Ginseng
van John Henry Clarke — Woordenboek van de praktische Materia Medica
Panax quinquefolium. (L.); Aralia quinquefolia (Grey). Schinseng. N. O. Araliaceæ. Trituratie en tinctuur van de wortel.
Klinisch
Appendicitis / Zwakte / Hoofdpijn / Lumbago / Rheumatisme / Ischias / Seksuele opwinding
Kenmerken
De symptomen van de Chinese en de Amerikaanse ginseng worden samengenomen, aangezien de twee waarschijnlijk identiek zijn. Men zegt dat de naam "de gelijkenis met een mens" of de dij van een man betekent. De wortel is gevorkt zoals die van de mandragora. In Mantsjoerije worden er fabelachtige prijzen voor betaald; voor bepaalde kwaliteiten tot £40 per pond. De wilde Ginseng van Siberië zou de beste zijn. De bewoners langs de Oessoeri gebruiken hem gekookt tegen hoofdpijn, verkoudheden, koortsen en maagpijnen. In Amerika is het een huismiddel tegen naweeën van de bevalling. De vorm van de wortel zou kunnen wijzen op een werking op het bekken en de onderste ledematen, en J. H. Henry (H. R., xi. 493) zegt dat het op het onderste deel van het ruggenmerg werkt; het is geïndiceerd bij "beurse pijnen in onderrug en dijen (bij het opstaan uit bed), en grote matheid, met paralytische, reumatische pijnen in de onderste ledematen, jichtige zwelling van de voet, die lange tijd belast was geweest, hevige pijn in de grote teen." Hij noemt ook: "Nachtelijk wroeten in de r. onderste ledemaat van heup tot grote teen, kramp, pijnen van de r. heup tot de tenen; lancinerend, scheurend in het r. tarsale gewricht." Hij beschouwt het als specifiek bij lumbago, ischias en chronisch rheumatisme, met frequente aandrang om te urineren en seksuele opwinding. Lembke en anderen hebben het beproefd. Het is een aromatisch stimulans en neemt vermoeidheidsgevoelens weg, waarbij het een blij gevoel van kracht en veerkracht aan de ledematen, vooral de bovenste ledematen, en helderheid van geest geeft. Ook de tegenovergestelde toestand, namelijk malaise, wordt opgewekt. Geeuwen en slaperigheid. Slaperigheid met hoofdpijn. Gevoel van extreme hitte en intense koude, met verlangen het lichaam aan koele lucht bloot te stellen. De r. lichaamszijde is het meest aangedaan. Er is pijn in de r. zijde van de onderbuik, uitstralend naar de lies. Droge mond, tong en lippen. Draaiduizeligheid. De ademhalingsorganen zijn aangedaan zoals bij Aralia racem. Mond en keel zijn gevoelig voor de gewone kamerlucht; < in de vrije open lucht en door spreken, > tijdens de maaltijd. Veel symptomen zijn < in de open lucht; 's nachts bij bukken of omdraaien; bij het afdalen van trappen; zittend.
Relaties
Vergelijk Aralia rac., Hedera, Coca. Bij "Slaperigheid met hoofdpijn": Brucea, Herac., Gels., Nat. sul., Nux mos. en Sul. Bij droge lippen, Bry.
1. Gemoed
Stemming rustig en tevreden, met goede moed. Gemoed over het algemeen kalm; maar ongeduldige impulsen, angst voor ongelukken. Denken moeilijk. Geheugen zwak. Neiging tot huilen; angstig over de toekomst.
