Veratrum Album
van Constantine Hering — De leidende symptomen van onze Materia Medica
Is zich slechts bewust als in een droom.
Duf door overmatig gebruik van alcoholische dranken.
Verbeeldt zich dat zij zwanger is, of dat zij spoedig zal bevallen; dat zij in barensweeën is. θ Hysterische manie.
Verkeerde en hooghartige denkbeelden.
Spreekt nooit de waarheid; weet zelf niet wat zij zegt.
Zij is ontroostbaar over een ingebeeld ongeluk, loopt huilend en schreeuwend door de kamer; of zit peinzend, jammerend en wenend; < 's avonds; slaapt slechts tot 2 uur 's nachts.
Afwisseling van lachen en kreunen.
Begint heel veel dingen, maar brengt niets tot stand.
Razernij, met grote hitte van het lichaam; eet zijn eigen feces.
Zelfmoordneiging uit religieuze wanhoop.
Denkt dat hij een voornaam persoon is; verkwist zijn geld; trots op zijn positie.
Zes dagen geen slaap; ziet voortdurend mensen om zich heen, spreekt met hen; roept uit; zingt; kent niemand, let nergens op; lacht vaak; antwoordt niet wanneer men tot haar spreekt; wil niets; laat urine en feces onwillekeurig lopen; geen hitte van het gezicht; pols regelmatig; twee weken tevoren geobstipeerd.
Na een ernstige aandoening, afkeer van echtgenoot en kinderen; verlangen het huis te verlaten; hallucinaties, de kamer leek vol mensen, die binnendrongen waar al geen plaats meer was; elke verschijning stelde een bepaald persoon voor en hield haar urenlang gezelschap; zij zag de gestalten niet alleen, maar sprak ook met hen terwijl zij naast haar zaten, en kon schijn niet altijd van werkelijkheid onderscheiden.
Aanvallen van pijn met delier, tot waanzin drijvend.
Delier: religieus of verheven; zware, soporeuze slaap; onrustig, dorstig, krampen in de benen, koud zweet, tintelingen; onregelmatige pols; bij cerebrospinale meningitis.
Licht delier; koude over het hele lichaam, open ogen, met opgeruimde, soms lachende uitdrukking; praat wartaal over religieuze onderwerpen en over geloften die vervuld moeten worden, bidt, gelooft dat hij niet in zijn eigen huis is.
Neiging tot gewelddadige uitbarstingen, verlangen de omstanders te slaan.
Aanvallen van razernij met vloeken; neiging om weg te lopen.
Een vrouw, æt. 36, heeft lectrophilie, rood brandend gezicht, angst, hopeloosheid, wanhoop, voortdurend kreunen en schreeuwen zonder oorzaak; eet noch drinkt, is slapeloos; ontstaan door seksuele opwinding.
Aanhoudende razernij, met grote hitte van het lichaam.
Manie: met verlangen alles stuk te snijden en te verscheuren, vooral kleren; met ontucht en wellustige taal; religieus of amoureus; de grandeur.
Nymfomanie, met hevigheid en vernielzucht; was teleurgesteld in de liefde; melancholie; soms spraakzaam; groot verlangen naar seksuele gemeenschap; zonder schaamte; obsceniteit; zeer lastig, zodat strenge opsluiting nodig was; was een jaar in een inrichting opgesloten geweest.
Puerperale manie en convulsies, met hevige cerebrale congestie; blauwachtig en opgeblazen gezicht; uitpuilende ogen; wilde kreten, met neiging te bijten en te scheuren.
Geneigd tot zwijgen, of tot spreken over de fouten van anderen; bij irritatie schelden en uitschelden.
Een verlangen door het huis rond te dwalen. θ Hysterie.
Jaagt zijn gezin het huis uit; verklaart dat de zon om de aarde draait; vrees voor de dood, onrust, wanhoop; dwaze handelingen.
Spraakzaamheid, hij spreekt snel.
Spreekt veel over religieuze onderwerpen; biddend; overmatig nauwgezet in gewetenszaken.
Slapeloosheid; gezicht verwrongen; huilt; bidt, zegt dat het een geheim en een ongeluk is; weigert te spreken, maakt alleen gebaren met de handen; draait de handen in een cirkel rond en zegt dat zij zich moet versterken, waarna de gebaren heviger worden; klaagt over stof in de keel; verbeeldt zich in de hemel te zijn en met God te spreken. θ Manie.
Voortdurend spreken, wilde uitdrukking van de ogen, voortdurend glimlachen; soms luid lachen; vertrekt het gezicht en stoot ieder die hem nadert af; beantwoordt geen enkele vraag; loopt achter de tafel en scheldt; weigert voedsel.
Volledige slapeloosheid; spreekt voortdurend; bij het horen van enig geluid, zoals het slaan van de klok enz., wordt zij wild, danst rond, moet worden vastgehouden; snelle spraak.
Hij kreunt, is buiten zichzelf.
Vloeken en huilen de hele nacht.
Vloekt de hele nacht en klaagt over een duf gevoel met hoofdpijn en ptyalisme.
Brult en raast, vijf mannen konden haar nauwelijks bedwingen; scheurt haar kleren; bleke, verwrongen gelaatstrekken; blik dreigend, wild; haren verward; uit geluiden die meer op die van een dier dan van een mens lijken; bijt, slaat om zich heen, spuwt; lichaam voortdurend in een wiegende beweging; mompelt en kreunt; slaat geen acht op vragen; eet niets; geheel slapeloos.
Kust iedereen; vóór de menstruatie.
Brutaal gedrag in het kraambed.
Zwijgzaam; niet geneigd te spreken, behalve in delier.
Kan er niet tegen alleen gelaten te worden.
Neerslachtigheid en moedeloosheid.
Vrees en angst; de vrees beneemt de adem.
Angstigheid: schrikt op; met rondrennen en schreeuwen.
Angstig, onrustig, gemakkelijk verschrikt, zeurend, wenend, apathisch, delier, blauw gezicht. θ Tyfus.
Koud zweet op het voorhoofd, met zielsangst en doodsvrees.
Acht uur lang niet in staat op te staan, genoodzaakt te zitten of te liggen; als hij staat wordt hij gekweld door hevige angst, waarbij het voorhoofd bedekt raakt met koud zweet en hij misselijk wordt tot braken toe.
Angst als door een slecht geweten, alsof hij een misdaad had begaan.
Angst als na het bedrijven van een slechte daad, < 's avonds en na het middageten.
Een kreupel meisje viel plotseling in convulsies neer, werd naar bed gebracht en had een bevende koude rilling; zat overeind in halfbewuste toestand, weigerde hulp, voedsel of drank; angst met kreunen en zuchten de hele nacht door; verwijt haar vader dat hij aan de revolutie heeft deelgenomen; denkt dat zij de trom hoort die zijn executie aankondigt; dit wordt gevolgd door stil voor zich uit peinzen en incidenteel opschrikken; menstruatie onderdrukt, abdomen gespannen, gezicht bleek, armen koud, ogen star met vernauwde pupillen; trage pols en bijna niet waarneembaar.
Melancholie, hoofd hangt omlaag, zit zwijgend te peinzen.
Religieuze melancholie of nymfomanie, met verlangen iedereen te omhelzen, zelfs levenloze voorwerpen; veel dorst naar zeer koud water; voortdurend verlangen naar koele en verfrissende dingen. θ Puerperale manie.
Wanhoop; hopeloosheid, verlies van moed.
Wanhope over zijn positie in de maatschappij, voelt zich zeer ongelukkig.
Wanhoop over haar zaligheid; met onderdrukte menstruatie.
Wanhoop aan zijn herstel; poging tot zelfmoord. θ Manie.
Na schrik: vrees, angst; koude; flauwvallen; onwillekeurige diarree.
Gevolgen van gekrenkte trots of eer. θ Waanzin. θ Hysterie.
Sensorium [2]
Duizeligheid: met koud zweet op het voorhoofd; met verlies van het gezichtsvermogen; plotseling flauwvallen; door het innemen van opium; door misbruik van tabak of alcohol.
Zwaar gevoel in het hoofd, alles lijkt in een kring rond te tollen. θ Tyfoïde koorts.
Valt flauw bij de geringste inspanning, bij omdraaien in bed, bij persen voor de stoelgang, bij kokhalzen alsof men moet braken, enz.; door lichte verwondingen; door hevige pijn; na verlies van lichaamsvochten; bij angst, misselijkheid, krampachtige trekkingen.
Flauwvallen, voorafgegaan door grote zielsangst of moedeloosheid, of vergezeld van spasmen, kaakklem, krampachtige bewegingen van ogen, oogleden, enz.
Hoofd, inwendig [3]
Brandend gevoel in de hersenen.
Paroxysmale pijn hier en daar in de hersenen, bestaand uit een beurs gevoel en druk.
Gevoel van een klomp ijs in de kruin.
Neuralgie van het hoofd, met indigestie ; gelaatstrekken ingevallen.
Hoofd heet en met zweet bedekt ; kinderen wrijven over het hoofd, kunnen niet verdragen alleen gelaten te worden ; brengen de handen naar het hoofd. θ Buiktyfus.
Hoofdpijn : met misselijkheid, braken, diarree, bleek gezicht ; met braken van groen slijm ; als een druk op de kruin ; stijve nek ; frequente en overvloedige mictie ; alsof de hersenen in stukken werden gescheurd ; chronisch, beginnend in de namiddag, aanhoudend door de nacht ; trekkende pijn in beide armen ; > tegen de ochtend ; hevige pijnen drijven tot wanhoop ; grote uitputting ; flauwte, met koud zweet en grote dorst ; met hardnekkige constipatie ; nerveus, bij elke menstruatie, bij meisjes en hysterische vrouwen ; < door beweging, vooral bukken.
Drukkende, kloppende, nerveuze eenzijdige hoofdpijn, met stijfheid van de nek en het gevoel alsof het hoofd zou barsten ; braken.
Hemicranie.
Neuralgie van het hoofd, met dyspepsie ; ingevallen ogen en borst, koude ledematen.
Migraine waarbij diurese een crisis vormt.
Bloed stijgt heftig naar het hoofd bij bukken.
Hyperemie van de hersenen door kinkhoest.
Sopor ; ogen half gesloten ; gezicht bleek, vermagerd ; gooit het hoofd heen en weer en schreeuwt ; drukt het hoofd in het kussen ; voorbijgaande roodheid van het gezicht ; schopt de dekens van zich af ; wanneer hij wordt opgericht valt het hoofd naar de linkerzijde ; ogen dof, pupillen vernauwd ; het hoornvlies ziet eruit als matglas, is bedekt met een dun laagje slijm, dat in de ooghoeken droog is geworden ; luide kreten wekken hem niet uit de stupor ; bij het oprichten oprispingen en kokhalzen ; pols zwak, traag ; weigert aan de borst te drinken ; hoofd heet, rest van het lichaam koel. θ Meningitis.
Cerebrospinale meningitis ; koud zweet over het hele lichaam, braken, met krampen in de maag ; grote dorst naar ijskoud water of verlangt naar ijs ; de spieren te zwak om het hoofd te dragen ; pols onregelmatig, zeer zwak en traag ; koude overheerst ; aanhoudende grote zwakte ; krampen in de benen ; wil uit bed ontsnappen ; zware comateuze slaap.
