Rhus Toxicodendron
van Constantine Hering — De leidende symptomen van onze Materia Medica
Afwezigheid van geest ; vergeetachtigheid ; trage bevattingskracht, kan zich recente gebeurtenissen niet herinneren ; herinnert zich zaken en namen met moeite.
Loomheid van de geest, niet in staat een gedachte vast te houden.
Verdoofdheid, met tintelingen in het hoofd en pijn in de ledematen, > bij beweging.
Illusies van de verbeelding ; visioenen.
Laag, matig delier, denkt dat hij over velden zwerft, of hard aan het werk is.
Onsamenhangend praten ; antwoordt haastig of met tegenzin, denken schijnt moeilijk ; antwoordt juist maar langzaam.
Angst, schroom ; < in de schemering ; onrustig veranderen van plaats ; wil van bed naar bed gaan.
Bevreesd, angstig en bevend.
Onuitsprekelijke angst, met druk op het hart en scheurende pijn in de lendenen.
Grote angst des nachts ; kan niet in bed blijven.
Angst : terwijl zij zat was zij genoodzaakt zich aan iets vast te houden omdat zij dacht dat zij zich niet overeind kon houden wegens het kloppen en de trekkende pijnen in de ledematen ; en angst alsof hij zichzelf van het leven wilde beroven ; met krachtsverlies alsof hij zou sterven.
Vrees en wanhoop vanwege droevige gedachten, waarvan zij zich niet kon ontdoen.
Vrees : dat hij zal sterven ; met angst en zuchten ; vergiftigd te worden.
Prikkelbaar ; algemene ongelukkige gemoedsgesteldheid.
Slechtgehumeurd, neerslachtig ; gemakkelijk tot tranen bewogen.
Ongeduldig en geprikkeld door elke kleinigheid ; zij verdraagt niet dat men tegen haar spreekt.
Grote moedeloosheid, met uitputting ; neiging tot wenen, vooral 's avonds, met verlangen naar eenzaamheid.
Tegenzin in het leven : gedachten aan zelfmoord ; wil zich verdrinken ; met vrees voor de dood ; met verlangen te sterven, zonder droefheid.
Neerslachtigheid en ontmoediging en ontevredenheid met de wereld, 's avonds.
Droevig, begint te wenen zonder te weten waarom.
Melancholie, slecht humeur en angst, alsof er een ongeluk zou gebeuren, of alsof zij alleen was en alles om haar heen dood en stil was, of alsof zij door een naaste vriend verlaten was ; < in huis, > bij lopen in de open lucht.
Melancholie na onderdrukking van de menstruatie door schrik en verdriet ; grote onrust en zielsangst alsof zij een misdaad had begaan, of alsof zij dacht dat een verschrikkelijke ramp dreigde ; deze gevoelens dreven haar van de ene plaats naar de andere ; kon 's nachts in bed niet rustig blijven ; was beroofd van slaap en van alle verlangen om te leven ; lichte pijn in de slapen ; een weinig duizeligheid ; hoofd koel ; geestelijk zeer neerslachtig ; sprak maar weinig.
Onrust en angst om het hart alsof zij een misdaad had begaan of alsof een groot ongeluk haar te wachten stond, wordt van de ene plaats naar de andere gedreven ; beroofd van slaap en van alle verlangen om te leven ; altijd neerslachtig, spreekt weinig, geen eetlust, soms oprispingen die verlichting geven ; lichte duizeligheid en pijn in de slapen. θ Amenorroe door schrik.
Na schrik zwaar gevoel in het voorhoofd ; een week later zei zij tegen haar moeder dat zij haar niet moest aankijken ; scheen wantrouwig te zijn en wilde niemand zien ; zij kwam van de straat naar binnen gerend en zei dat de mensen naar haar keken ; zat stil alleen ; haar ogen dof, vermeed het licht ; sindsdien zijn de symptomen driemaal teruggekeerd, telkens zes weken durend ; deze keer acht weken, symptomen als tevoren maar zonder de klacht van de ogen ; weent zonder oorzaak, verbeeldt zich dat de mensen haar verwijten maken omdat zij niets verdient, gedraagt zich kinderachtig ; zwaar gevoel in het hoofd wanneer het hoofd laag gehouden wordt ; kloppen in de slaap waarop zij ligt ; na kou vatten, diarree ; gedurende de afgelopen week hoestte zij bij liggen, met steken in de maagkuil ; kouwelijke handen en voeten ; frequente beweging in de darmen.
Sensorium [2]
Duizeligheid en dufheid van het hoofd ; alsof dronken bij het opstaan uit bed ; met rillerigheid en druk achter de ogen ; bij bejaarden, < bij het overeind komen vanuit liggen, bij omdraaien of bukken ; bij staan of lopen ; tijdens het liggen.
Zwakte van het hoofd ; telkens wanneer zij het hoofd draaide, verloor zij geheel het bewustzijn ; bij het bukken leek het alsof zij nooit meer overeind zou kunnen komen.
Hoofd verward en dof.
Dufheid van het hoofd : druk in de rechter slaap, en juist boven en achter de rechter oogkas een neerdrukkend gevoel alsof door een zwaar gewicht ; tegenzin in literair werk ; en een gevoel van bedwelming, 's morgens ; alsof dronken tijdens het zitten, bij het opstaan zulk een duizeligheid dat het leek alsof zij voorover en achterover zou vallen.
Zo'n zwaar gevoel en dufheid van het hoofd bij het bewegen van de ogen ; zelfs de oogbol doet pijn.
Het hoofd zo zwaar dat zij het genoodzaakt was rechtop te houden om de zwaarte te verlichten die voorwaarts in het voorhoofd drukte.
HOOFD, INWENDIG [3]
Branden in het voorhoofd bij lopen.
Gevoel alsof er een plank dwars over het voorhoofd was vastgebonden.
Pijn in de linker slaap en oogkasstreek, dagelijks optredend gedurende drie maanden en aanhoudend tot de avond; veroorzaakt door nat worden; > door snelle beweging.
De hersenen voelen los aan bij iedere stap of bij het schudden van het hoofd.
Een gevoel van klotsen en schokken in de hersenen; elke stap schokt de hersenen.
Pijn alsof de hersenen gescheurd werden, < bij het bewegen van de ogen.
Hoofdpijn: verdoffend, met gezoem; < bij zitten of liggen, in koude, 's morgens, door bier; > door warmte en beweging; moet gaan liggen; keert terug door de geringste ergernis; onmiddellijk na een maaltijd.
Steken in het hoofd, uitstralend naar de oren, de neuswortel en de jukbeenderen, met kiespijn.
Gevoel alsof de delen in de spieren van het achterhoofd aaneengeschroefd waren.
Doffe pijn die in het achterhoofd begint, naar de kruin trekt en vandaar naar het voorhoofd, waar zij een ondraaglijke hevigheid bereikt; soms braken van gal, wat de pijn verlicht maar de patiënt uitput; de pijn begint 's morgens, duurt tot 5 uur 's middags en is vooral na 3 uur zeer hevig, > door snel lopen in de open lucht; aanvallen elke week. θ Migraine.
Periodieke aanvallen van hoofdpijn; pijn vooral in het achterhoofd, zo hevig dat zij niet kan spreken en gedurende 24 uur naar bed moet, gedurende welke tijd zij noch spreekt, noch eet, noch drinkt; de geringste ergernis of de minste inspanning in de open lucht, vooral als zij zich daarbij tegelijk vermaakte, bracht de volgende dag een aanval teweeg. θ Hysterie.
Hoofdpijn in het achterhoofd; spieren pijnlijk, > door bewegen en warmte; veroorzaakt door tocht, vochtigheid of door inwendige oorzaken, zoals bij buiktyfus.
Hoofdpijn in het achterhoofd, > door het hoofd achterover te buigen.
Pijnlijk tintelen in het hoofd, vooral in het achterhoofd.
Zeurende pijn in de achterhoofdsknobbels.
Bloedaandrang naar het hoofd, met suizen, mierenkruipen en kloppen; gezicht glanzend en rood; onrustig heen en weer bewegen.
Meningitis bij exanthemateuze koortsen, of na nat worden; tintelende ledematen; hoge koorts; onrust.
Gedurende twee dagen volledig verlies van bewustzijn; rechter bovenste en onderste extremiteiten verlamd; pols snel, bevend, nauwelijks waarneembaar; onwillekeurige lozing van urine; ademhaling zeer zwak, met veelvuldig kreunen; lijkachtig uiterlijk; oedemateuze zwelling van de oogleden; lichaam koud bij aanraking. θ Meningitis.
Cerebrospinale meningitis; angst, onrust, verdoofdheid, duizeligheid; volheid en beurse pijn in het hoofd, zich uitstrekkend tot de oren; bloeding uit oren en neus; droge hoest, mogelijk met bloederig sputum; pijn in de rug alsof die verstuikt is; scheurende, spannende pijnen, met stijfheid van spieren en gewrichten; levendige dromen; verschillende erupties.
Hoofd, uitwendig [4]
Hoofd pijnlijk bij aanraking, gevoelig als een steenpuist.
Hoofdhuid gevoelig, < aan de zijde waarop men niet gelegen heeft, wanneer men warm wordt in bed, door aanraking en door het kammen van het haar.
Hevige scheurende en trekkende pijnen in het periost van de schedelbeenderen ; < in rust en bij vochtig, stormachtig koud weer ; > door het hoofd warm in te wikkelen en door droge warmte en beweging.
Hoofdpijn alsof de weefsels van het achterhoofd ineen geschroefd werden.
Neiging om verkouden te worden wanneer het hoofd nat geworden is.
Vesiculeuze erysipelas van de hoofdhuid, van links naar rechts gaand.
Bijtende jeuk op de hoofdhuid, het voorhoofd, het gezicht en rond de mond, met uitslag van puistjes als netelroos.
Dikke schurven over de gehele behaarde hoofdhuid, waaronder groenachtige etter wordt afgescheiden ; hevige jeuk 's nachts onder de schurven ; haar weggevreten.
Uitslag op het hoofd, die in de omliggende delen invreet, met hevige jeuk 's nachts ; afscheiding van groenachtige etter uit het rechter neusgat ; linker neusgat geëxcorieerd, met afscheiding van bloederig slijm bij het snuiten van de neus.
Suppurerende, vochtige uitslag, die dikke, onaangenaam ruikende korsten vormt ; jeuk < 's nachts ; het haar wordt weggevreten ; breidt zich uit tot de schouders. θ Korstmos van de hoofdhuid.
Droge herpes op de behaarde hoofdhuid.
GEZICHT EN OGEN [5]
Afkeer van licht ; scrofuleuze aandoeningen.
Uiterste verwardheid van het zien.
Verduistering van het gezichtsvermogen ; gevoel alsof er een sluier voor de ogen hangt.
Oogleden rood, gezwollen, oedemateus, vooral de bovenoogleden, en krampachtig gesloten, met overvloedige stromen hete tranen bij het openen ; zakvormige zwelling van de conjunctiva ; gele, purulente, slijmerige afscheiding ; zwelling rond de ogen ; brandende pijn in het oog, met veel fotofobie ; steken in de ogen en slapen, met duizeligheid ; oogleden kunnen niet geopend worden ; < in de avond ; drukkend brandende pijn in het rechteroog, zo hevig dat hij de geringste aanraking niet kon verdragen ; kind ligt voortdurend op het gezicht met de handen aan het hoofd ; hoofd heet en gezicht rood. θ Irido-choroïditis.
Dhr. S., æt. 66, reumatische diathese ; cataract verwijderd door de gemodificeerde lineaire extractie van Græfe ; in de tweede nacht na de operatie stekende pijnen in het oog, onrustig, koorts en dorst ; bovenooglid oedemateus, oogleden stevig gesloten, bij het openen volgde een overvloedige stroom hete tranen ; chemosis, troebeling van het kamerwater, beginnende verettering. θ Irido-choroiditis suppurativa traumatica.
Mej. D., æt. 18 ; discissie verricht van het na de cataractextractie achtergebleven kapsel ; misselijkheid en braken ; 1 uur 's nachts, hevige schietende, stekende pijn in het oog, oogleden krampachtig gesloten, oedemateus, overvloedige hete tranenvloed bij het openen, fotofobie, chemosis.
Iritis : van reumatische of traumatische oorsprong of door blootstelling aan natheid ; de ontsteking kan zich uitbreiden tot de choroidea en deze betrekken ; pijnen schieten door de ogen naar het achterhoofd ; < 's nachts ; overvloedige stroom hete tranen bij het openen van de ogen ; in sommige gevallen kan de ontsteking tot verettering overgaan bij reumatische of jichtige personen ; etterend, of wanneer het corpus ciliare en de choroidea betrokken zijn, vooral indien van traumatische oorsprong.
Mydriasis door blootstelling aan koude en vocht.
Pustels en oppervlakkige zweren op het hoornvlies, met sterke fotofobie ; conjunctiva geheel rood, zelfs tot chemosis toe.
Verettering van het hoornvlies, vooral wanneer die volgt op cataractextractie.
Volledig blind ; hoornvlies tussen zijn lamellen gevuld met een dik witachtig exsudaat ; iris vervormd ; iridectomie zonder nut ; had aanleg tot erysipelas van het gezicht ; koud water had de eruptie onderdrukt ; sindsdien zwak zicht, geleidelijk totale blindheid, totdat verlichting optrad. θ Vertroebeling van het hoornvlies.
Kerato-iritis, vooral indien van reumatische aard, door koude, vochtige lucht.
Glaucoom.
Orbitale cellulitis.
Pijn in de rechteroogbol, van zodanige hevigheid dat zij zelfs de lichtste aanraking niet kon verdragen ; roodheid van de sclera, en ontwikkeling van talrijke bloedvaten ; dofheid van het hoornvlies, grote gevoeligheid voor licht ; de iris van het aangedane oog, die van nature blauw was, is nu groen, pupilrand niet goed afgrensbaar, de pupil zelf beweegt niet bij blootstelling aan licht, de lens vertoonde een rokerige troebeling ; een eruptie van rode pukkels en pustels op neus en wang nam toe naarmate de functie van het oog afnam, en omgekeerd ; een brandend scheurende pijn in de nabijheid van het zieke oog, < 's morgens en 's nachts, waardoor de patiënt van rust en slaap beroofd werd.
Jeuk in de ogen bij inspanning van de ogen.
Zeurende of drukkende pijn in de ogen.
Het linkeroog voelde alsof het enorm gezwollen en vergroot was, hoewel dit niet zo was.
Stekende pijnen schieten vanuit de ogen het hoofd in.
Bijtend gevoel alsof er iets scherps en bijtends in het rechteroog zit.
Bijten in de ogen ; oogleden 's morgens verkleefd.
Trekkende en scheurende pijn in de streek van de wenkbrauwen en in de jukbeenderen.
Ogen zijn gesloten en sterk gezwollen en ontstoken.
Acute conjunctivitis door nat worden.
Erge fotofobie, overvloedige bijtende tranenvloed 's morgens en in de open lucht ; wang onder het oog bezaaid met rode pukkels ; oogleden krampachtig gesloten.
Hevige ontsteking van het rechteroog. θ Conjunctivitis.
Zakvormige zwelling van de conjunctiva, met gele purulente afscheiding.
Ogen rood en 's morgens verkleefd.
Catarraal oogontsteking ; oogleden gezwollen en volledig gesloten, vanonder welke van tijd tot tijd purulent slijm ontsnapte ; bij poging de oogleden te openen vloeide een hoeveelheid water naar buiten, en de conjunctiva die de oogleden bekleedde was los, gezwollen, puilde tussen de oogleden uit en verhinderde dat de oogbol kon worden gezien.
Arthritische oogontsteking, door werken in water of nat worden, met scheurende pijn in de ogen, vooral 's nachts.
Scrofuleuze oogontsteking ; phlyctenen op en rond het hoornvlies ; intense fotofobie ; oogleden betrokken en krampachtig gesloten ; gele etter gutst naar buiten wanneer zij met geweld van elkaar worden gescheiden ; pijnen < 's nachts.
Scrofuleuze oogontsteking ; rechteroog aangedaan ; niet veel fotofobie ; oogleden licht gezwollen ; op het hoornvlies een kleine scrofuleuze zweer, omgeven door bundeltjes vaten.
Scrofuleuze oogontsteking, met phlyctenen op de rand van het hoornvlies van het linkeroog ; pijn en fotofobie niet zeer groot ; scrofuleuze eruptie aan de binnenzijde van de neus, die sterk gezwollen was.
Conjunctiva van het linkeroog zeer rood en bezaaid met kleine zweren ; sterke fotofobie ; frequente tranenvloed ; eruptie achter de oren en onder het hoofdhaar, met overvloedige afscheiding. θ Scrofuleuze oogontsteking.
Hevige ontsteking van de oogbol ; twee vuil uitziende zweren op het hoornvlies van het linkeroog ter grootte van hennepzaden ; sterke fotofobie ; dikke korsten rond de alae nasi en de mondhoeken. θ Scrofuleuze oogontsteking.
Scrofuleuze oogontsteking ; overmatige fotofobie, kind ligt de hele dag met het gezicht op de vloer ; voortdurende onrust, verlies van eetlust ; vermagering.
Rechteroog omgeven door een oedemateuze zwelling, van de rand van de orbita tot de alae nasi ; ogen licht rood, overdag tranend, 's nachts dichtgesloten ; kind wrijft voortdurend in de ogen, onrustig en slapeloos. θ Erysipelateuze oogontsteking.
Conjunctivitis granulosa ; < in het rechteroog ; zwaar gevoel van de oogleden ; < bij stormachtig weer, met pannus.
Ophthalmia neonatorum ; oogleden rood, oedemateus gezwollen en krampachtig gesloten ; onrust 's nachts.
Pijnen in de ogen bij het bewegen of draaien van de oogbollen.
Verlamming van een of meer spieren van de oogbol, voortvloeiend uit reumatisme, blootstelling aan koude of nat worden van de voeten.
Branden in de binnenooghoek van het rechteroog.
Tranende ogen ; ontstoken, kleverige ogen.
Langdurige epifora, met een schijnbare strictuur van de traanbuis.
Ontsteking van de oogleden ; oogleden sterk gezwollen.
Rechter bovenooglid sterk gezwollen, hard ; pijnen < van 5 tot 7 uur namiddag ; rondlopen verlicht niet ; wanneer zij haar oog beweegt, voelt het alsof er een harde bal rondbeweegt ; brandende, jeukende, schietende pijnen rond het ooglid ; < in koude lucht.
Erysipelas van de oogleden, soms van traumatische oorsprong ; overvloedige tranenvloed, krampachtige sluiting van de oogleden.
Oogleden oedemateus, of erysipelateus, met verspreide waterachtige blaasjes ; meibomklieren vergroot, wimpers vallen uit.
Oedemateuze erysipelateuze zwelling van oogleden en gezicht, met kleine waterachtige blaasjes verspreid over het oppervlak, en trekkende pijnen in wang en hoofd.
Oogleden zien er rood en vurig uit, als bij erysipelas, en jeuken sterk.
Hevig branden, jeuk en prikken in gezwollen oogleden.
Ongecompliceerde blefaritis, vooral van acute vorm, met neiging tot abcesvorming ; oogleden sterk oedemateus, overvloedige tranenvloed met pijn ; < 's nachts, > door warme omslagen.
Eenvoudig oedeem van de oogleden.
Oogleden hebben een blaasvormig aanzien, en de oogleden zijn door de grote zwelling gesloten.
Oogleden oedemateus gezwollen, overvloedige, bijtende, sereuze afscheiding, tast de aangrenzende delen aan. θ Blefaritis.
Chronische ontsteking van de oogleden ; opgezetheid van oogleden en gezicht ; meibomklieren vergroot ; uitvallen van wimpers ; jeuk en bijten in de oogleden ; gevoel van droogheid van de ogen ; branden in de binnenooghoek ; bijtende tranenvloed 's morgens en in de open lucht, of voortdurende en overvloedige tranenvloed die bijtend kan zijn of niet.
Verslapping van de oogleden, met opgezetheid van de oogleden en heet, blozend gezicht.
Zwaar gevoel en stijfheid van de oogleden, als bij een verlamming, alsof het moeilijk was de oogleden te bewegen.
Ptosis van het rechterooglid bij een meisje, æt. 5, voor het eerst opgemerkt toen zij vijf dagen oud was ; telkens wanneer
zij haar oog wilde openen om naar iets te kijken, opende zij onwillekeurig haar mond wijd, waardoor zij er potsierlijk uitzag.
Ptosis, ook verlamming van de oogspieren, door blootstelling aan koude of natheid ; bij reumatische patiënt.
Oogleden 's morgens met purulent slijm verkleefd.
Eruptie op het linker onderooglid ; ontsteking van de conjunctiva ; brandend en pijnlijk trekken in het aangedane deel.
Een rode, harde zwelling, als een hordeolum, op het onderooglid, naar de binnenooghoek toe, met drukkende pijn, zes dagen aanhoudend.
Hordeola aan de onderoogleden.
Symptomen van de oogleden, afhankelijk van ontsteking van dieper gelegen structuren.
Gehoor en oren [6]
Slechthorendheid, vooral voor de menselijke stem.
Oorpijn, met pulsatie in het oor 's nachts.
Bijtende afscheiding van bloederige etter uit het oor bij acute ontsteking.
Erysipelateuze ontsteking van het uitwendige en inwendige oor, met blaasjes, met overmatige oorpijn.
Ontstekingszwelling van de klieren onder de oren. θ Na roodvonk.
Oorlel van het linkeroor gezwollen.
Parotitis links; vooral ettervorming. θ Roodvonk.
REUK EN NEUS [7]
Verlies van reuk.
Neusbloeding : frequent ; bij bukken ; 's morgens ; 's nachts ; gestold bloed ; bij de stoelgang, of door inspanning ; bij tyfus, met enige verlichting.
Krampachtig niezen.
Plotseling ophouden van de hoest, gevolgd door uiterst hevig niezen, de hele nacht ; 's morgens gezicht rood, gezwollen, kan niet spreken van het niezen ; wijst naar hoofd en buik. θ Influenza.
Droogheid en verstopping van de neus.
Gevoel van pijnlijkheid in de neusgaten.
Afscheiding uit de neus : van dik, geel slijm ; van neusslijm zonder coryza ; van groene, kwalijk riekende etter ; van gele ichor, met gezwollen halsklieren ; heet, scherp uit de neusgaten.
Heet branden onder het linker neusgat, zodat de adem eruit heet leek te komen.
Zwelling van de neus.
