Phosphorus
van Constantine Hering — De leidende symptomen van onze Materia Medica
Opgewonden verbeelding ; zoömagnetische toestand ; extase ; helderziendheid.
Het gemoed is overactief ; grote stroom van gedachten, moeilijk te ordenen.
Geheugen in het algemeen snel.
Prikkelbaarheid van geest en lichaam ; uitgeput door de geringste onaangename indruk.
Elke levendige indruk wordt gevolgd door warmte, alsof men in heet water was ondergedompeld.
Prikkelbaar, gemakkelijk vertoornd, heftig, waaronder hij later lijdt.
Angstig : vol sombere voorgevoelens ; alsof zij ging sterven ; over de afloop van haar aandoening ; en onrustig ; in de schemering ; wanneer zij alleen is ; over de toekomst ; tijdens onweer ; met hartkloppingen ;
alsof het onder haar linkerborst zat, zo pijnlijk dat haar hele lichaam trilde, soms met bittere oprispingen en hartkloppingen ; en onrustig met veel zweet op het voorhoofd en hitte van het hoofd ; beklemming.
Vrees en angst : in de avond ; voor de dood ; alsof er uit elke hoek iets kwam gekropen ; laat in de avond alsof een afschuwelijk gezicht uit elke hoek keek.
Psychische neerslachtigheid en een hoogst ongewone vreesachtigheid of schuwheid, met sterk gevoel van vermoeidheid.
Grote afkeer van geestelijke of lichamelijke inspanning.
Geen vermogen tot geestelijk werk, gedachteloosheid, alsof hij geen enkele gedachte kon vatten ; tegenzin om te studeren of te converseren ; trage gedachtegang, verstrooidheid.
Niet in staat zijn zinnen bijeen te krijgen, 's morgens bij het opstaan ; hoofd duizelig, zwaar, pijnlijk, alsof hij 's nachts met het hoofd te laag had gelegen.
Bij nadenken : hoofdpijn en dyspnoe ; gevoel van angst in de maagkuil ; zwak gevoel in het hoofd.
Apathie : onverschillig zelfs tegenover zijn eigen kinderen ; beantwoordt geen vragen, of antwoordt verkeerd ; sloeg geen acht op de dingen om hem heen, maar zijn antwoorden waren steeds juist ; antwoordt langzaam, beweegt zich traag.
Leek vele dagen lang stom en versuft.
Stupor, delier, grijpen naar pluksel.
Droefheid en angst, regelmatig terugkerend in de schemering ; door nerveuze uitputting.
Houdt er niet van alleen te zijn.
Levensmoe ; vol sombere voorgevoelens.
Somber, zwijgzaam, verdrietig en peinzend.
Neerslachtigheid ; dacht dat hij zou sterven.
Hypochondrie ; droefheid afwisselend met vrolijkheid en lachen ; bezorgd over de eigen gezondheid ; aanvallen van zielsangst, wanneer hij alleen is of bij stormachtig weer, met vreesachtige aard ; zei herhaaldelijk tegen de omstanders dat hij onmogelijk kon herstellen, en gaf enkele verwarde
aanwijzingen over zijn zakelijke aangelegenheden.
Melancholie, barst in tranen uit ; of met aanvallen van onwillekeurig lachen.
Hysterische afwisseling van lachen en huilen.
Verhoogde geslachtsdrift ; erotische melancholie.
Schaamteloosheid ; ontbloot zich en wil naakt rondlopen, alsof zij krankzinnig is.
Vernielt alles wat in haar handen komt ; spreekt op heftige, bevelende toon ; spuwt naar de verpleegster, tilt haar kleren op en kust hartstochtelijk allen die bij haar in de buurt komen ; doet dingen verkeerd en spreekt onsamenhangend ; tong witachtig ;
slapeloosheid ; menstruatie schaars, bleek en waterig.
Delier : spraakzaam ; gewelddadig, aanvankelijk afwisselend met tussenpozen van bewustzijn, later onderbroken ; erotisch met tekenen van sterke opwinding van de geslachtssfeer ; gewelddadig, vergat te urineren ; ademhaling zeer moeilijk, pols zeer klein, huid droog, tong bruin ; meende dat hij uit verscheidene stukken bestond en de delen niet goed passend bij elkaar kon krijgen.
Krankzinnige delieren bij een jonge vrouw die streng zedelijk was en ongelukkig in de liefde ; beschuldigde zichzelf van de meest obscene daden, waaraan zij zich nooit had schuldig gemaakt ; gelijktijdige hysterische lach- en huilbuien.
Delirium tremens : toenemende uitputting ; pols frequent, zacht, bevend, intermitterend ; huid koel, klam, vochtig ; ademhaling snel, reutelend, blazend ; adem koel ; stupor met mompelen ; spiertrekkingen ; schokken ;
singultus ; beven van de tong ; moeilijk slikken ; reutelend geluid bij het slikken ; grote nerveuze prikkelbaarheid ; wellust.
Chronisch alcoholisme : grote geestelijke en lichamelijke uitputting ; beven van de ledematen wanneer men ze probeert te gebruiken ; schokken van afzonderlijke spieren ; armen krachteloos ; benen verlamd ; duizeligheid met verlies van bewustzijn ; onverschilligheid zelfs tegenover de dierbaarste
vrienden ; vergeetachtig en suf, hij doet iets anders dan hij van plan was ; monomania de grandeur et de la richesse ; idiotie ; geneigd tot diarree, ontlasting en flatulentie ; droge, schilferige huid.
Manische aanvallen, optredend tijdens de slaap ; razernij en uiterste gewelddadigheid, zodat niemand hem durft te naderen ; vernielt alles in de kamer ; de ogen blijven gesloten ; na twee of drie uur gaat hij liggen en slaapt enkele minuten, herinnert zich bij het ontwaken niets.
Dementia paralytica ; hersenen zwak, uitgeput ; dwaasheid ; idiotie.
Psychische symptomen treden op na opwinding in het theater en zij wordt slapeloos ; daarna vol vrees, vooral aan de piano ; voortdurend op haar hoede alsof er iets gaat gebeuren ; hoort stemmen ; heet hoofd en gezicht ; seksuele dromen en hevige seksuele opwinding.
Mentale uitputting door geestelijke overbelasting en voortdurende overinspanning van de ogen.
SENSORIUM [2]
Viel plotseling bewusteloos op de grond, het leven scheen geweken ; pols en ademhaling verdwenen ; gezicht rood en evenals de rest van het lichaam koel bij aanraking ; reageerde niet op luid roepen ; wrijving bracht geen reactie teweeg en pas toen een naald
diep in de voetzool werd gestoken, trad een lichte trekking op ; na verdriet door teleurgestelde liefde. θ Beroerte.
Beroerte, grijpt naar het hoofd ; mond naar links getrokken.
Duizeligheid : verscheidene malen per dag ; wankelt bij het lopen zodat men haar voor dronken zou kunnen houden ; in de voormiddag tijdens het lopen draaide alles met haar rond ; alsof de stoel omhoogkwam ; alsof al het bloed naar het hoofd steeg ; met
geruis in de oren, bij het opstaan ; 's morgens voortdurend toenemend, als een zwaar drukkend gevoel naar beneden in het voorste deel van het hoofd ; met hoofdpijn ; zodra hij enige poging doet om op te staan ; bij het opstaan uit een stoel ; bij omhoog- of omlaagkijken ; bij het bewegen van het hoofd alsof hij zou vallen ;
's morgens, na het opstaan uit bed ; nerveus, door misbruik van narcotica, koffie ; met flauwte ; < na de maaltijden en 's morgens ; 's avonds in bed ; met congestie van bloed naar het hoofd, misselijkheid en drukkende hoofdpijn ; bij het opstaan in de ochtend met zwakte in de benen, zodat
zij enkele ogenblikken nadat zij uit bed zijn gekomen niet kunnen staan ; moeten enkele minuten gaan liggen voordat zij weer op de been kunnen zijn ; < tegen de avond en in de open lucht ; pijn in de rechterzijde van het hoofd na de aanval, kan niet op de linkerzijde liggen wegens hartkloppingen ; door overinspanning van
de ogen, met muscæ volitantes ; door geur van bloemen, gas, etherische oliën, terpentijn, met flauwte ; door verlies van vitale vochten ; gevolgd door misselijkheid en een drukkende pijn in het midden van de hersenen ; met verdoving en een gevoel alsof hij voorover zou vallen ; alsof
de stoel waarop hij zat omhoogkwam en alsof hij naar beneden keek ; met een leegtegevoel in het hoofd.
Grote zwaarte, verwardheid en sufheid in het hoofd.
Grote zwakte van het hoofd zodat zij het geluid van de piano niet kon verdragen.
Gevoel van uitputting en verbijstering in de hersenen, met duizeligheid en neiging om neer te vallen ; > in koele lucht.
HOOFD, INWENDIG [3]
In het voorhoofd : doffe pijn, tot in de neuswortel en de bovenoogleden, met duizeligheid, < bij draaien van het hoofd of enige heftige beweging ; > in de open lucht ; druk die zich tot in de ogen uitstrekt, alsof deze eruit gedrukt zouden worden ; drukkende hoofdpijn boven de ogen, zeurende zwaarte met verstopt gevoel in de neus, > in de open lucht ; hoofdpijn alsof een gewicht in de ogen naar beneden drukte ; zwaarte en kloppen bij het ontwaken, > door koud wassen, < bij bukken, soms de hele dag aanhoudend ; brandende hoofdpijn ; trekkende en borende pijn aan één zijde, uitstralend naar de beenderen van het gelaat en het wandbeen ; hoofdpijn bij lopen met hitte in het hoofd, tegenzin om op te staan of zich te bewegen ; gevoelloosheid en zeurende pijn, met zwakte in de sacrale streek ; hoofdpijn boven het linkeroog.
In de slapen : kloppende pijn ; pulsatie links.
Koude, krampachtige pijn aan de gehele linkerzijde van het hoofd.
Cephalalgie, sinds vijf jaar bestaand ; trad op met onregelmatige tussenpozen, maar meestal door bukken ; pijn schiet van de ene slaap naar de andere en trekt soms door tot in het achterhoofd, < aan de voorkant van het hoofd ; aanvallen voorafgegaan door wazig zien en gepaard gaand met een gevoel van misselijkheid ; de darmen een dag of wat los, en daarna een week verstopt ; het lijkt hem alsof het voedsel niet goed verteert ; eetlust zeer gering ; niets smaakt.
Hevige pijn in het gehele hoofd en in de ogen, < in het linkeroog, in de voormiddag of door bukken ; > tijdens eten, liggen en na het slapen.
Hevige pijnen in het hoofd als een soort verstomping, met bloedaandrang en pulsatie.
Vreselijke aanvallen van hoofdpijn door geestelijke arbeid, met zwakte en een gespannen gevoel in de ogen.
Een uur lang gedruis in het hoofd en het rechteroor ; < liggend op de linkerzijde ; > liggend op de rechterzijde, met hoofdpijn.
Hoofdpijn sinds vele jaren ; < in de linkerzijde, door het oog heen naar het achterhoofd, met misselijkheid ; flauw gevoel in de maagstreek ; tijdens de hoofdpijn altijd zeer hongerig ; aanvallen eenmaal per week, duurden van één tot drie dagen ; < om twaalf uur 's middags ; toenemend van de ochtend tot de middag, afnemend van de middag tot de avond.
Migraine : met pulsaties en branden vooral in het voorhoofd ; met misselijkheid en braken van de ochtend tot de middag ; < door muziek, tijdens kauwen en in een warme kamer.
Hemicranie : gelaat congestief ; voorhoofd of achterhoofd gezwollen ; aanraken van het gezwollen deel veroorzaakt de hevigste pijn ; eenzijdige, pulserende, drukkende, borende en brandende pijnen in de ene of de andere slaap, uitstralend naar voorhoofd, ogen en schedelkruin, met het gevoel alsof er pijnlijke knobbels onder de hoofdhuid zaten, pijnlijk bij aanraking ; een gevoel alsof de patiënt aan het haar werd getrokken, of alsof het hoofd door druk en volheid van de hersenen zou barsten ; de pijn verschijnt meestal 's avonds en 's morgens, met veelvuldig geeuwen en een opgezet gelaat, en waterige urine ; < door spreken, eten, in een warme kamer ; > in frisse lucht, door rust en slaap ; na de aanval overheerst matheid, en de patiënt is vatbaar voor nieuwe verkoudheden ; na elke aanval, die bijna elke week kwam en vierentwintig uur duurde, zag zij bleek en afgetrokken ; voelde zich zeer moe bij lopen of staan, en moest bij iedere inspanning rusten ; de extremiteiten voelden vele uren na een aanval koud aan en werden warm nadat zij enige tijd in bed was geweest ; zij is niet in staat een tot haar gerichte vraag dadelijk te beantwoorden.
Neuralgie : het hoofd moet dag en nacht warm ingepakt worden ; door anemie na bloedverlies en ernstige uitputtende ziekten ; door scrofuleuze of tuberculeuze (niet-syfilitische) exostosen.
Doffe, versuffende hoofdpijn.
Samendrukking en zwaarte van het hoofd met druk op de bovenoogleden, > door het gezicht met koud water te wassen en in de open lucht.
Hoofdpijn : om de andere dag ; begint tijdens nadenken ; met vermeerderde gevoeligheid voor geuren ; congestief, nerveus, hysterisch, door verdriet, boosheid, ergernis of misbruik van alcohol, of door overmatige studie.
Hete schedelkruin na verdriet.
Gevoel van koude in de kleine hersenen, met stijfheid in de hersenen.
Pijnen die door verschillende delen van het lichaam schieten, < 's morgens en 's avonds, en bij kinderen vaak het hoofd ernstig aantasten.
Congestie naar het hoofd : schijnt langs de wervelkolom omhoog te komen en vandaar in het hoofd ; brandende, stekende pijnen en pulsaties, beginnend in het achterhoofd ; rood gelaat, wallen onder de ogen ; telkens wanneer zij de was doet of snel loopt ; chronisch, met steken in het achterhoofd en pulsaties daar en in het gehele hoofd ; < door geestelijke arbeid, hersenvermoeidheid, enz.
Schokken in het achterhoofd of in alle delen van het hoofd. θ Epilepsie.
Schokken in het hoofd, steeds na een dag van overwerk, hetzij geestelijk hetzij lichamelijk, en traden altijd op na het naar bed gaan, juist wanneer zij in slaap begon weg te zinken ; zij bestonden uit een luide knap in het achterhoofd en deden haar tot vol bewustzijn opschrikken, met een verbrijzeld gevoel in het hoofd alsof daar werkelijk iets ontploft was ; het hoofd voelde enkele ogenblikken als geschokt ; vermoeidheid en vooral zorgen lokten ze uit.
Geluiden achter in het hoofd, plotseling opkomend en verdwijnend ; soms bloeddoorlopen ogen.
Hitte boven op het hoofd, duizeligheid, gezoem en kloppen in het hoofd ; zwelling onder de ogen ; hartkloppingen door gemoedsbewegingen ; emfyseem. θ Hyperaemie van de hersenen.
Apoplexia nervosa bij een oude vrouw die zeer verzwakt was door eerdere bloedingen en aderlating.
Dreigende verlamming van de hersenen en collaps ; brandende pijn in de hersenen.
Hydrocephalus acutus ; kind suf en geneigd voortdurend te slapen ; braakt drank zodra die in de maag warm wordt ; overvloedige groenachtige diarree ; grote uitputting.
Hydrocephaloïde symptomen door grote uitputting. θ Zomerdiarree.
Cerebraal oedeem ; heeft nergens belangstelling voor ; kan slechts enkele minuten tot bewustzijn worden gebracht ; beantwoordt geen enkele vraag of doet dit verkeerd ; lijdt aan verwijding van het rechterhart, veroorzaakt door atheroom van de longslagaders, en aan vetlever ; de urine bevat een matige hoeveelheid albumine en nefritische bestanddelen, geen ammoniak.
Chronische meningitis.
Verweking van de hersenen, met voortdurend gevoel van afgematheid en moeheid, aanhoudende hoofdpijn, traag in het beantwoorden van vragen, duizeligheid, slepen met de voeten, formicatie, gevoelloosheid in de ledematen.
Beginnende hemiplegie.
Acute atrofie van de hersenen en de medulla oblongata, met uremie.
Neiging tot atrofie van de hersenen op oudere leeftijd.
HOOFD, UITWENDIG [4]
Spanning in het gezicht en in de huid van het voorhoofd alsof die te strak is : vaak slechts aan één zijde ; < bij verandering van temperatuur en tijdens het eten ; > na het eten ; met angst.
Droge, pijnlijke hitte van de hoofdhuid, die ertoe dwingt het hoofd onbedekt te houden ; temperatuur van het lichaam niet vermeerderd ; > bij liggen.
Klammige transpiratie alleen op het hoofd en in de handpalmen, met lozing van veel troebele urine.
Hevige jeuk op de hoofdhuid.
Onnatuurlijke ophoping van roos.
Roos overvloedig, valt in wolken uit ; haarwortels worden grijs en droog, en het haar valt in plukken uit ; jeuk < door krabben, > op dat moment, maar < na het krabben.
Ontbloot gedeelte van de hoofdhuid helder, wit en glad. θ Tinea decalvans. θ Favus.
Schilferige, kale plekken op het hoofd.
Jeukende puistjes op de hoofdhuid.
Zachte, elastische tumor, zo groot als een kippenei, op het wandbeen ; zichtbare pulsaties in de tumor, waaromheen in het onderliggende bot een stekende, ruwe, gekartelde opening kon worden gevoeld ; het gehele oppervlak van de tumor ontdaan van haar ; geen ontsteking.
Exostosen op het voorhoofdsbeen, het linker wandbeen en het achterhoofdsbeen, in grootte variërend van een boon tot een hazelnoot, eruitziend als tofi.
Periostitis van de schedel.
Hoofd aangedaan : door kou vatten ; door verblijf in warme kamers ; na het knippen van het haar.
Een gevoel alsof aan het haar wordt getrokken.
ZICHT EN OGEN [5]
Verschijnselen voor de ogen: vonken in het donker; lichtverschijnselen, vooral rode; verschillende lichtflitsen; muscæ volitantes; lichtflitsen; halo om licht; verschillende flitsen van licht en kleur; groene halo rond een kaars; nevelig zien, met aanvallen van verdwijnen van het gezichtsvermogen; zwartheid of zwarte punten of vonken; flikkeren, met suizen in het hoofd.
Ogen zeer gevoelig voor licht of verblind door fel licht.
Afkeer van licht.
Bij het lezen lijken letters rood, hun omtrek onduidelijk; voorwerpen trillen.
Voorwerpen lijken groen of grijs.
Kleuren verschijnen zwart voor de ogen.
Alle voorwerpen lijken met een grijze sluier bedekt.
Ogen laten het afweten bij het lezen; na het lezen doffe pijn diep in de ogen.
Genoodzaakt voorwerpen dicht bij te houden om duidelijk te zien; op afstand lijkt alles in rook of nevel gehuld.
Ziet 's morgens in de schemering duidelijker dan overdag, of door de ogen met de hand af te schermen.
Ogen zeer zwak, lijken groot, en het is moeilijk de oogleden eroverheen te krijgen.
Bijziendheid.
Wazig zien, fotofobie; niet in staat bij kaarslicht te lezen. θ Overmatig tabaksgebruik.
Voorwerpen in de verte lijken met een nevel bedekt.
Het is alsof er een zwarte sluier voor het rechteroog hangt.
Kortdurende blindheid, als bij flauwte.
Aanval van nachtblindheid; of van een gevoel alsof de dingen met een grijze sluier bedekt waren.
Amaurose en amblyopie.
Amaurose van het rechteroog, reeds zeven jaar bestaand; ten gevolge van seksuele excessen, vooral indien gepaard gaand met vervette lever.
Geleidelijk of snel toenemende myopie; beginnende amaurose, vooral van het linkeroog; kon bij daglicht nauwelijks grote letters zien wanneer die dicht voor de ogen werden gehouden, laat staan andere voorwerpen.
Amblyopie door verlies van lichaamsvloeistoffen; ook bij morbus Brightii.
Een vrouw, æt. 21, had sinds enige tijd last van wazig zien, dat plotseling opkwam na het lezen; sindsdien heeft zij na korte tijd lezen een doffe pijn in het oog, die haar noodzaakt te stoppen; soms is haar gezichtsvermogen zeer troebel en trekken zwarte vlekken voor de ogen voorbij; steeds < bij het kijken naar enig helder glanzend voorwerp en bij lamplicht, maar > in de schemering; oogleden voelen 's morgens zwaar aan. θ Asthenopie.
Blindheid na bliksemslag.
Bij het inslapen 's nachts: veelvuldig gezichtsbedrog, vonken voor de ogen, schietende pijnen door de ogen, verschijnen van bliksemflitsen; zeer zwaar gevoel in het hoofd, kloppen, bonzen en druk < in de linkerslaap, bijna ondraaglijk; overdag flikkeren voor de ogen; 's avonds in het donker flitsen voor de ogen, hevig branden en voorbijgaand schieten erin, soms zelfs wanneer de ogen gesloten waren, alsof hij in een zee van vuur keek of in een vat vol verblindend, rood, gesmolten ijzer; ten slotte traden de lichtillusies ook overdag op; ogen uiterst gevoelig voor licht; doodsbleekheid van het gezicht; als de kamer verduisterd werd, werden de lichtverschijnselen uitgesprokener en namen zij met de pijnen tegen de avond en tot ver in de nacht toe zo sterk toe dat hij vreesde krankzinnig te worden; licht bleek-roodachtige kleur van de sclera, vooral in de buitenste ooghoeken. θ Glaucoom.
Glaucoom na iridectomie, trekkend gevoel alsof er iets strak over de ogen getrokken was, met witte sterretjes rond gaslicht en een borende pijn in het oog uitstralend naar het hoofd.
Glaucoom; nuttig ter verbetering van het zien en het wegnemen van subjectieve symptomen na een iridectomie; halo om licht; wazig zien; voorwerpen lijken rood.
Ciliaire neuralgie bij glaucoom.
Snel voortschrijdende chorio-retinitis bij een man die gedurende verscheidene maanden bij slecht licht in een kelder had geschreven en tabak bovenmatig gebruikte; atrofische vlekken in de choroidea zeer duidelijk, omgeven door een areola van actieve ontsteking; retina wazig, vertroebeld; papil rood, enigszins gezwollen, met onduidelijke begrenzing; glasvocht licht troebel, met zwevende vertroebelingen; klaagde over een nevel en over rozeachtige bolletjes voor het gezichtsveld, vooral na fel licht; contouren van voorwerpen leken ongelijk, golvend, trillend; bij het lezen leken letters rood, vooral bij gaslicht, en er waren lichtflitsen voor het gezichtsveld; patiënt zwak en zweette gemakkelijk.
Retinitis nyctalopica, albuminurica of apoplectica.
Congestie van de retina, oogbollen pijnlijk bij bewegen, geen fotofobie, uitstralende pijn van de ogen naar de kruin.
Kersrode kleur voor het gezichtsveld bij neuritis optica en andere aandoeningen van de fundus.
Aandoening van de fundus en stoornis van de functie van de oogzenuw.
Hyperemie van de choroidea en muscæ volitantes.
Artritische oftalmie met leucomateuze vertroebeling van de cornea, die na opklaring liet zien dat de lens een kleur had die overeenkwam met een beginnende cataracta glaucomatosa.
Een oude dame met beginnende, progressieve, harde cataract; harde, witte, convergerende striae in de lens met diffuse wazigheid; bij het lezen leken de letters alsof zij met rode inkt gedrukt waren, hoewel het papier wit en natuurlijk leek; gezichtsvermogen 3/50; onder Phosphor. verdween de wazigheid, verschenen er geen nieuwe striae meer en verbeterde het gezichtsvermogen in zes maanden tot 13/70.
Cataracta viridis.
Witte pustel op het buitenste deel van de linker cornea.
Maculæ corneæ.
Paralytische aandoening van het zesde zenuwpaar van het rechteroog; nachtelijke emissies.
Verlamming van spieren; spermatorroe, seksuele excessen, aambeien, enz.
Volledige verlamming van het derde zenuwpaar, ptosis, oog naar buiten gedraaid; mydriasis bij een vrouw.
Zwakte van de inwendige rechte oogspieren, asthenopia muscularis, pijn en stijfheid bij het bewegen ervan en soms een warmtegevoel in de ogen als na het kijken in een vuur.
Pupillen vernauwd; verwijd; verwijd, traag reagerend.
Ontsteking van de ogen, met drukkende brandende pijn.
Fotofobie met heftige pijn. θ Oftalmie.
Sedert zes dagen, na verblijf in een hete, bedompte, overvolle kamer, is het r. oog rood en tranend, met een gevoel alsof er stof in zit onder het onderooglid; < 's avonds wanneer het ook warm aanvoelt; zwelling van het rechterooglid, met verkleving; rechteroog ziet er klein uit.
Subacute conjunctivitis, tranenvloed; zwelling en ettering van de oogleden en Meibom-klieren, met jeuk en brandende pijn.
Hardnekkige catarrale oftalmie; beide ogen en oogleden ontstoken; randen van de oogleden alsof weggevreten; voortdurende tranenvloed die schrijnen en branderigheid veroorzaakt; overvloedige afscheiding van dunne, muco-purulente materie; jeuk en branden in de ogen; verkleving van de oogleden 's morgens; onduidelijk zien.
Branden in de ogen, met overvloedige tranenvloed in de wind.
Kleine brandende plekjes op de oogbollen.
Gevoel van zand in het linkeroog, > door wrijven.
Zeurende pijn in de ogen, het voorhoofd en de oogkassen.
Stijfheid in de ogen.
Pijn in de beenderen van de oogkas.
Oogbollen doen pijn alsof zij samengedrukt worden, < bij kijken; zeurende pijn en zwaar gevoel in de ogen, als slaperigheid.
Oogbollen lijken groot en het is moeilijk de oogleden eroverheen te krijgen.
Gevoel alsof het oog gezwollen was en uit de oogkas naar buiten werd geduwd. θ Morbus Basedowii.
Gele, icterische conjunctiva, bij vervette lever.
Tranende ogen.
Oogleden trillen en beven; ogen lopen vol tranen.
Trekkingen van de oogleden en de buitenste ooghoek van het linkeroog.
Jeuk van de oogleden; hordeolum op het onderooglid.
Oedeem van de oogleden en rond de ogen.
Blauwe kringen; walligheid en zwelling rond de ogen; ogen ingevallen.
Fungus oculi.
GEHOOR EN OREN [6]
Te scherp gehoor.
Woorden en geluiden galmen na in de oren, vooral muziek ; weergalm van de eigen stem ; oorsuizen met hartkloppingen ; voortdurend gezoem.
Geluiden in de oren : bruisen door bloedaandrang ; voortdurend gezoem ; oorsuizen, met hartkloppingen ; weergalm.
Moeilijk horen.
