Secale Cornutum
van Constantine Hering — De leidende symptomen van onze Materia Medica
Suf, halfslaperige toestand.
Verminderd denkvermogen.
Delier : rustig ; ijlend.
Manie : met neiging te bijten ; met neiging zich te verdrinken.
Gevoel van onbehagen en neerslachtigheid.
Vrees voor de dood.
Angst, droefheid, melancholie.
Grote zielsangst ; wild van angst.
Apathie, onverschilligheid.
Voortdurend kreunen en vrees voor de dood.
Grote angst en moeilijke ademhaling.
Overmatige droefheid, gaat geleidelijk over in opgewektheid ; spreekt en gedraagt zich dwaas ; razernij, gevolgd door voortdurende diepe slaap.
Paralytische mentale ziekten ; behandelt zijn verwanten minachtend en sarcastisch ; wartaal en hallucinaties ; apathie en volledig verdwijnen van de zintuigen.
Lacht, klapt met haar handen boven haar hoofd, lijkt buiten zichzelf. θ Na miskraam.
SENSORIUM [2]
Bewusteloosheid, met diepe slaap, voorafgegaan door tintelingen in hoofd en ledematen.
Vermindering en verlies van de zintuigen, van het gezichtsvermogen, het gehoor enz.
Alle zintuigen verdoofd.
Het bewustzijn lijkt aan te houden tot de laatste ademtocht, en vlak voor de dood lijkt het alsof de patiënt zou verbeteren.
Versuftheid ; stupor.
Duizeligheid : voortdurend toenemend ; met versuftheid en een zwaar gevoel in het hoofd ; wankelen, onvermogen om rechtop te staan ; eigenaardig gevoel van lichtheid in het hoofd, vooral in het achterhoofd ; alsof door intoxicatie ; onzekere gang.
Zwaar gevoel in het hoofd en tintelingen in de benen.
Gevoel van intoxicatie tijdens het uitkleden.
HOOFD, INWENDIG [3]
Pulsaties in het hoofd met duizeligheid, zij kan niet lopen.
Pijn en verwardheid het meest in het achterhoofd.
Bloedstuwing naar hoofd en borst.
Hoofdpijn; hemicranie aan de linkerzijde.
Hoofd, uitwendig [4]
Het haar valt uit.
Draaien van het hoofd heen en weer.
Pijnlijke hoofdhuid.
ZICHT EN OGEN [5]
Lichtschuwheid.
Verduisterd zien; nevel voor de ogen. θ Cataract.
Dubbel- of drievoudig zien.
Blauwe en vurige puntjes die voor de ogen vliegen.
Pijn in de ogen met het gevoel alsof zij krampachtig werden rondgedraaid.
Stekende pijn in de ogen; druk op de oogbollen.
Na een epidemie van de roggeziekte trad bij jonge mensen een ongewoon groot aantal cataracten op; drieentwintig van hen werden geleidelijk blind (vijftien mannen en acht vrouwen), geassocieerd met hoofdpijn, duizeligheid en geruis in de oren; van de cataracten waren er twee hard, twaalf zacht en negen gemengd.
Cataracta senilis.
Verettering van het hoornvlies; < door warme toepassingen.
Retinitis diabetica.
Verwijding van de pupillen.
Onderdrukte traansecretie.
Conjunctivale injectie.
Ogen ingevallen, omgeven door een blauwe rand.
Verlamming van de bovenste oogleden door kolengas.
Onbeweeglijkheid van de oogleden na gelaatsroos.
De ogen lijken star, wild en glazig; starende blik.
Pustuleuze conjunctivitis en blefaritis.
Exoftalmus met struma.
(OBS :) Exoftalmische struma.
GEHOOR EN OREN [6]
Overmatige gevoeligheid van het gehoor; zelfs het geringste geluid weergalmde in haar hoofd en deed haar huiveren.
Verward gehoor; doofheid. θ Na chorea.
Zingen in de oren en verminderd gehoor.
Gezoem en bruisen in de oren, met incidentele doofheid.
REUK EN NEUS [7]
Niezen.
De neus voelt verstopt aan, toch loopt er een waterige afscheiding uit.
Neus links verstopt, alsof er een stevige prop in zit.
Neusbloeding : bloed donker, loopt voortdurend, met grote uitputting, kleine, draadvormige pols ; bij oude mensen of dronkaards ; bij jonge vrouwen ; door zwakte.
Bovenste gelaatshelft [8]
Gezicht: scherp getekend, bleek, aardkleurig uitziend; ingevallen, hippocratisch, askleurig; gezwollen; samengetrokken, verkleurd, met ingevallen ogen, blauwe kringen rond de ogen; risus sardonicus; vertrokken; vaal, angstig.
Tintelingen in het gezicht.
Musculaire trekkingen beginnen gewoonlijk in het gezicht en verspreiden zich dan over het hele lichaam, soms toenemend tot dansen en springen.
Krampachtige vertrekking van mond en lippen.
Voorhoofd heet.
ONDERSTE DEEL VAN HET GEZICHT [9]
Kaakklem.
Lippen doodsbleek of blauwachtig.
TANDEN EN TANDVLEES [10]
Loszitten van de tanden.
Tandenknarsen.
Bloedingen uit het tandvlees.
Moeizame tanddoorbraak ; grote zwakte ; braken van alles wat wordt ingenomen ; grote dorst ; bleek gezicht ; ogen dof, ingevallen ; droge hitte, met snelle pols ; onrust en slapeloosheid.
SMAAK, SPRAAK, TONG [11]
Tong : dik beslagen met een geelachtig witte, droge, taaie substantie ; verkleurd, bruin of zwartachtig ; doodsbleek ; koud en livide ; schoon, met droge, rode punt ; rode punt en randen, het midden beslagen.
Lichte maar onaangename warmte op de tong, overdag.
Spasme van de tong, waardoor deze uit de mond wordt gestoken, tussen de tanden wordt gedrongen en de spraak onduidelijk wordt.
Zwakke, stotterende, onduidelijke spraak, alsof de tong verlamd was.
MONDHOLTE [12]
Bloederig of geliggroen schuim aan de mond.
Vermeerderde afscheiding van speeksel; ptyalisme.
Veel zuur vocht in de mond.
Bloedspuwen.
Foetide adem.
Spreken moeilijk, langzaam en zwak, met bij elke beweging het gevoel alsof er enige weerstand overwonnen moest worden.
Droogheid van de mond.
GEHEMELTE EN KEEL [13]
Droogheid van het zachte gehemelte, de keel en de slokdarm, met dorst.
Brandend gevoel in de keel met hevige dorst.
Pijnlijke tinteling in de keel en op de tong.
Keel pijnlijk aan de linkerzijde, uitstralend naar het oor.
Folliculaire faryngitis ; bij het keelschrapen worden kleine folliculaire exsudaten opgegeven.
Difterie : krachtsverlies ; snel verlies van gevoel ; gevoelloosheid van de extremiteiten ; pijnlijke tinteling en een kruipend gevoel op de tong ; droge gangreen ; apathie ; verwijde pupillen ; brandende pijnen in de aangedane delen ; stotterende spraak ; volledig ontbreken van iedere reactie.
Ernstig verlamd, zowel bij het slikken als bij het spreken ; kon nauwelijks voedsel tot zich nemen zonder groot gevaar van verslikken ; de spraak was nog slechts een fluistering ; kon warmte noch toedekking verdragen en wierp alle toedekking van zich af. θ Postdifterische verlamming.
APPETIJT, DORST. VERLANGEN, AFKEER [14]
Verslindende, onverzadigbare appetijt, zelfs wanneer men stervende is door uitputtende ontlastingen uit de darmen.
Honger als na langdurig vasten.
Afkeer van voedsel, vooral van vlees en vette spijzen.
Dorst: gedurende alle stadia van de koorts; onlesbaar; naar zure dingen.
Grote dorst en droogheid van mond en keel, met brandend gevoel en tintelingen van de tong.
Verlangen naar: zure dingen; limonade.
HIK, OPRISPINGEN, MISSELIJKHEID EN BRAKEN [16]
Oprispingen met onaangename smaak ; zuur, smaakloos, maar met subjectieve, onaangename, empyreumatische geur ; leeg.
Misselijkheid : neiging tot braken ; pijnlijke kokhalzingen ; voortdurend, < na het eten.
Overmatige misselijkheid en zwakte, met zeer weinig braken van een donkerbruine, koffiedikachtige vloeistof.
Braken : van voedsel ; van gal ; van slijm ; van groene, kwalijk riekende, waterachtige vloeistof, pijnloos en zonder inspanning, met grote zwakte ; onmiddellijk na het eten ; van spoelwormen ; van bloed ; zwart braaksel.
Bloedbraken, patiënt ligt stil ; grote zwakte maar geen pijn ; abdomen zacht.
