Ambra Grisea
van Constantine Hering — De leidende symptomen van onze Materia Medica
Ambergrijs.
Waarschijnlijk een nosode of ziekelijk product, gevonden in de buik van de potvis. Het beste is datgene wat walvisvaarders eruit snijden en wat gewoonlijk in Boston verkrijgbaar is. Het grootste deel wordt in de Oosterse zeeën opgeraapt. Door de Arabieren gebruikt, en sindsdien. In 1827 door Hahnemann ingevoerd; vooral beproefd door zijn vriend, de graaf de Gersdorf, aan wie bijna een derde van de symptomen te danken is. De alcoholische tinctuur is de beste bereiding. De zogenoemde amberolie is oleum succinum en werd door Holcombe gebruikt bij hik.
GEEST [1]
Geheugen verzwakt.
Begrijpt traag, moet alles drie- of viermaal lezen en begrijpt het dan nog niet.
Kan nergens goed over nadenken, voelt zich suf. θ Vaak aangewezen op hoge leeftijd.
Verwardheid in het hoofd; in het achterhoofd.
Moeizaam denken in de ochtend. θ Oude mensen.
Vervormde beelden, grimassen; duivelse gezichten dringen zich aan zijn verbeelding op.
Zij is opgewonden, praat veel; praten vermoeit haar; kon 's nachts niet slapen, of had afkeer van praten en lachen.
Grote droefheid.
Melancholie, zit dagenlang te wenen; met grote zwakte, verlies van spierkracht en pijn in de lendenen met constipatie.
Vrees krankzinnig te worden.
Wanhoop; walging van het leven.
Angst en zweet over het hele lichaam 's nachts.
Angst, benauwdheid, nerveuze zwakte, met prikkelbaarheid en ongeduld.
Na zorgen door zakelijke moeilijkheden kan hij niet slapen, moet opstaan.
Heeft te veel haast bij geestelijke arbeid.
Verlegen houding in gezelschap.
Hoest < wanneer veel mensen aanwezig zijn.
De aanwezigheid van andere mensen verergert de symptomen.
SENSORIUM [2]
Duizeligheid met gevoel van zwaarte op de kruin; < na slaap.
Moest gaan liggen wegens duizeligheid en een gevoel van zwakte in de maag.
Muziek veroorzaakt bloedaandrang naar het hoofd.
Grote zwakte in het hoofd met duizeligheid.
HOOFD, INWENDIG [3]
Druk in voorhoofd en kruin met vrees krankzinnig te worden.
Scheurende pijn: in het voorhoofd; in de linker slaap tot aan de kruin; in de r. frontale eminentie en achter het linkeroor.
Uiterst pijnlijke scheurende pijn boven op het hoofd en blijkbaar in de gehele bovenste helft van de hersenen, met bleekheid van het gelaat en koude van de linkerhand.
Drukkend trekkende pijn, opstijgend vanuit de nek en door het hoofd heen naar het voorhoofd, waarbij een aanmerkelijke druk achterblijft in het onderste deel van het achterhoofd.
Dofheid in het achterhoofd.
Scheurende pijnen overheersen in het hoofd.
Bloedaandrang naar het hoofd door muziek veroorzaakt.
Zwakte in het hoofd met duizeligheid.
HOOFD, UITWENDIG [4]
Uitvallen van haar.
Aan de rechterzijde van het hoofd een plek waar het haar bij aanraken pijn doet, als ware het rauw.
De hoofdhuid voelt 's morgens bij het ontwaken pijnlijk aan; daarna volgt een gevoel van gevoelloosheid dat zich over het hele lichaam uitbreidt.
ZIEN EN OGEN [5]
Dof zien, alsof men door een nevel kijkt.
Druk en branderigheid in de ogen, als door stof; tranenvloed.
Druk op de ogen, die moeilijk te openen zijn, en pijn in de ogen alsof zij te stevig gesloten waren geweest, vooral 's morgens.
Jeuk aan het ooglid alsof er een strontje in wording was.
GEHOOR EN OREN [6]
Gebrom en gefluit in de oren, in de namiddag.
Doofheid van één oor.
Gekraak in het linkeroor (als het geluid bij het opwinden van een horloge).
