Stannum metallicum
van James Tyler Kent — Voordrachten over homeopathische Materia Medica
Stannum is vooral geschikt voor personen die reeds lange tijd geleidelijk zwakker zijn geworden.
Dit is zo opvallend dat men kan zeggen dat er een diepgewortelde constitutionele toestand aanwezig moet zijn. In de voorgeschiedenis vindt men al jarenlang toenemende zwakte, cachexie, catarreuze toestanden en neuralgie. Er is gevoeligheid voor pijn en een toenemende afkeer om iets te doen, bij de man afkeer van zaken doen en bij de vrouw van het verrichten van haar huishoudelijk werk; altijd moe, elk werk wordt een last.
Het gelaat wordt steeds valer geel, zelfs tot een wasachtige, cachectische aanblik. Iemand die geleidelijk zwakker is geworden en neuralgie ontwikkelt van het gezicht, de ogen, de maag en de darmen; niet de vaak beschreven schietende, scheurende pijnen, maar een pijn die geleidelijk begint, gestadig toeneemt en daarna geleidelijk afneemt.
Pijnen: De pijn begint soms bij zonsopgang, neemt toe tot de middag, vermindert geleidelijk en houdt op bij zonsondergang. Anderzijds kan zij op elk tijdstip beginnen, vaak om 10 uur 's morgens, gedurende tien of twintig minuten toenemen en daarna geleidelijk afnemen, maar vooral erger zijn rond de middag.
Cactus heeft zonshoofdpijn; Kalmia heeft een soortgelijke hoofdpijn, niet zo regelmatig toenemend en afnemend, maar vooral erger rond de middag. Cactus heeft zonshoofdpijn. Van Natrum mur. is nooit bekend geworden dat het die veroorzaakt, maar het heeft haar wel genezen, vooral wanneer zij om 10 uur 's morgens begint en van 2 tot 3 uur 's middags erger is. Sang. hoofdpijn die met de zon komt en gaat.
De phthisische neiging van Stannum is nauw verwant aan de neuralgieën. Als deze patiënten zich ontwikkelen tot een neuralgische constitutie, wordt de afzetting van tuberkels uitgesteld, maar de meesten zoeken dan palliatie, met het onvermijdelijke gevolg dat het einde wordt bespoedigd. Als de Stannum-neuralgie wordt onderdrukt, zullen wij phthisis zien optreden, in het bijzonder phthisis pituitosa.
De natuur schijnt de gevolgen te kunnen afvoeren via slijmerige afscheidingen. Als het de neuralgie niet wordt toegestaan haar invloed te doen gelden, wordt de patiënt overgevoelig voor kou en vat gemakkelijk kou. Wanneer men hem met rust liet, sloeg elke verkoudheid op de zenuwen en veroorzaakte elke tocht neuralgie rond de ogen; gevoelig voor elke weersverandering, de hydrogenoïde constitutie van Grauvogl.
Maar wanneer dit op welke wijze ook gepallieerd wordt door Quinine en ongeschikte homoeopathische middelen die, evenals Phos., de neiging hebben dat hij kou op de borst vat, dan komt hij na verloop van tijd niet meer over zijn verkoudheid heen, maar ontstaat er een continu catarre van de borst, en later sterft hij aan miliaire tuberculose. Stannum is nuttig om phthisis af te weren en is een wonderbaarlijk palliatief bij die ziekte.
De pijn is vergeleken met het trekken aan een snaar, geleidelijk toenemend en geleidelijk afnemend. De Puls.-pijn is in haar eerste helft enigszins gelijkend; zij wordt geleidelijk hevig, maar laat dan plotseling los met een ruk; komt geleidelijk op en houdt plotseling op.
Herinner u wat gezegd wordt over de Bell .-pijn. Zij komt plotseling op en bereikt meteen haar volle intensiteit, waarin zij uren kan blijven, maar houdt plotseling op.
De Stannum-pijn is soms zo hevig dat er een bonzende, pulserende component doorheen speelt, en de geest lijkt verdoofd.
"Elke ochtend hoofdpijn boven het ene of het andere oog, meestal het linker, zich geleidelijk uitbreidend over het hele voorhoofd en geleidelijk toenemend en afnemend, vaak met braken."
"Hevige, gloeiende, bonzende pijn." Zij gaat soms met branderigheid gepaard.
"Gevoel alsof het hoofd zou barsten door slagen van binnenuit."
Neuralgie van het linkeroog, geleidelijk toenemend van 10 uur 's morgens tot de middag en daarna geleidelijk afnemend, met tranenvloed tijdens de pijn.
Intermitterende supraorbitale neuralgie van 10 uur 's morgens tot 3 of 4 uur 's middags, geleidelijk toenemend en haar hoogtepunt bereikend, en daarna weer geleidelijk afnemend, na misbruik van kinine.
