochtend.
Adem zeer foetide. θ Lichte koorts.
GEHEMELTE EN KEEL [13]
De keel voelt pijnlijk aan.
Gevoel van warmte in keel en borst.
Vernauwing van de slokdarm: verhindert het slikken; men moet grote hoeveelheden drinken om vloeistof in de maag te dwingen.
Beklemming van de keel, die een voortdurende slikdrang opwekt.
Verstikkende beklemming in de keel, met volle, kloppende halsslagaders. θ Angina pectoris.
Schrapend gevoel aan het zachte gehemelte, ongeveer een uur aanhoudend.
Eetlust, dorst. Verlangen en afkeer [14]
Eetlust goed, maar spijsvertering zwak.
Verlies van eetlust en smaak voor voedsel; misselijkheid.
Verlies van eetlust. θ Cardiaal reuma.
Volledig verlies van eetlust; hij kan niet het kleinste hapje nemen.
Geen verlangen naar vlees, waarvan hij altijd zeer had gehouden. θ Hartziekte.
Geen eetlust; de maag stootte alles af wat zij probeerde te nemen. θ Lichte koorts.
ETEN EN DRINKEN [15]
Na het eten: zwaarte en ongemak in de maag.
Na het middagmaal: pulsatie (in de truncus coeliacus) achter de maag.
HIK, OPRISPINGEN, MISSELIJKHEID EN BRAKEN [16]
Misselijkheid 's morgens, houdt de hele dag aan.
Bijtende, zure vloeistof stijgt op in keel en mond, waardoor voedsel zuur smaakt.
Braken van bloed.
Hevig braken wanneer de transpiratie uitblijft. θ Intermitterend.
Frequent braken. θ Laaggradige koorts.
Hematemesis.
MAAGKUIL EN MAAG [17]
Indigestie; gevoel alsof de maag gesloten was, met constipatie; hartkloppingen en gevoel van beklemming van het hart; < bij het omhooggaan en lopen.
Gevoel van leegte in de maag, met ongestoorde appetijt en stoelgang als gewoonlijk.
Scherp zuur in de maag, dat opstijgt in keel en mond.
Onaangenaam gevoel in de maagkuil, alsof alles wegzakt. θ Angina pectoris.
Beklemmend gevoel in de scrobiculus cordis, zich uitbreidend naar de hypochondrieën, waardoor de ademhaling wordt belemmerd.
Stekende neuralgische pijnen in de cardia, waardoor de patiënt weent en luid huilt.
Branden in de maagkuil.
Sterke pulsatie in de maagkuil.
Gerommel in de maag gaat vooraf aan verergering van de hartkloppingen.
Gevoel van zwaarte met druk op de maag.
Brandende pulsatie of zwaar gevoel in de maag.
Voortdurende en hinderlijke pulsatie en branden in de maag. θ Climaxis.
Een voortdurend fladderend gevoel in de maag, boven de ligging van de coeliakie-as, op een plek ter grootte van ongeveer een dollar; daarvan strekt zich naar beneden aan weerszijden een brandende lijn uit tot aan de onderste ribben; een opvlieging van hitte schiet dikwijls naar beneden. θ Lichte koorts.
HYPOCHONDRIEËN [18]
Rukkende pijn aan de rechterzijde onder de valse ribben, zich naar achteren uitstrekkend.
Stuwing van de lever; acuut of chronisch. θ Hartziekte.
Pijn in het epigastrium, enigszins links, later lager aan de r. zijde.
Stekende pijnen die schietend door het middenrif gaan en omhoog de borst in; schokkende ademhaling. θ Rheumatisme van het middenrif.
Gevoel alsof een koord strak om het onderste deel van de borst gebonden is; de aanhechting van het middenrif aftekenend. θ Rheumatisme van het middenrif.
ABDOMEN EN LENDENEN [19]
(Bij een zieke :) Doffe pijn in het abdomen, daarna hitteopwellingen en tintelingen. θ Rheumatisme, met hartkloppingen.
Pijn midden in de onderbuik, enigszins naar rechts, spoedig nadat hij naar bed was gegaan.
Hevige pijn in de darmen, waardoor hij bijna flauwviel.
Wisselende pijnen in de navelstreek, die ophouden en periodiek terugkeren.
(Bij een zieke :) Krampende pijn rond de navel, met gevoeligheid alsof er een vreemd lichaam aanwezig was ; < bij beweging.
(Bij een zieke :) Koliek, > na dunne ontlasting. θ Rheumatisme en hartkloppingen.
Bonzen in het abdomen. θ Hartkloppingen.
Ondraaglijke hitte in het abdomen, alsof iets hem inwendig verbrandde.
Pijn in het onderste deel van het abdomen en een drukkend gevoel naar beneden, soms zeer ernstig. θ Lichte koorts.
Peritonitis.
Enteritis.
Ernstige gastro-enteritis.
Maagkoorts.
ONTLASTING EN RECTUM [20]
Ochtenddiarree met zeer dunne ontlasting, voorafgegaan door hevige pijn. θ Hartaandoening. Diarree, waterachtig slijm, gallig (in de voormiddag).
Ontlasting schaars, lijkend op vuil water, gemiddeld om het uur. θ Adynamische koorts.
Diarree; < in de voormiddag.
Diarree, met hartaandoeningen.
Onregelmatige ontlasting. θ Hartkloppingen.
Constipatie; ontlasting hard en zwart.
Constipatie door hemorroïdale congestie.
Gevoel van zwaarte in de anus en sterke aandrang om een grote hoeveelheid ontlasting te lozen; er komt echter niets. θ Hartaandoeningen.
Eigenaardig gevoel in de anus, alsof het rectum gezwollen was, veroorzakend een schrapend en prikkelend gevoel tijdens de ontlasting.
Gezwollen, pijnlijke varices aan de anus.
Overvloedige bloeding uit de anus.
Vloeiende aambeien.
Prikken in de anus, als door spelden, ophoudend bij lichte wrijving.
Jeuk in de anus.
Fistula in ano, met hevige hartkloppingen en hartbeklemming.
URINEWEGEN [21]
Verlamming van de urineblaas.
Vernauwing van de blaashals.
Frequente maar vergeefse aandrang om te urineren.
Aandrang om te urineren; na langdurige pogingen daartoe komt de urine rijkelijk.
Ondraaglijke irritatie in de urinebuis, alsof hij voortdurend zou moeten urineren.
Frequente aandrang om te urineren, met telkens een overvloedige urinestroom, 's nachts.
Urine komt druppelsgewijs, met hevig branden.
De hoeveelheid urine schijnt verminderd.
Strangurie.
Uitblijven van urine en pijn in de urineblaas tijdens een koortsaanval, wanneer de transpiratie uitblijft. θ Intermitterend.
Schaarse urine, niet zeer frequent, maar brandend en schroeiend. θ Adynamische koorts.
Overvloedige urine, strogeel van kleur.
Urine zet bij afkoeling een rood zand af.
Urine roodachtig, troebel, zeer overvloedig.
Hematurie; urinelozing verhinderd door stolsels.