Het gehoor neemt af; met koud gevoel in het abdomen.
Hevige scheurende pijn in en achter de rechter oorschelp.
Scheurende pijn: in het rechteroor.
Kruipend gevoel, jeuk en kieteling in de oren.
Muziek verergert de hoest.
Luisteren naar muziek brengt congestie naar het hoofd teweeg.
REUK EN NEUS [7]
Opgedroogd bloed verzameld in de neus.
Neusbloeding vroeg in de ochtend.
Neusbloeding met de menstruatie.
Rijkelijke neusbloeding vroeg in bed, verscheidene opeenvolgende dagen. θ Oude dame.
Neus verstopt en vanbinnen pijnlijk alsof rauw.
Langdurige droogte van de neus, frequente prikkeling als tot niezen.
BOVENGEZICHT [8]
Bleekheid van het gelaat met hoofdpijn.
Hitteopwellingen in het gelaat.
Warmte in het gelaat met koude van andere delen.
Scheurende pijn in het bovenste deel van het gezicht, vooral nabij de rechter neusvleugel.
Puistjes en jeuk in de bakkebaarden.
Pijnlijke zwelling van de wang ter hoogte van de bovenkaak, met kloppen in het tandvlees.
Geelzuchtige kleur van het gelaat.
Krampachtige trekkingen van de aangezichtsspieren.
ONDERGEZICHT [9]
Lippen heet.
Lippen gevoelloos en droog 's morgens bij het ontwaken.
Kramp van de onderlip.
TANDEN EN TANDVLEES [10]
Trekkende pijn nu eens in de ene en dan weer in een andere tand; < door warmte, ogenblikkelijk weggenomen door koude; niet < door kauwen, en verdwijnt na een maaltijd; tegelijk was het inwendige deel van het tandvlees gezwollen.
Bloeden van het tandvlees.
SMAAK, SPRAAK, TONG [11]
Bittere smaak in de mond 's morgens bij het ontwaken.
Zure smaak na het drinken van melk.
De plooien onder de tong doen pijn alsof ze rauw zijn, als kleine uitgroeisels.
Ranula.
MONDHOLTE [12]
Mondstank, erger 's morgens. θ Kinkhoest.
Blaasjes in de mond doen pijn alsof ze verbrand zijn.
Branderige en gesprongen, pijnlijke toestand van de mond.
Ophoping van water in de mond bij hoest.
GEHEMELTE EN KEEL [13]
Gevoel van rauwheid in de streek van het velum pendulum palati.
Rauwheid in de keel met hoest.
Scheurende pijn in het gehemelte, uitbreidend naar het linkeroor.
Droogte van de keel in de ochtend.
Pijnlijk, rauw gevoel in de keel bij leeg slikken en door uitwendige druk, niet bij het doorslikken van voedsel, met spanning van de keelklieren alsof zij gezwollen waren.
Keelpijn na blootstelling aan tocht; stekende pijn vanuit de keel naar het rechteroor; pijn vooral bij beweging van de tong.
Kieteling in de keel, die hoesten opwekt.
Kieteling in de keel en de schildklierstreek tijdens het hoesten.
Ophoping van grijzig slijm in de keel, dat moeilijk kan worden opgehoest, gepaard gaand met rauwheid.
Ophokken van slijm uit de fauces veroorzaakt braken en verstikking.
Papuleuze eruptie in de farynx.
EETLUST, DORST. VERLANGEN, AFKEER [14]
Dorstloosheid.
ETEN EN DRINKEN [15]
Na het ontbijt misselijkheid.
Na het eten: hoest en kokhalzen; angst; druk in de maagkuil alsof het voedsel bleef steken en niet naar beneden wilde gaan.
Verergering door warme dranken, vooral door warme melk.
Beter na eten: kiespijn; benauwdheid op de borst; koude.
Na het drinken van melk: zure smaak; zuurbranden.
HIK, OPRISPINGEN, MISSELIJKHEID EN BRAKEN [16]
Oprispingen bij en na hoest.
Oprispingen, hetzij leeg, zuur of bitter.
Oprispingen met hoest, bijna tot verstikking leidend.
Oprispingen nemen de druk onder de maagkuil weg.
(OBS :) Hik.
