Hypericum Perforatum
van Constantine Hering — De leidende symptomen van onze Materia Medica
Hypericaceæ. Sint-janskruid.
Provingen door Mueller, Thorer, Stokes, Bruckner en Schelling. Zie Allen's Encyclopædia, vol. 5, p. 53 .
KLINISCHE AUTORITEITEN.
- Aandoening van de geest , Müller, Analyt. Therap., vol. 1, p. 134 ; Hoofdpijn , C. Hering, Analyt. Therap., vol. 1, p. 332 ; Botpijnen in het hoofd , Lyford, Organon, vol. 3, p. 361 ; Pijn en irritatie van het oog , Moffat, Norton's Oph. Therap., p. 95 ; Spasmodisch astma , Ludlam, Rück. Kl. Erf., vol. 5, p. 871 ; Spinale irritatie , Dornberg, Raue's P., p. 798 ; Traumatische meningitis , Winterburn, Trans. Hom. Med. Soc. N. Y., 1884, p. 149 ; Letsel van de wervelkolom ; commotio van de wervelkolom , Winterburn, Trans. Hom. Med. Soc. N. Y., 1884 ; Aandoening van de wervelkolom , Ludlam, B. J. H., vol. 17, p. 524 ; Verplettering van de voet , Winterburn, Trans. Hom. Med. Soc. N. Y., 1884, p. 148 ; Letsel van de voet , Farrington, Organon, vol. 3, p. 91 ; Shock, Winterburn, Trans. Hom. Med. Soc. N. Y., 1884, p. 148 ; Tetanische symptomen , Hocking, Raue's Rec., 1874, p. 264 ; Wonden , Franklin, B. J. H., vol. 27, p. 325 ; Schotwonden , Franklin, Trans. W. H. Con., 1876, p. 794 ; Gecompliceerde fracturen en luxaties , Franklin, T. W. H. C., 1876, p. 194 ; Pijn na operatie , Gilchrist, Organon, vol. 2, p. 241, vol. 3, p. 366.
GEEST [1]
Maakt fouten bij het schrijven ; laat letters weg ; vergeet wat zij wilde zeggen ; verward.
Toename van verstandelijke kracht.
Erotische ideeën ; hersenen geprikkeld, als na thee.
Ziet geesten ; verschijningen ; delirium.
Praat onzin in haar slaap om 4 uur 's morgens ; verstoorde blik, staart mensen aan ; hoofd heet, halsslagaders kloppen ; gelaat blozend en opgezet ; ogen gefixeerd, pupillen verwijd ; pols frequent ; haar vochtig, rest van het lichaam brandend heet ; grote angst ; zingen, gevolgd door huilen en luid gillen, met snakken naar adem ; bonzende hoofdpijn, vooral op de kruin ; scheurende steken in de hersenen ; kruipen in handen en voeten, alsof zij gevoelloos waren ; grote dorst ; witbeslagen tong.
Grote angst. θ Meningitis.
Melancholie.
Prikkelbaar, geneigd scherp te spreken ; sliep slecht, loom bij het ontwaken.
Gevolgen van schrik ; effecten van shock.
SENSORIUM [2]
Zwaarte en duizeligheid in het hoofd.
Duizeligheid : 's nachts, met aandrang tot urineren ; met walging bij het ontwaken ; met pijn in de slapen ; 's middags, met gevoel van zwakte en beven van de ledematen ; gewaarwording alsof het hoofd plotseling verlengd werd.
Gevoel alsof zij hoog in de lucht werd opgetild ; gekweld door angst dat de geringste aanraking of beweging haar van deze hoogte zou doen neervallen ; met hoofdpijn na een val op het achterhoofd.
Verward gevoel in de kruin met een suizend gevoel 's nachts, alsof er iets levends in de hersenen was.
Asfyxie na een val ; wanneer schokken of schietende pijnen optreden.
HOOFD, INWENDIG [3]
Scheurende steken in de hersenen ; bonzend, meestal op de kruin. θ Meningitis.
Branden op de kruin, pulsatie en hitte.
Doffe hoofdpijn, alleen op de kruin, geleidelijk toenemend alsof de hele hersenen uiteengedrukt zouden worden, met onvermogen om enige arbeid te verrichten ; walging ; tintelende, trekkende pijnen in wangen en kin.
Hevige hoofdpijn na kraamuitslag ; kloppen op de kruin, trekt naar wangen en kin, waar het overgaat in tintelende, trekkende pijnen ; de hersenen voelen samengedrukt, men wordt versuft.
Kloppen op de kruin, en hitte in het hoofd in de namiddag.
Hoofdpijn alsof de hersenen in stukken gescheurd zouden worden.
Gevoel alsof het hoofd verlengd werd.
Doffe hoofdpijn, hoofd zwaar ; 's morgens.
Hoofdpijn na het ontbijt.
Hoofdpijn, met pijnlijke ogen, na een val.
Hoofdpijn, uitbreidend naar jukbeen of wangen.
Drukkende pijn in het achterhoofd bij beweging ; ook met trekkende steken ; scheurend ; het achterhoofd voelt 'gekweld' ; hevige hoofdhuidpijn links in het achterhoofd, na het ontbijt, op andere tijden dof ; opstoot van doffe pijn langs de linker achterhoofdzenuw omhoog.
