Æthusa Cynapium
van Constantine Hering — De leidende symptomen van onze Materia Medica
Hondspeterselie. Schermbloemigen.
Gemakkelijk te verwarren met peterselie; een narcotisch-scherp gif wegens een eraan hechtende alkaloïdische stof, cynapine genaamd. De plant die door Hahnemann in het Organon wordt vermeld. Beproefd in 1828 door Nenning, later door Hartlaub, sr.; uitgegeven met de vergiftigingsverschijnselen, Annalen, 4, 113, 1833. Waarnemingen bij een patiënt door Bigler, 1872. De waardevolle waarnemingen van Brugman en Touman, A. H. Z., 72, 56, en die van Catell in Br. Q., 11, 523, uit Med. Times, door Allen weggelaten.
GEMOED [1]
Ligt bewusteloos, pupillen verwijd, starende ogen (kind).
Verlies van begripsvermogen; een soort versuftheid, alsof er een barrière bestond tussen de zintuigen en de uitwendige voorwerpen.
Niet in staat te lezen na overbelasting van de geestvermogens.
Onvermogen om te denken; verward.
Kan geen enkele gedachte vasthouden.
Idiotie, in sommige gevallen afwisselend met razernij.
Idiote kinderen.
Hallucinaties.
Beeldde zich in ratten door de kamer te zien lopen.
Delirium: meent katten en honden te zien; springt uit het venster; zelfs tijdens de koude fase.
Na een glas wijn traden de geestelijke symptomen op de voorgrond.
Angstkreeten (bij een kind).
Goed gestemd, opgewekt, in de voormiddag; in de namiddag slechtgehumeurd, angstig en verdrietig.
Grote droefheid wanneer alleen.
Angst, gevoel alsof er een zware last op de borst lag.
Voortdurende angst en gevoel van zwakte.
Grote angst en onrust; kort daarna hevige pijnen in hoofd en buik.
Norsheid: met zwaar gevoel in het voorhoofd; met hitte in het hoofd.
Slecht humeur, prikkelbaarheid, vooral in de namiddag en in de buitenlucht.
Grote agitatie.
Angst en onrust. θ Migraine.
Na gezellig praten verdwijnen alle symptomen.
SENSORIUM [2]
Een soort versuftheid, alsof er een barrière bestond tussen zijn zintuigen en de uitwendige voorwerpen.
Duizeligheid, met hoofdpijn.
Hoofd verward; gevoel alsof de hersenen samengebonden zijn.
Duizeligheid; hij kan zich niet rechtop houden.
Duizeligheid: met slaperigheid, kan hoofd niet optillen; de draaierigheid houdt op en het hoofd wordt heet; met hartkloppingen.
Duizeligheid en zwakte.
Volledige bewusteloosheid; starende ogen, verwijdde pupillen.
Stupor.
HOOFD, INWENDIG [3]
Zwaar gevoel in het voorhoofd; slecht humeur.
Hoofdpijn in het gehele voorste deel van het hoofd, alsof het van achteren en van boven sterk samengedrukt werd.
Gevoel alsof beide zijden van het hoofd in een bankschroef zaten.
Drukkende pijn in het voorhoofd, alsof het zou splijten; op het hoogtepunt ervan braken en tenslotte diarree.
De hele dag bonzende pijn in het linker voorhoofd, de slaap en de zijkant van het hoofd, > door druk (alsof zij een strak om het hoofd aangebrachte band wenste) en in de buitenlucht, < door lopen.
Steken en pulsaties in het hoofd.
Hevige pijn, alsof de hersenen tot stukken werden geslagen.
Hoofdpijn met duizeligheid, < bij lopen en omhoog kijken.
Hevige hoofdpijn, met dorst en misselijkheid.
Hoofdpijn verdwijnt met afgang van winden naar beneden.
Hoofdpijn sedert vijf weken, na onderdrukte menstruatie.
Pijnen in het hoofd keren periodiek terug, gaan vaak gepaard met bleek gelaat, trillen van de kaken en pijnen in de prekordiale streek.
Hitte stijgt naar het hoofd; het lichaam wordt warmer; het gezicht wordt rood en de duizeligheid houdt op.
HOOFD, UITWENDIG [4]
Kwellende pijn in achterhoofd, nek en langs de wervelkolom naar beneden, > door inwrijving met hete whiskey.