Zuurbranden: met vergeefse oprispingen; bij wandelen in de open lucht; door het drinken van melk.
Elke avond een gevoel alsof de maag van streek is en scherpe oprispingen tot aan het strottenhoofd.
Misselijkheid na het ontbijt.
Braken en verstikking bij het ophokken van slijm uit de fauces.
MAAGKUIL EN MAAG [17]
Druk en branden onder de maagkuil; oprispingen nemen het weg.
Druk in maag en hypochondrieën. θ Kinkhoest.
Spanning en druk, of steken en druk in de maag.
Schok in de maagkuil bij hoest.
Zwakte in de maag die de duizeligheid begeleidt.
HYPOCHONDRIEËN [18]
Drukkende pijn op een kleine plek in de rechter bovenzijde van het abdomen, hoewel niet gevoeld bij aanraking.
Scheurende pijn in de miltstreek, alsof iets werd losgescheurd.
Pijn in de rechter hypochondrische streek, > terwijl men erop ligt.
ABDOMEN EN LENDENEN [19]
Opgezet abdomen; ophoping van veel flatus, die afneemt zonder dat zij worden geloosd.
Gevoel van koude in het abdomen.
Koude van één zijde van het abdomen (l.); ook met doofheid.
Koliek, soms gevolgd door diarree.
Druk diep in de onderbuik na ontlasting.
STOELGANG EN RECTUM [20]
Eerst overvloedige, zachte, lichtbruine ontlasting, na enkele dagen constipatie.
Constipatie. θ Kinkhoest. θ Melancholie.
Diarree voorafgegaan door koliek.
Ontlasting niet hard, hoewel groot.
Frequente vergeefse aandrang tot stoelgang; daardoor wordt zij zeer angstig, en op dat moment is de aanwezigheid van andere personen ondraaglijk.
Grote hoeveelheid bloed bij de stoelgang.
Jeuk in de anus.
Steken in de anus.
Na de ontlasting druk diep in de onderbuik.
URINEWEGEN [21]
Frequente mictie 's nachts en 's morgens na het opstaan.
Urine is bij de lozing troebel, geelbruin en zet een bruinachtig bezinksel af, waarna de urine helder en geel lijkt; koffiedikbezinksel. θ Waterzucht na scarlatina.
Zuur ruikende urine. θ Kinkhoest.
Urineert driemaal zoveel als de ingenomen drank, vooral 's morgens; gevolgd door een doffe pijn in de nierstreek.
Gevoel alsof enkele druppels door de urethra gingen.
Tijdens het urineren branden, schrijnen, jeuk en kieteling in urethra en vulva. θ Ovaritis.
MANNELIJKE GESLACHTSORGANEN [22]
Een man, æt. 80, krijgt astma wanneer hij coïtus probeert te hebben.
(OBS :) Impotentie.
Hevige ochtenderecties zonder verlangen, met gevoelloosheid van de delen.
Inwendig, sterk, wellustig gevoel in de genitaliën.
Jeukend puistje op de mannelijke genitaliën.
Pijnlijke rauwheid tussen de dijen.
Wellustige jeuk op het scrotum. θ Na gebruik van Staphis.
VROUWELIJKE GESLACHTSORGANEN [23]
Nymfomanie: vaak met afscheiding van blauwachtig wit slijm.
Branden in de geslachtsdelen, met afscheiding van enkele druppels bloed.
Steken in de ovariumstreek, bij het intrekken van het abdomen of bij druk daarop.
Bloedafscheiding tussen de menstruaties, bij elke kleine aanleiding, bij elke harde stoelgang of na een iets langere wandeling dan gewoonlijk.
Tijdens de menstruatie wordt het linkerbeen geheel blauw door uitgezette varices, met drukkende pijn in het been.
Liggen verergert baarmoederklachten.
Zou uteriene atonie veroorzaken.
(OBS :) Onderdrukte catamenia.
Menstruatie te vroeg en te overvloedig.
De menstruatie verschijnt zeven dagen te vroeg.
Hevige jeuk aan de pudenda, moet over de delen wrijven.
Rauwheid en jeuk, met zwelling van de labia. θ Pruritus.
Jeuk, kieteling en branden van vulva en urethra tijdens het urineren.
