Belladonna
van Adolph von Lippe — Kernsymptomen en rode-lijnsymptomen van de Materia Medica
Gewone naam: wolfskers.
Geschikt voor personen die, wanneer zij gezond zijn, levendig en onderhoudend zijn, maar gewelddadig en vaak delirant wanneer zij ziek zijn (A.).
Nadelige gevolgen van schrik en ergernis (Ign.).
Verlies van bewustzijn (Acon., Bar-C., Cann-I., Cocc., Hell., Hydr-Ac., Hyos., Ign., Lach., Mosch., Nux-M., Op., Phos-Ac., Puls.).
FANTASTISCHE WAANBEELDEN EN BIJTWOEDE (Hyos., Stram.).
RAZEND DELIER (Bapt., Bry., Hyos., Lach., Stram., Verat.).
RAZEND DELIER, MET EEN WILDE BLIK; WIL SLAAN, BIJTEN OF RUZIE MAKEN; GELAAT ROOD DOORLOPEN EN OGEN ROOD (Bt.).
Hallucinaties: ziet monsterlijke, afschuwelijke gezichten (Hyos., Lach., Stram.) (Br.).
BIJNA VOORTDUREND KREUNEN (Acon., Apis, Ars., Bry., Cann-I., Cham., Cina, Hyos., Ign., Ipec., Kali-Br., Kali-C., Mur-Ac., Nux-V., Phos., Puls., Stram., Zinc.) (Bt.).
VALT IN LACHBUIEN EN KNARSETANDT (A.).
Het kind schreeuwt plotseling en houdt er even plotseling weer mee op (Bt.).
Verlangen om te ontvluchten, met onrust en angst (Acon., Agar., Ars., Bry., Cupr., Glon., Hyos., Lach., Nux-V., Op., Stram., Verat.) (Bt.).
Beeldt zich in dat hij geesten, afschuwelijke gezichten en verschillende insecten ziet (Stram.); zwarte dieren, honden, wolven enz. (A.).
Delier met huilen, lachen, dansen of mompelen, met waanbeelden (Bt.).
Hoofdpijn door onderdrukte catarrale afscheiding (Bry., Kali-B., Lach., Nat-M., Stict.) (Br.).
OVERGEVOELIGHEID VAN ALLE ZINTUIGEN (Coff., Nux-V., Stram., Strych.).
Plethora (Acon., Ferr-P, Glon., Verat-V.).
Branden in de inwendige delen (Apis, Ars., Camph., Lach., Phos., Sec., Sulph.).
Gevoel alsof de inwendige organen uitgezet waren, of alsof zij zouden barsten.
Scheurende pijn in inwendige delen (van beneden naar boven).
CONGESTIE VAN HET HOOFD (Acon., Amyl-N., Bry., Ferr-P., Gels., Lach., Meli., Nat-M., Op., Sulph., Verat-V.).
ZWELLING EN PULSATIE IN DE BLOEDVATEN (Glon., Nat-M., Stram.).
Halsslagaders kloppen hevig; halsaders gezwollen; gelaat opgeblazen en rood (Bt.).
Licht en geluid zijn ondraaglijk (Coff., Nux-V., Sulph.) (Bt.).
Duizeligheid, met verdwijnen van het gezichtsvermogen, beneveldheid en zwakte (Chin.).
Scheelzien (Apis, Cic., Cycl., Gels., Stram.) (D.).
Dingen lijken rood; ziet vonken van vuur (Bt.).
Diplopie (Gels., Hyos., Nat-M., Puls., Sep., Stram.) (Br.).
BLOEDING UIT INWENDIGE DELEN (Acon., Chin., Ferr-P., Mill., Sab.).
Stekende pijn in de spieren of beenderen.
Drukkende en scheurende reumatische pijnen, die van de ene plaats naar de andere trekken.
Gevoel alsof er een muis door de spieren liep (Illusie van een muis die onder haar stoel vandaan loopt- Act-R., Æth., Lac-C.).
ZEER SCHERP GEHOOR (Coff., Nux-V., Op.) (Br.).
MIDDENOORONTSTEKING (Calc., Hep., Merc., Sil.) (Br.).
Hevige, borende pijnen in de oren, die plotseling opkomen en van het ene oor naar het andere schieten (D.).
VERDRAAIING VAN DE LEDENMATEN (Acon., Ars., Cupr., Mag-P., Sec., Stram.).
KRAMPEN VAN ENKELE LEDENMATEN, OF VAN HET HELE LICHAAM (Æth., Apis, Hell., Lach., Lyc., Nux-V., Stram., Strych., Verat.).
Verlies van gevoel en beweging van één lichaamshelft (Caust., Cocc., Phos., Plb., Rhus-T., Zinc.).
Tandenknarsen tijdens de slaap (Acon., Ars., Bry., Calc., Cann-I., Cina, Merc., Plb., Podo., Sant., Stram.) (K.).
KEEL: DROOG, ALSOF GEGELAZUURD; FEL UITZIENDE CONGESTIE; ROOD, ERGER AAN DE RECHTERZIJDE (Br.).
Het kind boort het hoofd in het kussen en rolt het van de ene zijde naar de andere (Stram.) (D.).
Ontsteking van inwendige delen (slijmvliezen) met neiging tot ettering of met zenuwverschijnselen (Asaf., Hep., Sil.).
Verhardingen na ontstekingen (Graph., Merc., Sil., Sulph.).
Oorspeekselklieren hard, rood en gezwollen (Brom., Phyt., Stram.) (Bt.).
Een witte tong waar de papillen doorheen zichtbaar zijn; de zogenoemde "aardbeitong" (D.).
SLAPERIGHEID, MAAR KAN NIET SLAPEN (G.).
