Drosera Rotundifolia
van Constantine Hering — De leidende symptomen van onze Materia Medica
Rondbladige zonnedauw. Droseraceæ.
Groeit in met mos begroeide, veenachtige moerassen in Europa, Noord-Azië en Amerika.
De tinctuur wordt bereid uit de werkzame, verse plant.
In de zestiende eeuw empirisch door artsen gebruikt (Dodoens), voornamelijk uitwendig tegen huiduitslag.
In onze Materia Medica ingevoerd door Hahnemann, en door hemzelf en anderen beproefd. Zie Allen's Encyclopædia , deel 4, p. 170 .
Werd beroemd als geneesmiddel bij kinkhoest op Hahnemanns eigen aanbeveling op grond van waarnemingen van Wislicenus, een van de beproevers.
KLINISCHE AUTORITEITEN.
- Laryngitis , Macfarlan, Raue's Rec., 1870, p. 156 ; Heesheid na katarrh , Hartmann, Rück. Kl. Erf., vol. 3, p. 167 ; Prikkeling in het strottenhoofd met hoest , Baumann, Raue's Path., p. 319 ; Hoest , Pemerl., Rück. Kl. Erf., vol. 3, p. 12 ; Krampachtige hoest , Hannes, Allg. Hom. Ztg., vol. 106, p. 66 ; Becker, Rück. Kl. Erf., vol. 3, p. 12 ; Jousset, B. J. H., vol. 26, p. 210 ; Katarrhale hoest , Gross, Rück. Kl. Erf., vol. 3, p. 12 ; Kinkhoest , Hahnemann, Hrg., Hartman, Lobeth, Schrön, Rück. Kl. Erf., vol. 3, p. 12 ; Neumann, Nenning, Mühlenbein, Trinks, Schindler, Bethmann, Knorre, Rück. Kl. Erf., vol. 3, p. 73 ; Englehardt, Becker, Rück, Kl. Erf., vol. 3, p. 74 ; Schindler, Tietze (6 gevallen), Neumann, Rück. Kl. Erf., vol. 3, p. 75 ; Gross, Bethmann, Rück. Kl. Erf., vol. 3, p. 76 ; Müller, Rück. Kl. Erf., vol. 5, p. 718 ; Cretin, Allg. Hom. Ztg., vol. 106, p. 39 ; Skinner (2 gevallen), Allg. Hom. Ztg., vol. 106, p. 53 ; Nachthoest , Hale, Hom. Clinics, vol. 1, p. 82 ; Hoest tijdens mazelen , Stapf, Tietze, Rück. Kl. Erf., vol. 4, p. 95 ; Hoest en heesheid na mazelen , Stapf, Rück. Kl. Erf., vol. 3, p. 167 ; Hoest van phthisische personen , Lobeth, Hartmann, Rück. Kl. Erf., vol. 3, p. 366 ; Katarrhale aandoeningen van de borst , Hrg., Rück. Kl. Erf., vol. 3, p. 12 ; Katarrhale koorts , Hartmann, Rück. Kl. Erf., vol. 3, p. 12 ; Wisselkoorts , Knorre, Rück. Kl. Erf., vol. 4, p. 917 ; Allen's Int. Fever, p. 98.
GEMOED [1]
Geestelijke onrust ; kan bij het lezen niet lang bij één onderwerp blijven, moet naar iets anders overgaan.
Neerslachtig door vervolgingen van anderen van alle kanten, en tevens ontmoedigd en bezorgd over de toekomst.
Angst : met hitteopwellingen ; wanneer alleen, vooral 's avonds, ook bij het 's nachts ontwaken ; alsof zij hem zou aanzetten tot zelfmoord door verdrinking.
Vrees voor geesten en voor alleen zijn.
Groot wantrouwen.
Zeer prikkelbaar ; een kleinigheid brengt hem van streek ; driftig, buiten zichzelf van boosheid.
Eigenzinnig ; koppig ; staat erop zijn plannen uit te voeren.
BEWUSTZIJN [2]
Sufheid en zwaarte van het hoofd.
Duizeligheid bij het lopen in de open lucht, neiging om naar links te vallen.
INWENDIG HOOFD [3]
Lancinerende pijn in het voorste deel van de hersenen, < bij bewegen van de ogen, > door het hoofd met de handen te ondersteunen.
Lancinerende, spanningsvolle hoofdpijn in het voorhoofd, < bij bukken.
Drukkende pijn in voorhoofd en jukbeen, van binnen naar buiten.
Borende pijn in het voorhoofd.
Hoofdpijn boven de orbita bij bukken, verdwijnend bij lopen.
Drukkende hoofdpijn (slapen), met bedwelming en misselijkheid ('s morgens) ; < bij bukken en door warmte ; > door beweging en in koude lucht.
Zeurende pijn boven de rechter slaap.
Pijnlijkheid in de slapen.
Trekkende pijn in de linker zijde van het hoofd.
Drukkende hoofdpijn.
De hersenen worden door stappen pijnlijk aangedaan.
UITWENDIG HOOFD [4]
Smartende, brandende pijn in de hoofdhuid.
Gevoel van pijnlijke rauwheid in de huid van de rechter slaap.
Jeukend, knagend gevoel aan het voorste deel van de hoofdhuid, > door wrijven.