MAAGKUIL EN MAAG [17]
Drukgevoeligheid van het epigastrium.
Angst en druk in de maagkuil, met grote gevoeligheid voor aanraking.
Ernstige angst en brandend gevoel in de maagkuil.
Pijn in de maagkuil.
Hevige druk in de maag, alsof er een zwaar gewicht op lag.
Warmte en gevoel van volheid.
Brandend gevoel in de maag.
Pijnlijke insnoering van het epigastrium.
Grote benauwdheid en beklemming in de maagstreek.
Gallig braken, met krampachtige pijnen in de maag ; brandend gevoel in de maag, zich uitstrekkend omhoog langs de slokdarm ; hoofd op de borst gezonken, gezicht bleek, gelig, stem zwak, pols klein. θ Cardialgie.
Aanvallen van ernstige druk en insnoering in de maagstreek, doorlopend tot in de wervelkolom, uiterst pijnlijk en een half uur later gevolgd door braken van smakeloze vloeistof of van de maaginhoud, waarna een onderbreking van verscheidene uren optrad ; tijdens de aanval voelde de maagstreek alsof zij samengetrokken was, en gaf bij percussie een tympanitische toon ; heeft dagelijks drie tot vier aanvallen.
Bloeding uit de maag ; ligt stil met grote zwakte maar zonder pijn ; gezicht, lippen, tong en handen doodsbleek ; huid bedekt met koud zweet, pols frequent, draadvormig ; benauwdheid ; abdomen zacht, zonder pijn. θ Hematemesis.
Hematemesis ; aanvallen voorafgegaan door pijn in het epigastrium en misselijkheid, waarbij de pijn naar de linkerzijde trekt wanneer druk op het epigastrium wordt uitgeoefend ; duidelijke uitpuiling in het linker hypochondrium, met pijn ; het bloed rood, nooit voedseldeeltjes bevattend, en wanneer het in een kom wordt opgevangen lijkt het meer op bloederig serum dan op zuiver bloed en heeft het een stinkende geur, de gebraakte hoeveelheid niet zeer groot ; frequente rillerigheid 's nachts, gevolgd door overvloedig zweten ; de kracht niet sterk aangetast ; eetlust en slaap goed.
HYPOCHONDRIËN [18]
Vergroting van de lever.
Acute pijn in de leverstreek.
Ontsteking en gangreen van de lever; acute pijnen in de leverstreek; tong dik beslagen met een bruine, kleverige substantie, branden in de keel, onlesbare dorst; grote zwakte, maar geen pijn; ledematen koud en bedekt met koud zweet.
Branden in de milt; trombose van abdominale vaten.
ABDOMEN EN LENDEN [19]
Opzetting van het abdomen; tympanitis; meteorisme.
Winderigheid met gerommel.
Pijnlijke gevoeligheid en gerommel, met aanhoudende misselijkheid en verwardheid in het hoofd.
Neiging tot koliek, diarree en opgeblazenheid van het abdomen.
Pijn in de onderbuik, verhinderend rechtop te staan, hem zelfs dwingend dubbelgebogen in bed te liggen.
Koliek met convulsies.
Pijn in het abdomen met een brandend gevoel in de maag.
Pijnen in de hypogastrische streek.
Pijn in de lendenen als van valse weeën.
Voortdurend neerwaarts drukkend gevoel in de onderbuik.
Brandend gevoel in het abdomen.
Koud gevoel in abdomen en rug.
Sterke pulsatie in de navelstreek.
Knobbels en kwaddels in het abdomen; bij aandoeningen van de baarmoeder.
Aneurysma van de mesenteriale slagader, bij vrouwen.
ONTLASTING EN RECTUM [20]
Diarree : zeer uitputtend ; pernicieus ; zeer kwalijk riekend ; onwillekeurig, overvloedig, waterachtig, verrot, bruin ; met grote kracht uitgedreven ; zeer uitputtend ; urine onderdrukt ; pijnlijk met grote prostratie ; pijnloos met tintelingen en gevoelloosheid in ledematen ; verrot, foetide, colliquatief, patiënt wil niet toegedekt worden of in de nabijheid van warmte zijn, maar verkiest in de lucht te zijn of wenst toegewuifd te worden ; plotselinge aanvallen ; bij kinderen, witachtige, waterachtige ontlastingen ; chronisch bij overvoede kinderen, grote prostratie ; gedurende augustus ; grote ontlastingen onverteerd, of waterachtig, soms gelig, ook groenachtig, met krachtige uitdrijving, gepaard gaand met lozing van winden ; paralytische zwakte van de sluitspier van de anus met onwillekeurige ontlastingen.
Ontlasting : gelig ; groenachtig ; bruinachtig ; waterachtig en vlokkig ; kleurloos, waterachtig ; overvloedig ; frequent ; verrot ; gutsend ; onwillekeurig ; waterachtig, slijmerig ; dun, olijfgroen ; kwalijk riekend, waterachtig ; foetide, donker gekleurd ; dun, onwillekeurig ; waterachtig, gelig of groenachtig, snel en met grote kracht, zelfs onwillekeurig, uitgedreven ; pijnloos, zonder inspanning en met grote zwakte.
Voor de ontlasting : snijdende pijn en gerommel in het abdomen.
Tijdens de ontlasting : snijdende pijn ; grote uitputting ; koude.
Na de ontlasting : uitputting.
Vijf tot tien minuten na het innemen van de geringste hoeveelheid voedsel, hevige koliek waardoor zij dubbelgebogen werd en uitschreeuwde ; de pijn begint tussen de maagstreek en de navel, breidt zich vandaar uit naar de zijden en de rest van het abdomen en omlaag naar de sacrale streek, gepaard gaand met hevige aandrang en tenesmus, gevolgd door een dunne, slijmerige, gelige ontlasting met enige verlichting van de pijn ; vier tot vijf van zulke aanvallen volgen elkaar op, daarna verlichting tot zij weer eet ; vier tot vijf evacuaties gedurende de nacht ; zij vergelijkt de pijnen met weeënpijnen ; grote dorst ; dikke slijmige beslaglaag op de tong ; slaap verstoord ; prostratie. θ Diarree.
Onaangename volheid van het abdomen, met voorbijgaande knijpende pijnen in de bovenbuik als door winderigheid ; 's nachts hevige snijdende pijnen door het gehele abdomen ; onrustig angstig woelen, met korte niet-verkwikkende dutjes ; gedurende de nacht anus stevig gesloten, "alsof op slot" ; 's morgens frequente korte waterachtige evacuaties, in gutsen, voorafgegaan door snijdende pijnen in het abdomen.
Ontlasting geelwit, slijmerig, onverteerd, ontsnapt onwillekeurig, < bij het aanbreken van de dag. θ Diarree.
Eindeloze diarree in de zomer, die aan alles weerstand biedt, vooral bij scrofuleuze kinderen ; verrot, foetide en colliquatief ; cholera-achtige symptomen, met koude, klamme transpiratie ; inzinkingen om 3 uur 's morgens (niet de onrustige zielsangst van Arsenicum).
Colliquatieve diarree.
Cholerine met meer kokhalzen dan braken.
Cholera infantum ; overvloedige onverteerde ontlastingen, waterachtig en zeer kwalijk riekend, met horten en stoten geloosd en gevolgd door intense prostratie ; bleek gezicht, ingevallen ogen, droge hitte, snelle pols, onrust en slapeloosheid ; grote afkeer van warmte en van toegedekt zijn. θ Cholera infantum.
Duizeligheid, krampen of trekkende pijn in de kuiten, gerommel in het abdomen, misselijkheid, ontlastingen in snelle opeenvolging, bruinachtig of kleurloos, snelle prostratie, koude van de ledematen, tong slechts licht beslagen.
Overvloedige, uitputtende evacuaties, hevige pijnlijke krampen in voeten, tenen, handen en vingers die uit elkaar gespreid zijn of naar de rug van de handen uitgestrekt ; krampende druk in de maag ; droge, gerimpelde, koude huid ; cyanotische kleur. θ Cholera.
Cholera infantum ; cholera morbus ; cholera Asiatica.
Patiënt koud, bijna polsloos, met krampachtige spiertrekkingen in verschillende lichaamsdelen ; spreidt de vingers uiteen ; ogen ingevallen, gelaatstrekken samengeknepen ; veel krampachtig kokhalzen hoewel niet veel braken ; huid ruw, verschrompeld, droog, alsof er geen vocht meer in het systeem over was ; urine onderdrukt ; tinteling of mierenkruipen over het gehele lichaam ; ontlasting overvloedig, waterachtig, met grote heftigheid uitgeworpen ; is koud maar kan niet verdragen toegedekt te worden. θ Cholera.
Afkeer van warmte of van toegedekt zijn, met ijzige koude van de extremiteiten. θ Cholera.
Diarree na cholera.
