Asarum Europæum
van Constantine Hering — De leidende symptomen van onze Materia Medica
Mansoor. Aristolochiaceæ.
Ingevoerd en beproefd in 1817 door Hahnemann (14) en zijn leerlingen (254). De tweede uitgave verscheen in 1825 (16 en 254). Fysiologisch gerangschikt door A. G. Schneider in 1853. Alleen de wortel is beter dan de hele plant.
GEEST [1]
Geleidelijk verdwijnen van gedachten, als bij het inslapen.
Suf gevoel in het hoofd, geen zin iets te doen.
Beeldt zich in dat hij als een geest in de lucht zweeft, wanneer hij in de open lucht loopt.
Grote opgewektheid, afwisselend met incidentele ogenblikken van stilte of somberheid.
Huilerige droefheid en angst.
Melancholische prikkelbaarheid.
Nerveuze prikkelbaarheid en opwinding. Zie 24 .
Koude "rillingen" door elke emotie.
BEWUSTZIJN [2]
Verwardheid in het hoofd is minder merkbaar bij lopen dan bij zitten, met druk in de ogen alsof door een stomp punt van binnen naar buiten, vooral onder het rechteronderooglid.
Tijdens kokhalzen nemen alle symptomen toe, alleen het suffe gevoel in het hoofd vermindert.
Gevoel van lichtheid in de ledematen; wanneer zij loopt, denkt zij door de lucht te glijden.
Duizeligheid, met angst. θ Cholerine.
Vroeg in de ochtend, bij het opstaan, duizeligheid en slaperigheid van het hoofd, met hoofdpijn aan de linkerzijde van het voorhoofd.
Suf gevoel in het hoofd, geen zin iets te doen.
HOOFD, INWENDIG [3]
Zeurende pijn in het voorhoofd, met verwarde geestestoestand.
Zeurende pijn in de slapen, vooral links.
Hevige druk in het voorhoofd, neerwaarts op de ogen.
Hoofdpijn in het voorhoofd, met misselijkheid.
Scheurende, drukkende pijn in de linkerslaap.
Pijn, alsof door samentrekking in voorhoofd, slapen en achter de oren, met tranenvloed en branden van de ogen, < in de namiddag (5 uur), > bij zitten en door wassen, maar niet door afvegen.
Doffe hoofdpijn in de linkerslaap, later onder de wandbeenderen, ten slotte in het achterhoofd.
Drukkende hoofdpijn: boven de neuswortel; in de slapen, vooral links.
Druk over het grootste deel van de hersenen, van buiten naar binnen.
Trekkende hoofdpijn, alsof de slaap naar binnen getrokken werd (omstreeks de middag); beter in de open lucht en bij liggen.
Hevige, samendrukkende hoofdpijn in de linkerslaap en achter de oren; heviger bij lopen of schudden met het hoofd; > bij zitten.
Scheurende, kloppende pijn in het voorhoofd, opgewekt door bukken.
Kloppende hoofdpijn, vroeg in de ochtend, bij het opstaan.
Hoofdpijn, met pijn in beide ogen en misselijkheid.
HOOFD, UITWENDIG [4]
Pijn uitwendig aan de zijkanten van het hoofd. θ Hoofdpijn.
Jeuk, beginnend met fijne steken, onder de linkerslaap.
Gevoel van koude op een kleine plek aan de linkerzijde van het hoofd, boven het oor.
Spanning van de hele hoofdhuid, waardoor het haar pijnlijk aanvoelt.
Het haar verdraagt kammen niet.
GEZICHT EN OGEN [5]
Vertroebeling van het gezichtsvermogen.
Bij lezen gevoel in de ogen alsof zij uit elkaar gedrukt zouden worden.
Kan met het linkeroog niet lezen, verergerd door fel licht.
Asthenopie, gepaard gaand met congestieve hoofdpijn; ogen < 's morgens en 's avonds, buitenshuis in hitte en zonlicht; > midden op de dag en door ze met koud water te wassen.
Koude lucht is aangenaam voor de ogen; zonneschijn, licht en wind zijn ondraaglijk.
Rukkende pijnen in de ogen, met braken en hysterie. θ Na oogoperatie.
Druk in het linkeroog. Zie 2 .
Starende ogen.
Pijnlijk gevoel van droogheid in het oog.
