Ammoniacum
van Constantine Hering — De leidende symptomen van onze Materia Medica
Ammoniakgom. Umbelliferæ.
Een Perzische gom verkregen uit Dorema ammoniacum, een schermbloemige plant. Een geneesmiddel dat sinds de oudheid beroemd is. Beproefd en ingevoerd door I. G. Jahnel in 1837, opnieuw beproefd door J. B. Buchner in 1840 en door verscheidene anderen in 1847.
GEMOED [1]
Angst, met congestie van de longen.
Neerslachtig ; traag ; slaperig.
Geen zin in geestelijke arbeid.
Geestelijke arbeid door hoofdpijn verhinderd.
SENSORIUM [2]
Pijn in het voorhoofd met verwardheid van het hele hoofd, en zulk een slaperigheid dat iedere inspanning of arbeid onmogelijk was.
Verward gevoel in het voorhoofd, met zwakte van het gezichtsvermogen en zwaar gevoel in de lendenen.
Verwardheid van het hoofd en slaperigheid, met een gevoel alsof de ledematen beurs geslagen zijn, en pijnen langs het verloop van de nervus cruralis.
HOOFD, INWENDIG [3]
Pijnen door het hele voorhoofd ; nemen de hele dag tot de avond toe, verhinderen geestelijke arbeid.
Hevige hoofdpijn die gedurende de nacht aanhoudt en de slaap verhindert.
Pijn in het voorhoofd, met verwardheid van het hele hoofd, en zulk een slaperigheid dat iedere inspanning of arbeid volstrekt onmogelijk was.
Drukkende pijnen in het hele voorhoofd en boven de ogen.
Voorbijgaande, stekende pijnen in de linker slaapstreek.
Scheurende pijnen in de linkerzijde van het hoofd.
Drukkende pijn in het hele hoofd, vooral in de supraorbitale streek en het achterhoofd.
Stekende pijnen door het hoofd.
Zwaar gevoel in het hoofd.
HOOFD, UITWENDIG [4]
Jeuk, vooral aan de haargrens in de nek.
Puistjes aan de rand van de behaarde hoofdhuid.
Vaak terugkerende messteekachtige steken midden op de behaarde hoofdhuid.
Steken in het achterhoofd, aan de haargrens ; onder het haar vormden zich puisten.
Gevoelloosheid in het achterhoofd.
ZIEN EN OGEN [5]
Sterren en vurige punten zweven voor zijn ogen.
Lichtbundels en vonken die uit de ogen lijken voort te komen.
Kaarslicht omgeven door schitterende gekleurde ringen.
Schittering als van gesmolten metaal voor de ogen ; vonken en strepen < in de avond.
Ziet voorwerpen als door een dichte nevel of een stofwolk.
Wazig zien na een slag op het hoofd.
Ogen vermoeid door lezen ; zij raken bloeddoorlopen en kloppen.
Wazigheid en belemmering van het gezichtsvermogen in de avond, bijna tot blindheid oplopend.
Hij ziet voor zich rook, die, als het opvliegen van kleine vogels, een grote cirkel vormt en op twintig passen op een witte achtergrond het duidelijkst is. Gewoonlijk zijn er kleinere cirkels aanwezig ; in dat geval lijkt de rook slechts een aanhangsel van deze cirkels. Het verschijnen en bewegen van deze cirkels hangen af van de onvastheid van de blik en komen overeen met een verschijnsel van congestie aan de binnenhoeken van het oog. De randen van de cirkels zijn altijd grijs en worden zwart bij plotselinge beweging. Bij de eerste blik op een voorwerp verschijnen de cirkels boven de lens, maar bij rustig staren zakken zij naar het midden en blijven daar zweven. Zij zijn duidelijker bij helder weer en waziger bij donker weer. Soms ziet hij ook een zwarte vlek die groter wordt naarmate de nacht vordert. θ Amblyopie, na een slag.
Daglicht doet zijn ogen pijn.
Pijn in het bovenste deel van het oog.
GEHOOR EN OREN [6]
Gebrom en geruis in de oren, met slechthorendheid.
Pijn in de oren, met tandpijn.
Veel afscheiding van oorsmeer.
REUK EN NEUS [7]
Slijmerige afscheiding uit de neus met vaak niezen en slijmerige expectoratie. θ Coryza.
Droge neus bij het ontwaken.
Voortdurende beweging van de neusvleugels. θ Congestie van de longen.
BOVENSTE GELAATSHELFT [8]
Bleek gelaat, misselijk gevoel ; veelvuldige kleurverandering.
Trekkende pijn in het rechter jukbeen naar de slaap toe.
Donker gelaat, angstige, uitgedroogde uitdrukking. θ Congestie van de longen.