Onvermogen het hoofd rechtop te houden of overeind te zitten.
Gevoel alsof er voortdurend aan het haar werd getrokken.
GEZICHTSVERMOGEN EN OGEN [5]
Omhoog kijken vermeerdert de hoofdpijn met duizeligheid.
Pupillen verwijd, maar gevoelig voor aanraking.
Pupillen verwijd, starende ogen, stupide. θ Cholera infantum.
Chronische lichtschuwheid.
Voorwerpen lijken veel groter dan natuurlijk.
Zien verward, soms lijken voorwerpen dubbel.
Hevige pijn in de ogen; ogen ontstoken en bloeddoorlopen.
Ogen glanzend en uitpuilend.
Oogbollen naar beneden gedraaid. θ Convulsies bij kinderen.
Pustels op het hoornvlies.
Chronische ontsteking van de ooglidranden.
Verkleving van de oogleden in de ochtend, zodat zij met een vloeistof verweekt moeten worden om het uittrekken van de wimpers te voorkomen.
Scrofuleuze oogontsteking; zwelling van de kliertjes van Meibom.
GEHOOR EN OREN [6]
Steken in de oren, vooral rechts; gevoel alsof er iets heets uit stroomde.
Gele uitvloeiing uit het rechteroor, met stekende pijnen.
REUK EN NEUS [7]
Neus verstopt met dik slijm; frequente maar vergeefse drang om te niezen.
Herpetische eruptie aan het uiteinde van de neus.
BOVENSTE GELAATSHELFT [8]
Scheurende pijn in het gezicht, in de jukbeenderen.
Het gelaat heeft een koude uitdrukking.
Ontevreden, nors gelaat tijdens hoofdpijn.
Gelaat bleek. θ Migraine.
Gelaat ingevallen, aardsbleek, verlept. θ Cholerine.
Rood, ingevallen gelaat.
Oedemateuze zwelling van de wangen.
Omschreven en pijnlijke zwellingen in het gezicht, voorbijgaand en van plaats tot plaats verspringend.
Hitte in het gezicht met trillen in het hoofd. θ Cholerine.
Gelaat bleek, opgezet en rood gevlekt.
Een strakgetrokken toestand, beginnend bij de neusvleugels en zich uitstrekkend tot aan de mondhoeken, gaf het gelaat een uitdrukking van grote angst en pijn.
De gelaatstrekken hebben een uitdrukking van angst en pijn.
ONDERSTE GELAATSHELFT [9]
Trillen van de kaken.
Onvermogen te slikken; de onderkaak is aan de bovenkaak vastgeklemd.
Kin en mondhoeken voelen koud aan.
TANDEN EN TANDVLEES [10]
Stekende of scheurende pijn in het tandvlees.
SMAAK, SPRAAK, TONG [11]
Smaak: bitter; naar kaas; naar uien; zoetig in de ochtend bij het ontwaken.
Spraak bemoeilijkt, traag.
Gevoel alsof de tong te lang was. θ Aften.
Vochtige tong.
Tong zwart.
MONDHOLTE [12]
Een zeer overvloedige speekselvloed verlichtte de vergiftigingsverschijnselen.
Aften in mond en keel; de tong voelt alsof zij te lang is.
GEHEMELTE EN KEEL [13]
Het zachte gehemelte rood en gezwollen.
Branden in de keel.
Gevoel van scherpe hitte in mond en keel, met grote moeite bij het slikken.
Gevoel van vernauwing, waardoor slikken wordt verhinderd.
Steken in de keel, tussen de slikbewegingen.
Ontstoken aften en pustels in de keel, waardoor de toestand van de patiënt bijna hopeloos werd.
EETLUST, DORST. VERLANGEN, AFKEER [14]
Dorst met totaal verlies van eetlust voor elk soort voedsel.
Brandende dorst; t.
Verlangen naar wijn, verergering door het gebruik ervan.
Onverdraagzaamheid voor melk.
ETEN EN DRINKEN [15]
Tijdens het eten: plotseling zwaar gevoel in het voorhoofd.
Na het eten: pijn onder de navel, lienterische stoelgang, droge hoest.
Regurgitatie van voedsel ongeveer een uur na het eten.
Geschikt voor kinderen die geen melk verdragen.