(OBS :) Verdikking van het hoornvlies.
Stekende pijn boven het linkeroog, met tranenvloed en lichtgevoeligheid.
Geinjecteerde conjunctivae, met steken in de ooghoeken.
Linkerbovenooglid enigszins gezwollen; oog verdraagt veel lezen niet.
Ontstoken ogen, met verkleefde oogleden.
Tranenvloed en branden van de ogen.
GEHOOR EN OREN [6]
Overgevoeligheid van de zenuwen, het krassen van linnen of zijde is ondraaglijk.
Dof geruis in het linkeroor als een verre wervelstorm; in het rechteroor duidelijk gezing.
Verminderd gehoor van het linkeroor.
Gevoel alsof een huid over het rechter uitwendige oor gespannen is, met drukkende spanning van binnen; < in koude.
Gevoel alsof de oren gesloten waren of met een vreemde substantie verstopt.
Doofheid in een of beide oren. θ Catarrh.
Druk en spanning in de streek van de opening van de uitwendige gehoorgang, met vele symptomen.
Rechter oorschelp hard bij aanraking.
REUK EN NEUS [7]
Scherpe zeurende pijn boven de neuswortel.
Enige neusverkoudheid en niezen, met gevoel alsof de oren gesloten waren of met een vreemde substantie verstopt, met doofheid.
Afscheiding van bloederig slijm uit de neus; streepje zuiver bloed.
Droge coryza; linkerneusgat verstopt.
Kieteling in de neus, die na vergeefse pogingen een nies en afscheiding van heldere vloeistof veroorzaakt.
Hevig niezen.
BOVENSTE GELAAT [8]
Warmte van de wangen.
Fijn stekend gevoel op de rechterwang; brandend stekende pijn op de linker.
ONDERSTE GELAAT [9]
Droogheid aan de binnenzijde van de onderlip.
Snijdende pijn, met kramp in het kaakgewricht.
TANDEN EN TANDVLEES [10]
Tanden van de linkerzijde voelen alsof zij hol zijn.
Koud gevoel in de bovenste snijtanden alsof door een koude adem.
Schrijnend gevoel in het tandvlees.
SMAAK, SPRAAK, TONG [11]
Allerwalgelijkste smaak in de mond, eerst zuur, later bitter. θ Cholerine.
Brood smaakt bitter.
Tabak smaakt bitter bij het roken.
Branderig gevoel over de tong.
Bijtend gevoel op de tong.
Tong schoon, met cholera-achtige symptomen.
Tong enigszins witachtig en dik beslagen. θ Cholerine.
MONDHOLTE [12]
Slijm in de mond, van een zoetige, flauwe smaak.
Ophoping van veel water in de mond, met misselijkheid.
Koud, waterig speeksel hoopt zich op in de mond.
Stomacace.
GEHEMELTE EN KEEL [13]
Droogheid in de keel, met steken.
Schrapen in de keel.
Taai slijm in de keel; kan het niet ophoesten of los keelschrapen.
Slikken moeilijk, alsof door zwelling van de keelklieren.
Ophoping van taai slijm in de keel.
EETLUST, DORST. VERLANGEN, AFKEER [14]
Vroege ochtendhonger.
Gebrek aan eetlust, zelfs misselijk van voedsel. θ Cholerine.
Walging van voedsel zonder enige maagstoornis.
Onbedwingbaar verlangen naar alcohol.
ETEN EN DRINKEN [15]
Na het middagmaal: grote matheid.
Bij drinken: rillerigheid.
HIK, OPRISPINGEN, MISSELIJKHEID EN BRAKEN [16]
Hik.
Onvolledige oprispingen die slechts tot het bovenste deel van de borst reiken.
Frequente lege oprispingen. θ Cholerine.
Rottige oprispingen.
Maagzuur, met zure oprispingen die de tanden stroef doen aanvoelen.
Misselijkheid met huivering.
Misselijkheid, met tegenzin om zich met zaken bezig te houden; loomheid en gevoel alsof men zonder hoofd is.
Aanvallen van misselijkheid; < na eten; tong schoon. θ Cholerine.
Misselijkheid en braakneiging. θ Cholerine.
Hevig, loos kokhalzen, dat alle symptomen verergert en alleen het hoofd verlicht.