2. Hoofd
Draaiduizeligheid, beneveldheid, verwardheid, duizeligheid en zwaar gevoel in het hoofd. Draaiduizeligheid bij het afdalen van wenteltrappen. Tijdens het staan lijkt de grond te golven. Nadenken moeilijk; neiging tot vergeetachtigheid. Wankelend gevoel in het achterhoofd. Wankelend gevoel in het achterhoofd, met grijze vlekken voor de ogen. Het hoofd lijkt soms vergroot en naar één zijde te hellen. Druk in de sinus longitudinales. Trekkend gevoel in de r. zijde van het voorhoofdsbeen; in de spieren van nek en lendenen. Trekkend gevoel in het achterhoofd; hij buigt het hoofd onwillekeurig achterover. Pijnlijke gevoeligheid van het hoofd. Eenzijdige hoofdpijn. Lancinerende steken vanuit de r. zijde van het voorhoofd tot in de oogkas, met zwaar gevoel van de oogleden, onweerstaanbare neiging tot slapen, hitte van het hoofd en zwaar gevoel in de slapen. Plotselinge schok in het achterhoofd, gevolgd door pijn als na een kneuzing.
3. Ogen
Druk op de ogen, die hen naar binnen lijkt te duwen; de bovenste oogleden zakken neer (vooral r.). Grote moeite om de oogleden te openen, die zwaar en pijnlijk zijn; jeuk van de oogleden. Bijtend gevoel en jeuk aan de ooglidranden. Onaangenaam gevoel van koude op het oppervlak van de oogbol. Pupillen afwisselend groot en klein. Het zien is onduidelijk. Gevoel van vermoeidheid bij blootstelling aan licht; voorwerpen lijken dubbel wanneer ze strak worden gefixeerd; bij het lezen raken de letters verward.
6. Gezicht
Afwisseling van roodheid en bleekheid. Brandende erythemateuze roodheid op de r. wang, op de ala nasi, op de kin; daarna kloven van die delen, met jeuk en hitte; vervolgens een uitbarsting van kleine miliaria, met tinteling; daarna meelachtige tetter op de huid, met afschilfering na vijftien dagen. Lippen rood, droog, ruw, dik, gebarsten en bloedend, vooral de onderlip; < in de open lucht en door spreken. Trekkend gevoel in kaken en aangezichtsbeenderen.
8. Mond
Tong rood en branderig met dorst; daarna wit in het midden. Tong wit, volledig droog, met grote glanzende papillen. Mond, lippen en tanden zeer droog; stem ruw en schrapend; slikken van speeksel zeer moeilijk wegens de droogte; een slok water bevochtigt slechts voor een ogenblik. Droog gevoel in het gehemelte, met ophoping van veel speeksel, dat zonder moeite wordt doorgeslikt. Groen speeksel.
11. Maag
Grote eetlust op een zeer ongewoon tijdstip; oprispingen, leeg, soms zuur; misselijkheid en neiging tot braken, met opboeringen die verlichting geven. Druk op de maag, met opzetting, doffe borborygmi in de buik, spanning en gevoel van opzetting, afgang van wind, onrust en geeuwen. Beklemming, druk van kleding onverdraaglijk. Pijnlijke trekkingen in de maag, als van honger, na rillingen, met pijnlijke lancinerende steken in de precordiale streek; hevige koliekpijnen, die door de buik trekken; zwelling en pulsatie van de maag, angst, neiging tot braken en pijn aan de l. zijde bij het hart, na rillingen, die tot aan de elleboog uitstraalt. Samentrekkende pijn in de maag, met angst, moeite met ademhalen, trekkende pijnen in de maag en lancinerende steken in de r. zijde, die de ademhaling doen stokken.
