Rhus toxicodendron
van Adolph von Lippe — Kernsymptomen en rode-lijnsymptomen van de Materia Medica
Gewone naam: gifsumak.
Het werkt krachtig op de huid, slijmvliezen en vezelige weefsels (namelijk aponeurosen, ligamenten en spierpezen.) (D.).
Het werkt meer op de rechterzijde dan op de linker (A.).
Hoofdpijn, alsof een plank op het voorhoofd was vastgebonden (alsof een rubberen band strak over het voorhoofd was gespannen -Carb-Ac.) (D.).
Hoofdpijn, verlicht door beweging (Bt.).
Zeurende pijn in de achterhoofdsknobbels en gevoeligheid van de behaarde hoofdhuid (D.).
Duizeligheid tijdens het lopen (Nat-M., Nux-V., Phos., Puls.) (K.).
Duizeligheid, met zwaar gevoel in de ledematen, bij bejaarden (Ambr., Bar-C., Calc-P., Cup., Sin-N.) (D.).
Pijn in de rug bij een poging om op te staan; reumatische pijnen in de rug en stijve nek door zitten op de tocht; lumbago is een toestand die mogelijk niet door beweging wordt verlicht en toch nog op Rhus-T. wijst (D.).
PIJNEN IN DE RUG DIE DWINGEN OM ZICH IN BED VOORTDUREND TE BEWEGEN (N.).
LUMBAGO, BETER DOOR OP IETS HARDS TE LIGGEN (Nat-M.) (K.).
Een lam, mank makend gevoel in de rug alsof deze verrekt is of na verrekking (N.).
REUMATISCHE TREKKENDE EN SCHEURENDE PIJNEN IN DE LEDEMATEN, ERGER TIJDENS RUST, VERLICHT DOOR AANHOUDENDE BEWEGING.
Spanning alsof de spieren verkort zijn (Cimx., Cupr., Plb., Puls.)
Krachteloosheid van de onderste ledematen; kan ze niet optrekken (N.).
Stijfheid van de gewrichten, erger bij opstaan uit rust.
Zeurende pijnen in de benen; moet ieder ogenblik van houding veranderen (N.).
Tintelingen in de voeten en op andere plaatsen van het lichaam (Acon., Cocc., Kali-C., Nit-Ac., Phos-Ac., Rhos., Pub., Rhod.).
ERNSTIGE GEVOLGEN VAN TE ZWAAR TILLEN, BIJ VERSTUIKINGEN EN KNEUZINGEN.
Reumatische verlamming (Caust.) (Bt.).
Zenuwontstekingen - een brede reeks op dit gebied.
DE PIJN EN STIJFHEID ZIJN ERGER BIJ HET BEGIN VAN HET BEWEGEN, MAAR AANHOUDENDE BEWEGING VERLICHT (D.).
Patienten kunnen koude lucht niet verdragen (Hep.) (D.).
Zwelling rond de enkels na te lang zitten, vooral tijdens het reizen (N.).
ISCHIAS (linkerzijde) (N.).
Zwelling van het gehele oog en de omliggende delen (N.).
Conjunctivitis en iritis, wanneer van traumatische of reumatische oorsprong, met hevige pijnen erger 's nachts (D.).
Scrofuleuze oogontsteking en orbitale cellulitis (D.).
Ptosis en stijfheid van de oogleden bij reumatische personen (D.).
Oedemateuze zwelling van de ogen en scherpe afscheiding (D.).
Tranenvloed bij het met geweld openen van de ogen (Apis, Con., Ipec., Merc-C.) of bij geeuwen (Ant-T., Calc-P., Ign., Kali-C., Kreos., Nux-V., Sabad., Staph.) (K.).
Zakvormige zwelling van de conjunctiva (N.).
DE ONDERKAAK KRAAKT BIJ ELKE BEWEGING (Am-C., Lach., Nit-Ac.) EN GAAT GEMAKKELIJK UIT DE KOM (Staph.) (D.).
De tong vertoont tandindrukken (Ars., Chel., Merc., Sep., Stram.) (N.).
DE TONG IS GEBARSTEN EN BESLAGEN, BEHALVE EEN DRIEHOEKIGE RUIMTE AAN DE PUNT, DIE ZEER ROOD IS (D.).
Witte beslaglaag slechts aan een zijde van de tong (N.).
Speekselvloed tijdens de slaap (Bar-C., Carb-An., Kali-C., Lac-C., Merc., Puls.) (K.).
Sordes op de tanden (Bapt., Hyos., Mur-Ac.) (Bt.).
Neusbloeding 's nachts, tijdens persen bij de stoelgang, door vooroverbuigen, of door elke lichamelijke inspanning (N.).
Bij buiktyfus neusbloeding na 4 uur 's morgens (N.).