Braken: van slechts een kleine hoeveelheid groenachtige, enigszins zure vloeistof; met hevig persen en gevoel rond de oren alsof het hoofd zou splijten; van gal en slijm, met bloedstrepen; met diarree en hevige koliek.
Braken van witachtig of groenachtig slijm. θ Cholerine.
Braken, met grote angst, onder hevig persen, met rillerigheid.
Na het braken verlichting van de hoofdsymptomen.
MAAGKUIL EN MAAG [17]
Drukkend, gravend en onaangenaam gevoel in de maagkuil. θ Cholerine.
Druk in maag, maagkuil en buik.
Gevoel van beklemming in de streek van het middenrif.
Afgrijselijk gevoel in het epigastrium bij het ontwaken in de ochtend. θ Bij drankzuchtigen.
HYPOCHONDRIEEN [18]
Zeurende pijn in de milt.
BUIK EN LENDENEN [19]
Beklemming rond de navel, drie of vier uur na elke maaltijd, een uur aanhoudend.
Snijdende buikpijn, met braken.
Knijpende pijn in de linkerzijde van de buik, uitbreidend naar de rug.
Pijn in de streek van het colon descendens met afscheiding van draadtrekkend slijm.
Snijdende pijn in de bovenbuik, > door het laten van winden.
Hevige koliek en braken.
Rommeling en gegorgel in de buik.
Wormen.
ONTLASTING EN RECTUM [20]
Ontlasting witgrijs of askleurig, bovenop als bloederig slijm.
Een lange gele gedraaide streng reukloos slijm bij drie of vier stoelgangen, met pijn in de buik.
Diarree; loost rafelige slijmmassa's, reukloos en vol ascariden.
Diarree van taai slijm.
Anderhalf uur na de stoelgang opnieuw drang, met snijdende pijn in buik en rectum voor en tijdens de ontlasting, die zachter is dan de vorige.
Geelbruinige diarree. θ Cholerine.
Lienterie; waterige ontlasting na een maaltijd, zeer verzwakkend.
Schaarse, gele, slijmige ontlasting.
Diarree: bij kouwelijke, nerveuze personen; door zwakte; tijdens hectische of slepende koorts.
Voor de ontlasting, snijden in de buik en scherpe steken in het rectum, van boven naar beneden.
Tijdens de ontlasting: afscheiding van dik, zwart bloed; prolapsus ani.
Na de ontlasting: persen en aandrang, en afscheiding van wit, kleverig, bloederig slijm.
Obstipatie. θ Hoofdpijn.
Loost dik, zwart bloed, met de ontlasting.
URINEWEGEN [21]
Aanhoudende aandrang om te urineren.
Druk op de blaas tijdens en na het urineren.
MANNELIJKE GESLACHTSORGANEN [22]
Impotentie.
Hevige pijn in de linker lies, schietend door de urethra tot aan de glans, waarin lange tijd een hevige schrijnende, samentrekkende pijn blijft bestaan.
VROUWELIJKE GESLACHTSORGANEN [23]
Menstruele koliek.
Menses te vroeg en langdurig, bloed zwart.
Hoofdpijn verschijnt vaak voor en na de menses.
Bij het verschijnen van de menses hevige pijn in de lendenen, die haar nauwelijks laat ademen.
Taai gele leucorrhoea.
Vaginale fistel.
ZWANGERSCHAP. BARING. LACTATIE [24]
Overmatige misselijkheid gedurende de eerste maanden van de zwangerschap, de maag stoot alles af.
Misselijkheid en braken tijdens de zwangerschap.
Dreigende abortus door overmatige gevoeligheid van de zenuwen; zelfs zich iets onaangenaams voorstellen doet rillingen door haar heen trekken, waarbij de gedachte een ogenblik stilstaat.
Lange gele gedraaide streng reukloos slijm ( Zie 20 ), met buikpijn, optredend van twee tot vier maanden na de bevalling.
STEM EN STROTTENHOOFD. LUCHTPIJP EN BRONCHIEN [25]
Steken en beklemming in het strottenhoofd.
ADEMHALING [26]
Adem zeer kort (nacht).
Fluitende ademhaling aan het begin van het hoesten.
Korte, schokkende ademhaling door steken en beklemming van het strottenhoofd.