Dikke, slijmerige leucorrhoe, van dag tot dag toenemend, of leucorrhoe 's nachts, van blauwachtig wit slijm; vóór elke afscheiding een steek in de vagina.
ZWANGERSCHAP. BEVALLING. LACTATIE [24]
Tijdens zwangerschap: nerveus, rusteloos; jeuk van de vulva.
Dreigende miskraam.
Kraamvrouwen-eclampsie.
Vermindert de hevigheid van weeën.
In het kraambed hardnekkige constipatie en tenesmus; abdomen opgeblazen, veroorzaakt veel angst; zo zenuwachtig dat zij geen stoelgang durft te proberen in aanwezigheid van anderen, zelfs niet van de verpleegster.
STEM EN STROTTENHOOFD. LUCHTPIJP EN BRONCHIËN [25]
Kieteling in het strottenhoofd met krampachtige hoest.
Kieteling in keel, strottenhoofd en luchtpijp, die hevige hoest veroorzaakt.
Heesheid en ruwheid van de stem, met ophoping van dik, taai slijm, dat door hoesten gemakkelijk wordt losgemaakt.
Jeuk, schrapen en rauwheid in strottenhoofd en luchtpijp. θ Kinkhoest.
Hardop lezen of praten verergert de hoest.
Jeuk in de schildklier.
ADEMHALING [26]
Beklemming op de borst, kan niet diep ademhalen of diep geeuwen.
Benauwdheid gevoeld op de borst en tussen de schouderbladen; deze neemt korte tijd af na het eten. θ Astma.
Gevoel van druk op de borst < tijdens de uitademing.
Astma van oude mensen en kinderen. θ Asthma siccum.
Astma komt op terwijl hij coïtus probeert te hebben. θ Oude man.
Gefluit in de borst tijdens het ademhalen.
Raakt buiten adem bij hoest, die krampachtig is; bloedaandrang naar het hoofd.
HOEST [27]
Hoest
Krampachtige hoest, zij raakt buiten adem; met bloedaandrang naar het hoofd; tenslotte komt er wat slijm op.
Holle, krampachtige, blaffende hoest; < door praten of hardop lezen.
Krampachtige hoest bij bejaarden of uitgemergelde personen.
Hoestaanvallen die diep uit de borst komen, opgewekt door hevige kieteling in de keel, 's avonds zonder, 's morgens met expectoratie, meestal van grijzig wit, zelden van geel slijm, met zoute of zure smaak.
Hevige krampachtige hoest, met frequente oprispingen en heesheid.
Het tillen van een zware last verergert de hoest.
Hoest alleen 's nachts, veroorzaakt door overmatige irritatie in de keel.
Hoest elke avond met pijn onder de linkerribben, alsof daar iets was losgescheurd.
Hoest erger wanneer veel mensen aanwezig zijn.
Hoest veroorzaakt schokken in de maagkuil.
Hoest met vermagering.
Een soort kinkhoest; aanvalsgewijs, maar zonder kraaiende inademing.
Diepe droge hoest, met ophoping van water in de mond en daaropvolgende rauwheid in de keel.
Verstikking en braken bij het ophokken van slijm.
Sputa geelwit, roomachtig.
Ophoping van slijm in de keel, moeilijk op te hoesten.
(OBS :) Oude hoest.
BORST, INWENDIG EN LONGEN [28]
Pijn in het onderste deel van de rechter borst, verlicht door op de rug te liggen.
Gevoel van druk diep in de rechter borst; ook in de linker borst of in het bovenste deel van de borst.
Gevoel van rauwheid in de borst.
Jeuk in de borst. θ Kinkhoest.
Gevoel van een klomp in de borst.
HART, POLS EN CIRCULATIE [29]
Angst in de hartstreek, die benauwdheid van de ademhaling veroorzaakt, met hitteopwellingen; de benauwdheid begint in het hart. θ Astma.
Hartkloppingen bij wandelen in de open lucht, met bleekheid van het gelaat.
Hevige hartkloppingen, met druk op de borst, alsof er een klomp lag, of alsof de borst volgestopt was.
Pols versneld, met opwellingen.
Hij voelt de pols in het lichaam; het is als het tikken van een horloge.
BORSTWAND [30]
Branden op de borst.