Punt van de neus rood en gevoelig ; neus van binnen pijnlijk.
Opgeblazenheid van de neus.
Koortsblaasjes en korsten onder de neus.
Eczeem aan beide zijden onder de neus ; neus gezwollen, bloedt af en toe.
Uitslag in de hoeken van de neus.
BOVENSTE GELAATSHELFT [8]
Gezicht : vuurrood ; bleek, ingevallen, neus spits, blauw rondom de ogen ; rood, met hitte.
Brandende, trekkende, scheurende pijn in het gezicht ; tanden voelen te lang aan ; onrust.
Gedurende verscheidene opeenvolgende nachten werd hij, nadat hij ongeveer een uur had geslapen, wakker met pijn in de slaapstreek van de l. zijde, zich uitbreidend naar hoofd, wang en tanden van dezelfde zijde ; de pijn nam van minuut tot minuut toe, was van een gloeiend, scheurend karakter en dwong hem zijn bed te verlaten en gedurende drie uur in de nacht door de kamer te lopen ; ging uitgeput naar bed, viel in slaap, maar werd na een half uur weer wakker en was opnieuw genoodzaakt rond te lopen tot 7 of 8 A. M. ; overdag voelden de tanden van de aangedane zijde te lang aan en zaten los, zodat hij nauwelijks kon kauwen ; voelde zich zeer zwak en koud. θ Aangezichtsneuralgie.
Aangezichtsneuralgie ; gevoel van grote koude ; < in open lucht ; hevige avondlijke exacerbatie ; dysenterische diarree.
Na verblijf in een kelder, waar hij veel transpireerde, vooral aan het hoofd, keerden oude neuralgische pijnen terug ; patiënt drukte de hand op de linkerwang, klemde de tanden op elkaar en had een verwrongen, pijnlijk gezicht.
Spanning en zwelling van het gezicht.
Grote zwelling van het gezicht, vooral van de oogleden en de oren.
Hevig branden in het gezwollen gezicht, de oogleden en de oren.
Erysipelas van links naar rechts ; gezicht donkerrood, bedekt met gele blaasjes ; branden, jeuk en tinteling met steken ; delier en hoge koorts.
Gehele gezicht gezwollen, ogen bijna gesloten ; oren gezwollen ; zwelling van het gezicht rood, heet, met spanning en branden, waarbij de rechterzijde bedekt is met blaasjes, waarvan sommige zijn opengebarsten ; het behaarde deel van de hoofdhuid zeer gevoelig voor aanraking, vooral in de streek van het achterhoofd, waar drukkende pijn zetelde ; oorsuizen met slechthorendheid ; vaak korte dutjes ; delier 's nachts ; langzame, klagende spraak ; grote neerslachtigheid ; ligt voortdurend op de rug, met op zeldzame tussenpozen trage bewegingen van de ledematen ; geen eetlust ; grote dorst ; vaak diepe inademingen met zuchten ; diarree ; hoest met bloedopspuwing ; urine blauwrood. θ Erysipelas.
Gehele gezicht, behalve het voorhoofd, sterk gezwollen, heet, ruw bij aanraking, helderrood, glanzend en bedekt met blaasjes ; oogleden sterk gezwollen, kan de ogen niet openen ; gehoorgangen aan beide zijden gezwollen ; stekende pijn in de keel bij het slikken ; zijkanten van de rug pijnlijk bij aanraking, zonder zwelling of verharding ; tong rood, droog ; grote dorst ; vaak gapen ; pijnlijke druk op de borst en rond het hart ; met zeldzame tussenpozen hoest met bloedopspuwing ; scheurende pijnen in alle ledematen ; huid droog, heet ; urine schaars, donker ; pols snel, zwak. θ Erysipelas.
Erysipelas bullosum ; de plekken hadden zich over het voorste deel van de hoofdhuid uitgebreid, het gehele gezicht was bedekt met grote blaren ; hitte, zwelling en hevige pijn ; tong glad, zeer rood ; veel dorst ; angst ; onrust ; slapeloosheid ; zeer snelle pols.
De ontsteking begon in het uitwendige oor en breidde zich geleidelijk uit naar wang en voorhoofd van dezelfde zijde, daarna naar oor, wang en zijkant van het hoofd van de tegenoverliggende zijde, met blaarvorming, branden en jeuk. θ Erysipelas.
Acne rosacea.
Melkkorst ; dikke korsten en afscheiding van foetide, bloederige materie.
Impetigo in het gezicht en op het voorhoofd.
Voorste deel van het hoofd en rechterzijde van het gezicht bedekt met een dikke, vochtige korst, waaronder een ichoreuze, vaak bloederige, kwalijk riekende afscheiding uitzweet ; onderliggende huid ruw, geëxcorieerd ; oogleden van het rechteroog rood, gezwollen ; conjunctiva rood ; huid van het gehele lichaam, maar vooral van armen en voeten, ruw en schilferig, vaak bedekt met dikke vochtige korsten ; ondraaglijke bijtende jeuk in de aangedane delen, < tegen de avond, 's nachts en door warmte ; bij krabben komt bloederige etter vrij met kortdurende verlichting ; een ondraaglijke geur gaat van de patiënt uit.
Crusta lactea ; korsten op de wangen, zich uitbreidend tot aan de slapen over het behaarde deel van de hoofdhuid, zelfs de oogleden zijn bedekt ; aan verscheidene vingers pijnlijke ulceraties rond de nagels.
Chronische etterende erupties in het gezicht.
ONDERSTE GELAATSHELFT [9]
Krampachtige pijn in het gewricht van de onderkaak, dicht bij het oor, in rust en bij beweging van dit deel, > door druk en warmte.
Drukkende en borende pijn in de klieren onder de hoek van de onderkaak.
Pijn in de kaakgewrichten alsof de kaak zou breken.
Stijfheid van de kaken, kraken in het kaakgewricht bij beweging ervan; de kaak raakt gemakkelijk uit de kom.
Doffe, zeurende, krampachtige pijn in het gewricht van de rechteronderkaak, in rust en bij beweging, gepaard gaand met een krakend geluid en hevige pijn alsof de kaak zou breken, > door druk en warm eten en drinken.
Rheumatisme van het kaakgewricht.
Parotitis na verkilling; ettering werd gevreesd en er werd een incisie gemaakt; de zwelling nam daarna enigszins af maar werd harder, vooral rond het litteken; bij blootstelling aan noorden- en oostenwind traden ontsteking en zwelling op, waarbij zij de mond nauwelijks kon openen.
Mondhoeken verzweerd, koortsblaasjes rond de mond.
Exantheem op de wangen, kin en rond de mond.
Herpetische, korstige erupties rond mond en neus, met jeuk en branderigheid.
Puistjes rond mond en kin.
Lippen droog en schraal, bedekt met roodbruine korsten. θ Tyfus.
TANDEN EN TANDVLEES [10]
Tanden pijnlijk met stekende pijn bij de neuswortel, uitstralend naar de jukbeenderen.
Tandpijn, 's avonds, eerst in een holle tand, die langer en los ging aanvoelen, daarna ook in andere tanden, waarin de pijn deels stekend en deels kruipend was.
Rukkende tandpijn 's nachts (omstreeks 10 uur 's avonds) ; het rukken trekt door naar het hoofd ; > door oplegging van een koude hand.
Scheurende pijn in de tanden, > door warme toepassingen.
Springende, schietende pijn, alsof de tanden eruit werden getrokken ; of langzame, prikkelende, kloppende of scheurende pijn, uitstralend naar kaken en slapen ; gezicht pijnlijk ; < 's nachts, door koude, door ergernis, > door uitwendige warmte ; korstige cariës.
Knaaggevoel in holle tanden < door koude.
Tanden voelen te lang en te los aan, alsof ze verdoofd zijn.
Loszitten van de onderste snijtanden ; zij kan er niet op bijten.
SMAAK, SPRAAK, TONG [11]
Smaak : bedorven, 's morgens na het eten ; metaalachtig ; voedsel, vooral brood, smaakt bitter ; een walgelijke, bittere smaak, met een gevoel van droogheid in de mond, wekte haar 's nachts vaak.
Tong : droog ; pijnlijk, roodheid aan de punt ; niet beslagen maar zeer droog, wat tot drinken noopte ; droog, rood, gebarsten ; heeft een driehoekige rode punt ; wit, vaak aan een zijde ; gelig ; bedekt met bruin slijm ; vertoont tandindrukken ; met blaasjes ; aan de wortel beslagen, gelig-wit ; dik beslagen ; bruin slijm, behalve aan de randen, 's morgens bij het opstaan.
MONDHOLTE [12]
Slaapt met open mond.
Adem: rottig, in buitensporige mate bij buiktyfus en difterie.
Droge mond, met veel dorst.
Water verzamelt zich in de mond, moet vaak spuwen.
Speeksel bloederig; loopt tijdens de slaap uit de mond.
Veel taai slijm in mond en keel.
Beide lippen groot, duidelijk uitstekend, gevoelig en asgrauw van kleur door infiltratie onder het slijmvlies van een eiwitachtig ogende substantie, waarachter zich een laag donkergekleurde vloeistof bevond, waarschijnlijk bloed; gezicht, vooral het voorhoofd, blauwachtig en koel; gelaatstrekken getrokken en ingevallen; submandibulaire speekselklieren zeer gezwollen; pols 96, klein en draadvormig; temperatuur 97,3; tong gezwollen, bleek en bedekt met stinkend slijm, dat qua geur en kleur overeenkwam met de lippen; uiterste prostratie. θ Difterie van de lippen.
GEHEMELTE EN KEEL [13]
Gevoel van droogheid in de keel.
Grote dorst en droogheid in de keel, bij tyfoïde toestanden.
Niet in staat te drinken ; bij elke slikbeweging verslikt zij zich in de drank, alsof de keelholte inactief of verlamd was ; geassocieerd met een gevoel van droogheid achter in de keel.
Moeilijk slikken van vast voedsel, alsof door vernauwing.
Pijnlijk slikken, vooral bij leeg slikken of bij het doorslikken van speeksel.
Keelpijn ; slikken moeilijk, met stekende pijnen, keel uitwendig sterk gezwollen, kaak- en oorspeekselklieren sterk vergroot.
Keelpijn alsof door een inwendige zwelling, met beurse pijn, ook bij spreken, met druk en stekende pijn bij het slikken.
Keel pijnlijk, voelt stijf ; na overbelasting van de keel.
Stekende of prikkelende pijnen in de tonsillen, < bij het begin van het slikken.
Erysipelateuze ontsteking ; oorspeekselklieren gezwollen ; cellulitis van de nek ; slaperigheid.
Rechter tonsil bedekt met een geel membraan.
Koorts < tegen de avond ; pijn achter in de nek met stijfheid, < bij draaien, > bij verandering van houding ; onrust ; ontsteking van de rechter tonsil, met een plek als van gemsleer, gelig-wit, dik ; tong wit, zwaar beslagen, punt en rand rood, bijna pijnlijk, rauw uitziend ; foetide adem ; stekende pijn bij het slikken, < wanneer men pas begint te slikken ; afkeer van voedsel. θ Difterie.
Difterie ; kind onrustig, wil rondgedragen worden, wordt nu en dan wakker en klaagt over pijn in de keel ; bloederig speeksel loopt tijdens de slaap uit de mond ; oorspeekselklieren gezwollen ; doorzichtige, gelei-achtige afscheiding uit de darmen bij de ontlasting of daarna.
Pijn in de rug, op een plek overeenkomend met ongeveer het midden van de slokdarm, < bij eten en drinken ; wanneer het voedsel deze plek bereikt, weigert het verder te gaan, zodat zij alleen vloeistoffen kan nemen ; tracht het voedsel voorbij de aangedane plek te dwingen door het lichaam te draaien of een gunstige houding aan te nemen, waarna zij verlichting krijgt. θ Oesofagitis.
Oesofagitis, vooral na bijtende stoffen.
Oorspeekselklieren en submandibulaire speekselklieren zeer ontstoken en vergroot ; slikken bijna onmogelijk. θ Difterie. θ Scarlatina. θ Variola.
Bof aan de linkerzijde.
EETLUST, DORST. VERLANGEN EN AFKEER [14]
Honger zonder eetlust.
Verlies van eetlust in gehemelte en keel, met leegtegevoel in de maag, en tegelijkertijd vraatzuchtige honger, die na een tijd zitten verdween.
Volledig verlies van eetlust voor alle voedsel; niets smaakt goed, noch eten, drinken noch tabak.
Geen eetlust, of verlangt alleen lekkernijen.
Dorst met droogheid van de keel.
Onlesbare dorst, verlangt alleen koude dranken; < 's nachts, door droogheid van de mond.
Verlangen naar: oesters; zoetigheden; bier; koude melk.
Afkeer van: sterke drank; vlees; bier.
ETEN EN DRINKEN [15]
Na het eten: grote slaperigheid; volheid in de maag; duizeligheid; zwaar gevoel in de maag als van een steen.
Door het drinken van ijswater: pijn in de maag en misselijkheid.
HIK, OPRISPINGEN, MISSELIJKHEID EN BRAKEN [16]
Oprispingen : lijken vast te raken en in de rechterzijde van de borst te blijven ; met misselijkheid ; met tintelingen in de maag, < bij het opstaan vanuit liggende houding.
Misselijkheid : na ijswater ; na het eten, met plotseling braken ; met buitensporige eetlust en neiging tot braken ; < 's nachts en na het eten.
MAAGKUIL EN MAAG [17]
Hevig kloppen in de epigastrische streek.
Stekende pijn of pulsatie in de maagkuil.
Pijn als van een zweer in de maagkuil.
Volheid in de maag, alsof zij overladen was.
Volheid of een zwaar gevoel, alsof er een steen in de maag lag; na het eten.
Druk in de maagkuil, alsof die gezwollen was of alsof zij werd samengetrokken.
Beklemming in de maag tegen de avond.
Pijn in de maag en misselijkheid, na ijswater.
HYPOCHONDRIEËN [18]
Beursheid alsof geslagen in de hypochondriale streek en het abdomen, < op de zijde waarop hij ligt, < bij omdraaien en het ergst wanneer hij begint te bewegen.
Drukkend-trekkende pijn, van onder naar boven, in het linker hypochondrium, met angst en misselijkheid in de borst.
Ernstige pijn in de rechter hypochondriale streek met hoge koorts, kon nauwelijks ademen ; bleef onrustig heen en weer bewegen ; > na het eten.
Schietende pijnen sinds twee weken. θ Leverabces.
BUIK EN LENDENEN [19]
Buik opgeblazen : vooral na het eten ; de hele dag een gevoel van gisting erin.
Krampende en schokkende pijn in de buik.
Pijn in de streek van het colon ascendens.
Pijn en samentrekking in de buik, zij was genoodzaakt voorovergebogen te lopen.
Pijn als van een mes in de rechterbuik bij het lopen.
Gevoeligheid van de navel.
Gevoeligheid van de buikwanden, vooral 's morgens bij het uitrekken ; na lichamelijke inspanning.
Gevoel alsof er iets in de buik losgescheurd was.
Zichtbare samentrekkingen van de buik boven de navel.
Pijn in maag en buik na het drinken van ijswater ; sindsdien krijgt zij telkens wanneer zij iets eet koliek, gevolgd door normale ontlasting, met verlichting.
Koliek, hij moet voorovergebogen lopen ; < 's nachts ; nadat hij nat geworden is.
Hevige koliek, > alleen door op de rug te liggen met de benen verticaal omhoog.
Typhlitis.
Voortdurende drukkende, brandende pijnen in de gehele rechterzijde van de buik, < bij het opstaan uit een stoel, maar vooral ernstig bij het gaan zitten, met het gevoel alsof er een knobbel als een drukkende zware last in de buik lag ; hierdoor en wegens spanning en stoornis in de gehele rechterzijde van de buik, die zich tot in de lies uitstrekte, kon zij niet rechtop staan, noch gemakkelijk de rechtervoet optillen of naar voren bewegen, de gehele rechterzijde van de buik zeer gespannen en pijnlijk bij druk ; men kon een brede platte tumor waarnemen, zich uitstrekkend van de crista iliaca tot de linea alba, omhoog tot aan de lever, omlaag tot in de liesstreek, aanvoelend alsof hij zich naar binnen en naar achteren afrondde ; gezicht ingevallen, bleek, vertrokken, met een lijdende uitdrukking ; gebrek aan eetlust ; afkeer van voedsel ; matige dorst ; rillerigheid vermengd met hitte ; snelle harde pols ; vermagering ; moedeloosheid ; gevoel van uiterste uitputting. θ Physconia peritonealis.
Braken van slijm, gal en voedsel ; slapeloosheid ; koorts ; oprispingen van wind ; verlies van eetlust ; droge mond, papperig ; vuilwit beslag op de tong ; buik opgezet, pijnlijk, zeer gevoelig voor druk ; steken onder de rechterribben bij de inademing ; pijn < bij het eten ; op de vierde nacht terugkeer van de rilling ; onlesbare dorst ; huid brandend heet en droog ; pols snel, klein en hard ; pijn in de ledematen alsof zij vernauwd waren ; voeten en enkels gevoelloos, alsof zij sliepen ; ogen dof ; gezicht bleek, spits, met een uitdrukking van lijden.
Enteritis ; scheurende, stekende, brandende pijnen ; grasgroen braken ; verdraagt de geringste aanraking niet ; witachtige ontlasting bevattend etter ; brandende koorts, < 1 P. M. ; branden in en onder de ogen ; droogheid van het tandvlees ; kloppen in de slapen ; prikkeling in de keel ; gerommel in de buik gevolgd door ontlasting die niet fecaal is ; moeilijk urineren ; uiterst gevoelige plek aan de rechterzijde, een duim onder de navel, die bij aanraking misselijkheid veroorzaakt.
Enteritis of peritonitis, met tyfoïde symptomen ; onwillekeurige ontlasting.
Beklemde hernia.
Ontstekingsachtige zwelling van de liesklieren.
ONTLASTING EN RECTUM [20]
Ontlasting : waterachtig, slijmerig en bloederig, met misselijkheid, scheurende pijn langs de dijen omlaag en veel tenesmus ; schuimig ; wit ; pijnloos en onverteerd ; bloederig water als spoelwater van rundvlees ; geligbruin, bloederig, kadaverachtig riekend en 's nachts onwillekeurig [buiktyfus] ; donker, geel, waterig ; dun, slijmerig, rood of geel ; gelei-achtig, wit en geel gestreept ; groenachtig, slijmerig, met gelei-achtige bolletjes of vlokken ; klompen doorzichtig slijm ; geligwit, fecaal ; geel, vloeibaar ; donkerrode [baksteenkleurige] vloeistof ; otterkleurige vloeistof [buiktyfus] ; overvloedig, geel, waterig ; schaars, vaak bloederig water ; afwisselend met constipatie ; onwillekeurig ('s nachts tijdens het slapen) ; foetide ; schuimig en pijnloos [gele vloeistof] ; zeer stinkend [donkergele, waterige] ; reukloos [bloederige, waterige of gele vloeistof].
Voor de ontlasting : voortdurende aandrang, met misselijkheid en scheurende koliek ; snijdende koliek.
Tijdens de ontlasting : snijdende koliek ; misselijkheid ; aandrang ; tenesmus ; scheurende pijnen langs de dijen omlaag ; kortademigheid.
Na de ontlasting : vermindering van pijn en aandrang ; tenesmus.
Nachtelijke diarree, met hevige pijn in het abdomen, > na de ontlasting of tijdens het liggen op de buik.
Diarree na het marcheren over vochtige grond met blote voeten.
Donkerbruine, dunne en zeer foetide ontlasting acht of tienmaal dagelijks, vooral vroeg in de ochtend en tussen 4 en 6 uur 's middags ; de ontlasting bevatte vaak slijm, af en toe etter en vaak linzevormige bloedstolsels ; zeer zwak, kon niet overeind zitten, behalve in bed, omdat het laten afhangen van de voeten steeds aandrang tot ontlasting opwekte, met onwillekeurige ontlasting als daaraan niet onmiddellijk werd toegegeven. θ Chronische diarree.
Darmcatarrh tijdens het afnemen van een epidemie van cholera epidemica ; twintig tot dertig ontlastingen in twaalf uur ; frequent braken ; cyanose van handen en gezicht ; lijkkoude van onderarmen, voorhoofd en wangen ; de darmen gaven bij druk een klotsend geluid, wijzend op een vermenging van vloeistof en lucht ; asfyxie ; krachtsverlies ; apathie van de geest ; vloeibare ontlasting vermengd met enkele vastere klonten, sterk riekend ; braken van witachtige vloeistof, met een zweem van groen, met een weeïge geur en vermengd met slijm ; hoofdpijn ; onstilbare dorst ; veelvuldig zuchten ; tenesmus ; door wind opgezet abdomen ; weeïge smaak in de mond.
Onwillekeurige ontlasting, met grote uitputting. θ Buiktyfus. θ Gastro-enteritis.
Cholera infantum, buiktyfusachtig type ; 's nachts zeer onrustig, moet vaak verlegd worden om verlichting te krijgen.
Dysenterie ; tenesmus, met misselijkheid, scheurende en knijpende pijn in het abdomen ; tenesmische ontlasting, gevolgd door onwillekeurige darmafgangen.
Dysenterische lozingen sinds vroeg in de ochtend ; uiterst ernstige en voortdurende tenesmus ; grote rillerigheid ; voortdurende onrust.
Bloeding van zwart bloed uit de darm. θ Buiktyfus.
Gevoel van vernauwing in het rectum alsof één zijde dichtgegroeid was.
Schietende pijn omhoog in het rectum.
Fissuur van de anus, met periodiek overvloedig bloeden.
Hemorroïden : pijnlijk, blind ; na de ontlasting naar buiten tredend, met drukkend gevoel in het rectum, alsof alles naar buiten zou komen.
URINEWEGEN [21]
Scheurende pijn in de nierstreek ; oedeem ; na nat worden.
Bij een mijnwerker die aan veel vocht was blootgesteld, oedeem van gezicht en voeten, zich ontwikkelend tot algemene anasarca ; urine vol albumine. θ Morbus Bright.
Hevige scheurende pijnen in de onderrug ; urine bevat bloed en albumine ; anasarca ; bij een man die aan hitte was blootgesteld. θ Morbus Bright.
Urine : heet ; wit ; troebel-modderig ; bleek, met wit bezinksel ; donker, troebel wordend ; hooggekleurd, schaars en prikkelend ; troebel bij het plassen ; rood en schaars ; sneeuwwit bezinksel [ammoniumuraat] ; bloederig, druppelsgewijs geloosd, met persen ; verminderd, hoewel hij veel drinkt ; komt in een gespleten straal.