Doffe steken in beide longen tijdens de inademing.
HOEST [27]
Frequente hoest door slijm in de borst; slijm stijgt op in de keel, veroorzaakt bemoeilijkte ademhaling en tenslotte hoest, met expectoratie.
Inademing veroorzaakt hoestprikkeling in de keel.
Aanhoudende korte, prikkelende hoest van teringlijders.
Hoesten verlicht de beklemming van het strottenhoofd.
BORST, INWENDIG EN LONGEN [28]
Steken in de rechter of in beide longen tijdens de inademing.
Scherpe druk in de streek van de laatste ribben, alsof met de rug van een mes.
Pijn rondom beide longen, alsof zij door een dun draad werden samengeknepen.
Pijn in de zijden.
HART, POLS EN CIRCULATIE [29]
Pols: snel en krachtig; vol en versneld.
De arteriele slag wordt door het hele lichaam gevoeld.
BORSTWAND [30]
Branderig gevoel in de rechterborst, meer uitwendig dan inwendig.
NEK EN RUG [31]
Stijve nek, met dorst, vroeg in de ochtend.
Doffe steken onder de schouderbladen.
Lam makende pijn als na een kneuzing in een van de nekspieren, bij bewegen van het hoofd.
Gevoel in de nekspieren alsof door een strakke das, of alsof erop gedrukt werd met een stompe rand.
Rauwe pijn langs de binnenrand van het rechter schouderblad.
Brandende pijn, met steken in de lendenen, bij zitten.
Scheurende pijn van de darmbeenkam van de ene zijde naar die van de andere.
Beurse pijn in de rug.
Hevige pijn in de lendenen, zij kan nauwelijks ademen; begin van de menses.
BOVENSTE LEDEMATEN [32]
Zweet in de oksels, zuur ruikend.
Hevige steek in beide schouders bij beweging of in rust.
Samentrekkende, spannende pijn in de deltaspier, bij het neerleggen van de hand op tafel en terwijl zij daar ligt.
Trekkende, lam makende pijn in de linkerpols.
Plotselinge trekkende, brandende pijn van de pols door duim en wijsvinger.
ONDERSTE LEDEMATEN [33]
(OBS :) Chronische ischias.
Doffe druk in de rechterheup.
Trekkende, spannende pijn in de kop van het linker dijbeen.
Ernstige pijn in het heupgewricht en midden van het dijbeen bij het stappen; de voet voelt als verlamd, hij kan er niet goed op treden.
Ernstige reumatische, scheurende steken in de knieen, bij beweging en in rust.
Matheid in de knieen.
Trekken in de achterdijspieren bij liggen in bed; in de knie.
Borrelend gevoel in de knieschijf.
Beurs gevoel in het linker scheenbeen.
Steken in de enkels en voetzolen.
De kleine tenen doen pijn alsof zij bevroren zijn.
LEDEMATEN IN HET ALGEMEEN [34]
Lichtheid van alle ledematen; hij bemerkt niet dat hij een lichaam heeft.
Incidentele schietende en scheurende pijnen in bovenste en onderste ledematen.
Rheumatisme < in droog, koud weer.
RUST. HOUDING. BEWEGING [35]
Zitten: verwardheid in het hoofd <; pijn in het hoofd >; pijn in de lendenen; hoofdpijn; misselijkheid en zwakte <.
Liggen: hoofdpijn >; trekken in knieen en achterdijspieren; zwakte en misselijkheid >; hitte van gelaat en handpalmen.
Rust: steek in de schouders; steken in de knieen.
Beweging: steek in de schouders; steken in de knieen.
Lopen: verwardheid in het hoofd >; hoofdpijn <.
Schudden met het hoofd: hoofdpijn <.
Bewegen van het hoofd: pijn in de nekspieren.
Bukken: pijn in het voorhoofd.
ZENUWEN [36]
Overmatige gevoeligheid van alle zenuwen. Zie 24 .
Grote zenuwirritatie.
Hysterie.
Overmatige gevoeligheid van alle zenuwen reeds bij de enkele gedachte (en daaraan moet hij voortdurend denken) dat iemand met vingertop of nagel zelfs maar licht over linnen of soortgelijk materiaal zou kunnen krassen; een hoogst onaangename gewaarwording trekt als een siddering door hem heen en houdt al zijn gedachten en handelingen ogenblikkelijk stil.