Meningitis ; hevige hoofdpijn met delier of bewusteloosheid ; overvloedig braken, bleek, koud en cadaverisch gezicht ; stijfheid van de nek, verstikkend gevoel in de keel, gevoel alsof het hoofd zou barsten ; rolt het hoofd heftig van de ene zijde naar de andere, met korte kreten, drukt het hoofd in het kussen ; krampachtige schokken en braken zodra het hoofd wordt opgericht ; clonische en tonische spasmen, met verlies van gevoel en beweging ; krampen in de ledematen ; tintelingen en koude in de ledematen ; choleraïsche collaps, gelijktijdig met intense congestie.
Hydrocephaloïde toestand ; grote ongelijkheid in de verdeling van de warmte ; huid koud en klam ; braken en alle symptomen < bij het zich oprichten, en betrekkelijk welbevinden in horizontale houding ; de geringste beweging veroorzaakt misselijkheid en braken ; krachtsverlies in de extremiteiten ; stijve nek, sterke neiging tot convulsies ; grote dorst naar ijswater of ijs ; vertrokken bleek gezicht of roodheid van één wang ; grote uitputting na een stoelgang.
Hoofd, uitwendig [4]
Hoofd brandend heet; ledematen afwisselend heet en koud.
Hoofdhuid zeer gevoelig, met hoofdpijn.
Gevoel alsof er een stuk ijs op het hoofd ligt; of van warmte en koude tegelijk op de hoofdhuid, terwijl het haar gevoelig is.
Gevoel in het haar aan de rechterzijde van het hoofd alsof een pluk haar geëlektriseerd was, met kruipend gevoel en het overeind gaan staan van het haar, met lichte rillingen van de huid onder het haar.
Gevoel van pijnlijkheid van het hoofd, met misselijkheid.
Plica polonica.
Koud zweet op het voorhoofd.
Gedwongen over het voorhoofd te wrijven, met een soort gevoelloosheid. θ Buiktyfus.
Nek te zwak om het hoofd rechtop te houden. θ Kinkhoest. θ Meningitis.
ZICHT EN OGEN [5]
Zwarte vlekjes of stipjes voor de ogen, met diplopie ; fotofobie ; < bij het opstaan uit bed of van een stoel.
Hemeralopie.
Hemeralopie, met nachtelijke diarree.
Verminderd gezichtsvermogen ; verwijde pupillen.
Ogen : naar boven gedraaid, zodat alleen het wit zichtbaar is ; verwrongen, uitpuilend ; star, waterig, diepliggend, glansloos ; vol tranen ; oogleden livide, met blauwe randen ; omgeven door zwarte kringen ; hebben een zwakke uitdrukking ; zien er geel of blauw uit.
Pupillen : vernauwd ; verwijd, met verminderd gezichtsvermogen ; herkent personen in de nabijheid niet, of doet dit slechts langzaam.
Scheurende pijnen in de ogen, die de slaap ontnemen ; < bij koud, vochtig weer. θ Reumatische oftalmie.
Drukkend gevoel in de ogen.
Hitte in de ogen.
Uiterste droogheid van de oogleden ; vooral na het slapen ; pijnlijk, alsof ze rauw geschuurd zijn ; stijf en aan elkaar gekleefd.
Acuut gevoel van droogheid in het bovenste ooglid, alsof er zout tussen dit en de oogbol zat.
Oogleden : zwaar, nauwelijks op te heffen ; trillend ; verlamd.
Overvloedige tranenvloed en snijdende pijnen, met een gevoel van droogheid en hitte.
Veelvuldige tranenvloed, met roodheid van de ogen zoals bij neuskatarrh.
Neuralgia palpebralis in het bovenste ooglid, rechts ; pijn hevig bij de geringste druk of de minste aanraking, alsof honderden fijne naaldpunten plotseling in het ooglid werden gestoken ; kon 's morgens bij het eerste ontwaken de ogen niet openen, het scheen alsof de binnenzijde van de oogleden te droog was en zij aan de oogbol vastkleefden.
GEHOOR EN OREN [6]
Doofheid, alsof de oren verstopt waren.
REUK EN NEUS [7]
Geur voor de neus alsof van mest of rook.
Neus : wordt spitser, lijkt langer ; ijskoud.
Neusbloeding : rechtszijdig, alleen 's nachts tijdens de slaap ; gezicht doodsbleek, lichaam koud ; pols traag, intermitterend.
Gevoel alsof de neus van binnen volledig droog was.
Borende pijn in de neus.
Veelvuldig niezen.
BOVENSTE GELAATSHELFT [8]
Onrustige, verwilderde blik; bleek, vertrokken gezicht.
Blauwe of groenachtige kringen rond de ogen.
Gezicht: ingevallen, bleek, blauwachtig; neus spits; loodkleurig; rood in bed, wordt bleek bij het opstaan; afwisselend bleek en rood; risus sardonicus; ingevallen, met angstige uitdrukking; scherp getrokken, doods, hippocratisch.
Koud zweet in het gezicht, vooral op het voorhoofd.
Neuralgie, trekkende, scheurende pijnen, met blauwachtig, bleek gezicht, ingevallen ogen; prostratie.
Scheuren in wangen, slapen en ogen, met warmte en roodheid, tot waanzin drijvend; < bij vochtig weer; rechterzijde of van links naar rechts; vooral bij anemische personen.
Plotseling uit de slaap opgeschrikt door een hevige aanval van prosopalgie; linkerzijde van gezicht en hoofd aangedaan; voortdurend huilen; pijn continu, niet > door warmte; gezicht rood, vooral de aangedane zijde, die heet en blauwrood is; linkeroog is geïnjecteerd; pijn in de supra- en infraorbitale zenuwen en hun vertakkingen; beven van het hele lichaam; trekkingen van de ledematen; na de aanval algemeen koud zweet en prostratie.
Intermitterende frontale neuralgie; gezicht zeer bleek, ogen ingevallen, dof; koude ledematen; bijna elke vijftien minuten braken van groenachtig geel serum, ophoudend naarmate de pijn afneemt. θ Prosopalgie.
Neuralgie van de nervus trigeminus, met braken, bleek, ingevallen gezicht.
Acne rosacea.
ONDERSTE HELFT VAN HET GEZICHT [9]
Lippen : blauwachtig of neerhangend ; wrijft aan mond en neus ; droog, zwart, uitgedroogd ; gerimpeld, bleek of zwart, en gebarsten.
Zwart rond mond en neusgaten. θ Buiktyfus.
Trekkingen in de wangen, vonken voor het linkeroog, bleekheid van het gezicht en flauwte, gevolgd door braken van een hoeveelheid wit schuim.
Spasmen van de spieren bij het kauwen.
Kaakklem.
Risus sardonicus.
Stijfheid van de masseterspieren.
Schuim uit de mond.
TANDEN EN TANDVLEES [10]
Hevige, kloppende tandpijn; gezwollen gezicht, koud zweet op het voorhoofd; misselijkheid in de maag, braken van gal, matheid van de extremiteiten, grote inzinking van krachten, zelfs tot flauwvallen, uitwendige koude en inwendige hitte, dorst naar koude dranken die nauwelijks te stillen is.
Hevige, kloppende tandpijn die tot waanzin drijft; bij nerveuze, prikkelbare personen.
Tanden voelen zwaar aan, alsof zij met lood gevuld zijn.
Tandpijn, met pijn in het hoofd en een rood, gezwollen gezicht.
Tandenknarsen.
SMAAK, SPRAAK, TONG [11]
Smaak : bitter ; en koelte, alsof van pepermunt ; flauw of zoetachtig ; rottig ; verminderd ; papperig ; zuur.
Tong : bleek, koud, verschrompeld ; gezwollen, droog, gebarsten en te rood ; wit, met rode punt en randen ; beslagen geelbruin ; achterste deel zwart.
Spraak lispelend, stamelend ; alsof de tong te zwaar was. θ Tyfuskoorts.
MONDHOLTE [12]
Schuim op de mond ; spasmen.
Mond droog en kleverig ; speeksel verminderd.
Droogheid van mond en gehemelte, met dorst.
Brandend gevoel in mond en keel.
Koel gevoel in de mond als van pepermunt.
Voortdurende stroom van speeksel als bij waterbrash.
Speekselvloed, met misselijkheid en stekende, zoute smaak.
GEHEMELTE EN KEEL [13]
Droogheid in de keel, die door drinken niet kan worden weggenomen.
Schrapen of ruw gevoel in de keel; gevoel alsof er stof in zit.
Gevoel van koude of branderigheid in de keel.
Gevoel van samensnoering van de keel; krampachtig, met verstikkingsgevoel.
Krampachtige aandoeningen van de slokdarm, resulterend in verlamming van de buis; bijna alle ingenomen spijs en drank wordt weer uitgeworpen, met verstikkingsgevoel, roodheid en hitte van het gezicht.
Chronische catarrh van de slokdarm met astma.
Gevoel van uitzetting in de farynx.
Zwelling van de glandula sublingualis of de rechter glandula submaxillaris, ook van de wang, de uitwendige hals, de keel en het zachte gehemelte; spannende stekende pijnen; voortdurende ophoping van speeksel dat hij niet kan doorslikken; vrees voor verstikking; kan niet duidelijk spreken; remitterende koorts, < om de andere dag, verergering in de avond; delier 's nachts; gebrek aan eetlust; angst in de hartstreek; droge hoest; pijn in rug en heupen; droge ontlasting; roodachtig bruine urine; de zwelling neemt toe of af naargelang de koorts stijgt of daalt.
APPETIJT, DORST. VERLANGEN EN AFKEER [14]
Vraatzuchtige eetlust. θ Na buiktyfus.
Honger: tussen de aanvallen van braken in; bij diarree.
Aanvallen van boulimie, hevig maar van korte duur, zelfs spoedig na een overvloedige maaltijd, vooral na inspanning in de open lucht; als de eetdrang niet meteen wordt gestild, wordt men overvallen door grote zwakte, misselijkheid en braken, zwart worden voor de ogen en oorsuizen; wordt duizelig, de handen beven, ijlt en valt ten slotte in een aanval van diepe bewusteloosheid; de aanval wordt voorkomen door bij het begin iets te eten; de aanval wordt voorafgegaan door een gevoel van warmte en tintelingen in vingers en tenen, en trekkingen van de spieren van het gezicht.
Appetijt verminderd, mond alsof die met slijm bekleed is; flauwe of zoetige smaak.
Dorst: drinkt vaak, maar telkens slechts weinig; wil alles koud hebben; tijdens transpiratie; dorst naar grote hoeveelheden zeer koud water en zure dranken.
Dorst naar de koudste dranken; verlangt ijs.
Verlangt naar fruit, sappig of koud voedsel, zoutige dingen, haring, sardines enz.
Beter door vlees te eten en melk te drinken.
Afkeer van warme dingen.
Nadelige gevolgen: van oraal opiumgebruik; van het kauwen van tabak.