Tenesmus vesicæ ; loost enkele druppels bloedrode urine.
Urineretentie ; rugpijn ; onrustig, kan niet stil blijven.
Urine wordt langzaam geloosd ; wervelkolom aangedaan ; door nat worden.
Urine ontsnapt druppelsgewijs, de straal onderbroken ; branden in de onderrug ; constipatie ; paralytische zwakte met koude en gevoelloosheid van linkerarm en linkervoet ; gedurende de zesde maand van de zwangerschap.
Frequente aandrang dag en nacht, met vermeerderde afscheiding.
Urine onwillekeurig, 's nachts en in rust.
Zwakte van de blaas bij meisjes en vrouwen, met frequente aandrang om te urineren ; ook voortdurend nadruppelen bij jongens.
MANNELIJKE GESLACHTSORGANEN [22]
Erecties 's nachts met aandrang om te urineren.
Pijn in de eikel ten gevolge van zwelling van de voorhuid, waardoor parafimose ontstaat.
Zwelling van eikel en voorhuid, donkerrood, erysipelatoos.
Stekende jeuk aan de binnenzijde van de voorhuid.
Vochtige blaasjes op de eikel.
Rode vlekken aan de binnenzijde van de voorhuid.
Vochtige uitslag op de geslachtsdelen en tussen scrotum en dij.
Uitslag op de geslachtsdelen, die door zwelling de urinebuis afsluit.
Het scrotum wordt dik en hard, met ondraaglijke jeuk.
Oedeem van scrotum en penis.
Enorm oedeem van scrotum en penis na roodvonk, met terugkeer van de koorts; de penis nam een spiraalvorm aan.
Vochtige erupties of erysipelas van het scrotum.
Metastase van de bof naar de rechter testikel.
Gonorroe; herhaalde aandrang om te urineren; branden in de urinebuis; schaarse, zeer dikke afscheiding.
Zweten in de tweede slaap gedurende een maand; zeurende pijn in de eikel; na het urineren ontsnappen enkele druppels. θ Secundaire syfilis.
VROUWELIJKE GESLACHTSORGANEN [23]
Ovariële cyste, bestond reeds achttien maanden bij een arbeidster van 20 jaar, brunette; fris, rozig gelaat; had zich kort na het eerste verschijnen van de tumor verrekt door te tillen.
Bewustzijn van de uterus, die pijnlijk en laag in het bekken aanvoelt, zodanig dat het lopen er ernstig door wordt belemmerd; mictie frequent en pijnlijk; veel branderigheid en jeuk van de huid over het gehele lichaam; gevoeligheid in rug en onderbuik; geneigd tot reumatiek. θ Prolapsus.
Drukkend neerwaarts gevoel in het bekken bij het lopen; jeuk in het rectum; verlangen naar zuren; de pijnen zijn het hevigst in de rechter ovariële streek; voelt alsof haar rug zou breken; > door op een harde vloer te liggen of met een kussen onder de rug; stijfheid in de gewrichten in rust, verdwijnt bij beweging.
Prolapsus; na de partus; door persen of tillen; bij reumatische vrouwen bij wie de pijnen hen dwingen voortdurend van houding te veranderen om verlichting te krijgen; < bij vochtig weer of vóór een storm.
Barenswee-achtige pijnen en druk in het abdomen bij het staan.
Metrorragie, bloed gestold met barenswee-achtige pijnen.
De vloeiing na de laatste bevalling hield nooit op en kwam soms neer op een ernstige bloeding; wanneer zij rustig lag of zat, trad een extreme duizeligheid op, die alleen overging bij het opstaan en lopen.
Poliep van de uterus na kouvatten door een zeebad; voelde zich na het bad verdoofd en had pijn in de schouders alsof zij verstuikt waren, < 's nachts tegen 3 uur; verloor haar geheugen en was bijna verlamd in haar ledematen; hoofdpijn en duizeligheid; spoedig daarna uteriene bloeding; tweemaal waren massa's poliepeuze woekering uit haar baarmoeder verwijderd, maar de bloeding keerde spoedig terug; uterus laag in het bekken en achterovergebogen, de achterwand verweekt en gezwollen, en vulde bijna de gehele holte van het bekken; ostium verwijd, cicatricieel, met dun bloedverlies; leucorrhoe; troebele urine.
Menstruatie: te vroeg, overvloedig en langdurig; de vloeiing licht van kleur, scherp, veroorzakend bijtende pijn in de vulva.
Menorragie: door een verrekking; bij reumatische vrouwen; < 's nachts, waardoor voortdurende houdingsverandering nodig is om verlichting te vinden.
Membraneuze dysmenorroe bij reumatische vrouwen.
Obstructieve dysmenorroe; krampende, neerdrukkende pijnen; rugpijn, < in horizontale houding en door op de rug te liggen.
Amenorroe: door nat worden; met melk in de borsten na kouvatten, met frequente aandoeningen van de borst en epistaxis.
Amenie, na doorweekt te zijn geraakt in een regenstorm, gevolgd door hydrometra.
Afscheiding van stinkend, zwartachtig water uit de vagina, met een barstend gevoel in het hoofd alsof het hoofd uitzette.
Schietende pijnen bij aanvallen door het hoofd; < bij het liggen en > wanneer het hoofd wordt opgericht.
Gevoeligheid in de vagina kort na een omhelzing, of een omhelzing verhinderend.
Stekende pijn in de vagina, niet verergerd door aanraking.
Uitwendige geslachtsdelen ontstoken, erysipelateus, oedemateus.
Uterusklachten resulterend uit blootstelling aan koude, vochtig weer, door nat worden, vooral tijdens het transpireren.
ZWANGERSCHAP. BEVALLING. LACTATIE [24]
Tijdens de zwangerschap: bloedige afscheiding; bekkengewrichten stijf bij het begin van bewegen.
Dreigende miskraam door persen of overmatige inspanning.
Lochia bedorven en kwalijkriekend, houden te lang aan, of keren te vaak terug; zij is bijna uitgeput.
Een bedorven vaginale afscheiding met schietende gewaarwordingen omhoog in de delen, met een barstend gevoel in het hoofd.
Naweeën van te lange duur, na een ernstige bevalling, met veel en overmatig persen.
Melkbeen, ook metritis na de bevalling; met tyfoïde symptomen.
Mammae: zwellen op door vatten van kou, ontstekingsstrepen; galactorroe; melk verdwijnt met algemene hitte.
Gedurende weken na de bevalling veel pijn in het rechter ledemaat, met gevoelloosheid van de heupen tot de voeten.
Gedurende weken na de bevalling een verschrikkelijke hoest; het lijkt alsof er iets uit de borst zou worden gescheurd.
STEM EN STROTTENHOOFD. LUCHTPIJP EN BRONCHIËN [25]
Heesheid: met ruwheid, schrapend of rauw gevoel in het strottenhoofd; ruwheid en gevoeligheid in de borst; door overbelasting van de stem.
Musculaire uitputting van het strottenhoofd door aanhoudend en luid gebruik van de stem; heesheid, na een poosje gezwegen te hebben, > door spreken; < in de avond en bij weersverandering.
Veelvuldige kieteling, prikkelbaarheid in de luchtwegen, alsof dit hoest zou opwekken.
Koud gevoel in het strottenhoofd bij het ademen.
Brandend rauw gevoel in het strottenhoofd.
Hete lucht stijgt op uit de luchtpijp.
Influenza; de luchtwegen lijken dicht te zitten; zeurende pijn in de botten; niezen en hoesten, < door het lichaam te ontbloten; ontstaan door blootstelling aan vocht; droge, harde, prikkelende hoest, < van de avond tot middernacht; stijfheid in rug en ledematen.
ADEMHALING [26]
Ademhaling gejaagd; 's nachts zeer kortademig.
Benauwdheid: alsof de adem in de maagkuil werd tegengehouden; < na een maaltijd; angstig, alsof hij geen diepe adem kon halen.
Dyspneu door druk en pijnlijkheid in de maagkuil.
Warme adem.
HOEST [27]
Hoest: droog, prikkelend; veroorzaakt door prikkeling in de bronchiën; door ontbloting, zelfs van slechts één hand; met scheurende pijn in de borst, steken, overvloedig zweten en pijn in de maag; < 's avonds tot middernacht, of 's morgens spoedig na het ontwaken, door spreken, gaan liggen of stilzitten; door prikkeling onder het borstbeen; waardoor de slaap 's nachts verhinderd wordt; vaak prikkelhoest 's avonds na het gaan liggen, met bittere smaak in de keel tot hij in slaap valt, en 's morgens een soortgelijke prikkelhoest en een soortgelijke smaak, aanhoudend tot hij opstaat; kort, door hevige prikkeling en irritatie achter de bovenste helft van het borstbeen, gevolgd door een gevoel van moedeloosheid en vrees; telkens wanneer hij zijn handen buiten het bed steekt; krampachtig, doet het hoofd barsten; kort, angstig, pijnlijk, wekt haar vaak vóór middernacht uit de slaap met zeer korte adem; droog, overdag, het epigastrium verwringend, opgewekt door spreken of zingen, schouders en nekspieren bij de eerste beweging stijf en lam; > tijdens lichaamsbeweging.
Tijdens de reconvalescentie na pneumonie, bij het hoesten, verschrikkelijke pijn in de linkerschouder, alsof de schouder uit elkaar zou vliegen, en zijn echtgenote moest zijn schouder met haar hand vasthouden en zo hard knijpen als zij kon; de pijn werd opgewekt door een hoestbui, en hij moest uit bed komen en zijn arm zo snel mogelijk heen en weer zwaaien om verlichting te krijgen.
Acute gevallen van hoest met grote algehele uitputting.
Droge, harde, uitputtende, reumatische hoest; de aandoening neemt gemakkelijk een adynamische, tyfoïde vorm aan en is 's nachts zeer verergerd.
Een droge, prikkelende hoest die vóór de koude rilling opkomt en er tijdens aanhoudt.
Nachtelijke droge hoest bij insufficiëntie van de mitralisklep.
Hoest met smaak van bloed, hoewel er geen bloed te zien is.
Hoest met opgeven van helderrood bloed en een wee gevoel in de borst.
Sputum: bijtende etter; grijsachtig-groen koud slijm met verrotte geur; bleek, gestold of bruin bloed.
BORST, INWENDIG, EN LONGEN [28]
Beklemming van de borst: 's nachts met stekende pijnen, vooral bij het ademen; angst met een zwaar gevoel op het onderste gedeelte van de borst.
Spanning over de borst; 's avonds zeer korte ademhaling en zwakte in alle ledematen.
's Morgens bij het opstaan trekkende en stekende pijnen vanuit de linker tepel tot in het schouderblad, geleidelijk toenemend totdat zij hevig lijden veroorzaakten; gezicht bleek.
Steken in de borst en de zijkanten van de borst, vooral bij gebogen zitten, spreken, niezen of diep ademhalen; < in rust.
Tinteling in de borst, met spanning in de tussenribspieren.
Acute pleuritis met tyfoïde verschijnselen.
Acute catarre; neus, larynx, trachea en bronchiën lijken verstopt, beginnend omstreeks zonsondergang, met niezen en droge, harde, kriebelende hoest, aanhoudend zeer hevig tot middernacht, wanneer alle klachten > zijn; de volgende ochtend opnieuw.
Na blootstelling rillerigheid, hoofdpijn, benauwde ademhaling, stekende pijnen in de rechterzijde van de borst, die bij diepe inademing de adem afsnijden; angst en vrees dat hij, als er geen verlichting kwam, nog maar korte tijd zou kunnen ademen; 's nachts onrustig; overvloedige uitslag van blaasjes rond de mond, die in de loop van de nacht waren verschenen. θ Influenza.
Pneumonie na blootstelling aan regen terwijl men oververhit was; korte, benauwde ademhaling; hoest met steken in de zijden; huid heet, droog; tong rood, droog; pols snel, hard; urine donker, bij stilstaan troebel wordend en een bezinksel afzettend; diarree; eetlust verminderd; aanmerkelijke dorst; slaap onrustig, vol dromen; loom en zwak.
Steken in de rechterzijde van de borst, < bij hoesten en ademen; korte, angstige ademhaling; diep ademhalen onmogelijk; hevige hoest met opgeven van slijm en bruinachtig bloed; deels crepiterende en deels bronchiale reutelgeluiden; bronchofonie rechts en demping bij percussie; ligt op de rug of op de rechterzijde; brandende, droge hitte; pols gespannen, frequent; angstige slaap; voorbijgaand delier; omschreven roodheid van de wangen met geligheid van de neusvleugels, mondhoeken en sclerotica; onlesbare dorst; verlies van eetlust; geelbruin beslag op de tong; bittere smaak; misselijkheid, neiging tot braken, diarree; donkerbruine urine. θ Pleuro-pneumonia biliosa.
Pneumonie, recidief; 's nachts onrustig heen en weer werpen; acute pijn in de rechterzijde van de borst ter plaatse van de eerder aangedane plek, zeer gevoelig voor aanraking; pols opnieuw snel, sterk en vol; hevige hoest, met schaarse expectoratie van bloederig slijm; bij het ademen het gevoel alsof de lucht opgesloten raakte in het epigastrium, wat grote angst veroorzaakte.
Pneumonie: adynamisch type; gemakkelijke expectoratie van een dunne, etterachtige afscheiding, sterk met bloed gekleurd.
Baksteenstofkleurige expectoratie van bloederig sputum, slechts met grote moeite opgegeven en in de ergste gevallen vergezeld van hoge koorts en onwillekeurige diarree; met tyfoïde verschijnselen, vaak door resorptie van etter; met scheurende hoest en onrust, omdat rust pijn en dyspneu erger maakt; pneumonia nervosa.
Vaak terugkerende korte hoest, met bloedgestreepte expectoratie; steken in de linkerzijde en beklemming van de borst; menstruatie schaars maar regelmatig; sedert 8 dagen, na kou te hebben gevat, erysipelateuze aandoening op de handrug van de rechterhand, met branden en steken en vorming van een vlakke zweer die als een blaasje begon. θ Bloedspuwing.
Bloedspuwing: het opgeven van bloed wordt bijna een gewoonte, zodat de patiënt geleidelijk anemisch en zwak wordt en het bloed zelf verarmt; door overinspanning, door het bespelen van blaasinstrumenten; bloed helder rood; pijn in het onderste gedeelte van de borst; hernieuwd door de geringste mentale opwinding.
HART, POLS EN CIRCULATIE [29]
Zwak en bevend gevoel in de hartstreek ; borst en hart voelen zwak aan na een wandeling.
Trekkend gevoel en stijfheid in de hartstreek, vooral bij het beginnen te bewegen.
Steken in het hart met pijnlijke lamheid en gevoelloosheid van de linkerarm.
Hartkloppingen : hevig, bij stilzitten, met pulsaties die het lichaam doen bewegen ; angstig 's morgens bij het ontwaken ; na overinspanning.
Ongecompliceerde hypertrofie, door hevige lichaamsinspanning.
Vergroting van het hart met dilatatie ; pijn in de linkerschouder en langs de linkerarm omlaag, die koud en gevoelloos aanvoelde ; pijn < om 4 uur 's morgens ; flauw, fladderend gevoel in de maag en de linkerborst ; gevoel van gorgelen in de hartstreek, met gevoeligheid in de linkerzijde ; erop liggen veroorzaakt ernstige hartkloppingen en pijn in het hart.
Moeizame ademhaling bij het opstijgen van trappen ; een diepe inademing, of het plotseling opheffen van de linkerarm, veroorzaakte een ogenblikkelijke, acute, stekende pijn in het middelste anterieure deel van de vierde intercostaalruimte aan dezelfde zijde ; het hart klopte licht versneld ; enige tijd tevoren was hij verscheidene uren nat geweest.
Organische ziekten van het hart, met stekende pijn en gevoeligheid ; gevoelloosheid en lamheid van de linkerarm.
Zeurende pijn in de linkerarm, met ziekte van het hart.
Myalgia cordis.
Pols : versneld, zwak, flauw en zacht ; bevend of onmerkbaar ; soms sneller dan de hartslag ; onregelmatig ; beïnvloed door bier, koffie of alcohol.
Borstwand [30]
Verdoofd gevoel in de borst.
Pijn in de borst alsof het borstbeen naar binnen werd gedrukt.
Myalgie of musculair rheumatisme van de borstwand.
NEK EN RUG [31]
Stijve nek met pijnlijke spanning bij bewegen ; van reumatische oorsprong ; door tocht.
Pijn in de nekspieren alsof de delen gevoelloos waren, en alsof men lange tijd in een ongemakkelijke houding had gelegen, tegen de avond.
Harde zwelling aan de linkerzijde van de nek onder de ramus van de onderkaak, toegenomen tot de grootte van een mansvuist, zo groot dat zij het gezicht geheel naar één zijde draaide, waardoor de kin op de r. schouder rustte.
Gezwollen of ontstoken klieren van de nek, met rode strepen, zoals bij roodvonk.
Karbonkel in de nek nabij het doornuitsteeksel van een bovenste halswervel ; zwelling bruinrood, met verscheidene kleine openingen, waaruit stinkende etter vloeit ; grote pijn ; koorts ; slaap verstoord.
Pijn in schouders en rug, met stijfheid alsof na een verstuiking.
Pijn tussen de schouders bij het slikken van voedsel.
Steken in de rug bij bukken, 's avonds.
Drukkende steken in de rug, < bij lopen of bukken maar nog meer bij het zich weer oprichten.
Samentrekkende pijn in de rugspieren, bij zitten, > achteroverbuigen, < vooroverbuigen.
Hevige reumatische pijn tussen de schouderbladen, noch > noch < door beweging of rust, alleen > door warmte, < door koude.
Pijnlijke spanning tussen de schouderbladen.
Stijfheid in de lendenen, pijnlijk bij beweging.
Gevoel alsof beurs geslagen, in de rechterzijde van de lendenwervels en in de lendenen.
Bij zitten doen de lendenen pijn, alsof na lang bukken of buigen.
Pijn alsof beurs geslagen, in de lendenen, telkens wanneer hij er rustig op ligt of stil zit ; > bij bewegen.
Pijn in de lendenen, bij het vastgrijpen ervan, alsof het vlees geslagen was.
Zwaar gevoel en druk in de lendenen, alsof men een slag had gekregen, < bij zitten.
Druk alsof door een snijdende rand, dwars over de lendenen, bij staan of achteroverbuigen.
Pijn in de lendenen, < bij stilzitten of bij liggen ; > bij liggen op iets hards, of door beweging.
Plotselinge acute pijn in de lendenen bij het optillen van een lichte plank, zodat hij zich slechts met moeite kon oprichten ; de volgende dag verlamming van de armen, met branderigheid bij het urineren, schaarse urinelozing en blaastenesmus.
Hevige pijn "alsof de rug gebroken was" in de lumbale streek, bij de geringste beweging of bij hoesten, door overbelasting van de rug bij tillen.
Lumbago ; pijn < na, niet tijdens beweging.
Lumbale pijn van drie weken duur na een verrekking ; grote pijn en gevoeligheid, < nadat hij warm geworden is in bed en bij het beginnen te bewegen.
Gevoelige plek in de wervelkolom tussen de schouderbladen ; wanneer die plek wordt aangeraakt, krijgt hij waterbraken, daarna misselijkheid en braken ; wordt gemakkelijk moe en kan dan niets slikken zonder het direct weer op te braken ; vóór het braken, branderig gevoel in de maag en tussen de schouderbladen ; moet zich zeer inspannen om te braken ; kan geen vlees eten, het valt hem slecht ; gevoelloosheid van de middelvinger van de r. hand ; heeft zes jaar lang geen dag kunnen werken wegens zwakte, een soort verlamd gevoel in de armen, en vermeerderde pijn in de rug met daardoor misselijkheid ; < bij vochtig, regenachtig, koud weer, vooral oostenwind ; kan alleen koffie drinken, van thee wordt hij erger ; braakt koud water onmiddellijk ; stoelgang slechts eens in de vijf of zeven dagen, zeer verstopt ; heeft zich acht of negen jaar geleden verrekt bij het optillen van een invalide echtgenote, maar voelde daarna geen onmiddellijke verschijnselen behalve rugpijn ; in het voorjaar van 1862, tijdens een noordoostelijke regenstorm, trachtte hij te helpen een zwaarbeladen houtwagen te verplaatsen, waarna hij voelde alsof er iets bezweek tussen zijn schouders.
Hevige pijn in het hoofd, van achteren naar voren en langs de wervelkolom omlaag ; ligt op haar rug, hoofd en rug naar achteren getrokken ; de geringste beweging of aanraking veroorzaakt ondragelijke pijn ; trage pols ; werking van de darmen bijna verlamd ; urine dagelijks maar langzaam geloosd ; volslagen slapeloosheid ; pijn in aanvallen ; veroorzaakt door nat worden. θ Spinale irritatie.
Grote pijn in de lendenen ; < in bed, > door druk. θ Spinale irritatie.
Ernstige pijn boven de crista van het linker ilium, tussen de crista en de spina iliaca posterior superior, > door druk en warmte. θ Spinale irritatie.
Ruggenmergvliezen ontstoken, zelfs myelitis ; door nat worden of slapen op vochtige grond.
Brandend gevoel in de lendenen.
Stijfheid en mankheid vanuit het sacrum, < in rust na inspanning.
Verkromming van de rugwervels.
BOVENSTE LEDEMATEN [32]
Druk op de schouders als van een zwaar gewicht.
Linkerschouder lijkt verlamd.
Gevoel alsof iemand op de linkerschouder drukt, bij het sleutelbeen.
Reumatische pijn in linkerschouder en arm ter hoogte van de deltaspier.
Hevige pijn boven op de linkerschouder.
Scheurende pijn in het schoudergewricht en boven op het schouderblad.
Naar binnen schietende en kloppende pijn in de linkerschouder.
Stekende pijnen in de schouders tijdens liggen, > bij zich bewegen.
Scheurende en brandende pijn in schouder, arm lam, < bij koud, nat weer, in bed en in rust.
Pijn in de spieren van linkerschouder en arm, ook in de botten van de arm terwijl de gewrichten onaangedaan blijven; gevoelloos gevoel rond handen en vingers, na nat worden.
Verrekking van het linker schoudergewricht, lange tijd zeer pijnlijk; werd tenslotte onbeweeglijk; 's nachts slapeloos.
Pijnlijke zwelling van de okselklieren; suppurerend.