Grote matheid.
Grote neiging tot flauwvallen en voortdurend gapen.
Algemeen vermoeid gevoel.
Tegen de avond zo zwak en misselijk dat hij, wanneer hij overeind komt tot zittende houding, het gevoel heeft onmiddellijk neer te zinken en te sterven; hij moet in bed liggen.
Zo zwak dat hij wankelt, tenzij zijn aandacht bij het lopen is.
SLAAP [37]
's Avonds in bed verhindert onrust in het bloed gedurende twee uur de slaap.
Na het gaan liggen in de avond, zweet.
Toestand van geest alsof hij juist gaat inslapen; geleidelijk verdwijnen van gedachten.
Frequent gapen.
Grote slaperigheid overdag.
Onrustige slaap.
Korte adem 's nachts.
Nachtelijke hinderlijke dromen over vernederingen.
TIJD [38]
Ochtend: duizeligheid en slaperigheid; hoofdpijn bij het opstaan; ogen <; honger; afgrijselijk gevoel in het epigastrium bij het ontwaken; stijve nek.
Voormiddag: rillerig, koud gevoel <.
Middag: ogen >.
Overdag: slaperigheid.
Om 5 uur 's middags: pijn in het hoofd <.
Tegen de avond: zwakte en misselijkheid <.
Avond: ogen <; hitte van gelaat en handpalmen; huidziekten <; zweet.
Nacht: kortademigheid.
TEMPERATUUR EN WEER [39]
Droog, koud weer: rheumatisme <.
Open lucht: hoofdpijn >; rillerig, koud gevoel erger.
In hitte, zonlicht en wind: ogen erger.
Koud water: ogen beter.
Koude lucht: ogen >; oren erger.
Heetste weer: koude handen, voeten, buik of knieen, niet beter.
Toedekken of warme kamer: koudegevoel niet beter.
Wassen: pijn in het hoofd beter.
Vochtig weer: symptomen verbeteren.
KOORTS [40]
Rillingen overdag, zonder dorst.
Nerveuze rillerigheid, afzonderlijke delen ijskoud. θ Choreaseizoen.
Koude handen, voeten, knieen of buik; zelfs het heetste weer verlicht niet; schuchtere, nerveuze personen.
Rilling en koudegevoel in de voormiddag, na eten of drinken en in de open lucht, meestal met hitte van het hoofd.
Groot gebrek aan levenswarmte; voelt zich voortdurend koud.
Koudegevoel, niet verlicht door toedekken of de warmte van de kamer.
Hitte in de avond, na het gaan liggen, vooral in gelaat en handpalmen.
Afwisselende opwellingen van brandende hitte en koude.
Zweet 's nachts toegenomen, zuur ruikend; het overvloedigst in de oksels.
Zweet gemakkelijk, vooral aan het bovenste deel van het lichaam.
Trage koortsen, geen reactie bij spinale ontzenuwing.
Tyfus.
LOKALISATIE EN RICHTING [42]
Rechts: druk onder het ooglid; gezing in het oor; gevoel alsof huid over het uitwendige oor gespannen is; druk in het oor; steken in de wang; steken in de longen; branden in de borst; pijn aan de rand van het schouderblad; druk in de heup.
Links: pijnlijke linkerzijde van voorhoofd en slaap; koude aan de zijkant van het hoofd; druk in het oog; bovenooglid gezwollen; geruis in het oor; oor doof; neusgat verstopt; stekende pijn in de wang; tanden voelen hol; pijn in de zijkant van de buik; pijn in de lies; pijn in de kop van het dijbeen; beurs gevoel in het scheenbeen.
Van boven naar beneden: druk in het voorhoofd; snijden in de buik.
Van binnen naar buiten: druk in de ogen.
Van buiten naar binnen: druk over de hersenen.
Van voren naar achteren: pijn in de buik.
GEWAARWORDINGEN [43]
Alsof de slaap naar binnen getrokken werd; tanden alsof los; alsof zonder hoofd; voet voelt als verlamd; alsof hij zou neervallen en sterven; lichtheid in de ledematen, alsof hij door de lucht glijdt; alsof een huid over het rechteroor gespannen is; alsof de oren verstopt zijn; alsof de ogen uit elkaar gedrukt worden; alsof beide longen door een dun draad worden samengeknepen; alsof door een strakke das in de nekspieren; alsof de kleine teen bevroren is; afgrijselijk gevoel in het epigastrium.