Het kind blijft in een suffige, slaperige toestand, met opschrikken en schokken tijdens het slapen (Bt.).
POLS VOL EN HARD (Acon., Ferr-P., Verat-V.).
ZENUWKOORTSEN, MET VERLIES VAN BEWUSTZIJN OF DELIER (Hyos., Kali-P., Op., Phos-Ac.).
HERSENONTSTEKING (Apis, Hell., Hyos., Lach., Mur-Ac., Op., Phos., Stram.).
Slapeloosheid met slaperigheid, of een slaap als een stupor (Gels., Hyos., Lach.).
Pijn in de maag, erger tijdens het eten (Calc-P., Nux-M., Nux-V.) (D.).
Gastralgie, pijnen trekken naar de wervelkolom (D.).
Zwelling en verharding van de klieren (Calc., Calc-F., Carb-An., Merc-I., Sil.).
Zomerklachten van kinderen, met huilen en schreeuwen en plotseling achteroverbuigen (D.).
Diarree door kou vatten, met slijmerige, bloederige ontlastingen en enige tenesmus (D.).
PUPILLEN VERWIJD (Arg-N., Calc., Chin., Gels., Hyos., Mang., Sec., Stram.).
AFKEER VAN LICHT (Acon., Arg-N., Ars., Bar-C., Calc., Carb-S., Chin., Con., Euphr., Graph., Lac-C., Lyc., Merc., Nat-M., Nat-S., Nux-V., Op., Rhus-T., Sulph.).
Verlies van het gezichtsvermogen (Acon., Aur-M., Bov., Chin., Gels., Hyos., Merc., Puls., Sil., Stram.).
Is geïndiceerd bij koorts wanneer verschijnselen van delier en cerebrale opwinding aanwezig zijn, en een stekende hitte van de huid (D.).
Kleur van het gelaat is blauwrood (Lach.).
Druk alsof de gehele inhoud van het abdomen door de vrouwelijke geslachtsorganen naar buiten zou treden; dit wordt vooral vroeg in de ochtend gevoeld (Bt.).
Baarmoedermond stijf, heet en droog (G.).
Hevig bloedverlies, met een gevoel alsof alles uit de vagina naar buiten zou treden (Sep.) (Bt.).
Krampachtige samentrekking van de baarmoeder (Bt.).
Afwisselende roodheid en bleekheid van de huid.
EXANTHEMEN VAN SCHARLAKENRODE KLEUR (Stram.).
Erysipelas: met helderrode, snelle zwelling van de huid; de huid is glad, glanzend en gespannen; de pijnen zijn scherp, lancinerend, stekend en kloppend (D.).
CONVULSIES EN KRAMPEN BIJ TANDENDE KINDEREN (D.).
Geneigdheid om kou te vatten, met grote gevoeligheid voor tocht (Calc., Hep., Kali-C., Sil.).
BORSTEN VOELEN ZWAAR AAN, ZIJN ZEER HARD EN DE ROODHEID LOOPT STRAALSGEWIJS (STREPEN VANUIT EEN MIDDELPUNT) (Bt.).
Verharde borsten (Bry., Phyt., Puls., Sil.).
NEURALGISCHE PIJNEN KOMEN PLOTSELING OP EN VERDWIJNEN PLOTSELING (pijnen nemen geleidelijk toe en nemen geleidelijk af- Stann.) (D.).
Het is aangewezen bij kraamvrouwenkoorts, in de vroege stadia van pokken, en bij scharlakenkoorts wanneer de huid overal gelijkmatig glad, glanzend en scharlakenrood is (Bt.).
Pijn in de rechter ileocaecale streek, erger door de geringste aanraking, zelfs door de bedekking (A.).
SPASME VAN DE GLOTTIS (Brom., Lach., Stram.)(C.).
Hoofd heet en pijnlijk; gelaat rood doorlopen; ogen wild, starend; pupillen verwijd; pols vol en springend, bolvormig, als hagelkorrels die tegen de vinger slaan; slijmvlies van de mond droog; stoelgang traag en urine onderdrukt; slaperig, maar kan niet slapen (A.).
Onwillekeurige mictie; voortdurend nadruppelen; verlamming van de sphincter vesicae (N.).
Pijn in de lendenen, alsof ze zouden breken; ook pijn in de lumbale en sacrale streek (N.).
VRESELIJKE DROMEN, DROMEN OVER RUZIES, VUUR, ENZ. (B.).
HEET HOOFD MET KOUDE LEDENMATEN (Carb-An., Kali-Ars., Sep., Stram.) (B.).
Transpiratie: heet; tijdens de slaap; overvloedig; en op bedekte delen (K.).
Koliekpijn (in het abdomen) komt snel en gaat snel; beter door dubbel te buigen of achterover te buigen; ook beter door op het abdomen te liggen (K.).
BLAFFENDE HOEST (Dros., Spong., Verb.); WAKKER WORDEN NA MIDDERNACHT, MET PIJN IN HET STROTTENHOOFD EN DREIGENDE VERSTIKKING (C.).
VERERGERING: In de namiddag; 's nachts; door de aangedane delen zelfs zacht aan te raken; bij het slikken van vloeistoffen; door beweging; door lawaai; door tocht; bij het kijken naar heldere, glanzende voorwerpen; na 3 uur 's middags; door het hoofd onbedekt te laten; en in de zomerzon.
VERBETERING: Tijdens rust; bij staan; door het hoofd ergens tegenaan te laten leunen; en in een warme kamer.
VERWANTSCHAP. Complementair: Calc.
Bell. is het acute middel van Calc., dat vaak nodig is om een genezing te voltooien.
Vergelijkbaar met: Acon., Amyl-N., Bry., Cic., Ferr-P., Gels., Glon., Hyos., Melil., Op., Stram., en Verat-V.