Trillen van de armen na matige inspanning.
Hevige scheurende pijn in de arm, het hevigst bij stil liggen.
De arm waarop hij tijdens de slaap het hoofd laat rusten, wordt gevoelloos.
Schietende pijnen door de armen.
Trekkend, verlamd gevoel in de linkerarm, 's nachts.
Stekende en trekkende pijn in de linkerarm, naar beneden uitstralend tot in de vingertoppen.
Trekkende steken in de armen, van de schouders naar beneden.
Spannende, zeurende pijnen alsof de armen ontwricht waren.
Pijn in de linker bovenarm alsof spieren of pezen te sterk waren verrekt, wanneer het ledemaat wordt opgeheven.
Gevoelloosheid of zeurende pijn in de linkerarm, bij hartziekte.
Krampachtig trekken of spanning in het ellebooggewricht.
Chronische ontsteking van de gewrichtsstructuren, vooral wanneer voortvloeiend uit stoten, verstuikingen enz.
Trekkende en scheurende pijn, zich uitstrekkend van het ellebooggewricht tot in de pols.
Schokkerig scheurende pijn in elleboog- en polsgewrichten, tijdens rust, > tijdens beweging.
Krachtsverlies en stijfheid van onderarmen en vingers bij het bewegen ervan.
Verlamming van de arm, met koude en gevoelloosheid.
Plotselinge verlamming van de linkerarm terwijl hij op een regenachtige dag in de open lucht was; arm koud zonder gevoel of beweging; pols aan de aangedane zijde klein, bijna trillend; doffe hoofdpijn, geruis in de oren; tranenvloed en druk in de ogen als van zand; droogheid van het tandvlees; onaangename smaak in de mond; schone, donkerrode tong; diarree met tenesmus en vaak aandrang om te urineren; onrustige slaap; voortdurende rillerigheid; melancholie.
Erysipelateuze zwelling van de armen.
Pijn in de rechterpols.
Gevoel aan de bovenzijde van de linkerpols bij het buigen ervan alsof zij verstuikt was.
Zes maanden lang stijf polsgewricht, gezwollen en pijnlijk; pijn < na rust bij het eerste beginnen het gewricht te bewegen, na wassen in koud water, door kou in het algemeen, weersverandering, in een verenbed, door inspanning 's morgens na de nachtrust en 's avonds.
Reumatische pijnen die na een verstuiking dwars door het polsgewricht schieten, van de ene zijde naar de andere.
Drukgevoeligheid van het handwortelgewricht; kon geen schokken van de pols vanuit de onderarm verdragen, noch enige druk op het polsgewricht of enige zijwaartse bewegingen van de hand; ontstoken toestand van de gewrichtsoppervlakken van de pols, waarschijnlijk van het synoviaal membraan; na verstuiking.
Trekkende pijn in de handpalm van de rechterhand.
Reumatische pijnen in de handen.
Pijnen, zeurend, trekkend, met gevoelloosheid; begonnen in de rechterhand, breidden zich naar alle delen uit; 's morgens stijf bij het beginnen te bewegen; moet vaak van houding veranderen, al doet dat pijn; < na middernacht. θ Rheumatisme.
Rheumatisme met grote zwelling van de handen, veroorzaakt door vochtig weer.
Hete zwelling van de handen 's avonds.
Branderig gevoel in de handpalm van de rechterhand en gevoel alsof de hand in heet water wordt gehouden, < in rust, in de koude, bij het vasthouden van iets kouds, maar vooral door koud water, en van middernacht naar de ochtend toe; > door beweging, de hand laten afhangen, warmte en warm water; om 3 uur 's nachts branden de gehele hand en onderarm, wat haar bijna tot wanhoop drijft, moet uit bed en rondlopen tot de ochtend; hand alsof lam en overdag "slaapt" zij vaak urenlang; hand droog alsof verschrompeld, tenzij zij met vet wordt ingewreven; moet voortdurend iets in de hand dragen.
Kloven op de handruggen.
Gezwollen aderen op de handen.
Wratten, vooral op handen en vingers.
Koude, zweterige handen.
Vingers kunnen wegens grote zwelling alleen met pijn worden bewogen.
Scheurende pijn in de gewrichten van alle vingers.
Een fijne, stekende pijn in de vingers.
Wijs- en middelvinger van een hand voelen 's morgens gevoelloos en als slapend aan.
Hevige pijn in de kootjes van verscheidene vingers, ongeveer halverwege tussen de gewrichten, 's avonds.
Bij het vastgrijpen van iets, gevoel alsof spelden in de toppen en de handpalmzijde van de eerste vingerkootjes prikken.
Mierenlopen als bij een slapend gevoel, in de vingertoppen.
Middelste gewricht van de duim acht dagen tevoren ernstig verrekt; was erg beurs en pijnlijk geweest, < 's nachts; kon het niet gebruiken zonder de pijnlijke toestand te verergeren.
Ontstekingachtige zwelling van de vingertoppen met mierenlopen.
Acute pijn in de middelvinger van de rechterhand tijdens het werken, die verdween naarmate hij zijn bezigheid voortzette; daarop verscheen een gevoel van gevoelloosheid en mierenlopen in de vinger, dat zich geleidelijk langs de nervus medianus tot aan de elleboog uitbreidde; dit gevoel werd van dag tot dag uitgesprokener, en de hand begon haar kracht te verliezen, waarbij vooral de middelvinger lam scheen.
Zwelling van de vingers.
Nijnagels.
Eczema impetiginoides; hevige uitslag op de rechteronderarm, zich uitstrekkend van de elleboog tot de vingerkootjes; oppervlak rauw en geëxcorieerd en bedekt met gele korsten en scheidt een sero-purulente afscheiding af; infiltratie van het los bindweefsel, met veel zwelling; algemene gezondheid aangetast; 's nachts koorts, met rillerigheid enz.
Chronische psoriasis die de armen bedekt, vooral de linker, de buitenzijde van de armen en de handruggen; hevige jeuk, maar zonder de wolk van zemelachtige schilfers.
ONDERSTE LEDEMATEN [33]
Trekkende pijn in de rechterbil, juist onder de lendenen, > bij druk.
Drukkende pijn in de heupgewrichten bij elke stap, en een verlamd gevoel in de voorste spieren van het bovenbeen.
Spanning en trekken in de rechterheup.
Spanning in het linkerheupgewricht tijdens zitten.
Bij liggen op de zij doet de heup pijn, en bij liggen op de rug doen de lendenen pijn.
Scheurende en trekkende pijn van de heup tot de knie bij lopen of staan.
Ischias : rechterzijde, doffe zeurende pijn, < 's nachts, bij koud of vochtig weer ; > door wrijven, door warmte en wanneer verwarmd door beweging ; gevoelloosheid en mierenlopen.
Hevige aanval om de paar weken, waardoor hij telkens dagenlang kreupel is ; rechterbovenbeen en heup aangedaan ; pijnen < bij stilhouden en bij poging tot bewegen, bij nat, vochtig weer ; > na rondlopen en door warme toepassingen ; aanvallen opgewekt door overwerk en blootstelling. θ Ischias.
Hevige scheurende, brandende pijn ging uit van de rechterzitbeenknobbel, volgde het verloop van de nervus ischiadicus en verspreidde zich over bovenbeen, knie en onderbeen ; kwam gewoonlijk 's nachts, nam elke minuut in hevigheid toe, totdat hij genoodzaakt was op te staan en rond te lopen, waarna de pijn verdween. θ Ischias.
Acute pijn in de linkerheup, vooral bij opstaan uit een stoel, de pijn strekt zich dan uit naar de wervelkolom, in het abdomen, en soms tot aan de knie ; kortademigheid ; pijnen in de hartstreek, soms zeer hevig, alsof er iets in de borst zou barsten, harde druk op de pijnlijke plek en volledige rust verlichten. θ Ischias.
Ischiatische neuralgie sinds twaalf jaar ; pijn in het gehele l. onderste lidmaat, vooral in het achterste deel van het bovenbeen ; trekkende, brandende, lancinerende pijnen, < 's nachts, zodat slaap wordt verhinderd ; ook < bij koud nat weer.
Ischias, linkerzijde ; intense pijnen, geleidelijk toenemend in hevigheid ; bliksemachtige pijnen schieten door het lidmaat ; gevoel van koudheid in de ledematen ; < in rust, > door voortdurende beweging ; slapeloosheid 's nachts.
Ischias met drukgevoeligheid rond het kniegewricht ; pijn voortdurend bij lopen ; kon alleen met grote inspanning en voorzichtigheid uit bed of uit een stoel opstaan.
Ischias, rechterzijde ; pijn uiterst hevig, doet hem schreeuwen, < in rust ; > door lopen wanneer hij kan lopen.
Stekende pijnen, < tijdens rust in bed ; moet zich omdraaien of de stand van het been om de paar minuten veranderen, wat de pijn korte tijd verlicht ; zwaar gevoel, wanneer hij probeert te rennen ontbreekt kracht in het been ; krampen in de kuiten, waardoor hij genoodzaakt is uit bed te komen en de kamer op en neer te lopen.
Overmatige nervositeit ; slapeloosheid ; onvermogen om in enige houding rust te vinden ; musculaire trekkingen in alle delen van het lichaam, vooral in het aangedane been, 's nachts. θ Ischias.
Reumatische ischias ; pijn < na het opstaan van de bok (hij is koetsier) ; urine dik.
Coxalgie in het rechterheupgewricht langs de ischiatische zenuw tot aan de enkel ; > door warmte, < door koude ; de eerste beweging zeer pijnlijk, geleidelijk > door voortdurende beweging.
Coxalgie : onwillekeurig mank lopen ; pijnen vooral in de knie gevoeld ; < door overmatige inspanning ; < 's nachts ; met verlenging van het lidmaat.
Na blootstelling pijn in de heupen, vandaar naar het onderste deel van het bovenbeen, alleen aan de buitenzijde ; been mank en stijf ; pijn < bij weersverandering, door koude en door inspanning.
Pijn alsof het heup-, knie- of enkelgewricht verstuikt is.
Een gevoel van stijfheid in de bekkengewrichten bij de eerste poging om te lopen ; > nadat men warm is geworden door het lopen.
Veel pijn houdt aan in het rechterlidmaat, met gevoelloosheid van de heupen tot de voeten. θ Na de bevalling.
Trekkende pijn met crepitatie in de heupgewrichten ; pijn < bij het verlaten van de stoel na lang zitten, door gaan zitten in de kou, door inspanning van het been tijdens het lopen, in de herfst en bij weersverandering ; > door de warmte van de kachel, in de zon en door voortdurende zachte beweging ; het been is zo mank dat hij genoodzaakt is de broek bij de knie vast te pakken om het op te tillen en vooruit te bewegen ; bij dit mank lopen was het been steeds in het kniegewricht gebogen, en elke poging het te strekken veroorzaakte pijn, volledige strekking was onmogelijk ; doordat het lidmaat stijf was in het heupgewricht, was elke beweging pijnlijk en onvolkomen ; na blootstelling aan een sneeuwstorm terwijl hij oververhit was. θ Reuma.
Traumatische gevallen van ontsteking van het heupgewricht ; vaak na Arnica, bij slechte gevolgen van kneuzing en van overrekking van kapselbanden en van pezen en spieren van het bovenbeen, met zwelling en grote pijn in de aangedane delen ; of wanneer veroorzaakt door blootstelling van een transpirerende huid aan plotselinge koude, of door nat worden, of door liggen op natte grond nadat het lichaam in transpiratie is geweest ; zeurende, trekkende, scheurende, spanningspijnen met een gevoel alsof de huid rond de zieke delen te strak was ; pijn < in liggende houding.
Vier jaar geleden werd zij uit een wagen geslingerd en ernstig gekwetst aan heupen en lendenen ; was zeer mank en niet in staat veel te bewegen of lang overeind te zitten ; is sindsdien steeds zwak van gezondheid geweest ; sinds het letsel heeft staan of lopen haar sterk aangedaan ; denkt sindsdien haar gewicht niet op het been te hebben kunnen dragen zonder meer of minder pijn in de heupen ; zij verdraagt lopen niet, zelfs niet over korte afstand, zonder er een week of langer last van te hebben, en is er soms ten gevolge van aan bed gebonden ; rijden of enig schokken werkt op vrijwel dezelfde wijze ; veel drukgevoeligheid bij druk rond de koppen van beide femora en de randen van het acetabulum, het gewricht van stuitbeen en heiligbeen ; druk van de femurkop tegen het acetabulum veroorzaakt veel pijn en zeurende pijn, en zij voelt dit voortdurend wanneer zij enig gewicht op de ledematen brengt ; slaap rusteloos en onrustig, vooral in het eerste deel van de nacht.
Man van sanguinisch temperament, was gewond geraakt door het instorten van een grindwal, waarbij zijn rechterheup werd gekwetst ; drie nachten geen slaap ; niet in staat te bewegen of het been te laten verplaatsen ; kreunend van hevige pijn en lijden ; gehele heup en bovenbeen zeer warm en ontstoken.
Zeurende pijn in beide heupgewrichten bij elke stap, en een verlamd gevoel in de voorste spieren van de bovenbenen.
Rechter m. rectus cruris zeer gevoelig bij druk, alsof gekneusd.
Spanning aan de achterzijde van het bovenbeen tijdens het rijden, met het ene been over het andere.
Spanning in het linkerbovenbeen, zich naar beneden uitstrekkend vanaf het heupgewricht.
Schokken en scheuren in het rechterbovenbeen, enigszins boven de knie.
Scheurende pijn in het midden van de buitenzijde van het bovenbeen, tijdens zitten, > bij beweging.
Scheurende, slepende pijnen in de spieren van het linkerbovenbeen.
De pijn loopt bij elke ontlasting streepsgewijs langs de ledematen omlaag.
Na door en door natgeregend te zijn, werd hij aangegrepen door verschrikkelijke pijnen in de onderste ledematen, van paroxismaal karakter, die hem tot wanhoop dreven ; hij kon in geen enkele houding blijven, maar leek op een dansende aap.
(Bij zieken :) Mankheid, stijfheid en pijn bij de eerste beweging na rust, of bij het opstaan in de ochtend, > door voortdurende beweging.
Na anderhalf jaar geleden tijdens een lange treinreis door en door verkleumd te zijn geraakt, waren de benen geleidelijk stijf en zwak geworden ; gevoelloosheid van de voeten met tinteling ; nu en dan aanvallen van pijnlijke stijfheid in de rug, waardoor zij twee of drie weken uitgeschakeld was ; urine dik. θ Reumatische verlamming.
Onrust van de onderste ledematen 's nachts in bed, > door beweging.
Krampachtige trekkingen in de ledematen bij het uitzetten van een stap.
Schokken in het bovenbeen, met beven van de knieën.
Verlamming van de onderste extremiteiten.
De onderste ledematen voelen beurs aan, zo vermoeid zijn zij.
Zwaar gevoel in de onderste ledematen.
Krachteloosheid van de onderste ledematen, zij kan ze nauwelijks optrekken ; de verpleegster moet ze bewegen. θ Na de bevalling.
Bij het opstaan uit de stoel na ongeveer vier uur zitten, verlies van coördinatievermogen in de onderste ledematen, wankelt, neemt langere passen dan hij bedoelt, stapt hoger dan gewoonlijk ; voelt zich vreemd ; symptomen keren terug na zitten of liggen.
Scrofulose en rachitis ; spannend gevoel in het aangedane lidmaat, alsof de pezen te kort waren ; beurs aanvoelende pijnen, waardoor de patiënt schreeuwt ; < bij aanraken.
Sinds enkele jaren zwelling van de voeten bij warm weer ; ten slotte begonnen de ledematen te vergroten ; geen aanwijzing voor enige organische ziekte ; beide benen sterk gezwollen en geven putjes bij druk ; tintelende hitte in de ledematen en na het lopen wordt het oppervlak ervan rood en heet ; bij de eerste poging tot bewegen zijn de ledematen stijf, maar zij worden soepeler na voortdurende inspanning ; tong gelig, met rode puntjes aan de top. θ Anasarca.
Na roodvonk anasarcateuze toestand van de onderste ledematen, met verminderde urineafscheiding.
Pijnlijke zwelling boven de knie.
Een trekkend gevoel met spanning in de pezen aan de binnenzijde van de rechterknie, veroorzakend onrust in de voet.
Pijnen onder de knieschijf.
Brandende pijn in de kniegewrichten en onderste ledematen.
Scheurende pijn in knie en enkel, < tijdens rust.
Een steek dwars door de knie bij opstaan na zitten.
Een stekende pijn van binnen naar buiten in de zijkant van de knie, tijdens het lopen.
Stijfheid, vooral van knieën en voeten.
Spanning in de knie, alsof zij te kort was.
Zwaarte als van een gewicht van honderd pond in de knieholten en in de kuiten, zodat hij de voeten niet kon voortbewegen.
Een kruipend gevoel met spanning in de pezen aan de binnenzijde van de rechterknie.
Na kou vatten, zwelling van de knie, gevolgd door ettering ; na acht weken chirurgische behandeling waren er rond de patella drie openingen met verheven randen, waaruit ongezonde dunne etter werd afgescheiden ; koorts ; aanhoudende pijn ; slapeloosheid ; ziet eruit alsof hij tering heeft.
Zwelling van de knie, met hevige knagende pijnen. θ Reumatische jicht.
Kreunend van pijn in het linkerkniegewricht, die doorloopt in het been ; smeekte dat het lidmaat werd afgezet. θ Acute reuma.
Schietende en diep snijdende pijnen in het been. θ Acute reuma.
Pijn in de rechterknie ; < bij forceren van de knie ; vaak een kraken in het gewricht bij het strekken van het lidmaat ; exsudaat in het gewricht ; weersverandering, vooral regen of storm, < pijn, in rust is er geen pijn. θ Hydrarthrus genu.
Pijnlijke zwelling in de knieholte van één lidmaat, ontstaan door kou vatten, die strekking van het been verhindert ; pijn in de zwelling, vooral na lopen en inspanning van het been.
Na blootstelling aan vocht, zwelling van de vingergewrichten, gevolgd door een bleke, tamelijk pijnloze, enigszins fluctuerende zwelling van de rechterknie ; been gebogen, kan niet worden gestrekt ; vermagering ; bleekheid van het gezicht ; geen koorts. θ Witte zwelling van de knie.
Erysipelateuze ontsteking en zwelling van beide kniegewrichten ; tweede harttoon verzwakt.
Grote zwaarte, zwakte en vermoeidheid van de benen.
Grote neiging om been en voet uit te strekken, 's morgens.
Zeurende pijnen in de benen, onvermogen om langer dan een ogenblik in enige houding te blijven.
Spanning in de kuiten tijdens het lopen en een gevoel alsof de achterdijspieren te kort waren.
Krampen in de kuiten na middernacht, bij liggen in bed en bij zitten na het lopen.
Pijn in het binnenste, onderste en achterste deel van de kuit, gevoeld in het eerste deel van een wandeling, telkens wanneer de hiel door de werking van de kuit werd opgeheven ; > na enkele minuten lopen.
Bij het opstaan uit een stoel, plotselinge en hevige pijn als door een verstuiking ter plaatse van de aanhechting van het ligamentum patellae aan de tibia.
Een steek in de achterdijspieren juist boven de kuiten, bij hevige beweging, bij opstaan uit een stoel en bij aanraking.
Steken juist onder de rechterknie.
Tintelende pijn in de tibiae 's nachts, terwijl de voeten gekruist zijn ; zij is voortdurend genoodzaakt de benen heen en weer te bewegen en kan daardoor niet slapen.
Bij het lopen voelen de benen alsof zij van hout zijn gemaakt.
Paroxismale pijnen in de benen door nat worden, vooral wanneer men warm en bezweet is.
Krampen in benen en voeten, moet rondlopen.
Zweren : op de benen, rijkelijk afscheidend ; op oedemateuze benen, serum afscheidend.
Ondraaglijke jeuk van benen en voeten 's nachts ; oude uitslag.
Erysipelas, rode, jeukende, phlegmoneuze zwelling, met blaasjesuitslag die zich als een band om de rechterenkel uitbreidt ; groot open ulcus op de enkel ; pijn < na, niet tijdens, beweging (Rhus rad. genas na falen van Rhus tox.).
Vier weken geleden werd hij, terwijl hij hard liep, plotseling aangegrepen door een zeer acute pijn in het enkelgewricht ; pijn > in rust, maar wordt gevoeld zodra hij probeert snel te lopen, waardoor hij moet stilstaan.
Verstuiking van de enkel, kon de voet zes weken lang niet op de grond zetten, noch aan vocht blootstellen, noch 's nachts buiten zijn.
Zeurende pijnen in de enkels en voetholten bij het lopen, zodat hij na de geringste wandeling moet gaan liggen.
Gezwollen rond de enkels na te lang zitten, vooral tijdens reizen ; voeten zwellen 's avonds.
Ulcus zo groot als een zilveren dollar op de mediale malleolus, met jeukende, stekende, schietende pijnen ; < na beweging.
Zwelling van de voeten, 's avonds pijnloos bij aanraking.
Vermoeidheid van de voeten, zodat zij niet gemakkelijk trappen kon oplopen.
Dood gevoel en gevoelloosheid van het onderste deel van de rechtervoet, dat van hout leek gemaakt.
Zwaar gevoel en spanning van de voeten tijdens zitten.
Voeten pijnlijk alsof zij verstuikt of verdraaid zijn, 's morgens bij het opstaan.
Een verlamd trekkend gevoel in de hele voet tijdens zitten.
Kruipend gevoel in de voeten 's morgens, bij liggen in bed en na het opstaan.
Zeurende pijnen in de voetholten.
Pijnen in beide hielen alsof men op spelden stapt, bij het eerste gaan staan in de ochtend.
Soms stekende pijn in de hielen, alsof er spijkers onder de huid worden gedreven.
Steken in de hielen bij het erop stappen.
Krampachtige samentrekking aan de binnenzijde van de voetzool, > door de voet uit te strekken en de zool omhoog te buigen.
Steken in de voetzolen alsof hij op naalden liep, 's avonds.
Foetide transpiratie van de voeten bij mannen met reumatische aanleg die veel aan weer en wind zijn blootgesteld en zwaar handwerk verrichten.
Likdoorns, met gevoeligheid en branden.
Eczeem aan de binnenzijde van de bovenbenen na vaccinatie, veel jeuk en dorst.
