Anthrokokali
van Constantine Hering — De leidende symptomen van onze Materia Medica
Een zeer absurde combinatie; anthracietkool van een bepaalde soort, opgelost in kokende bijtende potas, uitgevonden door Joseph Polya te Pesth in 1835; op veel mensen beproefd, maar op zeer oppervlakkige wijze.
Toegepast volgens de opvattingen van de Oude School, maar zelden alleen.
Na Polya volgden verscheidene anderen, en in 1839 verscheen een proefschrift van ene C. F. Klinger; in 1840 een uittreksel van onze Dr. G. Piper, in de A. H. Z., Vol. XVIII., p. 235 en 253. Het werd door Reil, de voorloper van Sharp, van organopathische faam, vermeld als een "renaal" middel, en in 1849 noemt Chapman het als "nuttig", maar zegt verder niets dan "herpes."
Het is nooit hoog aangeslagen en was van zeer weinig nut. De Oude School deed in 1841 een van haar proeven en gaf het in het Weense ziekenhuis zonder succes aan achthonderd patiënten met "tetter".
REUK EN NEUS [7]
Chronische kloven en ulceraties van de neusgaten.
SMAAK, SPRAAK, TONG [11]
Smaak: onaangenaam, misselijkmakend, walgelijk.
Beslagen tong, geen eetlust, misselijkheid.
Beslagen tong, met kokhalzen en koliek.
MONDHOLTE [12]
Droge mond en keelholte.
GEHEMELTE EN KEEL [13]
Warmte en heet gevoel in de keelholte, afdalend naar de maag.
Branden in de keelholte: gevolgd door gebrek aan eetlust; met slikmoeilijkheid.
Pijn in de keelholte met een beslagen tong.
Slikmoeilijkheid met droge keel.
Gevoel van knagen en schrapen in de slokdarm, spoedig verdwijnend en afdalend naar de maag.
EETLUST, DORST. VERLANGEN, AFKEER [14]
Gebrek aan eetlust, misselijkheid, braakneiging.
Vermeerderde eetlust.
Brandende dorst; vóór het zweten.
Onlesbare dorst.
Aanvankelijk geen eetlust, maar spoedig daarna werd die scherper.
ETEN EN DRINKEN [15]
Na het eten misselijkheid.
Na een voedingsfout een gastro-biliaire koorts, met erysipelas.
HIK, OPRISPINGEN, MISSLIJKHEID EN BRAKEN [16]
Gebrek aan eetlust, misselijkheid, braken, koliek en winderigheid.
Misselijkheid en braakneiging.
Braken en gallige ontlasting.
Gallig braken, met zwart slijm, gevolgd door te dunne ontlasting.
MAAGKUIL EN MAAG [17]
Krampachtige pijn in de maag.
Warm gevoel in de maag.
ABDOMEN EN LENDEN [19]
Koliek met winderigheid.
Hevige koliek 's nachts > door een warm papomslag.
Hevig branden diep in het abdomen, 's avonds.
Knijpende buikpijn zonder diarree.
Tympanitische opzetting.
ONTLASTING EN RECTUM [20]
Na koliek en gerommel verscheidene brijige ontlastingen.
Overvloedige diarree met koliek en gerommel.
Diarree gedurende verscheidene dagen met vermeerderde urine-afscheiding.
Driemaal overdag bruine ontlasting met vermeerderde hoeveelheid bleke urine.
(OBS :) Cholera.
URINEWEGEN [21]
Kitteling en branden in de urinebuis en aan de uitmonding, terwijl de urine afgaat.
Ischurie, urine bleek.
Enige diurese.
Overvloedige lozing van bleke, heldere urine, zonder bezinksel.
Urine bleek, bijtend, vermeerderd.
Urine bleek, honingkleurig, van onaangename geur, met sterk alkalische reactie, zelden verzadigd en scherp, zeer zelden met een nubecula, nooit met bezinksel.
Bij het urineren jeukt de uitmonding van de urinebuis.
MANNELIJKE GESLACHTSORGANEN [22]
Zeer dikwijls lang aanhoudende pijnlijke erecties.