Hoofdpijn na een val op het achterhoofd, gepaard met een gevoel alsof zij hoog in de lucht werd opgetild ; zij werd gekweld door de grootste angst dat de geringste aanraking of beweging haar van deze hoogte zou doen neervallen.
HOOFD, UITWENDIG [4]
Gevoel in het voorhoofd alsof het door een ijskoude hand werd aangeraakt, in de namiddag, waarna een spasmodische samentrekking in het rechteroog wordt gevoeld.
Druk in de linkerslaap, na het ontbijt.
Krullend gevoel op de kruin.
Hoofd heet, halsslagaders kloppen.
Haar vochtig, rest van het lichaam brandend heet.
Hitte en druk op de kruin.
Hevige botpijnen in de schedel.
Schedelfractuur ; bot versplinterd.
Vochtige uitslag op de behaarde hoofdhuid bij kinderen.
GEZICHT EN OGEN [5]
Verstoorde blik, staart mensen aan, ogen gefixeerd ; pupillen verwijd.
Pijn en irritatie van het oog, door een anterieure synechie als gevolg van een letsel verscheidene jaren tevoren ; het gezonde oog ook prikkelbaar.
Steken in het rechteroog.
Hordeolum op het linker onderooglid.
GEHOOR EN OREN [6]
Overgevoeligheid van het gehoor ; tijdens de menstruatie.
Schietende pijn door het oor.
Oren heet ; schilfers op het oor.
REUK EN NEUS [7]
Buitengewoon fijn reukvermogen.
Neus droog, zeer hinderlijk.
Niezen, waarna een rauw, pijnlijk gevoel in de keel achterblijft.
Zweren binnen in de neus, jeukend ; voortdurend in de neus peuteren.
Droogte van de neusgaten ; korsten erin.
BOVENGEZICHT [8]
Lijdende uitdrukking.
Gelaat heet, opgezet. θ Meningitis.
Wangen rood ; erysipelateuze roodheid.
Doffe aangezichtspijn, zeurende pijn in de wenkbrauwen ; 's middags, 's avonds ; < 's nachts, verstoort de slaap.
Hoofdpijn uitbreidend naar jukbeen of wang.
Rode uitslag op beide wangen, kin en neus ; soms droog, met dunne korsten ; soms vurend rood, met uitvloeiing van gele druppels.
ONDERGEZICHT [9]
Spanning in de wang.
Lippen droog, voelen heet aan.
Uitslag rond de mond en op het rechteroor.
Geelgroenige korsten, met kloven en vochtigheid.
TANDEN EN TANDVLEES [10]
Hevige zeurende pijn in een bedorven tand 's nachts ; rusteloos, wakker ; > liggen op de aangedane zijde en stilhouden.
Letsels van tandzenuwen.
SMAAK, SPRAAK, TONG [11]
Smaak : flauw ; van bloed.
Tong wit of geel beslagen ; grote dorst. θ Meningitis.
Grote pijnlijkheid van de tong, door gescheurde wonden, met onvermogen om te spreken, niet door stijfheid of zwelling, maar door extreme pijnlijkheid.
MONDHOLTE [12]
Droge, brandende hitte in de mond en op de lippen.
GEHEMELTE EN KEEL [13]
Uitzetting van keel en buik.
Gevoel alsof er een worm in de keel bewoog.
Hete opstijging in de slokdarm na schrik, of met angstige gevoelens.
Bij keelschrapen komt wat helder, rood bloed op.
EETLUST, DORST. VERLANGEN, AFKEER [14]
Verlangen naar warme dranken. θ Meningitis.
Grote dorst, witte tong ; 's morgens na hitte en delirium.
Dorst met gevoel van hitte in de mond ; hevige dorst.
Verlangen naar wijn ; naar augurken.
Eetlust verhoogd 's morgens en 's avonds.
ETEN EN DRINKEN [15]
Smakeloosheid.
Oprispingen bij het drinken van water.
Tabak roken smaakt niet goed.
Na het ontbijt : hoofdpijn, oprispingen, maagsymptomen, druk in de maag naar de rug toe ; pijnen in de ledematen.
Na het avondeten ; winderigheid en diarree.
HIK, OPRISPINGEN, MISSELIJKHEID EN BRAKEN [16]
Oprispingen : smakeloos ; bitter ; verhinderen de slaap 's nachts ; < na het drinken van water.
Misselijkheid : zwakte elke morgen ; opgezette buik, pijn in de ingewanden, wekt 's nachts ; met hoofdpijn op de kruin.
Braken.
MAAGKUIL EN MAAG [17]
Druk op de maag bij weinig eten.
Steken in de maag.
Pijn in de maag, misselijkheid, diarree en koude rilling na eten.
HYPOCHONDRIEËN [18]
Stekende of zeurende trekkende pijn in het rechter hypochondrium.
BUIK EN LENDENEN [19]
Trommelzuchtige opzetting van de buik ; verlicht door stoelgang.
Snijdende pijn in de buik, in de navelstreek.
Knijpende pijnen ; diarree ; menstruatie.
Koliek.
Pijn na operatie voor ingeklemde breuk.
ONTLASTING EN RECTUM [20]
Wordt wakker met opgezette buik, verlicht door stoelgang.