Eczema rubrum ; been vertoont van het kniegewricht tot de tenen een donker purperachtig aspect en verspreidt een muffe geur, met overvloedige sereuze afscheiding ; intense branderigheid en jeuk, vooral bij blootstelling aan koude ; uiterste geestelijke prikkelbaarheid ; algemene zwakte ; slapeloosheid ; verlies van eetlust ; onbehagen bij het eten ; constipatie ; hoofdpijn.
Kind, æt. 1 1/2, heeft netelroos gehad, die zeer jeukte, door krabben ontwikkelden zich grote blaren ; 's nachts zeer onrustig en rusteloos ; heeft nu erysipelas op het l. been, dat gezwollen en donkerpaars is.
Erythema nodosum op de benen ; grote pijnlijke verhevenheden boven elk scheenbeen.
LEDEMATEN IN HET ALGEMEEN [34]
Grote zwakte in de ledematen; zij beven.
Alle ledematen voelen stijf en verlamd aan tijdens en na het lopen, met het gevoel alsof er een last van vijftig kilo op de nek rust.
Gevoel van stijfheid bij de eerste beweging van een ledemaat, na rust.
Ledematen waarop hij ligt, vooral de armen, slapen in.
Een gevoel als van beven in armen en onderste ledematen, zelfs in rust.
Trek- of scheurende pijnen in de ledematen in rust.
Pijn in de gewrichten alsof zij beurs of verstuikt zijn.
Kraken van de gewrichten bij het strekken.
Spanning, stijfheid en steken in de gewrichten; < bij het opstaan uit een stoel.
Rheumatische pijnen in de ledematen: met gevoelloosheid en tintelingen; gewrichten zwak, stijf of rood; glanzende zwelling van de gewrichten, steken bij aanraking; < bij het begin van bewegen, na 12 uur 's nachts, en bij nat, vochtig weer of op vochtige plaatsen; > door aanhoudende beweging.
Pijn, zwelling en stijfheid van de gewrichten door verstuikingen, te zwaar tillen of overmatige inspanning.
Inflammatoir rheumatisme, na blootstelling aan koude, gevolgd door verlamming van de rechterzijde; pijnen bijna voortdurend aan de r. zijde; duidelijke periodiciteit, optredend om 10 uur 's avonds en aanhoudend tot 6 uur 's morgens; < in de winter en voor een storm, tijdens een storm pijnen over het hele lichaam; hevige pijn bij bewegen na rust, maar aanhoudende beweging verlicht.
Chronische ontsteking van de gewrichtsstructuren, vooral wanneer deze voortvloeit uit slagen, verrekkingen, enz.
Synovitis; schijnankylose.
Zwelling van handen en voeten.
Phlegmoneuze erysipelas van de ledematen.
Uitslag op de ledematen, met hevige jeuk, < 's nachts, en bij het in warm of koud water steken van de handen.
RUST. HOUDING. BEWEGING [35]
Rust : scheurende pijn in de schedelbeenderen < ; pijn in de kaak ; onwillekeurig urineren ; stijfheid van de gewrichten ; steken in de borst < ; scheurende en brandende pijn in de schouders < ; scheurende pijn in de elleboog- en polsgewrichten < ; ischias < ; stijfheid en mankheid ter hoogte van het sacrum < ; scheurende pijn in knie- en enkelgewricht < ; geen pijn in de knie ; scheurende en trekkende pijn in de ledematen ; zwakte van de ledematen.
Liggen : hoest ; duizeligheid ; hoofdpijn < ; diarree > ; hevige duizeligheid ; schietende pijnen door het hoofd < ; hoest < ; pijn in de onderrug < ; steken in de schouders ; scheurende pijn in de armen < ; symptomen keren terug.
Op de rug liggen : koliek > met de benen omhoog ; obstructieve dysmenorroe < ; pijn in de onderrug < ; pijn in het hoofd en langs de wervelkolom omlaag ; de onderrug doet pijn ; rheumatische koorts < ; beven bij verlamming >.
In bed liggen : krampen in de kuiten.
Ligt voortdurend op de rug : erysipelas.
Ligt met het gezicht naar beneden, met de handen aan het hoofd : pijnlijke ogen.
Op de harde vloer liggen met een kussen onder de rug : rugpijn >.
Op de zijde liggen : de heup doet pijn.
Op de linkerzijde liggen : veroorzaakt hartkloppingen en pijn in het hart.
Aan de zijde waarop zij ligt : bonzen in de slaap ; hoofdhuid gevoelig ; gevoeligheid van het abdomen <.
Op de ledematen liggen : ze slapen ; geen zweet op die delen.
Hoofd laag : zwaar gevoel <.
Hoofd opgeheven : schietende pijnen door het hoofd >.
Moet het hoofd ondersteunen om de zwaarte erin te verlichten.
Hoofd achterover buigen : pijn in het achterhoofd > ; pijn in het hoofd en langs de wervelkolom omlaag.
De rug buigen : pijn in de rugspieren > ; druk in de onderrug.
Vooroverbuigen : pijn in de rugspieren <.
Zitten : hoofdpijn < ; honger > ; pijn in het abdomen < ; hevige duizeligheid ; hoest < ; hartkloppingen ; pijn in de rugspieren ; de onderrug doet pijn ; zwaar gevoel en druk in de onderrug < ; spanning van het linkerheupgewricht ; symptomen keren terug ; na lopen, krampen in de kuiten ; bij te lang zitten, gezwollen enkels ; zwaar gevoel en spanning in de voeten ; verlammend trekkend gevoel in de hele voet.
Gebogen zitten : steken in de borst.
Kon niet stilzitten : wegens algemene onrust moet men zich op de stoel in alle richtingen draaien en een ledemaat bewegen.
Opstaan uit de zitplaats : pijn in de heup < ; verlies van coördinatievermogen in de onderste extremiteiten ; hevige pijn ter hoogte van de aanhechting van het ligamentum patellae aan de tibia ; steek in de hamstrings ; spanning, stijfheid en steken in de gewrichten.
Opstaan uit bed : duizeligheid ; oprispingen <.
Overeindkomen uit gebukte houding : steken in de rug <.
Bukken : duizeligheid < ; neusbloeding ; rugpijn ; steken in de rug <.
Staan : duizeligheid < ; weeachtige pijnen en druk in het abdomen ; druk in de onderrug ; scheurende pijn van heup naar knie ; na zitten, een steek dwars door de knie ; pijn in beide hielen ; kon niet rechtop staan, noch de rechtervoet gemakkelijk optillen of naar voren brengen.
Plotseling de linkerarm heffen : veroorzaakt stekende pijn in de vierde intercostaalruimte ; pijn in de arm.
De pols buigen : alsof verstuikt.
Tijdens het rijden, met het ene been over het andere geslagen : spanning in het dijbeen.
De voetzool omhoogbuigen : samentrekking >.
De voeten laten afhangen : veroorzaakte aandrang tot stoelgang.
Verandering van houding : > pijn aan de achterzijde van de nek ; frequent, bij cholera infantum ; voortdurend, bij menorragie > ; > pijn in het been ; bij rheumatische koorts ; tijdens buiktyfus ; bij zona, noodzakelijk.
Bij het beginnen te bewegen : gevoeligheid van het abdomen het ergst ; bekkengewrichten stijf ; schouders en nekspieren stijf, stram ; stijfheid van de hartstreek ; lumbale pijn < ; pijn in het polsgewricht < ; ischias < ; ledematen stijf ; rheumatisme in de ledematen <.
Beweging : beneveling in het hoofd, met tintelingen en pijn in de ledematen > ; snelle beweging, > pijn in de slaap ; beweging van de ogen, pijnlijk ; beweging van de ogen, pijn in het hoofd < ; hoofdpijn > ; pijn in de kaak ; kraken van de kaak ; stijfheid van de gewrichten > ; pijnlijke spanning van de nek ; pijnlijke stijfheid van de rug ; pijn in de onderrug > ; lumbago < erna, niet tijdens ; de geringste veroorzaakt ondragelijke pijn in de rug ; steken in de schouders > ; scheurende pijn in de elleboog- en polsgewrichten > ; verlies van kracht en stijfheid van de onderarmen en vingers ; ischias > ; aanhoudende beweging, > coxalgie ; zachte aanhoudende beweging, > pijn in de heupgewrichten ; onrust van de benen > ; hevige steek in de hamstrings ; pijn in de enkel, < erna, niet tijdens ; pijn in zweren aan de voeten < ; aanhoudende beweging, > rheumatisme ; veroorzaakt een koud gevoel ; veroorzaakt rillen ; lichte rillingen.
Voedsel doorslikken : pijn tussen de schouders.
Strekken : van een ledemaat, krakend geluid in het kniegewricht ; neiging daartoe, van been en voet ; van de voetzool, samentrekking > ; kraken van de gewrichten.
Strekken : gevoeligheid van het abdomen.
Omdraaien : duizeligheid < ; pijn aan de achterzijde van de nek < ; gevoeligheid van het abdomen <.
De arm heen en weer zwaaien : > pijn in de schouder.
Een stap naar buiten zetten : krampachtige trekkingen in de ledematen.
Stappen : het voelt alsof de hersenen los liggen.
Bij elke stap : pijn in de heupgewrichten ; steken in de hielen.
Lopen : duizeligheid < ; branden in het voorhoofd ; pijn in het abdomen ; neerdrukkend gevoel in het bekken ; duizeligheid > ; het hart voelt na afloop zwak ; steken in de rug < ; scheurende pijn van heup naar knie ; > ischias ; het oppervlak van de voeten wordt rood en heet ; stekende pijn aan de zijkant van de knie ; pijn in het gezwel van de knie ; spanning in de kuiten ; na enkele ogenblikken pijn in de hiel > ; pijn in de enkel keert terug ; pijn in de enkels en voetholten ; alle ledematen voelen stijf en verlamd aan.
Moet gebukt lopen : pijn in het abdomen.
Moet van houding veranderen om verlichting te krijgen : prolapsus.
Kon in geen enkele houding blijven : vreselijke pijn in de benen ; tintelingen in de scheenbenen.
Kan geen ogenblik rustig blijven.
Neiging de aangedane delen te bewegen, aanhoudende beweging : > gevoeligheid van de tepels.
Trappen op gaan : moeilijke ademhaling.
Bij snel rennen plotselinge acute pijn in het enkelgewricht.
Inspanning : pijn in de schedelbeenderen > ; stijfheid van de nekspieren > ; hevige, ongecompliceerde hypertrofie ; pijn in de onderrug > ; beven van de armen ; stijfheid en gevoeligheid van de spieren verdwijnen.
Ongewone inspanning : verlamming.
Overmatige inspanning : hartkloppingen ; coxalgie <.
ZENUWEN [36]
Grote onrust : neiging de aangetaste delen te bewegen ; 's nachts ; moet vaak van houding veranderen ; het scheen alsof iets hem uit bed dwong ; kon wegens innerlijke onrust niet stilzitten, maar was genoodzaakt zich op de stoel in alle richtingen te draaien en de ledematen te bewegen.
Zwakte : met verlangen om te gaan liggen ; door het hele lichaam ; afgemat alsof van slaap beroofd ; van de ledematen, vooral tijdens rust ; wil 's morgens niet opstaan en zich aankleden ; heeft het gevoel alsof hij door het bed zinkt ; alsof de botten pijn doen ; wil voortdurend zitten of liggen ; vooral bij lopen in de open lucht.
Grote zwakte met pijnlijkheid en stijfheid, < bij het beginnen te bewegen ; > door aanhoudende beweging, maar spoedig vermoeid, zodat opnieuw rust nodig is.
Gevoelloosheid : in de extremiteiten, met voorafgaande trekkingen en tintelingen daarin ; in de delen waarop hij ligt.
Parese van de ledematen met een gevoelloos gevoel en moeite om de rug te bewegen, na doorweekt te zijn geraakt.
Parese van de onderste extremiteiten, met beginnende amaurose, zodat de patiënt grote voorwerpen niet kon onderscheiden.
Pijnloze parese van de benen bij een meisje, æt. 14.
Verlamming : na ongewone inspanning ; na de bevalling ; reumatisch, door nat worden of liggen op vochtige grond ; door seksuele excessen ; na wisselkoorts of buiktyfus ; delen pijnloos, of pijnlijk stijf en mank, met scheurende pijnen, tintelingen en gevoelloosheid.
Plotselinge verlamming van de onderste lichaamshelft, bij een meisje dat met een extensieapparaat wegens verkromming van de wervelkolom werd behandeld ; hardnekkige constipatie ; benen gevoelloos, koud, vermagerd.
Op de derde dag na een natuurlijke bevalling, waarbij de moeder pas dertien jaar en zes maanden oud was, raakte de rechterzijde volledig verlamd ; er was een schijnbaar volledige opheffing van de functies, van de willekeurige beweging en van de bijzondere sensibiliteit ; zij kon niet zó articuleren dat men haar begreep.
Hemiplegie, rechtszijdig ; gevoel alsof het "in slaap gevallen" was.
Paraplegie bij een vrouw na een aanval van apoplexie vijf jaar eerder ; zij was niet in staat recht te staan of zich op te richten.
Acute spinale verlamming bij zuigelingen.
Slaat op een krukje plaats en houdt het voortdurend in beweging ; kan geen ogenblik rustig blijven ; hoofd en lichaam hangen voorover, terwijl het eerste voortdurend schommelt ; hevig beven van de extremiteiten ; kan zich niet oprichten tot een rechtop zittende houding, noch iets vasthouden, zodat hij gevoerd moet worden ; bij een poging te lopen zijn de benen uiterst onzeker ; hoewel hij korte tijd kan staan, beven intussen de knieën voortdurend ; zet hij een paar stappen, dan valt hij over zijn eigen voeten en kan zonder hulp niet weer opstaan ; beven > in horizontale houding ; tijdens de slaap vaak krampachtige opschrikbewegingen, die hij zelf niet opmerkt ; spieren slap ; vermagering ; constipatie ; urine helder als water ; pols klein, zacht, 70. θ Paralysis agitans.
Na van een trap te zijn gevallen ontwikkelde zich geleidelijk het volgende beeld ; ligt op de buik, met het hoofd achterovergetrokken zodat het bijna de wervelkolom raakt ; gezicht bleek, verwrongen, bedekt met koud zweet ; kropachtige zwelling van de nek ten gevolge van tonisch spasme van de nekspieren ; wervelkolom uit de normale stand getrokken ; krakend geluid bij het buigen van de lumbale wervels ; grote benige zwelling in de streek van het sacrum ; volledige verlamming van de onderste extremiteiten ; urineretentie, of bloederige urine druppelsgewijs met blaastenesmus ; retentie van de ontlasting ; geen eetlust ; grote dorst ; koorts met verergering tegen de avond ; nauwelijks slaap, en als hij in slaap valt is hij onrustig en wordt hij door vreselijke dromen verstoord ; hevige schokken door het hele lichaam wekken hem vaak.
Spiertrekkingen van ledematen en spieren.
Chorea-achtige trekkingen ; huid rood, hard, jeukend, < door krabben ; grote angst.
Chorea met pruritus vulvæ met hevige jeuk, roodheid en hardheid.
Chorea veroorzaakt door een koud bad, doorweekt raken of na onderdrukking van mazelen.
Epilepsie na de bevalling, uitgelokt door een val onmiddellijk vóór de bevalling.
SLAAP [37]
Krampachtig geeuwen, toch niet slaperig, met steken en pijn alsof de kaak ontwricht was.
Grote slaperigheid en matheid na het eten.
Zware slaap, als door verdoving.
Somnolentie met snurken, mompelen en grijpen naar vlokken.
Bij bedwelming door bier slaapt hij met open mond en het hoofd achterovergeworpen.
's Nachts onrustig, moet vaak van houding veranderen.
's Nachts scheen het alsof iets hem uit bed dwong.
Na middernacht, onrustige sluimer, vol kwellende, onaangename gedachten en gebeurtenissen.
Onrustige slaap, met woelen, zich oprichten en de dekens afwerpen.
Kon na 3 uur 's morgens niet slapen, stond op, zeer angstig, onrustig en zwak, en beefde voortdurend, vooral in de knieën.
Kon na 3 uur 's morgens niet inslapen, maar viel na enige tijd toch in slaap en droomde toen zeer levendig; bij het ontwaken scheen het alsof hij niet geslapen had.
Geen vaste slaap na middernacht; zij woelde onrustig heen en weer wegens een kwellend gevoel alsof het hele lichaam brandde, zonder dorst; met dromen vol angstige onrust.
Zij sliep de halve nacht niet, was moedeloos, bevreesd en vol zielsangst om het hart.
Vier nachten slapeloos; zij kon niet in bed blijven.
Slapeloosheid: door pijn, meer voor 12 P. M., moet zich vaak omdraaien om enige verlichting te vinden.
Zodra hij wilde inslapen, kwam zijn werk hem in angstige dromen voor de geest.
Angstige dromen, bijvoorbeeld dat de wereld in brand stond, met hartkloppingen bij het ontwaken.
Dromen van grote inspanning; roeien, zwemmen, lopen, klimmen of hard werken.
TIJD [38]
Om 3 uur 's nachts : daarna slapeloos.
Om 4 uur 's nachts : pijn in schouder en arm <.
Ochtend : als bedwelmd ; hoofdpijn < ; scheurende pijn nabij het oog < ; oogleden samengekleefd, fotofobie en tranenvloed ; neusbloeding ; beslagen tong ; gevoeligheid van de buikwanden ; hoest < ; bij het opstaan trekkende en stekende pijnen in de linker tepel, doorlopend tot in het schouderblad ; angstig ; na de nachtrust stijfheid van de polsgewrichten < ; neiging om been en voet uit te strekken ; voeten pijnlijk alsof verstuikt ; kruipen in de voeten tijdens het liggen in bed en na het opstaan ; pijn in de hielen ; zweet.
Om 9 uur 's morgens : kouderillingen begonnen.
Om 10 uur 's morgens : slaperig, vermoeid, met geeuwen.
De hele dag : kind ligt met het gezicht op de vloer rustend (ophthalmia).
Overdag : droge hoest ; angstige hartkloppingen ; taaie expectoratie.
Om 1 uur 's middags : brandende koorts <.
Om 2 uur 's middags : rode blos over het gehele lichaam.
Om 5 uur 's middags : paroxysmen treden op.
Schemering : angst, vreesachtigheid < Avond : neiging tot huilen < ; neerslachtigheid ; ogen < ; aangezichtsneuralgie < ; bijtende jeuk van het gezicht < ; tandpijn ; drukking in de maag ; heesheid < ; tot middernacht hoest < ; prikkelhoest ; spanning en kortademigheid ; pijn in de nekspieren ; pijn in de rug ; stijfheid van de polsgewrichten < ; voeten zwellen op ; steken in de voetzolen ; koorts < ertegen, kruipende koude over het hele lichaam ; hitte ; koude rilling < ; koorts die begint met een korte koude rilling ; quartane koorts in paroxysmen.
Om 7 uur 's avonds : alsof het bloed koud door de aderen stroomde ; ernstige koude rilling.
Om 10 uur 's avonds : schokkende tandpijn.
Nacht : grote vrees ; hevige jeuk van de behaarde hoofdhuid ; crusta lactea < ; pijn in de ogen < ; iritis < ; scheurende pijn nabij het oog < ; oorpijn ; niezen ; neusbloeding ; delier ; bijtende jeuk van het gezicht ; schietende tandpijn < ; wakker geworden met droogheid in de mond ; koorts < ; misselijkheid < ; koliek < ; onwillekeurige ontlasting ; onwillekeurig urineren ; pijn in de schouders < tegen 3 uur 's nachts ; menorragie < ; beklemming van de borst ; onrustig ; slapeloos door pijn in de schouder ; verlamd gevoel in de arm ; ischias < ; coxalgie < ; onrust van de benen ; tintelingen in de tibiae ; jeuk van benen en voeten ; pijn tussen de schouders en uitrekken van de ledematen tijdens de koorts ; rheumatische koortsen < ; algemene transpiratie ; jeuk van uitslag in de gewrichten < ; jeuk <.
Om 12 uur 's nachts : rheumatisme <.
Rond middernacht : dagelijkse koorts.
Na middernacht : krampen in de kuiten ; onrustige sluimer ; grote onrust ; jeuk van de uitslag <.
TEMPERATUUR EN WEER [39]
Gevoeligheid voor koude open lucht.
Klachten tijdens ruw, koud weer en bij overheersende noordoostenwind.
Klachten na het drinken van koud water.
Nadelige gevolgen van nat worden, vooral na oververhitting.
Door koud baden, krampachtige trekkingen.
Warmte: pijn boven de crista iliaca links >; ischias >; geeft algemene verlichting.
Blootstelling aan hitte: scheurende pijnen in de lendenen.
Warme applicatie: pijn in de ogen >; pijn in de tanden >; schietende tandpijn >; ischias >.
Warm weer: zwelling van de voeten.
Warmte: hoofdpijn >; van het bed, < gevoeligheid van de hoofdhuid; bijtende jeuk van het gezicht; pijn in de kaak >; reumatische pijnen tussen de schouderbladen >; coxalgie >; van de kachel > pijnen in de heupgewrichten; branden en jeuk van erysipelas; crusta lactea <.
Warm worden in bed: lumbale pijn <.
Warm worden door inspanning: ischias >.
Veren bed: stijfheid en pijn in de polsgewrichten <.
Zodra hij zijn handen buiten het bed steekt, wordt hij overvallen door een krampachtige hoest.
Het lichaam onbedekt maken: influenza <; hoest.
In huis: melancholie, onwel humeur, angst <; kilheid.
Open lucht: melancholie >; tranenvloed; neuralgie van het gezicht <; tijdens regen plotselinge verlamming van de linkerarm; bij lopen, zwakte; bijtende tranenvloed.
Verandering van weer: stijfheid van de polsgewrichten <.
Vochtig, stormachtig weer: pijn in de schedelbeenderen <; conjunctivitis <; verlamming van de oogspieren door blootstelling aan koude of nattigheid; prolapsus <; uterusklachten; paralytisch gevoel in de armen <; rheumatisme <; vóór een storm: inflammatoir rheumatisme <.
De handen in heet of koud water steken: erupties op de ledematen <.
Blootstelling aan nattigheid: scheurende pijn in de nierstreek; oedeem van gezicht en voeten; branden en steken in de huid.
Van nat worden: veroorzaakt pijn in de linker slaap; neiging om kou te vatten; iritis; conjunctivitis; arthritische oftalmie; koliek <; urine wordt langzaam geloosd; amenorroe; anemie (? bron: "amenia"); moeilijke ademhaling en pijn; pneumonie; spinale irritatie; spinale vliezen ontstoken; pijn in schouder en arm; vreselijke pijnen in de onderste extremiteiten; paroxysmale pijnen in de benen; parese van de extremiteiten; verlamming; erysipelateuze ontsteking.