HIK, OPRISPINGEN, MISSELIJKHEID EN BRAKEN [16]
Hik: na hete dranken; door spasmen van de slokdarm met misselijkheid.
Hevige, loze, zure of bittere oprispingen.
Misselijkheid: met zwakte, zodat men genoodzaakt is te gaan liggen; met gevoel van flauwte; met hevige dorst, gevolgd door hevig en frequent braken; met overvloedige speekselvloed; met grote eetlust en dorst; < bij de geringste beweging; weeigheid met schuim uit de mond.
Braken: met kracht, overmatig; hevig met aanhoudende misselijkheid, kokhalzen en grote uitputting; van dunne zwartachtige of gelige stoffen; van gal en zwart bloed; van voedsel en drank, of alleen van drank; van voedsel, of van zuur, bitter, schuimig, wit of geelgroen slijm; telkens wanneer hij zich beweegt of drinkt; met duizeligheid, bleek gezicht, schone tong, goede eetlust; met hik en flauwte; met pijnlijke intrekking van het abdomen; met pijnlijke vertrekking van het gezicht; met koud zweet; met diarree en druk in de maagkuil.
Voor het braken koude handen, die daarna heet worden.
Voedsel veroorzaakt pijn bij het passeren door de slokdarm; verstikkend gevoel bij het slikken van voedsel of drank; regurgitatie van een deel van het genuttigde voedsel; sinds bijna twee jaar is bijna al het genuttigde eten en drinken zeer spoedig na de maaltijden weer uitgebraakt; braken met een verstikkend gevoel, roodheid en hitte in het gezicht; zeer vermagerd en zwak; sterke hunkering naar voedsel, maar bang om te eten; constipatie, neerslachtig; hartkloppingen, zwakke pols en koude ledematen.
Bij het opstaan in de ochtend misselijkheid, oprispingen, speekselvloed, duizeligheid, diarree en braken; eetlust goed, maar moet onmiddellijk na het eten braken; dag en nacht braken; drie tot zes dunne, slijmerige, bruinachtige ontlastingen; duizeligheid; vermagering; matheid.
Krampachtig kokhalzen en braken van een waterachtige, smaakloze vloeistof; constipatie; scheurende pijnen in de ledematen.
Braken van voedsel en grote massa's slijm.
Schuimig braken, gevolgd door gele stof of gal; intermitterende pols. θ Meningitis. θ Pneumonie.
Kind, æt. 6 maanden, lag stil en suf; gezicht bleek; voorhoofd koud en vochtig bij het braken.
MAAGKUIL EN MAAG [17]
In de maagkuil ; zielsangst ; pijnlijke uitzetting ; druk ; acute pijn ; grote gevoeligheid ; branden.
Pijn in de maag alsof door verslindende honger.
Gevoel van zwakte in de maag, met een inwendig gevoel van koude.
Hysterische maagkrampen.
Geleidelijk opkomende pijn, eerst in het epigastrium, vandaar uitstralend omhoog en naar beide zijden, reikend tot in de rug tussen de onderste punten van de schouderbladen ; wordt folterend, neemt daarna geleidelijk af ; rilt van koude. θ Gastrodynie.
Ernstige benauwdheid ter hoogte van het hart en het epigastrium, doods gelaat, kon slechts enkele woorden spreken, koud, pols zwak en fladderend, en nauwelijks waarneembaar, misselijkheid en pogingen tot braken, > door wrijven langs de wervelkolom tussen de schouders ; volgde op het aanbrengen van een sterk liniment wegens neuralgie van schouders, rug en armen.
Tien minuten na het eten kwam het voedsel mondvol terug, en dit bleef met tussenpozen gedurende twee uur doorgaan ; krampachtige pijn in het epigastrium ; < gedurende een week na de menstruatie, braken met hevige pijn in de lendenen ; menstruatie regelmatig, maar te overvloedig ; constipatie ; uiterst zwak ; bonzende pijn in de rechter slaap. θ Gastralgie.
Intens branderig gevoel dat zich uitstrekt tot in de slokdarm ; braken van groenachtige massa's ; grote angst ; koude van de ledematen ; langzame, intermitterende pols. θ Gastritis.
Bloedbraken, met langzame pols, koude, flauwteaanvallen, koud zweet.
Pijn onder de schouderbladen ; verlies van het gezichtsvermogen ; duizeligheid ; urine dik bij het lozen en zeer donker, soms bijna zwart ; nu en dan koud zweet ; voedsel smaakt nergens naar ; roken maakt de keel droog en bevalt hem niet ; verlangen naar voedsel ; misselijkheid bij het eten, krijgt voedsel niet naar binnen zonder te kokhalzen ; tong wit.
Dikke bruinachtig-witte beslaglaag op de tong ; afkeer van voedsel ; proberen te eten veroorzaakt misselijkheid en braken ; papperige, flauwe, maar vooral zoetige smaak in de mond ; sufheid van geest ; gebrek aan lichaamswarmte ; rillerigheid, zoekt warmte. θ Maagstoornis.
Pijn een half uur na het eten of na lopen of andere vermoeienis. θ Indigestie.
Dyspepsie ; ernstige pijn een uur na het eten ; waterige oprispingen ; slappe ontlasting, drie- of viermaal gedurende de nacht ; urine rijk aan lithaten ; grote zwakte.
Chronische zwakte van de maag ; door vochtigheid van het klimaat en gebrek aan frisse lucht ; door misbruik van kinine.
Alle vruchten veroorzaken pijnlijke uitzetting van de maag.
Maagkatarrh, grote zwakte, koude, plotselinge inzinking.
Verweking van de maag ; misselijkheid vóór het flauwvallen ; braaksel groenachtig, zuur ; overvloedig, waterachtig, zonder geur ; koliek, collaps, convulsies.
Verweking van de maag bij kinderen, in het verloop van een hydrocephaloïde toestand.
Bloedbraken, met langzame pols, koude, flauwteaanvallen, koud zweet ; misselijkheid bij bewegen of opstaan.
HYPOCHONDRIEËN [18]
Hyperemie van de lever, maagcatarrh, rottige smaak, afkeer van warm voedsel, sterke druk in de leverstreek, afwisselend met braken en diarree.
Hyperemie van de lever, met cholera-achtige symptomen, of met astma en bronchiale catarrh.
Milt gezwollen. θ Intermitterende koorts.
Spasmen van het middenrif tijdens heersende zuidenwinden, bij personen met koude handen, grote beklemming en angst op de borst.
Middenrifontsteking, met peritonitis, braken en koudheid.
ABDOMEN EN LENDENEN [19]
Sterk gevoel van inzinking en leegte.
Leeg gevoel in het abdomen na de ontlasting, alsof zij voedsel nodig had ; hoofdpijn op de kruin omstreeks 5 P. M.
Koud gevoel in het abdomen.
Branden in het abdomen als van hete kolen.
Snijdende pijn in het abdomen alsof met messen.
Grijpende pijn in het abdomen, nu eens boven, dan weer onder de navel, in de namiddag spoedig na het eten.
Intermitterende neuralgie van de darmen ; omstreeks 4 P. M. begint zij grote hoeveelheden wind op te geven, omstreeks 5 P. M. ; intense, kwellende neuralgie, alsof messen haar darmen doorsneden, vooral aan de linkerzijde, met tussenpozen van enkele minuten opkomend, zo hevig dat drie of vier mannen haar moesten vasthouden ; de aanvallen duurden van 3 uur tot 9 P. M., en eindigden dan met twee diepe zuchten of geeuwen.
Hevige aanvallen van neuralgie ; een bepaalde beweging gevoeld ter hoogte van de navel, dan plotseling, altijd op dezelfde plaats, een kneep alsof met een nijptang, met de meest ondraaglijke pijn die een halve tot een hele minuut aanhoudt ; telkens ging zij weg met borborygmen, zich uitbreidend naar de blindedarmstreek ; gevoel van insnoering boven en beneden, waardoor het afgaan van winden werd verhinderd ; aanvallen van angst en pijn nemen toe van een half tot een heel uur, het abdomen zwol op en werd pijnlijk bij aanraking ; neiging tot braken, borst vernauwd, ademhaling korter, steeds moeilijker, koud zweet, verdoving en totale uitputting ; kon geen druppel vloeistof doorslikken, laat staan enig vast voedsel ; lag vele uren versuft, buiten bewustzijn, met een gezwollen gezicht en uitpuilende ogen, zonder slaap ; > nadat wind omhoog of omlaag is afgegaan.
Koliek ; gezicht bleek ; abdomen ingevallen, tijdens de paroxysme opgeblazen ; pijn, vooral in het epigastrium ; brandende pijn onder de linker ribben ; gevoeligheid voor druk ; pijn over het gehele abdomen, uitstralend naar rug en dijen ; hier en daar harde plekken in het abdomen ; tenslotte oprispingen van wind met verlichting ; constipatie ; verlies van eetlust ; beslagen tong ; nu en dan braken, rillerigheid ; matheid ; slapeloosheid.
Koliek : met branden ; alsof de darmen in een knoop waren gedraaid ; na kou vatten ; draaien, wringen, druk, insnoering, snijdende pijn, spanning ; na misbruik van kinine ; door fruit en groenten ; abdomen gezwollen, gevoelig ; geen wind naar boven noch naar beneden ; koud zweet ; met brandende pijn, wringen, snijdende pijn, misselijkheid en braken, < door voedsel ; > nadat wind is afgegaan ; met ochtenddiarree.
Sinds verscheidene jaren uitzetting van het abdomen, soms in de maag en soms in de darmen, met hevige oprispingen, opkomend omstreeks 4 A. M. en twee uur aanhoudend, enigszins > door warme vloeistoffen te drinken.
Abdomen uitgezet, zeer gevoelig.
Pijnlijke terugtrekking van het abdomen tijdens het braken.
Intussusceptie van de darmen ; grote zielsangst ; rent dubbelgebogen heen en weer, het abdomen drukkend.
Plotselinge hevige pijn in het linker hypochondrium, met aanvallen van braken ; slapeloosheid ; hevige pijn in het colon descendens ; hardnekkige constipatie ; gerommel en gegorgel in het abdomen bij druk. θ Intussusceptie.
Peritonitis, met braken en diarree, huid koud ; gelaatstrekken ingevallen ; pols klein, zwak ; onrustig, angstig.
Beklemde hernia, niet ontstoken ; anti-peristaltische werking ; koud zweet, misselijkheid.
Uitstulping van inguinale hernia tijdens hoesten.
ONTLASTING EN RECTUM [20]
Ontlasting : frequent ; waterig, groenachtig, met vlokken vermengd ; gutsend, overvloedig ; rijstwaterachtige ontlastingen, met tonische krampen, beginnend in handen en voeten, zich over het hele lichaam uitbreidend ; ingevallen, zelfs hippocratisch gelaat ; waterig, reukloos ; waterig, gutsend, vlokkig ; dun, papachtig, slijmerig ; groen, gutsend, uitputtend na schrik ; bruinachtig, waterig ; zwartachtig, waterig ; bloederig ; galachtig ; slijmerig ; bijtend ; soms pijnloos ; onwillekeurig (bij het laten van flatus) ; door de geringste beweging van het lichaam ; dun en pijnloos, met gerommel in de darmen.