Moeilijk horen, vooral van de menselijke stem ; ook na tyfuskoorts ; met koude extremiteiten.
Snelle vermindering van het gehoor ; soms het gevoel alsof er iets vóór de oren lag, vooral rechts ; ogenblikkelijke verlichting door uitwendige druk ; gezoem in de oren ; gevoel alsof er gaas over het oor ligt ; luide weergalm van woorden in de oren
of hijzelf spreekt of anderen spreken.
Al vele jaren hardhorendheid en oorsuizen ; het tikken van een horloge wordt alleen gehoord wanneer het dicht bij het rechteroor wordt gehouden, links op anderhalve duim afstand ; de gehoorgangen droog ; het rechter trommelvlies witter dan het linker.
Hardhorendheid ten gevolge van congestie naar de oren na tyfoïde koorts bij blonde personen en intellectuele mannen met grote hoofden en duidelijk uitstekende processus mastoidei.
Dysecoia ; droge toestand van het trommelvlies.
Alsof er voortdurend iets vóór de oren ligt.
Gevoel alsof een vreemd voorwerp in de oren vastzit ; verstopt gevoel.
Hevige jeuk of gekriebel in het oor.
Congestie naar de oren, met bonzen ; oorpijn.
Schietende pijnen door de oren, vooral 's nachts ; loopoor.
Trekkende pijn in de oren.
Een pijnlijke en ontstoken ophoping in het rechteroor, eerst in het linkeroor ; etter en bloed worden afgescheiden ; schietende pijn door het oor, vooral 's nachts, de slaap verhinderend ; tamelijk doof aan het linkeroor, als het oor geneest krijgt hij strontjes op de oogleden of erupties aan de neuswortel, onder het septum en
een strontje op het linker onderooglid ; geen appetijt, vooral afkeer van vlees ; constipatie. θ Otorrhœa.
Poliepen in de oren.
REUK EN NEUS [7]
Ingebeelde walgelijke geuren, reukzin zeer scherp ; valt flauw door de geur van bloemen ; met hoofdpijn.
Niezen : frequent ; veroorzaakt pijn in de keel.
Verstopping van de neus : met frequent niezen, > in de open lucht ; met dofheid van het hoofd alsof coryza zou ontstaan.
Gevoel van volheid in de neus, vooral hoog in het linker neusgat, met los slijm.
Gevoel van droogheid in de neus, met het gevoel alsof hij zou dichtkleven.
Pijnlijke droogheid van de neus.
Beurse pijn in beide neusgaten, zelfs bij aanraking ; geülcereerde neusgaten.
Gevoeligheid van het Schneideriaanse membraan en de slijmvliezen, met bloederige korsten aan de randen van de neusgaten.
Inwendige ontsteking van de neus, met gevoel van droogheid en langzame neusbloeding.
Coryza : frequente afwisselingen van lopende en verstopte coryza ; met keelpijn en grote dofheid van het hoofd ; koortsig, droog ; de afscheiding droogt op tot korsten die vast aankleven ; gecompliceerd met heesheid en bronchiale catarre ; verstopping vaak 's morgens ; uitvloeiing uit het ene en verstopping van het andere neusgat ; niezen veroorzaakt pijn in de keel of het hoofd ; reuk en smaak verdwenen ; met slaperigheid, vooral overdag en na de maaltijden ; bloed uit de neus snuiten ; overvloedige uitvloeiing die in de fauces afloopt.
Onheilspellende coryza bij scarlatina ; grote uitvloeiing uit de neus ; bij liggen loopt het in de fauces, waar het bij de ademhaling reutelt ; nek zeer gezwollen en ogen starend ten gevolge van bloedstuwing door deze zwelling ; grote zwakte en zeer frequente pols ; < 's nachts ; handen ijskoud en blauwachtig.
Neusgaten gevuld met groen slijm.
Neusuitvloeiing : overvloedig, groenachtig, geel ; slijm met bloedstrepen ; < 's morgens.
Chronische ontsteking van het neusslijmvlies met verminderde of overgevoelige reukzin.
Stank uit de neus ; walgelijke geur.
Vaak bloed uit de neus snuiten.
Neusbloeding : meerdere keren per dag, vaak overvloedig ; latere aanvallen gepaard gaand met overvloedig zweet ; bij persen voor de stoelgang ; vroeg in de ochtend ; bij lange, slanke meisjes die de puberteit naderen ; bij difterie na loslating van het membraan uit de neus.
Zwelling van de neus : rood, glanzend ; pijnlijk bij aanraking ; met coryza ; van de neusbeenderen.
Necrose ; periost opgelicht, vormt een nieuwe laag bot.
Zwelling en donkerrode verkleuring van één ala nasi ; puistjes en pustels op de neus ; scrofuleuze ontsteking van de neus met proppen in de neus.
Neuspoliepen ; zij bloeden gemakkelijk.
Punt van de neus rood en glanzend.
Waaierachtige beweging van de neusvleugels.
Sproeten op de neus.
BOVENSTE GELAATSHELFT [8]
Gezicht : uitdrukking van algemene zwakte ; bleek, ziekelijk ; ingevallen, vaal ; ogen diepliggend, hol, omgeven door blauwe kringen ; bleek, bijna wasachtig ; askleurig ; ziekelijk geel ; livide ; opgeblazen ; lippen blauw ;
hippocratisch ; icterisch ; rood ; scherp begrensde rode vlekken op de wangen ; opwellingen bij de geringste emotie ; kleur zeer veranderlijk ; gezwollen, oedemateus, gezwollen opgezet ; gezwollen onder de ogen ; lippen en oogleden oedemateus.
Gevoel alsof de huid te strak was.
Pijn : scheurend ; schietend van het linkeroog naar de kruin ; van het voorhoofd naar de ogen (rechts) en van de slapen en de kruin omlaag naar het jukbeen ; scheurende pijn langs de onderrand van de rechter oogkas, zich uitstrekkend onder het rechteroor, de beenderen van het gezicht betrekkend, alsof alles eruit werd gescheurd ;
trekkende en scheurende pijn in kaken, neuswortel, ogen en slapen, door verkoudheid opgelopen boven de wastobbe ; trekkingen, scheurende, stekende pijn en spanning in jukbeenderen en kaak, met dreigende cariës.
Rukkende, scheurende pijn in tanden en wang aan de linkerzijde, zich uitstrekkend naar voorhoofd en rechter slaap, < door iets kouds in de mond te nemen of bij koud, nat weer, > door warmte ; alsof spijkers in de kaken werden gedreven ; stekende pijn in verschillende delen, beginnend op onzekere plaatsen, aanvallen
uitgelokt door spreken, eten of de geringste aanraking.
Al tien jaar scheurende-schietende pijn in de rechterwang omhoog het hoofd in ; < spreken, eten, slikken ; neiging tot zweten ; vermoeidheid ; duizeligheid, kon nauwelijks lopen zonder te vallen.
Prosopalgie < door het openen van de mond, vooral als er congestie van bloed naar het hoofd bestaat.
Aangezichtsneuralgie, vooral van de kaak ; pijnen trekken naar neuswortel, slapen ; heet, opgeblazen gezicht, < praten, eten ; cariës van de onderkaak.
Neuralgie van het hoofd, het moet dag en nacht omwikkeld worden ; < bij winderig weer en in de ochtend.
Kleine puistjes op gezicht en hoofd die, wanneer zij worden aangeraakt, ondraaglijke pijn veroorzaken.
Korstige herpes in het gezicht.
ONDERSTE GEZICHTSHELFT [9]
Lippen : uitgedroogd ; droog met roetachtige aanslag ; blauwachtig, zwart (mazelen) ; diepe kloof in het midden van de onderlip.
Neus, lippen, mond en keel droog ; geen verlichting door water.
Taaie, viskeuze expectoratie, blijft aan lippen en tong hangen, bij tyfo\u00efde toestanden.
In het midden van de onderlip een tumor ter grootte van een walnoot, aan de basis omgeven door een blauwachtige areola van venen en bedekt met een zwarte korst, die bij de geringste aanraking in fissuren opensprong en etter en bloed afscheidde ; de tumor voelde elastisch aan, zwol op bij aanraking, maar de wortel voelde hard aan en was zo groot als een boon ; scheurende pijnen in het inwendige van de tumor, met branden en jeuk aan de buitenzijde ervan ; heeft liesbreuk en een verhard testikel ; geest voortdurend bezig met zijn ziekte en is angstig dat zijn dagen geteld zijn.
Ge\u00fclcereerde mondhoeken.
Scheurende pijn in de kaakbeenderen, 's avonds < bij liggen, > door bewegen van de kaak.
Diep ulcus rodens van de onderkaak ; een kleinere op het rechter jukbeen ; het grotere ulcus is omgeven door kleinere.
Necrose van de onderkaak, zelden van de bovenkaak.
Ontsierende eczemateuze aandoening van de kin.
Parotitis, wanneer suppuratie inzet.
TANDEN EN TANDVLEES [10]
Pijn in de tanden: prikkend-stekend < in de open lucht en door warm voedsel; borend, soms overgaand in gevoelloosheid, < door koude, warmte en kauwen, gepaard gaand met gevoeligheid en zwelling van het tandvlees; bonzend, veel < wanneer koude lucht een carieuze tand raakt; schokkend of trekkend, het periost van de tand ontstoken en drukgevoelig; bij wasvrouwen; wassen doet het steeds toenemen of lokt het uit; in bedorven tanden, gepaard gaand met tandvleesabcessen; door de handen in koud of warm water te houden; scheurend, schietend, zich uitbreidend van een carieuze tand over alle beenderen van gezicht en hoofd.
Snel tandbederf, ontsteking van het tandvlees en tandvleesabcessen in de onderkaak; slechte en onregelmatige vorming van de tanden van de onderkaak bij scrofuleuze kinderen met een mesenteriale aandoening.
Tandvlees: wijkt van de tanden terug en bloedt gemakkelijk; ontstoken, geülcereerd, met losse tanden; tandvleesabcessen.
Irritatie van een carieuze tand, veroorzakend frequente tandvleesabcessen en beginnende aandoening van de bovenkaak, wanneer de tand om een of andere reden niet kan worden getrokken.
Hardnekkige, overvloedige bloeding van het tandvlees; pols nauwelijks voelbaar; ecchymosen rond mond en ogen; petechiën op borst en benen; urine en ontlasting bevatten bloed.
Overvloedige, hardnekkige bloeding uit het tandvlees na extractie van tanden, zo ernstig dat een spoedige dood dreigt.
Na extractie van verscheidene tanden duidelijke pijnlijke zwelling van de linker onderkaak en vorming van een uitwendige fistelopening; overvloedig uitspuwen van speeksel; schokkende stekende pijnen in de holten met bloeding; huid over de linker kaak rood en gespannen.
Necrose van de linker onderkaak; zwelling van de kaakbeenderen.
SMAAK, SPRAAK, TONG [11]
Spraak : moeilijk en zwak ; traag ; beantwoordt vragen met moeite ; stotterde wanneer hij probeerde te articuleren.
Smaak : bitter ; zuur na het nemen van melk ; zoutachtig ; zuur ; zoetachtig ; beter na eten ; slijmerig ; naar rotte eieren in de ochtend.
Tong : als met pels beslagen ; bedekt met vuil, dik slijm (mazelen) ; slijmerig ; droog, wit ; krijtwit ; gelijkmatig wit ; geel, grijs, droog in het midden ; rood en droog ; rood in het midden ; rood, droog, met een streep over het midden ; bruin en droog in het midden ; droog en zwart ; gezwollen, droog en zwartachtig langs de middellijn ; droog, onbeweeglijk, bedekt met zwarte korsten ; gebarsten, verdroogd of glanzend ; droog, wit beslagen, met steken in de punt ; alleen in het midden beslagen.
Brandend gevoel op de tong, zich uitstrekkend tot het gehemelte.
Punt van de tong enigszins gezwollen, met vergroting van haar papillen en het gevoel alsof zij verbrand was.
MONDHOLTE [12]
Droogheid in de mond; droog en gevoelig gevoel, met vermeerderde dorst.
Gevoeligheid van de mond, die gemakkelijk bloedt.
Afteuze plekken op het gehemelte en de tong.
Bloederige erosies hier en daar op het binnenoppervlak van de wang.
Pijnloze zweer aan het binnenoppervlak van de onderlip; randen hard, gekarteld; basis spekachtig; na onderdrukking van een bruine herpetische eruptie in het gezicht.
Het zachte gehemelte donker, blauwrood; zweer boven de huig, ongeveer 1 1/2 inch lang, waardoor het zachte gehemelte eruitziet alsof het gescheurd is, de huig ver in de keelholte afhangend; slikken uiterst moeilijk; een deel van het voedsel vloeit door de neus terug; algemene prostratie; geen voorgeschiedenis
van syfilis.
Pijnlijke mond bij zogende vrouwen, vooral als de borsten pijnlijk zijn.
Veel waterig speeksel in de mond.
Speeksel vermeerderd, met zoutachtige of zoetachtige smaak.
GEHEMELTE EN KEEL [13]
Droogheid van de keel dag en nacht; zij glanst er als het ware van.
Ruwheid, rauwheid en schraperig gevoel in de keelholte, < tegen de avond; 's morgens keelschrapen.
Gevoel alsof er watten in de keel zitten.
Amandelen en huig sterk gezwollen; huig verlengd; met droog en brandend gevoel.
Sterke zwelling van de amandelen.
Gedurende achttien maanden zwelling van de rechter amandel; slijm in de keel kan slechts met moeite worden verwijderd, is, wanneer het in de mond komt, geheel koud, wit, bijna doorzichtig, in klonten.
Musculaire angina, met vetdegeneratie.
Difteritis, vooral waar het adynamische karakter zich vroeg toont, de krachten snel afnemen en verlamming van het hart dreigt.
Branden in de slokdarm.
Onvermogen om voedsel door te slikken. θ Oesofagitis.
Krampachtige vernauwing van de slokdarm.
Grote zwakte en vermagering ten gevolge van onvermogen voedsel tot zich te nemen; zwak en leeg gevoel dwars over het abdomen, incidenteel schietende pijn in dezelfde streek; hittegevoel dat zich langs de rug omhoog uitbreidt; grote nerveuze prikkelbaarheid. θ Vernauwing van de slokdarm.
APPETIJT, DORST. VERLANGEN EN AFKEER [14]
Honger : spoedig na het eten ; moet tijdens de koude rilling eten, voordat hij kan opstaan ; heeft 's nachts wolfachtige honger, voelt zich flauw ; met misselijkheid en angst om het hart, die verscheidene opeenvolgende avonden terugkeert, > door eten, maar hem daarna urenlang kwelt
in bed.
Gebrek aan eetlust : veroorzaakt door een gevoel van volheid in de keel ; waarbij vermoeidheid met boulimie afwisselt ; brandende, snijdende, drukkende pijn in de maag, misselijkheid en braken.
Wil eten, maar zodra voedsel wordt aangeboden wil hij het niet.
Dorst : met verlangen naar zeer koude dranken ; naar verfrissende dranken, > daardoor totdat die warm worden, waarna zij worden uitgebraakt ; overmatig ; onlesbaar.
Verlangt koud eten en drinken, ijs, verfrissende en pikante dingen.
Verlangen naar wijn.
Geneest het verlangen van drankzuchtigen naar alcohol door de irritatie van de maag weg te nemen, die ziekelijke eetlust veroorzaakt.
Afkeer : van zoetigheden : van vlees ; van gekookte melk ; van zoute vis ; van bier ; van puddingen ; van koffie en thee.
Kan niet veel roken, hoewel tabak hem smaakt.
ETEN EN DRINKEN [15]
Pijnen beginnen altijd tijdens het eten en duren voort zolang hij blijft eten.
Na het eten : misselijk en volheid van het abdomen ; slaperigheid ; veel oprispingen, zelfs na weinig voedsel.
Nadelige gevolgen van overmatig gebruik van zout.
HIK, OPRISPINGEN, MISSELIJKHEID EN BRAKEN [16]
Hik : pijnlijk in het epigastrium ; overdag frequent, zelfs vóór het eten.
Oprispingen : frequent, leeg ; van zeer grote hoeveelheden wind, na het eten ; naar voedsel smakend ; zelfs verscheidene uren na het eten ; zuur ; vergeefs, met druk op de borst ; krampachtig.
Overmatig brandend maagzuur en zure oprispingen ; waterige opwelling uit de maag.
Opkomen van voedsel : zonder misselijkheid ; in mondvolletjes ; onverteerd, zeer spoedig na het doorslikken, urticaria, handen, armen en lichaam bedekt met jeukende vlekken, bewuste en hinderlijke pulsaties van het hart ; nauwelijks doorgeslikt komt het weer omhoog ; spasmen van de oesofagus aan het cardiale einde ; met weeïgheid 's nachts.
Misselijkheid : constant, met verwardheid in het hoofd, beklemming in de precordiale streek en vermoeidheid ; verdwijnend door het drinken van water.
Kan geen water drinken, zelfs de aanblik ervan veroorzaakt misselijkheid en braken, moet haar ogen sluiten bij het baden.
Zodra water in de maag warm wordt, wordt het uitgebraakt.
Braken van voedsel : heftig ; van zure stof ; van zure vloeistof ; van wit of geel bitter slijm ; van gal ; van bloed, zuiver of bruin ; > gedurende enige tijd door ijs of zeer koud voedsel of drank ; bij chronische dyspepsie wanneer er een eenvoudige uitputting van de maag schijnt te bestaan ; zuurachtige, kwalijk riekende vloeistof in grote hoeveelheid, uitziend als water, inkt en koffiedik ; na voedsel, of zelfs na een slok water ; van donkere, draadvormige substanties, bestaand uit bloed vermengd met gal en slijm ; van donkere zure stof altijd vermengd met wat bloed ; van zwarte substanties ; van stof zwart als roet.
MAAGKUIL EN MAAG [17]
Epigastrische streek : zeer gevoelig ; sterk opgezet en pijnlijk bij druk ; zinkend gevoel ; beklemming ; knijpende pijn ; druk ; scherpe druk bij iedere hoest.
Samentrekkende pijn in de maagkuil, zich uitstrekkend tot het linker hypochondrium, later naar het hoofd en de linkerschouder, > door warmte.
Gevoel van zwakte en leegtegevoel in maag en abdomen.
Leeg gevoel omstreeks 11 uur v.m.
Weg-zijn-gevoel in de maagstreek alsof de maag verwijderd was.
Volheid en pijnlijkheid in de maag ; soms een gorgelend gevoel en stekende pijn in de maagkuil.
Opzetting met zeurende pijn in de maag.
Zeurende pijn in de maagstreek alsof door een slag, gevolgd door druk, kokhalzen, oprisping en omhoogkomen van voedsel.
Gevoel alsof iets zwaar op de maag drukte.
Druk aan de cardiale opening van de maag, vooral bij het doorslikken van brood, dat daar blijft zitten.
Druk alsof er een harde substantie boven de maagkuil lag, met koudheid.
Druk in de maag na het eten alsof er een zware last in lag.
Beklemming en branden in de maag ; verlies van eetlust, onlesbare dorst, < na eten of drinken.
Pijnlijkheid van de maag : 's morgens ; bij aanraking en bij lopen.
Gevoeligheid voor druk in de streek van de pylorus.
Brandende of trekkende pijn in de maag, vaak zich uitbreidend tot in de borst.
Koudheid alsof het in de maag bevroor.
Dyspeptische pijn in de maag met pijn in de rug tegenover de maag, > door het eten van een paar mondvol voedsel, omstreeks 11 uur v.m.
Aanvallen van ondragelijke, messteekachtige pijn in de maag.
Hevige pijn in de maag, geleidelijk zich uitbreidend over het gehele abdomen, met eerst braken van groene, later van zwartachtige stoffen.
Pijnen in de maag, > door koud voedsel, ijs, roomijs, enz.
Zeer zwak, kon niet meer dan een of twee straten lopen, wegens gebrek aan adem ; hartkloppingen en beklemming op de borst, die uit de maag schenen te komen en < waren na het eten ; oprisping van grote hoeveelheden wind na het eten en grote slaperigheid ; wisselende
appetijt ; gevoel van grote zwakte in het abdomen, vooral dwars over en onder de navel ; ontlasting schaars, droog en moeilijk te lozen.
Een of twee uur na het eten van de geringste hoeveelheid voedsel plotselinge ernstige samentrekkende pijn in het epigastrium, spoedig zich van daar uitstrekkend naar het linker hypochondrium, dan naar de hartstreek en de linkerschouder ; de aanvallen duren een half tot driekwartier en eindigen met hevig smaakloos boeren,
terwijl de pijn in het epigastrium intussen minder wordt, maar er een beklemming in de borst onder het borstbeen optreedt ; > door de warmte van het bed.
Aanhoudend steken, branden en druk in de maag, < verscheidene uren na het eten ; hij is bang flink te eten ; < 's avonds en 's nachts ; het branderig gevoel strekte zich vaak uit tot in de keel ; wanneer de pijnen zeer hevig zijn, gaat er een koude rilling over het lichaam en
is er een gevoel alsof iets in de maag kookt ; soms zuur boeren en braken van water ; ontlasting onregelmatig, hard, moeilijk ; branden in het rectum ; verlies van kracht. θ Cardialgie.
Ernstige, frequente, knijpende pijnen in de maag, doorzettend naar de rug en in de schouders ; koud, vat gemakkelijk kou als hij niet goed toegedekt is ; matheid ; geen eetlust, geen dorst ; trage pols ; tong bleek ; oprispingen en waterbrash ; ontlasting donker, geloosd met veel
druk ; kleine aambeien ; urine frequent, overvloedig ; < na eten. θ Cardialgie.
Ernstige pijnen in de maag in aanvallen, drie dagen aanhoudend ; enkele uren nadat zij de maag verlieten, verscheen dezelfde soort pijn in de linker slaap, zich uitstrekkend tot oog, tanden en zijkant van het hoofd, als een mes.
Cardialgie ten gevolge van een perforerend ulcus van de maag ; nu en dan optreden van bloed in het uitgebraakte ; pijnloze tussenpozen maar kort ; vermagering en anemie.
Draaiende, samentrekkende pijnen in het epigastrium, met braken van heldere zure vloeistof, tegen de avond en soms 's nachts, met zuur boeren. θ Cardialgie.
Cardialgie : met knagend gevoel ; > door eten ; < door beweging ; met een gevoel van opzetting ; overmatige vorming van zuur ; met hevige hartkloppingen, vooral na het middagmaal.
Krampen in de maag, uitstralend naar de lever, gelijkend op leverkoliek ; gallige kleur van de huid ; braken van al het voedsel of van glazig, brandend water, zonder enige geur of bitterheid ; meer dan de helft van ingelegde haring, sardines, salades, enz. werd behouden, terwijl al dierlijk voedsel of melk
werd afgestoten ; onrustige slaap ; droge, harde, kralige ontlasting, om de drie of vier dagen ; overvloedige kleurloze urine ; genitale hyperexcitatie. θ Maagneurose.
Cardiale opening van de maag schijnt samengetrokken ; voedsel komt nauwelijks doorgeslikt weer omhoog.
Spasmen van de maag, vooral aan het cardiale uiteinde.
Bloeding uit de maag : > door het drinken van koud water ; na dansen.
Dyspepsie met overmatige flatulentie, frequente hartkloppingen, intermitterende pols en veel moedeloosheid ; zure oprispingen, hitte in het epigastrium, flatulentie en wolvenhonger ; grote zwakte, aardkleur van het gezicht, tong droog, gestippeld ; droogheid van de keel ; zure smaak in
de mond ; na het eten zwelling in het epigastrium ; oprispen van voedsel kort na het eten ; branden in de maag, > door koud water, maar het wordt spoedig weer uitgebraakt zodra het in de maag warm wordt ; tympanitis, vooral in het caecum en het colon transversum ; luid borborygmen, vermoeiend
door hun lawaai ; momentane verlichting door het laten van wind ; zachte, waterachtige ontlasting, zonder pijn ; lichte hyperemie van de lever ; bonzen van het hart ; hitte en congestie van het hoofd ; hectische koorts ; nachtzweten.
Gastritis : ernstige pijnen, verdraagt de minste druk niet, zelfs niet van beddengoed ; delier ; zwakke, snelle pols ; dikke, witte beslaglaag op de tong ; ademhaling snel ; gelaat ingevallen, doodsbleek ; met brandend maagzuur, eindigend in een onbedwingbaar krabgevoel in
de keel ; snijdend-brandende pijnen in de maag.
Perforerend ulcus van de maag ; pijn ; braken van voedsel zodra het is doorgeslikt ; het uitgebraakte bevat een donkere, gronderige, halfvaste substantie, die eruitziet als koffiedik.
Kanker van de maag, vooral wanneer deze op het punt staat in ulceratie over te gaan.
HYPOCHONDRIEËN [18]
Geelzucht: met verwardheid van het bewustzijn, met pneumonie of hersenziekte; tijdens de zwangerschap; door nerveuze opwinding; droge hoest < bij de geringste beweging, met hoofdpijn, onwillekeurig urineren, rillerigheid en dorst; door acute atrofie van de lever; chronisch, optredend na een acute aanval, conjunctivae, gezicht, romp en extremiteiten bruinachtig-geel, elke ochtend overvloedige ontlastingen, karakteristiek voor die van geelzucht, urine zwartbruin en dik, trage pols, rillerigheid zelfs in een warme kamer, neerslachtig, dacht dat hij zou sterven en was niet in staat zich in te spannen; volledige afonie en lastige hoest.
Zeurende pijn in de leverstreek.
Van de lever wanneer ettering intreedt, met hectische koorts, nachtzweten, vergroting in het rechter hypochondrium en duidelijke gevoeligheid over de lever.
Levercongestie, hoeveelheden helderrood, soms donker bloed met de ontlasting geloosd.
Hyperemie en vergroting van de lever; geelzucht; ontlasting grijswit; abdomen tympanitisch; pols zwak en draadvormig.
Beginnende atrofie van de lever; ascites; variceuze venen over het gehele abdomen; urine albumineus.
Diffuse hepatitis; lever hard, groot; daaropvolgende atrofie.
Acute gele atrofie van de lever; maligne geelzucht.
Vettige degeneratie van de lever: grote petechiale vlekken, ter grootte van een muntstuk van vijf shilling op de armen en andere delen van het lichaam; met maligne geelzucht en een zwak, uitgeput gevoel in het abdomen, met steken in de lever; grote zwakte; als gevolg van hartziekte.
Waslever, afhankelijk van aanhoudende botziekte, zoals cariës van de wervels of van het heupgewricht.
Alcoholische cirrose van de lever.
Ontregelde levers bij mannen die wegens invaliditeit uit tropische klimaten zijn teruggekeerd; gallige gelaatskleur; onregelmatige stoelgang.
Milt vergroot; vettige degeneratie.
Vettige degeneratie van de pancreas; maagstoornissen; vettige ontlasting; soms ziet de ontlasting eruit als kikkerdril of als gekookte sago.