Bof of zwelling van de oorspeekselklieren (Bell., Brom., Merc.), met stekende pijn bij het slikken (Phyt.) (D.).
De menstruatie veroorzaakt hevige bijtende pijn in de vulva (N.).
De lochien worden, nadat zij bijna opgehouden waren, weer bloederig en kwalijk riekend (N.).
Uitwendige genitalien ontstoken, erysipelateus en oedemateus (A.).
Miskraam door een inspanning (G.).
Pijn tussen de schouders bij het slikken (N.).
Vliezige dysmenorroe, bij reumatische vrouwen (G.).
Het veroorzaakt een blaasjesuitslag, gepaard gaand met oedeem, met branden, jeuk en tintelingen (D.).
Phlegmoneuze erysipelas (N.).
Rode, glanzende zwellingen en vesiculeuze erysipelas (Anac., Canth., Tarant.).
ECZEMATEUZE ERUPTIES, MET HEVIGE BRANDERIGHEID EN JEUK, MET NEIGING TOT HET VORMEN VAN SCHILFERS (Ars., Graph., Mezer.).
Rhagaden (Calc., Carb-S., Graph., Petr., Puls., Sars., Sep., Sulph.).
HUIDERUPTIES, AFWISSELEND MET DYSENTERIE OF ASTMA (Calad., Mezer., Sulph.) (K.).
Wrijven over de aangedane delen doet de eruptie toenemen (G.).
Urticaria: Bij koud weer; door nat te worden; tijdens koude rillingen (Apis, Ars., Ign., Nat-M.); tijdens koorts (Apis, Chlor., Cop., Cub., Ign., Rhus-V., Sulph.); tijdens transpiratie (Apis); tijdens rheumatisme (Urt-U.); en elk voorjaar (K.).
Hydroa op de bovenlip (Ars., Nat-M.) (D.).
Blaarvormende herpes (Canth., Rhus-V.) (D.)
Mondhoeken verzweerd (Nit-Ac.) (A.).
Vlektyfus (Bapt., Hyos., Op., Stram.).
NUTTIG BIJ INFLUENZA, MET PIJNEN IN DE BOTTEN, NIEZEN EN HOESTEN; DROGE HOEST; BRONCHIALE HOEST BIJ OUDE MENSEN; EN TYPHOIDE PNEUMONIE (D.).
Buiktyfus: Licht delier, met verlangen om te ontsnappen (Hyos.); grote onrust, met schijnbare verlichting door beweging; beantwoordt vragen langzaam (Phos-Ac.); hoofdpijn in het voorhoofd; droge, bruine, gebarsten of rode tong, met driehoekige rode punt; gelige, bruine, kadaverachtig ruikende en soms onwillekeurige diarree; pijnen in de ledematen en een tympanitisch abdomen (D.).
Wisselkoorts, gekenmerkt door een droge, kwellende hoest tijdens de koude rilling (D.).
Vat gemakkelijk kou, erger door de minste ontbloting, met pijnen in de ledematen (B.).
Koude rilling alsof men met koud water was overgoten, of alsof er koud water in de aderen zat (B.).
Het moet bij roodvonk gegeven worden, wanneer het kind slaperig en onrustig is en een rode en gladde tong heeft, oedemateuze keel en vergrote klieren; de uitslag komt niet goed door en is miliair; grote inzinking en zwakte (D.).
Cellulitis en karbunkel: Er is pusvorming, hevige pijn en donkerrode zwelling, met de algemene prostratie van het middel (D.).
Pijnen alsof verstuikt, alsof een spier of pees van haar aanhechting werd afgescheurd of alsof de botten met een mes werden afgeschraapt; erger na middernacht of bij nat weer (A.).
De aangedane delen voelen pijnlijk aan bij aanraking (A.).
GROTE GEVOELIGHEID VOOR OPEN LUCHT; HET UISTEKEN VAN DE HAND VAN ONDER HET BEDDEGOED BRENGT DE HOEST OP (Bar-C., Hep.). (N.).
Heeft veel gevallen van pokken geholpen met dezelfde groep symptomen als bij roodvonk, behalve dat er zwarte, bloederige pustels waren (R.).
Bedorven smaak in de mond (Puls.) (G.).
Verlangen naar koude melk (Phos., Staph., Tub.) (K.).
Na de eerste mondvol geen eetlust meer (Lyc.) (G.).
Grote dorst, met droge tong, mond en keel (A.).
Dysenterie (Acon., Aloe, Ferr-P., Merc., Nux-V., Puls., Sulph.).
Een bloederige, slijmerige diarree, of een onwillekeurige ontlasting met kadaverlucht bij buiktyfus (Bapt., Lach) (D.).