Voor de ontlasting : rillerigheid, angstigheid, misselijkheid, braken ; hevige knijpende koliek ; gerommel in het abdomen ; zwakte in de onderbuik als bij flauwte.
Tijdens de ontlasting : koudegevoel en rillingen ; angst, misselijkheid, braken ; flauwte ; bleekheid ; koud zweet op het voorhoofd ; knijpende koliek ; branderigheid in de anus en koud zweet op het voorhoofd ; zwakte.
Na de ontlasting : verbetering van nekpijnen ; wee gevoel in het epigastrium ; misselijkheid, braken ; koliek ; sterk wegzinkings- en leeg gevoel in het abdomen ; zwakte ; flauwte ; grote uitputting.
Diarree : met braken van troebel water, en koud zweet op het voorhoofd ; bij het invallen van de herfst, wanneer braken zich bij de diarree voegt en de darmlastingen met krachtige gutsen worden uitgestoten, met weinig of geen knijpende pijn, koliek, met hik en verstikking ; onwillekeurige, waterige ontlasting ; hippocratische gelaatsuitdrukking, en koude extremiteiten ; ontlasting frequent, hevig, overvloedig en pijnlijk ; veel uitputting na iedere stoelgang, met koud zweet op het voorhoofd en op de huid in het algemeen ; in frequente aanvallen, gelaat ingevallen, grauwachtig ; na natte voeten ; bij phthisische patiënten.
Diarree na het drinken van veel koud water op een hete dag ; galachtig braken, met waterige, pijnlijke ontlasting ; grote angst in de hartstreek ; langdurige, flauwteachtige misselijkheid ; huid bleek ; ledematen koud.
Verscheidene diarree-ontlastingen overdag, vooral direct na het eten ; druk in de maag na het eten, < 's nachts, met misselijkheid, die bij beweging overgaat in een snijdende pijn ; gevoel van trillen in de maag ; dorst.
Sinds enige jaren ochtenddiarree, met wanhoop aan de zaligheid.
Stekende pijnen in de onderbuikstreek gedurende twee weken ; overdag zeer overvloedige lichtbruine, waterige diarree, bijna onwillekeurig, voorafgegaan door stekende pijn in dezelfde streek, > na de ontlasting ; zeer zwak ; overvloedig warm zweet ; rood gelaat en rode lippen ; urine verminderd.
Diarree sedert drie weken ; drie of vier stoelgangen, soms meer, elke dag ; ontlasting donker, kleikleurig, tamelijk slijmerig, zeer stinkend ; vóór de ontlasting koud gevoel in het gelaat, met koud zweet op gezicht en voorhoofd ; diarree < vanaf het opstaan tot 10 uur 's morgens, daarna > tot 3 uur 's middags, wanneer zij weer < wordt ; < direct na voedsel ; ontstaan bij warm weer.
Sedert tien maanden matheid, beslagen tong, malaise, misselijkheid en diarree ; eerst braken van voedsel, daarna van gele, bittere gal, zonder pijn ; ontlasting vloeibaar, treedt altijd op met het braken evenals op andere tijden ; pijn in de onderbuik vóór de diarree, behalve wanneer zij braakt, dan is de diarree pijnloos ; uitgeput na het braken ; na veel persen was er schuim in het braaksel.
Gelijktijdige diarree en braken. θ Cholera.
Plotselinge aanval van diarree, opkomend tijdens de maaltijd ; tijdens het eten plotseling aangegrepen door koliek in het colon transversum, spoedig gevolgd door hevige aandrang tot ontlasting, die plotseling gutste en bestond uit donkerbruine, schuimige feces.
Hevige diarree door schrik ; ontlasting vloeibaar, met kracht eruit gutsend ; voelt zich uitgeput ; bij iedere stoelgang koud zweet over het hele lichaam, maar vooral op het voorhoofd.
Diarree, de lozingen wit, met uitputtende aandrang tot ontlasting ; grote prostratie, met aanvallen van flauwte.
Onbewuste lozing van dunne feces bij het laten van flatus.
Diarree van zes maanden' duur ; ontlasting bruin, pijnloos, een- tot viermaal daags, < door handarbeid en na aardappelen ; verlies van eetlust ; grote dorst ; gevoel alsof iets levends uit de maag naar de keel opstijgt.
Uiterste collaps ; koude van het lichaamsoppervlak ; klam zweet ; bleek gelaat ; ingevallen ogen ; grote dorst ; braken en diarree van bijna kleurloze vloeistof, zeer overvloedig ; pijn niet overmatig, maar gevoel van zwakte intens. θ Dysenterie.
Darmcatarrh, diarree die 's nachts in de zomer plotseling opkomt ; braken en diarree.
Cholera infantum : aanval plotseling ; heftig waterig braken en diarree, koud lichaamsoppervlak, prostratie, braken opgewekt door de geringste hoeveelheid ingenomen vloeistof ; grote dorst naar grote hoeveelheden water, overmatige zwakte ; ontlasting waterig en reukloos ; tong en adem koud ; ademhaling moeilijk ; verlangen om rechtop te zitten ; blauwheid rond de ogen ; huid schijnt strak over de beenderen van het gezicht getrokken ; gerimpelde huid van handen en vingers ; gevoeligheid van het abdomen.
Gelaat askleurig bleek, met een wasachtige tint ; koud, ogen ingevallen, met donkere kringen eromheen ; neus spits, lippen en neus blauw ; extremiteiten ijskoud ; pols onvoelbaar ; temperatuur in de oksel 104.2°F. ; abdomen warm, zacht, hoewel opgezet ; ogen zien wild, rolt ze omhoog zodat alleen de sclera zichtbaar is ; hoofd rolt van de ene zijde naar de andere, voortdurend gekerm (meningeale prikkeling) ; tong aan de basis beslagen, aan de voorzijde schoon, droog ; mond en lippen uitgedroogd ; dorst voortdurend ; zeer onrustig ; > door gedragen te worden ; braken en kokhalzen ; had sinds drie dagen niets in de maag kunnen houden ; van twaalf tot vijftien stoelgangen in vierentwintig uur, groen, waterig, gutsend, bij staan verkleurend tot blauw-leikleurig ; pijn in het abdomen vóór de ontlasting, die knijpend van aard scheen te zijn, > na de ontlasting ; veel zwakte en uitputting na een stoelgang, kind ligt volkomen slap ; huid droog ; vermagering vooral uitgesproken in gelaat en hals ; slapeloosheid, had drie dagen en nachten niet geslapen ; < 's nachts, > tegen de ochtend ; de volgende ochtend voortdurend trekkingen en schokken van armen en benen ; hoofd rolt van de ene zijde naar de andere. θ Cholera infantum.
Cholera morbus : < 's nachts ; koud zweet op het voorhoofd ; braken en diarree tegelijk ; na fruit ; met overvloedige bruinachtige lozingen, dorst, krampen in kuiten, voeten en vingers ; prostratie ; koud zweet ; grote zwakte na de ontlasting.
Badend in koud zweet, zeer zwak en erg verschrikt ; had al ongeveer twee uur gebraakt en diarree gehad ; hevige krampachtige pijnen door de darmen en onderste ledematen ; ontlasting dun, groen en waterig ; voortdurende dorst en het drinken van grote hoeveelheden koud water. θ Cholera morbus.
Sporadische cholera ; blauwheid van handen, gelaat en voeten ; krampen in de kuiten ; samentrekking van de buikspieren ; grote prostratie ; hippocratische gelaatsuitdrukking ; braken ; groene vlokkige lozingen ; lichaamsoppervlak koud als marmer (3 gevallen).
Koud zweet op het voorhoofd ; pupillen verwijd ; tranenvloed ; schuim op de mond ; huivering na het eten ; braken van voedsel en van groen slijm, spoedig gevolgd door bijtende, waterige ontlasting ; grote prostratie ; verlangen naar zure dingen ; abdomen opgezet ; uitroepen ; optrekken van de benen op het abdomen ; grijpen naar het abdomen ; slaperigheid.
Tien tot twintig groenachtige ontlastingen in vierentwintig uur, voorafgegaan door hevige pijnen in de navelstreek, waardoor zij moest schreien ; zweet over het lichaam ; abdomen pijnlijk bij aanraking, maar niet opgeblazen ; epigastrium en rechter hypochondrium gespannen, gevoelig voor druk ; bitter braken van ingenomen vloeistoffen ; droge mond, geel beslag op de vochtige tong ; heesheid ; suizen in de oren ; duizeligheid ; krampen in de kuiten ; huid koel ; na koude en schrik.
Vertrokken hippocratisch gelaat, voortdurende hik, angstig, onrustig heen en weer werpen ; verkramping van handen en voeten ; pijnen in het abdomen ; sprakeloos ; hevig kokhalzen met braken van gelige vloeistoffen, < na drinken ; ontlasting waterig, gaat onbewust af ; lichaamsoppervlak koud ; gelaat badend in koud zweet. θ Sporadische cholera.
Aziatische cholera : grote torpor van het vegetatieve systeem, zonder enige grote stoornis van geest of zintuigen ; weinig neerslachtigheid ; doodsangst of onverschilligheid ; duizeligheid ; hevige ontlediging naar boven en naar beneden ; ijskoude van het lichaam ; grote zwakte ; krampen in de kuiten ; braken, met voortdurende begeerte naar koude dranken ; overvloedige, waterige, reukloze ontlasting, met witte vlokken vermengd ;
gelaat bleek, zonder enige kleur, of blauwachtig ; blauwe randen om de ogen ; doodsangst in de gelaatstrekken ; koude tong en adem ; hese, zwakke stem ; grote beklemming en angst in de borst, die de patiënt een verlangen geeft uit bed te ontsnappen ; hevige koliek, vooral rond de navel, alsof het abdomen zou worden opengereten ; abdomen gevoelig voor aanraking, met trekken en krampen in de vingers ; gerimpelde huid in de handpalmen ; urineretentie.
Overvloedige rijstwaterachtige ontlastingen iedere vijftien tot twintig minuten, met lichte branderigheid in de anus ; frequent waterig braken, vooral na drinken ; overmatige dorst naar koude drank ; neus en oren ijskoud, lichaam en ledematen tamelijk warm ; rillerigheid bij beweging ; tong vochtig, licht beslagen ; zachte, versnelde pols ; droge huid ; hevige tonische krampen in kuiten, dijen en kauwspieren, optredend na braken of diarree. θ Cholera.
Braken en diarree ; ontlasting waterig, vlokkig ; hevige branderigheid in het epigastrium ; grote begeerte naar koud water ; hevige krampen in de kuiten ; grote angst in de hartstreek ; gelaat bleek, angstig ; pols klein, frequent ; witbeslagen tong. θ Cholera.
Plotseling braken en diarree ; angstige, verstoorde gelaatsuitdrukking ; ogen ingevallen, omgeven door donkere kringen ; temperatuur van de huid van het lichaam licht verhoogd, ledematen koud ; huid droog ; pols zwak, 130 ; grote dorst maar braakt de vloeistoffen onmiddellijk uit die in de maag worden opgenomen ; waterige ontlasting ieder half uur ; paroxysmale krampen in de kuiten, met heen en weer werpen en huilen. θ Cholera.