Diarree jaagt 's morgens uit bed.
Dunne, galachtige, gele ontlasting 's avonds of 's morgens.
Zomerdiarree, met uitslag op de huid.
Cholera morbus, slijmerige ontlasting ; daarna constipatie ; lichaam overal pijnlijk ; voeten gezwollen, urine verminderd.
Constipatie ; hevige tenesmus, met lozing van een klein hard bolletje ; met misselijkheid.
Rectum voelt droog aan, 's morgens.
(OBS :) Hemorroïden.
URINEWEGEN [21]
Blaastenesmus.
Zwelling en verharding van de vrouwelijke urethra, met branderigheid, pijnlijkheid en gevoeligheid ; vooral indien veroorzaakt door instrumenten voor uteriene prolaps.
Nachtelijke aandrang tot urineren, met duizeligheid.
Urineretentie.
Urine : sterk verminderd ; bloederig ; troebel ; van eigenaardige geur.
MANLIJKE GESLACHTSORGANEN [22]
Seksuele functies geprikkeld.
Scheurende pijn in de geslachtsorganen, met aandrang tot urineren.
VROUWELIJKE GESLACHTSORGANEN [23]
Ontstekingstoestanden van de slijmvliezen van uterus en vagina.
Menstruatie : twee weken uitgesteld ; te laat, met spanning in de baarmoederstreek, als van een strak verband ; in hoeveelheid toegenomen ; drie dagen vóór het verschijnen, knijpen in de buik, diarree, koude voeten ; hoofdpijn, wringende pijn boven de ogen, > bij beweging ; hevige hoofdpijn ; gepaard gaand met misselijkmakende pijn in de buik en overgevoeligheid van het gehoor.
Leucorroe : met uitblijvende menstruatie, hartkloppingen, druk in het kruis ; met zwaarte in de onderste ingewanden ; bij een kind, melkachtig, maar invretend.
(OBS :) Chlorose van meisjes op huwbare leeftijd.
(OBS :) Scirrhus van de borst, veroorzaakt door letsel.
ZWANGERSCHAP. BARING. ZOGEN [24]
Weeën traag.
Naweeën hevig, in heiligbeen en heupen, met ernstige hoofdpijn ; na kunstverlossing.
STEM EN STROTTENHOOFD. LUCHTPIJP EN BRONCHIËN [25]
Heesheid, met schrapen en ruwheid in strottenhoofd, bovenste deel van keelholte en neusgangen, in mistige lucht.
ADEMHALING [26]
Spasmodische astmatische aanvallen ; bij weersveranderingen van helder naar vochtig, of vóór stormen ; kan niet lang op de rug liggen ; aanvallen > door overvloedige expectoratie uit de bronchiale buizen ; na letsel van het ruggenmerg, door een val, jaren tevoren.
HOEST [27]
Aanvallen van korte, blaffende hoest. θ Meningitis.
Frequente droge kriebelhoest.
Kriebelhoest door irritatie in de keel, < door warmte en koude lucht.
Droge hoest en prostratie 's morgens.
Kinkhoest, erger van 6 tot 10 uur 's avonds ; grote zenuwuitputting.
BORST, INWENDIG EN LONGEN [28]
Angst in de borst, in de voormiddag, met kortademigheid, duizeligheid en bittere oprispingen.
Benauwdheid in de borst.
Druk en branden in de borst.
Steken in de borst tussen de mammae.
Stekende pijn in de linkerborst, < bij bewegen.
Snijdende pijn in de rechterbovenborst, daarna in de linkeronderborst.
(OBS :) Longtering met bloedspuwing.
HART, POLS EN CIRCULATIE [29]
Hevig kloppen van het hart.
Pols : snel en hard ; frequent.
Lokale congestie en capillair erethisme, met of zonder bloedingen en grote zenuwdepressie, na wonden.
BORSTWAND [30]
Steken onder de mamma.
Voortdurende steken van binnen naar buiten, door de linkerborst en het borstbeen, < door beweging.
Stekend-brandende pijn aan een rand van de linker borstspieren.
Doffe druk, rechterborst, van de zevende rib naar beneden, na het ontbijt.
HALS EN RUG [31]
Halswervels zeer gevoelig voor aanraking.
Stekende pijn nabij de rand van het rechter schouderblad dicht bij de wervelkolom ; 's morgens.
Snijdende pijn tussen de schouderbladen.
Rug lam en pijnlijk.
Steken in het kruis.
Zeurende pijn en gevoel van lamheid in het kruis.
Rugpijn na bevalling.
Na uit een hangmat te zijn gevallen, grote pijn in de wervelkolom, dagelijks ernstiger wordend ; zij kon niet zitten behalve op een luchtkussen.
Elke vier weken een ziektea aanval van 4 tot 8 dagen, beginnend met koude rilling, gevolgd door langdurige koorts, met droge, verschroeide huid, hoofdpijn, vooral tegen de avond, onrust, woelen, overgevoeligheid van het oppervlak van hals en bovenste ledematen, grote vrees voor beweging, wilde niet lopen en schreeuwde luid zodra iemand voorstelde haar van de ene plaats naar de andere te tillen, terwijl zij er voortdurend op stond op schoot gehouden te worden ; gelaat bleek en angstig, wit rond de mond, en uitdrukking van lijden en onrust ; gebrek aan eetlust ; lichte dorst naar warme dranken ; droge kriebelhoest door irritatie in de keel, < door de geringste blootstelling aan koude lucht ; tong wit, smaak flauw ; halswervels zeer gevoelig voor aanraking. θ Na een val.