ONDERSTE GELAATSHELFT [9]
Schietende pijn vanuit de onderkaakstreek naar binnen in de mond.
TANDEN EN TANDVLEES [10]
Tandpijn, pijn die uitstraalt naar het oor.
SMAAK, SPRAAK, TONG [11]
Flauwe smaak.
MONDHOLTE [12]
Schietende pijn vanuit de onderkaakstreek in de mond.
GEHEMELTE EN KEEL [13]
Bitterachtige, onaangename smaak in de keel.
Na het slikken een gevoel in de keel alsof van een droge hoest.
Gevoel van scherpte en branderigheid in keel en slokdarm.
Droogheid van de keel, 's morgens het hinderlijkst, neemt altijd toe door het inademen van frisse lucht.
EETLUST, DORST. VERLANGEN, AFKEER [14]
Gebrek aan eetlust.
ETEN EN DRINKEN [15]
Oprispingen na het eten.
HIK, OPRISPINGEN, MISSELIJKHEID EN BRAKEN [16]
Walging, met neiging tot braken.
(OBS :) Braken en purgeren.
MAAGKUIL EN MAAG [17]
Pijn in de maagkuil.
HYPOCHONDRIEËN [18]
Verharding van de lever.
(OBS :) Infarcten van lever, milt en pancreas.
BUIK EN LENDENEN [19]
Lichte buikpijnen met borborygmi.
Rillerigheid en rondzwervende pijn in de buik, gevolgd door rijke slijmerige ontlasting.
Doffe, schietende, schokkende pijn in de streek van het caecum ; < bij het draaien op de rechterzijde.
Druk en zwaar gevoel in de schaamstreek.
ONTLASTING EN RECTUM [20]
Verstopping.
Rijke slijmerige ontlasting, na rillerigheid en rondzwervende pijn in de buik.
Ontlasting soms vloeibaar.
Riekende winderigheid met papperige ontlasting.
Chronische diarree, met snijdende pijnen, zwakte, galachtige of slijmerige ontlasting.
Zomerdiarree bij kinderen.
URINEWEGEN [21]
Na enkele dagen werden veel torulae in de urine gevormd.
Ureumlactaat sterk vermeerderd.
Branderigheid in de urethra.
Nadruppelen na het urineren.
MANNELIJKE GESLACHTSORGANEN [22]
Zwaar gevoel en pijn in de schaamstreek.
Jeuk in de schaamstreek.
Schietende en trekkende pijn in de rechter zaadstreng en penis.
Verharde testikels.
(OBS :) Hydrocele.
VROUWELIJKE GESLACHTSORGANEN [23]
Menostase, dysmenorroe door obstructies in het portale stelsel.
(OBS :) Onregelmatige menstruatie, amenorroe door chlorose.
STEM EN LARYNX. LUCHTPIJP EN BRONCHIËN [25]
Ruw gevoel in de keel.
Kieteling zonder hoest.
(OBS :) Chronische bronchitis.
ADEMHALING [26]
Korte, luide, versnelde ademhaling, met angst.
Benauwdheid en steken in de linkerborst bij het inademen.
Moeilijke ademhaling. θ Congestie van de longen.
Benauwdheid van de borst verlicht door het opgeven van taai slijm.
(OBS :) Krampachtige astma.
HOEST [27]
Slijmerige expectoratie.
(OBS :) Asthenische longklachten.
Bevordert het vermogen sputum uit te werpen als zieken daartoe de kracht niet hebben.
Slijm taai, overvloedig en moeilijk op te geven.
(OBS :) Chronische long- en bronchiale catarre, met misselijkmakend dik vocht, etterachtig sputum.
(OBS :) Grote ophoping van etterige of kleverige materie, met zwakke of moeilijke expectoratie.
Bejaarden lijden bij koud weer aan bronchiale aandoeningen, met ophoping van slijm en grote moeite om dit op te geven.
BORST, INWENDIG, EN LONGEN [28]
Druk in de borst.
Dof en gevoelloos gevoel in het achterste deel van de rechterborst, gevolgd door diep inliggende druk.
Longen congestief ; dofheid aan beide zijden ; grote ademhalingsmoeilijkheid en angst, voortdurende beweging van de neusvleugels ; gelaat donker met angstige en uitgedroogde uitdrukking ; geen expectoratie ; daarbij een aanval van astma. θ Onderdrukt eczeem na vaccinatie.
HART, POLS EN CIRCULATIE [29]
Hartslag sterker, maar niet sneller ; strekt zich uit tot in de maagkuil ; < in de avond bij het liggen en bij liggen op de rug of l. zijde.
's Nachts, bij het liggen, kloppen hart en slagaders ; ogen vermoeid na lezen ; kan niet inslapen.
Pols klein, strengvormig, snel en hard.