Wassen in koud water: pijn in het polsgewricht.
Koud geworden: door zeebad, poliep van de uterus; op een lange reis worden de benen zwak en stijf.
Liggen op vochtige grond: verlamming.
Marcheren door vochtige grond met blote voeten: diarree.
Koude of vochtigheid: mydriasis; ptosis; influenza; reumatische pijn tussen de schouderbladen; scheurende pijn in de schouder; pijn in de pols; ischias; coxalgie; zwelling van de vingergewrichten; erysipelateuze ontsteking <; urticaria <.
Blootstelling aan koude: eczema rubrum jeukt en brandt; inflammatoir rheumatisme; erysipelateuze ontsteking <.
Koude lucht: pijnen in het ooglid <.
Koude dranken: verlangen ernaar; braakt water onmiddellijk uit.
Koude applicatie: van de hand, tandpijn >; schietende tandpijn <.
IJswater: veroorzaakt pijn in de maag en misselijkheid.
Na blootstelling aan een sneeuwstorm bij oververhitting: rheumatisme.
Oostenwind: < paralytisch gevoel in de armen en zwakte.
In de herfst: trekkende pijnen in de heupgewrichten.
In de winter: inflammatoir rheumatisme <.
KOORTS [40]
Rillerigheid : binnenshuis, tegen de avond, overal een kruipende koude ; en 's avonds hitte, het gezicht scheen zeer heet, hoewel de wangen koud aanvoelden en bleek waren, adem heet ; koude in rug en hoofd, hitte aan de voorzijde van het lichaam ; alsof koud water over hem werd gegoten, of alsof bloed koud door de aderen stroomde, 7 uur 's avonds, voelt zich koud wanneer hij beweegt.
Koude rilling : over de rug, < 's avonds ; met pijn in de ledematen, onrust ; gelaat bleek, of afwisselend rood en bleek ; begint in de benen, gewoonlijk in de dijen, of tussen de schouderbladen.
Huiveren bij bewegen of bij ontbloten.
Gevoel van inwendige koude in de ledematen.
Koude aan het linker scheenbeen.
Uitrekkend gevoel en pijn in de ledematen, rillingen over het hele lichaam, met veel dorst, koude handen, hitte en roodheid van het gezicht.
Rillingen, hitte en transpiratie tegelijk over het lichaam.
Hevige koude rilling om 7 uur 's avonds, alsof hij met ijskoud water was overgoten, of alsof het bloed koud door de vaten stroomde ; koud wanneer hij beweegt ; < eten en drinken ; werd warm door te gaan liggen en zich toe te dekken ; pijn tussen de schouders en uitrekkend gevoel in de ledematen tijdens de koorts 's nachts, zweet in de ochtend.
Hoest tijdens de koude rilling ; droog, kwellend, vermoeiend.
Grote onrust tijdens de koude rilling.
Tijdens de koude rilling pijn in de ledematen, en tijdens de koorts spiertrekkingen.
Koude rilling verergert door drinken.
Hitte : met grote dorst ; na de koude rilling, met zweet dat verlichting geeft ; algemeen, alsof heet water, of heet bloed door de aderen stroomde ; algemeen, met lichte rillingen tijdens beweging, gelaat livide ; netelroos breekt over het hele lichaam uit, met hevige jeuk, < door wrijven.
Tijdens de koorts netelroos ; dorst, drinkt weinig en vaak.
Slaperig, vermoeid, met geeuwen ; 10 uur 's morgens overmatige hitte, zonder dorst.
Avondkoorts, met diarree.
Zweet : met pijnen, vaak met hevig beven ; zelfs tijdens de hitte, behalve in het gezicht ; met hevige jeuk van de uitslag ; zuur ; muf, bedorven ; met of zonder dorst ; door warme dranken ; overvloedig in de ochtend ; overvloedig, reukloos, niet uitputtend ; algemeen, behalve aan het hoofd.
Tijdens het zweten : slaap ; netelroos verdwijnt met hevige jeuk.
Nachtzweet, met miliaire jeukende uitslag.
Onderdrukt voetzweet.
Onderdrukte transpiratie door regen of vocht, wanneer de patiënt door inspanning warm is geworden en vrijelijk gezweet heeft.
Droge, kwellende, vermoeiende hoest, soms uren tevoren beginnend en tijdens de koude rilling aanhoudend. θ Wisselkoorts.
De koude rilling komt op omstreeks 9 uur 's morgens ; leek tijdens de koude rilling bijna buiten zichzelf, veranderde vaak van houding in bed, kreunde en klaagde over hevige trekkende, scheurende, krampachtige pijnen in de spieren van beide heupen, aflopend langs de achterzijde van de dijen tot in de kuiten ; de koorts zeer hoog, pols versneld maar zwak, gezicht en hele lichaam rood ; lichte dorst zowel tijdens koude rilling als koorts, het meest tijdens de koude rilling ; op de koorts volgden zweet en hoofdpijn. θ Wisselkoorts.
Koorts beginnend met een korte koude rilling in de avond ; elke dag zijn koude en hitte aan het begin vermengd, de koorts houdt gedurende de nacht aan met onrust en woelen in bed en tegen de ochtend overvloedig zuur zweet ; prostratie, grote zwakte, verlies van eetlust, braken en onvermogen om overdag voedsel te nemen. θ Intermitterende koorts.
Elke ochtend koude rilling, om 3 uur 's nachts, beginnend in de rechterdij en vandaar zich uitbreidend over het hele lichaam ; tijdens de koude rilling droge prikkelhoest ; onmiddellijk na de koude rilling braken, gevolgd door koorts ; tijdens de koorts dorst ; geen zweet ; grote uitputting. θ Wisselkoorts.
De aanvallen verschijnen omstreeks 5 uur 's avonds, voorafgegaan door veel geeuwen en pijn in het kaakgewricht, alsof het ontwricht was ; de koude rilling lang en hevig, met rillingen en klapperen van de tanden ; tijdens de koude rilling pijn in de onderrug, als gekneusd, waardoor hij voortdurend van houding moet veranderen, ook eigenaardig trekken in de armen, met mierenkruipen en gevoelloosheid van de vingers ; de hitte groot, met grote droogte van lippen en mond, maar hij ligt stil, zonder te drinken, in een half versufte toestand ; beantwoordt vragen langzaam en moedeloos ; er treden ook geregeld twee of drie diarree-ontlastingen op met enige koliek ; brengt de nacht slapend door, slechts verstoord door dorst en zweet ; milt vergroot. θ Quotidiane wisselkoorts.
Wisselkoorts : dubbel tertiaan ; diarree op de dag van de aanval ; hoge koorts met matheid en slaperigheid ; milt vergroot ; verlies van eetlust ; constipatie ; had veel kinine gebruikt.
Eerste koude rilling om 5 uur 's morgens, tweede om 6 uur 's morgens ; met de koude rilling pijn in de ledematen, grote onrust en uitrekkend gevoel ; koorts met dorst, drinkt weinig maar vaak ; koliek, diarree ; grote misselijkheid en galbraken ; tijdens de koorts netelroos. θ Wisselkoorts.
Elke namiddag optredende koude rillingen, gevolgd door hitte en daarna zweet ; droge, slopende hoest tijdens de koude rilling. θ Wisselkoorts.
Quartane koorts ; de aanval kwam 's avonds op, met overheersende koude rilling ; veel dorst tijdens koude rilling en hitte ; kloppende pijn in het voorhoofd voor en na de hitte ; chronische miliaire uitslag op de rug van de linkerhand.
Koude rilling om 7 uur 's avonds, zeer koud tot schudden toe, koorts en zweet in regelmatige opvolging ; geen dorst. θ Wisselkoorts.
Quotidiane koorts omstreeks middernacht, met druk en zwelling in de maagkuil en angstige hartkloppingen overdag.
Eerst hoofdpijn (kloppend in de slapen), daarna rillerigheid met dorst en scheurende pijnen in de ledematen als door vermoeidheid ; daarna algemene warmte, met lichte rillingen tijdens beweging en livide gelaatskleur ; ten slotte overvloedige, zuur ruikende transpiratie.
Tertiaanse koorts met netelroos, die na de aanval verdwijnt ; tijdens de koortsvrije periode branderigheid en roodheid van het oogwit.
Wisselkoorts die aan de rechterzijde begint (eerst wordt de arm, daarna het been koud).
Hydroa op de bovenlip. θ Wisselkoorts.
Rheumatische koortsen komen veel voor en worden gekenmerkt door trekkende, scheurende pijnen in de ledematen ; < 's nachts, met voortdurend veranderen van houding, < op de rug liggend ; gevoel van mankheid in de onderste ledematen ; frequente aandrang om te urineren ; koorts < 's nachts ; duizeligheid, occipitale pijn ; spanning in de nek en tussen de schouders ; diarree ; erysipelas bullosum.
Slepende koortsen ; tong droog en bruin, of rood alsof zij van haar huid ontdaan was ; aanslag op de tanden ; losse stoelgang ; grote zwakte ; krachteloosheid van de onderste ledematen, kan ze nauwelijks optrekken ; grote onrust na middernacht ; moet vaak bewegen om verlichting te krijgen.
Acute ziekten nemen een tyfoïde vorm aan. θ Dysenterie. θ Peritonitis. θ Pneumonie. θ Scarlatina. θ Difterie.
Gedurende negen dagen grote zwakte en geestelijke neerslachtigheid ; verlies van eetlust ; duizeligheid ; verwardheid in het hoofd ; slapeloosheid ; elke namiddag terugkerende koortsaanvallen, bestaande uit koude, gevolgd door lang aanhoudende hitte en overvloedig zweet ; delier in de nacht van de achtste dag ; op de negende dag koorts ; gezicht rood ; tong droog, rood ; ademhaling versneld, scherp ; pols 88 ; abdomen licht tympanitisch ; milt vergroot, reikend tot aan de voorrand van de ribben ; drie dagen geen ontlasting ; schaarse, troebele urine ; huid vochtig ; enkele kleine rode vlekjes op de borst, verdwijnend bij druk van de vinger ; duizeligheid ; suizen in de oren ; verwardheid en hitte in het hoofd ; drukkende pijn in de voorhoofdstreek ; droogte van mond en keel ; papperige, bittere smaak ; verlies van eetlust ; grote dorst ; abdomen pijnlijk bij aanraken ; gevoel van grote zwakte ; algemeen ziek gevoel ; slapeloosheid door vele verontrustende en verwarrende dromen, optredend op het moment dat hij in slaap valt. θ Tyfoïde koorts.
Rillingen gevolgd door hitte ; voelt zich zeer ziek ; drukkende pijn in het achterhoofd ; vermoeidheid en pijn in alle ledematen ; gebrek aan slaap ; op de derde dag de temperatuur, vooral van het hoofd, verhoogd ;
de huid met transpiratie bedauwd ; gezicht zeer rood ; het oogwit gelig van kleur ; lippen droog ; tong droog en beslagen ; stem ruw en hees ; enige kleine rode vlekjes op de borst, verdwijnend onder druk van de vinger, en enige kleine puistjes ; ademhaling sneller, scherper ; af en toe een droge hoest ; hart normaal, pols 108 ; abdomen tympanitisch ; milt reikend bijna tot aan de voorrand van de ribben ; ontlasting vloeibaar ; is onrustig ; denkt met moeite na ; antwoordt zeer langzaam maar correct ; klaagt over een gevoel van grote prostratie en zwakte ; slapeloosheid en dromerige sluimerigheid ; pijn van het hele lichaam ; beklemming van de borst en lichte branderigheid achter het borstbeen ; neiging tot hoesten ; abdomen gevoelig bij aanraken. θ Tyfoïde koorts.
Tyfoïde koorts : patiënt heeft een zacht temperament ; delier mild en niet gewelddadig ; kan soms neiging vertonen uit bed te springen of te proberen te ontsnappen, maar toont, wanneer hij min of meer bij bewustzijn is, weinig knorrigheid of prikkelbaarheid ; geestelijke of lichamelijke onrust, woelt voortdurend in bed, ligt eerst op de ene zijde dan op de andere, het ene moment rechtop zittend, het volgende weer liggend ; of wil in het begin van de ziekte volkomen stil liggen wegens de grote zwakte, voelt zich geheel geprostreerd, is onverschillig voor alles, dit gevoel van zwakte staat buiten verhouding tot alle andere symptomen ; hallucinaties ; vreest dat hij vergiftigd zal worden, weigert geneesmiddel en voedsel ; naarmate de stupor voortschrijdt antwoordt hij zeer langzaam, met tegenzin of knorrig, maar is niet gewelddadig ; hevige hoofdpijn, alsof een plank om het voorhoofd was gebonden, vaak geassocieerd met bloedaandrang naar het hoofd en plotseling rood worden van het gezicht ; neusbloeding, die de hoofdpijn verlicht, bloed donker ; pneumonische hoest, dyspneu, roestkleurig sputum ; tong donkerbruin, droog, gebarsten, de kloven wijken sterk uiteen en bloeden soms zelfs ; soms zijn tong en mond bedekt met bruinachtig taai slijm ; op andere momenten toont de tong de afdruk van de tanden ; de tong vertoont een driehoekige rode punt ; stoornis van maag en darmen ; diarree met geelbruine ontlastingen van lijkachtige geur ; onwillekeurige ontlasting tijdens de slaap ; urine loopt onwillekeurig af en laat soms een roodachtige vlek achter ; scheurende pijnen in de ledematen met bijna ondraaglijke rugpijn ; als hij in slaap valt is hij onrustig en droomt van rondzwerven over velden en het verrichten van zware arbeid ; droomt soms van de bezigheden van de dag, het lichaamsoppervlak droog en heet en vaak roder dan normaal ; rode vlekken op de huid ; als er zweet is, is dit overvloedig en zuur ruikend en gaat het gepaard met een miliaire uitslag ; abdomen tympanitisch ; rechter darmbeenstreek en streek van de milt bijzonder gevoelig ; milt gezwollen ; ontlasting schaars en groenachtig, zonder tenesmen ; bij vrouwen kunnen baarmoederbloedingen optreden, maar zij geven geen verlichting van de symptomen ; symptomen van longcongestie verschijnen ; reutels door de hele borst ; vooral de onderkwabben aangedaan ; hoest aanvankelijk droog, daarna vaker en losser, met ophoesten van bloedgestreept sputum.
AANVALLEN, PERIODICITEIT [41]
Periodieke aanvallen: van hoofdpijn; overvloedige bloeding uit de anus.
Afwisselend: ontlasting en constipatie; rood en bleek gelaat.
Om de paar minuten: verandert de stand van het been wegens pijn.
Dagelijks: gedurende drie maanden pijn in de slaap en de oogkasstreek; dunne ontlasting acht of tien maal; koude en hitte gemengd bij aanvang.
Elke ochtend om 3 uur: koude rilling.
Van 's morgens tot 5 uur 's middags: hoofdpijn.
Elke namiddag: koortsaanvallen.
Elke nacht: diarree.
Vier volle nachten lang: slapeloosheid.
Verscheidene opeenvolgende nachten: werd na een uur slaap wakker met pijn in de linker slaapstreek.
Vierentwintig uur lang: spreekt, eet noch drinkt hij.
Tussen 4 en 6 uur 's middags: dunne ontlasting.
Van 5 tot 7 uur 's middags: pijn in het oog <.
Van 10 uur 's avonds tot 6 uur 's morgens: inflammatoir rheumatisme houdt aan.
Zes dagen lang: zwelling van het linker onderooglid.
Om de 3, 5 of 7 dagen: is er ontlasting.
Negen dagen lang: grote zwakte en mentale neerslachtigheid.
Elke week: aanval van hoofdpijn.
Drie weken lang: lumbale pijn.
Om de paar weken: ischias.
Een maand lang: zweet in de tweede slaap.
Zes weken lang: kon wegens een verstuiking de voet niet op de grond zetten.
Zes maanden lang: stijve polsgewrichten.
Elk jaar op 13 mei: wordt aangegrepen door brandende jeuk van de huid, vierentwintig uur aanhoudend.
Zes jaar lang: heeft wegens zwakte in de armen niet gewerkt.
Twaalf jaar lang: ischias.
LOKALISATIE EN RICHTING [42]
Rechts : druk in de slaap, boven en achter de oogkas ; brandende pijn in het oog ; oftalmie ; oedemateuze zwelling rond het oog ; granuleuze conjunctivitis ; branden in de ooghoek ; bovenooglid gezwollen ; pijn in de oogbol ; bijtend gevoel in het oog ; ontsteking van het oog ; ptosis van het ooglid ; zijde van het gezicht bedekt met blaasjes ; zijde van het gezicht bedekt met een dikke korst ; ooglid rood, gezwollen ; ontsteking van de keelamandel ; keelamandel bedekt met een geel membraan ; pijn in de hypochondrische streek ; alsof er een mes in het abdomen stak ; zijde van het abdomen zeer gespannen ; steken onder de ribben ; aan de zijde, circa 2,5 cm onder de navel, een gevoelige plek ; metastase van bof naar de zaadbal ; pijnen in de ovariumstreek ; pijn in een ledemaat ; inschietende pijnen in de borst ; bronchofonie ; acute pijn in de borst ; erysipelas op de handrug ; zijde van de lendenwervels als beurs ; pijn in de pols ; pijn in de billen ; spanning in de heup ; ischias ; scheurende pijn vanuit de zitbeenknobbel, uitstralend over dij, knie en been ; coxalgie in het heupgewricht ; rechte dijspier zeer gevoelig ; schokken en scheurende pijn in de dij ; trekkende pijn en spanning in de pezen aan de binnenzijde van de knie ; kruipend gevoel met spanning in de pezen aan de binnenzijde van de knie ; fluctuerende zwelling van de knie ; steken vlak onder de knie ; uitslag als een band rond de enkel ; afgestorven gevoel en gevoelloosheid van het onderste deel van de voet ; verlamming van de zijde ; aanhoudende pijn in de zijde ; koude rilling begint in de dij, koortsaanval beginnend in arm en been ; zona, pijn die langs het been omlaag gaat.
Links : pijn in de slaap- en oogkasstreek ; neusgat geëxcorieerd ; het oog voelde enorm gezwollen aan ; flictenen aan de rand van het hoornvlies ; conjunctiva rood en bezaaid met kleine ulcera ; ulcera op het hoornvlies ; uitslag op het onderooglid ; zwelling op het onderooglid ; oorlel gezwollen ; parotitis ; heet, brandend onder het neusgat ; bof ; drukkend trekkend gevoel in het hypochondrium ; koude en gevoelloosheid van voet en arm ; verschrikkelijke pijn in de schouder ; pijn in de tepel, doorzettend naar de schouder ; steken in de zijde ; gevoelloosheid van de arm ; fladderend gevoel in de borst ; lamheid en zeurende pijn in de arm ; harde zwelling aan de zijkant van de hals ; schouder lijkt verlamd ; pijn over de darmbeenkam ; alsof iemand op de schouder drukte ; reumatische pijn in schouder en arm ; hevige pijn boven op de schouder ; schietende en kloppende pijn in de schouder ; pijn in de schouderspier ; verrekking van het schoudergewricht ; verlamd gevoel in de arm ; stekende en trekkende pijn in de arm tot in de vingertoppen ; alsof de spieren van de bovenarm verrekt waren ; gevoelloosheid en zeurende pijn in de arm ; plotselinge verlamming van de arm, pols alsof deze verstuikt was ; spanning in de heup ; acute pijn in de heup ; in de gehele onderste ledemaat ; spanning in de dij ; scheurende pijn in de spieren van de dij ; acuut rheumatisme in het kniegewricht ; erysipelas op het been ; scheenbeen koud ; chronische miliaire uitslag op de handrug ; voelde een schok in de uitwendige weefsels van de oogkas ; ontvelling aan de binnenzijde van de billen ; de huid liet volledig van de hand los ; kwaddels talrijker op de wijsvinger ; op de dij is er een ronde verheven rode vlek ; vergroting van de oorspeekselklier.
Van rechts naar links : erysipelas verplaatst zich.
Van links naar rechts : vesiculeuze erysipelas van de hoofdhuid ; erysipelas in het gezicht.
Van voren naar achteren : pijn in het hoofd.
Van binnen naar buiten : stekende pijn in de knie.
GEWAARWORDINGEN [43]
Alsof dronken ; als van een gewicht achter de rechter oogkas ; alsof zij voorover of achterover zou vallen ; als van een plank die over het voorhoofd was vastgebonden ; hersenen alsof beladen ; alsof de hersenen werden verscheurd ; alsof de spieren achter in het hoofd bijeen werden geschroefd ; rug alsof verstuikt ; alsof de weefsels van het achterhoofd bijeen werden geschroefd ; als van een sluier voor de ogen ; alsof het moeilijk was de oogleden te bewegen ; alsof de kaak zou breken ; alsof de tanden werden uitgetrokken ; de tanden voelen te lang en te los aan ; alsof ingeslapen ; alsof de keelholte inactief of verlamd was ; maag alsof overbelast ; als van een steen in de maag ; alsof de maagkuil gezwollen was of samengetrokken werd ; hypochondrische streek en abdomen alsof geslagen ; als van een mes in de rechter buik ; alsof iets in de buik losscheurde ; alsof een knobbel als een drukkende zware last in de buik lag ; ledemaat alsof ingesnoerd ; voeten en enkels alsof ingeslapen ; alsof een zijde van het rectum dichtgegroeid was ; alsof alles uit het rectum zou komen ; schouders alsof verstuikt ; alsof het hoofd opzwol ; alsof iets uit de borst zou worden uitgerukt ; alsof de adem in de maagkuil werd tegengehouden ; alsof men geen diepe adem kon halen ; alsof de schouder uit elkaar zou vliegen ; alsof lucht opgesloten raakte in het epigastrium ; alsof het borstbeen naar binnen werd gedrukt ; alsof de nekspieren ingeslapen waren ; alsof men in een ongemakkelijke houding had gelegen ; alsof de rechterzijde van de lendenwervels en de lendenen beurs waren ; alsof het vlees van de lendenen was geslagen ; alsof de rug gebroken was ; alsof iemand op de linkerschouder drukte ; alsof de armen uit de kom waren ; alsof spieren en pezen van de linker bovenarm overmatig waren verrekt ; als van zand in de ogen ; alsof de pols verstuikt was ; alsof de hand in heet water werd gehouden ; hand alsof lam ; hand droog, alsof verdord ; alsof spelden in de toppen en de palmaire vlakken van de eerste kootjes van de vingers prikten ; vingertoppen alsof ingeslapen ; alsof iets in de borst zou barsten ; heup-, knie- of enkelgewricht alsof verstuikt ; alsof de huid rond de zieke delen te strak was ; rechter musculus rectus cruris alsof beurs ; alsof de pezen van het ledemaat te kort waren ; alsof de knie te kort was ; alsof de hamstrings te kort waren ; benen alsof van hout ; onderste deel van de r. voet alsof van hout ; voeten alsof verstuikt of verdraaid ; hielen alsof men op spelden stapte ; alsof spijkers onder de huid van de hielen liepen ; alsof men op naalden liep ; als van een last van honderd pond op de nek ; als van een beven in armen en benen ; gewrichten alsof beurs ; alsof men door het bed heen zonk ; alsof de beenderen pijn deden ; alsof de kaak ontwricht was ; alsof iets hem uit bed dwong ; alsof het hele lichaam brandde ; alsof er koud water over hem werd gegoten ; alsof het bloed koud door de aderen liep ; alsof de kaakgewrichten ontwricht waren ; alsof de rug beurs was ; alsof de tong afgestroopt was ; als van een plank die op het voorhoofd was vastgebonden ; alsof het vlees van de botten losgescheurd was, of alsof de botten werden afgeschraapt ; pijnen alsof verstuikt in de uitwendige delen ; alsof de inwendige delen aaneengegroeid waren ; alsof iets in de inwendige delen losscheurde ; gezicht en handen alsof met bloeduitstortingen bedekt.