BUIK EN LENDENEN [19]
Zeer gevoelige buik, pijnlijk bij aanraking ; gerol en gerommel in de buik tijdens en na het drinken.
Leegtegevoel en gevoel van zwakte in de buik.
Pijnlijk gevoel van zwakte door de hele buik, < in de hypogastrische streek na een korte wandeling ; moet gaan liggen.
Zwak gevoel in de buik, alsof alle kracht weg is, met branden tussen de schouders.
Slap gevoel in de buik.
Gevoel van koude in de buik.
Buik zeer vol, gespannen, tympanitisch.
Opzetting van de buik hoewel veel winden zijn afgegaan.
Opgesloten winderigheid onder de ribben, met beklemming op de borst.
Luid gerommel en gerol in de darmen ; gisting in de darmen met lege oprispingen.
Gevoel van opgesloten winderigheid die zich in de buik verplaatst, de adem afsnijdt en hoest veroorzaakt ; in aanvallen, < door opwinding of zitten ; > liggen, zich oprichten of door oprispingen ; druk op de buik < verstikkingsgevoel.
Tympanitis, vooral ter hoogte van het caecum en het colon transversum.
Winderigheid bij bejaarden ; pijnlijke obstipatie.
Flatulente koliek, < bij liggen.
Buik slap, met chronische losse stoelgang.
Snijdende pijn in de darmen met vergeefse aandrang tot stoelgang.
Vaak nijpende pijn in de darmen alsof diarree op het punt staat op te komen.
Schietende pijn in de buik met leegtegevoel.
Neuralgie van de plexus coeliacus.
Ontsteking van de vena cava superior.
Peritonitis met tympanitis ; buik buitengewoon gevoelig voor aanraking ; branden en druk ; scherpe snijdende pijnen ; verlamming van de darmen.
Gele of bruinachtige vlekken op de buik.
Furunkels op de buik.
Liesbreuk met slappe buik ; puilt zelfs uit bij zachte stoelgang ; gevoelig.
ONTLASTING EN RECTUM [20]
Afgang van veel flatus.
Foetide ontlasting en flatus; de stank is als die van kalk die in gasfabrieken wordt gebruikt om gas te zuiveren van zwavel en andere onzuiverheden.
Ontlasting: zacht, papperig; schaars, halfvloeibaar; groen; witgrijs; grijs; groen slijmerig; wit slijmerig; wit waterig; groen waterig; geel waterig; gallig; waterig, met klonters wit slijm, of kleine korrels als talk ; onverteerd; bloederig; bruine vloeistof; bloederig en purulent; onwillekeurig, sijpelend uit voortdurend openstaande anus (groen en bloederig); bloederig water, als het spoelwater van vlees; overvloedig; afwisselend met constipatie; heet; onwillekeurig (bij de minste beweging); bij hoesten; met kracht naar buiten komend; foetide; zuur riekend; bijtend; zwart of groen; waterig, met vlokken slijm; onwillekeurig; onverteerd; overvloedig, waterig, wegstromend als uit een brandkraan, > na het slapen; rijkelijk, licht van kleur; groenachtig, bloederig; bloederig, met kleine witte deeltjes, als ondoorzichtige kikkerdril; pijnloos, met bloedstrepen, als vleeskleurig water; lozing van zuiver bloed.
Voor de ontlasting: gerommel; koliek; hitte of rillerigheid; plotselinge aandrang.
Tijdens de ontlasting: schrijnen in het rectum; uitpuilen van aambeien en scherpe, stekende pijnen van het stuitbeen naar de interscapulaire streek en zelfs tot op de kruin; hevig persen, hoewel de ontlasting niet hard is; snijdende pijnen in de anus, bij harde ontlasting; vernauwing van het rectum.
Na de ontlasting: pijnlijke krampen in het rectum; branden aan de anus; tenesmus; leeg gevoel in het abdomen; zwakte, die tot gaan liggen dwingt; uitputting; flauwvallen.
Diarree: overvloedige lozingen; stroomt in grote hoeveelheid weg, als water uit een brandkraan; zeer uitputtend; waterig, met branden in het abdomen; waterig, 's morgens; bij warm weer; in tijden van cholera; pijnloos, verzwakkend,
< 's morgens; zodra iets in het rectum komt; tijdens hoesten; < door warm of heet, > door koude dranken of voedsel; > na bier; toenemende zwakte, snel vermageren; voortdurende irritatie van de keel; tijdens zwangerschap of kraambed;
colliquatieve diarree van teringlijders; tijdens buiktyfus; onwillekeurig, tijdens adynamische koortsen.
Na een grote schrik, twee jaar tevoren, onwillekeurige lozing van ontlasting en urine, vooral 's nachts, zodat hij altijd nat en bevuild was; pijn in maag en darmen; veelvuldige uitbarsting van puistjes op de hoofdhuid.
Wanneer hem een pak slaag werd bedreigd, bevuilde hij zich onmiddellijk van schrik.
Chronische pijnloze diarree van onverteerd voedsel, met veel dorst naar water gedurende de nacht.
Chronische diarree sinds acht jaar, nooit een dag vrij ervan geweest; twee tot vijftien stoelgangen per dag; < bij warm weer; ontlasting lichtgeel en pijnloos; eetlust goed; gezondheid niet veel aangetast.
Chronische diarree, met zachte, dunne ontlasting, vooral bij nerveuze personen en tere kinderen.
Cholera infantum: met hoest en goudgele ontlasting; in chronische gevallen pijnloze lozingen en geleidelijk krachtsverlies.
Dysenterie: aandrang tot ontlasting onmiddellijk bij het omdraaien in bed op de linkerzijde; pijnloze lozing van bloed en slijm; gallige vorm met gevoel van grote zwakte in het abdomen, vooral dwars over en onder de navel; in de laatste stadia, pijnloze lozing van bloederig slijm, met verlamming van de sfincter ani, terwijl de anus wijd open blijft staan, zodat het droge, zwarte, afstervende slijmvlies over een lengte van vijf tot acht centimeter volledig zichtbaar is; de ontlasting ontsnapt alsof uit een metalen buis, met weinig of geen inspanning; chronisch, ontlasting bloederig, kleine witte deeltjes als ondoorzichtige kikkerdril vermengd met bruinachtige, bloederige vloeistof, zeer frequent, vijfentwintig tot vijftigmaal in 24 uur; voor de ontlasting, die hij niet kan ophouden, hevige aandrang; na de ontlasting verlichting, < door liggen op de linkerzijde, warm eten en drinken, liggen op de rug; > door liggen op de rechterzijde, na het slapen, koude spijzen en dranken; tong droog, rood en gebarsten, branden en benauwd gevoel in de maag, met hete oprispingen, incidenteel braken van voedsel of slijm, gebrek aan eetlust, intense dorst naar zeer koude spijzen of dranken; slapeloosheid, grote zwakte.
Wijd openstaan van de anus, bij diarree en dysenterie.
Cholerine: gelaat vermagerd; stem hees; tong schoon; grote dorst, maar de minste hoeveelheid drank wordt gevolgd door gerommel en gegorgel in het abdomen en waterige diarree; huid droog; krampachtige spanning in de onderste ledematen; prostratie; verwardheid in het hoofd; lozingen van waterige, groenachtige of zwarte vloeistof die in stoten komt als uit een brandkraan, soms onwillekeurig, dan weer met aandrang; versnelde pols; hitte; dorst; ontlasting gelig of als rijstwater, bevattend epitheelvlokken; droogheid van de mond en grote dorst.
Cholera: grote dorst; moest grote hoeveelheden koud water drinken en voelde zich daarna >, totdat het water in de maag warm werd, na vijftien tot twintig minuten, waarna hij het weer moest uitbraken; om van dit uitputtende, pijnlijke braken en deze dorst verlost te worden, moest hij opnieuw een grote hoeveelheid water drinken; grote uitputting; asfyctische vorm, dyspneu; pijn in de linkerzijde, achteraan in de streek van de onderste ribben; afvloed van bruinachtige vloeistof uit de darmen nadat de andere symptomen verdwenen waren.
Hik na het eten, waardoor de maagkuil gevoelig en zeurend wordt; diarree met hevige dorst, gerommel in het abdomen en zwakte. θ Gevolg van cholera.
Geen ontlasting; darmen traag; moeizame ontlasting.
Constipatie: feces smal, lang, nauw, droog, taai en hard, als die van een hond; moeizaam uitgescheiden; pijpensteelvormige ontlasting.
Afwisselend diarree en constipatie bij oude mensen.
In het rectum: branden; naaldachtige steken; schrijnen tijdens de lozing van ontlasting die niet hard was.
Krampen in het rectum.
Beginnende strictuur in het rectum, feces afgeplat, met begeleidende slijmafscheiding; had negen maanden tevoren acute proctitis.
Geen ontlasting gedurende zes of acht dagen.
Verlamming van de darmen, vooral wanneer de onderste delen (colon en rectum) zijn aangedaan; de anus schijnt wijd open te staan en scheidt vocht af.
Chronische aandoeningen van het rectum; lozing van bloed en pus, met tenesmus, gedurende achttien maanden.
Bloeding uit de darmen.
Bij de ontlasting lozing van donker, gestold bloed, met een aangenaam gevoel in het abdomen maar zonder pijn; ontlasting slijmerig.
Rectale poliepen met proctitis.
Ernstige brandende pijn in het epigastrium, zich uitstrekkend omhoog in de keel, dan weer in het abdomen, met prostratie en flauwvallen; gevoeligheid in mond en keelholte, met slijmerige, vieze smaak en zwaar beslagen tong; gelaatsuitdrukking verstoord; vermagering; neiging tot diarree; na Phosphor. veelvuldige lozing van lintwormsegmenten en massa's slijm.
Aambeien: bloedend, puilen zeer gemakkelijk uit, komen zelfs naar buiten bij het laten van winden; verslapping van de sfincter ani; slijmafscheiding uit de varices; gevoel van zwakte of wegzinken in het abdomen; zeer pijnlijk, branden als vuur, vanwege ontsteking, en bloeden overvloedig; bij teringlijders; bloedend, met hevige lancinerende pijnen; het bloed vloeit bij elke ontlasting in een klein straaltje; bij een chronische verslapte toestand van de abdominale organen.
In de anus: steken; bijtend gevoel en jeuk; prikken.
Anusfissuur.
De anus voelt alsof hij openstaat.
URINEWEGEN [21]
Nerveuze uitputting ; gevoel van zwakte en leegte in de maag ; pijnloze waterige diarree ; wazig zien. θ Ziekte van Bright.
Albumine en exsudaatcellen in de urine ; morbus Brightii.
Diabetes mellitus en de ziekte van Bright, voorafgegaan door of gepaard gaand met ziekte van de pancreas.
Glycosurie ; jichtige diathese ; ziekte van de hersenen ; cerebrale symptomen ; kaasachtige degeneratie van de longen ; phthisis.
Vettige of amyloïde degeneratie van de nieren, vooral wanneer geassocieerd met een soortgelijke pathologische toestand van de lever en het rechterhart ; veneuze stase en hyperemie in verschillende organen ; oedeem van de longen en pulmonale stuwing ; urine bevat epitheliale, vettige of wasachtige cilinders.
Hydrops gepaard gaand met diarree. θ Nefritis.
Uremie wanneer er acute atrofie van de hersenen en van de medulla oblongata bestaat.
Loomheid, dorst, overmatige urineafscheiding, gezwollen voeten ; borende pijn in de navelstreek, < door aanraking en toedekking, grote gevoeligheid ter hoogte van sacrum en nieren ; brandende pijnen ; kon niet op de rug liggen ; pijn in de navel > door grote hoeveelheden urine te lozen, < wanneer de urinestroom schaars en donker gekleurd was ; urineren veroorzaakte snijdende pijnen en daarna hevige tenesmus ; constipatie ; volledige slapeloosheid ; menstruatie onderdrukt ; noch albumine noch suiker in de urine ; stekende pijn in de leverstreek ; borende, drukkende pijn in voorhoofd en neuswortel, die een voorbijgaande gevoelloosheid veroorzaakte. θ Aandoening van het sympathische zenuwstelsel.
Nierstenen, congestieve en ontstekingssymptomen, met purulent, kalkachtig of zanderig sediment.
Doffe pijn in de nierstreek.
Spanning over de blaasstreek.
De urineblaas is vol, maar de urine vloeit niet af door ontbreken van aandrang ; bij grote zwakte, zoals na tyfus.
Urinelozing belemmerd door pijn in de onderbuik (fundus vesicæ).
Urine : overvloedig, bleek, waterig ; frequent en in geringe hoeveelheid ; schaars en volledig onderdrukt ; troebel, witachtig als gestremde melk, met baksteenstofsediment en een bont vliesje op het oppervlak ; met rood sediment ; sediment van witte vlokken ; zet een wit troebel sediment af ; bevat hoeveelheden grijs zand ; dik, troebel en schaars ; troebel en donker gekleurd ; bruin, met rood zanderig sediment ; veel blaas- en nierepitheel en slijmsediment ; scherp, onaangenaam riekend ; albuminehoudend ; bloederig, grotendeels albuminehoudend.
Plotselinge aandrang om te urineren, zonder pijn tijdens het urineren.
Onwillekeurig urineren : tijdens tyfus ; 's nachts, bij kinderen van Phosphor.-bouw ; kinderen die te snel groeien.
Hematurie, door zwakte na seksuele excessen ; bloed arm aan fibrine ; algemene ontbinding van het bloed.
Branden in de urinebuis : met aandrang om te urineren ; tijdens het urineren en op andere momenten.
Trekkingen en branden in de urinebuis.
MANNELIJKE GESLACHTSORGANEN [22]
Satyriasis; wellustig, trekt zich uit, seksuele manie; extreme onweerstaanbare begeerte tot cohabitatie; frequente erecties en zaadlozingen; sterke begeerte met zwakke erecties; alle erectiele kracht verdwenen.
Erecties: frequent en pijnlijk; dag en nacht; vergeefs tijdens de cohabitatie; afwezig ondanks innerlijke seksuele begeerte.
Zaadlozingen: 's nachts; met of zonder wellustige dromen; veroorzaakt door overvloed van kracht en nerveuze opwinding, gevolgd door impotentie; bijna elke nacht met grote uitputting en brandende, zeurende klachten in de lumbale streek; verlamming; spoedig na de cohabitatie; te snelle zaadlozing tijdens de cohabitatie; de patiënt is angstig of prikkelbaar, vermagerd, schrikt gemakkelijk, met moeilijke ademhaling en stekende pijnen in de borst, heeft zijn geheugen verloren, heeft hoofdpijn in het achterhoofd en hoofdpijn in het voorhoofd, pijnloze, waterachtige diarree, vlekken op het gezicht en geen eetlust.
Seksuele zwakte door buitensporig gebruik van keukenzout.
Impotentie: na overmatige opwinding en onanisme; door of voorafgegaan door overprikkeling van de geslachtsorganen, zoals bij jonge mannen die, terwijl zij hun natuurlijke drift proberen te bedwingen, deze lokale prikkeltoestand hebben ten gevolge van celibaat of seksuele excessen.
Frequente afscheiding, dag en nacht, van een dunne, slijmerige, kleurloze vloeistof uit de urinebuis, zonder erectie; paralytische of krampachtige symptomen in de ledematen.
Seksuele excessen die rugtering, beven, zwakzinnigheid, manie, epileptische aanvallen en indigestie teweegbrengen.
Afscheiding van prostaatsap tijdens harde stoelgang.
Chronische afscheiding uit de urinebuis ten gevolge van hypertrofie van de prostaat.
Chronische urethrale afscheiding: afscheiding zeer schaars; 's morgens kleine druppels waterachtige vloeistof aan de monding van de urinebuis, die deze soms dichtplakken, maar nauwelijks enige vlek op de kleding achterlaten; geen pijn of enige moeilijkheid bij het urineren; afscheiding veroorzaakt door atonie van het slijmvlies.
Zweren op de voorhuid.
Testes pijnlijk; zaadstreng gezwollen, pijnlijk.
Hydrocele: na gonorroïsche orchitis, met seksuele zwakte; na zaadverliezen.
Vrouwelijke geslachtsorganen [23]
Nymfomanie.
Steriliteit door overmatige wellust of bij late of overvloedige menstruatie.
Ongewone irritatie van de geslachtsdelen.
Afkeer van coïtus.
Pijn in de eierstokken (l.), uitstralend langs de binnenzijde van het dijbeen naar beneden ; tijdens de menstruatie ; ovaritis.
Metritis : na frequente zwangerschappen ; met pyemie en flebitis ; bij blonde, bevallige vrouwen.
Prolapsus met een zwak, wegzinkend gevoel in het abdomen.
Bloedingen uit de geslachtsorganen ; hyperemie ; doordat de vaatwanden door vetdegeneratie minder weerstand bieden, worden de bloedingen zo ernstig dat algemene anemie volgt ; chronische indigestie.
Frequente en overvloedige metrorragie die vrijelijk uitstroomt en dan korte tijd ophoudt. θ Kanker van de uterus.
Vóór de menstruatie : huilerigheid ; neerdrukkend gevoel ; verslapping ; zwakte gevoeld in het abdomen ; krampen in de kuiten ; nymfomanie.
Menstruatie : te vroeg, helderrood ; te frequent en te overvloedig met bloedverlies tussen de perioden ; overvloedig, te vroeg en te lang aanhoudend ; te laat maar zeer overvloedig ; overvloedig met seksuele opwinding, grote hitte die langs de rug omhoogtrekt ; overvloedig, helder ;
vroeg, schaars en bleek ; vicariërend via de urinebuis of uit de longen ; te laat of uitblijvend, benauwd gevoel in de borst, met droge, beklemmende hoest ; bloedspuwing ; traag en intermitterend, afwisselend met bronchiale klachten.
Tijdens de menstruatie : koude voeten en handen ; misselijkheid ; hevige pijn in de rug, alsof deze gebroken is ; snijdende pijn, zelfs tot in de borst ; hartkloppingen ; melkachtige, excoriërende leucorroe ; zeer slaperig, kan nauwelijks wakker blijven ; snijdende pijnen in de linker ovariumstreek.
Na de menstruatie : grote zwakte ; blauwe kringen rond de ogen ; vermagering en grote angstigheid.
Menorragie : bloed bleek of helder ; bij zogende vrouwen.
Amenorroe : met bloedspuwing ; bloeding uit de anus, of hematurie ; steken in de mamma, gezwollen oogleden ; melk in de borsten ; met chlorose.
Gevolgen van overmatige masturbatie ; grote verzwakking, vooral snelle vermoeidheid door lopen ; beven van de benen.
Leucorroe : overvloedig met gevoel van grote zwakte in het abdomen ; tijdens of in plaats van de menstruatie ; van wit, waterachtig slijm ; scherp en excoriërend ; melkachtig, vroeg in de ochtend, bij het lopen ; slijmerig, roodachtig, bij een oude vrouw ; gaat aan de menstruatie vooraf ; ten gevolge
van chlorose ; scherp, blaasjes of rauwheid veroorzakend.
Prikkelende leucorroe, die blaasjes veroorzaakt ; branden na de menstruatie.
Steken omhoog vanuit de vagina naar het bekken.
Vaginale anesthesie tijdens de coïtus.
Condylomen, in ontzaglijke aantallen, groot van omvang, ruw en droog, de vagina opvullend.
Dof scheurende pijn in de labia, tijdens of na het lopen in de open lucht.
Groot oedeem van de labia.
Erectiele tumoren aan de uitwendige geslachtsdelen.
Fungus haematodes ; bloemkoolkankers die overvloedig bloeden.
Harde, uiterst pijnlijke nodositeiten zo groot als ganzeneieren in de borsten ; geen ontsteking.
Fibroïde tumoren van de borst.
ZWANGERSCHAP. BEVALLING. LACTATIE [24]
Nymfomanie met spasmen tijdens de zevende maand van de zwangerschap ; zwak, leeg gevoel in het abdomen, snijdende pijnen ; smalle, droge, lange en moeizame ontlasting, als de ontlasting van een hond.
Zwangerschapsbraken : misselijkheid tot flauwte, < vasten, drinken 's nachts, het aannemen van een rechtopstaande houding, koude extremiteiten, water uit de mond lopen, duizeligheid, braken van zure en gallige stoffen ; niet in staat water te drinken, de aanblik ervan veroorzaakt
braken, moet de ogen sluiten bij het baden.
Tijdens de zwangerschap : bleek, blauwachtig, opgezet gezicht, blauwe lippen en nagels, golving van de halsaderen ; krampen.
Weeën : kwellend maar van weinig nut ; snijdende pijnen door het abdomen.
Puerperale eclampsie : convulsies voorafgegaan door hittegevoel dat langs de wervelkolom naar het hoofd opstijgt ; urine frequent en schaars ; bevattend albumine en exsudaatcellen ; weeën gering en vruchteloos, maar veel angst veroorzakend ; overgevoelig voor licht, geluiden, aanraking,
enz. ; frequente syncope ; kan tijdens de spasmen het bewustzijn behouden.
Pijn in het sacrum na de bevalling.
Vermeerderde melksecretie, grote zwakte ; achteruitgang van de gezondheid door het zogen ; krampen in de maag.
Stekende pijnen in de borstklieren, dreigend abces.
Mastitis, ulceratie van de mamma, erysipelas zelfs nadat zich pus heeft gevormd ; abcessen en verhardingen.
Linkerborst driemaal de natuurlijke grootte gezwollen, hard, livide en uiterst gevoelig voor aanraking ; schaarse waterachtige afscheiding uit de tepel, waaronder een fluctuerend punt kon worden gevoeld ; zeer prikkelbaar ; weenachtig ; vermagering ; koorts tegen de avond.
Borst gezwollen, ontstoken ; fistuleuze zweren, met eeltige randen en continue ettering ; harde noduli in de borst ; droge hoest met incidentele opgave van bloed ; ademhaling belemmerd ; gezicht bleek met omschreven roodheid van de wangen ; gebrek aan eetlust ;
rillerigheid in de avond gevolgd door droge hitte, vooral in de handpalmen ; klamme nachtelijke zweetaanvallen.
Ondraaglijke uitstralende pijnen zelfs tot in de borst ; knagend branden met kortademigheid en droge hoest ; hectische koorts met colliquatieve zweetaanvallen en diarree ; de hele borst hard, donker, gezwollen, donkerrood ; stekende, brandende pijnen bij de geringste aanraking ; zeven
fistuleuze zweren in de borst, gedeeltelijk bedekt met wild vlees, waaruit een stinkende, ongezond uitziende, overvloedige, purulente afscheiding was ontsnapt.
Twee fistuleuze gangen in de ene borst, en drie in de andere, sommige daarvan diep in de klier doordringend, andere meer oppervlakkig maar onder rechte hoeken uiteenlopend, alle een dunne, sereuze vloeistof afscheidende die zo scherp was dat zij de aangrenzende delen deed corroderen ; hectische koorts ; vermagering ; hevige
hoest ; tong droog en blauwachtig ; nachtzweten ; gevoelige en pijnlijke maag ; prikkelbare darmen ; grote zenuwachtige rusteloosheid.
Fistuleuze gang in de linkerborst, zich drie duim diep in de klier uitstrekkend ; dunne, scherpe, sereuze afscheiding ; algemene zwakte.
Mastitis ; onnatuurlijke vergroting van de borstklier.
Kanker van de mamma, met scherpe lancinerende pijnen, of gemakkelijk bloedend ; ontstoken verhardingen zeer pijnlijk, < bij blootstelling aan lucht.
Tepels heet en pijnlijk.
Papeluze eruptie ; zeer pijnlijke ontsteking en zwelling gevolgd door pusvorming. θ Pijnlijke tepels.
STEM EN STROTTENHOOFD. LUCHTPIJP EN BRONCHIËN [25]
Heesheid in de ochtend ; stem schor, ruw ; met hoest en rauwheid in strottenhoofd en bronchiën ; < in de avond ; strottenhoofd lijkt beslagen ; kan geen luid woord uitbrengen ; kon nauwelijks luider dan een fluistering spreken ; stem weg of veranderd
door catarre of pijn in het strottenhoofd ; na aanhoudend spreken ; bij geestelijken ; na difterie ; na tyfus ; in de avond, overgaand in volledige afonie ; chronisch ; bij phthisis.
Prikkelbare zwakte van de stemorganen ; hevige kriebeling in het strottenhoofd tijdens het spreken ; droge, krampachtige hoest, met samentrekking van de keel.
Bekleding van de stembanden sterk geïnjecteerd, met ulceratie ; onderdrukte stem. θ Phthisis.
Afonie : met rauwheid in het strottenhoofd, < in de avond ; met gevoeligheid en droogheid van het strottenhoofd, met een gevoel alsof het met bont bekleed was ; onvermogen een woord uit te brengen, waarbij elke poging daartoe pijnlijk is ; nerveuze uitputting, vermoedelijke atrofie van zenuwweefsel ;
door langdurig luid spreken ; catarraal of nerveus ; strottenhoofd gevoelig voor aanraking ; pijnloos, < tegen de avond ; plotseling, kan geen luid woord uitbrengen en is slechts met moeite te verstaan wanneer men het oor dicht bij haar mond houdt ; bij tuberculeuze patiënten.
Hysterische verlamming van de stembanden die van tijd tot tijd optreedt ; gedurende acht weken volledig stemverlies ; beide stembanden breed en verslapt ; voelt zich moe, is bleek ; borst beklemd ; menstruatie elke tien dagen.
Kan niet spreken wegens pijn in het strottenhoofd.
Gevoel alsof er een huidje in het strottenhoofd zit.
Steken, gevoeligheid, ruwheid en droogheid in het strottenhoofd.
Rauwheid in strottenhoofd en luchtpijp, met frequente kriebelhoest en keelschrapen.
Na 's nachts wakker te zijn geworden een gevoel van samentrekking in strottenhoofd en luchtpijp alsof hij moest stikken.
Prikkelbaarheid van het onderste deel van de luchtpijp, met verstikkende druk in het bovenste deel van de borst.
Kroep : heesheid, rauwe pijn en gevoeligheid in de borst, alsof deze open geschuurd was ; voortdurende irritatie laag in strottenhoofd en luchtpijp, met beklemming op de borst ; pijn, ruwheid en branderigheid in het strottenhoofd ; fluweelachtig aspect van de fauces ; gevoel alsof er een stuk vlees of huid
los in het strottenhoofd hing ; branderigheid en droogheid in de keel ; gezwollen amandelen ; hese, bevende, sissende of kroepachtig diepe stem ; afonie ; droge, kietelende, niet erg ruw klinkende hoest ; droge, prikkelende of losse hoest ; holle, prikkelende, schelle, krampachtige
hoest ; hoest door kriebeling in de borst ; < 's nachts ; kortademigheid ; holle hoest, met expectoratie van slijm ; ademhaling gehaast ; voortdurende expectoratie in de ochtend en overdag ; grote benauwdheid bij het ademen, < tijdens de inademing ;
nuttig bij resttoestanden wanneer de verbetering lijkt stil te staan ; kind schrikt angstig uit de slaap en klampt zich vast aan de moeder of aan enig nabij voorwerp, en lijkt geen adem te kunnen krijgen ; hoest wordt zo hevig dat verstikking dreigt ; schrikt plotseling uit een onrustige slaap op,
klampt zich vast aan bed of aan iemand in de buurt en hapt naar lucht, aanval duurt verscheidene minuten ; voortdurend gerochel van slijm ; kleine, snelle pols ; brandende koorts.