MANNELIJKE GESLACHTSORGANEN [22]
Prostaataandoeningen: zwaarte in de anus; gevoel van samentrekking van de blaas; aandrang tot urineren, enige tijd niet in staat te urineren, maar het lukte uiteindelijk; irritatie alsof hij voortdurend zou moeten urineren.
VROUWELIJKE GESLACHTSORGANEN [23]
Pijnlijke insnoering rond het bekken, zich geleidelijk uitstrekkend naar de maag, veroorzakend een gevoel alsof er een hevige slag in de nierstreek werd toegebracht, waardoor zij het uitschreeuwt.
Pulserende pijn in de uterus en de ovariële streek; de pijnen trekken langs de dijen omlaag en keren periodiek elke dag op hetzelfde tijdstip terug.
Ovariitis.
Gevoel van insnoering in de streek van de uterus.
Krampachtige samentrekking in uterus en vagina, vaak door de geringste aanraking, plotseling opkomend en na enkele minuten weer verdwijnend.
Hysteralgie: droefheid; huilen, maar zonder reden; troost verergert; behoefte aan eenzaamheid; vrees voor de dood; insnoering van de uterus; het hele lichaam voelt alsof het in draden opgesloten zit. Zie 43.
Pijnen in de uterus en haar banden, periodiek elke avond terugkerend.
Metritis.
Menstruatie te spoedig; zwart, als pek.
Zeer pijnlijke menstruatie.
Menstruatie, met de afschuwelijkste pijnen, waardoor zij luid uitschreeuwt en weent.
Gevoel van samentrekking van de uterus tijdens overvloedige menstruatie.
Menstruatie, met insnoerend spasme van de uterus; pijnen folterend, < avond; de vloed is schaars en houdt op bij liggen.
Menstruatie houdt 's nachts op.
Insnoering van de vagina, verhinderend dat cohabitatie mogelijk is. θ Vaginisme.
Zwangerschap. Bevalling. Lactatie [24]
Weeën onderdrukt.
Ontsteking van de mamma; gevoel van volheid in de borst; overgevoelig voor koude lucht.
Cyanose bij zuigelingen. Vergelijk Laches.
STEM EN STROTTEHOOFD. LUCHTPIJP EN BRONCHIËN [25]
Stem laag, hees, beklemming op de borst.
Bronchiale symptomen als gevolg van overmatige hartwerking.
Acute bronchitis.
Bronchitis, met opgeven van slijm, dag en nacht.
Chronische bronchitis, met slijmreutelen; wanneer zij ten gevolge van een verkoudheid acuut wordt, veroorzaakt dit grote angst en verstikking.
Chronische bronchitis, reeds vele jaren bestaand, met slijmreutelen, houdt dag en nacht aan; benauwdheid bij het trap op gaan en onvermogen om in bed horizontaal te liggen.
Stem nu en dan tamelijk vol; neemt dan af, met een eigenaardig fluitend geluid, bijna tot een gefluister. θ Lichte koorts.
ADEMHALING [26]
Het inademen van frisse lucht is zeer verkwikkend.
Schokkende ademhaling. θ Rheumatisme van het middenrif.
De ademhaling werd steeds moeizamer, zodat zij niet kon gaan liggen. θ Hartwaterzucht.
Korte ademhaling; benauwdheid; angst en een gevoel van samensnoering alsof een band de borst omgordde. θ Hartkloppingen.
Moeilijke ademhaling; aanhoudende beklemming en onrust, alsof de borst door een ijzeren band werd samengesnoerd en zich voor een normale ademhaling niet kon uitzetten.
Kortademigheid bij het lopen, vooral bij het opstijgen van een trap.
Lichte dyspneu overdag bij het lopen.
Benauwdheid van de ademhaling bij het traplopen. θ Bronchitis.
Beklemming van de borst, als door een groot gewicht, moeilijke ademhaling; onrust, alsof een ijzeren band de normale beweging van de borst verhinderde.
Chronische benauwdheid van de ademhaling.
Gevoel van beklemming tijdens de ademhaling. θ Hartkloppingen.
Druk op de borst als van een groot gewicht, of alsof de borst werd samengedrukt, met flauwte, koud zweet, verlies van pols.
Samendrukking van de borst. θ Vette hypertrofie van het hart.
Congestief astma.
Verstikkingsaanvallen, met heftige werking van het hart; < om 11 uur 's avonds. θ Vergroot hart bij een jonge vrouw.
Vaak terugkerende aanvallen van astma, met een bandvormige beklemming rond de borst, als een ijzeren band.
Periodieke aanvallen van verstikking, met flauwte, koude transpiratie op het gezicht en verlies van pols.
Gevoel van samensnoering van de borst, met verstikking. θ Rheumatisme en pijn in het hart.
Verstikkende dyspneu, met koude rilling, bij een kind van 6 maanden. θ Intermitterend.
Vaak, elk jaar, een gevoel van een hoepel rond de keel, een andere rond het hart en nog een andere rond het middenrif. θ Astma.
Kon alleen ademen met de schouders omhooggetrokken en liggend op de rug. θ Cardiaal rheumatisme.
Wanneer de adem stokt, is er hevig naar adem happen en hartkloppingen. θ Cardiaal rheumatisme.
Soms houdt de ademhaling een halve minuut geheel op, maar zonder bewusteloosheid; de huid wordt kouder; daarna naar adem happen. θ Cardiaal rheumatisme.
HOEST [27]
Droge hoest door kitteling in de keel en door jeuk in het strottenhoofd.
Krampachtige hoest, met overvloedige, slijmerige expectoratie.
Hoest, met dik geel sputum, als gekookt zetmeel.
Catarrale hoest, met veel taaie expectoratie.
Catarrale koortsen.
Hardnekkige, reutelende hoest; < 's nachts.
Overmatige slijmafscheiding, met beklemming bij een poging te gaan liggen; gezicht en ledematen koud; gevoel alsof het hart werd samengeknepen. θ Chronische bronchitis.
Sputum overvloedig, geel en geleiachtig. θ Adynamische koorts.
BORST, INWENDIG, EN LONGEN [28]
Grote volheid in de borst, zich uitstrekkend tot in de keel. θ Hartkloppingen.
Congestie van de longen. θ Cardiale waterzucht.
Congestie naar de borst, waardoor liggen onmogelijk is; hartkloppingen; beklemming van de borst.
Gevoel van beklemming in de borst, als ingesnoerd; belemmert de ademhaling.
Gevoel van sterke beklemming in het midden van het borstbeen, alsof de delen door ijzeren tangen werden samengedrukt, welke samendrukking benauwing van de ademhaling veroorzaakt.
Krampende pijn achter het borstbeen.
Gevoel van beklemming in de borst, waardoor spreken wordt bemoeilijkt.
Pijnlijke gewaarwording van beklemming in het onderste deel van de borst, alsof een koord strak om de valse ribben was gebonden, met belemmering van de ademhaling.
Doffe pijn in de longen.
Doffe percussietoon aan de voorzijde tot aan de vierde rechter rib. θ Pleuritis.
Pijn vanuit het onderste deel van de borst naar de schouderbladen. θ Pleuritis.