Invretende jeuk op de hoofdhuid.
GEZICHT EN OGEN [5]
Veelvuldig tijdelijk verdwijnen van het gezichtsvermogen, vooral bij lezen, letters zien er bleek en wazig uit ; lichtschuwheid ; ogen verblind door licht of de gloed van vuur ; zij zijn zeer droog ; neus droog en verstopt, steken in de ogen.
Alsof er gaas voor de ogen is ; bij het lezen lopen de letters ineen. θ Amblyopie.
Verziend ; zwakte van de ogen bij aandachtig kijken naar kleine voorwerpen ; trillingen voor de ogen ; verblinding ; < door licht, daglicht, kaarslicht.
Pupillen eerst vernauwd, later verwijd.
Uitpuilen van de ogen.
Hevige steken, van binnen naar buiten, in de ogen.
Oogleden livide.
GEHOOR EN OREN [6]
Slechthorendheid, met toegenomen gezoem vóór de oren.
Ruisen, gezoem en trommelen in de oren.
Pijn in het rechter binnenoor, alsof het samengedrukt werd.
Stekende pijn en zeurende pijn, vooral bij slikken.
Oorpijn, met stekende pijn in het binnenoor.
Steken in de oren.
REUK EN NEUS [7]
Neus droog en verstopt.
Neusbloeding, < 's morgens of 's avonds, en bij bukken.
Bloeding uit neus en mond. θ Pertussis.
Overvloedige waterige neusloop, vooral 's morgens.
Veelvuldig niezen, met of zonder waterige neusloop ; < door niezen.
BOVENSTE GELAAT [8]
Bleek gelaat, met ingevallen ogen ; opgezet en livide.
Wangen en ogen ingevallen.
Prikkelende, brandende pijn in de huid van de wang onder het linker ooglid.
Koude van de linker helft van het gelaat, met stekende pijn en droge hitte aan de rechter helft van het gelaat.
Hitte van het gelaat, met koude handen.
Aangezichtspijn, verergerd door druk en aanraking.
Kleine puistjes, hier en daar, in het gelaat, met fijne stekende gewaarwording, < bij aanraken.
Koud zweet op het voorhoofd.
ONDERSTE GELAAT [9]
Stekende, scheurende pijn in de linker onderkaak, alsof in het periost.
Branden in de huid, aan de rechter mondhoek.
Onderlip in het midden gebarsten.
Droogheid van de lippen en weinig smaak.
Zwarte poriën op de kin.
TANDEN EN TANDVLEES [10]
Koud gevoel in de substantie van een snijtand.
Stekende tandpijn, 's morgens, na warme drank.
SMAAK, SPRAAK, TONG [11]
Smaak : bitter, in de keel, na het eten ; verrot ; brood smaakt bitter ; voedsel lijkt smakeloos.
Fijne prikkelingen op de tongrug.
Stekende, smartende pijn in de rechter zijde en punt van de tong.
Kleine, ronde, pijnloze zwelling in het midden van de tong.
Witachtig zweertje op de punt van de tong.
MONDHOLTE [12]
Smartende pijn aan de binnenzijde van de linker wang, als van peper.
Verrotte, etterachtige smaak in de mond. θ Phthisis.
Overvloedige afscheiding van waterig speeksel.
Bloederig speeksel.
Bloeding uit de mond.
GEHEMELTE EN KEEL [13]
Moeite met het slikken van vast voedsel ; slokdarm alsof samengetrokken.
Verzwering van het zacht gehemelte.
Gevoel van droogheid in keelholte en keel met dorst.
Gevoel in de keelholte alsof er broodkruimels waren blijven steken.
Stekende pijn in de keel tijdens het slikken.
Brandend, ruw gevoel diep in de keel, onmiddellijk na het middagmaal.
Schrapen in de keel door het eten van zout voedsel.
Opkuchen van groen of geel slijm.
Ruw, schrapend gevoel van droogheid diep in de keelholte en in de streek van het zachte gehemelte, veroorzakend een korte, kriebelende hoest, gepaard gaand met opgeven van geel slijm, en hese stem, met een diepe basklank. θ Laryngeale phthisis.
Keel donker, koperrood, droog, maar niet glanzend ; spieren van de keelholte gezwollen, slikken uiterst pijnlijk ; onophoudelijke hoest, soms eindigend in braken.
EETLUST, DORST. VERLANGEN, AFKEER [14]
Dorst in de ochtend.
Afkeer van varkensvlees.
ETEN EN DRINKEN [15]
Mond bitter tijdens het eten. θ Zwangerschap.
Onmiddellijk na het middagmaal, brandend rauw gevoel.
Hoest, < na drinken ; na tabaksrook. θ Pertussis.
HIK, OPRISPINGEN, MISSELIJKHEID EN BRAKEN [16]
Veelvuldige hik.
Oprispingen met bittere of zure smaak ; waterbrash.
Misselijkheid, met bedwelmende druk in het voorhoofd.
Misselijkheid na vet voedsel ; < na middernacht tot de ochtend.
Misselijkheid en kokhalzen.
Braken : van bloed, van gal, 's morgens ; van slijm, water of voedsel bij hoesten ; na drinken ; vooral 's nachts of vóór het middagmaal ; eerst voedsel, daarna slijm, aan het einde van de aanval (pertussis).