12. Buik
Pijn in de r. zijde van het onderste buikgedeelte, uitstralend naar de liezen, met pijnlijke tinteling tot in de voet en de grote teen, waar zeer pijnlijke lancinerende steken worden gevoeld. Pijnen in het onderste buikgedeelte, met hevige zeurende pijn in de liezen, opzetting, spanning en druk naar beneden; koliekpijnen in het onderste deel van de buik, van r. naar l., opstijgend naar de precordiale streek, met opzetting van de buik, die verlicht wordt door afgang van wind. Hevige snijdende pijnen van de r. coxo-femorale streek naar de buik, waardoor het lichaam zich kronkelt. Koliek, die tot in de maag trekt, met druk en pijn bij uitwendige druk; pijnlijk wroeten in de r. zijde van de buik uitstralend naar de liezen en de maag, met snijdende pijnen door het gehele onderste deel van de buik; neiging tot braken en pijn als van ontvelling in de r. zijde, onder de ribben, < door uitwendige druk. Pijnen in de buik, als van een gordel, met wroeten en schokken in de r. heup. Pijn in de r. zijde van het onderste buikgedeelte, van de heup tot de ribben, met stekende pijnen vanuit de precordiale streek; lancinerende steken in de r. zijde van het bovenste deel van de buik, met onvermogen om strakke kleding te verdragen, pijnen in de buik, borborygmi, afgang van wind en lancinerende steken als messteken in de maagstreek. Pijnlijke opzetting van de buik, zich uitstrekkend aan de r. zijde onder de ribben, met pijnen in de hartstreek en opboeringen die verlichting geven; gespannen pijnlijke buik; > door afgang van flatus naar beneden; opgeblazen buik, pijnlijk, met pijn alsof er iets gebroken is in de lendenen; kneuzingsachtige pijn in de iliacale streek, < door druk; algemene onrust en pijnen die door buik en borst trekken; druk op de maag en beknelling door de kleding over die delen.
13. Ontlasting en anus
Stoelgang moeilijk, echter niet hard. Harde ontlasting, die niet zonder persen komt, waarna branderigheid aan de anus volgt. Licht stekend gevoel in het rectum. Tenesmus en lancinerende steken in het rectum. Vier dunne ontlastingen, voorafgegaan door korte hevige pijn, die van binnen uit het bekken naar de dijen uitstraalt, alsof men ter aarde moet zinken. Vloeibare ontlastingen in de avond, voorafgegaan door koliek.
14. Urinewegen
Stekend gevoel en wellustige trekkingen in de fossa navicularis. Jeuk en branderigheid in de urethra, met frequente aandrang om te urineren. Gelige, citroenkleurige urine met rood sediment.
15. Mannelijke geslachtsorganen
Grote prikkeling van de geslachtsorganen. Nachtelijke erecties zonder zaadlozing. Pijnlijke erecties tijdens het zitten bij opslorpend werk. Druk in de testikels. Levendige, wellustige dromen, waarvan de herinnering blijft, telkens na het innemen van het middel.
17. Ademhalingsorganen
Stem ruw en hees. Droge hoest in aanvallen. Korte angstige ademhaling; of langzaam en diep bij inspanning. Frequente diepe inademing en beklemming van de borst alsof hij niet genoeg lucht kan krijgen; > tijdens het lopen. Samentrekkende pijn dwars door de onderste thorax.
18. Borst
Zeurende pijn en beklemming in de borst, met grote moeite met ademhalen. Beklemming van de borst, met angst en lancinerende steken in de maagkuil en in de lendenstreek. Uitputting van krachten en matheid in de ledematen.
19. Hart
Ernstige pijn; dolkachtige lancinerende steken en steken in de precordiale streek. Enkele hevige slagen tijdens het zitten, gevolgd door een gevoel van fladderen van het hart, met snelle, kleine, onduidelijke pols. Pols zeer onregelmatig.
20. Nek en rug
Frequent kraken in de bovenste halswervels bij het bewegen van het hoofd. Zwaar gevoel en stijfheid in de nek. Trekkende pijnen in de halsspieren. Pulsatie in de vaten aan de r. zijde van de hals. Pijnlijke matheid langs de rug, met beurs gevoel tot aan en in het heiligbeen. Stijfheid in de rug. Druk in de rugwervels. Diepe lancinerende steken rond de lendenen. Lancinerende steken tussen de schouderbladen, uitstralend naar de r. schouder, of anders langs de dorsale wervelkolom tot aan het heiligbeen, vooral bij rechtop staan, gepaard gaand met moeite met ademhalen. Zwaarte in de nek, met contusieve pijn langs de rug tot aan het heiligbeen.