Cholera Asiatica, met collaps, ingevallen, verwrongen gezicht, vooral mond ; kruipend gevoel alsof van mieren.
Verlamming van het rectum ; anus wijd open.
Bloeding uit de darmen.
Obstipatie.
URINEWEGEN [21]
Urineretentie ; urine bleek of bloederig ; afscheiding van dik zwart bloed uit de nieren ; verduistering van het gezichtsvermogen. θ Scarlatina.
Diabetes ; grote algemene matheid ; zwaar gevoel in de ledematen ; krachtsverlies ; vermagering ; gangreen ; huid droog en verschrompeld ; furunkels ; petechiën ; koorts, met onlessbare dorst ; verminderd vermogen van de zintuigen ; droogheid van de mond ; ziekelijk grote eetlust ; cardialgie ; verstopping ; diarree ; waterachtige urine ; vermeerderde hoeveelheid urine.
Hæmaturie bij een jongen die leed aan ettering van de klieren van de nek na roodvonk ; urine ook zeer albumineus ; anasarca ; grote dorst.
Passieve bloeding ; bloed dun ; bloedlichaampjes ontbreken ten gevolge van oplossing ; of pijnloze afscheiding van dik zwart bloed ten gevolge van nierziekte ; koude van het lichaam ; koud zweet op het voorhoofd ; grote zwakte. θ Hæmaturie.
Urine onderdrukt ; bij het inbrengen van de katheter kwam een gil donkere, pruimkleurige urine af, die vol gruisachtig bezinksel scheen te zijn en een zeer onaangename geur verspreidde.
Vruchteloze aandrang om te urineren.
Ischuria paralytica.
Verlamming van de urineblaas.
Enuresis : bij oude mensen ; bleke, waterige of bloederige urine.
Urinebezinksel dat eruitziet als witte kaas.
Bloederige, albumineuze urine.
Afscheiding van dik zwart bloed uit de urineblaas ; nieraandoeningen.
Mannelijke geslachtsorganen [22]
Na lichtheid in het achterhoofd, hevig trekkend gevoel in de zaadstreng, waardoor het voelt alsof de teelbal naar de liesring wordt opgetrokken.
Na seksuele excessen hartkloppingen.
Geheugenzwakte na uitputtende geslachtsgemeenschap ; impotentie.
Clonisch-krampachtige strictuur van de urethra.
VROUWELIJKE GESLACHTSORGANEN [23]
Baarmoeder en rechter eierstok sterk gestuwd, zeer gevoelig voor aanraking.
Pijn in eierstokken en baarmoeder.
Pijnen van een uitdrijvend karakter in de baarmoeder.
Aanhoudende neerdrukkende en persende pijn in de baarmoeder; tengere, uitgemergelde personen.
Brandende pijnen in sterk uitgezette baarmoeder, die hard aanvoelde en pijnlijk was bij aanraking.
Verrotting van de baarmoeder; abdomen opgezet, niet erg pijnlijk; afscheiding uit de vagina, bruinachtig, stinkend; zweren op de uitwendige geslachtsdelen verkleurd en zich snel uitbreidend; brandend hete koorts, onderbroken door rillingen met beven; kleine, soms intermitterende pols; grote zielsangst, pijn in de maagkuil, braken van ontlede stoffen; stinkende diarree; onderdrukte urineafscheiding; huid bedekt met petechiën en miliaire erupties of vertoont verkleurde, ontstoken plekken, met neiging tot gangreen; de patiënte ligt óf in stil delier óf wordt woest, met grote angst en een voortdurende drang om uit bed te komen. θ Metritis.
Metritis; neiging tot verrotting; ontsteking veroorzaakt door onderdrukking van lochiën of menses; afscheiding van dun zwart bloed, een soort sanies, met tintelingen in de benen en grote zwakte. θ Metritis.
Kanker en gangreen van de baarmoeder.
Baarmoederzweren voelen alsof zij verbrand zijn, afscheiding van verrot, bloederig vocht.
De baarmoeder, die tevoren in normale toestand was geweest, zakte af zodat zij bijna naar buiten trad, was heet en pijnlijk; de baarmoedermond open tot de grootte van een middelvinger; overmatige drang om te urineren; weeënachtige pijnen alleen verlicht door natte omslagen of druk op het abdomen; duurde drie dagen, geen miskraam hoewel de baarmoedermond gedurende die periode open bleef; daarna steeg de baarmoeder geleidelijk weer op, de pijnen verminderden, en na vijf of zes dagen vernauwde de baarmoedermond; zwangerschap zette zich voort tot de achtste maand, toen zij een miskraam kreeg.
Baarmoeder ongeveer een duim boven de labia inferiora, het membraan eromheen voelde hard aan, terwijl de rest van het slijmvlies van de vagina zeer slap was en zich onderaan in een plooi verzamelde.
Gedeeltelijke prolaps van de baarmoeder gedurende acht maanden na een verlostangbevalling; dysurie; zwaar gevoel boven het schaambeen alsof de inhoud van het abdomen naar voren zou vallen.
Prolaps van drie maanden duur; frequente hevige snijdende pijnen in het abdomen; incidentele misselijkheid.
Vreselijk neerdrukkend, naar buiten trekkend gevoel in de onderbuik, zodat haar leven bijna ondraaglijk is; om de vier of vijf dagen overvloedige, dikke, gele afscheiding uit de vagina; aarzeling bij het urineren; reuma. θ Hysteralgie.
Bloeding uit de baarmoeder; schijndood van het pasgeboren kind.
Onophoudelijke metrorragie.
Baarmoederbloeding: wanneer de baarmoeder gestuwd is; met pijn in het sacrum, uitstralend langs de dijen en drukkend in de onderbuik; na een zware slag op het abdomen van een zwangere vrouw; overvloedige, langdurige vloeiing; scheurende, snijdende koliek, koude extremiteiten en koud zweet, zwak, bloeding < bij de geringste beweging, bloed dun en zwart, zwart klonterig of bruine vloeistof, van walgelijke geur; zwart vloeibaar bloed.
Een vrouw, æt. 45, maakte zeven jaar geleden een normale bevalling door; kreeg ongeveer twee jaar geleden een miskraam, de bloeding hield onder allopathische behandeling vijf maanden aan, met verergering tijdens de menstruatieperiode; na zeven maanden opgehouden te zijn, begon de bloeding opnieuw, met lichte onderbrekingen van een of twee weken; overmatige anemie; ingevallen gelaatstrekken; huid koud en droog; pols klein en snel; tong zwaar beslagen; verlies van eetlust; hoofdpijn; sinds vijf dagen dagelijks tien of twaalf pijnloze stoelgangen, bestaande uit slijmerige, waterige, soms kwalijk riekende massa's; dunne, zwarte, kwalijk riekende bloederige afscheidingen.
Zwak en uiterst vermagerd, huid slap, gelaat zeer bleek en ingevallen, met een uitdrukking van lijden, slijmvliezen bleek en koel, handen en voeten missen natuurlijke warmte, hartactie versneld, ademhaling kort en benauwd, pols zeer klein, 120; abdomen opgezet; os uteri zeer wijd open, met ingekerfde en gezwollen randen, slap en week, vagina gevoelig en koel; manueel onderzoek veroorzaakte veel onrust en hevig bloeden; hevige hoofdpijn beperkt tot één plek, bonzen in de slapen, suizen in de oren, duizeligheid bij de geringste beweging; het verzwakte zenuwstelsel vertoonde buitengewone prikkelbaarheid; vele malen per dag, en vooral 's nachts, krampen in de kuiten en krampachtige schoktrekkingen van de ledematen, veroorzakend uitputting, blijft verscheidene uren in bed alsof verlamd; spijsvertering en slaap enigszins verstoord; de bloeding duurde nog steeds voort, zelfs in horizontale houding, en elevatie van het bekken veroorzaakte geen vermindering van de grote hoeveelheid zwart geworden stolsels die voortdurend afgingen, terwijl de minste beweging de afscheiding in zeer sterke mate vermeerderde. θ Chronische passieve bloeding.
Baarmoederbloeding, vloeiing passief, donker en kan stinkend zijn; tintelingen of mierenkruipen over het hele lichaam, zij houdt haar vingers gespreid en vraagt om haar ledematen te laten wrijven; uiteindelijk ligt zij bewusteloos en koud.
Metrorragie; verslapte lichaamsgesteldheid; neerslachtige, angstige geestestoestand; ongewone slaperigheid overdag; scheut dun zwart bloed bij de geringste beweging van het lichaam; algemeen gevoel van uitputting; verlaagde lichaamstemperatuur; houten, doof gevoel in de onderste ledematen.
Baarmoederbloeding; wilde niet toegedekt worden, verlangde dat de ramen open zouden staan, hoewel de kamer zeer koud was en het lichaamsoppervlak als dat van een lijk.