Erger door koffie.
Verlangen naar wijn, maar de geestelijke symptomen nemen toe.
HIK, OPRISPINGEN, MISSELIJKHEID EN BRAKEN [16]
Krampachtige hik. θ Migraine. θ Cholerine.
Lege oprisping. θ Migraine.
Hevig plotseling braken; van een schuimende melk-witte substantie; van gele vloeistof, gevolgd door gestremde melk en kaasachtige massa's.
Braken van groenachtig slijm, gelijkend op de ontlasting.
De melk wordt kort na inname met kracht uitgeworpen; daarna veroorzaakt zwakte slaperigheid. θ Zuigelingen.
Overvloedig braken van water. θ Jonge kinderen.
Overvloedig groenachtig braken.
Koliekpijnen gepaard gaand met vreselijk braken, zwakte en onbeschrijfelijke angst.
Braakt bloederig slijm, met opgezwollen buik.
Braakaanvallen op het hoogtepunt van de hoofdpijn. θ Migraine.
Na het braken koud en klam. θ Cholera infantum.
Braken, met diarree.
MAAGKUIL EN MAAG [17]
Scheurende, verscheurende pijnen in de maagkuil, zich uitstrekkend tot de slokdarm.
Pijn in de maagkuil en de buik, gevolgd door misselijkheid, met of zonder braken.
Kramp in de maag. θ Migraine.
Pijnlijke samentrekkingen van de maag, zo hevig dat zij het braken verhinderen. θ Cholerine.
Gevoel van scherpe hitte in de maag.
Klachten met maagkramp en kreten en angst.
HYPOCHONDRIEËN [18]
Pijnlijkheid van de epigastrische streek, misselijkheid.
Steken in het epigastrium.
Lancinerende pijn in het rechter hypochondrium, in de namiddag.
Pijnlijk drukkend gevoel, met branden en steken in het linker hypochondrium.
Schietende pijn in het linker hypochondrium, vaak en lang aanhoudend.
Gevoeligheid en pijnlijkheid in beide hypochondrieën.
Lever hard, geelachtig, milt loodkleurig, tong zwart; t.
BUIK EN LENDENEN [19]
Overmatige grijppijnen in de buik.
Koliek, met diarree.
Overmatige grijppijn in de buik.
Koliek, gevolgd door braken, duizeligheid en zwakte.
Snijdende pijn en hevig braken.
Snijdende pijn, met opzetting van de buik.
Samengetrokken en gespannen buik.
Buik opgezet, gevoelig voor aanraking; convulsies bij kinderen. θ Gastro-enteritis.
Hevige koliek, gevolgd door de dood van de jongen.
Buik opgezet, met spanning; t.
Gevoel van koude in de buik.
Koud gevoel in buik en onderste ledematen, vooral links, met pijn in de ingewanden; > door warme, natte omslagen.
Zwartblauwige zwelling van de buik.
STOELGANG EN RECTUM [20]
Dunne stoelgangen, voorafgegaan door snijdende pijn in de buik, met tenesmus in de ochtend na het opstaan.
Een dunne stoelgang beëindigt de hoofdpijn. θ Migraine.
Ontlasting van gedeeltelijk verteerd voedsel, kort na een maaltijd of 's nachts.
Diarree; ontlastingen groen, dun, galachtig, met hevige tenesmen vóór en na de stoelgang. θ Convulsies bij kinderen. θ Gastro-enteritis.
Heldergele of groenachtige, waterige, slijmige ontlasting; huilen, voeten optrekken. Kind, æt. 6 maanden.
Ontlastingen van een dunne, helder gele of groenachtige vloeistof, gemengd met veel gal, met ernstige tenesmus.
Grijsgroene vloeibare ontlasting. θ Cholerine.
Bloederige ontlasting.
Met de stoelgang, pijnlijke samentrekking in de maag. θ Cholerine.
Zeer hardnekkige constipatie, met gevoel alsof alle werking van de darmen verloren was gegaan.
URINEWEGEN [21]
Pijn in de nieren, < door niezen, diep inademen en liggen.
Snijdende pijnen in de blaas, met frequente aandrang tot urineren.
Urine: rood, bezinksel wit; overvloedig, helder als water; te frequent na inspanning.