Prikkelende pijnen in de borst, benauwde ademhaling, hevige hoest; bloederig sputum; harde, snelle, trillende pols; stekende, rondzwervende pijnen in de borst en in de streek van de schouderbladen. θ Pneumonie.
Afwijkend ademgeruis en bronchiale ademhaling. θ Pleuritis.
Voortdurend reutelen van slijm; benauwde ademhaling; kan niet in horizontale houding liggen; aanvallen van angst en verstikking.
Drukkende pijn in het bovenste deel van de linkerborst, tussen de tweede en derde rib, om 8 uur 's morgens, terwijl hij rustig zit; dyspneu die diep ademhalen opwekt en enkele minuten aanhoudt.
Drukkende pijn in het bovenste deel van de rechterborst; moeilijke ademhaling.
Drukkende pijn in de borst, veroorzakend dyspneu en aanleiding gevend tot diep ademhalen; < tijdens lopen.
Hepatisatie van de longen.
Longtuberculose in het eerste stadium.
Bronchitis, met hartkloppingen en bronchiale катarrh, door overwerking van het hart.
Bloedspuwing, met duidelijke arteriële opwinding (maar minder koorts en onrust dan Acon.); krampachtige hoest.
Pneumorragie, zich elke vier, zes, zeven of acht uur opnieuw voordoend, telkens gepaard gaand met krampachtige hoest en opgeven van twee of drie pond bloed; wordt onmiddellijk verlicht en houdt binnen vier dagen volledig op.
HART, POLS EN BLOEDSOMLOOP [29]
Pijn diep in het hart, enigszins naar rechts en naar achteren, als van een schokkende beweging ; vaak herhaald gedurende vier of vijf uur ; later vaak, maar minder hevig, en iets hoger.
Suizend heen-en-weer gaand geluid ; bruit de soufflet.
Wanneer de adem stokt is er hevige hartklopping, en iets scheen uit de borst naar de hersenen op te wervelen, en alle arteriën schenen te bonzen.
Gevoel van een hinderlijke beweging van voren naar achteren in de hartstreek als van een reptiel ; < overdag dan 's nachts.
Gevoel alsof het hart omdraaide.
Gevoel in de borst alsof het hart ronddraaide, eerst in de ene richting en dan in de andere. θ Hartaandoening.
Soms gevoel alsof iemand het hart stevig vastgreep, met het gevoel alsof het ronddraaide.
Samentrekkende pijn in de hartstreek, afdalend naar het linker abdomen ; de adem stokt ; koud gevoel in de borst op de plaats van de pijn ; neerslachtig ; huilerig.
Gevoel van beklemming in het hart, alsof een ijzeren hand de normale bewegingen ervan verhinderde.
Doffe, zware pijn, < door druk ; verstikkende ademhaling ; gelaat blauw ; oedeem, vooral van de linkerhand en van de benen tot aan de knieën ; voeten ijskoud ; pols intermitterend. θ Chronische carditis.
Grote druk op het hart, die onder de linker axilla door naar de l. rug trekt, "als een gordel van pijn ;" werd om middernacht zeer erg, als een hand die het hart vastgreep, met gevoeligheid en zeurende pijn, en gevoeligheid bij aanraking in het hele aangedane gebied ; ook pijnlijke zeurende pijn in de linkerarm tot aan de elleboog ; de hartpijn veroorzaakte uiteindelijk dyspneu. θ Hartrheumatisme.
Pijn in de hartstreek. θ Hartkloppingen.
Acute pijnen en steken in het hart.
Prikkende pijnen die ademhaling en lichaamsbewegingen belemmeren ; benauwdheid ; kan niet op de linkerzijde liggen ; blauw gelaat ; pols snel, bonzend, gespannen en hard. θ Carditis. θ Hartrheumatisme.
Zeer acute pijn, en zulke pijnlijke steken in het hart dat hij moest huilen en luid uitschreeuwen, met kwellende hartklopping, gevoel van flauwte, dyspneu.
Lancinerende pijn in het hart wanneer transpiratie uitblijft. θ Intermitterend.
Aanvallen van hevige, stekende pijn in het hart, met ijzige koude van de ledematen. θ Gevolg van rheumatisme.
Voortdurende pijn in de hartstreek, met het gevoel alsof het hart "vastgebonden" was, of "geen ruimte genoeg had om te slaan," of "alsof grendels het vasthielden." θ Gevolg van rheumatisme.
Gevoel alsof het hart door een hand werd samengedrukt of uitgeknepen.
Hartrheumatisme. Vergelijk Spigelia
Het hart scheen gedurende vele uren door een ijzeren hand vastgehouden te worden. θ Angina pectoris. θ Hartrheumatisme. θ Vettige degeneratie. θ Hypertrofie.
Pijnen in de hartpunt, schietend langs de linkerarm tot in de vingertoppen ; zwakke pols ; dyspneu.
Pijn in het hart erger bij spreken of liggen op de linkerzijde. θ Hartrheumatisme.
Pijn in het hart aanvalsgewijs. θ Hartrheumatisme.
Acute carditis, met blauwheid van het gelaat ; beklemming van de ademhaling ; droge hoest ; prikkende pijn in het hart ; kan niet op de linkerzijde liggen ; pols snel, bonzend, gespannen en hard.
Acute ontstekingsaandoening van het hart ; idiopathisch of door rheumatisme.
Rheumatische ontsteking van het hart, met hevige pijn in de hartpunt en pijn die langs de linkerarm tot in de vingertoppen schiet ; dyspneu ; pols zwak, 120.
Chronische carditis, met oedemateus en cyanotisch gelaat ; verstikkende ademhaling ; aanhoudende doffe pijn in het hart ; waterzuchtige uitstorting door het hele lichaam ; kan niet drinken of spreken ; handen en voeten koud ; pols intermitterend.
Functionele stoornis van het hart, door gemoedsbewegingen ; < tijdens de menstruatie.
Fladderend gevoel in het hart als een vogelvleugel. θ Chronische hartklopping.
Vermeerderde pulsatie van het hart, en tijdens het lopen pulsatie in de borst met angst, de hele ochtend aanhoudend, gepaard gaand met druk in het linker wandbeen.
Hartklopping bij het opgaan van trappen.
Hartklopping die grote onrust en onbehagen veroorzaakt.
Incidentele aanvallen van hartklopping na ongewone lichamelijke of geestelijke inspanning. θ Angina pectoris.
Hartklopping van lange duur, veroorzaakt door een ongelukkige liefdesaffaire.
Hartklopping met duizeligheid, verlies van bewustzijn, dyspneu ; erger bij lopen, 's nachts ; bij liggen op de linkerzijde ; bij het naderen van de menstruatie ; door elke inspanning.
Hartklopping, aanhoudend dag en nacht ; < bij lopen, en 's nachts, bij liggen op de linkerzijde.
Hevige hartklopping met verstikkingsaanvallen bij liggen. θ Vette hypertrofie van het hart.
Hartklopping met een zwaar gevoel ; stekende pijnen in het hart ; pols klein, zwak en snel. θ Hartaandoening.