Dit is wanneer het lichaam zwak is, met een gelige gelaatskleur en neiging tot phthisis, vol pijn, en de vroegere anamnese toont dat, in plaats van dat verkoudheden op de borst of de neus slaan zoals bij anderen, elke verkoudheid op de zenuwen slaat.
Tenslotte begint hij kou op de borst te vatten, met dyspneu, hevige, schokkende hoest, kokhalzen, braakneigingen, braken en het hevigste lijden.
Overvloedige, dikke, geelgroene, bloederige expectoratie, die zoetig smaakt ( Phos .). Kokhalzen bij het hoesten is duidelijk; dik, wit, geel of groen taai slijm. Kan niet lopen, kan niets doen zonder te hoesten.
Altijd moe; werken kost inspanning. Wordt 's morgens wakker met de borst vol slijm, hoest en expectoreert, en toch blijft er nog iets achter; hij kokhalst, braakt en geeft over, en het trekt in draden uit de mond, smakend zoetig , soms zout of zuur.
Stem: Deze grote zwakte openbaart zich in de stem; heesheid, stemverlies; de stembanden reageren niet; een paralytische zwakte. Praten doet hem zwak voelen, vooral in de borst.
"Heesheid, zwakte, leegtegevoel in de borst bij het beginnen te zingen, zodat zij voortdurend genoodzaakt was te stoppen en diep adem te halen; soms deden enkele uitdrijvende hoeststoten de heesheid enkele minuten verdwijnen.
Rauw gevoel in het strottenhoofd."
Rauw gevoel in de luchtpijp en schrijnen helemaal naar beneden bij het hoesten. Prikkeling tot hoesten, alsof er slijm in de luchtpijp zit; of bij het ademhalen, met hoest, los of droog, meer gevoeld bij voorovergebogen zitten dan bij lopen.
"Opeenhoping van grote hoeveelheden slijm in de luchtpijp, gemakkelijk opgehoest.
Belemmerde ademhaling bij het omhooggaan, door de geringste beweging bij liggen, 's avonds, door hoesten."
"Hoest in vermoeiende aanvallen; epigastrische streek pijnlijk alsof geslagen; hevig, schokkend, diep, kort, van tijd tot tijd, als vanuit een verzwakte borst, met een hees, zwak geluid.
Hoest veroorzaakt door praten, zingen, lachen, op de zijde liggen en door het drinken van iets warms."
"Sputa als eiwit; gele, groene etter; overdag zoetig, verrot, zuur of zoutachtig.
Borst zo zwak dat hij niet kan spreken; leeg gevoel in de borst,"
Dit middel is vaak geïndiceerd in gevallen waarin de routinist Bry ., enz. in lage potenties zou voorschrijven om de hoest losser te maken. Stannum is in phthisis niet gevaarlijk en zal het geval verlichten als het ongeneeslijk is.
Het zal niet de gehele huishouding prikkelen zoals Silica, maar er kan een verergering van de zenuwsymptomen optreden; als er nog iets is om op voort te bouwen, zal het de patiënt doen opveren. Als het zijn oude neuralgische pijnen terugbrengt, en u weet dat hij niet lang meer te leven heeft en veel lijkt te lijden, dan is Puls. het natuurlijke antidotum.
Wanneer een losse, gemakkelijke hoest onder Stannum verandert in een hevige, droge, schokkende hoest en de neiging heeft aanhoudend te worden, zal Puls. de losse hoest herstellen. Dit is geen gunstige werking van het middel; in ongeneeslijke gevallen krijgt men de beste resultaten door niet te hoog te gaan.
Vrouwen: Nog een ander kenmerk ziet men bij vrouwen.
Als u ooit een geval ontmoet van een vrouw die aan hevige neuralgie heeft geleden en zij zegt dat zij sinds het verdwijnen van deze pijnen een overvloedige, dikke, gele, groene leucorroe heeft, denk dan aan Stannum. Er is grote zwakte, die uit de borst lijkt voort te komen. De leucorroe heeft haar voor longtering behoed.
Menstruatie te vroeg en te overvloedig; drukkend gevoel naar beneden in de baarmoederstreek; prolapsus uteri en vaginae.
Paralytische symptomen; schrijverskramp; vrouwen kunnen de bezem niet loslaten ( Dros . geneest de meeste gevallen).
"Constipatie; ontlasting hard, droog, knobbelig of onvoldoende en groen."
Inactief rectum, d.w.z. een paralytische toestand; hoewel er veel aandrang is, kan men geen ontlasting lozen, die soms zacht is. Koliek beter door druk, door op de buik te liggen ( Coloc., Cupr .); erger door beweging; beter door dubbel te buigen.
"Zeer uitgeput door praten of hardop lezen.
Grote matheid na lopen; vermoeidheid van het gehele lichaam, vooral bij het traplopen; sterk gevoel van zwakte in strottenhoofd en borst, vandaaruit trillen door het hele lichaam; erger door langzame inspanning."