Pijnloze overvloedige bloeding bij zwakke, cachectische, dyscratische vrouwen, of bij zulke die lang in tropische klimaten hebben verbleven.
Sinds de laatste bevalling kwamen de menses te zelden en zeer onregelmatig, de laatste keer tamelijk overvloedig ten gevolge van ongewone inspanning; 's nachts droomde zij dat zij met een zware last de trap opging, en plotseling kwam er een bloedstolsel af en het bloed scheen naar buiten te gutsen; van schrik werd zij wakker en merkte dat zij hevig bloedde; de volgende ochtend was de kracht sterk verminderd; lippen en hele lichaam, zelfs de tong, doodsbleek; de pols was niet waarneembaar; frequente flauwtes; periodieke pijnen met uitstoting van bloedstolsels en tussen deze aanvallen voortdurend sijpelen van dun helder bloed. θ Menorragie.
Een overmatige menstruële vloeiing om de twee weken, zeven tot negen dagen aanhoudend; sinds de laatste vier weken is de vloeiing continu; zeer zwak en mager; heeft hevige pijnen in de lendenen en de baarmoederstreek; neerdrukkende pijnen alsof bij de weeën.
Menses: te overvloedig en houden te lang aan; met scheurende en snijdende koliek, koude extremiteiten, koud zweet, grote zwakte en kleine pols; of met hevige spasmen.
Menstruatiebloed: dun en zwart; zwart, klonterig of bruine vloeistof en van walgelijke geur.
Menstruatiekoliek; pijnen zo hevig dat zij vaak spasmen veroorzaken; baarmoederstreek zeer gevoelig voor aanraking; hoge koorts; pijnen > wanneer de vloeiing opkomt.
Menstruatiekoliek; bleek gelaat; koude van de ledematen; koud zweet; kleine, onderdrukte pols; scheurende, snijdende pijnen in het abdomen.
Menses onregelmatig; elke vier weken gedurende drie tot vier dagen overvloedige donkerrode bloederige afscheiding, met drukkende, weeënachtige pijnen in het abdomen; constipatie; druk in het achterhoofd; daarna aanhoudende afscheiding van waterig bloed, tot de volgende periode.
Onderdrukking van de menses met pijn.
Gangreen van het gehele vaginale slijmvlies; bij het uiteenhouden van de labia bleek dit slijmvlies donker leigrijs van kleur en verspreidde het de kenmerkende geur.
Vagina heet of koel.
Afscheiding uit de vagina bijna zwart, vloeibaar en zeer foetide
Leucorrhoe: bij tengere, uitgemergelde vrouwen, met prolapsus uteri; groen, bruin, stinkend; als room, door zwakte en veneuze stuwing.
Zweren op de uitwendige geslachtsdelen, verkleurd en zich snel uitbreidend.
ZWANGERSCHAP. BEVALLING. LACTATIE [24]
Lactatie. Stilstand in de ontwikkeling van de foetus.
Bloedverlies tijdens de zwangerschap.
Dreigende miskraam : vooral in de derde maand ; met overvloedige vloeiing van zwart, vloeibaar bloed ; valse weeën, met bloederige afscheiding ; bij zwakke, cachectische vrouwen, met een vale, angstige gelaatsuitdrukking, pols bijna niet voelbaar, doodsangst ; krampachtige bewegingen.
Uiterst hevige pijnen, bijna zonder onderbreking, zij scheen in het laatste stadium van de baring te zijn, maar bij onderzoek bleek de baarmoedermond ongeveer zo groot als een halve dollar, dik en enigszins stug.
Uiterst hevige persweeën, terwijl het os echter slechts ongeveer zo groot was als een tiencentstuk ; hysterische convulsies.
Toen zij ongeveer zeven en een halve maand zwanger was, kreeg zij weeën, met kronkelen en zonder duidelijke tussenpozen ; os tincæ open, en ongeveer zo groot als een shillingmunt ; sufheid en lichte zeurende pijn in het hoofd ; terneergeslagen.
Geneigd tot miskraam in de derde maand ; had er vijf doorgemaakt, hoewel zij zodra zij zwanger was bedrust hield ; enige weeën met bloederige afscheiding ; kon haar huishoudelijke bezigheden verrichten en droeg uit tot aan de voldragen termijn.
Na het tillen van een zware last in de zesde maand van de zwangerschap hevige pijn in maag, abdomen en onderrug en een neerdrukkend gevoel ; heftige bewegingen van de foetus ; koude voeten ; gevoelloosheid en tintelingen in de voeten ; kleine, zwakke pols.
Na abortus : moeizame samentrekking van de uterus ; dunne, zwarte, kwalijk riekende afscheiding.
Achtergebleven placenta na miskraam, vooral wanneer deze optreedt in de vroege maanden van de zwangerschap ; stinkende afscheidingen ; patiënte koud en door bloedverlies vaak bijna polsloos ; uteruscontracties zeer onvolkomen, of anders aanhoudende tonische contractie.
Tijdens de achtste maand van de zwangerschap hevige convulsies met schuim op de mond enz., gevolgd door wisselende spasmen ; bewusteloosheid en clonische spasmen, < bij iedere pijn ; bij terugkeer van het bewustzijn klaagde zij over doffe frontale en occipitale hoofdpijn en onophoudelijke pijnen in de uterus. θ Vroegtijdige baring.
Tijdens de zwangerschap : frequente en aanhoudende persende pijnen, vooral bij dunne, slecht geconstitueerde vrouwen ; krampen in de kuiten.
Pijnen van de uterus aanhoudend maar ondoeltreffend.
Een gevoel van voortdurende tonische druk in de streek van de uterus ; veroorzaakt grote onrust ; verlangt frisse lucht ; wil niet toegedekt worden.
Zandlopercontractie.
Tijdens de bevalling : aanhoudende neerdrukkende en persende weeën in de uterus ; weeën onregelmatig ; weeën te zwak ; weeën flauw, of houdend op ; alles lijkt los en open, geen werking ; flauwte-aanvallen.
De kracht van de uterus verzwakt door te vroege of verkeerd gerichte perspogingen.
Dunne, schrale vrouwen, huid verschrompeld, droog en ruw, gelig gelaat, zwak in de baring ; weeën schijnen geheel te ontbreken ; uterus slap ; neerdrukkend gevoel in de sacrale streek, een soort aanhoudende persdrang in het abdomen.
Terwijl het hoofd door de bekkenuitgang trad, werd zij plotseling aangegrepen door hevige convulsies die ongeveer drie tot vier minuten duurden, gevolgd door een stuporeuze toestand met stertoreuze ademhaling en onrustig kreunen alsof van pijn.
De baring houdt op en trekkingen of convulsies beginnen.
Kraamvrouwenconvulsies met opisthotonus.
Achtergebleven placenta, met voortdurende sterke persdrang in het abdomen, of met een slap gevoel van de delen.
Na de bevalling, bleek, zwak ; uterus uitgezet, daarin brandende pijn, hard, pijnlijk bij de minste aanraking ; afscheiding van zwart, gestold of bruin, waterachtig, kwalijk riekend bloed ; kloppende, scheurende pijnen in de dijen, zich uitstrekkend tot in de tenen ; pijn < door beweging ; sterke pulsaties in de navelstreek, die met de hand konden worden gevoeld ; radiale pols zwak en snel ; veel geeuwen.
Post-partumbloeding, met verslapping van de uterus, slechts tijdelijk verlicht door samendrukking ; naweeën overmatig, < wanneer het kind zoog.
Naweeën : te aanhoudend en te pijnlijk.
Hevige naweeën met bloeding ten gevolge van onregelmatige contracties ; alleen de longitudinale vezels trekken samen op zodanige wijze dat er in het midden een groeve ontstaat, waardoor het lijkt alsof de uterus van boven tot onder gespleten is.
Uitblijven van de lochia, met koorts ; ontsteking van de uterus, later brak een abces door via de vagina.
Lochia : donker, zeer foetide ; schaars of overvloedig ; pijnloos of gepaard gaand met aanhoudende neerdrukkende pijn ; onderdrukt, gevolgd door metritis ; veranderen plotseling van aard en worden vuilbruin of chocoladekleurig, met foetide geur ; zij wordt droevig en melancholisch en vreest de dood ; van te lange duur.
Koorts met frequente waterachtige stoelgang. θ Kraamvrouwenkoorts.
Sterke neiging tot verrotting ; afscheiding van sanieus bloed, met tintelingen in de benen en grote prostratie ; urine onderdrukt ; foetide diarree ; stem hol, bij moeilijke ademhaling, zwak en onhoorbaar ; brandende koorts, onderbroken door schuddende kouderillingen, wil niet toegedekt worden ; koude ledematen ; koud zweet over het hele lichaam ; gangreen. θ Kraamvrouwenkoorts.
Onderdrukking van de melk ; de melk vloeit niet uit de borst.
Gebrek aan melk met veel stekende pijn in de borsten.