Nachtelijk bedwateren, met braken van gestremde melk na het drinken uit de zuigfles; groenachtige waterige diarree.
Geen urine. θ Cholerine.
MANNELIJKE GESLACHTSORGANEN [22]
Rechter zaadbal opgetrokken, met pijn in de nieren.
VROUWELIJKE GESLACHTSORGANEN [23]
Onderdrukte menstruatie.
Menstruatie onderdrukt door een warm bad. θ Hoofdpijn.
Menstruatie waterig.
Lancinerende pijnen in de geslachtsorganen.
Puistjes op de uitwendige delen, jeukend wanneer de patiënt warm wordt.
ZWANGERSCHAP. BEVALLING. LACTATIE [24]
Weeën: te zwak; niet regelmatig.
Hevige stekende pijn in de mamma; t.
Onverdraagzaamheid voor melk; het kind werpt die door een plotselinge en hevige inspanning op, gestremd of niet; daarna maakt de zwakte het gedurende enige minuten slaperig.
STEM EN STROTTENHOOFD. LUCHTPIJP EN BRONCHIËN [25]
Geen stem. θ Cholerine.
Het lijden schijnt hem sprakeloos te maken.
ADEMHALING [26]
Korte adem, onderbroken door hik.
Korte, angstige, piepende ademhaling in rugligging.
Grote dyspneu; t.
HOEST [27]
Hoest, met bedwelmende pijn in het hoofd.
BORST, INWENDIG EN LONGEN [28]
Steken in de linkerzijde van de borst.
Gevoel alsof de borst in een bankschroef zat, met moeilijke ademhaling.
HART, POLS EN CIRCULATIE [29]
Angst in de prekordiale streek; t.
Hevige hartkloppingen.
Hartkloppingen: met hoofdpijn; met duizeligheid; met vermoeidheid en opgewondenheid; t.
Pols frequent, klein, enigszins hard en onritmisch.
Pols vol, snel.
Zwakke intermitterende pols, met hartkloppingen en hoofdpijn.
Pols zwak, soms niet te voelen, sterk uitgeput. θ Cholerine.
Langzame krachtige hartslagen, stupor en dood (hond).
HALS EN RUG [31]
Kwellende pijn in achterhoofd en nek, zich uitstrekkend langs de wervelkolom naar beneden, > door inwrijving met hete whiskey.
Lymfeklieren van de hals gezwollen, als kralen.
Gevoel alsof de lendenen in een bankschroef zaten.
Pijnlijke furunkel in de sacrale streek.
Gevoel alsof de rugpijn > zou worden door zich te strekken en stijf achterover te buigen, zoals bij opisthotonus.
BOVENSTE LEDEMATEN [32]
Okselklieren gezwollen.
Gevoel alsof de armen veel korter waren geworden.
Gevoelloosheid van de armen.
Pijn rond de schouderbladen, uitstralend naar de armen.
Duim en vingers naar binnen gebogen. θ Convulsies bij kinderen.
ONDERSTE LEDEMATEN [33]
Excoriaties van de dijen door lopen.
Borende en schietende pijnen in de onderste ledematen, met grote vermoeidheid.
Lancinerend en trekkend van de linkerheup in de dij.
Mankmakende pijn in het midden van de rechterdij tijdens zitten; > bij wrijven.
Lancinerende pijn in de voetzool, van de rechterhiel tot aan de bal van de tenen.
Kruipend gevoel in de voeten.
LEDEMATEN IN HET ALGEMEEN [34]
Koude, stijfheid en rillingen van de ledematen.
Koude ledematen en lichaam in convulsies.
Eruptie in de nabijheid van de gewrichten.
RUST. HOUDING. BEWEGING [35]
Kan zich niet rechtop houden: bij duizeligheid.
Onvermogen het hoofd op te tillen: met duizeligheid.
Kan niet overeind zitten.
Kan niet staan: van zwakte.
Liggen: pijn in de nieren.
Rugligging: korte, angstige, piepende ademhaling.
Zitten: mankmakende pijn in de rechterdij.
Inspanning: urineert te vaak; zweet daarvan.
Lopen: bonzende hoofdpijn <; hoofdpijn met duizeligheid <; excoriatie van de dijen; loomheid en lusteloosheid in zodanige mate dat hij zich slechts met moeite op de been houdt.