Na een val : de geringste beweging van armen of hals ontlokt kreten ; halswervels zeer gevoelig voor aanraking ; hoofdpijn ; verlangen naar warme dranken ; astmatische aanvallen, of aanvallen van korte, kriebelende hoest.
Een ijsman sloeg met de rug hevig tegen de trottoirband doordat hij van de wagen werd geslingerd ; hij voelde een ogenblikkelijke intense pijn langs beide benen omlaagschieten, maar kon daarna toch opstaan en de rest van zijn ronde afmaken ; in de namiddag kon hij de urine niet ophouden, die wegliep zonder dat hij het merkte ; de volgende morgen leken de benen bij het opstaan 'alsof dronken' ; pols zwak ; temperatuur normaal ; ademhaling licht bemoeilijkt, geen pijn langs de wervelkolom, noch enige spasmodische beweging ; sfincterspieren gedeeltelijk verlamd ; loopt met een waggelende gang ; benen voelden 'alsof dood'. θ Commotio van de wervelkolom.
Jongen viel van een schuur, maar leek niet erg gekwetst ; de volgende nacht begon hij echter te braken ; 's morgens licht delirant, maar gemakkelijk te wekken om vragen te beantwoorden ; hevige pijn in het hoofd en langs de wervelkolom omlaag, sterk verergerd door poging armen of benen te bewegen ; pupillen verwijd ; gelaat gezwollen en heet ; tong geelachtig beslagen ; mond droog, maar wilde geen water drinken, verlangde warme melk ; pols 140, vol en hard, temperatuur 104 1/2°F. ; geconstipeerd, ontlasting bestaande uit kleine, harde klontjes ; urine dik en modderig, met het voorkomen van bier. θ Traumatische meningitis.
Jongen, æt. 14, blank, van levendig temperament, werd tijdens het pellen van maïs aangegrepen door gevoelloosheid van de ledematen en pijn in het bovenste deel van het ruggenmerg ; wervelkolom van de halswervels tot de nierstreek gevoelig bij aanraking ; pijnaanvallen met symptomen van manie, pijnen vooral in de gewrichten en rondzwervend ; bijna voortdurende doffe hoofdpijn ; de geringste aanraking van de wervelkolom tussen hals- en lendenstreek deed hem terugdeinzen.
Hevige pijnen en onvermogen om te lopen of te bukken na een val op het stuitbeen ; de voeten voelen week aan, alsof zij met naalden werden geprikt.
Ligt op de rug en trekt het hoofd schokkend achterover.
Gevolgen van commotio van de wervelkolom.
BOVENSTE LEDEMATEN [32]
Vliegende pijnen in de rechterschouder.
Snijdende pijn onder het linker schouderblad.
Druk op de aanhechting van de rechter deltoïdeus.
Steken boven op de schouder bij elke inademing.
Harde pijn langs de linker nervus medianus omlaag.
Gevoelloosheid in de linkerarm ; > door wrijven.
Droge herpetische uitslag aan de buitenzijde van de armen, < rechts.
Ondraaglijke pijn na amputatie van een arm ; flauwvallen.
Spanning in beide armen en in de handen.
Snijdende pijn in de vlezige uiteinden van de vingers.
Gecompliceerde luxatie van twee vingers, met ernstige laceratie en afscheuring van de uitwendige structuren, de delen slechts door een smalle huidbrug met het lichaam verbonden (plaatselijk toegepast).
Pijn in de eindkootjes van de vingers, < in duim, wijs- en pinkvinger.
Panaritium.
ONDERSTE LEDEMATEN [33]
Na ernstig letsel van de nervus ischiadicus, stekende, snijdende pijnen, schietend langs het verloop van de zenuw en eindigend in een wringend of verwrikkend gevoel in de voet.
Ischias, reuma.
Coxalgie na bevalling.
Linkerbeen gevoelloos, koud bij zitten.
Verzwakkend trekkend gevoel over de voorzijde van de benen ; pijnscheuten, alsof in het periost.
Vreselijke pijnen in de knieën, stekend, men kon ze nauwelijks aanraken.
Gewrichtsreuma in de knie ; effusie rond het gewricht ; modderige urine, als bezinksel van bier ; pijnen stekend, < geringste aanraking ; scheurende pijnen.
De voeten voelen week aan, alsof zij met naalden werden geprikt.
Liggend in bed tintelen de voeten.
Gevoel alsof de linkervoet verrekt of ontwricht was.
Diezelfde avond, nadat een speld in de voet was gedrongen, intense pijn op de plaats van het letsel ; tenen werden stijf, de enkel verstijfde, koude rillingen joegen elkaar langs de rug omlaag, gevolgd door misselijkheid en braken ; zij viel flauw, en na weer bij te zijn gekomen klaagde zij nog steeds over de folterende pijn ; vreemde uitdrukking van het gelaat, ogen star, lippen strak over de tanden getrokken.