Onregelmatige hartklopping 's nachts ; bij liggen op de l. zijde of omdraaien in bed ; > in rechtopstaande houding en diepe inademing.
Hartklopping < 's nachts, vooral vóór middernacht, en bij liggen op de linkerzijde.
Hevige hartklopping met zeer kwellende dyspneu. θ Cardiale waterzucht.
Langzame, snijdende pijn, van boven naar beneden door het midden van het hart, waardoor beweging of ademhaling onmogelijk wordt.
Hartpuntstoot een inch buiten een verticaal door de tepel getrokken lijn. θ Vergroting van het hart.
Hartklopping bestaat uit kleine onregelmatige slagen, met noodzaak tot diepe inademing ; geringe opwinding of diep nadenken is voldoende om deze toestand op te wekken.
Onregelmatige en intermitterende werking van het hart. θ Na verlossing met forceps.
Snelle, korte, onregelmatige hartslagen bij snelle beweging.
Verscheidene hevige, onregelmatige hartslagen, met gevoel van druk en zwaarte in de hartstreek.
Hevige, stormachtige hartwerking, het slaat korte tijd heftig en houdt dan geheel op. θ Hartrheumatisme.
Organische en nerveuze hartklopping.
Grote onregelmatigheid van de hartwerking, soms intermitterend en van wisselend karakter ; zeer grote frequentie van de hartwerking, afwisselend met traagheid. θ Vergroting van de linker ventrikel met sterke irritatie van de hartzenuwen.
Uitgebreide dofheid in de precordia ; blazend geruis bij de eerste harttoon, het duidelijkst hoorbaar aan de hartpunt. θ Hartrheumatisme.
Endocardiale geruisen ; overmatige hartimpuls ; vermeerderde precordiale dofheid. θ Vergrote rechter ventrikel.
Mitrale regurgitatie. θ Cardiale waterzucht.
Stenocardia.
Hartaandoening, met alleen oedeem van de linkerhand.
Klepaandoeningen, waarbij de tweede harttoon vervangen is door een ruw geruis.
Tweede harttoon verdwenen. θ Hartrheumatisme.
Klepafwijking en dilatatie van de rechter ventrikel.
Insufficiëntie van de aortaklep.
Mitrale insufficiëntie, met excentrische hypertrofie van de linker ventrikel.
Aneurysma van het hart en de grote arteriën.
Hypertrofie, met
dilatatie ; patiënt polsloos, uiterst uitgeput, hijgend en bedroefd, kan niet liggen of spreken ; heeft in vijftien dagen nauwelijks geslapen ; vergeetachtig ; voeten oedemateus.
In vijftien minuten, pols 82 ; in dertig minuten, 88 ; na een sterke dosis, in vijftien minuten, 80 ; in dertig minuten, 72 ; twee uur, 64.
Pols 105. θ Hartrheumatisme.
Pols : 82 ; daalde tot 78 ; zwak ; in dertig minuten, 74.
Zwakke pols. θ Dyspneu.
Later, pols zachter en zwakker, met een gevoel van zwakte door het hele lichaam, het meest in de achterkant van de nek ; het is lastig het hoofd overeind te houden.
Pols zwak, intermitterend of geheel verdwenen. θ Rheumatisme en pijn in het hart.
Doodsachtig gevoel in het hart en rondom naar de linker rug. θ Hartrheumatisme.
Krachtige polsslag en pulsatie in het bovenste deel van de borst, 's nachts in bed.
De pols aan de polsarterie slaat hard en snel tegen de vinger zonder versneld te zijn.
De hartslag en pulsatie in de borst zijn bij op de rug liggen sterker hoorbaar en voelbaar dan op de zijde, met angst en onrust.
Pols zeer onregelmatig en zacht, gedurende verscheidene uren schommelend van 60 tot 68.
Pols klein, snel en onregelmatig, met tussenpozen intermitterend, vooral bij opwinding. θ Hartklopping.
Onregelmatig ritme en intermitterende pols. θ Hypertrofie van het hart.
(OBS :) Aneurysma : door anastomose ; van de aorta.
BORSTWAND [30]
Stekende, rondzwervende pijnen in de borst.
Pijnlijk trekkend gevoel in de spieren van de linkerzijde van de borst, uitstralend naar het schoudergewricht, waardoor de ademhaling en het gebruik van de linkerarm worden belemmerd.
Gevoel van beklemming in het midden van het borstbeen, alsof het door ijzeren tangen wordt samengedrukt, met moeilijke ademhaling ; < door beweging.
Rheumatisme van de borstspieren. Zie 18 .
NEK EN RUG [31]
Pijn in de linkerborst, die door aanraking vermeerderd wordt; verlicht door deze zachtjes op te heffen.
Reumatische pijn in de hartstreek en in de lendenstreek.
Pijn onder het linker schouderblad. θ Hartkloppingen.
Koude in de rug en ijzig koude handen.
Lumbale spieren gevoelig bij druk en stijf, vooral bij de eerste beweging na rust. θ Cardiaal rheumatisme.
Exophthalmische struma, met kenmerkende hartsymptomen.
Ondraaglijke pijn, die vroeg begint, vóór het opstaan, in het onderste deel van de rugspieren aan de rechterzijde, zich uitstrekkend naar de bilspieren en de hele dag aanhoudend.
Pijn in de spieren van de keel, soms overdag.
Stekende pijnen, schietend door het lichaam naar de rug en omhoog in de borst, met gevoel van bloedaandrang naar de borst. θ Rheumatisme van het middenrif.
BOVENSTE LEDEMATEN [32]
Kwellend rheumatisme van de schouder.
Gevoel van insnoering in de schouder; hij kan die niet bewegen.
Pijn in schouders en armen.
Vluchtige, scheurende pijnen in de gewrichten, die van de schouder naar de elleboog en de vingers verspringen, meestal aan de rechterzijde.
Pijnlijk zeurende pijn in de linkerarm tot aan de elleboog. θ Cardiaal rheumatisme.
Pijn in de spieren van de rechterbovenarm, soms overdag.
Pijn in de linkerarm tot in de vingers. θ Hartziekten.
Zeurende pijn in armen en handen, gelijkend op de pijn bij zogenoemd "botpijn hebben."
Scheurende pijn in het linkerellebooggewricht.
Gevoelloosheid van de linkerarm. θ Vergroting van het hart.
Gevoelloosheid van de linkerarm, met hinderlijk prikken in de pink, van korte duur.
Formicatie en zwaar gevoel in de armen.
Pijnlijke matheid en zwaarte in de armen.
Trekkend-scheurende pijn in de rechterarm, vroeg bij het ontwaken en gedurende de ochtend aanhoudend, die zich na het opstaan uitstrekt tot in het rechterpolsgewricht.
Oedeem van de handen, meestal links. θ Hartziekte.
Droge, schilferige herpes aan de binnenzijde van de rechterelleboog, zonder jeuk; later hetzelfde aan de buitenzijde van de linkerelleboog.
ONDERSTE LEDEMATEN [33]
Onrust in de benen, kan ze niet stilhouden.
Gevoelloosheid in benen en voeten.