Bij vrouwen die zeer uitgeput zijn door veneuze bloeding ; dunne, schrale vrouwen ; de borsten vullen zich niet goed met melk.
Dunne, schrale kinderen met verschrompelde huid ; krampachtige trekkingen, plotselinge kreten, koortsigheid. θ Cyanose.
Afhangend abdomen.
STEM EN STROTTEHOOFD. LUCHTPIJP EN BRONCHIËN [25]
Stem : hol, hees, met moeilijke ademhaling ; zwak en onhoorbaar ; zwak, onverstaanbaar, stamelend.
Verdikking van het slijmvlies van de luchtwegen.
ADEMHALING [26]
Ademhaling : langzaam ; moeizaam en angstig ; benauwd ; kreunend ; voortdurend zuchten ; hik.
Er wordt soms bloed opgehoest tijdens hevige inspanningen om adem te halen.
HOEST [27]
Harde, hese hoest, met slechts weinig expectoratie.
Schokkende hoest; overvloedige transpiratie; slapeloze nachten; neiging tot koliek; diarree; opgeblazenheid van het abdomen; emfyseem. θ Bronchitis.
Bloedspuwen, met of zonder hoest.
BORST, INWENDIG, EN LONGEN [28]
Kramp in de borst.
Pijn over bijna het gehele voorste deel van de borst, < door hoesten en beweging.
Opgeven van donker, schuimig, tamelijk viskeus bloed, opgehoest bij een lichte hoest en in vier uur oplopend tot een theekop vol; een plek zo groot als een kroonstuk aan de rechterzijde van de borst, rechts van de tepel, dof bij percussie, met bronchiaal ademgeruis en slijmreutel over dat gebied.
HART, POLS EN BLOEDSOMLOOP [29]
Hartkloppingen; heet voorhoofd; neiging tot slapen; krampachtige schokken vanuit de rechter borsthelft naar de rechterarm en het rechterbeen; in aanvallen om de twee of drie uur; vaker 's nachts, na elke maaltijd; minder in de open lucht; koudheid en gevoelloosheid van de rechterhand, met tintelingen in de vierde en vijfde vingers; verlies van spierkracht en gevoel in de hand; na seksuele excessen.
Hartkloppingen: met een kleine, vaak intermitterende pols.
Pols: vaak onveranderd, zelfs tijdens hevige aanvallen; doorgaans langzaam en klein, soms intermitterend of onderdrukt; tijdens hitte enigszins versneld, klein; leeg, zwak; draadvormig, bij bloedingen.
NEK EN RUG [31]
Gezwellen in de nek, met afscheiding van gele etter.
Zacht, kruipend gevoel in de rug, alsof er een zachte lucht doorheen blies.
Tinteling in de rug, zich uitstrekkend tot in vingers en tenen.
Pijn in de lendenstreek.
Steek in de rug.
Plotseling "schot" of "knak" in de rug. θ Lumbago.
Pijn in het sacrum met een neerdrukkend gevoel, alsof de delen naar buiten geperst zouden worden, < bij bewegen.
Harde, hese hoest, met slechts weinig opgeven ; pijn bijna overal aan de voorzijde van de borst, < door hoesten en beweging ; sinds verscheidene jaren drukgevoeligheid van de doornuitsteeksels van de onderste hals- en bovenste borstwervels, met stijfheid van de nek ; < door iedere inspanning of belasting van de wervelkolom ; druk op het zieke deel van de wervelkolom veroorzaakt daar pijn, evenals door de hele borst heen, met hoestprikkel. θ Spinale irritatie.
Steken in de bovenste borstwervels (tussen de schouders), voortdurend bij zitten, met tussenpozen bij staan, zich soms tot in de handen uitbreidend, < door druk op de wervels ; veelvuldig mierenkruipen door alle ledematen ; soms verstijving en krampachtige strekking van de vingers, zodat hij verscheidene minuten niet kan naaien ; veelvuldige druk en zwelling onder het epigastrium ; rugpijn < bij naaien.
Hevige pijn in de rug, vooral in de sacrale streek ; anesthesie en verlamming van de ledematen, krampachtige rukken en schokken in de verlamde ledematen ; pijnlijke samentrekking van de buigspieren ; verlamming van urineblaas en endeldarm. θ Myelitis.
Myelitis diffusa.
Paraplegie, voorafgegaan door krampen en spierpijnen.
Moeizame, waggelende gang ; volledig onvermogen om te lopen, niet uit gebrek aan kracht maar wegens een eigenaardige ongeschiktheid om lichte bewegingen met ledematen en handen uit te voeren ; samentrekkingen van de onderste ledematen waardoor de patiënt wankelt ; beven van de ledematen, soms gepaard gaand met pijn ; mierenkruipen in handen en voeten ; overmatig hittegevoel, met afkeer van warmte of toegedekt zijn. θ Tabes dorsalis.
Aandoening van de wervelkolom met gressus vaccinus.
BOVENSTE LEDEMATEN [32]
Armen slapen in.
Ruwe uitslag over de hele arm.
Krampachtige rukken van de hand, met buiging van de hand in de pols of van de onderarm.
Gevoelloosheid en ongevoeligheid van handen en armen. θ Spinale aandoening.
Branden in de handen.
Handen doodsbleek.
Koude en gevoelloosheid van de rechterhand, met tintelingen van ringvinger en pink.
Verlies van gevoel aan de rugzijde van de vingers.
Verlies van musculaire kracht en van gevoel in de hand.
Vingers krampachtig naar de handpalm toe getrokken, waarbij de duim wordt omvat.
Samentrekking van de vingers.
Vingers naar achteren gebogen of krampachtig geabduceerd.
Linkerduim krampachtig naar de handrug toe getrokken, gevolgd enkele minuten later door kramp en buiging van de overige vingers naar het palmaire vlak; handen voelen gevoelloos aan, als fluweel; de volgende dag werden beide handen aangedaan en na verscheidene dagen voelde zij tintelingen en steken in de benen, gevolgd door een zwaar gevoel daarin, > na lopen, gewoonlijk optredend tijdens het zitten, terwijl de krampen in de handen altijd verschijnen na gebruik ervan.
Verlies van gevoel in de vingertoppen.
Gevoelloosheid van de vingertoppen.
Kriebelend gevoel in de vingertoppen alsof er iets levends onder de huid kroop of alsof de vingers sliepen, zoals door druk op de arm.
Eigenaardig prikkelend gevoel in de vingertoppen; zij zijn gevoelig voor koude.
Pijnlijke zwelling van de vingers.
Hevige pijn in de vingertoppen.
Gangreen van de vingers; seniel gangreen.
ONDERSTE LEDEMATEN [33]
Bonzende, scheurende pijn in beide dijen, verergerd door beweging.
Benen zwaar en vermoeid.
Tintelingen in de benen.
Kruipend gevoel in de anterieure femorale en posterieure tibiale regio's.
Sloffende gang alsof de voeten werden voortgesleept.
Reumatische pijnen in de gewrichten.
Krampen in de kuiten en voetzolen, die 's nachts de slaap verstoren en het lopen bij zwangere vrouwen belemmeren.
Na een aanval van cholera krampen in de kuiten en een gevoel van gevoelloosheid en mierenkruipen in de tenen.
Kramp in de kuiten.
Branden in de voeten.
De voeten voelen alsof ze slapen en stijf zijn.
Tenen van de rechtervoet krampachtig omhooggetrokken, overdag voortdurend en 's nachts af en toe, waardoor een eigenaardige manke gang ontstaat ; deze kramp ging niet gepaard met pijn, maar met een zeer hinderlijke sensatie die lopen, vooral trap op en af gaan, zeer moeilijk maakte ; de pezen die over de voetrug naar de tenen lopen, waren gespannen als draden en de overeenkomstige spieren van het been groter en harder dan normaal ; nu en dan een licht gevoel van koude in de rug en ook een eigenaardig gonzen (mierenkruipen) in de wervelkolom.
Zwelling van de voeten met zwarte vlekken.
Beginnend seniel gangreen ; zwelling en livide verkleuring van de rechtervoet, zich uitstrekkend tot de enkelknobbels ; voet koud ; hevige onbeschrijfelijke pijnen.
Seniel gangreen begon in de grote teen van de rechtervoet en breidde zich langzaam uit ; de voet was livide en gezwollen ; alle symptomen wezen op volledig verlies van de voet.
Droog gangreen van de voet met voortdurende hevige, brandend scheurende pijnen.
Hevige pijnen in voetzool en tenen ; zwarte vlek op de voetzoolzijde van de hiel ; tenen livide, blauw, koud ; brandende pijnen ; voet gezwollen ; lopen onmogelijk. θ Seniel gangreen.
Overvloedige, stinkende en invretende transpiratie van de voeten, waardoor de voetzolen verweken en verbleken en kousen en schoenen snel worden vernield ; reeds twee maanden bestaand bij een meisje van achttien jaar.