Pijn : in de linker slaap en de oogkasstreek ; in het achterste deel van het hoofd ; in de ogen ; in de rechter oogbol ; in de slaapstreek van de linkerzijde, vandaar naar hoofd, wangen en tanden ; in de kaakgewrichten ; in de achterkant van de nek ; in de rug ; in de maag ; in de streek van het colon ascendens ; in het abdomen ; in de eikel ; in het rechter ledemaat ; in het onderste deel van de borst ; in de linkerschouder en arm ; in het hart ; in de nekspieren ; in schouder en rug ; tussen de schouders bij het slikken ; in de spieren van de l. schouder en arm, ook in de beenderen van de arm ; in de rechter pols ; in de heupen ; langs de dijen ; in strepen langs de ledematen bij elke ontlasting ; onder de knieschijf ; in het linker kniegewricht ; in het binnenste, onderste en achterste deel van de kuit ; in de hielen ; in de kaak ; rond de navel.
Ontzettende pijn : in de linkerschouder.
Vreselijke pijnen : in de onderste extremiteiten.
Hevige pijn : in het abdomen ; in de lendenstreek ; in het hoofd ; in het linker been.
Intense pijn : in het linker been.
Acute pijn : in de rechterzijde van de borst ; in het middelste voorste deel van de vierde intercostaalruimte links ; in de lendenen ; in de middelvinger van de rechter hand ; in de rechter heup ; in de enkelgewrichten.
Erge pijn : in de lendenen.
Ernstige pijn : in de kaak ; in de rechter hypochondrische streek ; over de darmbeenkam ; boven op de linkerschouder ; in de vingerkootjes van verschillende vingers ; plotseling, aan de aanhechting van het ligamentum patellae aan de tibia.
Scherpe pijn : in het oog ; van de ogen in het hoofd ; in de hielen.
Scheurende pijnen : in de lendenen ; in het periost van de schedelbeenderen ; in de omgeving van het zieke oog ; in de streek van de wenkbrauwen en jukbeenderen ; in het gelaat ; in de tanden ; langs de dijen, in de nierstreek ; in de borst ; in het schoudergewricht en boven op het schouderblad ; in de schouder ; hevig, in de arm ; van het ellebooggewricht naar de pols ; in de gewrichten van alle vingers ; van heup naar knie ; van het rechter zitbeen langs de heupzenuw in de rechter dij ; in het midden van het buitenste deel van de dij ; in de spieren van de linker dij ; in de knie en in de enkel.
Barstende pijn : in het hoofd.
Diep snijdende pijnen : in het been.
Lancinerende pijn : in het linker been.
Kloppende pijn : in de ledematen ; in de slaap.
Scheutende pijnen : in ulcera.
Rukkende pijn : in de tanden ; in het abdomen ; in de elleboog- en polsgewrichten ; in de rechter dij.
Afsnijdende pijnen : in de rechterzijde van de borst.
Kloppen : in de slapen ; van de tanden naar de slapen en kaken ; hevig, in de epigastrische streek ; in de linkerschouder ; centrifugaal in de ontstoken huid van gelaat en voorhoofd.
Borende pijn : in de klieren onder de kaakhoek.
Knagende pijn : in de zwelling van de knie.
Zweerachtige pijn : in de maagkuil.
Weeënachtige pijnen : in het abdomen.
Schietende pijn : in de tanden ; in het ooglid ; omhoog in het rectum ; door het hoofd ; in de linkerschouder ; door de armen ; in het been.
Benevelende pijn : in het hoofd.
Steken : in het hoofd naar de oren, de neuswortel en de jukbeenderen ; in de ogen en slapen ; onder de rechter ribben ; in de maag ; in de borst en de zijkanten van de borst ; in de linkerzijde ; in het hart ; in de schouders ; juist onder de rechter knie ; in de voetzolen ; in de gewrichten.
Stekende pijnen : in de keel ; vanuit de linker tepel door naar het schouderblad ; op de rug van de rechter hand ; in de hielen.
Trekkende steken : in de arm.
Drukkende steken : in de rug.
Een steek : dwars door de knie ; in de hamstrings juist boven de kuiten.
Stekende pijn : in het been.
Stekende pijn : in de keel ; in de vagina ; in de borst ; in de linkerzijde ; in de rug ; in de linker arm ; in de vingers ; aan de zijkant van de knie.
Beklemmende pijn : in de rugspieren.
Beurse pijn : in het hoofd ; in de keel ; in het ledemaat.
Brandende pijn : in de kniegewrichten en onderste extremiteiten ; in likdoorns ; van de sclera ; in de uitslag rond mond en neus.
Trekkende pijnen : in wang en hoofd ; in ledematen ; in de streek van de wenkbrauwen en jukbeenderen ; in het gelaat ; vanuit de linker tepel door naar het schouderblad ; in de linker arm ; krampachtig, in het ellebooggewricht ; van het ellebooggewricht naar de pols ; in de handpalm van de rechter hand ; in de rechter bil ; in de heupen ; van heup naar knie in het linker been ; in de heupgewrichten ; verlamd aandoend, in de hele voet ; in de armen.
Reumatische pijn : hevig, tussen de schouderbladen ; in de linkerschouder en arm en in de streek van de deltaspieren ; door de polsgewrichten ; in de handen.
Drukkende pijn : in de ogen ; in een strontje ; in de klieren onder de kaakhoek ; in de heupgewrichten ; in de streek van het voorhoofd ; in het achterhoofd.
Doffe pijn : in het achterhoofd, de kruin en het voorhoofd.
Spannende zeurende pijnen : in de armen.
Zeurende pijn : in de achterhoofdsknobbels ; in de ogen ; in het gewricht van de rechter onderkaak ; in de tanden ; in de eikel ; in de beenderen ; van de linker arm ; in het ellebooggewricht ; in het rechter ledemaat ; in de benen ; in de enkels en voetgewelven ; van het hele lichaam.
Aanvalsgewijze pijnen : in de benen.
Krampachtige pijn : in het kaakgewricht.
Kramp : in de kuiten ; in de benen en voeten.
Rukken : in de dij.
Steken : in de keel bij het slikken ; in de tonsillen ; in de maag ; aan de binnenzijde van de voorhuid ; in ulcera ; in de huid.
Branden : in het voorhoofd ; in het oog ; in en onder de ogen ; in de binnenooghoek van het rechter oog ; in het ooglid ; in gezwollen oogleden ; onder het neusgat ; in het gelaat ; van de uitslag rond mond en neus ; in de gehele rechterzijde van het abdomen ; achter het borstbeen ; in de lendenen ; in de urethra ; in de maag en tussen de schouderbladen ; in de lendenstreek ; in de schouder ; op de rug van de rechter hand ; in de handpalm van de rechter hand, de onderarm en de hand ; in het linker been ; van de huid ; in pustels op de kin ; in ulcera.
Brandende rauwheid : in het strottenhoofd.
Brandende jeuk : hier en daar ; van de huid.
Bijtend gevoel : in het rechter oog ; in de vulva ; op de onderoogleden.
Ontvelling : gevoel daarvan aan de binnenzijde van de linker bil.
Gevoeligheid : van het hoofd ; van de neusgaten ; van de tong ; in het abdomen ; van de navel ; in de buikwanden ; in rug en onderbuik ; van de vagina ; in de borst ; in de linkerzijde ; van de lendenstreek ; in likdoorns.
Prikken : van de tanden naar de kaken en slapen ; in gezwollen oogleden.
Tintelende hitte : in de ledematen.
Drukgevoeligheid : van het handwortelgewricht ; rond het kniegewricht.
Knagend gevoel : in de tanden.
Trekkend gevoel : van de hartstreek ; in de spieren van de linker dij.
Drukkend trekken : in het linker hypochondrium.
Tinteling : in het hoofd ; in de ledematen ; in de maag ; in de borst ; van de voeten ; in de tibia ; in de ledematen ; in de huid.
Kriebeling : in de keel ; in de luchtwegen ; in de bronchiën ; onder het borstbeen.
Druk : op het hart ; achter de ogen ; in de rechter slaap ; op de borst en rond het hart ; in de keel bij het slikken ; in het rectum ; in het abdomen ; in de lendenen ; op de schouders ; in de ogen.
Spanning : van het gelaat ; over de borst ; in de tussenribspieren ; van de nek ; pijnlijk, tussen de schouderbladen ; in het ellebooggewricht ; in de rechter heup ; in de linker heupgewrichten ; aan de achterzijde van de dij ; van het zieke ledemaat ; in de pezen aan de binnenzijde van de rechter knie ; van de knie ; van de kuiten ; van de voeten ; in de gewrichten ; van de nek en tussen de schouders.
Vernauwing : in het rectum.
Zwaar gevoel : van het hoofd ; van de oogleden ; in de lendenen ; van de onderste ledematen ; in de knieholten en kuiten ; van de benen ; van de voeten.
Volheid : van de maag.
Angst : in de borst.
Beklemming : in de maag ; van de borst.
Droogheid : van de mond ; van de tong ; van de keel ; van het tandvlees ; van de ogen.
Onrust : van de onderste ledematen.
Pulsatie : in de maagkuil.
Beven : van de armen ; van de knieën.
Beverig gevoel : rond het hart.
Fladderend gevoel : in de maag en de linkerborst.
Borrelend gevoel : in de hartstreek.
Klotsend, schokkend gevoel : in de hersenen.
Lamheid : van de linker arm ; van het heiligbeen ; van het been.
Verlamd gevoel : in de armen ; in de linkerschouder ; in de voorste spieren van de dijen.
Zwakte : van de onderste ledematen.
Vermoeidheid : van de benen ; van de voeten.
Stijfheid : van de oogleden ; van de kaken ; in de achterkant van de nek ; van de gewrichten ; in rug en ledematen ; van de hartstreek ; van schouder en rug ; in de lendenen ; van het heiligbeen ; van de onderarmen en vingers ; in het bekkengewricht ; pijnlijk, van de rug ; van de knieën en voeten ; in de gewrichten.
Gevoelloosheid : van de linker arm en voet ; van de heupen tot de voeten ; in de linkerborst ; van de vinger ; van de handen en vingers ; van vinger tot elleboog ; van het rechter been ; van de voeten ; van het onderste deel van de rechter voet ; in de ledematen ; van de vingers.
Dood gevoel : van het onderste deel van de rechter voet.
Mierenkruipen : in de vingertoppen ; van vinger tot elleboog ; van het rechter been ; in de pezen van de knieën ; in de voeten.
Bijtende jeuk : op de behaarde hoofdhuid, het voorhoofd, het gelaat en rond de mond, van de uitslag op hand en gelaat.
Jeuk : onder schilfers op het hoofd ; in de ogen ; van de uitslag rond mond en neus ; aan de binnenzijde van de voorhuid ; van het scrotum ; in het rectum ; van de uitslag op armen en handen ; ondraaglijk, van benen en voeten ; van ulcera ; van de uitslag op de ledematen ; van urticaria ; ondraaglijk, van uitslag over de gehele huid ; van behaarde delen ; van kleine puistjes ; van eczeem ; van de uitslag rond tepels, borst, rug, borstkas, voorhoofd, behaarde hoofdhuid en haar.
Rillerigheid : in rug en hoofd.
Koude : van de voorarmen, het voorhoofd en de wangen ; van de linker arm en voet ; van het strottenhoofd ; van de arm ; van het linker been ; van de benen ; overal inwendig in de ledematen.
WEEFSELS [44]
Werkt op vezelige en musculaire weefsels.
Pijnlijkheid en stijfheid in de spieren verdwijnen bij elke beweging.
Het vlees van de aangedane delen is pijnlijk bij aanraking.
Pijn alsof het vlees van de beenderen werd losgescheurd ; of alsof de beenderen werden afgeschraapt.
Pijnen als bij verstuiking in de uitwendige delen ; neiging een deel te verstuiken door het heffen van zware gewichten of door de armen hoog uit te strekken om iets te bereiken.
Ontsteking van spierpezen door overmatige inspanning of een plotselinge verrekking, zoals bij een verstuiking.
Aandoeningen van ligamenten, pezen en vliezen die met gewrichten verbonden zijn.
Nadelige gevolgen van nat worden, vooral nadat men verhit is geraakt.
In de inwendige delen gevoel van volheid ; of alsof zij aan elkaar vastgegroeid waren (adhesie) of alsof er iets in was losgescheurd.
Waterzucht, met troebele urine.
Abdomen en benen zeer vergroot ; uit sommige plekken van de benen sijpelt water naar beneden ; appetijt goed, geen dorst, loost weinig urine ; na het eten pijn in de maag ; gevoelig voor koud, vochtig weer ; lag bij voorkeur opgericht in bed.
Algemene waterzucht ; scrotum gezwollen, aan de voorhuid hing een langwerpige blaar.
Waterzucht voortvloeiend uit amenorroe, veroorzaakt doordat men door de regen doorweekt raakte.
Gladde, rode en glanzende zwellingen, waarbij de ontstoken huid bedekt is met kleine pijnlijke witte blaasjes.
Ontstekingszwellingen.
Cellulitis ; bij difterie ; orbitale cellulitis met ettervorming.
Furunkels en abcessen.
Kind vermagerd ; bedekt met abcessen, waarvan de meeste van bloederige aard waren ; het kind zag eruit alsof het spoedig zou sterven.
Karbonkel, in het begin, wanneer de pijnen hevig zijn en de aangedane delen donkerrood zijn ; vroeg gegeven kan het de hele aandoening afbreken.
Klieren gezwollen, heet, pijnlijk ; verhard ; etterend.
Abcessen van oksel- en oorspeekselklieren, met zwelling, pijnlijk bij aanraking, en afscheiding van bloederig-sereuze etter, met stekende en knagende pijnen.
Scrofuleuze verharding van de klieren van hals, nek en onderkaak.
Duidelijk uitstekende botuitsteeksels zijn pijnlijk bij aanraking ; zoals bijvoorbeeld de jukbeenderen.
Ontsteking en zwelling van de lange beenderen.
Korstige botcariës, steeds gepaard gaand met een tetterachtige huiduitslag, bij reumatische of jichtige personen.
Scrofuleuze en rachitische aandoeningen.
AANRAKING. PASSIEVE BEWEGING. VERWONDINGEN [45]
Aanraking : hoofd pijnlijk ; verdraagt aan het oog zelfs de geringste aanraking niet ; op de pijnlijke plek onder de navel veroorzaakt het misselijkheid ; borst zeer gevoelig ; gevoelige plek in de wervelkolom ; veroorzaakt waterbraken ; veroorzaakt ondraaglijke pijn in de rug ; scrofulose en rachitis < ; stekende pijn in de achterdijbeenspieren ; stekende pijnen in de ledematen ; abdomen gevoelig ; het vlees van de aangedane delen is beurs ; abcessen van de oksel- en oorspeekselklieren pijnlijk ; duidelijk uitstekende botuitsteeksels pijnlijk ; uitslag nabij de mondhoeken, aan de rand van de onderlip, pijnlijk ; pustels op de kin doen pijn.
Druk : pijn in de kaak > ; abdomen pijnlijk ; rugpijn > ; pijn over de kam van het linker darmbeen > ; trekkende pijn in de rechterbil > ; harde druk op heup en been > pijn ; musculus rectus cruris gevoelig ; pijn in de uitslag <.
Het hoofd op de arm laten rusten : veroorzaakt gevoelloosheid van de arm.
Wrijven : > ischias ; jeuk van netelroos < ; wrijven van de aangedane delen doet de uitslag toenemen.
Krabben : uit netelroos ontwikkelden zich blaren ; jeuk < ; veroorzaakt branden ; veroorzaakt een kwellend genot ; veroorzaakt branderige pijn en jeuk van puistjes.
Grijpen en knijpen : > pijn in de linkerschouder ; pijn in de lendenen alsof het vlees beurs geslagen was.
Rijden of schokken : werkt op de gekwetste heup.
Stoten of verstuikingen enz. : veroorzaken chronische ontsteking van gewrichtsstructuren.
Na een verstuiking : pijn in de pols van zijde tot zijde.
Een val onmiddellijk vóór de bevalling : epilepsie.
Uit een rijtuig geslingerd : verwonding van de heupstreek en de lendenen.
Traumatisch : erysipelas van de oogleden.
HUID [46]
Ondraaglijke jeuk; rode, mazelenachtige uitslag over de gehele huid.
Overal jeuk, < op behaarde delen; branden na het krabben.
Hevig branden in de huid, spiertrekkingen, algemene transpiratie 's nachts; telkens wanneer hij zijn handen buiten het bed steekt, wordt hij aangegrepen door een krampachtige hoest.
Hier en daar brandende jeuk.
Steken en tintelingen in de huid, branden na het krabben.
Brandend jeukende erupties.
Vochtigheid van de huid.
Wrijven over de aangedane delen doet de eruptie toenemen.
Rode blos over het hele lichaam, om 2 uur 's middags.
Van het hoofd tot de voeten bedekt met een fijne rode vesiculaire uitslag, die vreselijk jeukt en brandt, vooral in de gewrichten; < 's nachts, veroorzakend voortdurend krabben, met weinig of geen verlichting; voelt bij druk met de vinger zeer hard aan; huid brandend heet.
Enkele kleine puistjes, samenvloeiend tot blaren ter grootte van een gehalveerde erwt, gevuld met gelige waterige vloeistof, met intense jeuk; < 's nachts na 12 uur; de enige verlichting die hij kan krijgen is er met iets ruws over te wrijven totdat de blaren open zijn.
Talrijke vesikels verschijnen op verschillende delen van het lichaam, variërend van twee of drie lijnen tot een kwart duim in doorsnede; de vesikels drogen in en verdwijnen door afschilfering.
Een brandende eruptie van kleine, met water gevulde blaasjes, met roodheid van de huid van het gehele lichaam, behalve op de behaarde hoofdhuid, handpalmen en voetzolen.
Vesikels, waarvan de meeste een melkachtige, maar sommige ook een heldere vloeistof bevatten, vloeien samen; deze toestand duurt drie dagen, waarna de huid afschilfert.
Groepjes vesikels, aanvankelijk gevuld met een waterige substantie, nabij beide mondhoeken aan de rand van de onderlip, met een zout, bijtend gevoel en gevoeligheid bij aanraking.
Grote blaren met gelige vloeistof, met zwelling van de arm; de blaren werden onvoorzichtig opengebroken en de vloeistof liep over de hele arm, waarna een zeer groot aantal vesikels verscheen, zodat na acht dagen de gehele onderarm één massa blaren scheen te zijn; inwrijven met olijfolie scheen geen uitwerking op de kwaal te hebben; spoedig werd de bovenarm en daarna de rechterarm en andere delen van het lichaam aangedaan; het gehele lijden duurde vier weken.
Een eruptie van erysipelateuze aard op het gezicht; de ontsteking had zich over het voorhoofd en in de behaarde hoofdhuid uitgebreid, beide ogen waren gesloten, beide oren, wangen en lippen waren zeer sterk gezwollen en bleven bij druk putvormig indrukbaar, en de gelaatstrekken van de patiënt waren zodanig misvormd dat hij helemaal niet herkenbaar was.
Erysipelatoïde eruptie aan handen en armen, voeten en benen, gezicht en soms over de hele persoon; zij varieerde in uitgebreidheid en ernst van een klein plekje met geringe jeuk tot een uitgestrekt oppervlak met enorme zwelling en ondraaglijk lijden; pruritus, tinteling, schrijnen, stekend branden waren de beschreven gewaarwordingen; op een rode en gezwollen ondergrond van ontstoken huid stonden vesikels en bullae, van de grootte van een speldenknop tot een erwt, dicht opeengedrongen, en wanneer deze openbraken en opdroogden, bleven eczemateuze korsten achter; voldoende irritatie zette de ontsteking voort tot ulceratie.
Helderrode roodheid van scrotum en penis; het scrotum uiterst slap en ontspannen, hangend tot halverwege de knie.
Na verloop van ongeveer vierentwintig uur begonnen jeuk en branden, aanhoudend van een half uur tot twee uur; na ongeveer zesendertig uur zwelling van de delen, met hevige jeuk en branden, toenemend bij aanraken of bewegen van de aangedane delen, alsof door hete naalden doorboord; op de sterk rode en ontstoken huid verschenen witte doorschijnende vesikels.
Erytheem, snel overgaand in blaasvorming, vaak gepaard gaand met oedeem en uiteindelijk met vorming van pus en korsten; het oppervlak rond de eruptie is rood en fel ontstoken van aanzien.
Herpetische eruptie; met onophoudelijke jeuk, branden en tinteling; wisselt af met pijnen in de borst en dysenterische stoelgangen.
Behaarde hoofdhuid, abdomen, onderste deel van de borst en delen van benen en rug bedekt met een vochtige, brandende, jeukende eruptie, die in de omringende delen invreet; er vormen zich grote vesikels die met helder serum gevuld zijn, later troebel worden, openbarsten en samenvloeien.
Na vergiftiging tijdens het bramen plukken; het gezicht vormde een volmaakt beeld van erysipelas faciei van het vesiculaire type; handen en onderarmen waren bedekt met plekken van vesikels.