Hevige reumatische pijn in de linker enkel, met enige zwelling.
Oedeem van de benen, huid glanzend; indrukken blijven lange tijd bestaan. θ Hartziekte.
Oedeem van de onderste ledematen. θ Rheumatisme en pijn in het hart.
Droge, schilferige herpes op de linker mediale malleolus; later hetzelfde op de rechter mediale malleolus.
Grote matheid en een zwaar gevoel in de onderste ledematen en ongewoon slaperigheid vroeg bij het opstaan, na rustige slaap, aanhoudend gedurende twee uur.
Pijn in de spieren van de kuiten en voetzolen, soms overdag.
Klemmende pijn in de zool van de rechtervoet, verscheidene malen overdag optredend, zeer hinderlijk, maar slechts korte tijd aanhoudend.
LEDEMATEN IN HET ALGEMEEN [34]
Reumatische pijnen in schouders, boven- en onderarmen, en van de heupen tot in de voeten; < in rust en bij beweging, en in alle houdingen.
RUST. HOUDING. BEWEGING [35]
Beklemming in de hartstreek en het epigastrium, sterk verergerd door musculaire inspanning, vooral door hardop lezen of luid spreken. θ Hartrheumatisme.
Symptomen verergerd door inspanning, bukken of schrik, en 's nachts. θ Hartkloppingen.
Na een misstap bij het oversteken van de straat, een schok van wagons bij het kruisen van sporen onder rechte hoek, bij achteloos laag gaan zitten, de armen boven het hoofd uitstrekken, boeken optillen, enz. θ Angina pectoris.
Beter door aanhoudende maar zachte beweging. θ Rheumatisme, met pijn in het hart.
Kan niet horizontaal in bed liggen.
Liggen op de linkerzijde wekt 's nachts aanvallen op. θ Rheumatisme en pijn in het hart.
Verlangen om volkomen stil op de rug te liggen. θ Angina pectoris.
Moet volkomen stil liggen, met hoofdpijn; elke poging om rechtop te gaan zitten, elk geluid, licht of inspanning vermeerdert het lijden verschrikkelijk.
Liggen : menstruele vloed houdt op ; in horizontale houding, benauwde ademhaling < ; op de rug, met de schouders opgeheven, moeilijke ademhaling > ; congestie van de borst < ; pijn in het hart bij liggen op de linkerzijde ; op de linkerzijde, hartkloppingen < ; hartkloppingen, met verstikkingsaanvallen ; op de rug, hartslag en pols in de borst sterker voelbaar.
Zitten : druk tussen de tweede en derde ribben ; hartkloppingen > ; door kussens ondersteund, rust beter.
Opstaan : duizeligheid erger.
Omdraaien : in bed, duizeligheid < ; in bed zwak, moet geholpen worden.
Buigen : het hoofd achterover ; het aantrekken van de bedekking om het achterhoofd geeft verbetering.
Bukken : duizeligheid erger.
Lopen : hartkloppingen en beklemming van het hart < ; kortademigheid ; druk op de borst < ; pulsatie en angst in de borst ; hartkloppingen erger.
Oplopen : hartkloppingen en beklemming van het hart < ; kortademigheid ; benauwde ademhaling ; hartkloppingen.
Beweging : duizeligheid < ; hoofdpijn < ; pijn in de slaap < ; prosopalgie < ; krampende pijn ter hoogte van de navel < ; prikkende pijn < ; hartkloppingen door inspanning ; snijdende pijn door het hart heen < ; hartslagen kort en onregelmatig ; pijn in de borst > door de borst op te heffen ; na rust zijn de lumbale spieren drukpijnlijk en stijf ; onrust van de benen, reumatische pijnen in schouders, armen en heupen tot in de voeten < ; pijn in de r. knie erger.
Alle houdingen : reumatische pijnen in schouders, armen en heupen tot in de voeten erger.
ZENUWEN [36]
(Bij zieken :) Beven over het gehele lichaam, beginnend in het abdomen, met stijfheid en gevoelloosheid. θ Rheumatisme en hartkloppingen.
Opwinding neemt de hoofdpijn toe ; de pijnen zijn zo hevig dat zij geschreeuw uitlokken.
Grote zwakte, prostratie, grote neerslachtigheid, slapeloos.
Algemeen onbehagen, slaperigheid, als na een ernstige ziekte.
Algemene zwakte, met droefheid en slecht humeur.
Voelt zich zeer vermoeid, zodanig dat zij hulp nodig heeft om zich in bed om te draaien. θ Lichte koorts.
Grote krachtsprostratie, zodat hij in bed moet blijven, zonder zich in staat te voelen zijn benen te gebruiken.
Flauwte. θ Rheumatisme en pijn in het hart.
Kind, æt. 6 maanden, moet opgetild en overeind geholpen worden ; het leek alsof het zou sterven. θ Intermitterend.
Men dacht dat het stervende was. θ Cardiaal rheumatisme.
SLAAP [37]
Een suf, slaperig gevoel.
Slapeloosheid in het eerste deel van de nacht door allerlei opdringende gedachten; later onrustige slaap.
Slapeloosheid.
Vier dagen en nachten niet geslapen. θ Lichte koorts.
Slapeloos zonder pijn; of door pulsaties in de maagkuil of in de oren.
Slapeloos door arteriële pulsaties in de maagkuil en het r. oor.
Delier 's nachts; bij het ontwaken houdt het op, maar in de slaap keert het terug.
Delier 's nachts bij het wakker worden.
Slaap zeer verstoord; het was zeer moeilijk een houding te vinden waarin zij enige rust kon krijgen, en het ging alleen wanneer zij met verschillende kussens werd ondersteund. θ Hartkloppingen.
's Nachts wakker gemaakt door hevige pijn in de rechterknie, zich uitstrekkend van de patella tot de buitenzijde van het onderste deel van het bovenbeen; verergerd door de geringste beweging van het been.
's Nachts wakker, met een moe gevoel; reumatische pijn in het hele rechterbeen, hevig genoeg om de slaap te beletten.
Onrustige slaap. θ Rheumatisme en pijn in het hart.
Drie nachten lang vreselijke dromen, waardoor hij het uitschreeuwt.
Slaap het slechtst tegen de ochtend. θ Hartkloppingen.
Slaap verstoord door wellustige dromen en pijnlijke erecties.
Dromen die hij zich niet kan herinneren.
TIJD [38]
Nacht : barstend-pulserend in de slapen ; menstruatie houdt op ; hardnekkige hoest < ; hartkloppingen < ; onregelmatige hartkloppingen ; in bed, krachtige pulsatie in de bovenste borst ; delier ; pijn in de rechterknie ; 1 P. M., lichte rilling, brandende hitte, pijn in de uterus ; schroeiende hitte, met hoofdpijn.
Tegen de ochtend : verstoorde slaap <.