Laryngeale kroep : afonie ; snelle ineenstorting ; koud zweet ; afhangende onderkaak ; ingevallen gelaat ; rochelende ademhaling ; neiging tot frequente recidieven.
Membraneuze kroep : tracheotomie als enige levensreddende maatregel in het vooruitzicht ; dood nabij ; om heesheid en catarraale hoest weg te nemen, verlamming en narcosis door met koolzuur beladen bloed te voorkomen ; met verstikking, koud klam zweet, kleine pols.
Kroepachtige hoest voorafgaand aan of gepaard gaand met de uitbarsting van mazelen.
Kroep in combinatie met bronchitis ; grote zwakte ; verergering van de avond tot middernacht ; op de rug liggend lokt hoest uit.
Epidemische influenza : rauwheid en schrapen in de keelholte, < tegen de avond ; ophalen van slijm in de ochtend ; waterige neusloop met grote dufheid in het hoofd en slaperigheid ; meer overdag en na de maaltijden ; bloed uit de neus snuiten ; overvloedige bloedingen uit neus
en mond ; veel niezen ; veelvuldige afwisseling van droge en waterige coryza ; gevoeligheid in de leverstreek, met steken daar ; heesheid, rauwheid in strottenhoofd en luchtpijp ; hoest opgewekt door kriebeling in de borst, meestal droog in de avond en 's nachts, met slijmige
expectoratie in de ochtend en overdag, < door spreken, lachen, huilen (kinderen), op de rug liggend of op de linkerzijde ; veel koorts en dorst ; matheid en prostratie buiten verhouding tot de duur van de ziekte ; veel hitte en grote pijn in strottenhoofd of borst, met droge hoest en
neiging tot diarree.
Strottenhoofd voelt gevoelig en droog aan ; passage van ingeademde lucht geeft de delen een gevoel van rauwheid ; hoest hees, expectoratie schaars ; voortdurende kriebeling in de fossa suprasternalis ; droogheid van de keel nacht en dag ; ophalen van slijm in de ochtend ; heesheid, verlies van
stem.
Stem een schor gefluister ; gevoel van zwaarte en wurging ter hoogte van het strottenhoofd, dat onophoudelijk hoesten, keelschrapen en spuwen veroorzaakt ; het sputum is een fijn, wit, smaakloos schuim, dat om de halve minuut wordt opgegeven ; extreme droogheid van keel en
achterste deel van de mond, < 's nachts, wanneer zij genoodzaakt is elk half uur op te staan om de keel te bevochtigen ; ziet er bleek en afgetrokken uit door slaapgebrek.
Bronchitis : beklemde hoest, < van de avond tot middernacht ; beklemming dwars over de borst ; pijn in hoofd, strottenhoofd en borst bij het hoesten ; hoest < door spreken, lachen, eten, beweging en bij het in koude lucht gaan ; nuttig na uiensiroop ; hevige en
uitputtende hoest, waarvoor het kind bang is en die het zo lang mogelijk probeert te vermijden ; < in de avond en blijft zo gedurende de nacht ; koorts hoog, pols snel ; ligt op de rug en ademt zeer snel, de ademhalingsbewegingen voornamelijk abdominaal ; elke inademing zeer kort, half onderdrukt en
gepaard gaand met een soort kreunen ; de aandacht van het kind kon slechts met moeite op iets worden gevestigd ; veel algemene hitte ; korte hoest ; sibilante reutels in de longen ; holle, droge, diepe hoest, zonder prikkeling ; bij lange, slanke personen met tuberculeuze habitus ;
capillair ; subacute aanvallen bij uitgemergelde, cachectische of jonge, te snel opgeschoten invaliden ; broncho-pulmonale catarren ten gevolge van dilatatie of vetdegeneratie van het hart ; hoest abrupt, ruw, scherp, droog ; tussen elke hoestbui een kort interval ; droge kriebelhoest in de
avond, met beklemming dwars over de borst en expectoratie in de ochtend ; pijn in de borst bij het hoesten, > door uitwendige druk ; beven van het hele lichaam tijdens het hoesten ; hoest < wanneer andere mensen de kamer binnenkomen ; tintelende gevoeligheid en rauwheid in de luchtwegen, droge hoest met
expectoratie van taai of bloederig slijm ; verwijding van de bronchiën.
Chronische bronchitis ; overvloedige expectoratie van wit of gelig slijm, auscultatie tonend dat de bronchiën met secreet gevuld zijn ; prostratie < door nachtzweten ; vermagering.
Chronische bronchiale catarre ; hoest droog, of expectoratie van rijkelijk taai slijm, vooral in de ochtend ; soms is de expectoratie koel ; tremor bij het hoesten.
Chronische bronchitis, wanneer een exacerbatie optreedt en de expectoratie met bloed gestreept is.
ADEMHALING [26]
Neiging om diep adem te halen.
Benauwdheid en angst in de borst, < 's avonds en 's morgens.
Ademhaling : zeer benauwd, kort ; belemmerd door snel lopen ; zeer kort na hoesten ; beklemd na het geringste voedsel ; kort met hevige drukkende pijn in het bovenste deel van het borstbeen ; moeilijk ; oppervlakkig ; angstig,
hijgend, benauwd ; angstig, kort en gehaast, met heffen van de gehele thorax, en vooral van de linkerzijde ; zeer moeizaam, luidruchtig, hijgend.
Zij klaagde over gebrek aan lucht, hoewel zij vaak diep ademhaalde.
Gevoel van verstikking ; ook na 's nachts wakker worden.
Dyspneu, met onvermogen zich in te spannen ; extreme uitputting.
Krampachtige insnoering van de borst.
Moeilijke ademhaling, de borst voelt vol en zwaar aan, met spanning.
Stridoreuze inademing 's avonds bij het inslapen ; nachtelijke verstikkingsaanvallen, alsof de longen verlamd waren.
Slijmreutels gemakkelijk te onderscheiden in verschillende delen van beide longen, maar duidelijker in de onderkwabben.
Kon alleen ademen met een luid ratelend geluid.
Astma : met vrees voor verstikking ; ten gevolge van toegenomen prikkelbaarheid van de ademhalingsorganen, zoals na ontsteking, enz., bij prikkelbare, levendige, blonde personen ; congestief, < op de rug liggend, of bij het inslapen.
Jongen, æt. 10, werd zonder aanwijsbare oorzaak sloom, ongenegen om te leren, prikkelbaar en humeurig ; gezicht bleek, eetlust verminderd ; klaagde tenslotte over plotselinge snijdende, stekende pijn in het abdomen, die zich spoedig uitbreidde naar de borst en zich ontwikkelde tot een astmatische aanval ; krijgt geen lucht ; gezicht doodsbleek, ogen ingevallen en omgeven door blauwe ringen ; de aanvallen duren verscheidene minuten en treden vaak op.
Moeizame ademhaling, bedreigde verlamming van de longen.
Volheid in de borst als na te veel eten.
HOEST [27]
Hoest : kieteling ; voortdurende kieteling in de keel ; droog, door kieteling in keel en borst ; droog, kietelend, veroorzaakt door irritatie in het strottenhoofd en onder het borstbeen ; < liggen op de zijden, vooral op de linker ; frequent, prikkelend, door geschraap in de keel ; frequent, kort, droog, prikkelhoest ; hevig, droog, bij hardop lezen ; droog, met pijn in het hoofd alsof het zou barsten ; droog, lastig, veroorzakend gevoeligheid aan de voorzijde van de borst, wekte haar uit de slaap ; met grote inspanning, totdat taai slijm wordt opgegeven ; droog, kietelend in de avond, met beklemming over de borst, 's morgens expectoratie ; hard, gespannen, droog, schuddend, uitputtend, > bij het gaan in de open lucht ; plotseling, ruw, kort, droog, door kieteling diep onder in de luchtpijp ; gevoel van beklemming over de borst, rauwheid en gevoeligheid in luchtpijp en bronchi ; hol, meestal 's morgens in bed, ook 's nachts, verhindert het inslapen ; hol, droog, met druk in de maagkuil ; hij kon de hele nacht niet slapen ; droog, kort, blaffend ; opgewekt door kieteling in de borst en gevolgd door expectoratie van draderig sputum met een zoute smaak ; chronische, onophoudelijke blafhoest, dag en nacht ; diep, trillend ; geen expectoratie ; krampachtig, met benauwdheid op de borst ; droog, ondraaglijk, met bronchiale catarre ; was genoodzaakt rechtop te zitten bij het hoesten ; met beven van het hele lichaam ; met steken in het epigastrium ; moet daarop met de hand drukken ; nerveus, wanneer iemand de kamer binnenkomt ; door sterke geuren ; vóór een onweersbui ; bij het verschijnen van vreemden ; met steken boven één oog, splijtende hoofdpijn, brandende droogheid in de keel ; met heesheid, afonie ; gevoeligheid en ruwheid in het strottenhoofd ; < avond en nacht ; < door spreken of lachen ; kort, plotseling, met een gevoel van schok ; door krampachtige prikkeling van de nervus vagus ; 's morgens na het opstaan met expectoratie van doorzichtig slijm en een gevoel midden in het borstbeen alsof iets werd losgescheurd ; met witte expectoratie, moeilijk los te krijgen ; met expectoratie in de ochtend, geen in de avond ; losse, reutelende hoest tijdens het eten.
Hoest van achttien jaar duur ; de patiënt scheen niet meer te herstellen en werd opgegeven om spoedig aan tering te sterven ; witte, taaie, zoetige, rauwe expectoratie ; extreme kortademigheid, voorafgaand aan elke hoestaanval ; hoest < door beweging ; neus elke ochtend verstopt ; veel jeuk aan de anus ; zuurkool veroorzaakt aanmerkelijke opgeblazenheid ; < tegen de avond.
Lastige chronische hoest, met expectoratie van taai, roodbruin slijm.
Hoest veroorzaakt door een beklemmend gevoel in de linker ovariumstreek, tegelijk krampachtige vernauwing van het strottenhoofd, met voortdurend keelschrapen van slijm.
's Avonds hoest na het gaan liggen ; hij kan beter ophoesten als hij zich van de linker- naar de rechterzijde draait.
Bij het ingaan in koude wind voelde hij iets ijskouds in het midden van de onderborst slaan ; sindsdien hoest veroorzaakt door liggen op de rechterzijde, < tijdens het eten en soms nog korte tijd daarna ; ook < bij het opstaan uit bed in de ochtend ; sputum dik, geel, smaakloos ; hoest veroorzaakt een pijn als schrijnen aan de voorkant van de keel, ongeveer ter hoogte van de tongwortel ; voortdurende pijn in het midden van de onderborst, alsof het afgesloten was ; kan geen diepe adem halen wegens een gevoel van zwaarte in het midden van de onderborst, > door zuchten.
Wanneer tegen het einde van de kinkhoest de ziekte dreigt een ongunstige wending te nemen.
Hoest met ondraaglijke pijn in het strottenhoofd.
Hoest : veroorzaakt pijn in het abdomen, is genoodzaakt het abdomen vast te houden.
Onwillekeurige ontlasting tijdens het hoesten.
Hoest met tinteling, gevoeligheid en rauwheid in de luchtwegen, < door koude lucht.
Hoest en borstsymptomen die optreden en tyfeuze koorts en tyfuskoorts compliceren ; expectoratie van roestkleurig of groenachtig, soms foetide sputum.
Hoest : met beklemming over de borst ; strottenhoofd gevoelig ; aderen van de handen gezwollen ; sacrum voelt als gebroken ; beven over het hele lichaam.
Spreken wekt laryngeale en tracheale hoest op.
Hoest : met flauwte.
Hoest erger : door overgang van warme naar koude lucht ; door lachen of luid spreken ; hardop lezen ; weersverandering ; eten of drinken ; het drinken van iets kouds of warms ; door inspanning ; liggen op de linkerzijde of op de rug ; sterke geuren.
Hoest bij lange, slanke, tuberculeuze personen, met bleke gelaatskleur, heldere sclerae, grote nerveuze prikkelbaarheid en gevoeligheid voor uitwendige indrukken ; bleek, wasachtig gezicht, ingevallen ogen ; zwakke nerveuze personen.
Expectoratie : het meest in de ochtend, minder in de avond ; van bloederige, purulente materie ; van gele materie ; met zure smaak ; schuimig, bloederig, roestkleurig ; purulent, wit en taai ; koud slijm, smakend naar zuur, zout of zoet ; vuil van aanzien, lijkend op pus, maar dunner, en wanneer het op een hard oppervlak valt, breekt het en spat uiteen als dun beslag ; grote hoeveelheden grijsachtig slijm, alsof het met stof vermengd was ; van taai slijm ; albumineus en met bloedstrepen ; moeilijk op te geven, met hemoptoë door de inspanning om het los te maken en met achterblijvende, na de hoest, ernstige dyspneu en korte ademhaling ; bevattend strepen bloed.
Hemoptoë.
Plaatsvervangend bloedspuwen in plaats van menstruatie ; tuberculeuze diathese, droge, beklemmende hoest, < van de avond tot middernacht ; bronchitis.
BORST, INWENDIG, EN LONGEN [28]
Zielsangst en hitte in de borst ; angst, met ademnood.
Zwaar gevoel op de borst, alsof er een gewicht op lag.
Gevoel van volheid in de borst tot in de keel, alsof men te veel had gegeten.
Gevoel alsof de longen verstopt waren ; hinderlijke dyspneu.
Kan de longen niet vullen zoals gewoonlijk.
Zwakte van de borst.
Beklemming op de borst : alsof de kleren te strak zaten ; 's morgens ; in bed ; na wandelen in de open lucht, 's nachts, zodat zij niet volledig kon geeuwen ; van het onderste gedeelte, met kortademigheid ; met angst, na het middagmaal ; met een samentrekkend gevoel onder het borstbeen.
Benauwende angst en druk op de borst, oplopend tot werkelijke verstikking, zodat diep inademen moeilijk, bijna onmogelijk was, met brandende en stekende pijnen achter het borstbeen.
Sterke druk op het midden van het borstbeen.
Beklemming op de borst : alsof er bloedstuwing was ; van het bovenste deel van de borst ; over het bovenste derde deel van de longen ; alsof de longen zelf vernauwd waren ; alsof de lucht met geweld werd buitengesloten ; met gevoel van droogheid ; met dyspneu ; met pijn ; alsof er een band omheen zat ; met zeurende pijn in de hartstreek, > door oprisping.
Beklemmend knijpend gevoel hoog in de borst.
Beklemmende spasmen in de borst ; kramp, 's nachts, denkt dat hij zal stikken.
Stekende pijnen : in verschillende delen van de borst ; frequent door de longen, vooral bij diep inademen ; aan de rechterzijde onder de valse ribben ; aan de linkerzijde onder de ribben ; aan de linkerzijde bij het ademen ; in de linkerborst, > liggend op de rechterzijde .
Snijdende pijn van het midden van het borstbeen naar het rechter schouderblad, < tijdens de inademing, > bij beweging.
Rauw gevoel in de longen ; pijnlijkheid, grote moeite om volledig adem te halen.
Hitte : in de borst ; in de longen ; intens achter het borstbeen.
Brandende, schrijnende pijn in de borst, vooral aan de linkerzijde, waarop de patiënt niet kan liggen. θ Bronchitis.
Brandende, doordringende pijnlijkheid en spanning in de borst.
Scherpe pijn, vooral in de rechterborst, < door druk, zelfs lichte druk in de intercostale ruimten, en door op de linkerzijde te liggen.
Scherpe pijn in het onderste deel van de linkerlong ; < liggend op de linkerzijde.
Pijn op de borst bij hoesten, > door uitwendige druk.
Congestie naar de borst ; beklemming ; angst ; < door iedere emotie ; kramp tussen de schouderbladen ; hartkloppingen.
Opgeven van helder rood, vloeibaar bloed, dat warm aanvoelt in de mond en met geen pijn en slechts zeer geringe hoest gepaard gaat ; ademhaling vrij ; < 's nachts ; na herhaalde verkoudheden en blootstelling aan regen.
Hemoptoë : pijn op de borst, kieteling en bloedspuwen ; met gorgelende en borrelende geluiden in de luchtwegen ; bloed dat uit de choanen komt ; lijdende uitdrukking van het gelaat ; ledematen koud ; pols klein, snel ; met incidentele aanvallen van overvloedige bloeding ; bij vrouwen met vertraagde en schaarse menstruatie, bloedstuwing naar de borst ; bij personen met sanguinisch temperament ; bij jonge teringlijders.
Percussie over het onderste deel van de thorax dof aan de rechterzijde, met onduidelijk bronchiaal ademgeruis en talrijke reutels, deels droog, deels vochtig ; aan de linkerzijde vesiculair ademgeruis en enige vochtige bronchiale reutels.
Na een week of tien dagen aan een ernstige verkoudheid te hebben geleden, plotseling zeer hevige stekende pijnen, beginnend juist onder de huid op het acromiale uiteinde van het linker sleutelbeen en vandaar omlaag schietend door de linkerlong en naar buiten komend aan de linkerzijde van het abdomen, juist onder de ribben ; hevige rilling ; volstrekt onvermogen om iets anders dan de kortste inademingen te nemen ; < bij de geringste beweging van het lichaam ; kan niet op de linkerzijde liggen.
Bronchitis : de hogere bronchiale buizen betreffend of zich uitbreidend tot in de bronchiolen ; hoest met scheurende pijn onder het borstbeen, alsof iets werd losgescheurd ; verstikkende druk in het bovenste deel van de borst, met vernauwing van het strottenhoofd ; longen door bloed overvuld ; slijmreutels door de longen ; hijgende en moeizame inademing, zelfs emfyseem ; sputum van gelig slijm, met bloed gestreept, roestkleurig of purulent en van zoetige of zoute smaak.
Capillaire bronchitis : hevige, harde, droge, uitputtende hoest, < 's avonds ; longoedeem.
Bronchopulmonaal catarre, met verwijding of vetdegeneratie van het hart.
Crepitatie in de longen, met of zonder expectoratie, en een hittegevoel en stekende pijn tijdens de inademing.
Na een acute aanval van pneumonie geeft percussie een dof geluid ; geen natuurlijk ademgeruis ; de long is gehepatiseerd, de hoest is kort, droog en prikkelend, kan niet op de rug of op de linkerzijde liggen, maar rust > op de rechterzijde.
Verkoudheid op de longen : dreigende pneumonie, met beklemming en benauwdheid ; gevoelige zeurende pijn, kouwelijk en koortsig, met zielsangst en onrust (na Acon.).
Pneumonie : stupor met brandend heet hoofd, rode, hete wangen, rode oren, vernauwde pupillen, gesloten mond ; mompelen en gebaren maken in delier ; het gelaat drukt veel angst uit ; neemt water gulzig aan wanneer het wordt aangeboden, maar kan wegens kortademigheid niet meer dan één slok doorslikken ; vleugelachtige beweging van de neusvleugels ; ademhaling moeilijk, haperend, waarbij de inademingen plotseling worden afgebroken wanneer zij half voltooid zijn en gepaard gaan met een half verstikte kreun ; ligt op de rug, het hoofd zo ver mogelijk achterovergeworpen om het strottenhoofd te strekken ; nu en dan korte, droge hoest ; carotiden kloppen heftig ; hart slaat krachtig ; pols zeer snel ; huid droog en heet ; onderste deel van de achterste rechterlong gehepatiseerd ; grote beklemming over de borst ; diarree ; expectoratie die, wanneer zij op papier valt, breekt en wegspat als dun beslag ; droogheid van de luchtwegen ; schrijnend gevoel in het bovenste deel van de borst ; groot gewicht op de borst of beklemming ; borst pijnlijk, beurs ; goed ontwikkelde, gelijktijdige bronchitis ; hepatizatie, vooral van de onderste helft van de rechterlong ; dreigende verlamming van de rechterlong ; laatste deel van het stadium van afzetting en het vroege deel van dat van resorptie ; inademing bijna onmogelijk, na elke poging hevige hoest met schaarse expectoratie ; ligt het best op de rug, elke andere houding veroorzaakt pijn en steken in de linkerborst.
Begin van hepatizatie, gelaat livide, gelaatstrekken spits ; koud zweet, kleine, snelle, harde pols ; frequente hoest, met schuimige, bruine of gelatineuze expectoratie. θ Pneumonie.
Typhoide pneumonie, met gevoeligheid en gorgelen in de ileocaecale streek en diarree.
Plotselinge, scherpe, lancinerende pijn in de rechterzijde van de fossa iliaca, < door beweging ; na vijf dagen hield deze pijn op en begon een hoest ; pols 's avonds 150, temperatuur 106 1/2 ; braken van grote hoeveelheden zuiver bloed. θ Pneumonie.
Pleuropneumonie, hevig en zich over een groot oppervlak uitbreidend, met dyspneu en droge hoest, en roestkleurig sputum.
Pneumonie in het stadium van hepatizatie ; linkerborst ; dof, dood percussiegeluid links achter ; vooraan minder dof ; bronchiaal ademhalen door de linkerlong, slijmreutelen met grote bellen in de rechterborst ; livide kleur van het gelaat ; lippen en tong droog, met een roetachtige beslaglaag ; huid brandend heet en broos ; pols zeer frequent, zwak en onderdrukbaar ; ademhaling snel en kort ; droge, harde hoest ; frequente diarreeachtige stoelgangen.
Expectoratie met een vuil aanzien, op vacht lijkend, maar dunner, zal, wanneer zij op een hard, glad oppervlak valt, breken en wegspatten als dun beslag. θ Pneumonie.
Kinderpneumonie : koortsig, prikkelbaar ; ademhaling gehaast ; huilt bij diep inademen ; kleine crepiterende reutels aan de longbases achteraan.
Typhoide pneumonie ; geen echte ontsteking, eerder een ophoping van bloed in de aderen en extravasatie van vloeibaar bloed in het longweefsel ; zwakte, zwakke pols, incidenteel zuchten, onvermogen de longen te gebruiken, niet door pijn, maar louter door zwakte en hyperemische stagnatie ; draadvormige pols ; koud zweet.
Op de zevende tot negende dag van pneumonie, adem koud ; koud, klam zweet ; fladderende, nauwelijks waarneembare pols ; sputum roestkleurig, moeilijk opgegeven ; grote angst ; hippocratisch gelaat ; beide zijden van de borst dof bij percussie.
Op de zesde dag van de ziekte, hevige verstikkingsaanval ; ademhaling zeer moeilijk ; stem zwak, lispelend ; grote prostratie ; pols snel, zwak ; hepatizatie van de rechterlong. θ Pneumonie.
Dreigende verlamming van de longen in een vroeg stadium van pneumonie bij oude mensen die tevoren astmatisch waren of aan chronische mucorroe leden.
De ademhalingsorganen raken snel aangedaan en de longen etteren snel, met vorming van holten en purulente exsudatie in de borstholte, met infiltratie van de mesenteriale klieren en tuberculeuze zweren in de darmen ; tuberkels van de longen ontwikkelen zich, met hectische koorts.
Lobulaire pneumonie, eindigend in gangreen van de long en pyohaemie.
Tuberculose : beginnend stadium.
Vermagering, gemakkelijk vermoeid ; gelaat bleek ; wangen ingevallen ; hevige hoest, overvloedige, gele expectoratie ; borst pijnlijk, alsof alles eruit was gehaald ; koorts ; nachtzweten. θ Consumptie.
In het tweede en derde stadium van phthisis ; heesheid ; afonie ; hemoptoë ; zoute, purulente expectoratie ; gevoeligheid in de borst ; grote prikkelbaarheid van de geslachtsorganen.
Phthisis pulm. seu abdom., gelaat bleek of wangen rood ; darmen los ; ontlasting bloederig of bevat klonten als talk ; opwellingen van hitte met zwakte ; zwakke knieën.
Tuberculose bij lange, slanke, zwakborstige personen die snel groeien ; herhaalde hemoptoë ; grote zwakte ; frequente aanvallen van bronchitis.
Longoedeem.
Pleuritis ; late stadia ; hart verwijd ; purulente infiltratie.
Dreigende verlamming van de longen, prostratie, kleverig zweet ; kleine pols ; gelaat ingevallen ; reutelen in de luchtpijp.
HART, POLS EN BLOEDSOMLOOP [29]
Hartkloppingen : hevig ; bij geringe beweging ; frequent en hevig bij het liggen op de l. zijde, 's nachts ; en angst 's avonds en 's morgens, bij het ontwaken, in bed ; ernstig met precordiale zielsangst ; door iedere emotie ; met bloedaandrang naar de borst, vooral bij snel groeiende jongeren ; met kramp tussen de schouderbladen ; van nerveuze oorsprong ; bij anemie met beklemming over de borst ; dyspnoe en nerveuze zwakte.
Hevig bonzen in de borst, verergerd door beweging, met overal optredende gevoelloosheid ; dyspnoe, beklemming over de borst, grote zwakte na iedere geringe mentale opwinding.
Angst in de hartstreek, geassocieerd met misselijkheid en een eigenaardig hongergevoel, enigszins verlicht door eten, die haar zelfs in bed kwelt, soms gedurende verscheidene uren.
Drukkend gevoel in de hartstreek.
Drukkende pijn < onder het borstbeen. θ Angina pectoris.
Grote druk op het midden van het borstbeen ; orthopneu ; dyspnoe met onvermogen zich in te spannen ; hartkloppingen.
Frequente stekende, knijpende pijnen, druk en angst ; gevoel alsof het hart was vastgegroeid ; alsof een nauwe band het lichaam omringde en op het hart lag ; heftig kloppen en bonzen van het hart ; zich uitstrekkend omhoog naar keel en hoofd ; gevoelloosheid, stijfheid en koude van linker arm en dij ; grote zielsangst alsof hij een moord had gepleegd, die hem dag noch nacht rust liet en hem zelfs verhinderde te gaan liggen ; ademhaling kort, benauwd, piepend, moeilijk ; pols vol, hard, ხშირend ; zwaar gevoel in het hoofd met duizeligheid, suizen in de oren en zwartheid voor de ogen ; 's nachts rillerigheid met strekken van rug en benen ; wanneer de pijnen in het hart ophouden, lijdt hij aan steken in de borst met plotselinge orthopneu of heeft hij scheurende, krampachtige pijnen en intrekking van de testikels of krampen in de kuiten.