Braken van slijmerige massa.
Erger na braken.
MAAGKUIL EN MAAG [17]
Klauwende gewaarwording in de maagkuil.
Samentrekkende spanning in de maagkuil, alsof alles naar binnen zou worden getrokken, vooral tijdens diepe inademing, en bij hoest.
HYPOCHONDRIËN [18]
Angstig gevoel in de hypochondriën.
Pijnlijk bij aanraking, en bij hoesten.
Moet de hypochondriën met de handen ondersteunen bij het hoesten. θ Pertussis.
Beklemmende pijn in beide hypochondriën, die het hoesten belemmert ; kan wegens de pijn niet hoesten, tenzij de hand op de maagkuil wordt gedrukt.
BUIK EN LENDENEN [19]
Pijnlijke samentrekking van het epigastrium.
Doffe steek van rechts naar links door de buik, die bijna de adem beneemt, tijdens het lopen.
Steken in de rechter zijde van de buik tijdens zitten.
Steek van de linker lende naar de penis.
Samentrekking in de buik, met braken. θ Pertussis.
Buikpijn na zuur voedsel.
STOELGANG EN RECTUM [20]
Uitwaarts drukkende pijn, onafhankelijk van de stoelgang.
Veelvuldige stoelgang, met koliek.
Stoelen : zacht, vloeibaar ; los ; brijig ; wit, slijmerig en stinkend, met waterige, reukloze urine.
Dunne ontlasting bijna voortdurend, maar vooral < na middernacht ; bloederige, slijmerige of kwalijk riekende ontlasting, gevolgd door pijnen in de buik en in de lendenen.
Vóór en na de stoelgang ; spannende pijn in het bovenste deel van de buik bij het inhouden van de adem.
Na de stoelgang : vergeefs persen ; voortdurende aandrang tot stoelgang ; buik- en rugpijnen.
URINEWEGEN [21]
Veelvuldige aandrang om te urineren, met schaarse lozing, vaak slechts druppelsgewijs.
Veelvuldig, overvloedig urineren.
Urine donker en sterk riekend.
Urine waterig, reukloos, met stinkende slijmerige ontlasting.
MANNELIJKE GESLACHTSORGANEN [22]
Trekkende steken van de linker lende naar de penis.
Jeukende steken in de glans penis.
VROUWELIJKE GESLACHTSORGANEN [23]
Vertraagde menarche.
Menstruatie te laat ; te schaars ; onderdrukking van de menstruatie ; bloed donker.
Leucorroe, met weeënachtige pijn.
STEM EN STROTTENHOOFD. LUCHTPIJP EN BRONCHIËN [25]
Stem : hees, diep, spreken kost inspanning ; schor ; hol, klankloos ; gebarsten.
Katarrhale heesheid, met of zonder neusverkoudheid of hoest ; kan alleen in een basstem spreken ; heesheid na mazelen.
Chronisch aanhoudende heesheid als gevolg van herhaalde katarrhale aanvallen.
Ernstige heesheid, met krampachtige hoest, na mazelen.
Epiglottis voortdurend heen en weer bewegend, voortdurende neiging om te hoesten ; strottenhoofd zeer droog ; patiënt ondersteunt onwillekeurig het schildkraakbeen bij het slikken of hoesten, en er schijnt een voortdurende spanning in de strottenhoofdskast te zijn, met neiging tot braken. θ Laryngitis.
Voortdurend kietelen in het strottenhoofd, veroorzakend hoest en 's nachts slapeloosheid.
Gevoel alsof er een veer in het strottenhoofd zit, die hoest opwekt.
Kruipend gevoel in het strottenhoofd, dat kriebelhoest opwekt, met het gevoel alsof er een zachte substantie in zat, met fijne steken die zich vandaar naar de rechter zijde van de keelholte uitstrekken.
Gekneusd gevoel in het strottenhoofd tijdens het inademen.
Samentrekking van het strottenhoofd bij spreken.
Slijm in het strottenhoofd, hard of zacht.
Borst- en keelsymptomen erger door spreken of zingen.
Laryngeale phthisis, met heesheid, snelle vermagering.
ADEMHALING [26]
Benauwdheid, bij ieder woord dat hij spreekt trekt de keel samen ; niet zo bij lopen.
Ademhaling traag ; overwegend met vochtig geluid.
Ondraaglijke steken bij hoesten en diep inademen, in het bovenste deel van de borst nabij de oksel, > door met de hand op het aangedane deel te drukken, met etterige expectoratie vermengd met bloed.
Bij het inademen werden hevige zeurende pijnen gevoeld in en onder beide sleutelbeenderen, over een kleine plek in de longen ; de infraclaviculaire pijn breidde zich later rond uit naar de schouderbladen ; ook een gekneusd gevoel van het strottenhoofd.
Gevoel alsof iets in de borst de uitademing verhindert bij spreken of hoesten.
Benauwend gevoel in de borst alsof de uitademing door hoesten of spreken verhinderd werd.
Tijdens een uitademing 's avonds, liggend in bed, plotselinge samentrekking van de buik, die een opwelling veroorzaakte alsof hij zou braken en hoest opwekte.
Moeizame ademhaling, < na middernacht.
Dyspnoe, vooral bij spreken, bij ieder woord wordt de keel samengesnoerd ; geen dyspnoe tijdens lopen.