Herpes zoster (gordelroos); daarna brandende en neuralgische pijnen.
Herpes preputialis en axillaris.
Pemphigus, elke bulla met een rode areola.
Erysipelateuze zwelling onder de ogen en rode vlekken over het lichaam.
Erysipelateuze ontsteking: verharding van de huid, met verdikking; urticaria; door nat worden; tijdens rheumatisme; met rillingen en koorts; < in koude lucht; brandend, trekkend; scheurende pijnen in het gezicht; tanden voelen te lang aan; onrust; gezicht donkerrood, bedekt met gele vesikels; branden, jeuk en tinteling met steken; < in koude, open lucht, nat weer, nat worden of vochtigheid, op koude plaatsen.
Vesiculair erysipelas; behaarde hoofdhuid, gelaat en geslachtsorganen vooral aangedaan; aangedane delen donkerrood; de ontsteking trekt van rechts naar links.
Kapitein S. kuste zes jaar geleden een kind dat scarlatina had, en voelde zijn lippen ervan branden; enkele weken later kreeg hij steenpuisten op zijn rug; daarna was hij verstopt; viel eens flauw en kneusde daarbij zijn voorhoofd; tijdens het flauwvallen had hij een onwillekeurige stoelgang; spoedig verscheen erysipelas op het gekneusde voorhoofd, breidde zich over het gezicht uit en verscheen op scrotum en penis, die etterden; sindsdien heeft hij verscheidene aanvallen gehad, waardoor zijn zicht voor nabijgelegen voorwerpen is verminderd; hij voelde een schok in de uitwendige huid van de linker oogkas; omstreeks het middaguur begon daar een rode erysipelateuze zwelling, die zich over het hele gezicht, de hals en het scrotum uitbreidde; er vormen zich vesikels die een vloeistof afscheiden die het linnengoed geel kleurt; de aangedane delen branden en jeuken; liggend is er bij elke hartslag een centrifugaal bonzen in de ontstoken huid van gezicht en voorhoofd; elke vochtigheid op de huid lokt daar erysipelas uit, zoals steeds bij die aanvallen; hij moet de delen krabben, wat een "martelend genot" veroorzaakt; krabben aan het scrotum veroorzaakt seksuele prikkeling en lozing van semen, wat hem verzwakt; fotofobie; de hele afgelopen nacht zeer onrustig, geen slaap; liep stampend rond, schudde de armen en sloeg om zich heen; grote gele korsten van de afscheiding op de kin; oogleden door zwelling gesloten; handen en voeten koud; pols 50, onderbroken in volume en ritme; branden en jeuk < door warmte.
Zona, rechterzijde, pijn naar het rechterbeen afdalend, < 's nachts, noodzaakt tot voortdurende verandering van houding.
Huidontsteking en gevoel van ontvelling aan de binnenzijde van de linkerbil.
Schilferige eruptie over het lichaam; fijne schilfers in het gezicht.
Handrug bedekt met kloven en heet; huid hard, ruw en stijf.
De opperhuid schilferde van de wangen af, waarbij de delen heet en ruw achterbleven.
De huid liet geheel los van de linkerhand; ondraaglijke jeuk; de huid liet los van alle aangedane delen.
Eczeem: oppervlak rauw, ontveld; dikke korsten, sijpelend en stinkend; als het gezicht is aangedaan, is er oedeem van het losse celweefsel rond de oogleden; brandende, jeukende, tintelende pijnen; onophoudelijke jeuk en krabben; hoe meer men krabt, des te groter de drang om te krabben.
Crusta lactea, gekenmerkt door dikke, zware korsten op een ontstoken ondergrond, met veel jeuk en onrust, < 's nachts en door het te warm krijgen; groene slijmerige diarree.
Zeer pijnlijke tepels na de bevalling en een jeukende, brandende papuleuze eruptie rond de tepels op borst, hals, borstkas, voorhoofd, behaarde hoofdhuid en haar; de jeuk bleef het krabben net voor, verdween op de gekrabde plaats en brandde daarna, < tijdens zweten; overvloedig zweet op de uitwendige delen van het lichaam, maar niet op de delen waarop zij lag; onrustig, zocht voortdurend nieuwe houdingen; > na rondlopen.
Voorhoofd, gezicht en vooral zijkanten van de hals bedekt met rode noduli, waarvan de toppen met pus gevuld zijn; hevig branden.
Puistjes als bij schurft, met brandende jeuk en schrijnen na het krabben, aan de binnenzijde van de pols en aan het onderste deel van de wang.
Harde puistjes op de handen, met brandend-bijtende jeuk.
Grote, diepliggende puistjes, gevoelig bij aanraking, op de billen, vooral in de middellijn nabij het os coccygis.
Tetterachtige eruptie rond mond en neus, soms met rukken en jeukend-brandende pijn erin.
Pustels, met pus aan de toppen aan de zijkant van de kin, met pijn alleen bij aanraking, als door druk van een scherpe rand, en een aanhoudend branden.
Pustuleuze eruptie.
Zwarte pustels, met ontsteking en jeuk, zich snel uitbreidend over het hele lichaam.
Urticaria door nat worden; tijdens rheumatisme; met rillingen en koorts; < in koude lucht.
Op 13 mei, ieder jaar, gedurende verscheidene jaren, werd zij overvallen door een brandende jeuk van de huid die haar bijna tot waanzin dreef; de eruptie was zo samenvloeiend dat geen gezonde plek zichtbaar was; ogen gesloten door oedeem van de oogleden; scheen te stikken en wierp de bedekking van zich af; de gehele paroxysme duurde vierentwintig uur. θ Urticaria.
Bovenste en onderste ledematen en de linkerzijde van de keel bedekt met harde, donkerrode, ronde, verheven vlekken, in groepen en geïsoleerd; de huid van de aangedane delen is gespannen en glanzend, terwijl de omgevende huid gezwollen is en een erysipelateuze roodheid vertoont; de kwaddels zijn vooral talrijk op de linkerwijsvinger, handrug en onderarm; op de hals en linkerdij bevindt zich een ronde, verheven rode vlek, waaromheen grotere en kleinere plekken dicht opeengedrongen liggen; ondraaglijke jeuk in de aangedane delen, vooral op de wijsvinger; fijne stekende pijn in de eruptie zelf, opgewekt of verergerd door druk; patiënt lijkt neerslachtig; ogen gesloten als in slaap; koorts; huid vochtig; ademhaling versneld, soms reutels; hoest niet frequent, met overdag taaie expectoratie; pols 104; gevoel van zwakte; grote hitte van het hoofd; vertigo; misselijkheid; braken; voortdurende pijn rond de navel. θ Urticaria.
Blauwrode, lensgrote vlekken over het lichaam, met matheid en herhaalde bloedingen uit neus en mond. θ Purpura.
Gelaat en handen zien eruit alsof zij met suggillaties bedekt zijn. θ Purpura.
Na kouvatten door blootstelling aan regen, branden en steken in de huid, die hier en daar begon op te zwellen, vooral aan handen, armen en benen; helderrode vlekken verschijnen, van verschillende vormen en grootte; rheumatische scheurende pijnen in de heup, vooral in rust. θ Purpura.
Over het hele lichaam, behalve gelaat en handen, blauwachtig-donkere bloedvlekken; bloeden uit het tandvlees; ijskoude temperatuur; bleek gelaat en bleke huid; kleine pols.
Karbunkels, blauwachtig, gangreneus.
Verharding van de huid met verdikking.
Wratten: vooral op handen en vingers; groot, rafelig, vaak gesteeld, vochtafscheidend en gemakkelijk bloedend.
Rhagaden, kloven; wintertenen.
Zweren: alsof gangreneus, uit kleine vesikels ontstaan, gepaard gaand met hevige koorts; branden erin of gevoel van koudheid.
Scarlatina: miliair, uitslag donker, koorts hoog, slaperigheid en onrust; vooral adynamische vormen, het kind wordt slaperig en onrustig; tong rood, soms glad; fauces donkerrood en met een eigenaardig oedemateus aspect, de halsklieren vergroot, en er kan vergroting van de linker parotis zijn, er kan zelfs dreigende ettering van deze delen bestaan; celweefsel van de hals ontstoken, het huidoppervlak met een donkerrode of blauwachtige erysipelateuze tint; delier, mild van karakter; secreties veranderd, scherp; klieren in alle delen van het lichaam kunnen vergroot raken, vooral die van de oksels; vermagering; prostratie; de uitslag jeukt hevig en er is 's nachts veel onrust; er is een ichoreuze of gele, dikke afscheiding uit de neus, met zwelling van de klieren van de keel; een heldere ontstekingsrand omgeeft elk deel van de eruptie, en er is veel jeuk, vooral 's nachts; gevallen gecompliceerd met erysipelateuze ontsteking.
Huid donkerrood van hoofd tot voet en bedekt met kleine vesikels, bevattend een gele etterachtige vloeistof; brandende hitte; grote dorst; sopor; opschrikken en schrik; onrust; pijnlijke vergeefse aandrang om te urineren; darmen geobstipeerd. θ Scarlatina.
Een kind van 13 jaar sloeg een sjaal, toebehorend aan een kind dat aan roodvonk was gestorven, om haar schouders; de volgende dag had zij hoge koorts; pols 140; keelpijn; braken; rugpijn; de volgende dag verscheen uitslag op hals en borst, die zich geleidelijk over het lichaam uitbreidde en na druk van de periferie naar het centrum rood werd. θ Roodvonk.
Delier, droge tong, bijna volledig verlies van slaap, herhaald gallig braken, frequente diarree, temperatuur van de huid 40°C. θ Mazelen.
Variola: eruptie zinkt in en wordt livide; tyfoïde verschijnselen.
Pokken: tyfoïde toestand; eruptie slecht ontwikkeld; livide; brandende koorts; uiterste prostratie; brandende dorst; suizen in de oren; droge, gebarsten tong; lippen en tanden bedekt met taai bruin slijm; meteoristische uitzetting van het abdomen.
Variola: pustels worden zwart door bloeduitstorting erin; diarree, met donkere, bloederige ontlasting.
LEVENSFASE, CONSTITUTIE [47]
Reumatische diathese.
Kind, æt. 6 maanden, scrofuleus ; catarraal oogontsteking.
Zuigeling, æt. 8 maanden, slecht gevoed, lijdend aan ascariden die door Podoph. waren verlicht ; abcessen.
Kind, æt. 1 1/2, heeft netelroos gehad ; erysipelas.
Kind, æt. 2, scrofuleus, sinds de geboorte lijdend ; uitslag op het hoofd en ozæna.
Jongen, æt. 2, sinds negen maanden lijdend ; ague.
Jongen, æt. 2 ; roodvonk.
Jongen, æt. 2 1/2 ; erysipelateuze oogontsteking.
Jongen, æt. 3, teer, bleek, hoofd en gezicht bedekt met een uitslag, scrofuleus ; oogontsteking.
Meisje, æt. 3, sinds een jaar lijdend ; scrofuleuze oogontsteking.
Jongen, æt. 3, stevig gebouwd, overigens gezond ; strumeuze oogontsteking.
Jongen, æt. 4 ; scrofuleuze oogontsteking.
Meisje, æt. 5, scrofuleus ; oogontsteking.
Lizzie B., æt. 5, gezond kind vanaf de geboorte, de aandoening werd voor het eerst vijf dagen na de geboorte opgemerkt ; ptosis.
Kind, æt. 5 ; scrofuleuze verharding van de klieren.
Jongen, æt. 6, viel enkele weken geleden van een hoge trap ; verlamming.
Jongen, æt. 7 ; ontsteking van de kniegewrichten.
Meisje, æt. 8, tien dagen ziek ; meningitis.
Jongen, æt. 8, sterk, sinds de leeftijd van vier weken lijdend ; uitslag.
Meisje, æt. 9, scrofuleus ; oogontsteking.
Meisje, æt. 10 ; difterie van de lippen.
Jongen, æt. 10 ; viel vijf maanden geleden terwijl hij een bundel stro droeg ; sindsdien lijdend ; mankheid van het been.
Meisje, æt. 12, slank, lymfatisch, nerveus, had het jaar tevoren reumatische pijnen ; difterie.
Jongen, æt. 12, sinds zes maanden lijdend ; ague.
Meisje, æt. 13 ; aandoening van het oog.
Meisje, æt. 13, heeft een kromming van de wervelkolom ; verlamming van het onderste deel van het lichaam.
Meisje, æt. 13 ; roodvonk.
Jonge vrouw, æt. 13 1/2, op de derde dag na een natuurlijke baring ; paraplegie.
Jongen, æt. 14 ; crusta lactea.
Jongen, æt. 14, blond, sinds vier jaar lijdend ; uitslag op hoofd en lichaam.
Jongen, æt. 14 ; dysenterie.
Jongen, æt. 15, door een hevige verstuiking twee maanden geleden ; zwelling in het ellebooggewricht.
XX, æt. 16, slecht gevoed en overwerkt naaistertje ; erythema nodosum.
Jongeman, æt. 17 ; ulceratie van de cornea.
Jongen, æt. 17, na blootstelling aan een sneeuwstorm terwijl hij oververhit was, twee en een half jaar geleden ; reumatische mankheid.
Meisje, æt. 18, klein, laterale verkromming van de wervelkolom ; mentale stoornis.
Meisje, æt. 18, menstruatie nog niet op gang gekomen ; influenza.
Meisje, æt. 18, na verpleging van een persoon met tyfus abdominalis ; pokken.
Meisje, æt. 19, rustig, kalm, krachtig gebouwd, blond, met rozige wangen ; darmkatarr.
Man, æt. 19 ; mazelen.
Meisje, æt. 19 1/2 ; enteritis.
Werkvrouw, æt. 20, brunette, fris, rozige gelaatskleur, heeft zich verrekt bij het tillen kort na het eerste optreden van de tumor, vader had een scirrheuze tumor in de lies ; ovariumcyste.
Meisje, æt. 20, blond, heeft anderhalf jaar geleden kou gevat, sindsdien lijdend ; amenorroe.
Jonge vrouw, æt. 21 ; parotitis.
Man, æt. 23, zwak, teer, na tyfus abdominalis ; epistaxis.
Bakker, æt. 23, uit een phthisische familie, na zware arbeid in een vochtige kelder ; zwelling van de knie.
Man, æt. 23, sinds twaalf dagen lijdend ; dagelijkse ague.
Mevr. E. D., æt. 24, gekleurd, hysterisch, hypochondrisch, sinds de puberteit lijdend ; dysmenorroe.
Mej. M., æt. 24, slanke gestalte, lymfatisch temperament, nooit in goede gezondheid, sinds vier jaar lijdend ; letsel van de heup.
Mej. E. H., æt. 24, blond, winkelbediende, sinds drie weken lijdend ; zwelling van de voet.
Artillerist, æt. 24, klein van stuk, vol postuur, bruin haar ; kwartane ague.
Mej. C., æt. 25 ; dysmenorroe.
Man, æt. 25, sterk, heeft kou gevat door blootstelling aan regen ; purpura.
Mevr. H., æt. 26 ; steenpuisten.
Vrouw, æt. 28 ; reumatische oogontsteking.
Kleermaker, æt. 28, sinds twaalf jaar lijdend ; ischias.
Man, æt. 28 ; had enkele jaren geleden ague, daarna pokken ; tyfus abdominalis.
Vrouw, æt. 30, sanguinisch temperament ; ontsteking van het oog.
Man, æt. 30 ; oesofagitis.
Vrouw, æt. 30, mager, gezond, menstruatie sinds vijf jaar afwezig ; pleuropneumonie.
Vrouw, æt. 30, gehuwd, heeft twee jaar geleden de pols verstuikt, sindsdien lijdend ; pijn in de pols.
Vrouw, æt. 30, ongehuwd ; wratten op de handen.
Vrouw, æt. 30, gekleurd, sinds vijf jaar lijdend ; rheumatisme.
Man, æt. 31, slank, musculair, donkere gelaatskleur, na blootstelling ; reumatische mankheid.
Man æt. 32, robuust ; erysipelas.
Man, æt. 32, vijftien jaar na een aanval van syfilis ; syfilitisch rheumatisme en vorming van zachte knopen.
Vrouw, æt. 33, negerin, sinds vijf jaar lijdend ; rheumatisme.
Vrouw, æt. 35, rheumatisch, na het tillen van zware meubels ; aandoening van de rug.
Man, æt. 35, sanguinisch, nerveus temperament, sinds zes maanden lijdend ; ischias.
Vrouw, æt. 35 ; erysipelas.
Man, æt. 36, levendig, intellectueel, actief, bruine gelaatskleur, zwart haar, fonkelende zwarte ogen ; faciale neuralgie.
Vrouw, æt. 36 ; oesofagitis.
Vrouw, æt. 36, ongehuwd, blond, teer, prikkelbaar van aard, leeft van naaiwerk ; abdominale ontsteking.
Vrouw, æt. 36, slecht gevoed, cachectisch, zes maanden zwanger ; moeilijk urineren.
Josefa Fluch, æt. 36, gehuwd, geboren in Spanje ; cardiale neurose.
Vrouw, æt. 37, middelgroot, corpulent, half jaar ziek ; haemoptoë.
Man, æt. 37, professor, nerveus temperament ; verlies van coördinatie in de benen.
Dame, æt. 38, moeder van zes kinderen ; ague.
Vrouw, æt. 38, goed gebouwd ; urticaria.
Vrouw, æt. 40, hysterisch ; hoofdpijn.
Vrouw, æt. 40 ; uitslag op het ooglid.
Man, æt. 40, sinds verscheidene maanden lijdend, had vóór de aanval rheumatisme ; diarree.
Vrouw, æt. 40, brunette, slank postuur, moeder van vele kinderen, leed zes maanden ; reumatische pijn en stijfheid in de pols.
Man, æt. 40, rossige teint, sterk, atletische en krachtige constitutie ; verrekking van de duim.
Man, æt. 40, groot, musculair, had eerdere aanvallen, na veertien mijl lopen ; ischias.
Man, æt. 40, sinds acht weken lijdend ; ettering in het kniegewricht.
Man, æt. 40, na hevig nat worden ; pijn in de benen.
Vrouw, æt. 40, echtgenote van een predikant, heeft de laatste zeven jaar jaarlijks een aanval gehad ; urticaria.
Vrouw, æt. 40, Ierse ; eczema impetiginodes.
Man, æt. 41, sterk en gezond, werkt in een suikerfabriek en is blootgesteld aan grote hitte ; ziekte van Bright.
Mevr. B., æt. 42, nam zes jaar tevoren een zeebad en werd door en door verkleumd, sindsdien lijdend ; poliep van de uterus.
Man, æt. 42 ; tyfus abdominalis.
Man, æt. 43, klein, donkere gelaatskleur, gewicht 90 pond, meubelmaker, sinds acht of negen jaar lijdend ; mankheid van de rug.
Vrouw, æt. 43, sinds achttien jaar lijdend ; rheumatisme.
Vrouw, æt. 44 ; verlamming van de arm.
Vrouw, æt. 44, Ierse, gehuwd, sinds vier maanden lijdend ; eczema rubrum.
Man, æt. 45 ; vertroebeling van de cornea.
Man, æt. 45, klein, cholerisch temperament, verpleger, na herstel van een aanval van tyfus ; paralysis agitans.
Man, æt. 45, sterk, de laatste drie maanden bedlegerig na blootstelling ; pneumonie.
Man, æt. 46-49, lang van gestalte, slank, musculair, donkere gelaatskleur, leerfabrikant, sinds verscheidene jaren lijdend aan rheumatisme van de linkerarm, na blootstelling aan een regenstorm ; rheumatisme.
Dame, æt. 50 ; vrees vergiftigd te worden.
Vrouw, æt. 50, bleek, vermagerd, heeft 's winters al jaren een lichte kriebelhoest, heeft haar rug veertien dagen geleden verrekt door het tillen van een zware last, sindsdien lijdend ; lumbago.
Joodse vrouw, æt. 51 ; melancholie.
Vrouw, æt. 52, werd anderhalf jaar geleden verkleumd tijdens een treinreis, sindsdien lijdend ; rheumatisch ; verlamming.
Vrouw, æt. 53, matig van aard, klein van gestalte ; sinds twee weken lijdend ; epistaxis.
Vrouw, æt. 55, sterk, gezet, vatbaar voor erysipelateuze zwellingen van het gezicht, sinds tien dagen lijdend ; erysipelas bullosum.
Man, æt. 55, landbouwer, sterk, groot, musculair, lijdend aan ischiadisch rheumatisme, opgelopen in het leger in 1862-63, kreeg om de paar weken hevige aanvallen, opgewekt door overwerk en blootstelling ; ischias.
Koetsier, æt. 55, had enkele jaren geleden een soortgelijke aanval ; reumatische ischias.
Man, æt. 56, meubelmaker, atletisch postuur, overigens altijd gezond, sinds acht maanden lijdend ; ischias.
Man, æt. 62, vijf jaar geleden op soortgelijke wijze aangedaan ; waterzucht.
Vrouw, æt. 63 ; pneumonie.
Vrouw, æt. 64 ; ischias.
Man, æt. 64 ; ague.
Man, æt. 66, lang, mager, teer gebouwd ; faciale neuralgie.
K., æt. 66, Duitser, door blootstelling aan koude ; rheumatisme.
Mevr. G. K., æt. 67, sinds verscheidene jaren lijdend ; anasarca.
Dame, æt. 80, sinds vijf maanden lijdend ; diarree.
Jonge man, teruggetrokken levend, aangedaan met acne punctata, na blootstelling ; influenza.
Mevr. C., twintig jaar ziek ; aandoening van het hart.
Bruggenbouwer, nerveus temperament, sinds drie weken lijdend, veroorzaakt door een verrekking ; lumbago.
Vrouw, groot, sterk, sinds zes maanden lijdend ; brandend gevoel in de hand.
Gezette, flegmatische man, vaak onderhevig aan aanvallen van rheumatische jicht ; gonagra.
RELATIES [48]
Wordt geneutraliseerd door Bellad., Bryon., Camphor., Coffea, Crot. tig., Mercur., Tenacet., Sassaf., Sulphur, Verbena hastata, Virginiana serpentaria .
Werkt als antidotum voor : Bryon., Ranunculus, Rhodo., Tart. em .
Verenigbaar met : Arnic., Arsen., Bryon., Calc. ost., Calc. phos., Chamom., Conium, Lach., Phos. ac., Pulsat., Sulphur .
Onverenigbaar met : Apis .