Na het intrappen van spelden in de rechtervoet loopt de pijn langs het lidmaat omhoog, door de wervelkolom naar hals en gelaat ; spieren van hals en kaak worden stijf, < rechts, en ook de spieren van buik en thorax. θ Tetanische symptomen.
Tenen van de rechtervoet verpletterd door een zwaar ijzeren luik, en bijna van de voet afgescheurd, de botten op verschillende plaatsen uitstekend ; aanmerkelijke bloeding ; ondraaglijke pijn ; neerslachtig en koud.
(OBS :) Jicht.
Hallux-valgusknobbels ondraaglijk pijnlijk (plaatselijk).
Kan niet lopen, wervelkolom aangedaan.
LEDEMATEN IN HET ALGEMEEN [34]
Gevoel van zwakte en beven van alle ledematen.
Beurs gevoel in alle gewrichten.
Reumatoïde ontsteking van gewrichten.
Kruipen in handen en voeten, alsof zij gevoelloos waren.
Gevoel van lamheid van linkerarm en rechtervoet.
Kruipen in handen en voeten, zij voelden wollig aan.
Gecompliceerde fracturen van handen en voeten, met grote laceratie van de weke delen.
Gewrichtsaandoeningen.
RUST. HOUDING. BEWEGING [35]
Stilhouden : kiespijn >.
Liggend in bed : voeten tintelen.
Liggen op de aangedane zijde : kiespijn >.
Ligt op de rug : trekt het hoofd schokkend achterover.
Zitten : linkerbeen koud.
Bij opstaan : loomheid.
Kan niet lang op de rug liggen.
Kon niet zitten behalve op een luchtkussen ; schreeuwde wanneer men voorstelde haar naar een andere plaats te tillen.
Beweging : drukkende pijn in het achterhoofd ; wringende pijn boven de ogen > ; voortdurende steken door linkerborst en borstbeen.
De geringste beweging van armen of hals ontlokt kreten, na een val.
Grote vrees voor beweging.
Lichamelijke inspanning veroorzaakt flauwvallen.
Wilde niet lopen.
Kan niet lopen of bukken : na een val op het stuitbeen.
ZENUWEN [36]
Gevolgen van nerveuze shock.
Grote zwakte.
Moeheid bij het ontwaken ; verdwijnt tegen de middag.
Grote zenuwdepressie na wonden.
Na verschrikt te zijn door een praktische grap, werd zij zeer bleek en hysterisch ; pols 54, zeer zwak en samendrukbaar ; ademhaling 15 en zuchtend ; temperatuur 96°F ; huid koud en klam ; licht braken. θ Shock.
Schokken in de ledematen.
Convulsies door slagen op het hoofd of door commotie ; doffe hoofdpijn op de kruin, of hevige hoofdpijn met kloppen boven op het hoofd.
Spasmen na lichte letsels, bij kinderen.
Epileptiforme spasmen na harde stoten.
Tetanus na traumatische letsels.
Opisthotonos.
Voorkomt kaakklem door wonden in voetzolen, vingers of handpalmen.
Neemt de schadelijke gevolgen van plaatselijke shock weg, voorkomt in hoge mate de sympathische prikkeling van het systeem door plaatselijke ontregeling en wijzigt de daaropvolgende ontsteking en afsterving. θ Schotwonden.
Letsels van zenuwen, gepaard gaand met grote pijn.
Bijzonder passend bij mechanische letsels van ruggenmerg en zenuwen aan hun perifere uiteinden.
Zenuwaandoeningen ontstaan door vallen en verwondingen.
Gescheurde zenuwen, veroorzakend ondraaglijke pijn.
SLAAP [37]
Voortdurende slaperigheid.
Spasmodische schokken van armen of benen bij het inslapen ; trekkingen.
Bij het ontwaken : moe, > tegen de middag ; voelt zich verfrist ; ingewanden opgezet.
Dromen : met bedrijvigheid, reizen ; levendig ; benauwend.
TIJD [38]
Om 4 uur 's morgens : praat onzin in de slaap.
's Morgens : doffe hoofdpijn, hoofd zwaar ; grote dorst, witte tong ; eetlust verhoogd ; diarree jaagt uit bed ; dunne, galachtige, gele ontlasting ; rectum voelt droog aan ; droge hoest en prostratie ; stekende pijn nabij schouderblad ; na een val licht delirant.
Na het ontbijt : hoofdpijn ; hevige hoofdhuidpijn ; druk in de linkerslaap ; oprispingen ; maagsymptomen ; druk in de maag ; pijnen in de ledematen ; doffe druk in de rechterborst.
Tegen de middag : moeheid >.
's Middags : gevoel van zwakte en beven van de ledematen ; kloppen op de kruin ; gevoel alsof het voorhoofd door een ijskoude hand werd aangeraakt, waarna samentrekking van het rechteroog ; doffe aangezichtspijn ; pijn in de wenkbrauwen ; kan urine niet ophouden.
Om 4 uur 's middags : uitslag als netelroos op beide handen.
's Avonds : doffe aangezichtspijn, pijn in de wenkbrauwen ; eetlust verhoogd ; dunne, galachtige, gele ontlasting ; droge, verschroeide huid, hoofdpijn ; intense pijn op de plaats van het letsel ; uitslag op beide handen.