Ernstige dyspnoe, dreigende verstikking ; blauwheid van gelaat en lippen ; koud zweet op het voorhoofd ; braken van taai slijm. θ Kinkhoest.
Benauwdheid van de borst alsof de adem werd ingehouden.
Aanval van verstikking ; kan niet op adem komen ; hijgt.
Astma, vooral bij spreken, met samentrekking van de keel bij ieder uitgesproken woord.
Slechte, onaangenaam riekende adem bij hoesten.
HOEST [27]
Diep klinkende, hese blafhoest.
Ruw, schrapend, droog gevoel diep in de keelholte en het zachte gehemelte, veroorzakend kriebelhoest, met gele slijmige expectoratie en heesheid, spreekt slechts met inspanning, en in een diepe basstem ; benauwdheid van de borst alsof de lucht bij spreken en hoesten werd tegengehouden, zodat de adem niet kon worden uitgeademd.
Kinkhoest ; aanvallen, om de één tot drie uur, met blaffende of dof klinkende hoeststoten, verstikkende ademhaling, veroorzaakt door kieteling of droogheid in de keel, of door een gevoel alsof er een zachte veer in het strottenhoofd zit ; expectoratie, alleen 's morgens, geel en bitter ; moet het slijm inslikken.
Aan hoestaanvallen gaat, vijftien of twintig minuten tevoren, geratel van slijm in de bronchiën vooraf, waaraan de patiënt de hoestaanval uitsluitend toeschrijft. θ Kinkhoest.
Kinkhoest, met gevoel van beklemming in borst en hypochondriën, zodat de patiënt probeert deze delen met de handen te ondersteunen ; < na middernacht ; transpireert bij het ontwaken uit de slaap.
Hoest komt in aanvallen, met lange tussenpozen ; de hoest in de tussenpozen is kort, niet uitputtend, en hij acht haar onbeduidend in vergelijking met de kwellende aanvallen ; de aanvallen beginnen mild, zijn kort, maar nemen in de loop van de ziekte toe, totdat de hoest onophoudelijk wordt, de aanvallen elkaar snel opvolgen, en hem dwingen rechtop te gaan zitten, telkens beginnend met kitteling en hernieuwde inademing, totdat ten slotte braken van slijm (zelden van voedsel) optreedt, waardoor de aanval eindigt ; grote uitputting na de aanval ; vaak < 's nachts bij het gaan liggen. θ Kinkhoest.
Paroxismale droge hoest, waarvan de opwekkende oorzaak in de buik schijnt te liggen, met overvloedige transpiratie over het hele lichaam en uitlopend op een aanval van hevige misselijkheid.
Krampachtige, nerveuze en sympathische hoest.
Krampachtige hoest van phthisische meisjes.
Bij het hoesten een gevoel alsof iets de lucht in de borst tegenhoudt, kan niet goed hoesten, kan niet spreken.
Kinkhoest, met bloeding uit mond en neus, angst, blauw gelaat, piepende ademhaling, verstikking.
Tijdens de hoest : gelaat bleek of blauwachtig ; neiging tot braken ; braken van water, slijm en voedsel ; steken in de spieren van de borst ; bloeding uit neus of mond ; moet borst en hypochondriën ondersteunen ; heesheid ; stinkende adem ; richt zich in bed op met angst en beven.
Aanvallen gekenmerkt door zekere tyfoïde toestanden, met hevige krampachtige intrekking van de buik, gevolgd door braken van voedsel, slijm en water. θ Kinkhoest.
Hoest als sequela van mazelen, vooral wanneer zij in paroxysmen optreedt, en < in namiddag en avond ; zelfs wanneer de hoest gepaard gaat met bloederige en etterige expectoratie.
Zeer hese hoest, < na middernacht, tijdens of na mazelen.
Krampachtige hoest, gepaard gaand met kokhalzen en braken.
Hoest bij zingen, veroorzakend smarten in het strottenhoofd.
Kwelling gevende, kietelende hoest bij kinderen, overdag helemaal niet, maar begint zodra het hoofd 's nachts het kussen raakt.
Hoest, 's avonds, onmiddellijk na het gaan liggen.
De koorts en de hoest, die zeer hees is, zijn erger na twaalf uur 's nachts. θ Bronchitis infantum.
Wordt 's nachts omstreeks 2 uur wakker, hoest korte tijd en valt dan weer in slaap.
Nachtelijke hoest van phthisische patiënten.
Ernstige hoest van jonge phthisische personen, met bloederige en etterige expectoratie.
Hoest klinkt los, er komt niets op. θ Katarrh.
Hoest, met expectoratie van helder rood schuimend of van zwart gestold bloed.
Bloederige en etterige expectoratie na mazelen.
Zeer hevige hoest ; spuwen van bloed en pus, met hevige pijnen in de borst. θ Phthisis.
Expectoratie : geel ; bitter ; kwalijk riekend ; bloederig ; etterachtig ; zout ; moet worden ingeslikt.
Hoest verergerd : door warmte ; drinken ; tabaksrook ; lachen ; zingen ; huilen ; na het gaan liggen ; na middernacht of 's morgens.
BORST, INWENDIG, EN LONGEN [28]
Beklemming van borst en hypochondriën.