Druk alsof een groot gewicht op het midden van het borstbeen lag ; grote druk in het bovenste deel van de borst ; hoest opgewekt door drinken ; rauw gevoel op de borst bij hoesten ; hoest wekt hem voortdurend 's nachts en veroorzaakt hevige pijn in de borst ; onmogelijk op de rug te liggen ; heeft twee voorgaande aanvallen gehad ; sinds de eerste heeft hij kortademigheid en hoest, onvermogen zich in te spannen, hartkloppingen, neerslachtigheid voortkomend uit de overtuiging dat hij een ongeneeslijke hartziekte heeft, wat hem tot een roekeloze levenswijze dreef ; bij de derde aanval had hij luide frictie- en blaasgeruisen ; uiterst prikkelbaar ; de geringste kleinigheid bracht hem tot de grootste woede ; schold hevig wanneer men hem maar in het minst tegensprak. θ Rheumatisme van het hart.
Impuls met een snorrend karakter ; de eerste harttoon aan de apex is blazend, de tweede helder ; systolisch geruis aan het hartostium.
Bruit de souffle bij de eerste harttoon.
Eigenaardig blazend geluid, synchroon met de systole van het hart, over de boog van de aorta.
Duidelijk blaasgeruis bij de eerste harttoon.
Endocarditis of myocarditis tijdens het verloop van acuut inflammatoir rheumatisme of tijdens pneumonie.
Aandoening van het rechterhart met daaruit voortvloeiende veneuze stagnatie.
R. hart aanzienlijk vergroot ; de bovenste derden van beide longen, vooral de linker, verdicht ; voortdurend kietelen in het kuiltje van de keel, veroorzakend verlangen te hoesten, wat echter slechts leidde tot het opgeven van een weinig wit, schuimig sputum met een prikkelhoest waardoor zijn borst gevoeliger werd ; lever naar beneden toe ongeveer twee duim vergroot, maar niet gevoelig bij aanraking ; kortademigheid bij de geringste inspanning, samen met onstuimig bonzen van het hart ; gevoel van insnoering over de borst ; gevoeligheid bij aanraking van de linker subclaviculaire ruimte ; zegt dat het leven een last is geworden omdat hij geen verkwikkende slaap kan krijgen ; slaapt korte tijd, waarin hij zich voortdurend om en om werpt, ontwaakt dan zich overal pijnlijk en moe voelend en moet opstaan en een paar minuten in een stoel gaan zitten, dan weer naar bed, en dit de hele nacht ; eten lijkt niet te bekomen, behalve gezouten vis, waarvan hij niet houdt ; had een gevoel alsof alle kracht weg was, dat < wordt naarmate de spijsvertering voortschrijdt en dat enigszins > is na een maaltijd.
Vertraging van de hartslagen, waarschijnlijk ten gevolge van vervetting van het hart ; de pols daalde geleidelijk tot 20 en de dood scheen nabij ; bij een bejaarde man van 70 jaar.
Hypertrofie van de linker ventrikel met congestie naar hoofd en gezicht ; dilatatie van de rechter ventrikel ; vetdegeneratie van het hart ; emfyseem ; bronchiale catarre.
Dilatatie van het hart, na endocarditis, of vetdegeneratie.
Musculaire angina met vetdegeneratie.
Vetdegeneratie van het rechterhart ; veneuze stagnatie ; zwelling van het gezicht, vooral onder de oogleden.
Pols : versneld, vol en hard ; soms dubbel ; klein, zwak en frequent ; onregelmatig ; zwak ; klein, comprimeerbaar, 80 ; klein en zacht ; snel en zwak ; snel, zacht ; intermitterend, door dyspepsie.
Bloedopwelling, het bloed geprikkeld door zinnelijke indrukken.
BORSTWAND [30]
Zwelling van het sleutelbeen.
Acute en vaak terugkerende aanvallen van neuralgie van de borstwand.
Intercostale neuralgie.
Gele of bruinachtige vlekken op de borst.
NEK EN RUG [31]
Stijfheid in de nek.
(OBS :) Krop.
Lipoom in de hals met hectische koorts.
Tussen de schouderbladen : hitte ; pijnen ; brandende pijn ; doffe pijn ; kloppende pijn op een kleine plek ; kloppende, brandende benauwdheid.
Stekende pijnen in het rechter schouderblad ; in de schouderbladen.
De doornuitsteeksels van de rugwervels tussen de schouderbladen werden buitengewoon gevoelig voor druk; ook de spieren tussen de uitsteeksels en het linker schouderblad waren gevoelig, veel < aan de linkerzijde ; < door onaangename emotionele opwinding en door ergernis.
Hete plek op de wervelkolom ; branden op plekken langs de wervelkolom.
Gevoel van intense hitte die langs de rug omhoog loopt.
Gevoel van zwaarte en doffe druk in de gehele wervelkolom.
Kloppingen en pulsaties in de rug.
Pijnen : in de lendenen ; alsof gebroken, trekkend gevoel, kan daardoor niet lachen ; kan zich niet bewegen ; bij het overeindkomen na bukken ; brandend.
Branden op een kleine plek in de lendenen, > door wrijven.
Veel hitte in het onderste deel van de rug over de nierstreek heen.
Pijn in de sacrale streek na de bevalling.
Zwakte en verlamd gevoel op de overgang van de lumbale en sacrale wervels.
Pijn in het stuitbeen alsof het geülcereerd was, waardoor beweging wordt verhinderd, gevolgd door pijnlijke stijve nek. θ Rachitis. θ Coccygodynie.
Na ongewone blootstelling hevige neuralgische pijnen, waarbij de gehele wervelkolom betrokken was, gedurende verscheidene jaren aanhoudend, soms de vorm aannemend van rheumatisme van gewrichten en spieren, dan weer zuiver neuralgisch ; kon zich maandenlang niet aankleden, zich in bed omdraaien of de handen naar het hoofd brengen ; hulpeloos, met de meest ondragelijke pijn, < 's morgens en 's avonds en na het eten, maar gewoonlijk was de eetlust goed ; hevig verlangen naar vis. θ Reumatische neuralgie.
Spinale irritatie : hartkloppingen, < door elke emotie ; wervelkolom buitengewoon gevoelig voor aanraking ; zwakte van de wervelkolom ; de rug voelt zwak aan, alsof hij spoedig zou bezwijken ; zwakte van de ledematen, met beven bij het beginnen te lopen ; struikelt zeer veel, blijft met zijn tenen achter iedere kleine oneffenheid van vloer of plaveisel haken ; wankelt en er schijnt een onvolmaakte coördinatie te zijn ; slapeloos door overmatige hitte ; afschuwelijk opwindende dromen ; bij borstziekten, kraambed, reflexe baarmoederaandoeningen, cariës, enz. ; brandende pijnen ; branden op plekken, > door wrijven ; kloppend branden in de nek, vandaar over het hoofd naar het voorhoofd, met branden op de schedelkruin.
Spinale anemie bij personen die zich overgeven aan seksuele excessen ; lange, magere mensen ; nachtzweten met hectische koorts ; diarree vroeg in de ochtend.
Pijnen in de rug en zwakte van de benen, geleidelijk toenemend totdat de voortbeweging uiterst moeilijk werd en hij gedwongen was in bed te blijven ; bij pogingen om te lopen een zeer eigenaardige beweging van de benen, zij zijn gebogen en onvast en worden naar voren gebracht alsof het hem moeite kostte de wervelkolom te dragen ; formicatie en gevoelloosheid in de onderste helft van de wervelkolom ; doornuitsteeksels zeer duidelijk uitstekend ; beven van de ledematen ; torpiditeit van het darmkanaal.
Myelitis ; na seksuele excessen of nat worden ; ook wanneer in samenhang met een ontstekingsproces van de wervels ; brandende pijn in de wervelkolom ; sommige wervels pijnlijk bij aanraking ; dyspneu en hoest ; zwakte van het gezichtsvermogen ; voorbijgaande duizeligheid ; constipatie, ontlasting smal, droog ; gevoelloosheid en ongevoeligheid van de extremiteiten.
Verweking van de wervelkolom.
Progressieve spinale verlamming, met gedeeltelijke samentrekking van de aangedane spieren, formicatie en scheurende pijnen in de ledematen, anesthesie met vermeerderde hitte ; periodiek terugkerende, onverdraaglijke pijnen in de wervelkolom, die het lopen verhinderen ; zwaar gevoel en gewaarwording van vermoeidheid, vooral bij het trap oplopen ; pijnen in de voetzolen alsof zij te veel had gelopen, met het gevoel alsof zij sliepen ; grote prikkelbaarheid en nervositeit.
Locomotorische ataxie : brandende hitte in de rug ; handen en voeten gevoelloos, onhandig ; ledematen beven door iedere inspanning ; bij het lopen misstappen door zwakte ; zwelling van handen en voeten met stekende pijnen ; verlamming, formicatie en scheurende pijnen in de ledematen ; anesthesie ; vermeerderde hitte ; seksuele prikkeling ; nachtelijke emissies ; grote prikkelbaarheid en nervositeit ; door overmatig verlies van dierlijke vochten en sperma.
Multipele sclerose : zwakte van de extremiteiten en beven bij inspanning ; benen zwak, gang waggelend alsof hij niet zeker van zichzelf was ; spraak bemoeilijkt ; amaurose met wijd verwijdde pupillen ; doofheid.
Cariës van de wervels : bij scrofuleuze kinderen ; diarree < in de ochtend, bevattend onverteerd voedsel ; neiging tot aantasting van de longen ; vat gemakkelijk kou met duidelijke neiging tot bronchitis ; wanneer de ontsteking zich naar binnen heeft uitgebreid en het ruggenmerg zelf heeft betrokken ; branden in bepaalde delen van de wervelkolom ; kan geen enkele hitte in de buurt van de rug verdragen ; een hete spons op de rug doet hem terugdeinzen ; gevoel als van een band om het lichaam ; moeite met lopen, toenemend totdat het kind helemaal niet meer kan lopen ; gedeeltelijk verlies van beheersing over de sfincters.
Spinale ziekten door ontsteking van de wervels.
Spondylarthrocace.
BOVENSTE LEDEMATEN [32]
Zwelling van de okselklieren.
Hevige jeuk in de rechteroksel.
Furunkels in de linkeroksel.
Scheurende pijn in de linkerschouder, vooral 's nachts, in bed.
Paralytisch trekkende pijn in de spieren van schouder en bovenarm.
Grote zwakte van de bovenarmen.
Armen zwak, kan ze nauwelijks bewegen, zij beven, raken gevoelloos.
Reumatische pijnen in de armen, vooral in de gewrichten.
Ernstige pijn in de spieren van de rechterschouder, uitstralend naar de elleboog; de pijn is voortdurend, verhindert de slaap 's nachts en is zo hevig dat zij tot flauwvallen leidt; koorts met zweet; gevoelloosheid en buiging van de vingers; iedere beweging, zelfs passieve, is onmogelijk.
Kwellende pijn in rechterarm en schouder; vroeg in de ochtend, bij het opstaan, voelde de arm verlamd en moe aan, soms van schouder tot elleboog; > na arbeid, < 's avonds in rust; verlamd; < na ongewone inspanning, en ziekelijke gevoeligheid van de bovenarm voor druk; geen vermagering van de arm; na Phosphor. verscheen op het onderste deel van de onderarmen en handen een gevlekte, jeukende, erythemateuze eruptie. θ Paralytisch rheumatisme.
Linkerarm pijnlijk; gevoelloosheid van de linkerwijsvinger ("als spelden en naalden"), zich uitbreidend langs de radiale zijde van hand en pols; de eerste falanx van de linkerduim voelt soms alsof zij in een bankschroef zit; knagende pijn in de linkerwijsvinger; wanneer hevig strekt zij zich langs de radiale zijde van de arm uit tot aan de elleboog, waar het bot aanvoelt alsof het door de huid zou komen; hittegevoel in deze delen, < 's nachts; het knagen schijnt in het bot te zitten; knagende en brandende pijn bij op de rug liggen of achteroverleunen; bij het laten afhangen van de linkerarm gevoel van bloedaandrang naar de wijsvinger en alsof de nagel werd uitgetrokken; menstruatie schaars, regelmatig; vóór de menstruatie veel winderigheid die in het abdomen rondrolt en grote pijn veroorzaakt, > dubbelbuigen en door warme dranken; winderigheid en pijn beginnen veertien dagen vóór de menstruatie en duren gedurende de periode; na drinken, vooral warme dranken, zijn het gezicht en de armen rood; gevoel alsof zij na warme dranken geen adem kan krijgen; eerste en tweede vingers van de linkerhand zwellen elke dag drie uur lang op; linker eerste vinger samengetrokken, kan die niet strekken behalve met hulp van de andere hand; pijn in de hand verhindert de slaap; beurs gevoel aan de basis van de linkerduim; ontwrichtingspijn in de linkerknokkels en pols, uitstralend tot aan de elleboog.
Trekkende, scheurende pijnen in de gewrichten van elleboog en handen en in de vingers, erger 's nachts en bij liggen op de linkerzijde. θ Rheumatisme.
Tetter op de elleboog.
Beven van de handen.
Inslapen van de handen, 's morgens bij het ontwaken, gevoel van gevoelloosheid.
Handen en armen koud, met diarree.
Vermagering van de handen.
De aderen op de handen zijn uitgezet.
Brandende handpalmen; of klam zweet op hoofd en handpalmen.
Verlamming van de vingers.
Periodieke samentrekking van de vingers, als kramp.
Gevoelloosheid en ongevoeligheid van de vingers; de vingers zijn uiterst onhandig.
De vingertoppen voelen gevoelloos en ongevoelig aan; doof gevoel, met kruipend gevoel.
Gebarsten huid van de vingergewrichten, als door koude.
Twee maanden tevoren ontstond een scherp begrensde roodheid op het uiteinde van de linkerduim, die zich ongeveer 3 mm onder de huid uitstrekte; na enige tijd ontstond daarin een ronde opening alsof erin geprikt was, en ten slotte een donkerrode bolvormige uitgroei, die bij de geringste aanraking overvloedig bloedde, op één dag ongeveer een theekop vol; zeurende pijn in de duim bij poging hem te gebruiken.
Aan de nagelwortel van de rechterpink een klein blauwachtig blaasje, waaruit na acht dagen bloed begon te sijpelen, waarbij de bloeding geleidelijk heviger werd, totdat zij soms niet te stelpen was; rond de zwelling was een helderrode areola, omgeven door andere helderrode blaasjesachtige verhevenheden; de tumor nam in grootte toe en een klein wondje aan de voet werd geülcereerd; slaap verstoord; pijn in de maag en het epigastrium na eten; duidelijke vermagering; rode steken in de nek; jeukende kwaddels op r. arm; ernstige jeuk aan de anus; de tumor was glad en glanzend. θ Fungus hematodes.
ONDERSTE LEDEMATEN [33]
Billen pijnlijk alsof zij veretterden.
Rechterheupgewricht pijnlijk; morbus coxarius.
Hectische koorts: droge, prikkelhoest; chronische diarree; urine troebel bij het urineren, waarbij bij afkoeling een wit bezinksel neerslaat; dunne, waterachtige pus sijpelt uit het aangetaste gewricht. θ Coxalgie.
Grote onrust in de onderste ledematen.
Zwaar gevoel, zwakte en vermoeidheid in de onderste ledematen, vooral bij het oplopen van trappen.
Volledige gevoelloosheid van de onderste ledematen en van het lichaam tot aan de borst.
Onvaste, struikelende gang.
Verlamming van de onderste ledematen; niet in staat de ledematen te bewegen, die koud aanvoelden en weinig gevoel hadden; rug zeer stijf; op een bepaald deel van het sacrum geen gevoel; vaak scheurende pijnen en mierenkruipen van de rug naar de benen.
Verlamming na spondylitis; het gebruik van de onderste ledematen plotseling en volledig verloren; kan geen stap verzetten; wanneer hij de stand van de benen wil veranderen, moet hij zijn handen gebruiken, alsof de benen van hout waren.
Een aanval van lumbago, drie jaar geleden, werd gevolgd door pijn in de rechterbekkenstreek; verlies van gevoel en beweging van het ledemaat; geen atrofie van het ledemaat; gevoel alsof er mieren in het ledemaat kropen.
Acute artritis met paralytische zwakte van de dijen en onvermogen de knieën ook maar enigszins te buigen.
Trekkende, gespannen pijnen door de geringste blootstelling aan kou, met duizeligheid, beklemming en een gevoel van mankheid en zwakte in de onderste ledematen. θ Spierreuma.
Buitengewoon hinderlijke nachtelijke aanvallen van rusteloosheid in rechterbeen en heup, kort na het naar bed gaan, waardoor de slaap wordt verhinderd en hij vele malen uit bed moet.
Zwelling aan het bovenste deel van de rechterdij, nabij de lies, lijkend op een steenpuist, omgeven door kleinere zwellingen; elk van de grootste zwellingen heeft een korst erop, die, wanneer zij werd afgepikt, een paarse of blauwrode oppervlakte eronder liet zien; na uitdrukken opende zij zich als een bloemkool, met naar buiten gekeerde randen; zij was elliptisch, bijna 5 cm lang en meer dan 2,5 cm breed, en stak ongeveer 6 mm uit, donkerpaars van kleur; het verband bleek bij verwijdering vol bloed te zijn, geen pus; uiterst gevoelig voor aanraking, het contact met een spons veroorzaakte flauwte; fijne stekende pijn, als van een naald, < door beweging; hieromheen bevonden zich verschillende verhevenheden ter grootte van een halve kleine erwt, paarsachtig aan de top, en die eruitzagen alsof zij op het punt stonden door te breken zoals de eerste had gedaan. θ Fungus hematodes.
Tumor op de rechterdij nabij de trochanter, rond van vorm, met een basis ongeveer ter grootte van een vuist; tumor hard, elastisch, aan de basis licht beweeglijk, met slechts geringe pijn of warmte; geen pulsaties; op het laagst hangende deel had zich een abces gevormd en geopend, waaruit continu veneus bloed afvloeide, dat, wanneer het werd weggeveegd, de structuur van de fungus hæmatodes duidelijk zichtbaar liet worden; het bloed sijpelde er druppelsgewijs uit en stroomde soms in een stroompje weg; grote zwakte door bloedverlies; op de linkerdij was op dezelfde plaats een kleinere tumor gevormd, die aanvoelde als een verharde klier en minder beweeglijk was; geestelijke prikkelbaarheid, met vrees en angst. θ Fungus hæmatodes.
Fungus hematodes op de rechterdij van een pasgeboren kind.
Onderste ledematen bedekt met foetide zweet.
Zwak gevoel in de knieën.
Zwaar gevoel in de knieholten.
Reumatische stijfheid van de knieën; pijnen van de knieën tot de voeten.
Witte zwelling van het kniegewricht.
Zweer onder de rechterknie, over de tibiakop, omgeven door kleinere zweren.
Benen voelen zwaar en vermoeid.
Benen zo zwak dat zij misstappen maakt; gezicht heet.
Blauwrode vlekken, als petechiën, op benen en voeten.
Hinderlijke jeuk aan beide benen.
Koude benen en voeten. θ Anemie.
Beurse pijn in het periost van de tibia, altijd gevoelig bij aanraking.
Zwelling van de tibia.
Uitgebreide gangreneuze periostitis van de tibia, met ernstige koortsige ontregeling; het periost liet over een groot gebied naar boven toe los, tot aan het kniegewricht; het bot was ruw.
Vlekken op de randen van de tibia.
Kleine vlekjes, als sproeten, op het onderste deel van de tibia.
Plotseling ontstane, rode, ontstoken tumor tussen de kuit en de knieholte.
Spanning in de pezen van de buigspieren van het been, met zwakte.
Kramp in de kuiten.
Pijn in de enkel alsof deze verstuikt is, bij het lopen.
Gevoel alsof zij de voet had verzwikt, waardoor zij oppast geen misstap te doen; kon niet over ruwe straatbestrating lopen; bij het lopen over een glad oppervlak, zoals een vloer, lijdt zij aan acute pijn in de hiel, en bij het uitstappen en buigen van het enkelgewricht pijnlijke spanning in de tendo-achillis, uitstralend tot in de kuit; elke stap veroorzaakt pijn door het gehele gewricht en de voet, zich naar voren uitstrekkend tot aan de tenen. θ Reuma.
Oedeem van enkels en voeten door hartaandoening of vetdegeneratie van de nieren; albuminurie.
Zwelling van de voeten: 's avonds; bij het lopen; met stekende pijn.
Vermoeidheid en zwaar gevoel in de voeten; verlamd gevoel.
Schoktrekkingen van de voeten; nachtelijke scheurende pijnen tijdens de zwangerschap.
Voeten ijskoud.
Pijn in de voetzolen: alsof zij beurs zijn; alsof zij te veel heeft gelopen, met het gevoel alsof zij slapen; als na een reis.
Blaren op de hielen.
Gevoelloosheid van de tenen.
Likdoorns en wintertenen aan de tenen.
LEDEMATEN IN HET ALGEMEEN [34]
Grote zwakte van de ledematen.
Verlies van kracht in alle ledematen, vooral ter hoogte van de gewrichten en alsof ze verlamd waren, met goede eetlust.
Zwaar gevoel in handen en voeten.
De extremiteiten werden zo zwaar als lood en uiteindelijk verlamd, met pijnen in de spieren.
Handen en voeten gevoelloos, onhandig; enkels voelen gezwollen aan en alsof de huid strak gespannen stond.
De ledematen beven bij iedere inspanning; ook ijzige koude van de ledematen.
Bij het lopen misstappen door zwakte.
Gevoel alsof armen, handen, vingers en tenen gaan slapen.
Verlamming beperkt tot de bovenste en onderste extremiteiten en ontstaan door druk op het ruggenmerg.
Schilferige herpes op armen en knieën.
Blaasjes: rond de gewrichten; tussen de vingers en in de knieholten.
Zwelling van handen en voeten, met stekende pijnen.
Trekkende pijnen in rug en benen; kon slechts met grote inspanning lopen; voeten voelden levenloos aan; gevoel in het ruggenmerg alsof kwikzilver op en neer bewoog; paralytische zwaarte in de armen, het werken verhinderend; duizeligheid; voorbijgaand; coördinatiebewegingen
normaal; enkele lumbale wervels gevoelig voor aanraking; voorbijgaande zwakte van het gezichtsvermogen; anemie; vermagering. θ Paralytisch reumatisme.
RUST. HOUDING. BEWEGING [35]
Rust : pijn in armen en schouders <.
Liggen : hevige pijn in de ogen ; warmte van de hoofdhuid > ; scheurende pijn in de kaakbeenderen < ; opgesloten winderigheid > ; flatulente koliek <.
Moet gaan liggen : pijnlijke zwakte van het abdomen ; na het urineren.
Op de rug liggend : diarree < ; onmogelijk, pijn in de navel ; lokt hoest uit ; congestief astma < ; > pneumonie ; pijn in de arm > ; rugligging.
Ligt op de rug : hoofd zo ver mogelijk naar achteren geworpen ; pneumonie.
Liggend op de rechterzijde : voortdurend ; pijn in het rechteroor > ; diarree > ; steken in de borst > ; > na pneumonie.
Liggend op de linkerzijde : pijn in het rechteroor < ; diarree < ; hoest < ; scheurende pijnen in gewrichten en vingers <.
Kan niet op de linkerzijde liggen : wegens hartkloppingen ; pijn op de borst ; pneumonie.
Moet rechtop zitten : algemene anasarca ; dyspneu.
Moet overeind zitten : tijdens hoest ; voelt zich 's nachts overal pijnlijk en vermoeid.
Zitten : gevoel van opgesloten winderigheid < ; kon de voeten een weinig bewegen maar ze niet uitgestrekt houden.
Linkerarm laten afhangen : bloedaandrang naar de wijsvinger.
Achteroverleunen : pijn in de linkerarm >.
Dubbelgebogen : flatulente koliek >.
Moest het abdomen vasthouden : hoest veroorzaakte pijn.
Bukken : kloppen in het voorhoofd < ; cephalalgie ; hevige pijn in de ogen <.
Staan : zeer vermoeid ; de knieën knikken onder hem ; er is een diepe voorste kromming van de lumbale wervels.
Verandering van houding : daartoe gedwongen door branden van de huid.
Wens de stand van de benen te veranderen : moet de handen gebruiken.
Van de linker- naar de rechterzijde leunen : kan zich beter oprichten.
Opstaan : duizeligheid met suizen in de oren ; zwakte in de benen ; moet zich na enkele ogenblikken weer neerleggen ; hoest < ; na bukken, pijn in de lendenen.
Mond openen : prosopalgie >.
Schrijven : handen beven.
Verlangen de ledematen uit te strekken.
Kon zichzelf niet aankleden, zich niet omdraaien in bed, de handen niet naar het hoofd brengen : ondragelijke pijn.
Vermogen tot bewegen verloren.
Beweging : van het hoofd, duizeligheid, alsof hij zou vallen ; van het hoofd, doffe pijn in het voorhoofd < ; van de oogbollen, pijnlijk ; van de kaak, > scheurende pijn daarin ; cardialgie < ; hoest < ; de geringste, onwillekeurige ontlasting ; snijdende pijn van het borstbeen naar het schouderblad ; pijn in de borst < ; pijn in de
rechterzijde van de fossa iliaca < ; geringe beweging veroorzaakt hartkloppingen ; zelfs passieve, onmogelijk, pijn in de schouder ; < bonzen in de borst ; gevreesd en moeilijk door zwakte ; de geringste veroorzaakt roodheid van het gezicht ; gerommel in het abdomen ; veroorzaakt epistaxis ; van gewrichten
pijn.
Elke inspanning : moest rusten ; ledematen beven ; ongewoon, arm en schouder verlamd < ; veroorzaakt beven en zwakte van de extremiteiten ; veroorzaakt zweet, zeer overvloedig.
Lopen : wankelt door duizeligheid ; alles draaide om haar heen, zeer vermoeid ; snel lopen veroorzaakt congestie naar het hoofd ; maag pijnlijk ; moeilijk door gebrek aan adem ; pijnlijke zwakte dwars over het abdomen ; snel vermoeid ; leucorroe ; tijdens en
na het lopen, scheurende pijn in de labia ; ademhaling bemoeilijkt ; beven ; onmogelijk ; pijn in de wervelkolom ; zet verkeerde stappen door zwakte ; veroorzaakt een zeer eigenaardige beweging van de benen ; pijn in de enkel ; over ruw plaveisel onmogelijk ; op een glad oppervlak acute pijn in de
hiel ; zwelling van de voeten ; zet verkeerde stappen door zwakte ; veroorzaakt uitputting ; met een waggelende gang van de ene naar de andere zijde.
De voet neerzetten en het enkelgewricht buigen : pijnlijke spanning in de achillespees.
Trappen oplopen : zwaar gevoel en gevoel van vermoeidheid ; vermoeidheid, zwakte en zwaar gevoel in de onderste extremiteiten ; de spieren van de onderste extremiteiten lijken dienst te weigeren.
Inspanning veroorzaakt neusbloeding.
Beweging : hoest <.
Zenuwen [36]
Overgevoeligheid van alle zintuigen; overgevoelig voor uitwendige prikkels, licht, geuren, geluiden, aanraking, enz.