Tintelingen in de tenen.
Gangreen van de tenen.
LEDEMATEN IN HET ALGEMEEN [34]
Matheid, zwakte, zwaar gevoel en beven van de ledematen.
Ledematen koud, bedekt met koud zweet.
Mierenkruipen; prikken; tintelingen; gevoelloosheid; ongevoeligheid van de ledematen.
Krampachtige pijnen; trekkende pijn en kruipend gevoel in de ledematen.
Branden in handen en voeten.
Wazig gevoel in de ledematen.
Krampen in handen en tenen.
Pijnlijke schoktrekkingen in de ledematen 's nachts.
Zeer hevige krampige bewegingen van de ledematen treden verscheidene malen per dag op; in de tussenpozen zijn de vingers gevoelloos en vaak samengetrokken.
Plotselinge periodieke samentrekkingen van de ledematen, met spannende pijn.
Samentrekkingen van handen, voeten, vingers en tenen.
Gangreen van de ledematen; de ledematen werden plotseling koud, loodkleurig en verloren alle gewaarwording.
Paraplegie.
Inwendige pijn zeer < door warmte, zowel van het bed als van de atmosfeer; enigszins > bij blootstelling aan een koelere atmosfeer, hoewel zij zelfs dan nauwelijks te verdragen was; de pijn strekte zich geleidelijk uit van de tenen naar de benen en dijen, en van de vingers naar de armen en schouders; gangreen trad op.
Niet de geringste pijn in het gangreneuze ledemaat bij prikken of snijden, hoewel de beweging vaak niet volledig verloren is.
Volledige ongevoeligheid van de toppen van vingers en tenen.
Koud gangreen van de ledematen.
Echt miltvuur, snel in gangreen overgaand.
Handen en voeten gezwollen, met een gangreneuze zwarte en etterende eruptie.
Pijn met enige zwelling zonder ontsteking, gevolgd door koude, blauwe verkleuring, koud gangreen en afsterven van het ledemaat.
De ledematen worden koud, bleek en gerimpeld alsof zij lange tijd in heet water hadden gelegen.
RUST. HOUDING. BEWEGING [35]
Moet in bed dubbelgebogen liggen: pijn in de buik.
Zitten: steken in de wervels, voortdurend; kan niet voor- of achterover buigen zonder zijn evenwicht te verliezen.
Houdt de handen met de vingers wijd uitgespreid.
Staan: steken in de wervels, met tussenpozen.
Onvermogen om rechtop te staan: duizeligheid.
Bij elke inspanning: drukgevoeligheid van het halswerveluitsteeksel <.
Beweging: bloeding <; duizeligheid; na de bevalling pijn <; pijn over de borst <; pijn in het sacrum <; scheurende pijn in de dijen <.
Lopen: zwaar gevoel in de benen >; onmogelijk ten gevolge van gangreen.
Bij elke poging om te lopen zakken de knieën onder hem weg.
Kan niet lopen: duizeligheid.
Zenuwen [36]
Hyperesthesie van de huidzenuwen, vooral van de wervelkolom.
Gevoel van pijnlijkheid in het abdomen ; vorming van grote knobbels en zwellingen in het abdomen ; rechterhand zeer zwak, vooral de vingers, zodat zij niets kon vasthouden, noch met die hand kon naaien ; wanneer zij de open hand tegen de zij legt en weer wegneemt, ontstaat een spasme van de hand, de vingers worden uit elkaar gespreid en zij kan de hand niet sluiten ; snelle afwisselingen van warmte en koude in handen en voeten ; krampen in de benen ; ijzige koude van de knieën ; beven van de rechterarm en -hand tijdens het eten, zodat zij de linker moet gebruiken ; gevoel van koude in de maag, > gedurende korte tijd door warme dranken ; habituele constipatie. θ Hysterie.
Brandend : in alle delen van het lichaam alsof er vonken van vuur op vielen.
Neuralgie, veroorzaakt door druk van uitgezette aderen op een zenuwstam.
Krampachtige spiertrekkingen.
Onregelmatige bewegingen van het hele lichaam.
Krampachtige verdraaiing van de ledematen, verlicht door ze uit te strekken.
De uitdrukking van het gelaat wisselde ieder ogenblik door een voortdurend spel van de spieren ; de ogen rolden heen en weer, de pupillen waren verwijd, de tong werd schokkend uitgestoken, het hoofd bewoog van de ene naar de andere zijde ; de armen waren voortdurend in actie met de meest uiteenlopende bewegingen ; greep voorwerpen eerder weg dan dat zij ze vastpakte, kon niets stevig vasthouden ; ook de romp was voortdurend in beweging ; urine kon niet worden opgehouden ; pols klein, zwak, snel ; het hart klopte stormachtig ; weinig appetijt ; darmen traag ; zeurende pijn in het achterhoofd ; gevoel van formicatie in de extremiteiten ; geheugen aangetast ; spraak moeilijk, gehaast ; 's nachts geen verlichting ; waggelde bijna de hele nacht door het huis. θ Chorea.
Chorea geassocieerd met menstruele onregelmatigheden.
De musculaire trekkingen beginnen gewoonlijk in het gezicht en verspreiden zich vandaar over het hele lichaam, nemen soms toe tot dansen en springen. θ Chorea.
Spasmen, met vingers uit elkaar gespreid.
Krampige schokken en opschrikken in verlamde ledematen.
Pijnlijke samentrekkingen in de buigspieren.
Tetanische spasmen, met volledig bewustzijn, gevolgd door grote uitputting.
Convulsies.
Tonische spasmen.
Epileptiforme spasmen ; epilepsie.
Beklaagt zich over grote zwakte, constipatie, zwaar gevoel in het epigastrium, formicatie in de benen en krampen ; 's nachts tijdens de slaap krijgt zij epileptiforme aanvallen waarvan zij de volgende ochtend niets weet, behalve dat zij zich zeer geprostreerd voelt en een aanhoudende zwaarheid in het hoofd heeft.
Na abortus, spasmen met volledig bewustzijn, daarna grote uitputting ; zwaarheid in het hoofd en tintelingen in de benen.
Convulsies, voor het eerst optredend na een schrik toen zij een klein meisje was, keerden na iedere bevalling terug.
Trillen van afzonderlijke spieren ; draaien van het hoofd heen en weer ; verwringingen van handen en voeten ; moeizame en angstige ademhaling. θ Spasmen.
Gevoelloosheid van de extremiteiten ; verlamming van sommige delen ; pijnlijke tinteling (als het kruipen van mieren) op de tong. θ Post-difterische verlamming.
Verlamming na spasme en apoplexie, met snelle vermagering van de aangedane delen en onwillekeurige lozingen uit darmen en blaas.
Viel plotseling op de grond, maar zonder verlies van bewustzijn ; bij iedere poging om te lopen zakten de knieën onder hem weg, vooral de rechter ; tijdens het zitten kan hij niet voor- of achteroverbuigen zonder zijn evenwicht te verliezen ; armen licht zwak, tastzin niet aangetast ; algemene sufheid ; spraak moeilijk ; neiging tot huilen ; klaagt over hoofdpijn en pijn in de lumbale streek ; slaap slecht ; urine en feces ontsnappen onwillekeurig ; gedurende verscheidene dagen geen ontlasting ; soms benauwdheid van de ademhaling. θ Verlamming.
Verlamming van de onderste extremiteiten, bij een vrouw na het climacterium ; een harde, gevoelige tumor in een van haar borsten was zich al verscheidene jaren aan het ontwikkelen, maar was in het laatste jaar of twee snel in omvang toegenomen en zeer pijnlijk geworden ; door aanhoudende toepassing gedurende verscheidene maanden van een gelige zalf werd de tumor geënuclieerd ; ongeveer een maand nadat men ophield de zalf te gebruiken, werd een eigenaardige torpor of doods gevoel in de grote tenen gevoeld, dat zich uitstrekte tot de hele voet en het enkelgewricht ; de voeten leken groot en zwaar en konden alleen worden bewogen door het hele lidmaat te bewegen ; gang schuifelend alsof de voeten al slepend werden voortgetrokken terwijl de benen werden opgetild ; lichte gevoelloosheid in de handen.
Verlamming, met snelle vermagering, met verslapping van de sfincters.
Myelitis en verweking van het ruggenmerg.
Beven ; onvastheid van het hele lichaam.
Onrust ; extreme zwakte en prostratie.
Verlies van het vermogen tot willekeurige beweging.
Collapsneigingen door diarree, om 3 uur 's nachts.
Collaps door choleroïde ziekten, enz., met koude huid, en toch niet in staat warmte te verdragen.
SLAAP [37]
Veelvuldig geeuwen.
Neiging tot slapen; slaperigheid; diepe, zware slaap, stupor.