21. Ledematen
Veel kraken in de gewrichten bij bewegen. Eigenaardige lichtheid, kracht en soepelheid van de ledematen ondanks veel lopen of een slechte nacht. Pijnlijke matheid in de ledematen. Beurse pijn in de ledematen, afwisselend in verschillende delen.
22. Bovenste ledematen
Pijn in de schouders, met kraken daarin. Eigenaardig gevoel van koude en kruipen in de r. elleboog en de pariëtale eminentie. Hevige drukkende pijn in de spieren van het onderste deel van de l. onderarm, alsof er een hoepel strak omheen zat. Voorwerpen glippen gemakkelijk uit de handen; gejaagdheid in zijn bewegingen. Bij het sluiten van de handen gevoel alsof zij gezwollen waren en de huid strak stond. Samentrekking van de vingers van de r. hand en stijfheid in hun gewrichten.
23. Onderste ledematen
Terugtrekking van de spieren van het r. been; grote zwakte van het r. been. Waggelende gang. Stekend gevoel in de r. tibia. Lancinerend scheurende pijn in het r. enkelgewricht. Lancinerende steken afwisselend in beide grote tenen. Pijnlijke stijfheid van de l. dij, van de heup tot de knie. Zwaar gevoel van de onderste ledematen, samentrekking van de spieren van het l. been, met kneuzingsachtige pijn in de coxo-femorale articulatie. Moeite met lopen, tinteling en stijfheid van de dij tot de voet; pijn in de knie en hevige snijdende pijn in de r. heup, die naar de buik uitstraalt en het lichaam doet kronkelen. Contusieve pijnen in de dijen en lendenen, met grote matheid 's morgens bij het opstaan, met reumatische en paralytische pijnen in de onderste ledematen. Nachtelijke wroetende pijn in het r. been, van de heup tot de grote teen, waarin hevige lancinerende steken worden gevoeld. Hevige lancinerende steken in de l. grote teen, die reeds aan jichtige zwelling leed. Afwisselende lancinerende steken in een van de grote tenen. Krampachtige pijn, zich uitstrekkend van de r. heup langs het been tot in de toppen van de tenen. Lancinerend scheurende pijn in het gewricht van de r. voet.
24. Algemeenheden
Pijnlijke matheid van de bovenste en onderste extremiteiten. Koude, beven en gevoelloosheid van de handen, met doods gevoel in de vingers. Neiging van de symptomen zich vooral aan de r. zijde te vertonen. Zoals tijdens koorts, onrust met neiging tot slapen; inwendige rillingen, met uitwendige warmte, tintelingen in de vingers, geeuwen en rekken, beven, rillen, dorst, droogte van de mond, trekkingen in de maag en zwakte van de benen, als na een ernstige ziekte. Grote gevoeligheid voor kou en neiging om zich overal beurs te voelen. Na een wandeling onvermogen om warm te worden. Pols natuurlijk.
25. Huid
Jeukende puistjes op de huid van de nek en van de borst. Jeuk onder de r. voet.
26. Slaap
Veel geeuwen en slaperigheid. Ontwaakt met moeite of anders met een schok. Aangename, wellustige, zeer levendige dromen, die zich telkens herhalen wanneer hij het middel inneemt.
27. Koorts
Koude, gevoelloosheid en beven van de handen; vingers wit. Rillerigheid door de rug heen, uitstralend naar de armen. Koude dringt door tot in het achterhoofd. Koude in de rug, doordringend tot in de rugbeenderen, koude handen, blauwe nagels. Koude in de wervelkolom. Een klein glas Malaga-wijn veroorzaakte opmerkelijke hitte van het lichaam, vooral van de rug, met uitgezette aderen. Hevige brandende hitte in de toppen van de vingers.