Grote lusteloosheid en tegenzin om te bewegen; zwaar gevoel in het hele lichaam; grote vermoeidheid; prostratie; uitgeput na een wandeling; opmerkelijk zwak en neerslachtig, zonder de geringste lust zich met gewone bezigheden bezig te houden; de zwakte zo groot dat de patiënt nauwelijks kon
spreken; algemene nerveuze uitputting; onuitsprekelijke zwaarte van het hele lichaam, zodat elke beweging moeilijk en onaangenaam was; wilde het bed houden en vreesde beweging.
Gevoel van zwakte in de rug alsof die verpletterd was, gevolgd door zwakte van de ledematen en beven na de geringste inspanning; beide onderste ledematen zo zwak dat hij slechts een ogenblik of twee waggelend kon voortgaan met bevende tred; bij een poging te staan trilden de knieën en knikten door;
handen en armen beefden wanneer hij ze probeerde te gebruiken.
Na het urineren in de ochtend zo zwak dat hij moet gaan liggen.
Uitputting: vooral in de borst; van geest en lichaam, in de ochtend; in plotselinge aanvallen; door verlies van vitale vochten; met verhoogde vatbaarheid voor uitwendige prikkels; met prikkelbare zwakte.
Verlamd en onwel gevoel in het hele lichaam.
Algemene verslapping van de spierkracht; bij het traplopen lijken de spieren van de onderste extremiteiten te weigeren dienst te doen, zodat zij gevaar liep te vallen.
Bewegingen onwillekeurig en onzeker, als bij iemand die door verlamming is getroffen.
Beven: vooral van de handen tijdens het schrijven; door het hele lichaam of in afzonderlijke ledematen; met nerveuze zwakte.
Zenuwzwakte: van eenvoudige zwakte tot volledige verlamming; vaak bij pneumonie, tyfus, exanthemateuze ziekten, kroep, bronchitis, bereikt de levenskracht haar laagste peil, is het cerebrospinale systeem gedeprimeerd, het huidoppervlak koud, de pols draadvormig, de ademhaling reutelend, beven van het hele
lichaam; frequente flauwteaanvallen, veroorzaakt door onmatigheid; gestel ondermijnd door verdriet, zorgen of overmatige geestelijke inspanning; seksuele uitspattingen, of onanie.
Frequente flauwtes: bleek, koud; plotselinge syncope, ligt als levenloos.
Gevoelloosheid van het hele lichaam, gepaard gaand met een prikkelend gevoel.
Geleidelijk verlies van kracht; geslachtsgemeenschap veroorzaakt prostratie gedurende verscheidene dagen; paretische toestand van de linker lichaamshelft, vooral van de ledematen, gelaat en tong minder aangetast, hoewel de spraak gestoord is; bewegingen van de ledematen onzeker; sensibiliteit niet geheel aangetast;
pijn in de aangedane ledematen soms hevig, met frequente onwillekeurige bewegingen ervan; zij zijn ook stijf, zodat buigen moeilijk is; frequente aanvallen van duizeligheid; verwardheid in het hoofd; geestelijke dofheid, herinneringsvermogen traag en onvolledig; antwoorden op vragen zijn traag,
kort en onbevredigend; eetlust verminderd, stoelgang vertraagd en moeilijk; slaap onrustig, verstoord; voelt zich < na de slaap, en stond vroeger, toen hij het bed nog kon verlaten, zeer laat op; hoewel hij zijn bewegingen onder controle heeft, zijn zij zeer onzeker; de hand beeft wanneer
hij naar een voorwerp reikt, en bij het grijpen of optillen van iets ontbreekt alle kracht; volledige geestelijke en lichamelijke zwakte en prostratie; sluier voor de ogen; gelaat bleek, wordt rood bij de geringste beweging; raakt gemakkelijk oververhit maar koelt ook snel weer af, heeft het koud en
verlangt de ledematen uit te strekken.
Alle gevoel verdwenen in de bovenste extremiteiten tot aan de ellebogen en in de onderste tot aan de glutei; dit trad geleidelijk op, eerst in de toppen van vingers en tenen, daarna in de handen en voetzolen, enzovoort; volledige anesthesie van de gevoelszenuwen; bewegingsvermogen
verloren; kon grote voorwerpen met de vingers grijpen, maar ze niet stevig vasthouden; kon op bed of stoel zitten, maar bij een poging te staan bogen de knieën onder hem weg en moest hij overeind gehouden worden; lopen of een stap zetten met de voeten volstrekt onmogelijk; zittend kon hij ze een weinig
bewegen, maar niet uitgestrekt houden; spieren van alle extremiteiten slap, verloren alle stevigheid en tonus en waren geatrofieerd; temperatuur van de ledematen gelijk aan die van het lichaam; stoelgang zelden, nooit zonder behulp van klysma's; urine zuur, frequent geloosd; sfincter van de
urineblaas heeft zijn kracht verloren; moet de aandrang om te urineren onmiddellijk volgen, anders gaat de urine onwillekeurig af, vooral 's nachts; hersenen onaangedaan; geest helder; geen hoofdsymptomen; geen pijn over de gehele lengte van de wervelkolom, zelfs niet bij sterke druk. θ Verlamming.
Verlamming: mierenkruipen en scheurende pijnen in de ledematen; teruggevoerd op cerebrale of spinale verweking, of atrofie, die werden voorafgegaan door overprikkeling; progressieve musculaire atrofie, terwijl het intellect helder blijft; verlamming van spinale oorsprong;
tintelingen en mierenkruipen in de ledematen > door wrijving; warmte in het verlamde deel; anesthesie; veroorzaakt door onanie, chlorose, ziekte van Bright, enz.; na seksuele excessen; na de bevalling; met tintelingen en scheurende pijnen vanuit de rug naar beneden in de ledematen; gressus
vaccinus; hemiplegie, met facialisverlamming en afasie, door trombose van de linker middelste cerebrale arterie, of door druk op het ruggenmerg.
Met grote moeite kan zij een paar meter lopen; wanneer zij dat doet, is het met de schouders naar achteren geworpen, abdomen duidelijk uitstekend, benen gespreid en waggelend van de ene naar de andere zijde; zij kan zelfs nauwelijks staan, daar haar benen aanvoelen alsof zij het zouden begeven
behalve wanneer zij wijd uiteen staan; kan zonder hulp niet uit een stoel opstaan, gevoelloosheid en spelden-en-prikkengevoel in de onderste extremiteiten; in de bovenste extremiteiten geen pijn of gevoelloosheid, maar enige stijfheid; kan een voorwerp grijpen maar de greep niet lang behouden; gelaat bleek en
anemisch, eetlust slecht, pijn in de linkerzijde; stoelgang om de derde of vierde dag; menstruatie onregelmatig, om de zes, zeven of acht weken optredend, zeer gering en bleek; urine normaal, geen duizeligheid, hoofdpijn of verminderd gezichtsvermogen; drukgevoeligheid van de onderste rugwervels;
bij het staan is er een diepe anterieure kromming van de lendenwervels, in buikligging sterk verminderd; gluteale spieren stevig, hard en enigszins vergroot, evenals de schuine buikspieren; spieren van de bovenarm vergroot, hard en stevig; rechterarm gemeten over het midden van de biceps bij gestrekte arm
heeft een omtrek van 9 3/4 duim (ca. 24,8 cm), en de linkerarm op dezelfde plaats 9 1/2 duim (ca. 24,1 cm); onderarmen schijnbaar normaal; spieren van dijen en benen veel groter en harder dan normaal; omtrek van het midden van de rechterdij is 19 3/4 duim (ca. 50,2 cm), die van de linker 19 1/2 duim (ca. 49,5 cm); rechterkuit
14 1/2 duim (ca. 36,8 cm), linkerkuit 14 1/4 duim (ca. 36,2 cm). θ Duchennes pseudo-hypertrofische verlamming.
Progressieve locomotorische ataxie.
Schijnbaar levenloze toestand, met incidentele krampachtige bewegingen, gevolgd door groenachtig braken; braakt drinken zodra het warm wordt in de maag; overvloedig, gemakkelijk, gutsend braken; kadaverachtig gelaat; bloeding van helder rood bloed. θ Shock door letsel.
Onrustig bewegen door brandende hitte; angst in de schemering.
Schoktrekkingen van afzonderlijke spieren.
Na een ernstige zenuwschok, slapeloosheid, gevolgd na enkele dagen door snijdende pijnen in de hartstreek, met hevige koude rillingen, toenemend tot krampachtige heftigheid, en eindigend ermee dat hij schijnbaar dood, stijf en polsloos op de vloer viel; na een half uur herleefde hij weer en gedroeg zich alsof
hij krankzinnig was; na enige tijd veranderde de aanval en voelde hij van het r. oor tot de kruin alsof alles was stilgevallen, waarna hij onmiddellijk in een diepe slaap viel, waaruit hij geheel gemesmeriseerd ontwaakte; gedurende zijn hele ziekte was hij 's morgens nooit bij zijn volle verstand wakker geworden.
θ Convulsies.
Chorea bij kinderen die te snel groeien; zeer zwak, loopt alsof verlamd.
Spasmen aan de verlamde zijde.
Epilepsie, met bewustzijn.
Neuralgie, in vele delen van het lichaam, met grote anemie en een ondermijnd, vermagerd gestel.
Pijnen: scheurend, trekkend, spannend, uitgelokt door de geringste afkoeling; lichaam voelt beurs aan, met gevoel van koude; open lucht ondraaglijk.
Vat gemakkelijk kou in de open lucht.
SLAAP [37]
Slaperig, coma vigil.
Overdag slaperig, de hele nacht onrustig; wakker gemaakt door levendige dromen.
Stupor, brandende hitte van het hoofd; mompelend delirium. θ Pneumonie.
Sopor, droge lippen, zwarte tong, open mond.
Slapeloosheid en onrust 's avonds, in bed.
Onrustige slaap, vol dromen; 's morgens bij het ontwaken hoofdpijn.
Na het ontwaken kan hij 's avonds en 's nachts lange tijd niet opnieuw inslapen.
Moeite met inslapen door opwinding, en daarna een onrustige slaap vol dromen.
Schrikt op in de slaap, wordt angstig wakker.
Onrustig, vooral vóór middernacht.
Kan vóór 10 uur niet inslapen door onrust; krijgt ook de voeten niet warm.
Slaap verstoord door lichaamshitte; opwellingen, beklemming op de borst, honger.
Voelt zich 's morgens alsof hij niet genoeg geslapen heeft.
Slaapwandelen.
Levendige dromen: vol onrustig werk en bezigheden, die hij niet kon afmaken; van vuur; angstige dromen; van bijtende dieren; wellustige dromen, met emissies.
Ligt alleen op de rechterzijde; liggen op de linkerzijde veroorzaakt angst.
TIJD [38]
Ochtend : bij het opstaan niet in staat zijn gedachten te verzamelen ; duizeligheid, voortdurend toenemend na het opstaan uit bed ; duizeligheid ; hoofdpijn verschijnt ; schietende pijnen in verschillende delen van het lichaam < ; ziet scherper ; verkleving van de oogleden ; verstopping
in de neus ; neusafscheiding ; vroege epistaxis ; neuralgie < ; smaak van rotte eieren ; schrapen van de keel ; pijn in de maag ; waterachtige diarree ; chronische urethrale afscheiding ; afscheiding van waterachtige vloeistof ; melkachtige leucorroe vroeg ; heesheid ; voortdurende
expectoratie ; hoest met expectoratie ; schrapen van de keel ; ophoesten van slijm ; holle hoest ; expectoratie < ; benauwdheid op de borst ; hartkloppingen en angst ; reumatische neuralgie < ; diarree ; zwakte na het urineren ; uitputting van geest en
lichaam ; pijn in arm en schouder ; in slaap vallen van de handen ; hoofdpijn ; gevoel alsof hij niet genoeg had geslapen ; zweet in bed ; reumatische stijfheid.
Voormiddag : duizeligheid ; hevige pijn in de ogen.
Om 11 uur v.m. : leeg gevoel ; dyspeptische pijn.
Middag : hoofdpijn sinds de ochtend <, > tegen de avond.
Overdag : flikkeringen voor de ogen ; droogheid van de keel ; frequente hik ; erecties ; voortdurende expectoratie ; coryza, dofheid van het hoofd en slaperigheid ; hoest met expectoratie ; droogheid van de keel ; onophoudelijke blaffende hoest ; slaap.
Namiddag : hitte.
Avond : vrees en ontzetting ; alsof afschuwelijke gezichten uit elke hoek tevoorschijn keken ; in bed, duizeligheid ; duizeligheid < ; hoofdpijn verschijnt meestal ; schietende pijnen in het lichaam < ; in het donker lichtflitsen voor de ogen ; rechteroog rood en heet, tranend < ; scheuren in de kaakbeenderen ; schrapen in de keelholte < ; stekende pijn in de maag < ; pijn en braken tegen de
rillerigheid ; heesheid < ; afonie < ; epidemische influenza < ; hoest droog ; bronchitis < ; hoest < ; benauwdheid en angst op de borst <.
Gierende inspiratie : droge kriebelhoest ; hoest na het gaan liggen ; minder expectoratie tot middernacht, hoest < ; capillaire bronchitis < ; hartkloppingen en angst ; reumatische neuralgie < ; pijn in arm en schouder < ; zwelling van de voeten ; slapeloosheid
en onrust ; na het ontwaken kan hij niet weer inslapen ; rillerigheid met angst ; koude rillingen ; hitte.
Van 3 tot 6 uur n.m. : brandende dorst.
Schemering : angstig ; ziet scherper ; asthenopie <.
Van de avond tot middernacht : koude.
Nacht : bij het inslapen, frequente gezichtsbedrog ; schietende pijn door de oren ; coryza < ; droogheid van de keel ; vraatzuchtige honger ; misselijkheid ; stekende pijnen in de maag < ; pijn en braken ; onwillekeurige lozing van ontlasting en urine ; veel
dorst naar water ; onwillekeurig urineren ; erecties ; zaadlozingen ; klamme zweten ; kroep < ; hoest droog ; droogheid van de keel ; hoest < ; gevoel van verstikking ; onophoudelijke blaffende hoest ; benauwdheid op de borst ; kramp in de borst ;
ophoesten van bloed < ; rillerigheid met uitrekken van rug en benen ; onrustige slaap ; scheuren in de linkerschouder ; pijn verhindert de slaap ; hitte in de arm < ; scheurende pijnen in gewrichten en vingers < ; onwillekeurig urineren ; onrustig ; na het ontwaken kan hij niet
weer inslapen ; kan niet voor 10 uur inslapen ; koude ; hitte zonder dorst en zweet ; exostose < ; jeuk van vlekken op de huid < ; handen zeer koud en blauwachtig.
Voor middernacht : onrustig.
Na middernacht : zweet aanhoudend tot de ochtend.
TEMPERATUUR EN WEER [39]
Hitte : borende pijn in de tanden < ; kan nabij de rug niet verdragen ; jeuk van plekken op de huid <.
Warme dranken : winderige koliek >.
Warme kamer : hoofd aangedaan ; rechteroog aangedaan.
Kachelwarmte : verlicht de rillerigheid niet.
Warmte : scheurende pijn in de tanden > ; pijn in de maag of het hypochondrium.
Warm weer : diarree.
In warme kamer : ziekelijke hoofdpijn ; rillerigheid.
Warm voedsel : pijn in de tanden < ; diarree <.
Warme dranken : hoest < ; veroorzaken dat gezicht en armen rood worden ; alsof zij geen adem kon krijgen.
Warm water : handen erin veroorzaken tandpijn.
Bedekt zijn : < pijn in de navel.
Moet het hoofd ontbloten : pijnlijke hitte in de hoofdhuid.
Afkeer van ontbloten : rillerigheid.
Warm ingepakt dag en nacht : neuralgie in het hoofd.
Wanneer water in de maag warm wordt, wordt het uitgebraakt.
Van warme naar koude lucht : hoest <.
Lucht : mammacarcinoom < door blootstelling.
Open lucht : duizeligheid < ; pijn in het voorhoofd > ; verstopt gevoel in de neus > ; hemicranie > ; zwaarte op het hoofd en druk op de bovenste oogleden ; prikkend stekende pijn in de tanden < ; lopen veroorzaakt scheurende pijn in de labia ; hoest < ; beklemming op de borst ; ondraaglijk ;
vat gemakkelijk kou.
Verandering van temperatuur : spanning van het gezicht < ; hoest <.
In wind : overvloedige traanvloei ; neuralgie van het hoofd < ; voelde iets ijzig kouds in het midden van de onderborst slaan.
Tijdens een onweersbui : angstig ; tevoren, hoest.
Tropisch klimaat : gestoorde lever bij mannen die wegens ziekte uit de tropen zijn teruggekeerd.
Water : verlicht de droogheid in keel en lippen niet ; drinken van koud water > cholera ; koud > brandende dorst.
Nat worden : myelitis.
Kleren wassen : veroorzaakt congestie naar het hoofd.
Koud nat weer : scheurende pijn in tanden en wang.
Koude : borende pijn in de tanden < ; verlangen naar dranken ; voedsel > ; pijn in de maag ; blootstelling eraan veroorzaakt trekkende, spannende pijn in de ledematen ; koud weer, rheumatisme <.
Koele lucht : > duizeligheid, uitputting en verwardheid van de hersenen ; kloppende pijn in de tanden veel < ; bronchitis <.
Koud water : handen erin veroorzaken tandpijn ; bloeding uit de maag > ; brandend gevoel in de maag >.
Iets kouds in de mond nemen : pijn in tanden en wang <.
Koud wassen : kloppende pijn in het voorhoofd > ; zwaarte van het hoofd en druk op de bovenste oogleden > ; doet pijn in de tanden altijd toenemen of lokt die uit.
IJs of zeer koude dranken : > braken ; diarree > ; hoest <.
Door kou vatten boven de wastobbe : scheurende pijn in hoofd en gezicht.
Door kou vatten : hoofd aangedaan.
KOORTS [40]
Koudheid van de ledematen.
IJzige koudheid van handen, knieën en voeten, zelfs in bed.
Kouwelijkheid : tegen de avond ; inwendig, op verschillende middagen, gedurende een half uur of een uur ; 's avonds, bij het inslapen ; elke avond, met rillingen, zonder dorst ; grote angst 's avonds ; 's avonds koude rillingen, diarree en afkeer van ontbloten ;
inwendig, 's middags, met gevoel van heet water in de maag ; niet > door de warmte van de kachel.
Koude rilling : meestal alleen 's avonds ; geen dorst ; < door ontbloten ; aderen op de handen gezwollen ; van de avond tot middernacht, met grote zwakte en slaperigheid ; 's nachts, afwisselend met hitte ; met diarree ; daalt af, de hitte stijgt weer op ; rechtszijdig ; > door drinken en eten (begeleidende zwakte).
Opwellingen over het hele lichaam, beginnend in de handen.
Hitte : gevoel van ; met angst en branden in gezicht en handen, 's middags en 's avonds ; vanuit de maag naar de borst en de keel ; veroorzaakt vaak ontwaken ; opstijgend naar de borst ; omhoog langs de rug ; met neiging te slapen ; 's nachts, zonder dorst en zweet, waardoor hij vaak wakker werd ; van de wangen ; gloeien van de ene of de andere wang ; 's middags ; met dorst ; met verlangen te drinken zonder dorst.
Zweet : met angst ; overvloedig over het hele lichaam ; zeer overvloedig bij geringe inspanning ; overal, elke ochtend hem uitputtend ; 's morgens in bed ; tijdens de slaap, na middernacht, aanhoudend tot de ochtend, zonder dorst ; met gevoel van angst, tegen de ochtend ; op hoofd en handen, vaak afwisselend met voorbijgaande koudheid ; meestal op hoofd, handen en voeten, met vermeerderde urineafscheiding ; alleen op de voorkant van het lichaam ; klam ; koud, klam ; ruikt naar zwavel.
Overvloedig nachtzweten, < tijdens de slaap. θ Phthisis.
Wisselkoorts : hitte 's nachts, beginnend in de maag ; flauw en hongerig ; daarna kouwelijk, gevolgd door inwendige hitte, vooral in de handen, terwijl de uitwendige koude aanhoudt ; geneigd remitterend of tyfoïd te worden, of een remitterende koorts neemt na verloop van tijd, of na gedeeltelijke of volledige onderdrukking, een intermitterend type aan, gewoonlijk het dagelijkse.
Tyfoïde koortsvormen ; tyfoïde koorts en tyfus, met dreigende verlamming ; soporeuze toestand, droge zwarte lippen en tong en open mond.
Ontlastingen bruin, donkergroen, grijs, zwart, als koffiedik, als thee, van ontbonden bloed, waterig en met bloedstrepen ; drukkende of kloppende pijn in het voorhoofd ; vroege en snelle prostratie ; gezicht bleek ; ingevallen ; ogen dof, glansloos ; tong wit, beslagen met slijm ; voortdurende dorst ; maagstreek gespannen, gevoelig voor druk ; misselijkheid ; braken van slijm en gal ; abdomen opgeblazen ; meteorische uitzetting ; hoorbaar gerommel in het abdomen bij beweging ; ileocaecale streek pijnlijk ; urine schaars, troebel, als merrieurine, met een slijmerig bezinksel, zonder daarna helder te worden ; in sommige gevallen kan de urine helder zijn ; in dit stadium zijn de ademhalingsorganen niet sterk aangedaan ; droge, hinderlijke hoest ; expectoratie doorzichtig, kleverig, taai, aanklevend ; naarmate het meteorisme toeneemt, worden de ademhalingssymptomen duidelijker ; pols snel, zwak, 100-110 ; huid heet, vaak met zweet bedekt, maar zonder verlichting ; slapeloosheid ; uit de slaap gewekt door vreselijke dromen. θ Tyfoïde koorts.
Hete, droge huid ; pols 120, vol ; beslagen tong ; abdomen gevoelig in het eerste stadium ; frequente, bloederige ontlasting, als vleesspoelwater ; tong gebarsten, aan de randen helderrood. θ Tyfoïde koorts.
Op de veertiende dag van gallige koorts grote prostratie ; hikken ; moeilijk slikken ; hoorbaar neerdalen van vloeistoffen bij het drinken ; slaperigheid ; reutelende ademhaling, zonder voldoende kracht om te expectoreren ; lichaam droog, zwak, vermagerd ; pols snel, zwak ; koude extremiteiten ; koud, klam zweet op het gezicht ; ogen dof, glansloos, geülcereerd ; gladde, rode, droge tong. θ Tyfoïde.
Tyfoïde koorts : met beklemming op de borst en bemoeilijkte ademhaling ; stekende pijn in de pleura ; slopende hoest met dikke, gele of roodachtige expectoratie ; frequente, pijnloze diarree, met meteorisme of gerommel in het abdomen ; lippen, tong en neus droog en bruin ; bronchitis.
Tyfoïde koortstypen : grote cerebrospinale uitputting ; hersenen en wervelkolom vooral aangedaan ; askleurig of wasachtig gezicht ; tong bedekt met kleverig, draderig slijm, moeilijk op te hoesten, dat zich schijnt te verzamelen op de tanden, rond het tandvlees en op de tong ; lichaam heet, hoofd tamelijk koel en ledematen duidelijk koud ; congestie van zowel borst als abdomen ; adem heet ; bronchiale catarre, pneumonie of pneumonische infiltratie van de longen ; brandende dorst, < van 3 tot 6 uur 's middags ; > door het drinken van koud water, totdat het warm wordt in de maag, waarna het heftig wordt uitgebraakt ; lever en milt pijnlijk bij aanraking en gewoonlijk vergroot ; diarree zodra hij eet ; ontlasting vlokkig, donker, vaak bloederig ; uitgesproken zwakte na de ontlasting ; werpt voortdurend de dekens van zich af ; steekt de armen buiten bed om af te koelen ; overvloedig zweet zonder verlichting ; dreigende verlamming van de longen ; coma, met hete adem en reutelen, alsof een grote hoeveelheid slijm in de longen reutelde ; ledematen koud en bedekt met koud zweet ; pols nauwelijks waarneembaar.
Gele koorts : hemorragische vorm met petechiële vlekken en bloedingen in een vroeg stadium.
Hectische koorts : verlies van eetlust ; geen lust tot werken of zelfs maar tot vermaak ; geleidelijke afname van krachten ; slaap onrustig, dromerig, niet verkwikkend ; overdag slaperig, moeilijk wakker te blijven tijdens haar werk ; korte hoest, pijn en droogheid in de luchtpijp ; bleek gezicht ; duidelijke maar matige koorts ; schietende pijnen in het voorhoofd, oorsuizen, algemene matheid ; onbestemde pijnen in de benen, droogheid in mond en keel ; slijmvlies van de tong alsof het weggepolijst is, tong rood ; de longen raken snel aangedaan, met ettering ; vorming van holten en purulente exsudatie in de borstholte, met infiltratie en ulceratie van het darmkanaal, met chronische diarree.
AANVALLEN, PERIODICITEIT [41]
Afwisselend : lachen en wenen ; hevig delier en heldere bewustzijnstoestand ; vloeiende en verstopte coryza ; vermoeidheid en boulimie ; diarree en constipatie ; koude en hitte ; zweet met voorbijgaande koude.
Periodiek terugkerend : onverdraaglijke pijnen in de wervelkolom.
Elke halve minuut : hoest slijm op.
Elk halfuur : moet 's nachts opstaan om de keel te bevochtigen.
Een halfuur of drie kwartier lang : pijnaanvallen in het epigastrium.
Een uur lang : bruisen in het hoofd en het rechteroor.
Verscheidene uren : na het eten oprispingen ; plotselinge samensnoerende pijn in het epigastrium.
Vele uren : koude extremiteiten.
In vierentwintig uur : 25 tot 50 stoelgangen.
Elke ochtend : overvloedige ontlastingen ; neus verstopt ; uitputtend zweet over het hele lichaam.
Elke dag gedurende drie uur : de vingers zwellen op.
Verscheidene malen per dag : duizeligheid ; neusbloeding.
Per dag : twee tot vijftien stoelgangen.
Elke avond : rillerigheid met huiveren.
Elke nacht : aanvallen van onrust in het rechterbeen en de heup ; scheurende pijn in de voeten.
Van de ochtend tot de middag : braken met migraine.
Bijna elke nacht : zaadlozingen.
Verscheidene middagen, een halfuur tot een uur lang : rillerigheid.
Verscheidene opeenvolgende avonden : angst in de hartstreek.
Om de andere dag : hoofdpijn.
Drie dagen lang : hevige pijn in de maag in aanvallen.
Om de drie of vier dagen : harde, droge, keutelvormige ontlasting.
Zes dagen lang : rechteroog rood en tranend.
Eénmaal per week : aanvallen van hoofdpijn, één tot drie dagen aanhoudend ; hemicranie.
Om de tien dagen : menstruatie.
Achttien maanden lang : zwelling van de rechter amandel ; aandoening van het rectum.