ZENUWSTELSEL [36]
Beven in de hartstreek met angstige onrust.
Lichaam in convulsies, met koude ledematen; t.
Epileptische spasmen, met gebalde duimen, rood gelaat, ogen naar beneden gedraaid, pupillen gefixeerd, verwijd; schuim op de mond, kaken vergrendeld; kleine, harde en snelle pols.
Spasmen, met stupor en delirium.
Algemene malaise.
Convulsies. θ Gastro-enteritis.
Zwakte na koliek.
Grote zwakte; kinderen kunnen niet staan; kunnen het hoofd niet ophouden.
Grote zwakte en prostratie, met slaperigheid.
Hij ligt uitgestrekt zonder bewustzijn.
SLAAP [37]
Slaperigheid de hele dag.
Verlangen naar slaap.
Sluimeren van het kind na braakaanvallen of na de stoelgang.
Bij het inslapen wegdraaien van de ogen of lichte convulsies.
Slaap na hoofdpijn. θ Migraine.
Sopor, verwijdde pupillen; t.
Slaap onrustig in de eerste uren.
Onrustige nacht; grote neiging tot sluimeren, maar rustige slaap wordt verhinderd door frequent opschrikken en overmatige agitatie.
Diepe slaap, met snurken.
Sopor, verwijdde pupillen en dood (hond).
TIJD [38]
Nacht: ontlasting van gedeeltelijk verteerd voedsel; enuresis en braken; onrustig, kan niet slapen, hoewel slaperig.
Van 3 tot 4 uur 's morgens: verergering van alle symptomen.
Ochtend: zoetige smaak bij het ontwaken; tenesmus.
Overdag: slaperig.
Voormiddag: goed gestemd en opgewekt.
Namiddag: slechtgehumeurd, angstig en verdrietig; lancinerende pijn in het rechter hypochondrium.
Tegen de avond: verergering van alle symptomen.
Om 6 uur 's avonds: krampen in de maag.
TEMPERATUUR EN WEER [39]
Vaak aangewezen in de zomer.
Buitenlucht: verlicht het bonzen in het hoofd.
Kamer: verlicht de geestelijke toestand; verlicht het gevoel van zwelling van hoofd, gezicht en handen.
Warmte: veroorzaakt jeuk.
Bedwarmte: doet de blaasjesuitslag jeuken.
Hitte: veroorzaakt jeuk en branden.
Vochtige warmte: verlicht de jeuk, en de koude in de buik en de onderste ledematen.
Warm bad: onderdrukte menstruatie.
Hete whiskey: inwrijving > pijn in achterhoofd, nek en wervelkolom.
Wassen: vermeerdert het gevoel van zwelling van hoofd, gezicht en handen.
KOORTS [40]
Delirium zelfs tijdens het koude stadium.
Koude, rillingen, stijfheid van de ledematen.
Huid heet, droog; geen dorst.
Zweet: door de geringste inspanning; kan ontbloten niet verdragen; overvloedig, koud; malaise en neiging tot delirium >.
AANVALLEN, PERIODICITEIT [41]
Periodieke hoofdpijn. θ Migraine.
LOCALISATIE EN RICHTING [42]
Rechts: uitvloeiing uit het oor; steken in het oor; gevoel alsof er iets heets uit het oor stroomde; lancinerende pijn in het hypochondrium; zaadbal opgetrokken; mankmakende pijn in het midden van de dij.
Links: bonzen in het hoofd; drukkende, brandende, stekende en schietende pijn in het hypochondrium; koude van het been; steken in de borst; lancinerend en trekkend van de heup in de dij; verschijnen en verdwijnen van roodblauwe vlekken op het been.
Verspringen van plaats tot plaats: pijnlijke zwellingen in het gezicht.
GEWAARWORDINGEN [43]
Gevoel alsof hoofd, gezicht en handen gezwollen waren; < na wassen; > bij het binnenkomen in de kamer.
Alsof er een zware last op de borst lag; alsof er een barrière bestond tussen zijn zintuigen en de uitwendige voorwerpen; gevoel alsof de hersenen samengebonden waren; samengedrukt gevoel in het hoofd; alsof beide zijden van het hoofd in een bankschroef zaten; alsof het voorhoofd zou splijten; alsof de hersenen tot stukken werden geslagen; alsof aan het haar werd getrokken; alsof er iets heets uit het oor stroomde; alsof de tong te lang was; onbeschrijfelijke angst met koliekpijnen; alsof alle werking van de darmen verloren was gegaan; alsof de borst in een bankschroef zat; angst in de prekordiale streek; alsof de lendenen in een bankschroef zaten; alsof de armen korter waren geworden.