NEK EN RUG [31]
Keelklieren gespannen alsof zij gezwollen waren.
Branden in het linker schouderblad.
Scheurende pijn in de linker of in beide schouders.
Reumatische pijn in de rechterzijde van de rug.
Pijnlijke spanning in de lendenspieren.
Steken in de lendenen bij het zitten.
Stijfheid in de lendenen na zitten.
Pijn in de lendenen, met verlies van spierkracht en constipatie.
BOVENSTE LEDEMATEN [32]
Scheurende pijn in het linker schoudergewricht.
Trekkend, alsof verstuikt en lam, in de schouder.
De armen slapen in wanneer men erop ligt, wanneer men iets in de handen draagt of 's nachts; met gevoelloosheid, vooral van de linkerarm in rust; tinteling in de duim.
Scheurende pijnen in schouder, elleboog, onderarm en hand.
Zwakte van de vingers 's nachts.
Stekend gevoel in handen en vingers, als van insecten.
Trekkend gevoel in vingers en duim.
Jeuk in de handpalmen.
Krampen in de handen, soms bij het vastpakken van iets.
De vingertoppen zijn verschrompeld.
Scheurende, lancinerende of jeukende pijn in de vingertoppen en de duim.
De huid op de vingers voelt gespannen.
Langdurige ijskoude van de handen.
Koude van de linkerhand met hoofdpijn.
Vingernagels broos, bij een zeer oude man; zij werden zacht, elastisch en roze.
ONDERSTE LEDEMATEN [33]
Scheurende pijn, eerst in het linker-, dan in het rechterheupgewricht.
Gevoel van samentrekking in de rechterdij; het ledemaat lijkt verkort.
Scheurende pijn in billen, heup, knie, been, enkel en voet.
Zwaarte van de benen.
Tokkelend gevoel in de benen.
Gevoel alsof beide benen ‘ingeslapen’ zijn; geen vaste tred.
Krampen in benen en kuiten bijna elke nacht.
Koude voeten.
Jichtige pijn in de bal van de grote tenen.
Jeuk aan de binnenrand van de voetzool van de linkervoet, niet verlicht door krabben.
Pijnlijk en rauw tussen de dijen , en in de knieholten.
Het linkerbeen wordt blauw door uitgezette varices tijdens de menstruatie.
LEDEMATEN IN HET ALGEMEEN [34]
Scheurende of reumatische pijnen in delen van alle ledematen.
Ongewone schokken en koude van het lichaam 's nachts.
Onrust, als een kruipend gevoel, met angst, alleen overdag.
Vermoeidheid, met pijnlijke beursheid van alle ledematen.
RUST. HOUDING. BEWEGING [35]
In rust: gevoelloosheid van de linkerarm.
In bed, vroeg in de ochtend: zwakte.
Liggen: hoest <; baarmoederklachten <.
Neiging ledematen te buigen en te strekken.
Erger in een kamer met andere personen: hoest.
Bij zitten: steken in de lendenen.
Na zitten: stijfheid in de lendenen.
Beter liggend op het pijnlijke deel: pijn in de hypochondrische streek; pijn in de rechterzijde van de borst.
Wanneer men erop ligt: armen slapen in.
Liggen: verergert baarmoederklachten.
Erger na het gaan liggen. θ Kinkhoest.
Moet gaan liggen: bij duizeligheid en zwakte in de maag.
Beweging van de tong: < pijn in de keel.
Bij wandelen in de open lucht: hartkloppingen en bleek gezicht; onrust in het bloed, snellere circulatie; zwakte <.
Na een langere wandeling dan gewoonlijk: bloedafscheiding tussen de menstruaties.
Tijdens inspanning: overvloedig zweet op abdomen en dijen.
Het tillen van een zware last: verergert de hoest.
Wanneer men iets in de handen draagt: armen slapen in.
Bij het vastpakken van iets: krampen in de handen.
Zweet bij de geringste inspanning. θ Intermitterend.
ZENUWEN [36]
(OBS :) Trismus neonatorum.
Rusteloosheid.
Schokken en trekkingen.
Convulsies.
(OBS :) Epilepsie.
Infantiele spasmen.
Spasmen en trekkingen in de gespierde delen.