Hoest met gevoel van beklemming in de borst, die de adem schijnt tegen te houden en het hoesten verhindert, met pijn in de ribben, zodat hij gedwongen is de delen met de handen te ondersteunen ; braken van voedsel, daarna van slijm en water.
Beklemming van de borst, vooral bij spreken, of zelfs bij het uiten van één enkel woord ; > tijdens lopen ; de keel schijnt samen te trekken.
Hevige steken in de borst bij niezen of hoesten, moet met de handen op de borst drukken ter verlichting.
Hevige benauwende stekende pijn dwars door de borst, verdwijnend tijdens beweging.
Gevoel van benauwdheid in de borst alsof de lucht bij het hoesten werd vastgehouden, en alsof de adem niet kon worden uitgedreven.
Branderig gevoel in het midden van de borst.
Bronchitis van de ouderdom, in verbinding met emfyseem of bronchiëctasie ; nachtelijke paroxysmen ; < liggend ; hoest schijnt uit de buik te komen, schudt alle spieren van borst en lichaam, met grote uitputting na de aanval ; expectoratie van geel slijm of pus ; hoestparoxysmen met tussenpozen van één tot twee uur.
Phthisis met hevige pijnen in de borst, etterige expectoratie en vieze etterachtige smaak in de mond.
Tuberculose.
BORSTWAND [30]
Steken in de spieren van de borst, bij ademhalen of hoesten.
Borstbeen pijnlijk bij erop drukken, alsof het onder de huid ettert.
Zwarte poriën op borst en schouder.
NEK EN RUG [31]
Nek en rug
Nek stijf en pijnlijk bij beweging.
Nek pijnlijk bij aanraking.
Pijn tussen de schouderbladen, trekkend naar de lendenen.
Stekend-scheurende pijn van de wervelkolom naar de voorste bovenste doornuitsteek van het linker darmbeen, bij zitten.
Rugpijn als gekneusd, in de ochtend.
Jeukende steek in het stuitbeen bij zitten.
BOVENSTE LEDEMATEN [32]
Trillen van de rechter schouder in rust.
Nachtelijke pijnen in het opperarmbeen, overgaand overdag bij beweging.
Koude van de handen.
Diepe zweer op de rug van de rechter hand, die bloederig water afscheidt.
Rode vlekken op de rug van de hand en achter de pols.
Vingers krampachtig samengetrokken, stijf bij het grijpen.
ONDERSTE LEDEMATEN [33]
Mankmakende pijn in het rechter heupgewricht en de dij, met pijn in de enkel, alsof verstuikt ; mank bij het lopen.
Hevige steek in het zitbeen bij opstaan uit een stoel.
Drukkende pijn in de achterste spieren van de dij, < door druk en bukken ; kon er 's nachts niet op liggen, gaat over na opstaan.
Af en toe steken midden vooraan in de linker dij.
Fijne snijdende steek in de rechter kuit, optredend bij zitten, verdwijnend bij lopen.
Scheurende pijn in de rechter enkel, alsof verstuikt, alleen bij lopen.
Stijfheid van de enkels.
Voeten voelen kil aan, bedekt met koud zweet.
LEDEMATEN IN HET ALGEMEEN [34]
Alle ledematen voelen lam en gekneusd aan, alsof geslagen, en zijn uitwendig pijnlijk. θ Catarrhale koorts.
Knagende en stekende pijn in de beenderen van de ledematen, vooral hevig in de gewrichten ; hevige steken in de gewrichten ; minder pijnlijk bij beweging dan in rust.
Pijnlijk stekend-drukkende pijn in de spieren van de bovenste en onderste ledematen, in iedere houding.
RUST. HOUDING. BEWEGING [35]
Tijdens rust ; trillen in de rechter schouder ; steken in de gewrichten < ; rillen ; inwendige koude.
Liggen : in bed, tijdens uitademing plotselinge samentrekking van de buik ; grote uitputting na een hoestaanval ; op de zijde < pijn in de spieren van de dij ; op de rug, snurken ; moet gaan liggen door kouwelijkheid ; 's nachts, brengt bij kinderen kietelende hoest op ; hoest 's avonds < ; pijn in zweren < bij liggen op de zere zijde.
Opstaan uit een stoel : hevige stekende pijn in het zitbeen.
Zitten : pijn in de zijde van de buik ; hoest dwingt hem rechtop te zitten ; scheurende pijn van de wervelkolom naar de voorste doornuitsteek van het linker darmbeen ; jeukende steek in het stuitbeen ; fijne snijdende steek in de rechter kuit < ; pijn in zweren <.
Ondersteunen : hoofd met de handen > pijn in de hersenen ; hypochondriën met de handen bij het hoesten ; schildkraakbeen bij het slikken.
Bukken : hoofdpijn in het voorhoofd < ; pijn in de slapen < ; neusbloeding < ; pijn in de dijspieren <.
Stappen : doet de hersenen pijnlijk aan.
Lopen : duizeligheid ; neiging om te vallen ; hoofdpijn > ; pijn dwars door de buik ; > benauwdheid en samentrekking van de keel ; dyspnoe > ; veroorzaakt transpiratie ; pijn in de enkel < ; > steken in de rechter kuit ; pijn in de enkel alleen bij lopen ; pijn in zweren.
Zingen : < keel- en borstsymptomen.