Na het avondeten : winderigheid en diarree.
's Nachts : duizeligheid ; aandrang tot urineren ; doffe aangezichtspijn < ; hevige zeurende pijn in een bedorven tand ; oprispingen verhinderen de slaap ; ontwaken door pijn in de ingewanden ; braken, na een val.
TEMPERATUUR EN WEER [39]
Gevoeligheid voor koude.
Aanvallen keren terug bij weersverandering van helder naar vochtig, of vóór stormen ; na letsel van de wervelkolom door een val, spasmodisch astma.
Mistige lucht : heesheid, met schrapen en ruwheid van strottenhoofd, bovenste deel van keelholte en neusgangen.
Warmte : kriebelhoest <.
Koude lucht : kriebelhoest < ; geringste blootstelling < symptomen.
KOORTS [40]
Huivering over het hele lichaam, met aandrang tot urineren.
Hitte, met delirium, wilde starende blik, heet hoofd, kloppen van de halsslagaders, helder rood opgeblazen gelaat, vochtig haar op het hoofd, brandende hitte van de huid, grote benauwdheid en angst.
Koude rilling gevolgd door hitte, met zweet op handen en voeten.
AANVALLEN, PERIODICITEIT [41]
Elke morgen : misselijkheid, zwakte.
Van 6 tot 10 uur 's avonds : kinkhoest <.
Drie dagen vóór de menstruatie : knijpen in de buik.
Elke vier weken : ziekteaanvallen, 4 tot 8 dagen durend.
Zomer : diarree.
LOKALISATIE EN RICHTING [42]
Rechts : spasmodische samentrekking van oog ; steken in oog ; doffe drukking in borst ; stekende pijn nabij rand van schouderblad dicht bij de wervelkolom ; vliegende pijnen in schouder ; druk op aanhechting van deltoïdeus ; droge, herpetische uitslag aan buitenzijde van arm ; pijnen door lidmaat, wervelkolom, hals en gelaat ; ondraaglijke pijn in verpletterde tenen ; lamheid van voet.
Links : hevige hoofdhuidpijn in zijde van het achterhoofd ; opstoot van doffe pijn langs halszenuw omhoog ; druk in slaap ; hordeolum op onderooglid ; voortdurende steken door borst en borstbeen ; stekend-brandende pijn aan een rand van borstspieren ; snijdende pijn onder schouderblad ; harde pijn langs nervus medianus omlaag ; gevoelloosheid in arm ; been gevoelloos ; been koud bij zitten ; gevoel alsof voet verrekt of ontwricht was.
Van voren naar achteren : druk in de maag.
Van rechtsboven naar linksonder : snijdende pijn in de borst.
Linksboven en rechtsonder : gevoel van lamheid van arm en voet.
Van boven naar beneden : pijn langs de linker nervus medianus omlaag ; pijn van de kruin naar het gelaat omlaag.
GEWAARWORDINGEN [43]
Hersenen geprikkeld als na thee ; alsof handen en voeten gevoelloos waren ; alsof het hoofd plotseling verlengd werd ; alsof men hoog in de lucht werd opgetild ; alsof er iets levends in de hersenen was ; alsof de hele hersenen uiteengedrukt zouden worden ; de hersenen voelen samengedrukt ; alsof de hersenen in stukken gescheurd zouden worden ; alsof het voorhoofd door een ijskoude hand werd aangeraakt ; alsof er een worm in de keel bewoog ; als van een strak verband in de baarmoederstreek ; benen alsof dood ; voeten voelen week aan alsof zij met naalden werden geprikt, alsof de linkervoet verrekt en ontwricht was ; handen en voeten alsof gevoelloos ; huid alsof vol knobbeltjes.
Pijn : in slapen ; in hoofd ; in hoofd uitbreidend naar jukbeen of wangen ; in oog ; in ledematen ; in ingewanden ; in maag ; na operatie voor ingeklemde breuk ; in rug ; in bovenste deel van ruggenmerg ; in gewrichten ; in eindkootjes van vingers ; in oude littekens.
Intense pijn : in ogenblikkelijke scheuten langs beide benen omlaag.
Ondraaglijke pijn : na amputatie van arm ; in rechtervoet, na verplettering van tenen door zwaar ijzeren luik ; in hallux-valgusknobbels.
Vreselijke pijnen : in knieën.
Folterende pijn : in voet na indringen van een speld.
Misselijkmakende pijn : in de buik.
Hevige pijn : in het hoofd.
Grote pijn : in de wervelkolom.
Ernstige pijn : in het hoofd ; in de wervelkolom ; in schedelbeenderen.
Hevige hoofdpijn ; in de hoofdhuid ; linkerzijde van het achterhoofd.
Stekende pijn : in knieën.
Stekende, snijdende pijn, schietend langs het verloop van de ischiadische zenuw, eindigend in een wringend, verwrikkend gevoel in de voet.
Snijdende pijn : in buik en navelstreek ; tussen de schouderbladen ; onder linker schouderblad ; in de vlezige uiteinden van de vingers.
Bonzend : hoofdpijn ; op de kruin.
Scheurend : in mannelijke genitaliën.
Scheurende steken : in de hersenen.