Braken en diarree ; zeer koud lichaamsoppervlak ; voortdurende misselijkheid ; waterig braken bij bewegen of drinken ; waterige diarree ; grote dorst ; pols klein ; tong wit ; huid warm ; geen krampen. θ Cholera.
Rijstwaterachtige diarree ; braken ; ogen ingevallen, omgeven door donkere kringen ; tong wit ; gelaat bleek ; pols snel, zwak. θ Cholera.
Zwakte grenzend aan flauwte ; koud zweet ; zeer snelle, lege, zwakke pols ; ontlasting dun, geheel wit, als een oplossing van zetmeel, afgegaan met vermoeiend persen, en gevolgd door overmatige prostratie en wegvallen van de zintuigen ; geen misselijkheid of braken.
Vergeefse aandrang tot ontlasting.
Constipatie wegens hardheid en grote omvang van de ontlasting. θ Paralyse.
Constipatie : chronisch, ontlasting groot en hard, of eerste deel hard, laatste deel kleiner ; ontlasting in ronde zwarte ballen ; chronisch bij kinderen ; als door inertie van het rectum ; bij koud weer ; bij zuigelingen die gevoed worden aan de borst ; bij hypochondristen en maniakken.
Hardnekkige constipatie ; bittere, zure oprispingen, volheid van maag en darmen na het eten ; pijn in de leverstreek ; eruptie over het lichaam.
Constipatie van zuigelingen na Nux vom. of Lycopodium.
Vóór geconstipeerde ontlasting : geen aandrang ; aandrang tot ontlasting gevoeld in het epigastrium ; druk naar de anus, met blinde aambeien ; tenesmus.
Tijdens geconstipeerde ontlasting : hevig persen ; koud zweet op het voorhoofd ; hitte in de anus ; pijnloze lozing van massa's bloed in stolsels, met wegzinkingsgevoel.
Na geconstipeerde ontlasting : zwakte of prostratie.
Fecesmassa afgeplat en dun als een lint.
Aambeien bij ziekten van longen of pleura ; pijnloze lozing van massa's bloed in stolsels, met wegzinkingsgevoel ; beurs gevoel in de sacrale streek.
Aanvallen van braken en diarree, met koud zweet op het voorhoofd, en symptomen van wormen.
Lintworm.
URINEWEGEN [21]
Aanhoudende aandrang om te urineren.
Frequente mictie, met hevige dorst en honger.
Urine : schaars, roodbruin of onderdrukt ; groenig.
Onwillekeurig urineren ; bij hoesten, ook tijdens buiktyfus.
Urine dik bij het lozen en zeer donker, soms bijna zwart ; soms koud zweet ; voedsel heeft geen smaak ; roken maakt de keel droog en bevalt hem niet ; verlangen naar voedsel ; misselijkheid bij het eten, krijgt voedsel niet naar binnen zonder te kokhalzen ; tong wit.
VROUWELIJKE GESLACHTSORGANEN [23]
Nimfomanie : voor de menstruatie ; door onbevredigde hartstocht of psychische oorzaken ; puerperale manie ; gewelddadig en destructief, spraakzaam ; door teleurgestelde liefde ; tijdens het kraambed.
Metritis, met aanvallen van braken, delier, angst en diarree ; lichaam heet, ledematen koud.
Miskraam vier maanden na het huwelijk, hevige bloeding en heftige baarmoederpijnen, na grote zwakte ; bleek gezicht ; ogen ingevallen met matte uitdrukking, die groot lijden verraadt ; extremiteiten koel ; hevige baarmoederpijnen, stekend, vooral in de achterwand van de uterus ; palpatie toont dat het volume van de baarmoeder toegenomen is, hard en gevoelig voor aanraking ; inspectie toont congestie van de baarmoederhals, die hard is en in haar anteroposterieure diameter enigszins afgeplat lijkt ; de geringste aanraking doet de patiënte gillen ; kan niet opstaan wegens de pijn die daardoor wordt opgewekt ; volledig verlies van eetlust ; slijmerige diarreeachtige ontlasting ; voortdurend koud, vooral in de extremiteiten. θ Metritis.
Chronische baarmoederaandoening, < 's nachts, dan koud zweet ; 's morgens braken van schuimig slijm.
Menstruatie : te vroeg, te overvloedig ; onderdrukt, met wanhoop over haar zielenheil of met bloedspuwen ; zeer uitputtend.
Voor de menstruatie : hoofdpijn, duizeligheid, neusbloeding, nachtzweten.
Tijdens de menstruatie : ochtendhoofdpijn, misselijkheid, oorsuizen, dorst en pijn in alle ledematen.
Aan het einde van de menstruatie : tandenknarsen en blauwachtig gezicht.
Menorragie, met misselijkheid, braken, diarree, koud zweet op het voorhoofd en zwakke pols.
Dysmenorroe : met prolapsus ; misselijkheid, braken, diarree, uitputting ; koud zweet ; koude van het lichaam ; met rillerigheid ; met pijn in de nierenstreek en de uterus voor en tijdens de menstruatie.
Sinds drie maanden, bij het ontwaken, misselijkheid, braakneiging en samenknellend gevoel in de keel ; dof gevoel in het hoofd, soms het gevoel alsof er een stuk ijs op de kruin ligt ; veelvuldige rillerigheid, kan zich nauwelijks warm krijgen, voeten, handen en neus ijskoud ; menstruatie onregelmatig, gewoonlijk om de drie weken ; vroeg op de dag waarop de menstruatie verschijnt diarree, misselijkheid, rillerigheid, vier tot zes waterachtige ontlastingen met brandende pijn in het rectum ; prikkelbaarheid ; overgevoelig, wordt boos om kleinigheden of huilt om onbeduidende dingen.
Een meisje van 19 jaar, reeds verscheidene jaren ziekelijk ; bijna voortdurende hoofdpijn ; schaarse en vertraagde menstruatie ; verscheidene maanden geleden plotseling getroffen door hemeralopie, ongeveer zes of acht dagen voor haar menstruatieperiode, elke namiddag tegen zonsondergang, toenemend naarmate de nacht inviel ; dan kon zij niets zien en kon bijgevolg niet buitenshuis lopen, kon voorwerpen alleen onderscheiden wanneer zij zich heel dicht bij kaarslicht bevonden ; ook 's morgens was het gezichtsvermogen gedurende een half uur na het ontwaken verminderd ; duizeligheid in het hoofd, alsof al het bloed naar het hoofd steeg ; menstruatie zoals gewoonlijk twee of drie weken vertraagd, wanneer die eindelijk kwam, werd zij, zoals dikwijls tevoren, overvallen door braken en diarree, aanhoudend totdat de vloeiing volledig op gang was gekomen ; op andere tijden verstopt, slechts om de drie dagen ontlasting van ronde, harde, zwarte keutels ; maandelijkse vloeiing altijd schaars, gedeeltelijk vloeibaar, gedeeltelijk gestold ; nooit langer dan twee dagen aanhoudend ; tijdens de menstruatie veel ernstiger hoofdpijn ; voelde zich zo zwak dat zij moest gaan liggen.
Amenorroe, met nerveuze hoofdpijn, loodkleurig gezicht, misselijkheid, braken en diarree.
Ingeklemde vaginale prolaps, met koud zweet, uitputtend braken en diarree.
ZWANGERSCHAP. BEVALLING. LACTATIE [24]
Dreigende miskraam ; pijnen, met koud zweet, misselijkheid en braken.
Tijdens de zwangerschap : wil door het huis rondzwerven ; zwijgzaam ; hooghartig ; dorstig ; braken ; wil alles koud ; verlangen naar zure en zoute spijzen ; wolfshonger ; voelt zich zeer zwak en flauw ; kramp in de extremiteiten, met koud zweet ; harde ontlasting en een inactief rectum.
Braken tijdens de zwangerschap, reeds vier maanden bestaand ; heeft voortdurend koud ; voeten koud als ijs ; af en toe hitteopwellingen met dorst ; bij het eten druk in de maag ; hik, kokhalzen, waterige oprispingen, bittere smaak in de mond ; snijdende pijnen in het abdomen ; scheurende pijnen in de benen ; matheid en uitputting.
Verlangt naar fruit en sappige dingen.
De weeën putten haar uit ; flauwte bij de minste beweging ; koud zweet.
Lochiën onderdrukt, met nymfomanie.
In het kraambed : brutaal gedrag ; nymfomanie ; uitputting
Puerperale manie, wil iedereen kussen ; religieus ; wanhoopt aan haar zaligheid.
Eclampsia parturientium ; bleekheid, collaps, anemie of hevige cerebrale congestie, met opgeblazen gezicht, wilde kreten, het verscheuren van kleding.
Pijnlijkheid van de mammae.
Onderdrukking van de melk.
STEM EN STROTTENHOOFD. LUCHTPIJP EN BRONCHIËN [25]
Stem zwak, hol, hees, rauw. θ Cholera.
Spasmus glottidis.
Aanvallen van vernauwing van het strottenhoofd ; verstikkingsaanvallen, met uitpuilende ogen.
Krampachtige samentrekking van de stemspleet met vernauwde pupillen.
Wordt plotseling uit de slaap wakker met een lange, ruwe, kraaiende inademing, die vier tot zes seconden duurt, waarna geen uitademing volgt en de ademhaling veertig tot zestig seconden ophoudt, het gezicht wordt blauw en met koud zweet bedekt ; ogen uitpuilend, starend ; mond wijd geopend, thorax uitgezet, pulsaties van het hart normaal ; eindelijk begint het kind met armen en benen te spartelen, die baden in koud zweet, en dan volgt een lange, luide uitademing die als een zucht klinkt, waarna de ademhaling zich herstelt ; diarree ; abdomen opgeblazen ; vermagering ; huilt vaak in de slaap. θ Spasmus glottidis.
Wordt plotseling uit de slaap wakker met een fluitende kreet, verstikking schijnt dreigend, het gezicht wordt cyanotisch, krijgt pas na enkele minuten weer adem ; aanvallen worden ook door huilen uitgelokt. θ Spasmus glottidis.
Kriebeling heel diep in de luchtpijp, die hoest opwekt, zonder slijmopgave.
Laryngo-tracheitis, hoest buitengewoon uitputtend en schokkend, laat dag noch nacht rust, met pijn in hoofd, borst en abdomen door het schokken.
Grote zwakte, geringe catarrale verschijnselen. θ Influenza in het choleraseizoen.
Capillaire bronchitis ; blauw gezicht ; longoedeem, en grote vrees voor verstikking.
Bronchitis, vooral bij oude mensen ; voortdurend gerochel van slijm zonder het te kunnen opgeven ; uitputting, snelle, onregelmatige pols, en kleverige transpiratie aan het hoofd.
ADEMHALING [26]
Ademhaling zwak, onderbroken.
Kortademigheid bij geringe beweging, zelfs in huis ; > als hij stil zit.