Hoesten : veroorzaakt smarten in het strottenhoofd.
Spreken : samentrekking van het strottenhoofd ; < borst- en keelsymptomen ; gevoel alsof iets de uitademing verhindert ; benauwd gevoel in de borst ; dyspnoe ; samentrekking van de keel ; astma.
Beweging : van de ogen < pijn in de hersenen : pijn in de slapen > ; van de epiglottis voortdurend heen en weer ; > hevige stekende pijn dwars door de borst ; nek pijnlijk ; pijn in het opperarmbeen > ; steken in de gewrichten > ; > rillen.
ZENUWEN [36]
Zwakte van het hele lichaam, met ingevallen ogen en wangen.
Grote uitputting na hoestbuien. θ Kinkhoest.
Torpor ; aanvallen daarvan, met gevoelloosheid.
Epileptische aanvallen : met rigiditeit ; met trekkingen van de ledematen ; na de aanval, haemoptoë en slaap.
SLAAP [37]
Veelvuldig geeuwen en zich uitrekken.
Slaperigheid onmiddellijk na zonsondergang.
Vaak opschrikken uit de slaap, 's nachts, als van schrik, maar eenmaal wakker is hij niet angstig.
Slapeloosheid of frequent ontwaken uit de slaap.
Snurken wanneer op de rug liggend, slapend.
Dromen : levendig ; deels aangenaam, deels angstig ; ergerlijk, over het verkeerde doen van anderen ; van dorst en drinken, wordt wakker, heeft dorst en moet drinken.
Bij het ontwaken grote vermoeidheid.
Transpireert onmiddellijk bij het ontwaken uit de slaap. θ Pertussis.
TIJD [38]
Ochtend : hoofdpijn in de slapen ; neusbloeding < ; overvloedige waterige neusloop ; tandpijn ; dorst ; braken ; expectoratie ; rugpijn ; pijn in zweren <.
Om 2 uur 's nachts : wordt wakker door hoesten.
Voormiddag : koude.
Namiddag : hoest < ; tegen de avond warmte van het bovenste deel van het lichaam.
Aanhoudend tot 3 uur 's middags : dorst na kouwelijkheid ; hoofdpijn ; hitte van het gelaat.
Overdag : pijn in het opperarmbeen > ; koude.
Onmiddellijk na zonsondergang : slaperigheid.
Avond : angst ; hitteopwellingen ; neusbloeding < ; tijdens uitademing plotselinge samentrekking van de buik ; hoest < ; dorst, hoofdpijn en hitte van het gelaat na kouwelijkheid >.
Nacht : angst ; hitteopwellingen ; braken na drinken ; grote uitputting na een hoestaanval ; paroxysmen van bronchitis ; pijn in het opperarmbeen ; veelvuldig opschrikken uit de slaap ; in bed, kouwelijkheid ; inwendige koude ; hitte ; alleen 's nachts, bij kinderen, kwellende kietelhoest ; hoest van phthisische patiënten ; warm zweet.
Na middernacht : misselijkheid na vet voedsel ; ontlasting < ; moeizame ademhaling < ; hoest < ; hese hoest < ; koude van de linker gelaatshelft, rechter helft heet en droog ; koorts en hoest < ; hitte < ; warm zweet < ; snijdende pijnen in zweren <.
TEMPERATUUR EN WEER [39]
Open lucht : duizeligheid bij lopen.
Warme drank : veroorzaakt tandpijn.
Warmte : < hoest ; < pijn in zweren.
Warm worden in bed : hoest ; pijn in de lange beenderen.
Hitte : pijn in de slapen <.
Koude lucht : > pijn in de slapen ; > pijn in zweren.
Na uitkleden : jeuk.
KOORTS [40]
Rillingen of huiveraanvallen.
Koude met ijskoude handen, blauwe nagels, koud, bleek gelaat, en koude extremiteiten ; moet gaan liggen.
Koude in de voormiddag.
Voelt zich altijd te koud, kan niet warm worden ; voelt zich 's nachts koud in bed ; rillen tijdens rust, geen tijdens beweging
Vaak trekken koude rillingen over het lichaam met koude handen en heet gelaat.
Kan niet nalaten te rillen en zich koud te voelen, hoewel het lichaam warm aanvoelt.
Inwendige koude 's nachts, in bed en tijdens rust.
Overdag koude, 's nachts hitte.
Eenzijdige koude of kouwelijkheid, voornamelijk linker zijde.
Kinkhoest met rillingen en neiging om tijdens de koude fase in te zinken.
Na kouwelijkheid, lichte dorst, zwaarte van het hoofd, kloppende pijn in het achterhoofd, en hitte van het gelaat, gewone warmte van de rest van het lichaam, aanhoudend tot 3 uur 's middags ; voelt zich 's avonds goed.
Na middernacht, koude van de linker helft van het gelaat, met stekende pijnen daarin ; rechter helft heet en droog.
Koortsige rillingen over het hele lichaam, met hitte van het gelaat en ijskoude handen, geen dorst.
Warmte van het bovenste deel van het lichaam tegen de avond.
Hitte en roodheid van het gelaat.
Hitte, erger na middernacht.
Koud zweet op voorhoofd, voeten, gelaat en buik.
Warm zweet 's nachts, vooral na middernacht en in de ochtenduren, het overvloedigst in het gelaat en op de buik.