Ochtend : opschrikken bij het ontwaken ; bij het opstaan, druk in de wandbeenderen ; hoofdpijn, die voortdurend < wordt ; pijn in de slaap begint ; foetide adem ; diarree < ; 8 A. M., druk tussen de tweede en derde rib ; pulsatie in de borst, met angst ; voor het opstaan houdt ondraaglijke pijn in de onderrug de hele dag aan ; bij het ontwaken trekkend-scheurende pijn in arm en pols ; bij het opstaan matheid in de onderste ledematen, met slaperigheid ; rillerigheid, 10 A. M. ; dagelijks terugkerend, 11 A. M. ; rheumatisme van alle gewrichten < bij het opstaan.
Overdag : reptielachtige beweging in de hartstreek < ; pijn in de onderrug ; pijn in de keelspieren ; pijn in de armspieren ; pijn in de kuiten en voetzolen ; klemmende pijn in de voetzool ; jeuk van de huid.
Avond : angst ; spoedig na het naar bed gaan, pijn in de onderbuik ; hartkloppingen ; hartreumatisme < 11 P. M. ; verstikking en hartkloppingen < 11 P. M. ; pijn tijdens de menstruatie < ; zuigeling, 6 maanden oud, heeft rilling 11 P. M. ; rheumatisme van alle gewrichten < ; jeuk als van een vlooienbeet op borst en abdomen ; jeuk op abdomen en kuiten.
Middernacht : hevige druk op het hart < ; pijn in het hoofd, coma, bewusteloosheid tot middernacht, daarna dorst en zweet ; hevige rilling, gevolgd door hoofdpijn, koorts en dorst.
TEMPERATUUR EN WEER [39]
Warmte : bloedstuwing naar het hoofd en koorts door zonnestralen ; door de zon, braken.
Koude lucht : mamma gevoelig.
Na water in de kelder. θ Reuma.
KOORTS [40]
Koude in de rug en koude handen.
De huid wordt kouder. θ Hartrheuma.
Lichte rillerigheid tegen 10 uur 's morgens.
Rillerigheid, met tandgeklapper.
Algemene rillerigheid, zo hevig dat de tanden klapperen, die drie uur aanhoudt en niet overgaat, hoewel hij gaat liggen en zich met vele dekens toedekt.
Rilling om 11 uur 's avonds, een zuigeling, æt. 6 maanden. Wisselkoorts.
Wisselkoorts, met congestie naar het hoofd ; opwellingen in het gezicht ; onderdrukte urine ; pijn in de urineblaas ; lancinerend in het hart ; hevig braken ; zweet verschijnt niet na blootstelling aan de zon.
Rilling niet verlicht door toedekken ; keert elke dag op hetzelfde uur terug ; regelmatige aanvallen om 11 uur 's morgens en 11 uur 's avonds.
Koorts opgewekt door blootstelling aan zonnestralen. θ Wisselkoorts.
Om 1 uur 's middags lichte rilling, daarna brandende hitte, dyspneu, pulserende pijn in de baarmoederstreek, eindigend in licht zweet.
Ontstekingskoortsen.
Eenvoudige reumatische koortsen.
Brandende hitte, met kortademigheid.
Schroeiende hitte 's nachts, met hoofdpijn, na een rilling, eindigend in zweet.
Dagelijkse wisselkoorts, op hetzelfde uur gedurende vele opeenvolgende dagen.
Dagelijks, 11 uur 's morgens ; grote koude gedurende twee uur, daarna brandende hitte, met grote dyspneu, hevige pijn in het hoofd, coma, versuftheid, bewusteloosheid tot middernacht, daarna onlesbare dorst en zweet.
Stekende rilling elke middernacht, gevolgd door enige hoofdpijn, koorts en dorst en aanzienlijke transpiratie, θ Wisselkoorts van een kraamvrouw.
Wisselkoorts, met maagstoornis.
Hitte na rilling, met dyspneu, hoofdpijn en dorst ; met bewusteloosheid tot middernacht, daarna kortademigheid en onvermogen te blijven liggen ; gevolgd door overvloedig zweet, met grote dorst.
Huid vochtig.
Zweet over het hele lichaam.
Wanneer transpiratie uitblijft. θ Wisselkoorts.
AANVALLEN, PERIODICITEIT [41]
Periodiciteit: pijn die langs de dijen omlaagtrekt, keert elke dag op hetzelfde uur terug; pijn in de uterus keert elke avond terug; koude rilling keert elke dag op hetzelfde uur terug; paroxysme om 11 uur v.m. en 11 uur n.m.; wisselkoorts, die elke dag op hetzelfde uur terugkeert.
Aanvallen, teweeggebracht door elke emotie, opwinding of bij een poging tot lichaamsbeweging; treden meerdere malen per dag op. θ Rheumatisme, met pijn in het hart.
Een gevaarlijk paroxysme omstreeks 11 uur 's avonds.
Aanvallen kunnen in de slaap optreden, samenhangend met schrik of angst in dromen. θ Angina pectoris.
Erger in aanvallen. θ Diaphragmitis.
Lokalisatie en richting [42]
Rechts : aanvallen van pijn in de slaapstreek ; hoofdpijn en neuralgie ; pulseren en gevoel van zwaarte in het hoofd ; pijn in het wandbeen, later aan de linkerzijde ; aangezichtsneuralgie ; rukkende pijn onder de korte ribben ; pijn in het epigastrium ; pijn in de onderbuik ; percussiedemping tot aan de vierde rib ; drukkende pijn op de borst ; pijn in het hart ; klepafwijking en dilatatie van het ventrikel ; pijn in de onderrug tot in de bilstreek ; pijn in de spieren van de arm ; trekkende en scheurende pijn in de arm tot aan de pols ; droge herpes op de elleboog ; knijpende pijn in de voetzool ; slapeloos door kloppen in het oor en de maagkuil ; pijn in de rechterknie 's nachts ; droge herpes op de buitenzijde van de elleboog en de buitenenkel.
Links : pijn in het wandbeen ; druk in het wandbeen ; pijn in het epigastrium, verschuivend naar de rechterzijde, grote druk op het hart tot in de rug ; beurse, zeurende pijn in de arm ; kan niet op de zijde liggen ; pijn vanuit het hart omlaag door de arm tot in de vingers ; pijn in het hart < bij liggen op de zijde ; liggen op de zijde, hartkloppingen < ; oedeem van de hand bij hartaandoening ; excentrische hypertrofie van het ventrikel ; doods gevoel bij het hart tot zwart voor de ogen ; pijn op de borst ; pijn onder het schouderblad ; pijn in de arm ; scheurende pijn in het ellebooggewricht ; gevoelloosheid van de arm ; prikkeling in de pink ; reumatische pijn en zwelling in de enkel ; droge herpes op de binnenenkel ; droge herpes op de buitenzijde van de elleboog.
Van boven naar beneden : pijn omlaag door de dijen ; beurse, zeurende pijn in de arm ; pijn vanuit het hart, schietend omlaag door de linkerarm tot in de vingers ; snijdende pijn door het hart ; pijn in de onderrug tot in de bilstreek ; scheurende pijn in de gewrichten, zich verplaatsend van schouder naar elleboog en vingers ; pijn in de linkerarm tot in de vingers.