Uiterst moeilijke en benauwende ademhaling ; schijnt in gevaar te zijn te stikken.
Overmatige zielsangst die de ademhaling doet stokken, met verlangen om rechtop te gaan zitten of uit bed te springen.
Beklemming op de borst bij hoesten.
Samentrekkend spasme van de borst.
Astma : bij vochtig, koud weer ; vroeg in de ochtend ; > bij het achteroverwerpen van het hoofd ; neiging tot beweging ; koud zweet van het bovenlichaam ; chronische gevallen.
Koude adem. θ Cholera.
HOEST [27]
Hoest : droog, kriebelend na lopen in scherpe, koude lucht ; droog, krampachtig, reutelend, maar er komt niets los ; diep, hol, klinkend, kinkhoestachtig, veroorzaakt door kieteling in de laagste vertakkingen van de bronchiën, opgeven van geel, taai, kleverig slijm met bittere, zoutachtige, zure of verrotte smaak ; krampachtig, met cyanose, koud zweet ; met bloedspuwing ; na grote inspanning ; luid blaffend, bij hysterie ; hol, schoksgewijs, met snijdende pijn in het abdomen ; met blauwheid van het gezicht, met onwillekeurige mictie ; < 's morgens en laat in de avond tot 12 P. M. ; bij het binnengaan van een warme kamer ; bij warm worden in bed ; < bij weersverandering ; door het eten en drinken van koude dingen, vooral water, met huilen en ergernis.
Krampachtige hoest, met hevig branden en droogheid in mond en fauces ; langdurige slapeloosheid ; angst in de precordiale streek ; prikkelbaarheid van de zintuigen. θ Mazelen.
Zuigeling, huid zeer heet ; koud zweet op het voorhoofd bij het hoesten ; ogen half open tijdens de slaap.
Kieteling, met gevoel van vernauwing in de keel ; beklemming, misselijkheid, braken van voedsel en slijm na het hoesten.
Kinkhoest : krampstadium ; grote uitputting, kinderen komen na een paroxysme niet weer op krachten en zijn geneigd het hoofd ergens tegenaan te leunen ter ondersteuning ; koorts, met koud zweet, vooral op het voorhoofd ; hevige dorst ; kleine, snelle pols ; urinelozing bij het hoesten ; hoest houdt op bij liggen en keert terug bij opstaan ; aanvallen uitgelokt door het binnengaan van een warme kamer of door het drinken van koud water ; gezicht bleek en ingevallen ; onrust en angst ; braken van taai, dun slijm ; epidemisch in herfst en lente.
BORST, INWENDIG, EN LONGEN [28]
Beklemming van de borst.
Drukkend gevoel in de streek van het borstbeen na eten en drinken.
Voortdurend reutelen van slijm, maar kan niet ophoesten ; kleverig zweet rond het hoofd ; zwak ; vaak onregelmatige pols ; bronchitis bij oude mensen.
Capillaire bronchitis ; livide gezichtskleur, blauwe nagels, koude extremiteiten en onstuimige onregelmatige samentrekkingen van het hart ; koud zweet op het voorhoofd bij hoesten ; ogen halfopen tijdens de slaap.
Acute bronchiale catarrh bij emphysemateuze personen.
Reutelen in de longen, vrees voor verstikking ; schuimig, sereus sputum ; blauw gezicht ; oedeem van de longen.
Stekende pijnen in de zijden van de borst.
Croupeuze pneumonie ; pneumonie treedt op in de loop van kinkhoest.
Diaphragmitis en peritonitis met braken.
HART, POLS EN BLOEDSOMLOOP [29]
Hevige hartkloppingen, met chorea.
Hevige, zichtbare, angstige hartkloppingen met flauwvallen.
Stormachtige, onregelmatige samentrekkingen van het hart, voorbode van verlamming. θ Capillaire bronchitis.
Intermitterende hartwerking bij zwakke personen, met enige belemmering van de levercirculatie.
Hartkloppingen bij de anemische; nerveuze; doodsangst, benen koud; moeilijke ademhaling; > in rust of liggend; met angst en snelle, hoorbare ademhaling; 's nachts; met prostratie of flauwvallen; drijft uit bed.
Angina pectoris; periodieke aanvallen van pijn in de linkerborst, of snijdende pijn, met overmatige doodsangst die uitstraalt naar de schouders; algemene prostratie, huid koud en klam; ademhalingsmoeilijkheden; verstikkende beklemming van de borst, zo benauwend dat hij zweet van angst; algemene prostratie; krampen in de ledematen; huid koud en klam.
Pols: frequent, klein, hard; langzaam, zacht, intermitterend; langzamer dan de hartslag; zeer klein, onregelmatig; onvoelbaar.
Het bloed stroomt als koud water door de aderen.
Grote activiteit van het arteriële systeem.
NEK EN RUG [31]
Spieren van de nek schijnen verlamd.
Nek te zwak om het hoofd overeind te houden. θ Kinkhoest.
Aanhoudende pijn in de schouders, sinds tien jaar bestaand, zich vandaar uitstrekkend naar het achterhoofd en de armen, < door beweging en bij vochtig weer. θ Myalgie.
Rheumatisme tussen de schouderbladen, zich uitstrekkend van de nek tot de lendenen; brandend gevoel langs de wervelkolom.
Myelitis; pijnlijke, paralytische zwakte in bovenste en onderste ledematen; tintelingen in de vingers, die angst veroorzaken; pijnlijke schokken in de ledematen; elektrische schokken in de ledematen, < in bed, gaat rechtop zitten met de benen buiten het bed, of moet rondlopen.
Beurs gevoel in de sacrale streek.
BOVENSTE LEDEMATEN [32]
Neuralgie in de plexus brachialis, alsof deze geslagen of beurs was.
Elke ochtend om 4 of 5 uur uit de slaap gewekt door hevige, onbeschrijfelijke pijnen in de armen; zij voelen alsof zij beurs of gebroken zijn, de pijnen strekken zich uit van schouder tot pols, hij kan de arm nauwelijks bewegen; de pijn houdt aan zolang hij in bed ligt, verdraagt geen bedekking; > opstaan en rondlopen; trillen van de arm de rest van de dag, vooral links; < bij slecht weer, in lente en herfst; sinds drie jaar bestaand. θ Neuralgie in de plexus brachialis.
De armen voelen koud aan bij het opheffen; voelen alsof zij te vol en gezwollen zijn.
De arm trilt wanneer iets wordt vastgegrepen.
Pijn in het midden van de linkeronderarm, alsof de beenderen werden samengedrukt.
Tintelingen in handen en vingers, veroorzakend angst. θ Myelitis.
Kriebelen in de handen alsof zij "slapen".
Handen ijskoud, blauw.
Rimpelvorming van de huid van handen en vingers. θ Cholera.
ONDERSTE LEDEMATEN [33]
Hevige coxalgie, die elke ochtend omstreeks 4 uur opkomt.
Scheurende pijn in het linkerbeen van de dij tot de tenen ; veelvuldige schokken daarin ; been gevoelig bij aanraking, op andere tijden koud en gevoelloos ; veelvuldige onrust in het been ; pijn < 's nachts, nadat men enige tijd in bed heeft gelegen, moet opstaan en het been over de rand van het bed laten hangen, of rondlopen ; ook het rechterbeen is aangedaan, maar in mindere mate.
Schokken in de rechterheup.
Elektrische schokken in de ledematen ; < in bed, moet rechtop gaan zitten en de benen buiten het bed laten hangen of moet rondlopen ; rheumatisme. θ Myelitis.
Het lopen is zeer moeilijk ; als bij verlamming, verplaatst de klacht zich van de rechter- naar de linkerheup (of bij patiënten van links naar rechts).
Beven van de ledematen ; spasmen ; daarna grote zwakte.
Volledige musculaire prostratie ; snelle uitputting van de krachten ; zakt ineen, volledig uitgeput ; grote bleekheid van het gezicht.
Hevige krampen in de ledematen.
Tijdens vochtig weer pijn in de benen, < door de warmte van het bed, > door heen en weer te lopen.
Benen stijf in de voormiddag en bij het staan ; rheumatisme ; afwisselend warm en koud, hoofd heet ; verkoudheid.
Pijn in de scheenbenen alsof zij gebroken waren.
Krampen in de kuiten. θ Cholera.
Pijn in de voeten, vooral in de knieën, alsof zware stenen aan de delen waren vastgebonden ; moet zich bewegen voor verlichting.
Plotselinge zwelling van de voeten ; zij zijn koud en anasarcatisch gezwollen.
Voeten ijskoud.
Zeer koude voeten, met koliek.
Voorbijgaande stekende pijn in de tenen van de rechtervoet, tijdens het staan.
LEDEMATEN IN HET ALGEMEEN [34]
Ledematen slapen in, ook bij liggen.
Pijnlijke, verlammende zwakte in de ledematen.
Verlamming van de ledematen.
Pijn in de ledematen, alsof uitgeput door overmatige vermoeidheid.
Pijn in de ledematen, < tijdens vochtig koud weer ; < in de warmte van het bed ; > bij op en neer lopen.
Nagels blauw ten gevolge van koude.
RUST. HOUDING. BEWEGING [35]
Rust : hartkloppingen >.
Horizontale ligging : braken > ; betrekkelijk welbevinden.
Liggen : hoest houdt op ; hartkloppingen > ; ledematen slapen in.
Zitten : stilzitten, ademhaling > ; met de benen buiten het bed hangend, myelitis, schokken in de ledematen.
Bukken : hoofdpijn < ; bloedaandrang naar het hoofd.
Staan : stijfheid in de benen ; stekende pijn in de tenen van de rechtervoet.
Beweging : hoofdpijn < ; de minste veroorzaakt misselijkheid en braken ; snijdende pijn in de maag < ; kortademigheid ; neiging tot astma ; neuralgie in de armen < ; zwakte <.
Opstaan : zwarte vlekjes of stipjes voor de ogen ; hoest <.
Verlangen om rechtop te gaan zitten of uit bed te springen : astma.
Loopt dubbelgebogen rond : invaginatie.
Het hoofd heffen : veroorzaakt braken.
De armen heffen : zij voelen koud aan.
Lichamelijke arbeid : diarree <.
Het hoofd achterover werpen : astma >.
Grijpen : de arm beeft.
Jaagt uit bed : hartkloppingen ; schokken in de ledematen, myelitis.
Na het uit bed komen : koude rilling >.
Lopen : moet rondlopen; daardoor > schokken in de ledematen ; neuralgie in de armen > ; neuralgie in de benen > ; zeer moeilijk, alsof de heup verlamd is ; > pijn in de voeten en knieën.
Inspanning : de minste veroorzaakt flauwvallen ; veroorzaakt hoest ; veroorzaakt zweet.
ZENUWSTELSEL [36]
Nerveus, alsof zij zou moeten wegvluchten.
Flauwte ; valt flauw van de geringste inspanning of door lichte pijn.
Snelle inzinking van de krachten ; volledige prostratie ; koud zweet en koude adem ; collaps.
Algemene zwakte, met blauwe handen en koude voeten.