DIARREE, MET SCHEURENDE PIJNEN OMLAAG DOOR DE BENEN (G.).
Hevige pijn voor de ontlasting, die groenachtig is en gelei-achtige bolletjes of vlokken bevat (Bt.).
Gelei-achtige ontlastingen (Aloe, Kali-B.) (Bt.).
Rode en schaarse urine (Berb., Canth.) (Bt.).
Urinelozing te overvloedig, te frequent en onwillekeurig (G.).
Bloederige urine, druppelsgewijs geloosd (Canth., Hep., Sars.) (Bt.).
ERYSIPELAS VAN DE GESLACHTSORGANEN, BIJ BEIDE GESLACHTEN, VOORAL BIJ DE MAN (Bt.).
Phimosis of paraphimosis (Merc., Nat-M., Nit-Ac., Sep., Sulph., Thuj.) (K.).
Droevig, lusteloos (Phos-Ac., Sep.) (Br.).
Onrustig, kan niet lang in een houding blijven (Ars.) (A.).
Grote onrust, angst en vrees (Acon., Ars., Kali-P.) (A.).
Grote angst 's nachts; vreest dat hij door vergiftiging zal sterven; kan niet in bed blijven (A.).
Gedachten aan zelfmoord (Ars., Aur., Hep., Nit-Ac., Nux-V.) (Bt.).
Het voelt alsof de hersenen los liggen bij stappen of bij het schudden van het hoofd (A.).
Gevoel van klotsen in de hersenen (Ars., Bell., Carb-An., Hep., Hyos., Lyc., Nux-V., Spig., Sulph-Ac.) (A.).
Verlamming met gevoelloosheid van de aangedane delen door nat worden, door op vochtige grond te liggen, en na inspanning, bevalling, seksuele excessen, wisselkoorts of buiktyfus (A.).
Locomotorische ataxie (Alumn., Gels., Zinc.) (C.).
DROMEN VAN GROTE INSPANNING - ZOALS RUIEN, ZWEMMEN, ZWAAR WERKEN BIJ ZIJN DAGELIJKSE BEZIGHEDEN, EN OVER VELDEN RONDZWERVEN (A).
Geeuwen, met hevig uitstrekken van de ledematen (G.).
Pijn in het abdomen, verlicht door op het abdomen te liggen (Aloe, Bell., Bry., Coloc., Phos., Plb., Stann.) (K.).
Zwakke, snelle, scherpe, bevende of onregelmatige pols (Bt.).
Koliek, die dwingt kromgebogen te lopen (Coloc., Nit-Ac.) (Br.).
Zwelling van de liesklieren (Bell., Calc., Hep., Iod., Merc., Sil.) (C.).
Vochtige erupties op de genitalien en tussen het scrotum en de dijen (C.).
Het scrotum wordt dik en hard (Sulph.), met ondraaglijke jeuk (Crot-T., Graph., Sulph.) (C.).
Ongecompliceerde hypertrofie van het hart door overinspanning, met een gevoel van gevoelloosheid van de linkerarm en schouder (Acon., Act-R., Arn., Kalm.) (D.).
Gevoel van zwakte en beven in het hart (N.).
Zeurende pijn in de linkerarm, bij hartaandoening (N.).
Kriebeling onder het borstbeen, die hoest opwekt (Bt.).
Verschrikkelijke hoest, alsof die iets uit de borst zou losscheuren (G.).
Opgeven van baksteenstofkleurig of bloederig sputum, met moeite opgehoest (Phos.), en gepaard gaand met hoge koorts, in de ergste gevallen van pneumonie (Bt.).
Sepia verlicht vaak snel de jeuk en het branden van Rhus-T., waarbij de blaasjes in enkele dagen indrogen (A.).
VERERGERING: Tijdens rust; bij het opstaan van een zitplaats; bij het binnengaan van de kamer vanuit de open lucht; door nat te worden, vooral tijdens transpiratie; gedurende de winter; gedurende de nacht; na middernacht; voor stormen; bij het beginnen te bewegen na rust; en bij nat, regenachtig weer.
VERBETERING: Door aanhoudende beweging; door lopen; door verandering van houding; door op iets hards te liggen; door warmte; in droge lucht; en door warme of hete toepassingen; door zich in te pakken; en door de aangedane delen te bewegen.
VERWANTSCHAP: Complementair aan: Bry., Calc., Mag-C., Med. en Phyt.
Onverenigbaar met: Apis (mag niet voor of na dit middel gebruikt worden).
Vergelijk: Acon., Apis, Arn., Ars., Bell., Bry., Calc-P., Cham., Ferr., Gels., Hep., Kali-P., Lach, Merc., Nat-M., Nat-S., Rhod., Sep., Sil., Sulph., Thuj. en Zinc.