(OBS :) Krampachtige klachten.
Armen en ledematen ‘slapen’ gemakkelijk in.
Grote matheid, vooral 's morgens in bed.
(OBS :) Flauwvallen.
Zwakte: van het hele lichaam; van de knieën, alsof zij het zouden begeven; van de voeten, met gevoelsverlies; in de maag, zodat zij moet gaan liggen.
(OBS :) Grote uitputting na slepende koortsen.
(OBS :) Chlorose.
Verlies van spierkracht. θ Melancholie.
(OBS :) Duizeligheid en nerveuze apoplexie.
(OBS :) Paralytische klachten.
Gevoelloosheid van het hele lichaam.
Bij wandelen in de open lucht een onrust in het bloed en snellere circulatie, met grotere zwakte van het lichaam.
Gesprek veroorzaakt vermoeidheid, zwaarheid van het hoofd, slapeloosheid, benauwdheid op de borst, zweet, angst; beven en trillen; nervositeit en prikkelbaarheid.
SLAAP [37]
Kan niet slapen, moet opstaan; tobben door zakelijke moeilijkheden.
Kan 's nachts niet slapen en weet toch niet waarom.
Onrustige slaap, met angstige dromen.
Kwellende, angstige dromen en praten in de slaap; schrikt angstig wakker. θ Kinderen.
Slapeloos na 1 uur 's nachts.
Erger door te weinig slaap.
Onrustige slaap door koude en trekkingen.
Bijna elke nacht kramp in de kuiten.
Erger na slaap: duizeligheid; zwaarte op de kruin; kinkhoest; voelt zich zwak; mond droog; vermoeidheid, ogen voelen alsof zij te stevig gesloten waren geweest.
Bij het ontwaken: pijnlijke hoofdhuid; lippen gevoelloos en droog; bittere smaak in de mond.
Vroeg in bed: neusbloeding; grote matheid.
TIJD [38]
Toediening in de avond heeft neiging verergeringen te veroorzaken.
Erger 's avonds en 's nachts. θ Kinkhoest.
's Nachts: niet kunnen slapen; angst en zweet over het hele lichaam; frequente urinelozing; leucorrhoe; hoest; gevoelloosheid in de armen; zwakte van de vingers; kramp in benen en kuiten; trekkingen in de ledematen; koude van het lichaam; overvloedig zweet, < na middernacht.
In de ochtend: pijnlijke hoofdhuid; druk op de ogen en moeite ze te openen; neusbloeding; lippen gevoelloos en droog; bittere smaak; mondstank; droogte van de keel; frequente en overvloedige urinelozing; hevige erecties met gevoelloosheid van de delen.
In de voormiddag: koude met matheid en slaperigheid.
In de namiddag: gebrom en gefluit in de oren.
Tegen de avond: < angstige hitteopwellingen.
In de avond: gevoel van ontregelde maag; hoest.
TEMPERATUUR EN WEER [39]
Warmte: kiespijn <.
Koude: kiespijn >.
In een warme kamer: hoest <.
Beter door beweging in de open lucht.
Warme dranken: verergeren.
Na blootstelling aan tocht: keelpijn.
Bij wandelen in de open lucht: zuurbranden; hartkloppingen; onrust in het bloed, < zwakte.
Werd verkouden en de transpiratie werd onderdrukt, na een onweersbui, door noordenwind in het gezicht; kwellende hoest gedurende verscheidene weken.
KOORTS [40]
Koude in de voormiddag, met matheid en slaperigheid; verlicht door eten. θ Intermitterende koorts.
Koude van afzonderlijke delen van het lichaam, met warmte van het gelaat.
Angstige hitteopwellingen, elke kwartier terugkerend; het hevigst tegen de avond. θ Intermitterende koorts. θ Kinkhoest.
Overvloedig zweet 's nachts, erger na middernacht en het meest aan de aangedane zijde.
Overvloedig zweet, vooral op abdomen en dijen, tijdens inspanning.
(OBS :) Maligne koortsen.
AANVALLEN, PERIODICITEIT [41]
Hoest in krampachtige aanvallen.
Angstige hitteopwellingen keren elk kwartier terug.