Pols versneld, frequent en hard.
Pols gespannen.
NEK EN RUG [31]
Gewicht en druk in de lendenwervels, met steken in de lendenen tijdens het inademen, en reumatische pijn in het linker bekken.
BOVENSTE LEDEMATEN [32]
Lancinerende pijn in de schoudergewrichten.
Linker arm zwak.
Reumatische pijn, alsof beurs geslagen, vooral in het ellebooggewricht en de l. pols, met scheurende pijn in de rechterhand.
Pijn in het linker schoudergewricht en de arm.
Panaritium.
ONDERSTE LEDEMATEN [33]
Steken in de rechterheup bij zitten.
Steken over de heup bij lopen, hij loopt mank.
Kan niet lopen wegens pijn in het rechterheupgewricht.
Schietende pijn in de linkerdij langs de nervus cruralis.
Hevige pijn over de knie bij lopen.
Knie gezwollen in de avond, bij zitten, met knijpende pijn in de knieholte.
Steken in de rechterknie, in het scheenbeen en in het voetwortelgewricht.
Jichtige pijn in de linker grote teen.
Jeuk op de voetzolen.
Tinteling in de rechtervoet.
Knijpende, scheurende, trekkende en brandende pijn in de linkervoet.
Zwelling van de tenen.
LEDEMATEN IN HET ALGEMEEN [34]
Scheurende pijn in pols en enkels, gevolgd door gezwollen tenen en vingers.
Vermoeid gevoel en zwaar gevoel in de ledematen, zelfs na de geringste inspanning.
RUST. HOUDING. BEWEGING [35]
Liggen op de rug of op de linkerzijde ; hartklachten erger.
Draaien op de rechterzijde : doet de pijn in het caecum toenemen.
Zitten : steken in de rechterheup ; knie gezwollen, prikkende pijn in de knieholte.
Lopen ; steken over de heup ; pijn over de knie.
Kan niet lopen : wegens pijn in het rechterheupgewricht.
Na de geringste inspanning : vermoeidheid en zwaar gevoel in de ledematen.
ZENUWEN [36]
Onrust ; vermoeidheid.
(OBS :) Hysterie met zwakte.
SLAAP [37]
Slaperigheid de hele dag, slaap vol dromen.
Slaperigheid met hoofdpijn, waardoor arbeid onmogelijk wordt.
Gapen omdat de maag leeg is, doet de tranen in de ogen komen.
Bij het ontwaken : neus, mond en keel zeer droog.
Bij het opstaan in de ochtend : loom, slaperig en neerslachtig.
TIJD [38]
Nacht : hoofdpijn houdt aan ; hart en slagaders kloppen.
Ochtend : droogheid van de keel < ; loom, slaperig en neerslachtig bij het opstaan.
De hele dag tot de avond : pijn door het hele voorhoofd.
De hele dag : slaperig.
Avond : schittering voor de ogen ; vonken en strepen voor de ogen < ; wazig zien ; hartklachten < ; knie gezwollen.
Naarmate de nacht vordert : ziet een zwarte vlek. θ Amblyopie.
TEMPERATUUR EN WEER [39]
Frisse lucht : het inademen ervan verergert de droogheid van de keel.
Koud weer : toename van bronchiale klachten.
Bij helder weer lijken voorwerpen duidelijker ; bij somber weer waziger. θ Amblyopie.
KOORTS [40]
Rillerigheid gevolgd door lichte koorts en hoofdpijn.
Een opstijgende koude rilling van de voeten omhoog over de rug.
Neiging tot zweten.
AANVALLEN, PERIODICITEIT [41]
Rechts : trekkende pijn in het jukbeen ; dof en gevoelloos gevoel in het achterste deel van de borst ; scheurende pijn in de hand ; steken in de heup ; steken in de knie ; tinteling in de voet.
Links : voorbijgaande steken in de slaap ; scheurende pijn in de zijkant van het hoofd ; steken in de borst ; reumatische pijnen in het bekken ; arm zwak ; reumatische pijnen in pols, arm en schoudergewricht ; schietende pijn in de dij ; jichtige pijn in de grote teen ; knijpende, scheurende, trekkende en brandende pijn in de voet.
Van beneden naar boven : opstijgende koude rilling van de voeten omhoog langs de rug.
GEWAARWORDINGEN [43]
Steken : in de linker slaapstreek ; door het hoofd ; in de behaarde hoofdhuid ; in het achterhoofd aan de haargrens ; in de linkerborst bij het inademen ; in de lendenen tijdens het inademen ; in de schoudergewrichten ; in de rechterheup bij zitten ; over de heup bij lopen ; in de rechterknie, het scheenbeen en het voetwortelgewricht ; als van een droge hoest in de keel na het slikken.