Snijdend: in het kaakgewricht; buikpijn; in de bovenbuik; in het rectum.
Hevige pijn: in de linker lies, schietend door de urethra tot aan de glans; in de lendenen.
Scheurende, kloppende pijn in het voorhoofd.
Scheurend: in de linkerslaap; van de darmbeenkam van de ene zijde naar de andere; in de knieen; door de ledematen.
Schietend: door de urethra; door de ledematen.
Doffe steken: in de longen; onder de schouderbladen.
Fijne steken: onder de linkerslaap.
Steken: in de keel; in het rectum; in het strottenhoofd; in de lendenen; in de schouders; in de knieen; in de enkels; in de voetzolen.
Steken: in de ooghoeken; in de rechterwang; en brandend in de linkerwang.
Branden: van de ogen; over de tong; in de rechterborst; in de lendenen.
Bijtend: op de tong.
Schrijnend: in het tandvlees; in de glans penis.
Knijpend: in de linkerzijde van de buik naar de rug.
Samendrukkende pijn: in de linkerslaap; achter de oren.
Trekkend: in de slaap; in de linkerpols; door de duim naar de wijsvinger; in de kop van het linker dijbeen; in de achterdijspieren.
Rauwe pijn: langs de binnenrand van het rechter schouderblad.
Schrapen: in de keel.
Zeurend: in het voorhoofd; in de slapen; boven de neuswortel; in de milt.
Reumatische pijn: in de knieen.
Beurse pijn: in de nekspieren; in de rug; in het linker scheenbeen.
Stekende pijn: boven het linkeroog.
Lam makende pijn: in de nekspieren.
Druk: in het linkeroog; in de ogen alsof door een stomp punt van binnen naar buiten; in het voorhoofd op de ogen; boven de neuswortel; over de hersenen; in de maagkuil en buik; in het rectum; op de blaas; in de streek van de laatste ribben; in de rechterheup.
Kloppend: hoofdpijn.
Rukkend: in de ogen.
Kramp: in het kaakgewricht.
Samentrekkende pijn: in voorhoofd, slapen en achter de oren; in de glans penis; in de deltaspier.
Beklemming: in de streek van het middenrif; in het strottenhoofd.
Spanning: van de hoofdhuid; in de opening van de gehoorgang.
Drukkende spanning: in het oor.
Ongedefinieerde pijn: in de ogen; aan de zijkanten van het hoofd; in de streek van het colon descendens; in de lendenen; in de zijden; in de buik.
Borrelend: in de knieschijf.
Verlamd gevoel: in de voet.
Beklemming: rond de navel.
Koude: boven het linkeroor; in de bovenste snijtanden.
Jeuk: onder de linkerslaap.
Kieteling: in de neus.
Droogheid: in het oog; in de keel; aan de binnenzijde van de onderlip.
WEEFSELS [44]
Prikkelbaarheid van de zenuwen.
AANRAKING. PASSIEVE BEWEGING. LETSEL [45]
Aanraking: oorschelp heet.
Na oogoperatie: rukkende pijn.
HUID [46]
Huid
Afscheiding van bloederige en slijmerige stof uit zweren.
Geelzucht.
LEVENSFASE, CONSTITUTIE [47]
Plethorische jonge vrouw leed jarenlang aan hoofdpijn.
Nerveus temperament, prikkelbare of melancholische stemming.
Nerveuze, angstige mensen. θ Tijdens het choleraseizoen.
Drankzuchtigen; populair in Rusland.
RELATIES [48]
Tegengiffen voor Asar. : Camphor, azijn, plantaardige zuren.
Gevolgd door: Bismuth .
Vergelijk: Acon., Aloes (draadtrekkende ontlasting); Camphor (cholerine); Cuprum, Hepar, Ipec . (cholerine); Mercur . (draadtrekkende ontlasting); Nux vom., Phosphor., Podoph . (draadtrekkende ontlasting); Pulsat . (draadtrekkende ontlasting); Sepia, Stramon., Sulph. ac . (draadtrekkende ontlasting); Tabac . (cholerine); Veratr . (cholerine).