Wringende pijn : boven de ogen ; in de voet.
Knijpende pijn : in de buik.
Steken : in rechteroog ; onder mamma ; door linkerborst en borstbeen ; in het kruis ; boven op de schouder bij elke inademing.
Trekkende steken : in het achterhoofd.
Schietend : door het oor.
Vliegende pijnen : in rechterschouder.
Tintelende, trekkende pijn : in wangen en kin.
Stekend : in de maag ; in het hypochondrium.
Trekkende pijn : in het hypochondrium.
Stekende pijn : nabij rand van rechter schouderblad.
Kloppen : op de kruin, trekt naar wangen en kin.
Hevige zeurende pijn : in een bedorven tand.
Zeurende pijn : in het kruis.
Drukkende pijn : in het achterhoofd.
Harde pijn : langs de linker nervus medianus omlaag.
Stekend-brandende pijn : aan een rand van de linker borstspier.
Brandende pijnlijkheid : van de vrouwelijke urethra.
Brandende hitte : in het hele lichaam ; in mond ; in lippen.
Branden : op de kruin.
Doffe druk : in de rechterborst.
Opstoot van doffe pijn : langs de linker achterhoofdzenuw omhoog ; in benen.
Doffe pijn : in hoofd ; in gelaat ; in wenkbrauwen.
Pijnlijkheid : van ogen ; van binnenzijde van neus ; van tong ; overal.
Beurs gevoel : in alle gewrichten.
Gevoeligheid : van de vrouwelijke urethra.
Rauw, pijnlijk gevoel : in de keel na niezen.
Hitte : op de kruin ; in oren ; in lippen.
Verzwakkend trekkend gevoel : over voorzijde van benen.
'Gekweld' gevoel : achter in het hoofd.
Verward gevoel : in de kruin.
Spasmodische samentrekking in het rechteroog.
Druk : in de linkerslaap ; op de kruin ; in de maag naar de rug toe ; in het kruis ; op de aanhechting van de rechter deltoïdeus.
Spanning : in wang ; in beide armen en beide handen.
Lam gevoel : in de rug.
Zwakte : van ledematen.
Zwaarte : in hoofd ; in onderste ingewanden.
Pulsatie : op de kruin.
Huivering : over het hele lichaam.
Hete opstijging : in de slokdarm.
Schrapen en ruwheid : in strottenhoofd ; bovenste deel van keelholte ; van neusgangen.
Droogte : van neusgaten ; van rectum.
Wollig gevoel : in handen en voeten.
Suizend gevoel : in hoofd.
Krullend gevoel : op de kruin.
Tinteling : in halsslagaders ; in voeten.
Beven : van een ledemaat.
Kruipen : in handen en voeten.
Gevoelloosheid : van ledematen ; in linkerarm.
Hevige jeuk : van huid ; van tetter.
Jeuk : van neus ; in sacraalstreek.
WEEFSELS [44]
Lokale congestie ; zenuwerethisme, met of zonder bloeding ; grote zenuwdepressie na wonden.
Congestie naar hoofd, longen of hart.
Na de zenuwweefsels worden de gewrichten aangetast ; alle articulaties voelen beurs aan.
Letsels van delen rijk aan gevoelige zenuwen, vooral vingers en tenen en de nagelmatrixen ; open, pijnlijke wonden, met algemene prostratie door bloedverlies, en grote zenuwdepressie ; gescheurde wonden.
Geplette, gepuncteerde en gescheurde wonden, wanneer de zenuwweefsels hoofdzakelijk betrokken zijn ; laceraties van de huid ; letsels van de wervelstreek, van de weefsels van het dierlijke leven, zoals handen en voeten.
Gescheurde wonden, of andere letsels van zenuwen, waarbij veel pijnlijkheid bestaat, met schokken in de spieren.
Hevige, ondraaglijke pijnen door scheuring van zenuwen.
Buitensporige pijnlijkheid van de aangedane delen, wat aantoont dat de zenuwen zijn aangetast.
Behoudt de vitaliteit van afgescheurde en gescheurde delen wanneer zij bijna geheel van het lichaam gescheiden zijn.
Laceraties wanneer ondraaglijke pijn toont dat de zenuwen ernstig betrokken zijn.
Bij lichtere vormen van gescheurde wonden kan het, indien vroeg toegepast, soms ulceratie en afsterving tegenhouden, en wijzigt het deze altijd.
Schotwonden wanneer de delen uitgebreid zijn verscheurd en afgerukt, met stuwing van de capillairen, gepaard gaand met meer of minder afscheiding van bloederig serum.
Doordringende wonden door puntige instrumenten.
Gepuncteerde, ingesneden, gekneusde of gescheurde wonden, wanneer de pijnen buitengewoon hevig zijn, en vooral als zij lang aanhouden ; pijnen als van hevige kiespijn ; pijnen verspreiden zich naar naburige delen en stijgen langs het lidmaat op.
Open, pijnlijke wonden, met algemene prostratie door bloedverlies, gevoel van zwakte en beven in alle ledematen ; loomheid bij opstaan, flauwvallen door lichamelijke inspanning, dorst en zwaarte van het hoofd.