Zweet over het hele lichaam, met een hoest die hevig kokhalzen teweegbracht.
Hevige koude met koud gelaat, ijskoude handen en voeten, en galbraken ; hitte gepaard gaand met hevige drukkende en kloppende pijnen in het hoofd, en krampachtige hoest ; apyrexie gepaard gaand met maagsymptomen.
Wisselkoorts, met keelpijn en misselijkheid.
Aanval vóór 9 uur 's morgens, elke ochtend. θ Intermitterend.
Koortsen optredend wanneer kinkhoest epidemisch heerst.
AANVALLEN, PERIODICITEIT [41]
Vijftien of twintig minuten vóór hoestaanvallen geratel van slijm in de bronchiën.
Veelvuldig : verdwijnen van het gezichtsvermogen ; niezen ; hik ; stoelgang met koliek ; aandrang om te urineren ; overvloedig urineren ; grote uitputting, na een hoestaanval, geeuwen ; zich uitrekken ; opschrikken uit de slaap ; ontwaken uit de slaap ; rillingen over het lichaam ; huiveringen over het hele lichaam.
Aanvallen : van braken ; van hoest met lange tussenpozen ; van hoest volgen elkaar snel op ; van hevige misselijkheid na hoest ; van torpor met gevoelloosheid ; epileptische.
Om de één tot drie uur : aanvallen van kinkhoest.
Paroxysmen : van hoest ; van nachtelijke bronchitis.
PLAATS EN RICHTING [42]
Links : neiging om naar de zijde te vallen ; pijn in de zijde van het hoofd ; pijn in de huid van de wang onder het ooglid ; koude van de helft van het gelaat ; pijn in de onderkaak ; pijn aan de binnenzijde van de wang ; pijn van de lende naar de penis ; scheurende pijn van de wervelkolom naar de voorste doornuitsteek van het darmbeen ; steken midden in de dij ; koude voornamelijk aan de linker zijde ; zijde van het gelaat koud.
Rechts : pijn boven de slaap ; pijnlijkheid van de huid van de slaap ; pijn in het binnenoor ; pijn en hitte aan de zijde van het gelaat ; branden in de mondhoek ; pijn in de zijde en punt van de tong ; in de zijde van de buik ; steken naar de zijde van de keelholte ; trillen in de schouder ; diepe zweer op de rug van de hand ; mankmakende pijn in heupgewricht en dij ; snijdende steek in de kuit ; scheurende pijn in de enkel ; zijde van het gelaat heet en droog.
Van rechts naar links : steken dwars door de buik.
Van binnen naar buiten : pijn in het voorhoofd ; steken in de ogen.
Uitwaarts : pijn in het rectum.
GEWAARWORDINGEN [43]
Pijn in het oor alsof het samengedrukt werd ; slokdarm alsof samengetrokken ; in de keelholte alsof broodkruimels waren achtergebleven ; gevoel in de maagkuil alsof alles naar binnen zou worden getrokken ; gevoel als van een veer in de keel ; gevoel alsof een zachte substantie in het strottenhoofd zat ; alsof iets in de borst de uitademing verhinderde ; benauwdheid van de borst alsof de adem werd ingehouden ; alsof iets de lucht in de borst tegenhield ; ledematen voelen alsof zij geslagen en pijnlijk zijn, als van een te hard bed.
Pijn : in het rechter binnenoor ; in de keel bij slikken ; in de buik ; in de lendenen ; in de ribben ; tussen de schouderbladen, trekkend naar de lendenen ; in het opperarmbeen ; in de enkel.
Scheurende pijn : in de linker onderkaak ; van de wervelkolom naar de voorste doornuitsteek van het linker darmbeen ; in de rechter enkel.
Hevige pijn : in de borst.
Lancinerende pijn : in het voorste deel van de hersenen.
Snijdende steek : in de rechter kuit.
Steken : in de ogen ; in de oren ; in de rechter zijde van de buik ; van de linker lende naar de penis ; van het strottenhoofd naar de keelholte ; in het bovenste deel van de borst ; in de spieren van de borst ; in de borst ; midden in de linker dij ; in de gewrichten.
Stekende pijn : in de linker onderkaak ; in de tanden ; in de rechter zijde en punt van de tong ; dwars door de borst ; van de wervelkolom naar de voorste doornuitsteek van het linker darmbeen ; in het zitbeen ; in de beenderen van de ledematen ; in de gewrichten ; in de spieren van de bovenste en onderste ledematen.
Stekende pijn : aan de rechter zijde van het gelaat ; in de keel ; in de gewrichten ; in de lange beenderen ; in de huid.
Trekkende pijn in de linker zijde van het hoofd.
Knagend : aan het voorste deel van de hoofdhuid ; in de beenderen van de ledematen ; in de gewrichten ; in de huid.
Beklemmende pijn : in beide hypochondriën ; van het epigastrium.
Klauwende gewaarwording : in de maagkuil.
Weeënachtige pijn : in de buik.
Drukkende pijn : in de slapen ; in het hoofd ; in het rectum ; in de achterste spieren van de dij.
Drukkende pijn : in het voorhoofd.
Stekende pijn : in het oor ; in het gelaat.
Kloppende pijn : in het achterhoofd.
Borende pijn : in het voorhoofd.