De slaap 's nachts verstoord door vreselijke dromen.
Onrustig en slapeloos.
Tijd [38]
Om 3 uur 's nachts: aanvallen van inzinking.
Bij het aanbreken van de dag: diarree.
's Morgens: frequente, kleine stoelgangen.
Overdag: warmte op de tong; ongewone slaperigheid; tenen voortdurend opgetrokken.
's Nachts: anus stevig gesloten; krampen in de kuiten en trekkingen in de ledematen; droomde dat zij de trap opging; hartkloppingen; tenen af en toe opgetrokken.
Schoktrekkingen in de ledematen; zwalkte met chorea door het huis; zweren <.
TEMPERATUUR EN WEER [39]
Open lucht : hartkloppingen minder.
Wil in de lucht zijn of met een waaier gekoeld worden : bij diarree.
Warme toepassingen : ettering van het hoornvlies < ; zweren <.
Warme dranken : koude in de maag <.
Wil niet toegedekt worden ; diarree ; baarmoederbloeding.
Warmte : kon die niet verdragen en wierp alle bedekking van zich af, bij postdifterische verlamming ; bij diarree wilde men die niet in de nabijheid hebben ; afkeer ervan, bij cholera ; inwendige pijn veel < ; gangreen <.
Natte omslagen : > barensweeën.
Koude : zweren > ; gangreen >.
KOORTS [40]
Onaangenaam gevoel van koude in rug, buik en ledematen.
Koude huid, met rillingen.
Koude van het lichaamsoppervlak, vooral van de extremiteiten.
Hevige koudeaanval van korte duur; spoedig gevolgd door inwendige brandende hitte, met grote dorst.
Koudeaanval met dorst.
Hevig beven gevolgd door hevige hitte, met angst, delier en bijna onlesbare dorst.
Hevige, ijzige koude van de huid, met rillingen; bleek, ingevallen gezicht.
Koude ledematen, koud zweet, grote zwakte.
Koudestadium, voorafgegaan door braken en gevolgd door matig zweten.
Ernstige en aanhoudende droge hitte, met grote onrust en hevige dorst.
Hitte met dorst en hete huid.
Brandende hitte, onderbroken door hevige kouderillingen, daarna inwendige brandende hitte, met grote dorst.
Zweet: over het hele lichaam, behalve het gezicht; overvloedig, koud, met koude ledematen; van het hoofd tot de maagkuil; vooral op het bovenlichaam; koud, klam over het hele lichaam; colliquatief.
Uitputtende transpiratie, gepaard gaand met avondkoorts en verontrustende hoest.
Koud lichaamsoppervlak; ingevallen bleek gezicht en blauwe lippen; wil niet toegedekt worden; tintelingen in de ledematen; houdt de handen met de vingers wijd uit elkaar gespreid; koud, klam zweet; zwakke, stotterende spraak. θ Wisselkoorts.
Afkeer van warmte of van toegedekt zijn; kan het koud hebben, maar wil niet toegedekt worden.
Sterke neiging tot tyfoïde toestanden. θ Intermitterende koorts.
AANVALLEN, PERIODICITEIT [41]
Plotselinge aanvallen: diarree.
Afwisseling: van warmte en koude, in handen en voeten.
Vijf tot tien minuten na het innemen van de geringste hoeveelheid voedsel ernstige koliek.
Om de twee of drie uur: aanvallen van hartkloppingen.
Verscheidene malen per dag: krampachtige bewegingen van de ledematen.
Gedurende verscheidene weken: formicatie in de vingertoppen.
Om de twee weken: overmatige menstruele vloed; houdt zeven tot negen dagen aan.
Gedurende twee weken: overvloedig, corroderend voetzweet.
Gedurende vier weken: de vloed is onafgebroken.
Gedurende augustus: diarree.
In de zomer: eindeloze diarree.
Gedurende verscheidene jaren: drukgevoeligheid van de halswerveluitsteeksels.
Lokalisatie en richting [42]
Rechts : stuwing van de eierstok ; een plek aan de zijkant van de borst dof bij percussie ; krampachtige schokken vanuit een helft van de borst naar arm en been ; koudheid van de hand ; tenen samengetrokken ; zwelling en blauwrode verkleuring van de voet ; gangreen in de grote teen van de voet ; hand zeer zwak ; beven van hand en arm.
Links : hemicranie ; neus opgehouden ; keel pijnlijk ; uitpuiling in het hypochondrium ; duim krampachtig naar de handrug getrokken.
Gewaarwordingen [43]
Alsof bedwelmd bij het uitkleden ; alsof de ogen krampachtig werden verdraaid ; alsof er een vaste prop in de neus zat ; alsof de tong verlamd was ; alsof er bij het spreken enige weerstand overwonnen moest worden ; alsof er een zware last in de maag lag ; de maagstreek alsof zij samengetrokken was ; anus alsof deze gesloten zat ; alsof de testikels naar de liesring werden opgetrokken ; uterus alsof deze verbrand was ; alsof de inhoud van de uterus naar voren zou vallen ; alsof zachte lucht door de rug kroop ; alsof het sacrum naar buiten gedwongen zou worden ; alsof er iets levends onder de huid kroop ; alsof de vingers sliepen ; alsof de ledematen lange tijd in heet water hadden gelegen ; alsof vuurspranken op verschillende delen van het lichaam vielen ; in de lumbale streek ; alsof muizen onder de huid kropen.
Pijn : in het achterhoofd ; in de ogen ; in de maagkuil ; in het epigastrium ; in de onderbuik ; in het abdomen ; in de hypogastrische streek ; in de lendenen ; in de eierstokken en uterus ; in het sacrum, langs de dijen omlaag en in de onderbuik ; over het voorste deel van de borst ; in de onderrug ; in het sacrum.
Ondraaglijke pijnen : in de wervelkolom.
Hevige pijn : in de rug ; in de vingertoppen.
Acute pijn : in de leverstreek.
Hevige pijnen : in de maag ; in het abdomen en de onderrug ; in de voetzool en tenen.
Snijdend : in het abdomen.
Scheurende pijnen : in beide dijen ; in de voet.
Klopppende, scheurende pijnen : in de dijen.
Scheurende, stekende pijnen : in de extremiteiten.
Knijpende pijnen : in het abdomen.
Dringende pijn : in de uterus.
Steken : in de bovenste rugwervels.
Stekende pijnen : in de ogen ; in de benen.
Steek : in de rug.
Plotseling vastschieten : in de rug.
Kloppend : in de slapen.
Krampen : in de kuiten ; in de voeten, tenen, handen en vingers ; in de borst.
Krampachtige pijn : in de maag.
Krampachtige druk : in de maag.
Reumatische pijnen : in de gewrichten.
Gespannen pijn : in de ledematen.
Trekkende pijnen : in de kuiten.
Trekken : in de ledematen.
Trekkend gevoel : hevig in de zaadstreng ; in het abdomen.
Stekend : op de mamma.
Brandend : in de keel ; van de tong ; in de maagkuil ; in de milt ; in het abdomen ; in de uterus ; in de handen ; in de voeten.
Gevoeligheid : van de keel ; in het abdomen.
Drukgevoeligheid : van het epigastrium ; van de onderste cervicale en bovenste dorsale doornuitsteeksels.
Druk op de maagstreek.
Pijnlijke insnoering : van het epigastrium.
Pijnlijke schoktrekkingen : in de ledematen.
Schokken : onder de huid.
Pulsaties : in het hoofd.
Druk : op de oogbollen ; in de maagkuil ; in het achterhoofd ; in de uteriene streek.
Zwaar gevoel : van het hoofd ; in het epigastrium.
Licht gevoel : in het hoofd.
Eigenaardig prikkelend gevoel : in de vingertoppen.
Tintelingen : in het gezicht ; in de keel en tong ; van de benen ; op de tong ; in de ledematen ; over het gehele lichaam ; in de vierde en vijfde vingers ; in de rug ; in de tenen.
Kruipen : op de tong ; in de vingertoppen ; in de ledematen ; over het gehele lichaam ; tussen huid en vlees ; in de bovenlip ; rondom de mond.
Mierenkruipen : in het gezicht ; in het tandvlees ; in de extremiteiten ; in de vingertoppen ; over het hele lichaam.
Zacht kruipend gevoel : in de rug.
Wollig gevoel : in de ledematen.
Droogheid : van het zachte gehemelte, de keel en de slokdarm ; van de mond.
Gevoelloosheid : in de ledematen ; van de voeten ; van de rechterhand ; van de vingertoppen.
Koud gevoel : in abdomen en rug ; in de ledematen ; van het lichaam ; van de rechterhand ; in de maag.
WEEFSELS [44]
Het vernietigt de werking van het ruggenmerg; krampachtige trekkingen en schokken, pijnlijke samentrekkingen, tetanische verschijnselen; volledige verlamming, met vermeerderde reflexactiviteit; uiterst ondraaglijke spinale pijnen, vooral in de sacrale streek; verlamming van urineblaas en rectum; neiging tot gangreen; snelle vermagering.