Overmatige zwakte ; is genoodzaakt zich zeer langzaam te bewegen ; zo zwak dat zij haar hand nauwelijks kan optillen, en elke beweging de zwakte lijkt te vermeerderen ; zelfs een stoelgang veroorzaakt grote zwakte ; zeer zwakke, bijna onmerkbare pols ; koud zweet, vooral op het voorhoofd ; dorst naar ijskoud water.
Plotselinge inzinking van de krachten.
Overmatige zwakte na misbruik van Cinchona.
Kind zwak, met een soort hectische toestand. θ Kinkhoest.
Moet gaan liggen ; zielsangst ; koud zweet op het voorhoofd wanneer hij opstaat.
Extreme collaps, koude van de huid, klam zweet, bleek gezicht, ingevallen ogen, grote dorst, braken en purgeren van bijna kleurloze vloeistof ; gevoel van intense zwakte.
Chronische zwakte ; beven van het hele lichaam.
Beven ; schoktrekkingen ; spasmen ; convulsies.
Tetanische stijfheid van het lichaam.
Convulsies : puerperaal ; veroorzaakt door religieuze opwinding ; hysterisch ; bij kinderen ; angst, bleek gezicht, koud zweet op het voorhoofd ; hoest ervoor of erna ; syncope na spasmen ; met cyanose.
Tonische spasmen met samentrekking van de handpalmen en voetzolen.
Kan zichzelf niet aankleden ; voortdurende trekkingen en dwaze bewegingen ; de benen trekken zelfs in de slaap ; kan niet lopen ; braakt voedsel ; huilt om de minste kleinigheden.
Koud als ijs ; adem koud ; tong koud ; grote zwakte ; vertrokken gezicht ; uitdrukking van ontzetting. θ Shock door letsel.
Verlamming : na cholera ; door uitputtende verliezen.
Slaap [37]
Geeuwen.
Slaperigheid.
Ononderbroken slaap gedurende drie dagen. θ Buiktyfus.
Slaperig, schrikt op alsof verschrikt, wat het inslapen verhindert; daarna volgt koorts.
Armen boven het hoofd uitgestrekt, kreunen tijdens de slaap.
Nachtelijke angst en slapeloosheid.
Dromen: van verdrinken; dat hij door een hond wordt gebeten en niet kan ontsnappen; dat hij wordt opgejaagd; van rovers, met verschrikt ontwaken en de vaste gedachte dat de droom waar is.
TIJD [38]
Om 4 uur 's morgens : oprispingen.
Tegen de ochtend : hoofdpijn > ; diarree >.
Ochtend : bij het ontwaken de ogen niet kunnen openen ; oogleden schenen aan de oogbol vast te kleven ; diarree ; trekkingen en schokken van de ledematen ; hoofdpijn tijdens de menstruatie ; astma ; hoest < ; zweet ; koude rilling.
Voormiddag : stijfheid in de benen.
Vanaf het opstaan tot 10 uur 's morgens : diarree <.
Van 10 uur 's morgens tot 3 uur 's middags : diarree >.
Namiddag : krampende buikpijn.
Van 3 tot 9 uur 's middags : darmneuralgie.
Om 4 uur 's middags : darmneuralgie.
Om 5 uur 's middags : hoofdpijn op de kruin.
Avond : angst ; remitterende koorts < ; laat op de avond, hoest < ; hitte ; zweet.
Nacht : vloeken en huilen : kreunen en zuchten ; hoofdpijn, beginnend in de namiddag ; in de slaap, neusbloeding ; delier, remitterende koorts ; druk in de maag < ; in de zomer plotselinge diarree ; cholera morbus < ; baarmoederaandoening < ; hemeralopie ; hartkloppingen ; zweet.
TEMPERATUUR EN WEER [39]
Open lucht : na inspanning, boulimie.
Warmte : verlicht prosopalgie niet ; warmte van het bed, hoest < ; warmte van het bed, neuralgie in het been <.
Warme kamer : bij het binnengaan, hoest <.
Hete dag : het drinken van koud water veroorzaakt diarree.
Heet weer : diarree ; scarlatina.
Koude : bij eten en drinken, hoest <.
In snijdende, koude lucht : droge, kriebelende hoest.
Koud, vochtig weer : reumatische oftalmie ; astma.
Vochtig weer : neuralgie in het aangezicht.
Nat weer : pijnen in de ledematen.
Slecht weer : neuralgie in de armen.
Weersverandering : hoest <.
KOORTS [40]
Rillingen en koude : meestal uitwendig, met inwendige hitte en koud, klam zweet ; neerwaarts trekkend ; schuddende rilling met zweet, die spoedig overgaat in algemene koude ; bij zuigelingen ; met verlangen naar koude dranken.
Rilling verergerd door drinken ; > na het uit bed komen.
Het gehele lichaam ijskoud.
Rilling en hitte afwisselend, nu hier dan daar, in afzonderlijke delen.
Inwendige gewaarwording van rillerigheid, van het hoofd tot de tenen lopend.
Koude huid ; koud, klam zweet.
Gezicht koud, ingevallen.
Koude over de rug.
Extremiteiten koud.
Hitte : van het hoofd ; en roodheid van het gezicht ; meestal inwendig, met dorst maar zonder verlangen te drinken ; 's avonds, met zweet ; stijgt op ; afwisselend met rillerigheid.
Zweet : overvloedig ; 's morgens, 's avonds of de hele nacht ; bij iedere ontlasting ; koud, klam ; stinkend ; bitter riekend ; geel kleurend ; met doodsbleek gezicht ; algemeen, koud, < op het voorhoofd ; door de geringste inspanning.
Wisselkoorts, vaak pernicieus, tijdens cholera ; ook na misbruik van kinine.
Dagelijkse wisselkoorts, de rilling duurt een uur, met blauwheid van de nagels, daarna hitte vermengd met rillerigheid, ten slotte algemeen overvloedig koud zweet ; dorst tijdens de koorts en vooral tijdens het zweten ; misselijkheid ; bitter braken ; diarree ; urine donker, met baksteenrood bezinksel.
Verscheidene rillingen om de andere dag ; de rilling begint met koude in het abdomen, die zich van daaruit over het hele lichaam uitbreidt ; frequente ontlasting, dun en waterig ; de koude werd algemeen, maar zonder beven ; ademhaling benauwd en moeizaam ; de ontlasting werd bloederig, ten slotte liep er gestadig niets dan zuiver bloed uit de darmen ; bloedbraken, een deel van de tijd was het bloed dun en helderrood, later donker en dik ; de uitputting was overmatig ; spraakloosheid ; de rilling duurde acht uur en de patiënt scheen op het punt van sterven.
Een jongen, æt. 12, had sedert twee maanden wisselkoorts ; eerst om de andere dag een rilling, nu elke dag, afwisselend zwak en sterk ; rillingen met dorst gedurende een half uur, gevolgd door hitte, die enige uren aanhoudt, met droge hoest en hoofdpijn ; transpiratie overvloedig, met dorst ; kort nadat de rilling inzet valt de patiënt in slaap ; tijdens het hete stadium gaat de slaap over in coma, waaruit hij af en toe ontwaakt en om drinken vraagt ; gedurende de gehele koortsvrije tussentijd slaapt en drinkt hij veel, maar heeft weinig eetlust.
Wisselkoorts die vroeg in de ochtend opkomt.
Na de rilling geen hitte, maar zweet.
Pernicieuze wisselkoorts ; collaps tijdens de rilling.
Gallige koorts ; krampen in de maag ; verstopping ; koliek ; neerslachtigheid ; wanhoop.
Reumatische koorts, met overvloedig zweet, grote zwakte, diarree.
Tyfoïde vormen van koorts, vooral in het choleraseizoen ; ook wanneer de levenskrachten plotseling inzakken ; koud zweet ; coma ; braken en waterige diarree ; blauwachtig gezicht ; spitse neus ; gerimpelde huid.
Een jongen, æt. 5, lag op zijn rechterzijde ; opgewonden, spraakzaam ; antwoordde soms duidelijk, dan weer onsamenhangend ; delirerende spraak of gekerm ; gooide het beddegoed van zich af ; hoofd heet, voeten en lichaam koel ; hield van koel water op het hoofd ; huid droog ; een rode vlek op abdomen en nek kwam en ging ; abdomen vol maar niet hard ; de ontlasting was pijnlijk geweest, nu pijnloos, kleikleurig, dun, overvloedig, frequent ; sinds tien dagen braakt hij alles onmiddellijk uit, maar heeft honger terwijl hij misselijk is ; dorst, plotseling en af en toe ; tong droog, dik beslagen, wit, de papillen vooruitstekend ; slijm in de mond en op de tanden, kleverig, donker.
Gele koorts ; gastro-hepatisch type, met dunne zwartachtige of gelige diarree ; dun, zwartachtig of gelig braken van gal of bloed ; brandend gevoel in de maag ; lippen en tong droog, bruin en gebarsten ; koud zweet op het voorhoofd ; grote uitputting en kleine, intermitterende pols ; gezicht gelig, blauwachtig, koud, met zweet bedekt ; ogen dof, geel, waterig ; doofheid ; moeite met slikken ; hik ; dorst ; koude handen en voeten ; beven, krampen ; coma ; bewusteloosheid, delier ; duizeligheid ; vrees, neerslachtig, rusteloos.
AANVALLEN, PERIODICITEIT [41]
Intermitterend : frontale neuralgie ; darmneuralgie.
Geleidelijk : pijn die vanuit het epigastrium naar de flanken en de rug uitstraalt.
Om de paar minuten : darmneuralgie.
Om de vijftien minuten : braken.
Gedurende twee uur : braken en hevige ontlastingen bij cholera.
Gedurende acht uur : koude rillingen.
Elke ochtend om 4 of 5 uur : pijn in de armen ; coxalgie.
Elke dag : koude rillingen.
Om de andere dag : remitterende koorts ; koude rillingen.
Gedurende drie dagen : ononderbroken slaap.
Gedurende twee weken : pijn in de hypogastrische streek.
Gedurende drie weken : diarree.
Gedurende zes maanden : pijnloze diarree.
Gedurende tien maanden : uitputting met diarree.
Gedurende bijna twee jaar : braken na de maaltijden.
Gedurende enkele jaren : ochtenddiarree.
Gedurende tien jaar : myalgie.
In de herfst en de lente : kinkhoestepidemieën ; neuralgie in de armen.
LOKALISATIE EN RICHTING [42]
Links : het hoofd valt neer wanneer men hem opricht ; prosopalgie, oog bloeddoorlopen ; vonken voor het oog ; neuralgie in de darmen < ; brandende pijn onder de ribben ; hevige pijn in het hypochondrium ; pijn op de borst ; pijn in de onderarm ; scheurende pijn in het been.
Rechts : alsof een pluk haar geëlektriseerd was ; neuralgia palpebraris ; epistaxis ; aangezichtsneuralgie ; hypochondrium gespannen, gevoelig voor druk ; schokken in de heup ; stekende pijnen in de tenen.
Van links naar rechts : aangezichtsneuralgie.