Brandende pijn : in de hoofdhuid ; in de huid van de wang.
Prikkelende pijn : in de huid van de linker wang ; op de tongrug.
Smartende pijn : in de hoofdhuid ; in de zijde en basis van de tong ; aan de binnenzijde van de wang.
Jeukende steken : in de glans penis ; in het stuitbeen.
Doffe steek : dwars door de buik.
Gekneusd gevoel : in het strottenhoofd ; in de rug.
Verstuikt gevoel : in de enkel.
Zeurende pijn : boven de rechter slaap ; in het oor ; in het gelaat ; in de buik ; in en onder beide sleutelbeenderen, zich uitstrekkend naar de schouderbladen.
Pijnlijkheid : in de slapen ; in de huid van de rechter slaap.
Schrapen : in de keel ; in de streek van het zachte gehemelte.
Stekende gewaarwording : in de puistjes van het gelaat.
Branden : in de huid aan de mondhoek ; diep in de keel ; in het midden van de borst.
Mankmakende pijn : in het rechter heupgewricht ; in de dij.
Spannende pijn : in het bovenste deel van de buik.
Samentrekking : van de buik, van het epigastrium.
Mankheid : in alle ledematen.
Zwaarte : van het hoofd ; van alle ledematen.
Sufheid van het hoofd.
Spanning in het hoofd ; in de maagkuil.
Stijfheid : van de nek ; van de enkels.
Benauwdheid : in de keel ; in de borst.
Beklemming : in de buik ; in het strottenhoofd ; van de keel ; in de borst ; in de hypochondriën.
Druk : in het voorhoofd ; in de spieren van de bovenste en onderste ledematen.
Droge hitte : aan de rechter zijde van het gelaat.
Gezoem : in de oren.
Trommelen in de oren.
Ruisen : in de oren.
Trillen : in de rechter schouder.
Droogheid : van de lippen ; in de keelholte ; in de keel ; van het strottenhoofd.
Ruw gevoel : in de keel ; in de streek van het zachte gehemelte.
Jeuk : aan het voorste deel van de hoofdhuid ; in de huid.
Kruipend gevoel : in het strottenhoofd.
Kietelen : in het strottenhoofd.
Koude : van de linker helft van het gelaat ; van de handen ; van de substantie van een snijtand.
WEEFSELS [44]
Werkt krachtig op het ademhalingsstelsel, door zijn invloed op de nervus pneumogastricus, en veroorzaakt een krampachtige droge hoest die op die van kinkhoest lijkt.
De hoestaanvallen zijn van spastisch karakter, berusten op prikkeling van de nervus vagus, en treffen de bronchiën ; kinkhoest, bronchiale katarrh, bronchitis op hoge leeftijd, emfyseem en bronchiëctasie.
Bloedingen, bloed lichtrood.
Snelle vermagering, met acute phthisis laryngealis.
Knagende, stekende pijnen in gewrichten en lange beenderen.
AANRAKING. PASSIEVE BEWEGING. VERWONDINGEN [45]
Aanraking : stekende gewaarwording in puistjes van het gelaat < ; hypochondriën pijnlijk ; nek pijnlijk.
Druk : aangezichtspijn < ; van de hand op de maagkuil > pijn bij hoesten ; > steken in de borst ; op de borst bij hoesten of niezen > steken ; pijn in de dijspieren <.
Wrijven : jeuk op de hoofdhuid > ; > pijn in zweren.
HUID [46]
Prikkelend, brandend, stekend, jeukend, knagend gevoel in de huid.
Jeuk > door krabben, wrijven of afvegen met de hand.
Hevige jeuk bij het uitkleden ; bij krabben laat de huid gemakkelijk los.
Uitslag als bij mazelen.
Uitslag, met pijnlijke rauwheid of stekende pijn.
Zwarte poriën op borst, schouder en kin.
Bloedende, brandende zweren ; snijdende pijnen ; pus bloederig, dun en waterig, ichoreus ; < 's morgens en gedurende het laatste deel van de nacht ; ook bij liggen op de zere zijde, bij zitten, bij warm worden in bed ; > door koude, wrijven en tijdens lopen ; rechter zijde.
Mazelen ; zeer hese hoest volgt op of begeleidt de ziekte, < na middernacht.
LEVENSFASE, CONSTITUTIE [47]
Jongen, æt. 1, na door Chamom. van dysenterische diarree genezen te zijn ; kinkhoest.
Meisje, æt. 1 1/2, lijdt al een half jaar aan hoest die geleidelijk ernstiger is geworden.
Gevoelig kind, æt. 2 ; kinkhoest.
Jongen, æt. 10 ; meisje, æt. 3 ; kind, æt. 4 ; jongen, æt. 3 ; jongen, æt. 28 weken ; kind, æt. 10 weken ; kinkhoest.
Flegmatisch torpide meisje, æt. 14, met hemorrhagische diathese ; kinkhoest.
Arme vrouw, æt. 60, na kou vatten ; hoest.
RELATIES [48]
Geantidoteerd door : Camphor .
Compatibel : Calc., Pulsat., Veratr., Sulphur .
Complementair : Nux vom .
Vergelijk : Bellad., Chelid, Cina, Corall. rub., Cuprum, Hyosc., Ipecac., Nux vom., Samb ., bij krampachtige hoest.