LOKALITEIT EN RICHTING [42]
Eenzijdige klachten: transpiratie, scheurende pijn, gevoelloosheid, gevoel van koude in het abdomen.
Rechts: plek op het hoofd pijnlijk bij aanraken; scheurende pijn in de oorschelp; scheurende pijn in het oor; scheurende pijn nabij de neusvleugel; drukkende pijn in de zijde van het abdomen; pijn in de hypochondrische streek; pijn in het onderste deel van de borst; reumatische pijnen in de rug; jeuk aan de rand van de voetzool.
Links: hand koud; gekraak in het oor; koude in het abdomen; been wordt blauw tijdens menstruatie; pijn onder de ribben, met hoest; branden in het schouderblad; scheurende pijn in de schouder; armen worden gevoelloos.
Van links naar rechts: scheurende pijn in de heupgewrichten.
Bovenste ledematen, rechterzijde; onderste ledematen, linkerzijde.
Opstijgend: drukkend trekkende pijn van de nek door het hoofd naar het voorhoofd.
Zich over het hele lichaam uitbreidend: pijnlijke hoofdhuid bij het ontwaken.
GEWAARWORDINGEN [43]
Opwellingen en pulsaties in het hele lichaam, vooral na wandelen in de open lucht; alsof de ogen te stevig gesloten waren geweest; alsof er een strontje in wording was; keelklieren gespannen alsof zij gezwollen waren; alsof het voedsel bleef steken en niet naar beneden wilde gaan; alsof de maag van streek was; alsof er in de miltstreek iets werd losgescheurd; alsof enkele druppels door de urethra gingen; alsof er een klomp in de borst lag; alsof de borst volgestopt was; de pols in het lichaam wordt waargenomen als het tikken van een horloge; alsof het rechterbeen verkort was.
Pijn: in het onderste rechterdeel van de borst; in de lendenen.
Lancinerend: in de vingertoppen en de duim.
Steken: van de keel naar het rechteroor; in de maag; in de anus; in de ovariumstreek; in de vagina vóór de leucorrhoeïsche afscheiding; in de lendenen.
Stekend, als van insecten: in handen en vingers.
Scheurende pijn: in het voorhoofd; in de linker slaap tot aan de kruin; in de r. frontale eminentie; achter het linkeroor; in de bovenste helft van de hersenen; in en achter de rechter oorschelp; in het rechteroor; in het bovenste deel van het gezicht, nabij de rechter neusvleugel; van het gehemelte naar het linkeroor; in de miltstreek; in de linkerschouder, elleboog, onderarm en hand; in de vingertoppen en de duim; in de heupgewrichten, billen, heup, knie, been, enkel en voet.
Branden: onder de maagkuil; in urethra en vulva; in de geslachtsdelen; in het linker schouderblad; op de borst; van herpes.
Pijnlijkheid: plek aan de zijkant van het hoofd, in de hoofdhuid; in de neus; onder de tong; in de keel bij leeg slikken; tussen de dijen en in de knieholten; in de vrouwelijke geslachtsdelen; in strottenhoofd en luchtpijp; van alle ledematen; van een wrat aan de vinger.
Gevoel als verbrand: blaasjes in de mond.
Trekkend: in de tanden; in de schouder; in de vingers en de duim.
Drukkend trekkende pijn: van de nek door het hoofd naar het voorhoofd.
Druk: in voorhoofd en kruin; in de ogen; op de ogen, moeilijk te openen; in de maagkuil; onder de maagkuil; in maag en hypochondrieën; in de maag; op een kleine plek rechts boven in het abdomen; in de onderbuik; in de borst; in het linker spataderige been tijdens de menstruatie.
Schrijnen: in de ogen; in de mond; in urethra en vulva.
Rauwheid: velum palati; in de keel; in de borst; tussen de dijen; in de knieholten.
Schrapen: in strottenhoofd en luchtpijp.
Jichtige pijn: in de bal van de grote tenen.
Reumatische pijn: in de rechterzijde van de rug; in de ledematen.
Doffe pijn: in de nierstreek.
Kramp: van de onderlip; in de handen; in de benen en kuiten.
Gevoel als verstuikt: in de schouder.
Trekkingen: van de aangezichtsspieren.
Kloppen: in het tandvlees.
Schok: in de maagkuil, met hoest.