Oplossing van bloedlichaampjes; bloed dun; passieve bloedingen.
Anemische toestand, hetzij door uitputtende ziekten hetzij door kunstmatige uitputting; het bloed is dun en stolt niet.
Trombose van abdominale vaten.
Neuralgie veroorzaakt door druk op zenuwen door een uitgezette ader.
Zwelling van klieren.
Lymfatische tumoren.
Collaps bij cholera-achtige ziekten.
Snelle vermagering van verlamde delen.
Miltvuurpustel.
Emfysemateuze zwellingen.
Passieve bloeding; bloed donker en rood, bij zwakke en cachectische personen, gepaard gaand met tintelingen in de ledematen en prostratie; verlangen naar lucht; wil niet toegedekt zijn; wenst de ledematen uitgestrekt te hebben; huid koud.
Rheumatisme (peliosis rheumatica van Schoenlein) wordt gewoonlijk aangetroffen bij cachectische personen, met purpura; tast de gewrichten aan, vooral van de onderste extremiteiten; trombose van abdominale vaten.
Zweren: bloedend; zwart wordend; gevoel alsof het verbrand is; pijnloos; stekend, een jeukend gevoel teweegbrengend; etter verrot; < des nachts, bij aanraking, door uitwendige warmte; > door koude.
Gangreen: door anemie; uitwendige verwondingen, aanleggen van bloedzuigers of mosterdpleisters; > door koude, < door warmte; droog, bij oude mensen.
Droog gangreen van de extremiteiten, de delen zijn droog, koud, hard en gevoelloos, van een egaal zwarte kleur en zonder foetor; grote ecchymosen, bloedblaren op de extremiteiten, die gangreneus worden, zwarte etterende blaren; ledematen worden bleek, koud, verschrompeld of loodkleurig en verliezen alle gevoeligheid.
AANRAKING. PASSIEVE BEWEGING. VERWONDINGEN [45]
Aanraking : maagkuil zeer gevoelig voor aanraking ; rechter eierstok gevoelig voor aanraking ; uterus pijnlijk bij aanraking ; zweren <.
Druk : op het abdomen > weeën ; op de wervels steken <.
Na het tillen van een zware last : tijdens de zesde maand van de zwangerschap ; ernstige pijn in de maag, het abdomen en de onderrug.
Uitwendige verwondingen : gangreen.
HUID [46]
Huid droog en koel.
Koud en droog ; vaal, gerimpeld, droog en gevoelloos ; afschilfering.
Mierenkruipen : met het gevoel alsof er muizen onder de huid kropen ; in het gezicht, het tandvlees en andere delen van het lichaam ; in de extremiteiten met scheurende, stekende pijnen ; in de toppen van de vingers, aanhoudend gedurende verscheidene weken, met een gedeeltelijk verlies van gevoeligheid ; over het hele lichaam.
Kruipen : over het hele lichaam ; tussen huid en vlees ; en rukken onder de huid.
Heftig gekruip en geprikkel over het hele lichaam, vooral in de bovenlip en soms rondom de mond.
Bloederige blaren op de extremiteiten, gangreneus wordend.
Steenpuisten, klein, pijnlijk, met groene inhoud, rijpen zeer langzaam en genezen op dezelfde wijze ; zeer verzwakkend.
Karbunkels ; uitgebreide ecchymosen.
Petechiën en miliaria-uitslag.
Purpura haemorrhagica.
Cachectische vrouwen, met ruwe huid ; pustels, tonend een neiging tot gangreen.
Variceuze zweren en vergrote venen bij oude mensen.
Zweren worden zwart, overvloedig braken van een mengsel van een dikke, zwarte, pekachtige, gallige of glanzende stof.
Trage zweer, ichoreuze, stinkende etter, > door koude.
Algemene afschilfering bij scarlatina.
Pokkenpustels met abnormaal aspect, vullen zich òf met een bloederig serum òf drogen te vroeg op.
LEVENSFASE, CONSTITUTIE [47]
Prikkelbare, volbloedige personen.
Nerveus temperament.
Vrouwen met een zeer slappe musculaire vezelstructuur.
Zwakke, cachectische vrouwen; mager, schraal.
Zeer oude, afgeleefde personen.
Vrouwen met een zeer slappe musculaire vezelstructuur; passieve bloedingen, overvloedige vloeiing van dun, zwart, waterachtig bloed; de bloedlichaampjes zijn vernietigd.
Hemorragische diathese; de geringste wond veroorzaakt gedurende weken bloedingen (Phos.); afscheiding van dun, sanieus vloeibaar bloed, met sterke neiging tot verrotting; tintelingen in de ledematen en grote zwakte, wanneer de zwakte niet veroorzaakt wordt door voorafgaand vochtverlies.
Scrofuleus kind, æt. 18 maanden, sinds drie weken lijdend; diarree.
Jongen, æt. 5, lijdend aan ettering van de klieren van de nek na een aanval van roodvonk; hematurie.
Meisje, æt. 10, sinds vier jaar lijdend; hematemese.
Jongen, æt. 13; amaurose.
Jongen, æt. 17, slank, bleek en mager, vader een wever; chorea.
Mevr. P., æt. 18, sanguinisch temperament, gezond, goed ontwikkeld musculair stelsel, primipara; dystocie.
Man, æt. 18, schoenmakersleerling, zwak, bleek gezicht, licht haar, slappe spieren, dikke wangen; krampen in de vingers.
Meisje, æt. 18; stinkend zweet aan de voeten.
Vrouw, æt. 20, zachtaardig van aard, lymfatisch temperament, beviel enkele weken geleden van een kind; hematemese.
Man, æt. 20, kleermakersleerling, sterk, goed gevoed; krampen in de vingers.
Meisje, æt. 22, sanguinisch temperament, robuust; menstruele koliek.
Mevr. A., æt. 25; hysteralgie.
Vrouw, æt. 28; menstruele koliek.
Vrouw, æt. 28, lymfatisch-sanguinisch temperament, bleek, leuco-flegmatisch, heeft drie kinderen gehad en was voordien gezond; menorragie na een abortus.
Man, æt. 30, sterk, goed gevoed, korte nek, aan drank verslaafd; epistaxis, rechterzijde.
Vrouw, æt. 30; prolaps van de uterus.
Vrouw, æt. 32, blond, zwak, na de bevalling; uterusbloeding.
Vrouw, æt. 32, goed gebouwd, gehuwd, geen kinderen; metrorragie.
Man, æt. 32, gehuwd; spinale aandoening.
Mevr. W., æt. 35, moeder van drie kinderen, zeer zwak en mager; menorragie.
Vrouw, æt. 35, moeder van drie kinderen; metrorragie.
Man, æt. 40, cholerisch temperament; donkere gelaatskleur; diarree.
Vrouw, æt. 40, moeder van zeven kinderen, zwak, cachectisch uitziend, lijdend aan prolapsus uteri; hysterie.
Vrouw, æt. 41, groot gebouwd, zwak en vermagerd, lijdend sinds haar terugkeer uit de tropen; metrorragie.
Vrouw, æt. 41, had metritis na een gedwongen bevalling, gevolgd door leucorroe, deze laatste genezen door Stannum.; epilepsie.
Architect, æt. 42, robuuste constitutie; spinale aandoening.
Vrouw, æt. 45; uterusbloeding.
Vrouw, æt. 45, zwak, vroeger lijdend aan hemorroïden; menorragie.
Boswachter, æt. 50, sterk, sinds drie maanden lijdend; verlamming.
Man, æt. 53, nerveus-gallig temperament, lijdt al vele jaren aan maagstoornis; gastralgie.
Vrouw, æt. 62, sinds vier dagen lijdend; epistaxis.
Vrouw, æt. 70, jichtig; diarree.
Vrouw, æt. 80; seniele gangreen.
Vrouw, æt. 82; seniele gangreen.
Meisje, sanguinisch temperament, gezond maar teer, menstruatie normaal, sinds enkele weken lijdend; cardialgie.
Mevr. E., donkere gelaatskleur, ziekelijk gele gelaatsuitdrukking, nerveus-lymfatisch temperament; dystocie.
Mevr. ---, nerveus-gallig temperament, donkere gelaatskleur, klein, gedrongen, heeft vier kinderen gehad; dystocie.
Vrouw, juist voorbij het climacterium, had een tumor in de borst die door aanwending van een zalf werd geënucleëerd, lijdt sindsdien; verlamming van de benen.
RELATIES [48]
Verenigbaar : Cinchon .
Vergelijk : Colchic . (cholera morbus) ; Arsen ., maar koude en warmte werken tegengesteld ; Cinnam . (bloeding na de bevalling) ; Plumbum (diabetes).