Frequente erecties.
(OBS :) Sycose.
VROUWELIJKE GESLACHTSORGANEN [23]
De menstruatie trad te vroeg op.
HART, POLS EN CIRCULATIE [29]
Opwinding met warmte van de huid.
Lichte vaatprikkeling.
Gejaagde pols.
Tegen de avond vermeerderde warmte met frequente, volle pols.
Pols en temperatuur koortsig.
Het kloppen van het hart is soms sterker, met benauwdheid, 's nachts drukkende hoofdpijn, onrust en slapeloosheid.
Pols sneller, frequenter en voller.
BOVENSTE LEDEMATEN [32]
Uitslag op de handen.
ZENUWEN [36]
Zwakte van het hele lichaam, met onrust en zwaar hoofd.
Volledige malaise.
TIJD [38]
Uitslagen nemen af bij volle maan.
Avond: verergering; warmte met frequente volle pols; nachtzweten begint.
's Nachts: koliek; overvloedig warm zweet; de huid jeukt.
TEMPERATUUR EN WEER [39]
Koliek 's nachts verlicht door warme papomslagen.
Na ontbloting van de huid nachtzweten.
KOORTS [40]
Rillen afwisselend met warmte, gevolgd door licht zweet en frequente pols.
Warmte en druk in de maag.
Febris evanida, met verstoorde spijsvertering.
Na ontbloting van de huid nachtzweten, gedurende verscheidene dagen aanhoudend.
De huid vochtig gedurende twee achtereenvolgende dagen.
Tegen de avond overvloedig zweet, aanhoudend tot de ochtend.
Algemeen nachtzweten, elke nacht terugkerend.
Plaatselijk koud of warm zweet op door uitslag aangetaste delen.
Na een kleverig nachtzweten remissie van de koorts.
Zweet kleverig, huid blijft glanzend, blinkend.
Na warmte en jeuk is de huid vochtig.
Vaak een algemeen zweet, beginnend 's nachts en aanhoudend tot in de ochtenduren.
Overvloedig warm nachtzweten met duizelig hoofd.
Overvloedig nachtzweten met slapeloosheid en de grootste onrust, maar minder pijn in de ingewanden.
Met zweet onrust, hoofdpijn, zwakte en frequente pols.
Matig nachtzweten, 's avonds beginnend, met slapeloosheid en gejaagde pols.
AANVALLEN, PERIODICITEIT [41]
Zweten: keert elke nacht terug; drukkende hoofdpijn.
Driemaal per dag: bruine ontlasting.
Zweten houdt verscheidene dagen aan.
Er treedt altijd vóór de achttiende dag een reactie op.
Pijn: in de keelholte.
Heet gevoel: in de keelholte, afdalend naar de maag.
Branden: in de keelholte.
Krampachtige pijn: in de maag.
Hevige koliek.
Hevig branden: diep in het abdomen.
Druk: in de maag.
WEEFSELS [44]
(OBS :) Chronisch rheumatisme, jicht, cariës, scrofulose.
HUID [46]
Jeuk 's nachts.
Uitslagen nemen toe bij algemeen zweten, worden roder en sijpelen meer.
Urticaria of erysipelas.
(OBS :) Schurft: met ecthyma; met prurigo.
Schurft.
Prurigo.
Eczema impetiginoides.
Impetigo scabida.
(OBS :) Lichenen.
Nuttig bij gevallen van chronische herpes.
Herpes circumscriptus.
RELATIES [48]
Vergelijk met de koolmiddelen.
Vergelijkbaar met: Acon . (diarree met overvloedige urinelozing); Antim. crud . en Arsen . (dorst, branden en misselijkheid, huid); Bryon., Carbo an., Carbo veg . en Kali carb . (bij flatulentie, enz.); Rhus tox . (bij huidsymptomen); Veratr . (bij misselijkheid, braken, koliek en diarree).
Gegeven in combinatie met Dulcam . bij sycose, schurft, prurigo en impetigo; met Ferrum jod . bij eczeem, impetiginoides.
Lintworm is verdreven door verpulverde anthracietkool.