GEWAARWORDINGEN [43]
Alsof zij zwanger was of in barensweeën verkeerde ; alsof hij een slecht geweten had of een misdaad had begaan ; alsof alles in een kring ronddraaide ; alsof er een klomp ijs op de kruin lag ; alsof de hersenen aan stukken werden gescheurd ; alsof het hoofd zou barsten ; alsof er tegelijk warmte en koude op de hoofdhuid waren ; alsof een pluk haar geëlektriseerd was ; oogleden alsof ze rauw gewreven waren ; alsof er zout tussen het bovenooglid en de oogbol zat ; alsof de binnenzijde van de oogleden te droog was ; alsof honderden fijne naaldpunten in de oogleden werden gestoken ; alsof de oren verstopt waren ; alsof de neus droog was ; tanden voelen alsof ze met lood gevuld zijn ; alsof de tong te zwaar was ; koelte, als van pepermunt in de mond ; alsof er stof in de keel zat ; alsof de mond met slijm bekleed was ; alsof iets levends vanuit de maag naar de keel opsteeg ; als bij vraatzuchtige honger, pijn in de maag ; uitstralende pijn, vanuit het abdomen ; beklemming ter hoogte van het hart en het epigastrium ; zinkend en leeg gevoel in het abdomen ; alsof messen de darmen doorsneden ; alsof er hete kolen in het abdomen waren ; knijpend, als met een nijptang in het abdomen ; alsof de darmen in een knoop gedraaid waren ; alsof koud water door de aderen liep ; armen alsof ze beurs of gebroken waren ; alsof er op de beenderen van de linkeronderarm werd gedrukt ; alsof de armen te vol en gezwollen waren, en koud aanvoelden bij het opheffen ervan ; alsof de handen ingeslapen waren ; alsof een zware steen aan voeten en knieën was vastgebonden ; ledematen doen pijn alsof zij door overmatige vermoeidheid uitgeput waren ; alsof zij zou moeten wegvliegen.
Pijn : onder de schouderbladen ; in de leverstreek ; in de schouders ; in de scheenbenen, alsof ze gebroken waren.
Intense pijn : in de armen, maakt wakker uit de slaap, om 4 of 5 A. M.
Hevige pijn : in de heup, 4 A. M.
Ernstige pijn : in de maag, een uur na het eten ; in het linker hypochondrium ; in het colon descendens.
Stekende pijn : in de hypogastrische streek.
Snijdend : in het abdomen ; koliek ; in de maag ; in de linkerborst.
Scheurend : in de ogen ; in het gezicht ; in de wangen, slapen en ogen ; in de benen ; in het linkerbeen van dij tot tenen.
Steken : in de onderkaakklier ; in de achterwand van de uterus ; in de zijkanten van de borst ; in likdoorns.
Stekend : in de tenen van de rechtervoet.
Prikkend : in vingers en tenen vóór bewusteloosheid.
Brandend : in de hersenen ; in mond en keel ; in de maagkuil ; in de maag en de slokdarm ; in het abdomen ; onder l. ribben ; koliek ; in de anus ; in het rectum.
Zeurende pijn : in de darmen.
Beurs gevoel : in de hersenen ; in de sacrale streek.
Trekkend : in het gezicht ; in de vingers.
Druk : in de hersenen ; op de kruin ; in de ogen ; in de maagkuil ; in de leverstreek ; in de streek van het borstbeen ; in de beenderen van de linkeronderarm.
Grijpende pijn : in het abdomen, boven en onder de navel.
Wringend : koliek.
Neuralgische pijn : in het hoofd ; in het gezicht ; in de darmen ; in de plexus brachialis.
Reumatische pijn : tussen de schouderbladen ; in de ledematen.
Gevoeligheid : van het hoofd ; van de oogleden ; alsof ze rauw gewreven waren.
Schrapend : in de keel.
Ruwheid : in de keel.
Knijpend : koliek.
Krampen : in de kuiten, voeten en vingers ; in de darmen ; in de kauwspieren ; in de dijen.
Krampachtige pijn : in het epigastrium.
Snoerend gevoel : van de keel ; in de darmen ; in de borst ; van het strottenhoofd.
Verstikking : bij het slikken.
Verstikkend : met braken.
Stijfheid : van de nek ; van de oogleden ; van de kauwspieren.
Kloppend : hoofdpijn ; tandpijn ; in de rechter slaap.
Uitzetting : in de keelholte ; in de maagkuil.
Volheid : van de maag en de darmen.
Zwaar gevoel : van het hoofd ; van de oogleden ; in de tanden ; in de tong.
Spanning : in het abdomen.
Tinteling : in de ledematen ; in de vingers ; in de handen ; overal.
Kriebeling : in de luchtpijp ; in de bronchiën, de onderste vertakkingen ; in de keel.
Kruipend gevoel : in de handen.
Zwakte : in de maag ; in het hypogastrium.
Trillen : in de maag.
Flauwte : met misselijkheid.
Zinkend gevoel : in het abdomen ; tijdens of na de stoelgang.
Warmte : in vingers en tenen, vóór bewusteloosheid.
Hitte : in de ogen ; in de anus ; overal.
Koude : in de mond ; in de keel ; in de maag ; in het abdomen.
Rillerigheid : van het hoofd naar de voeten trekkend.
Droogheid : van de oogleden ; van mond en gehemelte ; in de keel ; van de keelbogen.
WEEFSELS [44]
Snelle uitputting van de levenskrachten; collaps.
Hele lichaam en gezicht bleek; koud zweet.
Huid en spieren slap.
Pyemie.
Anasarca; braken, purgeren, grote uitputting.
Krampen in de ledematen.
AANRAKING. PASSIEVE BEWEGING. VERWONDINGEN [45]
Aanraking: abdomen pijnlijk.
Druk: ooglidneuralgie < door de geringste druk; linker hypochondrium gevoelig.
Geringe verwondingen: veroorzaken flauwvallen.
Shock na letsel.
HUID [46]
Huid blauw, purper, koud ; gerimpeld ; blijft in plooien staan wanneer men erin knijpt.
Huid loodkleurig, koud ; pols draadvormig ; slaperig en rusteloos.
Uitslag over het hele lichaam, of in het gezicht en op de handen.
Droge erupties als bij schurft.
Afschilfering van verharde of verdikte huidgedeelten.
Erysipelas.
Branden na het krabben.
Hitte en tintelingen over het gehele lichaam.
Jeuk en invretende jeuk.
Hevige stekende pijnen in likdoorns tijdens het zitten.
Huid anemisch, of cyanotisch.
Mazelen die traag doorzetten en bleek zijn ; huid loodkleurig ; bloedingen, maar zonder verlichting ; slaperig ; zwak ; koud ; draadvormige pols ; krampachtige pols en braakneigingen.
Scarlatina in hete zomerhitte ; eruptie blauwachtig ; pols zwak ; brandende hitte van de ledematen, afwisselend met koudheid.
Zweren blauwachtig, hard, verhard, jeukend, pijnloos, maar met roodheid van de areola ; etter schaars.
LEVENSFASE, CONSTITUTIE [47]
Kinderen en bejaarden.
Anemie.
Magere, cholerische of melancholische personen.
Jonge mensen en vrouwen met een sanguinisch of nerveus-sanguinisch temperament; ook personen die gewoonlijk kouwelijk zijn en bij wie de vitale reactie tekortschiet; opgeruimd karakter; grillige stemming.
Jongen, æt. 6 maanden, ondervoed, huilerig, sinds vijf weken lijdend aan kinkhoest; spasmus glottidis.
Kind, æt. 9 maanden; spasmus glottidis.
Zuigeling, æt. 9 maanden; cholera infantum.
Jongen, æt. 11 maanden; meningitis.
Meisje, æt. 15 maanden; cholera morbus.
Jongen, æt. 3, sinds drie weken lijdend; diarree.
Meisje, æt. 5; cholera.
Jongen, æt. 5; buiktyfus.
Jongen, æt. 9, na buiktyfus; boulimie.
Jongen, æt. 9; braken.
Meisje, æt. 11, heeft wisselkoorts gehad; neuralgie van de ingewanden.
Jongen, æt. 12; wisselkoorts.
Jongen, æt. 13; diarree.
Meisje, æt. 15, teer uitziend; chorea.
Meisje, æt. 17; cholera.
Meisje, æt. 18, sterk, bleek, slank; prosopalgie.
Meisje, æt. 19, al verscheidene jaren ziekelijk; dysmenorroe en hemeralopie.
Jodin, æt. 20, overige familieleden op soortgelijke wijze aangedaan; plica polonica.
Juffrouw ---, æt. 20; diarree.
Vrouw, æt. 21, drie maanden ziek; gastralgie.
Letterzetter, æt. 24, mager, bleek, aardse gelaatskleur; colicodynie.
Juffrouw B., æt. 26; krankzinnigheid.
Mevrouw C., æt. 26, lichte teint, zachtaardig; krankzinnigheid.
Man, æt. 29; manie.
Vrouw, æt. 30, twee weken tevoren bevallen; krankzinnigheid.
Vrouw, æt. 30; krankzinnigheid.
Vrouw, æt. 30, krankzinnigheid.
Vrouw, æt. 30, nerveus; prosopalgie.
Man, B., æt. 30; leeg gevoel in de buik.
Man, æt. 30; wisselkoorts.
Boerin, æt. 32; manie.
Man, æt. 32, sterk, sinds drie jaar lijdend; pijn in de armen.
Juffrouw ---, æt. 33; manie.
Vrouw, æt. 34, een week ziek; dyspepsie.
Vrouw, æt. 36, sinds acht dagen lijdend; krankzinnigheid.
Man, æt. 36, teer, na een koude drank zes maanden tevoren; diarree.
Vrouw, æt. 38; krankzinnigheid.
Vrouw, æt. 40; braken.
Vrouw, æt. 40, vijf weken ziek; dyspepsie.
Vrouw, æt. 43, sinds het uitblijven van de menstruatie al drie jaar lijdend; braken.
Vrouw, æt. 44, zes maanden ziek; dyspepsie.
Vrouw, æt. 47, zwak, vermagerd; koliek.
Man, æt. 50, lijdend aan rheumatisme en aambeien; keelaandoening.
Man, æt. 50; maagstoornis.
Man, æt. 50; cholera morbus.
Vrouw, æt. 54; gastrodynie.
Vrouw, æt. 55, zes jaar ziek; dyspepsie.
Vrouw, æt. 56, van middelmatige lengte, zwak, jichtig; koliek.
Man, æt. 60, molenaar; krankzinnigheid.
Man, æt. 60; invaginatie van de darm.
Vrouw, æt. 60, na schrik; diarree.
Koopman, æt. 62, sterk, goed gevoed, leidt een leven vol opwinding en zorgen; boulimie.
Juffrouw F., tien maanden ziek; diarree.
Oude dame, klein, mager, zwak, is slechthorend en heeft een spraakgebrek; ischias.
RELATIES [48]
Antidotum: Acon., Camphor., Cinchon., Coffea.
Het werkt als antidotum voor: Arsen., Cinchon., Cuprum (koliek), ferrum, Opium, en neemt de nadelige gevolgen van alcohol en tabak weg.
Compatibel met: Arsen., Arnic., Cinchon., Cuprum, Ipec.