Vijf jaar lang : cefalalgie.
Zeven jaar lang : amaurose van het rechteroog.
Acht jaar lang : chronische diarree.
Tien jaar lang : schietende pijn in de rechterwang.
Twaalf jaar lang : eczeem.
Vele jaren : hoofdpijn ; slechthorendheid.
LOKALISATIE EN RICHTING [42]
Rechts : pijn aan de zijkant van het hoofd ; suizen in het oor ; pijn in het oor > liggen op de zijde ; dilatatie van het hart ; alsof er een zwarte sluier voor het oog hangt ; amaurose ; paralytische aandoening van het zesde paar oogzenuwen ; roodheid van het oog, traant ;
zwelling van de oogleden ; oog ziet er klein uit ; ontstoken etterige ophoping in het oor ; scheurende pijn langs de rand van de orbita, zich uitbreidend tot onder het oor ; schietende pijn in de wang ; zweer op het jukbeen ; zwelling van de tonsil ; vergroting van het hypochondrium ; vettige degeneratie van het hart ; liggen
oop de zijde wekt hoest op ; steken onder de ribben ; snijdende pijn van het borstbeen naar het schouderblad ; acute pijn in de borst ; percussie dof over het onderste gedeelte van de thorax ; onderste gedeelte van de long gehépatiseerd ; dreigende verlamming van de long ; pijn in de streek van de fossa iliaca ; ziekte
van het hart ; hart aanzienlijk vergroot ; dilatatie van het ventrikel ; vettige degeneratie van het hart ; steken in het schouderblad ; jeuk in de axilla ; hevige pijn in de schouder ; kwellende pijn in arm en schouder, tot aan de nagelwortel van de pink ; jeukende kwaddels
op de arm ; heupgewricht pijnlijk ; pijn in de bekkenstreek ; onrust in been en heup ; zwelling van het bovenste deel van de dij ; tumor op de dij ; fungus haematodes op de dij ; zweer onder de knie ; van het oor naar de kruin, alsof alles was opgehouden en in slaap zou vallen
; ligt alleen op de zijde ; koude rilling ; impetigo sparsa, het been aantastend.
Links : angst onder de borst ; mond vertrokken ; kan niet op de zijde liggen wegens hartkloppingen ; hoofdpijn boven het oog ; pulsatie in de slaap ; koude, krampende pijn aan de gehele zijde van het hoofd ; hevige pijn in het oog ; pijn in het rechteroor < liggen op de zijde ; hoofdpijn
< in de zijde door het oog heen naar het achterhoofd ; exostose op het wandbeen ; beginnende amaurose ; druk in de slaap ; wit puistje op het buitenste segment van de cornea ; gevoel van zand in het oog ; trekkingen van het ooglid en de buitenste ooghoek ; tamelijk doof ; strontje
op het onderooglid ; volheid hoog in het neusgat ; schietend vanuit het oog naar de kruin ; scheurende pijn in de wang ; pijnlijke zwelling van de onderkaak ; huid over de kaak rood en gespannen ; necrose van de onderkaak ; pijn van de maag naar het hypochondrium en dan naar de schouder ; pijnen vanuit
de maag naar de slaap ; omdraaien op de zijde geeft aandrang tot ontlasting ; diarree < bij liggen op de zijde ; pijn in de streek van de onderste ribben ; pijn in de eierstok ; borst uiterst gevoelig ; fistuleuze gang in de borst ; zijde van de thorax verheven tijdens het ademen ; beklemmend gevoel in de
ovariële streek ; steken onder de ribben en in de borst ; schrijnende pijn < zijde ; pijn in het onderste deel van de long < ; bij liggen op de zijde, vesiculair ademgeruis en vochtige bronchiale reutels ; stekende pijn in het acromiale uiteinde van de clavicula, vandaar omlaag door de long en naar buiten aan de zijde van het
abdomen : dof percussiegeluid aan de zijde ; gevoelloosheid, stijfheid en koudheid van arm en dij ; bovenste derde deel van de long geconsolideerd ; subclaviculaire ruimte pijnlijk bij aanraking ; hypertrofie van het ventrikel ; gevoeligheid van de rugspieren voor druk ; steenpuisten in de
oksel ; scheurende pijn in de schouder ; arm pijnlijk ; gevoelloosheid en pijn van de wijsvinger ; eerste falanx van de duim alsof in een bankschroef ; bij het laten afhangen van de arm gevoel van bloedaandrang naar de wijsvinger ; eerste en tweede vinger zwellen ; eerste vinger gecontraheerd ; beurs gevoel
bij de wortel van de duim ; ontwrichte pijn in knokkels en pols ; roodheid aan het uiteinde van de duim ; tumor in de dij ; paretische toestand van de lichaamszijde ; beweging van de ledematen onzeker ; liggen op de zijde veroorzaakt angst.
GEWAARWORDINGEN [43]
Alsof hij ging sterven; alsof hij in heet water gedompeld was; angst alsof die onder haar linkerborst zat; alsof het hoofd zou barsten; alsof hij 's nachts had gelegen met het hoofd te laag; alsof alles in het hoofd was opgehouden; alsof de stoel omhoogkwam; alsof hij voorover zou vallen; alsof de ogen eruit gedrukt zouden worden; alsof een gewicht een pijn naar beneden in de ogen drukte; alsof het voedsel niet goed verteerde; alsof er pijnlijke knobbels onder de hoofdhuid waren; alsof de patiënt aan de haren werd getrokken; alsof het hoofd zou barsten; alsof er iets in het hoofd ontploft was; alsof de huid van het gezicht te strak gespannen was; alsof voorwerpen met een grijze sluier bedekt waren; alsof er iets strak over de ogen gespannen was; alsof er stof in het rechteroog zat; alsof er zand in het linkeroog zat; oogbollen alsof zij groot waren; alsof het oog gezwollen was en uit de oogkas geduwd werd; alsof er iets voor de oren lag; alsof er gaas over de oren lag; alsof er een vreemd lichaam in de oren vastzat; alsof een verkoudheid zich zou ontwikkelen; alsof de neus aan elkaar vastzat; alsof alles eruit gerukt werd; alsof er spijkers in de kaken werden gedreven; alsof de tong verbrand was; alsof er watten in de keel zaten; alsof de maag verwijderd was; alsof iets zwaar op de maag drukte; alsof er een zware last in de maag lag; maag alsof zij bevroor; alsof er iets in de maag kookte; alsof de anus open was; rug alsof zij gebroken was; strottenhoofd alsof het met bont bekleed was; alsof er huid in het strottenhoofd zat; alsof er een stuk vlees of huid loshing in het strottenhoofd; alsof er iets in het midden van het borstbeen losgerukt werd; borst alsof zij ontveld was; borst alsof zij verstopt was; alsof er een zware last op de borst lag; volheid in borst en keel, alsof door te veel eten; alsof lucht met geweld werd buitengehouden; alsof er een band om de borst zat; alsof er onder het borstbeen iets werd losgerukt; borst alsof zij van de ingewanden ontdaan was; alsof het hart te snel was gaan groeien; alsof een smalle band het lichaam omgaf en op het hart lag; angst alsof hij een moord had begaan; alsof er een groot gewicht op het midden van het borstbeen lag; onderrug alsof die gebroken was; stuitbeen alsof het verzweerd was; rug alsof zij het spoedig zou begeven; pijn in de voetzolen alsof zij te veel gelopen had; alsof de voetzolen sliepen; gang alsof hij niet zeker van zichzelf was; eerste falanx van de linkerduim alsof die in een bankschroef zat; alsof het bot door de elleboog heen zou komen; alsof een nagel werd uitgetrokken; billen alsof zij etterden; alsof de benen van hout waren; alsof er mieren over een ledemaat kropen; enkel alsof die verstuikt was; alsof zij de voet had verzwikt; voeten alsof zij beurs waren; alsof zij te veel gelopen had; alsof de voeten sliepen; ledemaat alsof het verlamd was; alsof de huid van de enkels gespannen was; alsof kwik op en neer bewoog in het ruggenmerg; rug alsof zij verbrijzeld was; alsof levenloos; benen voelen alsof zij het zouden begeven; alsof hij niet genoeg geslapen had; alsof er een grote hoeveelheid slijm in de longen reutelde; slijmvlies van de tong alsof het weggepolijst was.
Pijn: in de rechterzijde van het hoofd; in het midden van de hersenen; van de ogen naar de kruin; in de rechte spieren; in de botten van de oogkas; in de keel; in de tanden; in de rug, ter hoogte van de maag; in maag en darmen; in de linkerzijde; in de navel; in de onderbuik; in de eierstokken; langs de binnenzijde van de dij naar beneden; in het sacrum; in het strottenhoofd; in de borst; in het midden van het onderste deel van de borst; tussen de schouderbladen; onderrug; in de sacrale streek; in het stuitbeen; in de wervelkolom; pijn in de voetzolen; in de linkerarm; in de hand; in de maag; in de rechterbekkenstreek; van de knieën tot de voeten; in de enkels; door het hele gewricht en de voeten tot in de tenen; in de voetzolen; in de spieren van de extremiteiten; in de aangetaste delen; in de luchtpijp; in de benen.
Ondraaglijke pijn: in het strottenhoofd.
Niet te verdragen pijnen: in de wervelkolom.
Folterende pijnen: van de borst naar de thorax; in de gehele wervelkolom.
Folterende, messteekachtige pijnen: in de maag.
Hevige pijn: in het gehele hoofd en in de ogen.
Hevige pijn: in de maag.
Ernstige pijnen: in het hoofd; in de keel; in de maag; in de linkerslaap, het oog, de tanden en de zijde van het hoofd; in de rug; in de borst; in de spieren van de rechterschouder, zich uitstrekkend tot de elleboog.
Scherpe pijn: in de rechterborst; in het onderste deel van de linkerlong; in de hiel.
Kwelling veroorzakende pijn: in de rechterarm en schouder.
Zielsangst: in de borst.
Scheurende pijn: in de tumor op de lip.
Rukkende pijn: langs de onderrand van de rechteroogkas, zich uitstrekkend onder het rechteroor, in jukbeenderen en kaken; in de tanden; in de schaamlippen; onder het borstbeen; in de testikels; in de लिंकerschouder; van de rug naar de benen.
Schietend: van de ene slaap naar de andere; door de ogen; door de oren; van het linkeroog naar de kruin; van het voorhoofd naar de ogen; van een carieuze tand over alle beenderen van gezicht en hoofd; dwars door het abdomen; van het rectum omhoog langs de wervelkolom naar het achterhoofd; in het voorhoofd.
Lancinerend: in de aambeien; in kanker; in de rechterzijde van de fossa iliaca.
Snijdend: in de darmen; in de anus; de borst in; in de linker ovariumstreek; in het abdomen; van het midden van het borstbeen naar het rechter schouderblad; in de hartstreek.
Hevig hameren: in de borst.
Schokkende pijnen: in de holten van de tanden.
Kloppen: in het voorhoofd; in de slapen; in een carieuze tand; van het hart, zich uitstrekkend tot in de keel; van een kleine plek tussen de schouderbladen; in de rug; in de nek.
Borend: aan een zijde van het hoofd; vanuit het oog naar het hoofd; in de navelstreek; in voorhoofd en neuswortel.
Steken: in de lever; in de anus; in de mamma; van de vagina naar het bekken; in het strottenhoofd; boven een oog; in de rechterzijde onder de valse ribben; in de linkerzijde onder de ribben; in het rechter schouderblad; in de schouderbladen.
Stekend: in de holten van de tanden; in de maag; van het stuitbeen naar de interscapulaire streek; in de leverstreek; in de melkklieren; in het abdomen; door de longen; op het acromiale uiteinde van het linker sleutelbeen, vandaar door de linkerlong naar buiten aan de linkerzijde van het abdomen.
Neuralgie: van de plexus coeliacus.
Knaagpijn: in de linkerwijsvinger tot in de arm.
Stekende pijnen: in de borst; in het epigastrium; achter het borstbeen; in verschillende delen van de borst.
Snijdend-brandende pijnen: in de maag.
Knijpen: in de darmen; hoog in de borst.
Grijpende pijn: in de epigastrische streek; in de maag.
Krampachtige pijn: in de testikels.
Koude, krampachtige pijn: in de linkerzijde van het hoofd.
Krampen: in de maag; in het rectum; in de kuiten; tussen de schouderbladen.
Samentrekkende pijn: in de maagkuil, vandaar naar het linker hypochondrium, naar het hoofd en de schouder.
Beklemmende pijn: in de epigastrische streek onder het borstbeen; in de keel; hoog in de borst.
Ontvelde pijn: in de borst.
Beurse pijn: in het periost van de tibiae.
Beurse pijn: in beide neusgaten.
Bijtend: in de anus.
Prikkelend: in het achterhoofd; aan de punt van de tong; in de anus; in handen en voeten; van de inwendige delen.
Brandend: in het voorhoofd; in de slapen; pijn in de hersenen; in de oogleden; in de ogen; op plekken in de oogbollen; aan de buitenzijde van de tumor op de lip; op de tong; in de huig; in de slokdarm; in de maag; in het rectum; tussen de schouders; aan de anus; in het epigastrium; van de aambeien; in de urethra; achter het borstbeen; in de borst; tussen de schouderbladen; op plekken langs de wervelkolom; in de onderrug; op een kleine plek in de onderrug; in de nek; vandaar over het hoofd naar het voorhoofd; in de handpalmen; in de huid.
Warmte: op de kruin; in de hoofdhuid; in de ogen; zich omhoog uitbreidend langs de rug; in het epigastrium; langs de rug omhoog trekkend; in het strottenhoofd; in de borst; tussen de schouderbladen; op plekken in de wervelkolom; intens, omhoog trekkend langs de rug; in het onderste deel van de rug over de nierstreek; in verlamde delen; brandende hitte van het hoofd; in gezicht en handen; van de maag naar borst en keel; van de wangen.
Prikkelend-stekend: in de tanden.
Tintelende gevoeligheid en schraalheid: in de luchtwegen.
Gevoel alsof uit de kom: in de knokkels van de linkerhand en de pols.
Drukkende pijn: boven de ogen; in de slapen; in het voorhoofd en de neuswortel; in het bovenste deel van het borstbeen; om het hart; < onder het borstbeen.
Doffe pijn: van het voorhoofd naar de neuswortel; verdovende, in het hoofd; diep in de ogen; in de nierstreek; tussen de schouderbladen.
Reumatische pijnen: in de armen.
Trekken: aan een zijde van het hoofd; in de kaken; in neuswortel, ogen, slapen; in de maag; verlammend, in schouder en arm; in de gewrichten van ellebogen en handen en in de vingers; in rug en benen.
Trekkend gevoel naar beneden: in de onderrug.
Pijn: in de sacrale streek; in de ogen; in het voorhoofd en de oogkassen; in de maag; in de maagstreek; in de leverstreek; drukkend ongemak in de lendenstreek; in de hartstreek; in de duim.
Gevoeligheid: over het sacrum en de nieren; van het strottenhoofd; in de leverstreek.
Pijnlijkheid: van de maag; van de streng.
Samentrekking: in strottenhoofd en luchtpijp.
Beklemmend gevoel: onder het borstbeen; spasme in de borst; in het strottenhoofd; dwars over de borst.
Druk: van het voorhoofd naar de ogen; op de bovenste oogleden; in de borst; in de epigastrische streek; in de maagstreek; aan de cardia van de maag; in het bovenste deel van de borst; in de maagkuil; in de borst; in het midden van het borstbeen; in het bovenste deel van het borstbeen; in de hele wervelkolom.
Spanning: in het gezicht; in jukbeenderen en kaak; over de streek van de urineblaas; in de borst; in de pezen van de buigspieren van de benen; in de achillespees.
Beklemming: in de precordiale streek; in de borst; in de linker ovariumstreek; van de borst; dwars over het bovenste derde deel van de longen.
Gewicht: in het voorhoofd; in het strottenhoofd; in het midden van het onderste deel van de borst; in de hele wervelkolom.
Zwaar gevoel: in het hoofd; in de oogleden; in de borst; in de wervelkolom; in de onderste ledematen; in de knieholten; van de voeten; van de handen.
Irritatie: in strottenhoofd en luchtpijp.
Volheid: in de neus; in de maag; van de borst.
Benauwdheid: in de epigastrische streek; in de maag; in de borst.
Dufheid: in het hoofd.
Verstopt gevoel: in de neus.
Pulsatie: in de slapen; in het achterhoofd; in de tumor op het hoofd; hinderlijk, van het hart; in de wervelkolom.
Spiertrekkingen: van de voeten.
Gevoel van overbelasting: in de ogen.
Schrapen: in de keelholte.
Krabbelend gevoel: in de keel.
Gevoeligheid: in de keelholte; in strottenhoofd en bronchiën; in de borst; van de longen.
Ruwheid: in de keelholte; van het strottenhoofd.
Kriebelen: in het oor; in het strottenhoofd; in de keel; in de borst; in de keelkuil.
Droogheid: in de neus; van lippen en keel; van de mond van de huig; van de huid van het strottenhoofd; brandend, in de keel; in de luchtwegen; in de luchtpijp.
Leeg gevoel: dwars door het abdomen; in het abdomen; in de maag.
Beven: van de benen; overal; van de ledematen.
Ontspannen gevoel: in het abdomen.
Zwakte: in het hoofd; in de sacrale streek; van de musculi recti interni; in maag en abdomen; ter hoogte van de overgang van lenden- en heiligbeenwervels; van de rug; van de ledematen; van de benen; van de bovenarm; in de knieën.
Vermoeidheid: van de onderste ledematen; van de voeten.
Rusteloosheid: in het rechterbeen en de rechterheup.
Verlamd gevoel: in de voeten; in het hele lichaam.
Slapend gevoel: in armen, handen, vingers en tenen.
Stijfheid: in de hersenen; in de rechte spieren; in de ogen; van de linkerarm en dij; in de nek; van de rug; reumatisch, van de knieën.
Gevoelloosheid: in de sacrale streek; in de ledematen; van de linkerarm en dij; van de extremiteiten; van de vingers; van de linkerwijsvinger; in de handen; van de tenen; van het hele lichaam.
Jeuk: op de hoofdhuid; van puistjes op de hoofdhuid; in de oogleden; in de oren; aan de buitenzijde van de tumor op de lip; in de anus; hevig in de rechteroksel; uitslag op het onderste deel van de onderarm en de handen; striemen op de rechterarm; van beide benen; over het hele lichaam; van eczeem.
Mierenkruipen: in de ledematen; van de rug naar de benen.
Koude: in het cerebellum; in de maag; in het abdomen; van handen en voeten; van de linkerarm en dij; van handen en armen; van benen en voeten.
WEEFSELS [44]
Vermagering ; extreem, snel ; bijna tot een skelet gereduceerd.
Atrofie bij kinderen ; kind te lang, slank, vermagerd, dikbuikig ; gelaat bleek, bijna wasachtig ; fijne wimpers, zacht haar, snelle ademhaling ; diarree met droge hoest ; kind wordt 's nachts vaak wakker, heet en onrustig, en valt weer in slaap als het gevoed wordt ; prikkelbaar, heftig, gevoelig voor uitwendige indrukken en voor elektrische veranderingen in de atmosfeer.
Geschikt voor jonge mensen met blond haar, blauwe ogen, tere huid, slanke gestalte, met cachectische hoest, diarree, frequente uitputtende zweetaanvallen, grote zwakte, met bloedopwelling ; hartkloppingen of benauwdheid op de borst na inspanning ; overvloedige ontlasting,
wegstromend als water uit een brandkraan, met grote uitputting ; klierzwellingen, ettering ; eetlust goed ; verlangt koud voedsel, ijs, enz.
Chlorose, anemie : bij te snelle groei ; met overmatige musculaire zwakte, maar zonder verlies van vetweefsel, bij patiënten met vroegrijpe puberteit ; diep ingewortelde chronische gevallen, met tuberculeuze diathese ; ontstaan door neerdrukkende mentale
invloeden, of door uitputtende lichamelijke oorzaken ; wallen rond de ogen ; droge prikkelhoest ; grote zwakte van de geslachtsorganen, ten gevolge van voorafgaande irritatie van deze delen ; leukorroe van witachtig, waterig slijm, vooral overvloedig tijdens de menstruatie, soms scherp en
invretend ; totaal verlies van energie in alle organische functies van het lichaam.
Het afgenomen bloed scheen zeer bleek en vertoonde onder de microscoop slechts ongeveer tweemaal zoveel rode als witte bloedlichaampjes.
Bloedopwellingen en congesties.
Kleine wonden bloeden sterk.
Bloedingen : overvloedig ; frequent en overvloedig, vrij uitvloeiend en daarna een tijd ophoudend ; van vrije oppervlakken en uit weefsels ; uit verschillende lichaamsdelen, hemoptoë, bloeden van het tandvlees, aambeien ; metrorragie, enz. ; bloed zeer
vloeibaar en moeilijk stolbaar ; vicariërend, uit neus, maag, anus, urinebuis ; geassocieerd met de ziekte van Bright ; uit inwendige organen.
Purpura hæmorrhagica.
Ophoesten van bloederig speeksel ; kleine plekken van uitgetreden bloed over het hele lichaam ; de geringste verwonding onmiddellijk gevolgd door een grote zwarte plek van uitgetreden bloed ; elk klein krasje bloedde overvloedig en voortdurend ; een toevallige kras
van een speld bloedde zo dat het ene stuk doek na het andere doordrenkt raakte ; kleine rode puntjes op de tong en in de gehele mondholte sijpelden voortdurend ; bloed zette zich af onder de conjunctiva zodat de ogen geheel bloeddoorlopen leken ; [OCR: shot] ; adem eigenaardig stinkend ; afscheiding uit de
mond van bloederig speeksel, gevuld met flarden van ontbonden of uiteengevallen bloed ; pols regelmatig maar snel ; zelfs gewone aanraking liet afdrukken van de vingers na, alsof zij hevig geslagen was, en deze plekken hadden de neiging zich onbeperkt uit te breiden ; een lichte stoot nabij het oog
betrok het hele oog en de omgeving in een zwarte, afzichtelijke plek ; alle afscheidingen waren bloederig ; neusbloeding door inspanning en vooral door persen bij de ontlasting ; snuit veel bloed uit de neus ; gezwollen tandvlees dat gemakkelijk bloedt ; afgang van bloed uit het rectum bij de
ontlasting ; grote zwakte, waggelende gang. θ Purpura hæmorrhagica.
Groot aantal petechiën over het lichaam, vooral ter plaatse van de zachte delen ; hemorragische vlekken en strepen op de tong en in de mondholte ; bloedingen uit neus en mond zonder oorzaak ; schraapt de keel en hoest veel bloed op, vooral na
het ontwaken uit de slaap, die gewoonlijk kort is ; bloedafgang bij de ontlasting ; feces met bloed bedekt ; zwakte. θ Purpura hæmorrhagica.
Rode vlekken, strepen over het hele lichaam, vooral op door kleding bedekte delen ; gelaat en handen vrij van petechiën ; frequente epistaxis, zonder oorzaak, of na een plotselinge beweging ; incidenteel bloeden van het tandvlees. θ Purpura
hæmorrhagica.
Fungus hæmatodes.
Vette degeneratie van lever, hart, nieren, enz. ; anemie.
Waterzucht van gelaat, handen en voeten.
Waterzucht na roodvonk ; urine zet een grijs, zanderig bezinksel af ; scrotum en penis enorm gezwollen ; algemene anasarca, die hem dwingt rechtop te zitten ; albuminurie.
Slijmvliezen bleek ; vermeerderde slijmafscheiding.
Ontsteking met stekende pijn in de inwendige delen.
Slap spierstelsel ; spieren slap ; vette degeneratie.
Reumatische stijfheid met verergering in de ochtend.
Rheumatisme : trekkend, scheurend, gespannen gevoel in het aangedane deel ; hoofdpijn, duizeligheid ; < bij koud weer ; tast de borst aan met benauwdheid, hoest, dyspneu, waardoor de patiënt rechtop moet zitten (endocarditis).
Verstuikingen ; gewrichten raken gemakkelijk uit de kom.
Pijnen in verschillende gewrichten en spieren, > door bewegen.
Zwelling van botten ; necrose (onderkaak).
Exostosen, vooral van de schedel ; scheurende, borende pijnen ; < 's nachts.
Aandoening van het heupgewricht ; er sijpelt waterachtige etter uit.
Hydrocephaloïde toestand.
Erectiele tumoren.
Poliep : van neus of oren.
Harde zwellingen hier en daar op het lichaam.
Scrofuleuze klierzwellingen.
Klieren vergroot, vooral na kneuzingen ; klieraandoeningen bij zwakke cachectische personen die lijden aan diarree en colliquatieve zweeten.
Lymfatische abcessen, vol fistels ; eeltachtig gevoel ; hectische koorts ; etter overvloedig en geel.
Wonden die genezen schijnen te zijn, breken opnieuw open en bloeden.
Scirrheuze tumoren.
Open kankers en poliepen bloeden overvloedig bij geringe prikkeling.
Lipoom : encefaloom ; colloïdkanker.
Kanker : medullair ; fungus hæmatodes ; van de maag met koffiedikachtig braken.
Syfilis : uitvallen van het haar, met blootliggende zweren op de hoofdhuid, waarbij de schedelbeenderen betrokken zijn ; syfilitische psoriasis op handpalmen en voetzolen ; syfilitische roseola ; squameuze erupties ; mercurio-syfilitische zweren op de voorhuid ; botpijnen en exostosen.
AANRAKING. PASSIEVE BEWEGING. VERWONDINGEN [45]
Aanraking : op gezwollen delen van het hoofd veroorzaakt zij ondraaglijke pijn ; knobbels onder de hoofdhuid pijnlijk ; beurse pijn in beide neusgaten ; zwelling van de neus ; schietende pijnen in het gezicht ; puistjes in het gezicht veroorzaken ondraaglijke pijn ; gezwel barst open in kloven ; gezwel
opgezwollen ; maag pijnlijk ; abdomen zeer gevoelig ; < borende pijn in de navel ; overgevoelig ; linker borst uiterst gevoelig ; ondraaglijke pijnen in de borst ; strottenhoofd gevoelig ; linker subclaviculaire streek beurs ; wervelkolom zeer gevoelig ;
zwelling op het dijbeen gevoelig ; periost van de tibiae beurs ; enkele lumbale wervels gevoelig.
Druk : > gevoel van iets vóór de oren ; periost van een tand gevoelig ; epigastrium pijnlijk ; streek van de pylorus gevoelig ; verdraagt het minste niet, gastritis ; op het abdomen < benauwd gevoel ; uitwendig > pijn in de borst ; met beide
handen op het epigastrium > stekende pijnen ; intercostale ruimten, acute pijn in de borst < ; pijn in de borst bij hoesten > ; ruggenwervels tussen de schouderbladen gevoelig ; spieren tussen de uitsteeksels en het linker schouderblad gevoelig ; ziekelijke gevoeligheid van de arm ; streek van de
maag gevoelig.