Van beneden naar boven : draaierig gevoel van de borst naar de hersenen ; stekende pijnen naar de borst ; beklemming in uterus en vagina ; pijn tot in de schouderbladen ; stekende pijnen naar borst en rug ; pijn van de knieschijf naar het onderste deel van de dij, aan de buitenzijde, 's nachts.
Van voren naar achteren : gevoelloosheid en een suf gevoel van de ogen tot aan de hersenbasis ; rukkende pijn onder de korte ribben, rechts ; hinderlijke beweging in de hartstreek, als van een reptiel ; grote druk op het hart tot in de linker rug.
GEWAARWORDINGEN [43]
Het hele lichaam voelt alsof het in een kooi zit, waarbij elke draad steeds strakker wordt gedraaid ; gevoel in het hart als van een vogelvleugel ; van beweging van voren naar achteren, in de hartstreek ; alsof de maag afgesloten was.
Gevoeligheid, zeurende pijn en pijnlijkheid bij aanraken in de gehele aangedane streek (hart en van onder de oksel naar de rug). θ Rheumatisme van het hart.
Ingesnoerdheid van borst, hart, urineblaas, rectum, uterus, vagina enz. wordt vaak door de geringste aanraking opgewekt (tonend dat irritatie van de sensibele wortels onmiddellijk wordt gevolgd door samentrekking van de spieren die door motorische zenuwen worden geïnnerveerd).
Pijnen overal : hoofd, armen, benen, rug, borst, hart ; uitschietend, opspringend als kettingbliksem, eindigend in een scherpe, bankschroefachtige greep, om een ogenblik later opnieuw te beginnen, met onrust, zeurende pijn en kreunen.
Gevoeligheid : van de ogen voor licht ; van de lumbale spieren.
Doodsgevoel in het hart en rondom tot in de linker rug.
Lancinerend : in het hart.
Snijdend : door het midden van het hart.
Stekend : in het hart ; zeer pijnlijk, in het hart ; heftig, in het hart, in aanvallen.
Stekende pijn : in het voorhoofd boven de ogen.
Scherpe, neuralgische pijnen : in de cardia.
Scheurend : in de gewrichten, meestal rechts van schouder naar elleboog en vingers ; in het linker ellebooggewricht.
Schietend : door het middenrif de borst in ; langs de linkerarm naar de vingers.
Prikkend : in de punt van de tong ; in de armen ; in de borst ; in het hart, waardoor ademhaling en beweging worden belemmerd ; in de pink ; in de anus.
Rukkend : aan de rechterzijde onder de ribben.
Brandend : in de maagkuil ; in een lijn van de hartas naar de rand van de onderste ribben, schiet een hete opwelling naar beneden ; tijdens het urineren.
Zeurend : eenzijdig, in het hoofd ; in het hart ; in de linkerarm tot aan de elleboog ; in de armen.
Trekkend : in de bekledende weefsels van het achterhoofd ; in de spieren van de linkerborst naar de schouder ; scheurend in de rechterarm.
Spannende pijn : op de kruin.
Druk : in het rechter wandbeen ; op de kruin ; in het linker wandbeen ; in het bovenste deel van de linkerborst ; overmatig in het hart en van onder de oksel naar de rug.
Gevoeligheid : en zeurende pijn in het hart ; en zeurende pijn in de linkerarm tot aan de elleboog ; van de keel.
Schrapend : aan het zachte gehemelte.
Pijn : in het hoofd ; in voorhoofd en ogen ; aanvallen van pijn in de rechter slaap ; in het linker wandbeen ; in het hoofd door gering geluid ; verschrikkelijk in het hoofd, met braken ; in verschillende delen van het hoofd ; in het gelaat, rechts ; in de cardia ; in het epigastrium ; scherp, door het middenrif naar de borst ; dof, in het abdomen ; in de onderbuik rechts ; hevig in de darmen ; zwervend, in de navelstreek ; krampachtig, rond de navel ; in de urineblaas tijdens een koortsaanval ; tijdens de menstruatie ; van het onderste deel van de borst naar de schouderbladen ; scherp, zwervend, in borst en schouderbladstreek ; diep, in het hart ; dof en zwaar, in het hart ; acuut, in het hart ; constant, in het hart ; in de apex van het hart ; in de linkerborst ; reumatisch, in de streek van het hart en de lendenen ; onder het linker schouderblad ; hevig, in de onderrug tot in de bilstreek ; in schouder en armen.
Reumatische pijn : in de linker enkel ; van de heupen tot aan de voeten ; 's nachts in knie en onderste deel van de dij ; in het rechterbeen ; in alle gewrichten.
Hartkloppingen : met druk op de kruin, bij fistula in ano ; met ademstilstand ; benauwend, met steken, flauwte en dyspneu ; bij het oplopen van trappen ; na lichamelijke of mentale inspanning ; door ongelukkige liefde ; met duizeligheid en bewusteloosheid ; aanhoudend dag en nacht ; onregelmatig, 's nachts.
Kloppen : in het epigastrium ; in het abdomen.
Bonzen : eenzijdig, in het hoofd ; van de halsslagaders.
Fladderend gevoel : in de maag.
Pulsatie : in de slapen ; in het hoofd ; eenzijdig ; in de rechterzijde van het hoofd ; in de oren ; in het hoofd ; achter de maag (truncus coeliacus) ; na het eten ; in het scrobiculus ; in de maag ; in de ovariale streek ; in uterus en eierstokken ; in de borst, tijdens het lopen.
Verstikking : met hitte in het gelaat ; ten gevolge van verkoudheid ; periodieke aanvallen, met flauwvallen.
Doof aanvoelende pijn : van het oog dwars door de hersenen.
Ingesnoerdheid : van de keel ; van de slokdarm ; ter plaatse van het scrobiculus cordis ; van de blaashals ; rondom het bekken ; in uterus en vagina ; van de uterus tijdens de menstruatie ; van de vagina ; van de borst ; midden in het borstbeen ; van de borst als door een koord ; in de hartstreek ; in het hart, alsof een ijzeren hand de bewegingen verhinderde ; in de schouder ; ter plaatse van het scrobiculus cordis.
Koord : gevoel als van een, rond het onderste deel van de borst.
Band : alsof er een band om de borst zit.
Hoepel : gevoel als van een, rond de keel, rond het hart en het middenrif.
Vastgebonden : alsof, ter hoogte van het hart.
Krampachtig aangrijpend : in het hart.
Knijpend : achter het borstbeen.
Omklemmend : in het hart.
Samendrukking : van het hoofd, als in een bankschroef ; of knijpen, van het hart, alsof door een hand.
Gerinkel en gezoem : in de oren.
Suizen : heen en weer in de borst.
Wervelend gevoel : van de borst naar de hersenen ; in het hart.
Draaien : als van iets, in het hart.
Spanning : op de kruin.
Drukkend naar beneden : in de onderbuik.
Slag : als van een, ter hoogte van de nieren.
Beklemming : van de borst en onrust ; van de borst, als door een gewicht ; bij het liggen ; sterke beklemming van de ademhaling.
Zwaar gevoel : van het hoofd ; op de kruin ; in de maag ; in de armen ; in de onderste ledematen.