Lancinerende pijn : in de schoudergewrichten.
Schietende pijn : vanuit de onderkaakstreek in de mond ; in de linkerdij langs de nervus cruralis.
Schietende pijn : in de rechter zaadstreng en penis.
Scheurende pijn : in de linkerzijde van het hoofd ; in de rechterhand ; in pols en enkels ; in de linkervoet.
Snijdende pijn : bij diarree.
Scherpte en branderigheid : in keel en slokdarm.
Trekkende pijn : in het rechter jukbeen naar de slaap toe ; in zaadstreng en penis ; in de linkervoet.
Branderigheid : in de urethra.
Pijn : in het voorhoofd ; in het bovenste deel van het oog ; in de maagkuil ; in de schaamstreek.
Gevoel alsof beurs geslagen : in de ledematen ; in de bovenste ledematen.
Knijpende pijn : in de gewrichtsplooi ; in de linkervoet.
Zwaar gevoel : van het hoofd ; in de lendenen met hoofdpijn ; in de schaamstreek ; in de lendenwervels ; in de ledematen.
Jeuk : aan de haargrens in de nek ; in de schaamstreek ; op de voetzolen.
Tinteling : in de rechtervoet.
Gevoelloosheid : in het achterhoofd ; in het achterste deel van de rechterborst.
Droogheid : van de neus ; in de keel.
Rillerigheid : in de buik met rondzwervende pijn.
Pijn : in het voorhoofd ; langs het verloop van de nervi crurales ; in de oren ; in het linker schoudergewricht en de arm ; over de knie.
Stekende, scheurende, prikkende pijn, hier en daar, meestal in de onderste ledematen.
Vermoeid gevoel en zwaar gevoel : in de ledematen na geringe inspanning.
Doffe, schietende, schokkende pijn : in de streek van het caecum.
Tandpijn uitstralend naar de oren.
Druk : in de borst ; in de schaamstreek ; in de lendenwervels.
Reumatische pijn : in het linker bekken ; in het ellebooggewricht en de linkerpols.
Jichtige pijn : in de linker grote teen.
Drukkende pijnen : in het voorhoofd ; in het hele hoofd.
WEEFSELS [44]
(OBS :) Bloedingen.
(OBS :) Veroorzaakt overvloedige sereuze afscheidingen.
(OBS :) Waterzuchtige klachten.
(OBS :) Jicht die zich niet in de gebruikelijke aanvalsgewijze vorm ontwikkelt, maar de algemene gezondheid verstoort.
(OBS :) Scrofuleuze gezwellen of vergrote gewrichten.
AANRAKING. PASSIEVE BEWEGING. VERWONDINGEN [45]
Slagen met een stok op het hoofd, gevolgd door wazig zien. θ Amblyopie.
HUID [46]
Rode uitslag over het hele lichaam.
Na jeuk, kleine blaasjes als bij uitslag in tyfus, maar bevattend een gele vloeistof ; in de namiddag hevige koorts met zwelling van het gelaat, meer als een rode uitslag.
Onderdrukking van eczeem na vaccinatie. θ Congestie van de longen.
LEVENSFASE, CONSTITUTIE [47]
Constitutie. Man, æt. 26, blond, robuust gebouwd. θ Amblyopie.
Bejaarden die lijden tijdens koud weer. Zie bronchiale aandoeningen.
RELATIES [48]
Verwant aan zijn familie : de Umbelliferæ, vooral Conium (klieren, ogen, enz.) ; Opoponax ; Asaf . (astma) ; Cicut . (uitslag in de bakkebaarden) ; Galban. ; Sagap. ; Sumbul (hartklopping te sterk). Ook : Acon . (hart) ; Ambra (astma) ; Arnic . (traumatische amblyopie) ; Arsen . (hart ; astma) ; Aurum (congestie naar de ogen ; hart ; verhard testikel, enz.) ; Bellad . (ogen ; hart ; Ammoniac staat bij asthenopie tussen Bellad. en Ruta.) ; Chelid . (sterke, maar niet versnelde hartklopping) ; Cotyl . (sterke hartklopping) ; Fagopyr . (sterk kloppen van hart en slagaders) ; Iber . (sterke hartslag) ; Lycop. ; Myrrh. ; Natr. mur . (asthenopie, uitslag in de nek, enz.) ; Nitr. ac . ( Zie 27 ) ; Oliban. ; Phosphor . (sterke hartklopping ; ogen ; astma) ; Pulsat . (strontjes ; hart < bij liggen op de l. zijde) ; Sulphur (congestieve palpitaties en 's nachts overal kloppen, enz.) ; Seneg . (astma door slijm ; hartslag te sterk, enz.).
Tegenmiddelen : Arnic . en Bryon .