Wrijven : gevoel van zand in het oog > ; branden op een plek in de rug >.
Wrijving : > verlamming.
Krabben : jeuk van de hoofdhuid < ; veroorzaakt rode strepen.
Kneuzingen : klieren vergroot.
HUID [46]
Gevoelloosheid van de huid.
Mierenkruipen en jeuk in verlamde delen.
Algemene jeuk over het hele lichaam.
Branden in de huid, of branden, jeuk en stekende pijnen; onrustig, dwingt tot verandering van houding.
Opmerkelijke bleekheid van huid en slijmvliezen.
Gele vlekken op borst en buik.
Bruine onregelmatige vlekken op het lichaam, klein of zich uitstrekkend over een groot oppervlak, gewoonlijk op hals, borst, rug of aan de binnenzijde van de armen, zelden op buik of benen; zij liggen niet onder de opperhuid, zoals echte levervlekken, maar betreffen de opperhuid zelf; zij zijn slechts licht verheven, zien er dof uit, voelen bij aanraking licht ruw aan, en wanneer men er langzaam met de vinger overheen strijkt, vormen zich ontelbare kleine rimpeltjes; soms jeuk, vooral 's nachts en door warmte; als de patiënt warm wordt, verschijnt roodheid van de huid erdoorheen en verliezen zij hun bruine aanzien; soms zijn zij licht schilferig; verschijnen en verdwijnen zeer langzaam.
Pityriasis: bruine, blauwrode of gele vlekken op buik en borst.
Roodbruine vlekken op de huid.
Bruinachtige en blauwrode, vlekachtige plekken.
Levervlekken; sproeten.
Geelzucht: bij anemie, hersenlijden tijdens de zwangerschap, of kwaadaardig leverlijden.
Rode bloedige vlekken; petechiën; purpura; ecchymosen.
Rode strepen na krabben.
Harde vlekken hier en daar.
Uitgezette aderen; bloedingen.
Droge, schilferige huid; desquamatie; droge, zemelachtige herpes.
Overal ronde herpetische vlekken.
Droge erupties, zelfs wanneer zij pustuleus zijn, soms met branden en jeuk.
Impetigo sparsa, het rechterbeen aantastend; de opperhuid, vooral van de benen, droog en broos, kon in schilfers worden afgeschraapt.
Psoriasis op knieën, ellebogen, benen en wenkbrauwen.
Lichen.
Klein vesiculeus eczeem in de omgeving van de gewrichten, dat jeukte, snel opdroogde en vaak terugkeerde.
Eczema erythematosum op het voorhoofd, na verwardheid in het hoofd.
Eczeem sinds twaalf jaar.
Pemphigus: pijnlijke harde blaren, gespannen tot barstens toe, zonder jeuk.
Urticaria, handen, armen en lichaam bedekt met jeukende vlekken.
Puistjes in het gezicht, in de elleboogsplooi en in de oksels.
Kleine steenpuisten in de nek, op de borst en op de dijen.
Furunculose; neiging tot vorming van steenpuisten; voorkomt de vorming van hordeola; kleine etterige ophopingen rondom een zweer; zweer na steenpuisten op andere delen van het lichaam.
Bloedzweren.
Pijnlijke, ontvelde plekken op de huid; rhagaden.
Phlegmoneuze ontstekingen; chronische etterende openingen met hectische zweren; vaak met cariës, pijnloos, of met een "etterend" gevoel; bloedend.
Fistelvormige zweren met eeltachtige randen; knagende pijn; hectische koorts; pus foetide en slecht gekleurd, schaars, en wordt opnieuw gemakkelijk afgescheiden.
Grote zweer omgeven door kleinere, sommige genezend, sommige genezen, met begeleidend eczeem.
Fistelvormige zweren met hoge randen door overmatige granulaties; purulente afscheiding, dun en ichoreus; erysipelateuze roodheid, vaak straalsgewijs rondom de zweer; brandende, stekende pijnen; hectische koorts, met nachtzweten, diarree en angst tegen de avond.
Hardnekkige zweer bij een nagel die niet wilde genezen.
Zweren bloeden bij het verschijnen van de menstruatie.
Fistels in klieren en rond gewrichten.
Zwart bloed sijpelt uit een oud litteken.
Open kankergezwellen en poliepen bloeden gemakkelijk; fungus haematodes.
Wintertenen; likdoorns.
Lepra, latere stadia; bruine vlekken op een egaal vlak; tuberkels op romp en billen; dikke plekken in het gezicht en op de armen; verkleurde randen rondom witte vlekken; spanning in de vingers en doof gevoel naar de toppen toe.
Roodvonk: met plotseling teruggedreven uitslag; borst aangedaan; tyfoïde symptomen, onrustig en toch apathisch; dreigende cerebrale of pulmonale verlamming; gereutel in de borst, met zweet op het gezicht; sopor met droge tong, verlies van spraak en gehoor; slikken moeilijk; onwillekeurige urineafgang; mond open; branden in verschillende lichaamsdelen dwingt tot verandering van houding; parotiden ontstoken en gezwollen; lichte fluctuatie op verscheidene punten; submaxillaire klier betrokken; op de derde dag onheilspellende coryza, op de vierde dag keel gezwollen en congestie naar het hoofd, moeilijke ademhaling, voortduren van overvloedige coryza, alarmerende zwakte en toenemende polsfrequentie, gedurende de nacht handen zeer koud en blauwachtig; overgevoeligheid van alle zintuigen en toch een apathische rust en een "het kan me niet schelen"-houding.
Mazelen: langzame en schaarse ontwikkeling van de eruptie; op de derde dag zag zij er bleek uit en alsof zij op het punt stond te verdwijnen; hevige en zeer uitputtende hoest; droge hoest, met neiging tot braken of braken; tyfoïde symptomen, met verlies van bewustzijn; waterige diarree; tong beslagen met vuil, dik slijm; zwarte lippen; zwakte; tyfoïde bronchitis; luid gereutel in de borst bij ademen en hoesten, en vooral tijdens de slaap; pneumonie.
Pokken met bloed in de pustels; hemorragische diathese.
Terugdrijving van erupties.
LEEFTIJDSFASE, CONSTITUTIE [47]
Lange, slanke personen van sanguinisch temperament, met blanke huid, blond of rood haar, snelle, levendige waarneming en een gevoelige aard.
Jonge mensen die te snel groeien, zijn geneigd voorover te buigen; chlorose; anemie.
Lange, slanke, phthisische patiënten; tere wimpers, zacht haar.
Lange, slanke vrouwen; geneigd voorovergebogen te lopen.
Nerveus, zwak; verlangt gemagnetiseerd te worden.
Hemorragische diathese; lichte wonden bloeden overvloedig.
Kind, te lang voor zijn leeftijd, slank, vermagerd, maar met dikke buik.
Meisje, æt. 3 maanden; nefritis.
Jongen, æt. 16 maanden, een maand geleden gevaccineerd, sindsdien ziek; diarree.
Jongen, æt. 26 maanden, bronchitis.
Kind, æt. 2; had eerder pneumonie, gevolgd door cerebro-spinale meningitis; amaurose.
Kind, æt. 2; hardnekkig braken.
Jongen, æt. 2, lijdt sinds twee weken; diarree.
Kind, æt. 2, zwak, bleek, lijdend aan wormen; kroep.
Jongen, æt. 3; tubulaire pneumonie.
Meisje, æt. 3, zwak; mazelen.
Jongen, æt. 3; scarlatina.
Meisje, æt. 8; gezond, goed gevoed; purpura haemorrhagica.
Jongen, æt. 9, kon nooit iets anders onderscheiden dan nabije voorwerpen; amaurose.
Jongen, æt. 9; hartkloppingen.
Meisje, æt. 10; erysipelas van het gezicht.
Meisje, æt. 10; tenger gebouwd, bruin haar, scrofuleus, in de tweede week van roodvonk; zwelling van de glandulae parotides.
Gezonde jongen, æt. 10, uit arm gezin, na grote schrik, drieëntwintig maanden tevoren; onwillekeurige stoelgang en urinelozing.
Jongen, æt. 10, scrofuleus; astma.
Meisje, æt. 10; pneumonie.
Jongen, æt. 4; verlamming van het rectum.
Meisje, æt. 5; otorroe.
Meisje, æt. 5; kroep.
Kind, æt. 6; coxalgie.
Jongen, æt. 6, zwak, vaak verschijnen plotseling donkerrode vlekken op het lichaam; fungus haematodes.
Jongen, æt. 7, geplaagd door wormen; kroep.
Meisje, æt. 7, volkomen gezond, sinds de geboorte nooit ziek; purpura hemorrhagica.
Jongen, æt. 8, lijdt sinds vijf jaar; onwillekeurige stoelgang en urinelozing.
Jongen, æt. 10, sterk, goed gevoed; purpura haemorrhagica.
Meisje, æt. 11, zwak, scrofuleus; tyfus abdominalis.
Jongen, æt. 12, goede constitutie, klaagt sinds enige tijd; spinale aandoening.
Meisje, æt. 13; alopecia.
Meisje, æt. 13, twee familieleden waren gestorven aan tering; pulmonale tuberculose.
Jongen, æt. 14, drie jaar geleden leed aan schurft, die onderdrukt werd, sindsdien hoest en spijsverteringsstoornis; diarree.
Jongen, æt. 14, na een ernstige nerveuze schok door het branden van het huis waarin hij woonde; convulsies.
Jongen, æt. 15, lijdt sinds achttien maanden; tonsillitis.
Meisje, æt. 16, sanguinisch temperament, tenger gebouwd, menstruatie pas sinds kort opgetreden maar overvloedig; cardialgie.
Jongen, æt. 16, grof gebouwd, lijdt sinds acht dagen; diarree.
Meisje, æt. 16; anemie.
Mijnwerker, æt. 17, tenger, donker, scrofuleuze anamnese; beginnende tuberculose.
Meisje, æt. 18, lichte gelaatskleur, blauwe ogen, hectische blos, vader en verscheidene familieleden gestorven aan tering, lijdt sinds zes maanden; hoest.
Man, æt. 18, vroeger robuust, vatte kou na dansen, twee maanden geleden; tering.
Student, æt. 18, na onderdrukking van schurft door koud bad; coxalgie.
Juffrouw ---, æt. 18, tenger gebouwd, zwakke borst, doorschijnende teint, duidelijk uitstekend voorhoofd; gezwel op de duim met bloeding.
Meisje, æt. 18, meer dan een jaar ziek; ongeveer een jaar geleden paarse vlekken, ongeveer zo groot als een shilling, op de benen opgemerkt, en voelde zich zeer zwak; de volgende menstruatie-uitvloeing schaars, bleek, duurde slechts enkele uren, waarna zij zwak bleef, haar appetijt verloor, hoofdpijn en hartkloppingen kreeg; als kind leed zij aan hevige aanvallen van epistaxis, frequente lienterische diarree, overvloedige urinelozing gedurende verscheidene dagen achtereen; van twaalf tot vijftien was de groei zeer snel, zwakte en flauwtes veroorzakend; pseudo-hypertrofische verlamming.
Juffrouw N., æt. 19, in de kinderjaren verlamd geweest, waarvan zij gedeeltelijk herstelde; arm normaal, maar been klein en zwak in de gewrichten; gelaat blozend, lichaam goed gevoed, klein en gezet; heeft mentaal geleden en werd vele maanden in een gesticht geplaatst; kwam er met gebroken hart en zwakzinnig uit; mentale stoornis.
Jonge dame, æt. 19, scrofuleuze diathese; diarree.
Jongen, æt. 19, vader gestorven aan phthisis; pneumonie.
Meisje, æt. 19, vier maanden ziek; hectische koorts.
Juffrouw W., æt. 20; asthenopie.
Vrouw, æt. 20, getrouwd, blauwe ogen, licht haar, klein van gestalte, mager, eerste aanval opgetreden in de zesde maand van de eerste zwangerschap; pijnen in maag en hoofd.
Vrouw, æt. 20, na de bevalling; diarree.
Meisje, æt. 20, slank gebouwd; amenorroe.
Man, æt. 20, blonde teint, teer gebouwd, klein gezicht, platte borst, had vroeger flauwteaanvallen, na verkoudheid en blootstelling aan regen; haemoptoë.
Meisje, æt. 21, klein van gestalte; apoplexie.
Man, æt. 21, tenger gebouwd; zwelling van de onderkaak.
Meisje, æt. 21; nodositeiten in de borsten.
Meisje, æt. 22, lijdt sinds twee weken; hoofdpijn en duizeligheid.
Dame, æt. 22; bleek maar gezonde teint, tamelijk goede constitutie, lijdt sinds acht jaar; hemicranie.
Vrouw, æt. 22, lijdt sinds zes jaar; ontsteking van de neus.
Schoolonderwijzeres, æt. 22; seksuele zwakte.
Vrouw, æt. 22, brunette, nerveuze aanleg, lang, slank, heeft drie kinderen gezoogd; mastitis.
Vrouw, æt. 22; chronische hoest.
Man, æt. 22; pneumonie.
Jonge dame, æt. 22, teer, had vier jaar geleden een ernstige aanval van pleuritis; ongeveer twee weken geleden een aanval van bronchitis gehad; dubbele pneumonie.
Vrouw, æt. 23, sierlijk gebouwd, levendig, drie maanden geleden van haar derde kind bevallen, sindsdien lijdend; mastitis.
Slager, æt. 23, in de kinderjaren scrofuleus, neiging tot vorming van steenpuisten en ulceratie van de huid; capillaire bronchitis.
Meisje, æt. 23, goed gebouwd, nog niet gemenstrueerd, na dansen, haematemesis.
Meisje, æt. 23, overigens gezond; psoriasis.
Man, æt. 24, lang, slank, fijn gebeente, bleke teint, peinzende aard, lijdt sinds twee jaar aan pijnen in het hoofd; vier jaar geleden schurft snel genezen met een grijze zalf, sindsdien lijdend; glaucoom.
Vrouw, æt. 24, fijne huid, moeder van twee kinderen, had abces van de borsten tijdens het zogen van het eerste kind; na schrik, boosheid en blootstelling; mastitis.
Man, æt. 24, lang, sterk, blozende teint, vatbaar voor congesties van hoofd en borst, had pneumonie en een inflammatoire aandoening van het hart, sindsdien lijdend; hartziekte.
Vrouw, æt. 25, ongehuwd, cholerisch temperament, brunette, tweemaal van dezelfde aandoening genezen door blistering, cutane irritatie; afonie.
Man, æt. 26, lithograaf; vertigo.
Vrouw, æt. 26, mager, schraal, lijdt sinds zes weken; aangezichtsneuralgie.
Timmerman, æt. 26; heesheid.
Meisje, æt. 28; maagzweer.
Man, æt. 28, smalle borst, slank, met afhangende schouders, blond, lijdt sinds verscheidene weken; hoest.
Vrouw, æt. 28, na blootstelling aan hitte en koude; pneumonie.
Mevrouw B., æt. 29, tien dagen geleden bevallen, heeft kou gevat; hoest.
Man, æt. 30, donkere ogen en haar, lijdt sinds vele jaren; hoofdpijn.
Mevrouw M., æt. 30, heeft een blijvende harde uitpuiling aan de linkerzijde van het hoofd, ook een op het metacarpaal been van de linkerhand en een op de rechtervoet; congestie van bloed naar het hoofd.
Man, æt. 30, robuust gestel, kreeg acht jaar geleden koude rilling terwijl hij in het leger was, sindsdien lijdend; prosopalgie.
Man, æt. 30, tenger gebouwd, gezondheid nooit erg goed geweest; cardialgie.
Man, æt. 30, sterke drinker; diarree.
Man, æt. 30, donkere teint, lijdt sinds verscheidene weken; bloeding uit het rectum.
Man, æt. 30, tenger gebouwd, brunette, sinds het veertiende jaar verslaafd aan seksuele excessen, vaak sjanker en gonorroe gehad; impotentie.
Vrouw, æt. 30, cholerisch temperament, moeder van vier kinderen, na kou vatten; baarmoederaandoening.
Vrouw, æt. 30, lijdt sinds zes maanden; menorragie.
Vrouw, æt. 30; dysmenorroe.
Vrouw, æt. 30, dienstmeid; vettige degeneratie van het hart.
Man, æt. 30, heeft al lange tijd pijn in de arm; reuma.
Neger, æt. 31; glaucoma simplex.
Man, æt. 31, goed gevoed, brunette, achttien jaar geleden tyfus abdominalis gehad, sindsdien lijdend; dysecoie.
Vrouw, æt. 31, sanguinisch, cholerisch temperament; mastitis.
Vrouw, æt. 32, moeder van zeven kinderen, laatste bevalling kort maar met hevige pijn en mentale opwinding gepaard gaand, kort na het opstaan aangetast; diarree.
Man, æt. 32, mager, lijdt sinds een half jaar; lintworm.
Vrouw, æt. 32, slank, lijdt sinds vier jaar; zwakte van de baarmoeder.
Vrouw, æt. 32, drie maanden ziek; aandoening van het sympathische zenuwstelsel.
Man, æt. 32, groot, plethorisch, licht haar en lichte ogen, vroeger een scrofuleuze aandoening gehad, waarvoor hij blue pill en later corrosief sublimaat nam; fungus haematodes.
Vrouw, æt. 33; maagaandoening.
Mevrouw V., æt. 33, lijdt sinds de tweede week na de bevalling, drie maanden geleden; mamma-abces.
Mevrouw S., æt. 35, lijdt sinds vijf jaar; prosopalgie.
Vrouw, æt. 35, acht jaar ziek; maagzweer.
Schrijnwerker, æt. 35, phthisisch, vatbaar voor aanvallen van pneumonie; tering.
Mevrouw ---, æt. 35; pijn in de arm.
Jachtopziener, æt. 36, kreeg enkele maanden geleden een ernstige koude rilling door in het water te vallen en enige tijd in zijn natte kleren te moeten blijven; prosopalgie.
Brunette, æt. 36, slank gebouwd, prikkelbaar, gemakkelijk boos, menstruatie verscheen op negentienjarige leeftijd, baarde veertien jaar geleden een kind, de menstruatie verdween daarna zes jaar lang zonder haar gezondheid te beïnvloeden, zeven jaar geleden epileptische spasmen, waarna de menstruatie regelmatig verscheen; twee jaar geleden menstruatie onderdrukt door koud bad; dit trad een maand geleden opnieuw op; en vijf dagen geleden werd de menstruatie, na opnieuw kou te hebben gevat, wederom onderdrukt; ontsteking van de vena cava superior.
Man, æt. 36, middelmatige lengte, brunette, zwart haar, goed gevoed, lijdt sinds tien weken; diarree.
Man, æt. 36, goede constitutie; pneumonie.
Man, æt. 36, jager, viel enkele maanden geleden in een beek, sindsdien lijdend; reuma.
Vrouw, æt. 36, kort na haar huwelijk aangetast; verlamming van de benen.
Vrouw, æt. 37, getrouwd, acht maanden tevoren kou gevat, sindsdien lijdend; afonie.
Vrouw, æt. 38; mastitis.
Man, æt. 39, altijd zwak na mentale zorgen, lijdt sinds een jaar; prosopalgie.
Man, æt. 40, gewoonlijk in goede gezondheid; dysecoie.
Vrouw, æt. 40, lijdt sinds verscheidene dagen; cholerine.
Man, æt. 40, lijdt sinds acht dagen; hoest.
Vrouw, æt. 40, slank, zwak, heeft verscheidene aanvallen van pleuritis gehad; pneumonie.
Man, æt. 40, van kindsbeen af zwak, tien jaar getrouwd, geen kinderen; parese.
Man, æt. 40, zwak, lijdt sinds vele maanden; impetigo sparsa.
Man, æt. 41, moeder gestorven aan haemoptoë, heeft eerdere aanvallen gehad; haemoptoë.
Man, æt. 42, lijdt sinds achttien dagen; diarree.
Vrouw, æt. 42; mastitis.
Vrouw, æt. 43, donkere teint, gallig temperament, gewend aan zware arbeid, zogend aan een grote baby; lijdt sinds twee maanden; diarree en braken.
Vrouw, æt. 43, bevallen van tien kinderen, leed jarenlang aan periodieke hoofdpijnen; menorragie.
Landbouwer, æt. 44, gewend aan blootstelling, kreeg twee jaar geleden koude rilling, sindsdien lijdend; neuralgie.
Man, æt. 44, gewend aan blootstelling, vatte twee jaar geleden kou, sindsdien lijdend; reuma.
Zeeman, æt. 44; reuma.
Bedelaar, æt. ongeveer 45; tumor op de lip.
Juffrouw L. L., æt. ongeveer 45, na in koude wind te zijn gegaan, zes weken geleden; hoest.
De heer Pellman, æt. 46, meester-ploeger, sterk gebouwd en van goede constitutie, vatbaar voor reumatische en maagstoornissen; verlamming.
Man, æt. 48, lijdend aan aambeien; cardialgie.
Man, æt. 48, lijdt sinds acht jaar; diarree.
Dame, æt. 48; condyloma van de vagina.
Vrouw, æt. 49, choleraïsch-sanguinisch temperament, werd negen jaar geleden in een krankzinnigengesticht geplaatst, lijdt sinds vier weken; mentale stoornis.
Man, æt. 49; hoest.
Man, æt. 50, lijdt sinds verscheidene jaren; prosopalgie.
Man, æt. 50, choleraïsch temperament, goed gevoed, was een jaar geleden na kou vatten zeer ziek; cardialgie.
Kleermaker, æt. 50, man met scherpe trekken, uitgemergeld, at op de voorgaande dag bloedworst en komkommersalade; cholera.
Man, æt. 50, lijdt sinds twee maanden; hoest.
Landbouwer, æt. 50, had drieëntwintig jaar geleden longabces; borstaandoening.
Man, æt. 50, zwaar werkend mentaal en lichamelijk, na ongewone blootstelling; reumatische neuralgie.
Man, æt. 51, gallig temperament, twintig jaar ziek, denkt dat het het gevolg is van een slag op de linkerzijde van het abdomen; dysenterie.
Man, æt. 52, lijdt sinds zeven jaar; amaurose.
Man, æt. 52, onderwijzer; na onderdrukking van uitslag in het gezicht; zweer op de onderlip.
Man, æt. 52, metselaar; pneumonie.
Man, æt. 53, goed ontwikkeld, in goede omstandigheden, sanguinisch, choleraïsch temperament, eerder zwakke constitutie, lijdt sinds verscheidene jaren; flatulentie en diarree.
Vrouw, æt. 54, had drie zonen verloren, van achttien tot dertig jaar oud, de een na de ander, aan tuberculose, en lijdt sinds die tijd aan hardnekkige constipatie, meermalen veroorzakend een syphilitische stercoralis; amblyopie.
Vrouw, æt. 56, lijdt sinds de kinderjaren aan contractuur van de gewrichten, en de laatste achtentwintig jaar aan wisselkoorts, waarvoor veel kinine werd gegeven; dysecoie.
Timmerman, æt. 58, Duitser, had in zijn jeugd gonorroe, die enige jaren aanhield, gevolgd door zaadzwakte, later in het leven tuberculose, waarvan hij na een kritische diarree genezen scheen; hydrocele.
Meestertimmerman, æt. 59, lijdt sinds een jaar; paralytische reuma.
Mevrouw A., æt. ongeveer 60, bilio-sanguinisch temperament, sterke constitutie, levendig en hartstochtelijk, lijdt sinds verscheidene jaren; maagneurose.
Man, æt. 60, hartig, sterk, musculair, klein van gestalte, vroeger gezond en leidde een gezond leven; kanker van de maag.
Man, æt. 60, kabinetmaker, zes maanden ziek; diarree.
Vrouw, æt. 60, had acht jaar geleden pneumonie, leed later aan een catarraal longaandoening die < werd na een aanval van maagkoorts; phthisis.
Landbouwer, æt. 60, nerveus temperament, zes voet lang, slank en duidelijk voorovergebogen, gezondheid sinds vele jaren slecht, vier maanden tevoren een ernstige aanval gehad van wat door een allopaat neuralgie van het hart werd genoemd, waarbij de pijn volledig werd beheerst door injecties van morfine, is van deze aanval sindsdien niet geheel hersteld; hartaandoening.
Man, æt. 62, had vroeger jicht, klaarblijkelijk in articulo mortis; cerebraal oedeem.
Man, æt. 62; morbus Brightii.
Geestelijke, æt. 63; chronische geelzucht.
Vrouw, æt. 63, lijdt sinds vier jaar; pijn tijdens de stoelgang.
Vrouw, æt. 64, lijdt sinds een jaar; cardialgie.
Dame, æt. ongeveer 70; geluiden in het hoofd.
Vrouw, bijna 70, geen anamnese van syfilis; ontsteking en ulceratie van het zachte gehemelte.
Oude heer, æt. 70; dreigend hartfalen.
Man, æt. 71; tyfus abdominalis.
Vrouw, æt. 74, lijdt sinds tien jaar; prosopalgie.
Vrouw, æt. 75, verzwakt door voorgaande aderlating; apoplexie.
Jonge vrouw; waanzinnige delirien.
Vrouw van middelbare leeftijd, lijdt sinds een jaar; exostosen op de schedel.
Jonge dame, lang, slank; strictuur van de oesophagus.
Mevrouw ---, lijdt sinds twee maanden; flatulentie.
Dame, lijdt sinds meer dan een jaar; cardialgie.
Man, zeer gezet, plethorisch, arbeider in een brouwerij, lijdt sinds drie maanden; levercongestie.
Vrouw, slank, prikkelbaar, twee jaar getrouwd; dysmenorroe.
Man, lijdt sinds achttien jaar; hoest.
Man, krachtig, na een week of tien dagen verkouden te zijn geweest; pijn in de borst.
Zuigeling, na blootstelling aan regen; pneumonie.
Man, lijdt sinds jaren; neuralgie van de borstwand.
Jonge vrouw, tenger gebouwd, lijdt sinds verscheidene jaren, nam onlangs grote doses zilvernitraat; nerveuze zwakte.
Vrouw, lijdt sinds zeven jaar; krampachtige irritatie van de nervus vagus.
Neger, had tweeënhalf jaar geleden een bloedende tumor op de knie, die werd uitgesneden, waarna hij langzaam herstelde; fungus haematodes.
Soldaat, was tijdens de oorlog aan verscheidene stortregens blootgesteld geweest; paralytische reuma.
RELATIES [48]
Geantidoteerd door: Nux vom., Coffea, Terebinth .
Werkt als antidotum voor: Terebinth., Rhus ven . ; heft de nadelige gevolgen op van kamfer, jodium en overmatig gebruik van keukenzout.
Compatibel: Arsen ., Bellad., Bryon., Calc. os., Carbo veg., Cinchon., Kali carb., Lycop., Nux vom., Pulsat., Rhus tox., Sepia, Silica, Sulphur .
Incompatibel: Caustic .
Complementair: Arsen., Cepa .
Vergelijk: Acalypha bij longbloeding.