Gewichtsgevoel : in de rechterzijde van het hoofd ; in de maag, na het eten ; in de anus ; in de borst.
Volheid : in de borst ; van de borst tot in de keel.
Alsof gezwollen : in het rectum.
Onbehagen : in de maag.
Leegtegevoel : in de maag.
Zwakte : algemeen, en uitputting der krachten.
Gerommel : in de maag vóór de hartkloppingen.
Irritatie : hevige, in de urethra.
Mierenkruipen : en gewichtsgevoel in de anus ; in de armen.
Gevoelloosheid : van de ogen tot aan de basis van de hersenen ; in de linkerarm ; in benen en voeten.
Kriebelen : in de keel veroorzaakt hoest.
Jeuk : in de anus ; in het strottenhoofd veroorzaakt hoest ; in de huid, als van een vlooienbeet ; 's avonds op borst en abdomen ; 's avonds op abdomen en kuiten ; overdag.
Warmte : rond keel en borst.
Hitte : opwellingen ervan in het abdomen ; in het abdomen ; brandend, met kortademigheid ; schroeiend, 's nachts, na rillerigheid.
Koude : van de huid bij moeizame ademhaling ; van de voeten, met verstikkende ademhaling ; van de ledematen ; in de rug.
Rillerigheid : met klappertanden.
WEEFSELS [44]
Werkt vooral op de sensibele zenuwen.
Congesties.
Verschillende soorten ontstekingen.
Rheumatisme van alle gewrichten van de ledematen, met veel pijn, stijfheid en zwelling; erger 's avonds en opnieuw 's morgens bij het eerst opstaan. θ Pijn in het hart.
Rheumatische ontsteking, met pijn en zwelling van de aangedane delen.
Organische ziekten van het hart.
Vermagering. θ Lichte koorts. θ Reumatische hartziekte.
Vermagerd of opgezet.
Waterzuchtige aandoeningen. θ Hartziekte.
Bloedingen: uit neus, longen, rectum en maag.
AANRAKING. PASSIEVE BEWEGING. VERWONDINGEN [45]
Spiertrekkingen en gevoel van insnoering, opgewekt door aanraking van het aangedane deel.
Aanraking : krampachtige insnoering in uterus en vagina ; de hartstreek gevoelig en zeurend pijnlijk ; pijn in de linkerborst <.
Druk : drukkend zwaar gevoel op de kruin > ; doffe pijn in het hart < ; lendenspieren gevoelig.
Lichte wrijving verlicht het prikkende gevoel in de anus.
Opnieuw pijn in de duim die een maand tevoren ontwricht was geweest.
Traumatische koortsen.
HUID [46]
Huid
Lastige jeuk, als van een vlooienbeet, op borst en buik, elke avond, zet aan tot wrijven; beter bij het te bed gaan; overdag niet aanwezig; geen eruptie.
Jeuk op de buik en kuiten 's avonds bij het uitkleden.
Jeuk overdag aanwezig, maar verdwijnt tegen de avond.
Droge, schilferige herpes, zonder jeuk; verscheen eerst op de linker binnenenkel, vervolgens aan de buitenzijde van de rechterelleboog; daarna op de rechter binnenenkel; ten slotte aan de buitenzijde van de linkerelleboog.
LEVENSFASE, CONSTITUTIE [47]
Een man met een opvliegend temperament. θ Diaphragmitis.
Kind, æt. 6 maanden. θ Intermitterende koorts.
Vrouw, æt. 60, gezet, robuust, na blootstelling aan water in een kelder. θ Rheumatisme.
Bloedstuwingen bij personen met plethorische habitus.
Vrouw, æt. 24, ernstige hoofdpijn door kou vatten.
Gelsem., Bellad. zonder resultaat.
Man, æt. 28, tijdens dienst in onze oorlog, articulair rheumatisme in rug en ledematen ; ontslagen als ongeneeslijk. Cactus 1. θ Cardiaal rheumatisme.
Vrouw, æt. 28, lang van gestalte, donker haar en donkere ogen. θ Rheumatische ziekte van het hart. Cactus, [800] één dosis gevolgd door snelle verbetering, zonder terugkeer van de symptomen.
Vrouw, æt. 30, frequente aanvallen van angina pectoris.
Vrouw, æt. ---, al weken lijdend. θ Nerveuze hartkloppingen.
Een vrouw, æt. 40, vier doses van de 30e. θ Vergroting van het hart.
Gekleurde vrouw, æt. 48, climacterium. Cactus, [100] één dosis. θ Hevige hartkloppingen.
Man, æt. 52. θ Hartaandoening.
Ongehuwde dame, æt. 60. Cactus, [20] drie doses. θ Cardiaal rheumatisme.
Vrouw, æt. 60. θ Cardiale waterzucht.
Darmen en nieren reageerden volstrekt niet op de krachtigste drastische cathartica en diuretica ; haar einde leek nabij. De 20e (nadat de 3e dec. had gefaald) genas, en herstelde de gezonde werking van de darmen. θ Cardiale waterzucht.
Een vrouw, veertien maanden geleden getroffen door een laaggradige koorts, waarbij zich spoedig kampdiarree voegde.
Dertien maanden behandeld door een legerchirurg ; hopeloos. θ Laaggradige koorts.
RELATIES [48]
Tegenmiddelen : Acon., Camphor, Cinchona .
Verenigbaar met : Digit . (stormachtige hartactie ; trage, onregelmatige pols ; weinig urine ; waterzucht, enz.), Eupat. perf., Laches, Nux vom., Sulphur (pleuritis).
Nuttig na : Acon., Arnic., Arsen., Bellad., Bryon., Chamom., Gelsem., Ipec., Kali brom . (middenrifontsteking), Laches., Nux vom., Rhus tox .
Vergelijk : bij psychische symptomen, Digit., Laches . ; bij bloedstuwing naar het hoofd, Bellad., Glonoin ; bij pijn en druk in het hoofd, Arnic., Carb. veg., Coral rub., Iodum, Nux vom., Opium, Spigel . ; bij zwaarte op de kruin, Aloes, Alum . ; bij hartaandoeningen, Acon., Act. rac., Amyl. nitr., Arnic., Bellad., Bovist., Crotal., Digit., Eupat. perf., Justitia, Kalmia, Laches., Lilium, Naja, Pulsat., Spigel., Tarent., Zincum (alsof er een kap over het hart ligt) ; bij bronchitis, enz., Ant. tart., Ipec., Tabac . ; bij beklemmingen (borst), Alum., Bellad., Bovist., Cainca, Cadmium sulf., Kali chlor., Kali nitr., Laches., Stramon . (uterus), Murex (vagina), Kali carb . ; bij menstruatie die 's nachts ophoudt, Caustic . ; bij leucorroe, Amm. mur . ; bij intermitterende koortsen, Arsen., Bryon., Calc. ostr., Eupat. perf., Natr. mur., Rhus tox., Sulphur ; bij waterzucht, Digit., Kalmia ; bij slapeloosheid 's nachts, Sulphur .
Verwante middelen : Cereus Bonplandii, Cereus serpentinus, Opuntia .