Pijn: in de ogen; in de maagkuil en de buik; in de hypochondrieën; onder de navel, na het eten; in de nieren; in de furunkel, sacrale streek.
Grijppijn: in de buik.
Kwellende pijnen: in achterhoofd, nek en langs de wervelkolom naar beneden.
Borend: in de onderste ledematen.
Lancinerend: in het linker hypochondrium; in de vrouwelijke geslachtsorganen; van de linkerheup in de dij; in de voetzool, van de rechterhiel tot aan de bal van de tenen.
Snijdend: in de buik; in de blaas.
Steken: in het hoofd; in de oren; in het rechteroor; in het epigastrium; in het linker hypochondrium; in de linkerzijde van de borst.
Stekend: in het tandvlees; in de keel; in de mamma.
Schietend: in het linker hypochondrium; in de onderste ledematen.
Scheurend: in het gezicht, in de jukbeenderen; in het tandvlees; in de maagkuil.
Verscheurend: in de maagkuil.
Brandend: in de keel; in het linker hypochondrium; van de herpetische eruptie.
Trekkend: van de linkerheup in de dij.
Drukkende pijn: in het voorhoofd; in het linker hypochondrium.
Pijn: in de ingewanden; rond de schouderbladen; uitstralend naar de armen.
Gevoeligheid: in de hypochondrieën.
Bonzende pijn: in de linkerzijde van het hoofd.
Pulsaties: in het hoofd.
Bedwelmende pijn: in het hoofd.
Kruipend gevoel: in de voeten.
Zwaar gevoel: in het voorhoofd.
Vernauwing: in de keel.
Samentrekking: pijnlijk, van de maag.
Kramp: in de maag.
Mankmakende pijn: in het midden van de rechterdij.
Hitte: in het voorhoofd; in het gezicht; scherp, in mond en keel.
Koude: van de kin en de mondhoeken; in de buik; van de onderste ledematen; van de ledematen.
Gevoelloosheid: van de armen.
Stijfheid: van de ledematen.
Jeuk: van puistjes; van waterblaasjes; van eruptie bij hitte.
Droogheid: van de huid.
WEEFSELS [44]
Ecchymosen; zwartblauwe vlekken overal.
Gehele lichaam loodkleurig en gezwollen, en dood van de jongen; vergiftiging.
Anasarca.
Wegkwijnen van kinderen.
AANRAKING. PASSIEVE BEWEGING. VERWONDINGEN [45]
Aanraking: buik gevoelig.
Druk: verlicht de bonzende hoofdpijn.
Wrijven: met hete whiskey verlicht de pijn in achterhoofd, nek en wervelkolom; verlicht de mankmakende pijn van de rechterdij.
HUID [46]
Droogheid van de huid.
Droge branderige huid; rode vlekken.
Koele huid. θ Cholerine.
Harde knobbels in de huid.
Neiging tot excoriatie van de dijen bij lopen.
Gedurende één dag verschijnen en verdwijnen roodblauwe vlekken op romp en linkerbeen, wat vrees voor vlektyfus opwekte; verergering van alle symptomen tegen de avond en gedurende de nacht, van 3 tot 4 uur 's morgens.
Tetterplekken bloeden gemakkelijk.
Kleine waterblaasjes; jeuk in bed.
Eruptie jeukt bij blootstelling aan hitte.
Herpetische erupties; jeuk en branden bij hitte.
Flictenulaire eruptie; t.
LEVENSFASE, CONSTITUTIE [47]
Kinderen, tijdens dentitie.
Oude vrouw tijdens het choleraseizoen. θ Cholerine.
RELATIES [48]
Vergelijkbaar met: Ant. Crud. (braken van melk); Aren.; Asar.; Calc. ostr. (braken van melk); Cuprum; Ipec.; Opium.
Verwant aan Cicut., Conium, Œnanth. croc.
Wordt geantidoteerd door plantaardige zuren.
Het is een antidotum voor Opium.