Cistus Canadensis
van C.M. Boger — Synoptische sleutel van de Materia Medica
REGIO
- KLIEREN: Naso - farynx. Nek. Mammæ (l).
- Keel.
- Longen.
- Huid.
ERGER
- KOU: Ingeademde lucht. Kouvatten. Tocht. Water.
- Mentaal: Inspanning. Opwinding.
- Aanraking.
- Pijnlijk gevoelig voor koude; voor ingeademde lucht. Koudheid
van tong en speeksel, in de keel, bij oprispingen, in de maag, enz.; < zweten. Veretteringen. Veel dik, geel of stinkend slijm, dat een pijnlijk rauw gevoel achterlaat (Æsc. Ant-c.). Inwendige en uitwendige jeuk. Branderigheid. Verhardingen. Eeltvormingen. Scrofulose. .................... Angst. Hoofdpijn door het overslaan van de middagmaaltijd, > eten. Alsof er een brok in de nasofarynx zit. Verkoudheden slaan op de keel; die voelt sponsachtig, zanderig aan, jeukt of heeft een droge plek, > slokjes water. Hoest grote hoeveelheden taai, glazig slijm op. Harde, gezwollen klieren; < aan de nek; l. mamma. Kruipend gevoel over het lichaam. Gebarsten huiduitslagplekken; ooghoeken; lippen; vingertoppen. Kouwelijkheid.
Verwant: Calc-c. Helod. Hep.