Mechanische letsels, wonden door spijkers of splinters in de voeten ; naalden onder de nagels ; samendrukken of beuken van tenen en vingers ; wanneer de zenuwen zijn gescheurd, gewond of afgerukt, met ondraaglijke pijnen. Het voorkomt kaakklem door wonden in voetzolen, of van vingers en handpalmen.
Wijzigt ulceratie en afsterving altijd en houdt die soms tegen.
Harde, gele korsten vormen zich op de genezende wond.
Pijn in oude littekens.
Insectensteken en wantsenbeten ; brandwonden.
AANRAKING. PASSIEVE BEWEGING. LETSELS [45]
Gepuncteerde wonden voelen zeer pijnlijk aan ; door trappen op spijkers, naalden, spelden, splinters, rattenbeten, enz. ; voorkomt kaakklem.
Wonden door verplettering, zoals geplette vingers, vooral toppen.
Zenuwen gescheurd, pijnen ondraaglijk.
Pijnlijke wonden vóór ettering.
Reuma, hallux-valgusknobbels, likdoorns, enz., wanneer de pijnen zo onevenredig hevig zijn dat zij tonen dat de zenuwen zijn aangetast.
Na een stoot of slag op het hoofd : spasmen.
Gevolgen van commotio van de wervelkolom. Zie hoofdst. 31 en 44 .
Aanraking : halswervels gevoelig ; aanraking van de wervelkolom tussen hals- en lendenstreek deed hem terugdeinzen ; < stekende pijnen in knieën.
Wrijven : > gevoelloosheid van arm.
Na gebruik van instrumenten voor uteriene prolaps : brandende pijnlijkheid van de vrouwelijke urethra.
Na een val : asfyxie ; hoofdpijn met pijnlijke ogen ; letsel van het ruggenmerg ; astmatische aanvallen ; grote pijn in de wervelkolom ; kan urine niet ophouden ; sfincterspieren gedeeltelijk verlamd ; braken 's nachts ; 's morgens licht delirant ; hevige pijn in hoofd en langs de wervelkolom omlaag.
Na een val op het achterhoofd : hoofdpijn met gevoel alsof zij hoog in de lucht werd opgetild.
Na een val op het stuitbeen : hevige pijnen en onvermogen om te lopen of te bukken.
Na harde stoot : epileptiforme spasmen.
Slagen op het hoofd : convulsies.
Na wonden : grote zenuwdepressie.
Schotwonden.
Doordringende wonden : door scherpe instrumenten.
Gecompliceerde fractuur van handen en voeten.
Na ernstig letsel van de nervus ischiadicus : stekende, snijdende pijnen schieten langs het verloop van de zenuw.
Lichte letsels bij kinderen : veroorzaken spasmen.
Letsels van tandzenuwen.
Letsel verscheidene jaren geleden : pijn en irritatie van het oog door anterieure synechie.
Na het intrappen van spelden in de voet : intense pijn ; tenen stijf, enkel verstijfd, rillingen in de rug ; pijnen lopen langs het lidmaat omhoog, door de wervelkolom naar hals en gelaat ; spieren van hals en kaak worden stijf.
HUID [46]
Grote jeuk bij het uitkleden, het meest in de sacraalstreek.
Hevige jeuk : schrijnend.
Huid ruw, alsof vol kleine knobbeltjes.
Puistjes op voorhoofd, keel, rug, heupen.
Uitslag als netelroos op beide handen, om 4 uur 's middags en 's avonds.
Schrijnende uitslag, als netelroos, op de handen.
Tetter, beginnend met pijnlijke plekken, en vormend harde, gele korsten, met hevige jeuk.
Uitslag die diarree in de zomer begeleidt.
Harde, droge, gele korsten vormen zich op wonden of open zweren.
Vuile, torpide en phagedenische zweren.
LEVENSFASE, CONSTITUTIE [47]
Meisje, æt. 6, viel drie jaar geleden van de trap, sedertdien in slechte gezondheid ; aandoening van de wervelkolom.
Jongen, æt. 7, na val van het dak van een schuur ; traumatische meningitis.
Meisje, æt. 14, schuchter en impressionabel, na zeer geschrokken te zijn door een praktische grap ; shock.
Stevige jonge dame, na val op het achterhoofd ; hoofdpijn.
Metselaar, æt. 29 ; verplettering van de rechtervoet.
Mevr. E. M. C., æt. 32, na uit een hangmat te zijn gevallen ; pijn in de wervelkolom.
IJsman, æt. 32, na van een wagen te zijn geslingerd ; commotio van de wervelkolom.
Vrouw, æt. 40, trapte op een pakje spelden, waarvan er verscheidene diep in de zool van de rechtervoet drongen ; tetanische symptomen.
Sterke vrouw, æt. 45, moeder van vijf kinderen, viel in haar vijftiende jaar van de trap en verwondde de wervelkolom, lijdt sinds tien jaar aan borstaandoening ; spasmodisch astma.
RELATIES [48]
Tegengegaan door : Arsen . (zwakte of onpasselijkheid in de ochtend) ; Chamom . (pijnen in het gelaat).
Antidotum : Sulphur . (Gevolgen van mesmerisme).
Vergelijk : Acon., Agar., Arnic ., Arsen ., Calend ., Chamom., Coccul., Ruta, Staphis., Sulphur .