Zwaarte: op de kruin.
Zwaarte: van de benen.
Drukking: in het onderste deel van het achterhoofd; op de borst en tussen de schouderbladen; beginnend in het hart.
Beklemming: van de borst.
Samentrekking: in de rechterdij.
Dofheid: in het achterhoofd.
Zwakte: in het hoofd; in de maag; van de vingers.
Kieteling: in urethra en vulva; in keel, strottenhoofd en luchtpijp.
Stijfheid: in de lendenen.
Kruipend gevoel: in de oren; in alle ledematen.
Tokkelend gevoel: in de benen.
Jeuk: aan het ooglid; in de oren; puistjes in de bakkebaarden; in de anus; in urethra en vulva; puistjes op de mannelijke genitaliën; wellustig op het scrotum; jeuk aan het pudendum; in strottenhoofd en luchtpijp; in de schildklier; in de borst; in de handpalmen; in de vingertoppen en duimen; aan de binnenrand van de voetzool van de rechtervoet.
Kietelen: in de oren; in de keel, wekt hoest op; in de schildklier.
Tinteling: in de duim.
Warmte: in het gelaat; in de lippen.
Koude: van de linkerhand met hoofdpijn; in het abdomen; van handen en voeten.
Droogte: van de neus; van de lippen; van de keel.
WEEFSELS [44]
Kleine uitgroeisels onder de tong.
(OBS :) Ranula.
Scheurende pijn in spieren en gewrichten, vaak aan één zijde.
(OBS :) Verweking van de hersenen.
Vermagering.
AANRAKING. PASSIEVE BEWEGING. VERWONDINGEN [45]
Lichte aanraking: < pijn in de duim.
Wrijven: verlicht jeuk en kieteling in het rectum.
Pijnlijk bij aanraken: plek aan de rechterzijde van het hoofd.
Door uitwendige druk: rauw gevoel in de keel <.
Erger door overmatig tillen.
HUID [46]
Jeuk.
Geelzuchtige kleur van het gelaat.
Branden in de huid.
Vingertoppen worden verschrompeld.
Pijnlijkheid van een wrat aan de vinger.
Gevoelloosheid van de huid.
(OBS :) Brandende herpes.
(OBS :) Lepra-achtige klachten.
Jeukende puistjes in de bakkebaarden.
Pijnlijk en rauw tussen de benen en in de knieholten.
Uitgezette varices aan het been tijdens de menstruatie.
Brengt schurftuitslag opnieuw tevoorschijn.
LEVENSFASE, CONSTITUTIE [47]
Kinderen die prikkelbaar, nerveus en zwak zijn.
Nerveuze personen, zuigelingen of jonge meisjes.
Op hoge leeftijd. θ Astma. θ Verkoudheden.
Het zogenoemde galachtige of nerveus-galachtige temperament.
Magere personen.
Oude mensen en kinderen. θ Astma.
Een zeer oude man. θ Broze vingernagels. θ Astma bij poging tot coïtus.
RELATIES [48]
Vergelijkbaar met : Arsen . (cardiale astma) ; Act. rac . (nachtelijke hoest) ; Castor. ; Asaf . (vrouwen die nerveus zijn en niet reageren) ; Coca . (verlegen, schuchter) ; Coffea ; Cinchon. ; Ignat .
Kali brom . (toename van reflexwerking) ; Moschus (hysterische astma) ; Nux vom . (beide passen bij nerveuze, magere, galachtige personen) ; Opium ; Phosphor . (astma ; nerveuze prikkelbaarheid ; ‘prikkelbare zwakte’ ; slanke bouw, enz.) ; Phosph. ac. ; Pulsat. ; Sepia ; Staphis. ; Sulphur. ; Sulph. ac . (hoest en oprispingen) ; Valer . (nervositeit, hysterie ; gebrek aan reactie bij nerveuze zwakte) ; Laches . en Sepia (erger door overmatig tillen) ; Laches., Ver. alb . (hoest met oprispingen ; koude, enz.)
Antidota tegen Ambra : Camphor, Coffea, Nux vom., Pulsat., Staphis .
Ambra antidoteert : Staphis . (vooral wellustige jeuk van het scrotum) ; Nux vom .